ID.nl logo
Thuisladen en zakelijk rijden? Zo verreken je de kosten met je werkgever
© SOUTHWORKS CREATIVE LTD TEAM@SOUTHWORKSCREATIVE.COM
Mobiliteit

Thuisladen en zakelijk rijden? Zo verreken je de kosten met je werkgever

Als je thuis zakelijk laadt met de elektrische auto, wil je de gemaakte kosten uiteraard kunnen verrekenen met je werkgever. Dat is helaas niet altijd mogelijk en kan soms knap ingewikkeld zijn. In dit artikel leggen we uit wanneer je de thuislaadkosten zakelijk kunt verrekenen, en hoe je dit het makkelijkst kunt doen.

In samenwerking met Greenchoice.

Handmatig verrekenen met een auto van de zaak

Als je een (lease)auto op naam van de zaak gebruikt, kun je de kosten van het zakelijk laden verrekenen met je werkgever. Als je een eigen elektrische auto kan dat ook, maar werkt dat anders (waarover verderop in dit artikel meer). In het eerste geval is het mogelijk om de exacte laadkosten onbelast vergoed te krijgen (mits jouw werkgever daar akkoord mee is).

Er zijn meerdere manieren waarop je dat kunt doen. Je zou ervoor kunnen kiezen om dat verrekenen achteraf plaats te laten vinden. Als je een eenvoudige thuislader (dus zonder aanvullende slimme functies) hebt, kun je het stroomverbruik meten door een MID-gekeurde kilowattuurmeter in de meterkast te monteren. Zo’n meter meet alleen de groep die je laadpaal van elektriciteit voorziet.

Het stroomverbruik in kWh moet je dan nog vermenigvuldigen met je kWh-tarief. Houd er wel rekening mee dat als je ook een privéauto gebruikt – of je zakelijke auto voor privézaken – dat je per laadsessie moet bijhouden of het stroomverbruik zakelijk of privé is. Vervolgens kun je periodiek (zoals één keer per maand) een specificatie opstellen en overhandigen aan je werkgever met het verbruik in kWh, het tarief en de totale kosten.

Met een slimme lader gaat dat overigens wat eenvoudiger, omdat deze al een geïntegreerde MID-meter heeft. Bovendien kan deze verbinding maken met het internet en zodoende in een app of webportaal het stroomverbruik weergeven, waarbij de kilowatturen meteen al zijn vermenigvuldigd met het kWh-tarief. Je kunt zo altijd een helder overzicht van de thuislaadkosten inzien. Ook hier geldt wel dat als je de lader zowel persoonlijk als zakelijk gebruikt, je de laadsessies goed moet bijhouden.

©Andrey Popov

Wil jij écht groen elektrisch rijden?

Ontdek hier alle mogelijkheden!

Automatisch verrekenen met een auto van de zaak

De kosten handmatig declareren vergt best wat boekhoudwerk (zowel voor jezelf als voor je werkgever) en is bovendien behoorlijk foutgevoelig. Daarnaast zul je de kosten eerst zelf moeten voorschieten. Makkelijker zou het zijn als de zakelijk geladen kosten al automatisch bij het laden verrekend zouden worden. Er zijn gelukkig energieleveranciers die daarvoor een abonnement aanbieden, zoals Greenchoice. Deze energieleverancier kan jouw slimme laadpunt met zijn backoffice verbinden en jou vervolgens instellen als eigenaar.

Je bepaalt dan zelf hoeveel een kilowattuur aan jouw laadpaal kost. Voor dit tarief moet je dus even kijken hoeveel een kWh laden (gemiddeld) kost bij jouw huis. Let op: als je een hoger tarief verrekent dan je werkelijk betaalt, kan dat worden gezien als loon en moet je er dus belasting over betalen. Als je je laadtarief hebt ingesteld, kun je de laadpas van je werkgever gebruiken om te laden op je laadpunt en ontvang je maandelijks geheel automatisch de opbrengsten per kWh van je lader.

Wel moet je werkgever natuurlijk bereid zijn om hiervoor te betalen en moet je thuislader hier ondersteuning voor bieden. Bij dat laatste kan Greenchoice overigens ook soelaas bieden, want dat bedrijf kan naast (volledig groene!) energie en het zakelijke laadabonnement ook laadpalen leveren en zelf installeren. Hiervoor kun je via deze link contact opnemen met de fabrikant, die je dan met persoonlijk advies verder helpt.

Laadkosten verrekenen met een privéauto

Als je een eigen elektrische auto hebt en deze ook zakelijk gebruikt, worden de kosten van het zakelijk laden helaas niet een-op-een vergoed. Je hebt dan enkel recht op een onbelaste vergoeding van maximaal 0,21 euro per kilometer. Dus niet alleen moet je zelf betalen voor het thuisladen, maar ook voor de kosten van het laden bij het kantoor van je werkgever. Je kunt natuurlijk wel afspreken dat je werknemer alle kosten alsnog vergoed, maar dan wordt dat belastingtechnisch gezien als loon en moet je werkgever daar loonheffingen over inhouden.

Wil jij écht groen elektrisch rijden?

Ontdek hier alle mogelijkheden!

Zakelijk geladen kWh’s bijhouden als eigen baas?

Als je je eigen werkgever bent en zakelijk rijdt met je eigen auto, is het belastingtechnisch handig om een zakelijke laadpas te gebruiken – niet alleen voor het laden bij openbare laadpalen, maar ook voor je eigen laadpaal. Greenchoice biedt bijvoorbeeld zo’n laadpas aan. In een online overzicht kun je zo precies zien hoeveel je elke maand op naam van je bedrijf laadt. Als je de auto ook privé gebruikt, kun je tevens een tweede laadpas aanschaffen om zo de zakelijke laadsessies makkelijk te kunnen onderscheiden van de laadsessies voor privégebruik. Voor het gebruik van de zakelijke laadpas hoef je overigens verder geen klant bij Greenchoice te worden en zit je ook niet vast aan een abonnement.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.