ID.nl logo
Zo houd je de batterij van je elektrische auto in topconditie
© kinwun - stock.adobe.com
Mobiliteit

Zo houd je de batterij van je elektrische auto in topconditie

Je hebt een elektrische auto die dik 400 kilometer ver komt op een lading stroom. Maar dat wil je de komende jaren wél graag zo houden. Hoe zorg je ervoor dat de batterij van je elektrische auto in topconditie blijft? We geven je een paar tips!

Dit artikel biedt essentiële tips om de batterij van je elektrische auto optimaal te gebruiken en de levensduur te verlengen:

  • Vermijd het volledig opladen tot 100 procent; houd de laadstatus tussen 20-80 procent
  • Bescherm de batterij tegen extreme hitte en kou
  • Wees voorzichtig met frequent snelladen, vooral bij hoge temperaturen
  • Kalibreer jaarlijks het batterijmanagementsysteem door van 100 naar circa 5-10 procent te ontladen

Download nu GRATIS het EV Duurtest-rapport 2024!

In het EV Duurtest-rapport zijn nieuwe elektrische auto's door verschillende consumenten getest. Alle resultaten vind je terug in dit digitale rapport. Door het invullen van je naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van het Kieskeurig EV Duurtest-rapport. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl EV-nieuwsbrief.

Batterijen verliezen na verloop van tijd capaciteit, slaan zo minder energie op en leveren minder stroom. Dat weten we en blijft tot op zekere hoogte onoverkomelijk, maar toch kun je heel wat doen om je batterij in topconditie te houden. Met deze tips hoef je niet bang te zijn dat je accu capaciteit verliest en weet je zeker dat je ook over een paar jaar nog zonder moeite lange reizen met je elektrische auto kunt maken.

©Basilicostudio Stock

1. Laad de batterij niet helemaal op

Een van de slechtste dingen die je voor je accu kunt doen, is 'm continu tot 100 procent opladen. Op zich is dat geen probleem, als je maar snel na het opladen begint met rijden. De auto vol opladen en dan een aantal dagen laten staan is slecht voor de batterij. Dat geldt overigens ook voor de andere kant van het spectrum: het is geen probleem als je een accu helemaal leegrijdt, maar laad deze dan wél direct op.

Dat komt allemaal door de chemische structuur van de lithium-ion-batterijen: dat type zit momenteel in het grootste deel van alle elektrische auto’s. Bij zogenaamde LFP-accu’s, die je nu in steeds meer auto’s van bijvoorbeeld Tesla en BYD ziet, is het opladen tot 100 procent eigenlijk geen probleem.

We adviseren je om de auto bij normaal en dagelijks gebruik tot maximaal 80 procent op te laden en het accupercentage in de regel niet lager dan 20 procent te laten komen. Zo voorkom je onnodige degradatie. Laat je de auto voor een langere tijd staan, dan is een State of Charge van 50 tot 60 procent optimaal. Maak je dagelijks slechts korte ritten en hoef je niet per se te laden om tussen het gewenste batterijniveau te zitten? Doe het dan ook niet, want elke laadsessie zorgt voor een vorm van belasting op de accu.

2. Kijk uit met warmte

Autobatterijen houden er niet zo van om warm te worden, dus is het zaak om dat te voorkomen. Zet je auto gedurende de zomermaanden daarom niet voor langere tijd stil in de zon, want als-ie uitgeschakeld is, kan de batterij niet op een juiste temperatuur gehouden worden. Dat gebeurt tijdens het rijden en laden wél, mits je auto voorzien is van een actief koelsysteem.

Wil je de batterij van je elektrische auto in goede conditie houden, zet ‘m dan dus in de schaduw. Kou is overigens een veel minder groot probleem voor batterijen van een elektrische auto, zo laten verschillende onderzoeken zien.

Wel is het zo dat je de batterij bij extremere temperaturen, zowel warm als koud, niet te veel moet belasten. Nieuwere auto’s kunnen daar al beter mee omgaan en zullen het vermogen dat de batterij levert aanpassen aan de condities, maar pas hiermee op als je een wat oudere elektrische auto hebt. Rijd in zulke situaties rustig, want als je het gaspedaal flink intrapt, zorgt dat er ook voor dat de batterij in een korte tijd veel stroom moet leveren. Vergelijk het met een brandstofauto die je na een koude nacht direct op z’n staart trapt: ook dat is niet bevorderlijk voor de levensduur.

©Southworks Creative LTD

3. Ga niet te vaak snelladen

Meteen een ‘maar’, want onderzoek laat zien dat snelladen helemaal niet zo slecht voor je auto hoeft te zijn. Zo publiceerde Tesla in 2023 nog een onderzoek waaruit bleek dat er geen verschil in batterijprestaties was tussen auto’s die vaak of bijna nooit aan de snellader werden gehangen.

Waar moet je dan wel op letten in het geval van snelladen? Allereerst is het niet verstandig om bij extreme temperaturen te gaan snelladen, maar ook dat is afhankelijk van je auto. Veel moderne elektrische auto’s hebben een actief koelsysteem dat koelvloeistof tussen de accucellen laat circuleren om de batterij op de juiste temperatuur te houden. Snelladen is in zo’n geval niet slecht voor de accu, omdat de auto ermee kan dealen.

Heb je een oudere auto zonder zo’n actief koelsysteem, dan is de kans aanwezig dat de batterij oververhit raakt tijdens het snelladen bij hogere temperaturen, of tijdens langere reizen waarbij vaker snelladen noodzakelijk is. Is het niet nodig, zorg dan altijd dat je de auto via ‘langzame’ AC-laadpalen en dus met wisselstroom oplaadt. Denk daarbij aan de laadpaal in de straat of bij je thuis.

4. Zoek de randjes op!

En dan hebben we het niet over zo snel mogelijk accelereren of elke bocht zo scherp mogelijk pakken. Nee, rijd de accu eens per jaar van 100 naar ongeveer 10 tot 5 procent leeg. Als je namelijk altijd binnen de genoemde 20 tot 80 procent blijft, weet het batterijmanagement systeem soms niet helemaal wanneer de accu nu écht vol of leeg is. Door de accu helemaal op te laden en daarna leeg te rijden, kalibreer je het systeem als het ware weer.

Zelf een proefrit maken met een EV-liefhebber? Ga Sturen bij je buren! De VER biedt de mogelijkheid om samen met een VER-lid een proefrit in zijn/haar elektrische auto te maken. Kijk op deze pagina om met een elektrische rijder bij jou in de buurt in contact te komen. De VER-leden delen graag hun eigen ervaringen met elektrisch rijden en alles wat daarbij komt kijken.

Vraag een offerte aan voor laadpalen:

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.