ID.nl logo
Stroomversnelling: Toyota en Lexus zetten vaart achter elektrische plannen
© Irwin Versteegh
Mobiliteit

Stroomversnelling: Toyota en Lexus zetten vaart achter elektrische plannen

Toyota en Lexus zijn klaar om de elektrische automarkt op te schudden. Na jaren van focus op hybrides en lage CO₂-uitstoot onthult het Japanse concern ambitieuze plannen voor elektrische voertuigen. Met maar liefst veertien nieuwe zero emission-modellen aan de horizon, waaronder zes volledig elektrische Toyota's, ligt er een innovatieve toekomst in het verschiet. In dit artikel leggen we uit hoe deze automerken zich voorbereiden op een elektrische revolutie.

Watch on YouTube

Met uitzondering van een aantal volledig elektrische bedrijfswagens heeft het Toyota/Lexus-concern momenteel slechts twee EV's in het gamma: de Toyota BZ4X en de Lexus RZ450e. Twee qua karakter en opbouw totaal verschillende auto’s die desondanks onderhuids aan elkaar gelieerd zijn. Het Japanse bedrijf lijkt de EV-boot dan ook te hebben gemist, maar schijn bedriegt. De aankomende twee jaar (dat is in autojaren een soort week) lanceren ze namelijk veertien zero emission-voertuigen, waaronder zes volledig elektrische Toyota’s. Gedurende het Kenshiki-forum 2023 in Brussel presenteerde het concern zijn plannen en InstaAutoVlogs Irwin Versteegh was erbij. 

©Irwin Versteegh

Minder druk op de ketel

Nee, die EV-boot hebben de Japanners om te beginnen absoluut niet gemist. Oké, wat sneller innoveren en achterstand proberen te voorkomen had geen kwaad gekund, maar Toyota’s en Lexus’ strategie is simpelweg het gevolg van vergroening. In tegenstelling tot andere fabrikanten vaart het concern namelijk al jarenlang een CO₂-verlagende koers.

Gevolg? Van alle volumemerken heeft het Toyota-concern verreweg de laagste gemiddelde CO₂-uitstoot. Waar andere automerken dus dringend een EV nodig hebben om het gemiddelde omlaag te krijgen, zat er in Japan simpelweg wat minder druk op de ketel.

Het jarenlang pionieren met hybridetechnologie, het elektrificeren van elke traditionele aandrijflijn met een laag brandstofverbruik en dito CO₂-uitstoot tot gevolg, werpt dus zijn vruchten af. Of het nu gaat om een compacte auto als de Toyota Yaris of Lexus’ topmodel in de vorm van de LS500h, elektropower is al dik 25 jaar een unique selling point van het concern. Nu is het tijd om door te pakken en om de elektromotor centraal te stellen.

©Irwin Versteegh

Elektrisch, maar niet overal

Waar het bedrijf momenteel nog een multipath-aanpak hanteert, moet bijvoorbeeld Lexus in 2030 in Europa een volledig elektrisch automerk worden. Let wel: de rest van de wereld volgt pas vijf jaar later. Die multipath-aanpak houdt in dat het merk verder kijkt dan alleen EV’s. De Japanners zien Europa namelijk wat betreft de acceptatie en implementatie van elektrisch rijden momenteel als voorland voor de rest van de wereld. Het zou echter naïef zijn om te denken dat ze in elk land zomaar even kunnen omschakelen. Voor die markten blijft een stekkerloze hybride voorlopig een betere keuze totdat ook zij de overstap kunnen maken.

Dat zie je ook terug in de verkoopcijfers: in 2022 was 66 procent van de verkochte Toyota's en Lexussen wereldwijd geëlektrificeerd, maar het merk verwacht in 2024 door de grens van 75 procent te breken. Daarnaast zijn er, afgezien van ons eigen landje, diverse belangrijke EV-markten. Denk aan Noorwegen, waar 75 procent van alle nieuw verkochte auto’s volledig elektrisch is, net als Groot-Brittannië. De Engelsen willen dat 22 procent van het aanbod in de autoshowrooms in 2024 volledig elektrisch is. Aanpoten dus, maar Toyota lijkt voorbereid.

©Irwin Versteegh

Elektrische Yaris Cross

In de eerste helft van 2024 lanceert het merk een volledig elektrisch model in een van de belangrijkste autosegmenten voor de komende jaren: de B-crossover-klasse. Het concern is al actief met de hybride Toyota Yaris Cross en de Lexus LBX, maar zeer binnenkort komt daar een nieuw volledig elektrisch model bij – vooralsnog in de vorm van de Urban SUV Concept. Het is een auto met een stoere verschijning die overall gezien een maatje groter is dan een Yaris Cross. Zo is-ie bijvoorbeeld net zo hoog als een Corolla Cross. Technische details ontbreken nog; het is immers een concept car, maar Toyota geeft aan dat ze ‘mobiliteit voor iedereen’ serieus nemen.

Zo komt-ie op de markt met twee accupakketten om daarmee de instapprijs te verlagen. Opteren voor vierwielaandrijving met een dual motor-setup is eveneens aan de orde, net als flexibiliteit in het interieur dankzij een verschuifbare achterbank. Met name het aanbieden van verschillende accu’s en elektromotoren is een slimme keuze. Dat is namelijk de regel bij conventioneel aangedreven auto’s, maar opvallend genoeg nog steeds een unicum bij EV’s.

©Irwin Versteegh

Futuristische fastback

Naast de Urban Crossover Concept stond er een gelikte fastback in Brussel geparkeerd. Een auto die je qua formaat naast een Camry mag plaatsen en een voorbode is van een auto die in 2025 wordt gepresenteerd: de Sport Crossover Concept. Een bijzonder chic gelijnde auto die tegen die tijd een nieuwe generatie Toyota-kopers naar de showroom moet lokken. Bijzonder is het feit dat deze concept car voortkomt uit een joint venture die het concern aanging met het Chinese BYD, de op dit moment bijna grootste EV-fabrikant ter wereld en in ons land onder meer bekend van de ATTO 3 en de Dolphin.

Hoewel er een reële kans is dat de hierboven genoemde auto’s op het eTNGA-platform staan (waar ook de BZ4X op ), is de eveneens aanwezige FT-3e de absolute vaandeldrager van nieuwe techniek. Dit studiemodel, waarvan we in 2026 meer kunnen verwachten, is een auto die boven de huidige BZ4X wordt gepositioneerd en moet tegen die tijd debuteren op een gloednieuw platform met dito batterijtechniek. Dat platform wordt deels gefabriceerd middels gigacasting en is op die manier goedkoper om te fabriceren.

In plaats van de vrij traditionele 170 onderdelen bestaat de voor- of achterkant van de auto dan uit maar twee componenten. Wel belooft Toyota dat het repareren of herstellen van schade betaalbaar en mogelijk blijft.

©Irwin Versteegh

Steer-by-wire

Een Toyota-platform? Ja en nee, want voordat Toyota ermee mag flaneren, zal het Lexus zijn dat daadwerkelijk een gloednieuw model met deze techniek laat debuteren. Op het Kenshiki-forum konden we dan ook kennismaken met de Lexus LFZC. Het is een bijzondere voorbode van een auto die (verrassing!) in 2026 op de markt komt en qua formaat in de klasse van de huidige ES300h stapt.

Wat opvalt is dat Lexus daarnaast aast op een Cw-waarde van onder de 0,20. Extreem aerodynamisch dus, en dat moet zorgen voor een zo laag mogelijk energieverbruik. In het interieur zien we daarnaast een Yoke-stuur met steer-by-wire-technologie en tal van schermen die op gloednieuwe software draaien in de vorm van Arene OS. Lexus streeft met dat laatste naar een optimale synergie tussen hard- en software, mede met behulp van AI.

©Irwin Versteegh

Solid state-accu's

Waar de energie tegen die tijd vandaan komt? Uit een van de tal van nieuwe batterijtechnieken waaraan wordt gewerkt, waaronder solid state. Vanaf 2027 wil het concern namelijk furore maken met de veelbelovende solid state-accu. Er wordt zelfs gesproken over een oplaadtijd van 10 naar 80 procent in slechts 10 minuten. Onlangs was er op dit vlak sprake van een technologische doorbraak die de duurzaamheid en betrouwbaarheid van de zogenaamde solid state-batterij moet garanderen. Momenteel wordt er dus druk gewerkt aan het productierijp maken van deze nieuwe accu's.

Solid state-accu’s reduceren niet alleen de oplaadtijd, maar herbergen ook meer energie in kleiner accupakket. Toch wordt er ook breder gekeken en zet het concern ook in op andere accutechnieken, zoals LFP. Toyota spreekt van een nieuwe vorm en 'bipolaire' technologie. Dat moet zorgen voor 20 procent meer range en een kostenreductie van 40 procent ten opzichte van de huidige BZ4x. Ook wordt er gekeken naar het uitwisselen van energie tussen Toyota’s en huizen.

©Irwin Versteegh

Heldere strategie

Eén ding is duidelijk: het Kenshiki-forum 2023 blijkt wederom een veelbelovend kijkje te geven in de nabije, maar ook iets verdere toekomst van het Toyota-concern. Vorig jaar was de boodschap breder wat betreft de technologie, dit jaar is de strategie helder. Ook de Japanners gaan naar een volledige zero emissie-toekomst met voornamelijk batterij-elektrische auto’s.

Toch blijft het merk ook inzetten op waterstof en wordt er zelfs geëxperimenteerd met waterstof/verbrandingsmotoren voor bijvoorbeeld de rallysport. Voordat we echter zover zijn, starten we volgend jaar met de productieversie van de Urban Crossover Concept, en die auto lijkt een gouden toekomst tegemoet te gaan.

Vraag een offerte aan voor laadpalen:

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.