ID.nl logo
Review Tesla Model 3 – Elektrische revolutie opgefrist
© Irwin Versteegh - Duijnstee
Mobiliteit

Review Tesla Model 3 – Elektrische revolutie opgefrist

Ontdek de nieuwste evolutie van Tesla's Model 3, een elektrische krachtpatser die de concurrentie met de BMW 3-serie aangaat. Met een verbluffende acceleratie en een frisse, innovatieve make-over, heeft deze populaire EV een indrukwekkende transformatie ondergaan. Irwin Versteegh van InstaAutoVlog neemt je mee in de wereld van de vernieuwde Model 3, een auto die niet alleen de Nederlandse wegen, maar ook de toekomst van elektrisch rijden domineert.

Watch on YouTube

©Irwin Versteegh

Het is een auto die opereert in het segment van de BMW 3-serie en in maximaal 6 seconden naar de 100 km/u accelereert. En o ja, dan is-ie ook nog eens volledig elektrisch en kwam-ie gedurende de eerste jaren in Nederland in aanmerking voor bijtellingsvoordeel. Het resultaat? Sinds 2019 rijden er in Nederland maar liefst 45.000 Tesla’s Model 3 rond en daarmee is het verreweg een van de populairste EV’s.

Dankzij Tesla’s online updatestrategie voor de zowel de soft- als firmware blijven de auto’s weliswaar zo veel mogelijk up-to-date, maar het via een dataverbinding veranderen en updaten van het exterieurdesign blijft lastig. Dat is dan ook de reden dat het merk na dik vijf jaar dienstverband onlangs het doek van een compleet nieuwe generatie trok. Irwin Versteegh van InstaAutoVlog vertelt er jullie in dit artikel alles over.

©Irwin Versteegh

Eerste grote facelift

Oké, het is niet de eerste keer dat Tesla de Model 3 heeft aangepast. Een tussentijdse update in 2021 voegde akoestisch glas, updates aan de middentunnel en bijvoorbeeld ook een elektrisch te openen achterklep toe. Toch bleef het afgezien van een setje nieuwe wielen dezelfde auto. Hoe anders is dat nu!

Ontdek jouw perfecte elektrische auto

Vergelijk en vind de beste deals op Kieskeurig.nl!

De Model 3 heeft een grondige facelift ondergaan. Zo zien we nieuwe koplampunits met strakke dagrijverlichting en aan de achterkant zien we nieuwe achterlichten die voortaan onderdeel uitmaken van de achterklepconstructie. De voluit geschreven merknaam daartussen doet de rest. Aanpassingen aan de aerodynamica maken de auto bovendien nóg ranker. Dat zorgt voor een Cw-waarde die nu slechts 0,219 bedraagt.

Twee nieuwe kleuren, Ultra Red en Stealth Grey, zorgen tot slot ook op het esthetische vlak voor verfrissing, net als de standaard 18-inch Photon-velgen en de optionele 19-inch Nova-velgen.

©Irwin Versteegh

Groter scherm, maar toch ook weer niet

In het interieur zal zelfs de grootste autoleek de veranderingen opmerken. In de basis zien we nog steeds het 15,4 inch grote brein van de auto in de vorm van een Full-HD-touchscreen. De inches namen niet toe, maar het bruikbare oppervlak werd wel vergroot. Was dit systeem sinds de lancering van het model al leidend voor de complete automotive sector, dat is het nu nog. En dat betekent dus niet alleen de complete integratie van apps als Spotify, Netflix en YouTube, maar ook de uitmuntende EV-routeplanning van het navigatiesysteem via onder andere het eigen Tesla Supercharger netwerk.

Verbeteringen zijn daarnaast de AutoPilot-camera’s, waarvan de exemplaren aan de zijkant nu dezelfde kleurtoon als de achteruitrijcamera hebben. Kort na het inleveren van de testauto heeft het merk bovendien een update doorgevoerd waardoor er een 360-gradenbeeld kan worden getoond gedurende het parkeren.

©Irwin Versteegh

Led-ambianceverlichting

Met name dat laatste was hard nodig, aangezien de Model 3 in navolging van de Y geen fysieke parkeersensoren meer heeft. Tesla gebruikt hier het eigen ‘Vision’-systeem voor, dat aan de hand van camerabeelden inschat hoe ver een object van de auto is verwijderd. Het systeem werkt redelijk goed, maar kent ook echt wel nadelen. Hopelijk brengt de 360-gradenfunctie hier verandering in.

Voor de rest is het interieur compleet herzien. Zo zien we om te beginnen een volledig nieuw dashboard. Hierop zien we een met stof beklede afwerkingsstrip en een aluminium rail waarin ambianceverlichting is gehuisvest. De ledstrip loopt links en rechts over in de deurpanelen – ook achterin – en er kan qua kleur worden gekozen voor het complete spectrum.

Ook de deurpanelen zijn anders en opgetrokken uit hoogwaardig aanvoelende materialen, zoals plantaardig leder en stof, en zelfs de opbergvakken zijn aan de binnenkant bekleed. Ook de middentunnel, met daarin een enorm opbergvak, werd omwille de afwerking aangepast, al bleef de basis met onder meer twee draadloze telefoonladers hetzelfde.

©Irwin Versteegh

Extra 8-inch scherm

Als kers op de taart monteerde het merk daarnaast nieuwe stoelen die zijn bekleed met deels geperforeerd plantaardig leder. Elke Model 3 wordt namelijk standaard geleverd met stoelverwarming, zowel voor- als achterin, maar ook stoelkoeling op de twee voorstoelen. Die stoelen zitten trouwens erg comfortabel en bieden een uitstekende ondersteuning, al zouden sommige bestuurders een verlengbaar zitvlak kunnen missen.

Ook de tweede zitrij werd herzien en de achterbank werd voor een betere ondersteuning iets hoger geplaatst ten opzichte van de vloer. Tevens zien we de toevoeging van een 8-inch multimediasysteem met Netflix, YouTube en Twitch. Het touchscreen vormt de ideale vorm van entertainment voor passagiers en zeker kinderen – helemaal als er gebruik wordt gemaakt van bluetooth-hoofdtelefoons. De bagageruimte? Die bleef onveranderd ruim met maximaal 682 liter inhoud, waarvan 88 liter vóór in de auto in de vorm van een frunk.

©Irwin Versteegh

Doei stuurhendel!

Forse wijzigingen dus, maar dat is nog niet alles. Tesla heeft voor de nieuwe Model 3 namelijk de kunst van het weglaten toegepast. In navolging van de S en X beschikt ook de 3 niet meer over de traditionele richtingaanwijzer-, versnellings- en ruitenwisserhendel achter het stuurwiel. Hiervoor in de plaats zien we richtingaanwijzers, claxon, ruitenwisser en grootlichttoetsen óp het stuurwiel. Een verandering die wat gewenning vraagt, zeker bij het verlaten van een rotonde, maar uiteindelijk raak je er echt wel mee vertrouwd.

Het selecteren van de voor- of achteruitversnelling gaat daarnaast via het 15,4-inch touchscreen. En ook dat went snel, zij het dat Tesla dit deels heeft geautomatiseerd. De auto herkent namelijk de situatie van waaruit je vertrekt. Sta je met de neus naar een muur of hekwerk geparkeerd, dan geeft-ie direct de suggestie om achteruitrijdend te vertrekken. Een simpele bevestiging door een keer extra op het rempedaal te drukken is dan voldoende om de achteruitversnelling in te schakelen. Een feature die in de praktijk werkelijk feilloos werkt. Een knap stukje engineering!

©Irwin Versteegh

Tot 678 km op één lading

Op aandrijftechnisch vlak komt de nieuwe Model 3 in twee smaken. Je kunt kiezen uit een RWD (Standard Range) en een Long Range (AWD). De RWD (42.990 euro) heeft een 57,5 kWh (netto) LFP-accupakket en een 283 pk sterke elektromotor. Daarmee is volgens de WLTP een range mogelijk van 554 kilometer. Opladen kan met een 11 kW 3-fase-boordlader of met max 170 kW aan een snellader in circa 25 minuten. Dit 'instappertje' sprint in 6,1 seconden naar de 100 km/u en heeft een top van 201 km/u. Iets trekken mag-ie ook met maximaal 1000 kg.

De Long Range (50.990 euro) heeft een 75kWh-accupakket en een extra elektromotor, waardoor het totaalvermogen 498 pk bedraagt. De range van deze variant bedraagt 678 kilometer. Het snellaadvermogen ligt met maximaal 250 kW een stuk hoger, waardoor een 10-80%-vulling net geen 30 minuten duurt. Ook deze Model 3 mag een aanhanger van maximaal 1000 kg trekken, en dat is gezien de AWD-aandrijving en de concurrentie eigenlijk net iets te laag. Zo mag een Hyundai Ioniq 6 maximaal 1500 kg trekken.

Comfortabeler en verfijnder

Wij reden met de RWD-uitvoering. De auto is uiterst vlot, de aandrijflijn geeft altijd thuis en dankzij de achterwielaandrijving geniet je van voldoende tractie. Het energieverbruik in de praktijk is daarnaast toonaangevend. Gedurende de 600 km lange testperiode liet-ie een gemiddelde van 14,3 kWh op 100 km zien. En dat met ruim 300 testkilometers à 130 km/u over de snelweg. Met 105 km/u door Nederland? Dan zie je waarden die schommelen rond de 12 kWh/100 km, en dat is echt uniek. Zeker gezien de winterse temperaturen gedurende de testperiode.

Het rijden blijkt verder veraangenaamd dankzij aanpassingen aan het onderstel, waardoor de nieuwe Model 3 qua rijkarakter wat meer richting de BMW i4 is gegaan. De 3 is soepeler geveerd dan voorheen en voelt nu veel verfijnder en uitgebalanceerder aan. Maar wees gerust, het kart-achtige gevoel is er dankzij een uitstekende wegligging en zeer directe stuurinstallatie nog steeds, maar het is allemaal iets genuanceerder.

Wel is er wat betreft de RWD-uitvoering nog steeds sprake van een matige rechtuitstabiliteit, maar dat geldt voor meerdere EV’s in deze klasse, die louter zijn voorzien van achterwielaandrijving (en dus gewicht in de neus missen).

©Irwin Versteegh

Voor andere merken onmogelijke prijs

De komst van dikkere vloerbedekking en akoestisch glas rondom (ook in de achterportieren) maken ‘m daarnaast een stuk stiller dan voorheen. Dat zorgt ook op dat vlak voor meer comfort en verfijning, en sluit dan ook mooi aan bij de rest van de updates. Een genot, zeker in combinatie met het subliem klinkende audiosysteem.

De nieuwe Tesla Model 3 is dan ook een auto geworden die het heel wat andere auto’s in deze klasse behoorlijk moeilijk maakt. Sterker nog, dat deed-ie al op een ronduit plagerige manier, maar gezien de updates die het merk heeft doorgevoerd is het nu een regelrechte pestkop geworden. De beste EV op de markt, qua energieverbruik, connectiviteit, technologie én gebruiksgemak, heeft deze eigenschappen nu gecombineerd met een fraai afgewerkt interieur, meer comfort en geluidsisolatie, verfijnde rijeigenschappen en nóg meer technologie. En dat voor een zeer competitieve, voor andere merken haast onmogelijke prijs.

Vraag een offerte aan voor laadpalen:

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.