ID.nl logo
Review Nio EL6 - Misschien wel de fijnste in zijn klasse!
Mobiliteit

Review Nio EL6 - Misschien wel de fijnste in zijn klasse!

Als je geïnteresseerd bent in een elektrische SUV die luxe en innovatie combineert, is Nio een merk om in de gaten te houden. Met modellen zoals de Nio EL6, die uitblinken in afwerking en technologie, biedt Nio een verfrissend alternatief in de EV-wereld. Benieuwd hoe Nio de strijd aangaat met de gevestigde merken? Lees verder en ontdek wat deze nieuwe speler in de EV-markt jou te bieden heeft.

Watch on YouTube

Wie in de markt is voor een hoogwaardig afgewerkte SUV, kan kiezen uit een breed scala aan merken en modellen. Met name de traditionele fabrikanten zijn hier goed vertegenwoordigd. Zelfs als een volledig elektrische aandrijflijn een vereiste is, valt er nog genoeg te kiezen.

Toch is er één merk dat met behulp van een paar stevige bokshandschoenen de strijd aangaat met de welbekende gevestigde orde: Nio. Een kakelvers automerk uit het land dat momenteel excelleert als leverancier van concurrerende en gunstig geprijsde elektrische auto’s. China inderdaad.

Nio startte zijn carrière eind vorig jaar met de ET7, een luxe sedan waarmee je kunt ‘batterij-swappen’. Inmiddels zijn de Nio-hubs gevuld met maar liefst vijf modellen. De benjamin? Dat is de Nio EL6, en InstaAutoVlog voelde ‘m onlangs stevig aan de tand.

©ERICVANVUUREN.NL

Batterij-swappen

Om dan maar meteen met die bokshandschoenen te beginnen: Nio doet het net even anders. Om te beginnen ontwikkelt en bouwt het merk alléén volledig elektrische auto’s. Auto’s die net als andere EV’s kunnen worden opgeladen, maar ook kunnen worden voorzien van een andere accu.

Dit zogenaamde swappen kan in Nio’s eigen Swapstations en maakt het in potentie mogelijk dat elke Nio in 5 of soms zelfs 3 minuten weer is voorzien van een volledig opgeladen accupakket. Dat is dus bijna net zo snel als traditioneel benzine of diesel tanken. Daarnaast positioneert het merk zich in het hogere segment met premium aanvoelende producten die qua afwerking en technologie niet onderdoen voor de zogenaamde gevestigde orde. 

Zelf ook uitgebreid een elektrische auto testen?

Doe mee met de grote EV-duurtest en meld je aan!

Nio EL6-concurrenten

Na de ET7, EL7, ET5 en recent nog de ET5 Touring is het dan nu de beurt aan de EL6 om met al deze eigenschappen het onderscheid te maken. De EL6 is dan ook een auto die we mogen zien als de SUV-versie van de ET5, die weer een stuk compacter is dan de EL7.

Die EL7 concurreert bijvoorbeeld met auto’s als de Mercedes EQE SUV en de Audi Q8 eTron, terwijl de Nio EL6 meer in het vaarwater zit van de Audi Q4 eTron, de BMW iX1 en wellicht zelfs een Mercedes EQA. Toch zit er een addertje onder het gras, want met zijn lengte van 4,85 meter, een breedte van 1,99 meter en een hoogte van 1,70 meter opereert de EL6 eigenlijk een segment hoger. Denk daarbij aan de BMW iX3, de Lexus RZ450e of misschien zelfs – daar is-ie weer – de Mercedes EQE SUV. 

©ERICVANVUUREN.NL

Méér auto voor je geld

Maar wie een Q4 eTron, iX1 of EQA aan de hand van opties richting het standaard uitrustingsniveau van een EL6 brengt, zal ongenadig schrikken van het forse prijskaartje. Voor hetzelfde bedrag krijg je bij Nio een stuk meer auto. Een SUV die standaard is uitgerust met hoogwaardige LED Matrix-koplampen, softclose-portieren en luxe zaken als een glazen panoramadak en privacy glass.

De EL6 is bovendien gezegend met een chic en subtiel lijnenspel. Zo oogt hij elegant, beschikt-ie over fraaie proporties en met name de goed gevulde wielkasten met standaard 20-inch lichtmetalen wielen zorgen voor een mooie balans. Een maatje meer is ook mogelijk.

Absolute weelde

Neem je plaats in het interieur, dan word je overladen door absolute weelde. En dat is een ander stokpaardje van het merk, want in tegenstelling tot andere automerken is Nio erin geslaagd om in korte tijd een eigen identiteit neer te zetten. Van de gebruikte materialen tot aan het dual-layer design van het dashboard, alles is met de grootste aandacht voor detail ontworpen, vervaardigd en in elkaar gezet.

We zien daarnaast de toepassing van duurzame materialen zoals rotan, plantaardig leder en fraaie stiksels die alles bijeenhouden. De aangename sfeer, die mede het gevolg is van de Warm Gravel-kleurstelling, is bijna huiskamerachtig, zij het met een flinke shot high-tech. Zo is ook deze Nio-telg standaard uitgerust met een Smart Cockpit in de vorm van een 10,2-inch oleddisplay recht voor je neus en een 12,3 inch groot en verticaal in het midden geplaatst amoledscherm, dat dient als multimedia- en navigatiesysteem. Over the air-updates verlopen via een 4G-verbinding, evenals die voor de techniek van de auto. O, en er is standaard een 4K-dashcam. En dan hebben we nog een heleboel niet genoemd. 

©ERICVANVUUREN.NL

Riante vijfzitter

Het zitcomfort? Fantastisch. De EL6 beschikt over forse en goedgevormde zetels die standaard op vier zitplaatsen zijn verwarmd en optioneel zijn uit te rusten met stoelventilatie en zelfs een massagefunctie. Mede dankzij een uitstekend elektrisch verstelbare stuurkolom zit je daarnaast als een vorst en bovendien een stuk minder 'op de bok' dan in bijvoorbeeld de ET5. Een groot verschil.

Ook de tweede zitrij is niet vergeten. Sterker nog, dat is misschien wel een van zijn sterkste punten. De goed gevormde achterbank zit erg comfortabel en zaken als een vlakke vloer, veel ruimte voor de bovenste én onderste ledematen en comfort als een eigen klimaatregeling maken het daar zeer aangenaam. 

©ERICVANVUUREN.NL

Elektrisch trekpaard

Als we een blik in de uitstekend afgewerkte kofferruimte werpen, zien we een standaard volume van 580 liter en een extra ruimte onder de vloer voor het opbergen van de laadkabel. Klappen we alles neer, dan ontstaat er een nagenoeg vlakke vloer en maximaal 1430 liter inhoud. Dankzij de mogelijkheid van een elektrisch uit- en wegklapbare trekhaak (standaard) mag de EL6 bovendien 1200 kg trekken. Niet bijster veel in vergelijking met bijvoorbeeld een Tesla Model Y (1600 kg), maar wel een stuk meer dan de 750 kg van een BMW iX3. 

©ERICVANVUUREN.NL

Dorstige EV

Elke EL6 wordt vooralsnog geleverd met één aandrijflijn bestaande uit twee elektromotoren. Een 204 pk sterke motor op de vooras en een 286 pk sterk exemplaar achter. En ja, ook dit 'instappertje' beschikt over 490 pk en een koppel van 700 Nm. Voldoende om de 0-100-sprint in 4,5 seconden af te ronden en een begrensde topsnelheid van 200 km/u.

In combinatie met het standaard accupakket van 75 kWh kun je hier volgens de WLTP-testmethode maximaal 406 km van genieten, of 529 km als je opteert voor een 100kWh-accu. Een naar aanleiding van de testperiode haast onmogelijk te realiseren afstand trouwens, want de EL6 ontpopte zich als een van de dorstigste EV’s ooit getest met een gemiddeld energieverbruik van 24kWh/100km. In combinatie met het 75kWh-accupakket betekende dat een range van maximaal 300 km... 

Routeplanning

Niet swappen maar laden? Standaard kan dat met een 3-fase-boordlader (11 kW) of met maximaal 140 kW aan een snellader. Dat geldt voor de 75kWh-accu, want opvallend genoeg kan de 100kWh-batterij worden bijgeladen met een maximale pieksnelheid van 125 kW. Niettemin moet een mooie laadcurve zorgen voor een 10-80%-vulling in 40 minuten.

Goed om te weten is bovendien dat de slimme software en de krachtige computer van de auto in staat zijn tot het uitstippelen van een route via snellaadstations en zelfs kan berekenen wat het resterende percentage is bij aankomst. Hoelang je dan dient te laden? Ook dat vertelt de auto je.

©ERICVANVUUREN.NL

Eerste Nio met adaptieve dempers

Hoe de EL6 rijdt? Zoals je mag verwachten van een SUV in deze klasse: comfortabel, verfijnd, maar toch ook voldoende scherp als je daarom vraagt. Sterker nog, de EL6 rijdt een stuk beter dan de EL7, en eigenlijk ook de ET5. Oké, het is een auto met een hoger zwaartepunt, maar mede vanwege de toepassing van standaard adaptieve dempers rondom is-ie overall gezien net even iets verfijnder.

Deze dempers zorgen er aan de ene kant voor dat de EL6 rustig blijft bij het nemen van een drempel en dat de koets onder alle omstandigheden wordt gebalanceerd. Korte oneffenheden kunnen mede vanwege de 20-inch lichtmetalen wielen (de kleinste mogelijk) soms wat rommelig doorkomen, al blijft het binnen de perken.

Adrenalineshot voor de dempers

Sterker nog, de Nio-engineers hebben op dit vlak een knap stukje afstelling laten zien. Met name in de Comfort-modus is de EL6 voorbeeldig uitgebalanceerd en comfortabel, maar na het selecteren van de Sport- of Sport+-modus krijgen de dempers een adrenalineshot. De EL6 zet zich dan echt schrap. Oké, het wordt geen volbloed sportauto, maar alles wordt wel net een tandje scherper. Ook de besturing, al blijft de overbrengingsverhouding hetzelfde, want die wordt iets minder bekrachtigd waardoor je net iets meer tegendruk krijgt. Voor genoeg feedback ben je echter aan het verkeerde adres, want het is vooral een erg prettige reisgenoot.

©ERICVANVUUREN.NL

Supercomputer met Lidar

Wat moet worden verbeterd? De rechtuitstabiliteit, want na het passeren van de 100 km/u, zeker in de Comfort-modus, is de koets net even iets te los. De EL6 is dan gevoelig voor factoren als zijwind of spoorvorming, en geeft dan niet al te veel vertrouwen. Ook in de standaardmodus is dit nog niet je van het en het selecteren van de Sport-modus kan dan een oplossing zijn.

Of de veiligheids- en assistentiesystemen dan soelaas kunnen bieden? Ja, absoluut, want de recente update van de firmware van de auto heeft er echt voor gezorgd dat de kracht van Nio’s technologie tot zijn recht komt. Tal van sensoren, camera’s, maar voornamelijk de Lidar óp het dak zorgen ervoor dat de auto zich keurig op jouw rijstrook centreert. Ook is-ie in staat om semi-autonoom in te halen.

Onderscheidend zijn de momenten dat er verkeer voor de auto langs rijdt. Dan merk je echt de rekenkracht van de supercomputer op. De EL6 schiet dan niet in de stress, maar anticipeert haast ‘natuurlijk’. En o ja, hebben we al verteld dat ook deze technologie standaard is?

Een lege huls?

Wat dat allemaal mag kosten? Een vrij vriendelijke 55.900 euro. Nog steeds een behoorlijke som natuurlijk, maar gezien de standaarduitrusting en het vermogen van de auto eigenlijk een koopje. Zij het met één forse maar: dit betreft dan een auto zonder accu. Wil je een 75kWh-batterij? Dan ben je meteen 67.900 euro kwijt. En de 100kWh-versie? 76.900 euro!

Een hele smak geld, maar nog steeds concurrerend. Let wel, een gelijkwaardig aangeklede Audi Q4 eTron of een BMW iX1 kent ook een dergelijk prijskaartje. Nio heeft echter nog een troef in handen, want als je de accu koopt ben je niet in staat om gebruik te maken van de Swapstations. Je bent dan immers eigenaar van de batterij. Je zou ‘m dan ook kunnen leasen. Voor 169 euro krijg je een 75kWh accu en voor 289 euro de dikke batterij.

Aantrekkelijk, maar onthoud wel dat je dan in principe eigenaar bent van een lege huls. Zij het een fijne die zelfs jaren na aankoop nog kan worden geüpdatet met de laatste batterijtechnologie van dat moment.

Ontdek jouw perfecte elektrische auto

Vergelijk en vind de beste deals op Kieskeurig.nl

Vraag een offerte aan voor laadpalen:

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos