ID.nl logo
Review Poco F5 Pro - Mooi en degelijk toestel voor een prima prijs
Huis

Review Poco F5 Pro - Mooi en degelijk toestel voor een prima prijs

Bij de naam Poco gaat er wellicht niet meteen een belletje bij je rinkelen, maar als we het moederbedrijf van dit smartphonemerk noemen wellicht wel, want dat is namelijk Xiaomi. De Poco F5 Pro is het nieuwste model; een vlotte smartphone met goede hardware.

Uitstekend
Conclusie

We kunnen niet anders concluderen dat Poco met deze F5 Pro een nagenoeg perfecte telefoon heeft afgeleverd voor een mooie prijs. De hardware is goed op orde. De gekozen processor is wellicht niet de nieuwste, maar dat heeft juist een positieve invloed op de prijs. Belangrijk is natuurlijk ook dat alle hardware goed op elkaar is ingesteld, en dat is het geval; haperingen komen niet voor en alle apps draaien vlot. De Poco maakt verder prima foto's, misschien niet hele professionele, maar voor vakantie of tussendoor is de kwaliteit voldoende. De MIUI-schil is misschien niet voor iedereen weggelegd, zeker wanneer je stock-Android gewend bent, veel opties hebben andere benamingen en zitten niet allemaal op de plek waar je ze zou verwachten. Maar dat is een kwestie van wennen. Wel is het jammer dat er ook veel overbodige apps zijn voorgeïnstalleerd en dat je veel moeite moet doen om alle meldingen uit te schakelen.

Plus- en minpunten
  • Solide kwaliteit
  • Vlotte hardware
  • Veel opslagruimte
  • Veel overbodige software
  • MIUI-schil niet altijd even logisch
  • Gladde behuizing

De Poco F5 Pro is uitgerust met een Snapdragon 8 Gen 1 Plus- cocta-core processor op 3GHz en die zorgt voor uitstekende prestaties. Die chip is niet het nieuwste model, maar kan nog steeds goed meekomen als het aankomt op snelheid en - ook niet onbelangrijk - energiezuinigheid.

Vlotte telefoon

Het toestel draait alle apps en games soepel, zelfs bij intensief multi-tasken. Afhankelijk van de variant die je kiest, komt het toestel met 8 of 12GB aan werkgeheugen en 256GB of 512GB aan opslagruimte. Het toestel dat wij hebben getest heeft 256GB opslag en 12GB geheugen. Qua kleur heb je niet veel keuze, de Poco is er alleen met zwarte of witte achterkant. De telefoon is voorzien van een flinke accucapaciteit van 5160mAh, maar aan het gewicht of de dikte is dat niet te merken, want de telefoon ligt niet te zwaar in de hand; hij weegt 204 gram en is 8.5 mm dik. Enig nadeel is wellicht dat de achterkant glad is en daardoor wel sneller van gladde ondergronden kan glijden, maar dat is niet iets dat je niet zou kunnen oplossen door middel van een hoesje.

Scherm

Het scherm van de Poco F5 Pro is een 6.67 inch AMOLED-display op 120Hz en geeft mooie, heldere kleuren weer en een goede kijkhoek. Het schermglas loopt aan de zijkanten bijna door tot de rand, er blijft nog een dunne bezel over. Verder is het ontwerp van deze telefoon zeer eenvoudig, maar voelt het tegelijkertijd ook stevig en solide aan: er is duidelijk nagedacht over de (bouw)kwaliteit.

Het scherm kent twee modi: 2400x1080 (FHD+) of 3200x1440 (WQHD+). De eerste keer dat je de telefoon start, wordt de FHD+-resolutie gebruikt; deze stand is energiezuiniger en je doet langer met je batterij. Wil je scherper beeld, dan kies je voor de WQHD+-modus, maar dit heeft dan wel effect op de accuduur. Hoeveel dat precies scheelt, is echter moeilijk te bepalen, want als je scherm sowieso standaard na een aantal seconden of minuten uitschakelt, bespaar je natuurlijk ook stroom. Zelfs de telefoon kan de resolutie automatisch terugzetten op FHD+, als je dat wenst.

De camera steekt- waarover verderop meer - aan de achterzijde met zijn drie ingebouwde lenzen wel een aantal millimeters uit, waardoor je de telefoon niet plat op een vlakke ondergrond kunt leggen. Uiteraard heeft Poco gekozen voor een Gorilla Glass 5-scherm dat goede bescherming tegen krassen en beschadigingen, dit glas op voor zowel de voorkant als de achterkant toegepast.

Dat geeft een mooi, luxe uitstraling, maar een nadeel is dat het toestel hierdoor vrij glad is, en hierdoor makkelijker uit je handen of van een tafel of bank af kan glijden. Een hoesje zou dus geen overbodige luxe zijn bij deze telefoon.

Software

De Poco F5 Pro is voorzien van Android 13 en wordt later geüpgraded naar Android 14. Net zoals we dit zien bij de Xiaomi-smartphones is ook de Poco voorzien van een eigen schil bovenop Android, MIUI 14. Over het algemeen werkt deze interface intuïtief, maar is het wellicht even wennen als je de standaard Android-omgeving gewend bent; sommige functies zitten net even op een andere plek of hebben een andere benaming. Neemt niet weg dat de telefoon vlot draait en alle apps snel zijn te openen.

Zoals we dit ook zien bij toestellen van Xiaomi is ook op de Poco F5 veel - we hebben er helaas geen ander woord voor - bloatware voorgeïnstalleerd. Veel van die apps voegen eigenlijk weinig toe aan de telefoon, behalve misschien de Poco-app voor batterijoptimalisatie. We snappen dat een goedkope telefoon meer voorgeïnstalleerd apps heeft, maar deze Poco F5 Pro valt meer in het middensegment en is niet aan de goedkope kant. In dat geval zou je er eigenlijk vanuit moeten gaan dat de telefoon aardig schoon is bij de eerste configuratie. Veel gebruikers zitten niet te wachten op aparte muziekapps of het standaardrijtje aan apps van Amazon, AliExpress, Booking.com en WPS Office. Door de aanwezigheid van extra apps ben je in eerste instantie wellicht meer tijd kwijt met het verwijderen van die apps dan het daadwerkelijke instellen van je telefoon. Door al die apps oogt alles wat rommelig en druk.

Tijdens het gebruik van de telefoon word je regelmatig lastiggevallen door reclamemeldingen op het thuisscherm van apps die je nog niet hebt gebruikt. Bijvoorbeeld de Thema-app of de back-up-app. We hebben nergens kunnen vinden hoe je deze meldingen helemaal kunt uitschakelen, behalve dan via de instellingen van die app zelf. Maar dat moet je dus telkens handmatig doen.

Deze van MIUI afkomstige banners moet je per app handmatig uitschakelen.

Flinke accu

De Poco F5 Pro heeft een 5160 mAh-accu en die is goed voor ruim een dag werken met de telefoon bij normaal gebruik. Dat komt mede door de energiezuinige Snapdragon-processor en de softwareoptimalisatie. Je kunt de telefoon opladen met de bijgeleverde lader van 67 Watt, maar draadloos opladen kan ook; dat is dan wel beperkt tot 30 Watt. Het volledige opladen via de lader duurde zo'n drie kwartier en draadloos neemt dit ongeveer een uur in beslag.

Camera's

De Poco F5 Pro heeft drie sensors aan de achterzijde in een compacte module die - zoals eerder genoemd - ietsje uitsteekt. De technische specificaties van de camera zijn redelijk, maar zeker niet de beste op dit moment. Toch maakt de hoofdcamera aan de achterzijde met 64 megapixel-camera prima en gedetailleerde foto's met mooie, sprankelende kleuren. De camera heeft een 2x optische zoom, softwarematig kun je dat oprekken tot 10x, maar de kwaliteit valt dan wel tegen.

Softwarematig 10x inzoomen levert minder fraaie plaatjes op.

Verschillende softwaremodi laten je de mooiste foto's maken onder elke omstandigheid. Foto's in donkere omgevingen komen goed uit de verf, daar weet de Poco F5 Pro goed raad mee.

In goed licht maakt de Poco F5 Pro prima foto's.

De autofocus is soms wat traag waardoor het even duurt voordat de camera scherpstelt. De bediening is verder erg rap, gemaakte foto's zijn direct te bekijken zonder dat er nog bewerking hoeft plaats te vinden.

Soms gaat het scherpstellen wat lastig, maar de kleuren zijn prima.

Prima geluid

De speakers van de Poco F5 Pro vind je aan de onderzijde en bovenzijde en biedt op die manier stereo-geluid. Deze produceren mede dankzij Dolby Atmos een mooi, ruimtelijk geluid, als had er wat ons betreft wel iets meer bas aanwezig mogen zijn.

Wel kun je de audio naar eigen smaak instellen met de uitgebreide equalizer, die is immers voor iedereen anders. Dolby Atmos kun je in- of uitschakelen, afhankelijk van hoe je de telefoon gebruikt: audio afspelen via de speakers of oordopjes. Een 3.5 minijack ontbreekt, dus je moet via usb-c of Bluetooth geluid afspelen, maar dat is zeker geen minpunt op hedendaagse telefoons.

Conclusie

We kunnen niet anders concluderen dat Poco met deze F5 Pro een nagenoeg perfecte telefoon heeft afgeleverd voor een mooie prijs. De hardware is goed op orde. De gekozen processor is wellicht niet de nieuwste, maar dat heeft juist een positieve invloed op de prijs. Belangrijk is natuurlijk ook dat alle hardware goed op elkaar is ingesteld, en dat is het geval; haperingen komen niet voor en alle apps draaien vlot. De Poco maakt verder prima foto's, misschien niet hele professionele, maar voor vakantie of tussendoor is de kwaliteit voldoende.

De MIUI-schil is misschien niet voor iedereen weggelegd, zeker wanneer je stock-Android gewend bent, veel opties hebben andere benamingen en zitten niet allemaal op de plek waar je ze zou verwachten. Maar dat is een kwestie van wennen. Wel is het jammer dat er ook veel overbodige apps zijn voorgeïnstalleerd en dat je veel moeite moet doen om alle meldingen uit te schakelen.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.