ID.nl logo
Review Huawei Mate X6 – Fijn toestel met duidelijke kanttekeningen
© Wesley Akkerman
Huis

Review Huawei Mate X6 – Fijn toestel met duidelijke kanttekeningen

Terwijl Huawei de aandacht trekt met de Mate XT, een smartphone met twee vouwlijnen, brengt het tegelijkertijd de Mate X6 uit. Dit model heeft een enkele vouwlijn – je zou het inmiddels bijna traditioneel kunnen noemen. Tijd voor een uitgebreide review.

Goed
Conclusie

De Huawei Mate X6 is in veel opzichten een typische Huawei-smartphone. De bouwkwaliteit is uitstekend, de camera's presteren goed en het softwarepakket is even overzichtelijk als soepel. Het vouwen gaat met een groot gemak en de vouwlijn is niet per se zichtbaarder dan op de Fold-modellen van Samsung. Al met al een indrukwekkende smartphone. Toch zijn er ook minpunten. Zo kun je geen Android-apps downloaden, waardoor je bepaalde apps moet missen die je wellicht gewend bent. Daarnaast blijft Huawei vaag over de gebruikte processor en het updatebeleid, wat onzekerheid schept. De chipset is prima voor alledaagse taken, maar steekt op dit prijsniveau ongunstig af tegen de concurrentie. En als je 2000 euro neertelt, wil je meer dan een midrange processor. Ben je een groot Huawei-fan? Dan kun je het overwegen — mits de prijs gaat zakken.

Plus- en minpunten
  • Bouwkwaliteit
  • Camera's
  • Toegankelijke software
  • Fijne vouw
  • Open- en dichtvouwen gaat goed
  • Premium en sierlijk
  • Onduidelijkheid over processor
  • Onduidelijk updatebeleid
  • Appbeperkingen
  • Hoog prijskaartje

Een vouwbaar toestel zoals de Huawei Mate X6 traditioneel noemen is zowel een compliment als een teken dat dit soort toestellen inmiddels helemaal ingeburgerd is. Misschien lopen we op de ID-redactie wat voor als het gaat om smartphonetrends, maar vouwbare smartphones zijn een beetje de magie verloren waarmee ze zeven jaar geleden in de markt gezet werden. De nieuwigheid is eraf, maar dat betekent niet dat ze niet meer bijzonder kunnen zijn. Met een prijskaartje van 1.999 euro zou de Huawei Mate X6 dat in elk geval wél moeten zijn.

Voor dat bedrag haal je een smartphone in huis met 12 GB aan werkgeheugen en 512 GB aan interne opslagruimte. Ter vergelijking: een Galaxy Z Fold 6 met dezelfde configuratie heeft een adviesprijs van net iets meer dan 1800 euro. Daar krijg je overigens een veel betere processor voor terug. In de Mate X6 zit mogelijk (zie kader hieronder) de Kirin 9020. Op papier valt deze processor qua prestaties tussen de Google Tensor G2 en G3 (de cpu's uit de Pixel 7 en Pixel 8). De 9020 doet het slechter dan de Snapdragon 8s Gen 3, maar scoort wel beter dan de 7s Gen 3. Dat zijn allebei midrange chipsets.

©Wesley Akkerman

©Wesley Akkerman

Welke processor? Huawei bevestigt nooit welke processor er in een smartphone of tablet zit, maar verschillende bronnen melden dat het gaat om de Kirin 9020. Daar baseren wij onze bevindingen verder op.

In-house ontwikkeld

Technisch gezien betaal je 2000 euro voor een premium smartphone met een midrange processor—geen ideale combinatie. Maar als je niet zo met chipsets bezig bent, merk je dat misschien niet eens. De vraag is vooral: hoe presteert hij in de praktijk, en voelt het alsof je iets tekortkomt? Een groot voordeel van de cpu is dat hij in-house is ontwikkeld, waardoor Huawei de software er optimaal op kan afstemmen. Daardoor heb je in de basis een vlot ogend en aanvoelend systeem, dat dagelijkse taken moeiteloos hanteert.

De smartphone houdt zich redelijk staande bij dagelijks gebruik. Apps openen snel, animaties ogen vloeiend en haperingen blijven uit. Omdat de Mate X6 niet op Android draait, konden we onze gebruikelijke tests met specifieke apps en games niet uitvoeren. We hebben dus met andere tools getest dan we normaliter gebruiken. Daaruit blijkt dat het toestel best wat belasting aankan zonder echt heet te worden. Games draaien over het algemeen prima, maar voor de hoogste grafische instellingen moet je concessies doen op de framerate.

©Wesley Akkerman

©Wesley Akkerman

Fijne klik

Je merkt wat warmteontwikkeling bij het luxe ogende ecoleer op de achterkant en het aluminium frame, maar bij Samsung ligt dat niveau hoger. Dat komt deels doordat Samsungs processor krachtiger is dan die van Huawei, maar ook minder ingespeeld op de rest van de hardware. De Mate X6 straalt sowieso hoogwaardigheid uit met zijn afgeronde hoeken en relatief platte ontwerp. Dichtgeklapt is hij ongeveer even dun als een Pixel 9 Pro XL. Aan de binnenkant is de vouwlijn nauwelijks zichtbaar, tenzij het licht er precies op valt. Enfin, hier scoort Huawei punten mee.

Met je vinger voel je de vouwlijn wel: twee kleine bobbels vlak achter elkaar. Dat is echter niet anders bij de concurrentie. Openklappen gaat soepel, terwijl dichtvouwen gepaard gaat met een fijne klik. Het enige wat we minder vinden, is het IP-certificaat. Dit is een X8-variant, waardoor het toestel minder goed bestand is tegen stof en vuil dan Samsungs vouwmodellen. Maar goed, vouwtelefoons en zand gaan sowieso niet samen als je krassen en andere schade wilt voorkomen.

©Wesley Akkerman

Weergaloos 7,93-inch display

Aan de voorkant zit een 6,45-inch scherm, hoog en smal zoals bij veel vouwmodellen. Dit kan ervoor zorgen dat sommige apps en content wat krapper aanvoelen, simpelweg omdat er minder breedte is. Uitgevouwen krijg je echter een weergaloos 7,93-inch display, met een hoge verversingssnelheid, diepe kleuren en een prettige kleurtemperatuur. Beeldmateriaal komt hier uitstekend op tot zijn recht. Beide schermen maken gebruik van oled-technologie.

De Huawei Mate X6 breekt geen records op het gebied van de maximale helderheid, maar met een maximum van 1800 nits blijft het scherm ook op zonnige dagen goed afleesbaar. Je zou kunnen zeggen dat meer dan dit niet nodig is. Maar sommige consumenten en fabrikanten vinden het fijn als bepaalde cijfertjes hoger zijn dan elders, omdat het een verkoop- of juist aankoopargument kan zijn. Hoe dan ook, over de beeldkwaliteit van beide schermen valt qua prestaties eigenlijk niets te klagen.

©Wesley Akkerman

©Wesley Akkerman

Overzichtelijk en toegankelijk

Over het besturingssysteem an sich hebben we ook weinig klachten. Zoals bekend draaien de apparaten van de Chinese fabrikant niet meer op Android, maar het besturingssysteem op de X6 is wel hevig geïnspireerd door Android 12. Wie bekend is met toestellen van Xiaomi en Oppo zal de systeemindeling herkennen. Alles oogt overzichtelijk en opties staan op de plekken waar je ze zou verwachten. Ook het snelmenu biedt soelaas in veel situaties. Het systeem, dat EMUI 15 heet, is toegankelijk, ook voor de mensen die wat minder techwijsheid hebben.

Huawei heeft daarnaast geen rechten meer om Android-apps te gebruiken. Voor sommige mensen een minpunt (want die zijn ze immers gewend) en voor anderen juist een pluspunt (want er is een Google-alternatief). De AppGallery biedt tegenwoordig veel apps aan die je elders ook aantreft, maar de kans is groot dat je iets mist. Google-apps zijn met een technische omweg te gebruiken, maar functioneren dan niet altijd helemaal lekker. Kortom: aan de appervaring kan het schorten. Ook is het zo dat het toestel meteen volstaat met allerlei (overbodige) apps.

Testfoto's Huawei Mate X6

Slide
Slide
Slide
Slide
Slide
Slide
Slide
Slide

Indrukwekkende camera's

Tot slot kijken we nog even naar de drie camera's achterop. Dit zitten verwerkt in een opvallende en stijlvolle module, waardoor het geheel minder standaard oogt. Het gaat om een groothoeklens van 50 megapixel, een telelens van 48 megapixel (die vier keer optisch kan inzoomen) en een ultragroothoeklens van 40 megapixel. Vooral de professionele stand van het apparaat biedt veel mogelijkheden met betrekking tot focus, lichtinval, kleurgebruik, enzovoorts. Dat maakt het camerasysteem even volwaardig als uitgebreid. Maar als je daar allemaal geen zin in hebt: geen probleem. Dan gebruik je gewoon een van de andere standen.

De beelden ogen over het algemeen scherp, levendig en natuurlijk. Er is geen sprake van overdreven bewerking of kunstmatige opsmuk. En hoewel de Mate X6 avondfoto's goed vastlegt, kan de belichting soms nét te ver doorschieten, waardoor een opname onnatuurlijk fel oogt. Inzoomen gaat soepel, maar de ultragroothoeklens stelt iets teleur. Die maakt beelden soms zachter dan ze in werkelijkheid zijn.

©Wesley Akkerman

Huawei Mate X6 kopen?

Onderaan de streep is de Huawei Mate X6 in veel opzichten een typische Huawei-smartphone. De bouwkwaliteit is uitstekend, de camera's presteren goed en het softwarepakket is even overzichtelijk als soepel. Het vouwen gaat met een groot gemak en de vouwlijn is niet per se zichtbaarder dan op de Fold-modellen van Samsung. Al met al een indrukwekkende smartphone.

Toch zijn er ook minpunten. Zo kun je geen Android-apps downloaden, waardoor je bepaalde apps moet missen die je wellicht gewend bent. Daarnaast blijft Huawei vaag over de gebruikte processor en het updatebeleid, wat onzekerheid schept. De chipset is prima voor alledaagse taken, maar steekt op dit prijsniveau ongunstig af tegen de concurrentie. En als je 2000 euro neertelt, wil je meer dan een midrange processor. Ben je een groot Huawei-fan? Dan kun je het overwegen — mits de prijs gaat zakken.


▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.