ID.nl logo
Review: Fairphone 5 is voorbeeld voor de smartphone-industrie
© ID.nl
Huis

Review: Fairphone 5 is voorbeeld voor de smartphone-industrie

Een smartphone levert je veel plezier op, maar is ook belastend voor het milieu. En het is over met de pret als je je toestel per ongeluk laat vallen en een reparatie dusdanig duur blijkt te zijn dat je dan liever gelijk een nieuw model koopt. Het Nederlandse Fairphone is een voorbeeld voor de smartphone-industrie, want de nieuwe Fairphone 5 is zo duurzaam mogelijk gefabriceerd, zelf te repareren en krijgt minimaal acht jaar software-updates. In deze Fairphone 5-review lees je alles over het toestel.

Uitstekend
Conclusie

De Fairphone 5 is niet voor iedereen de beste smartphone, maar wel de beste keuze als je geeft om mens en milieu, en/of als je je toestel zo lang mogelijk wilt gebruiken.

Plus- en minpunten
  • Zo duurzaam mogelijk
  • Zelf te repareren
  • Acht tot tien jaar software-updates
  • Mindere specificaties
  • Kortere accuduur

Fairphone is dertien jaar geleden ontstaan als een beweging om de elektronicaketen te verduurzamen. Het is de enige Nederlandse smartphonemaker en tevens de meest duurzame telefoonfabrikant ter wereld. De Fairphone 5 is het nieuwste model, nu te koop voor een adviesprijs van 699 euro. Goedkoop is hij dus niet, zeker niet met de specificaties van de smartphone in gedachten. Die doen meer denken aan een midrange smartphone van 499 euro. Maar Fairphone heeft sterke argumenten om zijn adviesprijs te rechtvaardigen.

©Rens Blom

De Fairphone 5 is bedacht in Nederland.

Duurzaam karakter

Het duurzame karakter van de Fairphone 5 werkt prijsverhogend. De grondstoffen die gedolven zijn voor de smartphone, komen zoveel mogelijk uit fairtrade-mijnen en andere mijnen waar de fabrikant de werkomstandigheden van arbeiders en milieu-impact kan controleren.

Ook de Chinese fabrieksarbeiders die de smartphone in elkaar zetten, verdienen een normaal salaris. Veel concurrerende telefoonmakers melden weinig tot niets over de herkomst van hun grondstoffen en de werkomstandigheden op de productielocatie. Fairphone publiceert jaarlijks een rapport dat onder andere inzichtelijk maakt met welke partijen het merk samenwerkt. Verder recyclet het bedrijf 212 gram elektronica-afval voor elke verkochte Fairphone 5; het gewicht van de telefoon.

De laatste factoren die bijdragen aan de relatief hoge prijs van de Fairphone 5 zijn de garantie en software-ondersteuning. De Fairphone 5 heeft vijf jaar fabrieksgarantie, wat veel langer is dan de verplichte twee jaar. Het is zelfs langer dan de drie jaar die Nokia geeft op sommige modellen. Daarnaast belooft de fabrikant acht jaar software-updates. Dat is langer dan Samsung (vijf jaar), Apple (zes jaar) en Google (zeven jaar). Fairphone hoopt zelfs tien jaar updates te leveren, maar kan die laatste twee jaar niet garanderen.

©Rens Blom

In de doos zit alleen een smartphone, verder niets.

Repareren

De fabrikant wil dat jij zo lang mogelijk met de Fairphone 5 kan doen, want dat is pas echt goed voor het milieu. Daarom is de smartphone zo ontworpen dat je hem grotendeels zelf kunt repareren.

De achterkant klik je binnen drie seconden met je vingers los, waarna je de accu op dezelfde manier verwijdert. Onderdelen als het scherm, de camera’s voor- en achterop, en de usb-c-poort zijn via een kleine kruiskopschroevendraaier eenvoudig te vervangen. Je haalt de minuscule schroefjes zo los, maar raak ze niet kwijt!

Fairphone verkoopt de reserve-onderdelen via zijn eigen webwinkel en geeft reparatie-instructies. De onderdelen blijven jarenlang beschikbaar, zo belooft de fabrikant. In de praktijk is het inderdaad bijzonder makkelijk om onderdelen te vervangen. En ben je er zelf wat huiverig voor, dan weten we zeker dat iemand in jouw omgeving het wel kan doen.

De eenvoud van repareren is een verademing vergeleken met een smartphone van Samsung of Apple. Bij die modellen (en die van de meeste andere gangbare merken) is de accu bijvoorbeeld vastgelijmd en het vervangen van een kapot scherm moet meestal door een reparateur gedaan worden, wat snel honderden euro’s kost.

©Rens Blom

De accu is eenvoudig los te klikken, andere onderdelen vereisen een klein schroevendraaiertje.

Als smartphone zelf presteert het toestel wisselend. Het modulaire ontwerp komt verrassend stevig over, ligt prettig in de hand en de door ons geteste versie met transparante achterkant ziet er gaaf uit. Hij heeft echt een eigen smoel.

Ook de schone Android-software – zonder aanpassingen van Fairphone – bevalt ons goed. Nu is het afwachten of het merk zijn updatebelofte waar kan maken. Door het updatebeleid van de oudere Fairphone-telefoons hebben we positieve verwachtingen, al heeft het merk regelmatig heel lang nodig om een Android-versie-update beschikbaar te stellen.

©Rens Blom

Drie screenshots van de software naast elkaar.

Specificaties

De pijnpunten van de Fairphone zitten ’m in de specificaties. Die zijn – we zeiden het al – niet vergelijkbaar met andere telefoons in dit prijssegment. De camera’s zijn prima, maar beduidend minder goed dan gebruikelijk.

©Rens Blom

Linksboven: de hoofdcamera, rechtsboven: de groothoekcamera, onder: 2x ingezoomd via de hoofdcamera.

Het oledscherm oogt kleurrijk en scherp, maar de maximale helderheid van het scherm is aan de lage kant. Het scherm is daarom minder goed leesbaar op een zonnige dag.

©Rens Blom

Het scherm is binnen goed af te lezen, maar buiten in de zon minder.

Ook de accuduur valt tegen, vermoedelijk door de relatief kleine accucapaciteit van 4200 mAh. We moeten de smartphone regelmatig bij het avondeten al aan de oplader leggen. De korte accuduur is met name onderweg vervelend, maar ook eenvoudig op te lossen omdat de batterij te verwisselen is. Met een extra accu in je zak ben je dus altijd verzekerd van een volledig opgeladen smartphone.

Opladen via de usb-c-poort gaat overigens snel als je de juiste oplader regelt. Er zitten uit milieuoverwegingen geen usb-kabel en stroomadapter in de doos. Met een usb-pd-lader van 30 watt laad je de Fairphone 5 het snelst op, namelijk binnen een uur.

Conclusie: Fairphone 5 kopen?

De in Nederland ontworpen Fairphone 5 is een lichtend voorbeeld voor de smartphone-industrie. Zo duurzaam mogelijk gefabriceerd, met minimaal acht jaar software-updates en door de gebruiker zelf te repareren. Interessant voor wie geeft om mens en milieu, maar ook voor wie zo lang mogelijk met zijn telefoon wil doen.

Qua specificaties biedt de Fairphone 5 minder dan je in dit prijssegment zou verwachten, maar aan duurzaamheid hangt een meerprijs die voor de doelgroep van de Fairphone 5 zwaarder zal wegen dan een iets betere camera of een wat feller scherm.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.