ID.nl logo
Recht op reparatie: wat houdt het in en waarom is het belangrijk?
© Rabanser - stock.adobe.com
Huis

Recht op reparatie: wat houdt het in en waarom is het belangrijk?

Als een apparaat defect raakt, valt het niet altijd mee om het te repareren. Fabrikanten houden de drempel voor reparatie vaak bewust hoog, omdat ze liever nieuwe apparaten verkopen. Zelfs al krijg je het apparaat open en kun je het defecte onderdeel eruit halen, dan nog is het een hele toer om een (schappelijk geprijsd) vervangend onderdeel te vinden. Gelukkig komt er Europese wetgeving aan, die ons het recht geeft om onze apparaten te repareren.

In het kort
In een tijd waarin duurzaamheid en het milieu steeds belangrijker worden, klinkt de roep om repareerbare elektronische apparaten luider. Europese burgers willen hun apparaten liever repareren dan vervangen, en daarom zijn consumentenorganisaties en beleidsmakers bezig om de repareerbaarheid van producten te verbeteren. In dit artikel nemen we een duik in de recht op reparatie beweging. We behandelen het volgende: - Het belang van reserveonderdelen - De rol van lobby's en fabrikanten - Circulaire economie en het recht op reparatie

Geïnteresseerd in duurzaamheid? Lees dan ook: Wat is het beste moment om over te stappen op een warmtepomp?

In een enquête van Eurobarometer in 2020 antwoordde 77 procent van de ondervraagde Europese burgers dat ze hun apparaten liever repareren dan vervangen. Bijna 80 procent vond ook dat fabrikanten verplicht moeten worden om het repareren van digitale apparaten of het vervangen van onderdelen gemakkelijker te maken. Als de apparaten daardoor duurder worden, nam dit laatste percentage overigens af tot 40 procent. 

Reserveonderdelen 

Consumentenorganisaties lobbyen al jaren voor een betere repareerbaarheid van producten, en fabrikanten willen dat doorgaans tegenhouden. Zij verdienen immers meer aan een nieuw apparaat, of ze willen dat reparaties alleen door hun eigen reparateurs uitgevoerd mogen worden, waarvoor ze dan een hoge prijs kunnen vragen. 

In 2019 nam de Europese Unie een eerste stap door wetgeving aan te nemen die fabrikanten van apparaten zoals koelkasten, (af)wasmachines en tv’s verplicht om hun apparaten eenvoudiger repareerbaar te maken. Fabrikanten moeten onder die regels ook vervangende onderdelen en reparatiehandleidingen beschikbaar stellen aan professionele reparateurs, en dat gedurende minstens zeven tot tien jaar nadat het product van de markt verdwenen is. Ze moeten die onderdelen ook maximaal in drie weken kunnen leveren. 

©pixel-shot.com (Leonid Yastremskiy)

Koelkasten moeten eenvoudiger te repareren zijn volgens de Europese Unie. 

Gelobby van fabrikanten 

Die regels over het ter beschikking stellen van vervangende onderdelen waren belangrijk, maar bleven door het gelobby van de fabrikanten redelijk beperkt. Zo is een maximale levertermijn van drie weken wel heel lang als je opgescheept zit met een defecte wasmachine of tv. Fabrikanten mogen ook de eerste twee jaar na de lancering van een product toegang tot vervangende onderdelen en handleidingen beperken om een initieel monopolie op reparaties te behouden. En de fabrikanten mogen vervangende onderdelen in bundel aanbieden. Door bijvoorbeeld alleen de volledige trommel van een wasmachine aan te bieden, maar niet de onderdelen daarvan, wordt vervanging van een klein defect onderdeel veel duurder. 

Bovendien hebben de fabrikanten bedongen dat vervangende onderdelen en reparatiehandleidingen alleen aan professionele reparateurs geleverd mogen worden. Fabrikanten zijn dus niet verplicht om onderdelen te leveren of informatie beschikbaar te stellen aan consumenten die liever zelf de reparatie uitvoeren. En producten zoals smartphones en computers vallen sowieso niet onder de regelgeving. 

©Paolese - stock.adobe.com

Wasmachine defect? Dan moet vaak de hele trommel eruit omdat de fabrikant geen kleinere vervangende onderdelen levert. 

Circulaire economie 

In 2020 stelde de Europese Commissie het Circular Economy Action Plan voor. Daarmee wilden ze de Europese economie vernieuwen door middel van duurzame producten, diensten en businessmodellen. Het recht op reparatie van apparaten, en in het bijzonder smartphones, werd in dit plan expliciet vermeld als een prioriteit. 

Maar al snel werd Europa overrompeld door Covid-19, waardoor het plan voor een circulaire economie wat op de achtergrond raakte. Ondertussen waren er ook voorstellen gekomen om repareerbaarheidsscores voor producten te verplichten. De fabrikanten probeerden die verplichting te vervangen door vrijwilligheid en door de industrie zelf gereguleerde schema’s, maar uiteindelijk stemde het Europese Parlement (nipt) voor het rapport. 

Serienummers controleren 

Ondertussen was er een zorgwekkende trend aan de gang onder fabrikanten van smartphones en andere elektronische producten. Apple begon onderdelen van zijn iPhones van unieke serienummers te voorzien en die tijdens het opstarten van je telefoon te controleren. Als je dan een defect onderdeel vervangt, ziet je telefoon dat het serienummer van het nieuwe onderdeel niet bij je telefoon hoort en krijg je een waarschuwing te zien of werkt bepaalde functionaliteit niet meer. Zo wordt Face ID bijvoorbeeld uitgeschakeld als je het scherm van je iPhone 13 vervangt, ook al is het door een officieel Apple-scherm. 

Om zo’n waarschuwing weg te krijgen of de softwarematig uitgeschakelde functionaliteit te herstellen, moet na vervanging het serienummer van het nieuwe onderdeel geregistreerd worden. Dat is een extra barrière voor wie zelf zijn iPhone wil repareren en voor onafhankelijke reparateurs, want alleen reparateurs die tot het officiële netwerk van Apple behoren, kunnen nieuwe onderdelen registreren. 

©Carlos Lorite - stock.adobe.com

Apple controleert in zijn software de serienummers van iPhone-onderdelen. 

De Right to Repair-campagne 

In 2019 startten enkele Europese organisaties de Right to Repair-campagne met als doel om het recht op te eisen om onze eigen apparaten te repareren. Inmiddels wordt de campagne ondersteund door meer dan honderd organisaties in heel Europa. Het gaat om repaircafés, milieuactivisten en organisaties uit de sociale economie. Maar ook iFixit schaart zich achter Right to Repair en de Nederlandse smartphonefabrikant Fairphone is eveneens lid. De organisatie probeert actief te lobbyen voor een Europese wetgeving die voldoende rekening houdt met de wensen van consumenten op het gebied van reparatie van apparaten.

Het netwerk van Right to Repair bestaat uit allerlei activistische organisaties, maar ook bedrijven zoals iFixit en Fairphone. 

Barrières voor reparatie 

Apple is wel met een programma gestart dat onafhankelijke reparateurs toegang geeft tot de tools om nieuwe onderdelen te registreren. Maar wie tot het programma wil toetreden, moet aan allerlei voorwaarden voldoen: je mag niet alle reparaties uitvoeren, je mag alleen onderdelen van Apple gebruiken, Apple kan onaangekondigd een audit doen, en je moet informatie over je klanten met Apple delen. Vanuit zakelijk oogpunt word je als reparateur dus in een strak keurslijf gedwongen. 

Reparateurs die hier niet aan meedoen, krijgen van hun klanten dan de vraag waarom ze op hun gerepareerde iPhone elke keer een waarschuwing te zien krijgen. Die klanten denken dan natuurlijk dat hun reparateur zijn werk niet goed uitgevoerd heeft, en gaan de volgende keer naar een ‘officiële’ Apple-reparateur. Maar die voert slechts een beperkt aantal reparaties uit, en zal de klant daardoor sneller tot een nieuwe aankoop overtuigen. 

©Parilov Egeniy

Apple eist dat onafhankelijke reparateurs aan allerlei strikte voorwaarden voldoen. 

Zelf repareren 

In een poging tegemoet te komen aan de vraag van klanten om hun apparaten zelf te repareren, is Apple in april 2022 met een zelfreparatieprogramma begonnen voor de iPhone 12, 13 en MacBooks. Ondertussen is dat uitgebreid naar acht Europese landen (onder andere België, maar Nederland niet). 

Hoewel het initiatief in theorie goed klinkt, blijft Apple volledig de controle behouden en nodigt de praktische uitwerking helemaal niet uit. Als je Apple namelijk vraagt om zelf je apparaat te repareren, krijg je twee gigantische dozen toegestuurd die samen meer dan 35 kg wegen. Daarin zit gespecialiseerd gereedschap en de bijbehorende handleiding om bijvoorbeeld je scherm te vervangen. Je huurt het gereedschap voor 60 euro per week, maar in de VS werd 1200 dollar van de creditcard gehaald als waarborg totdat het gereedschap weer in goede staat aan Apple was geretourneerd. Als dat in Europa op dezelfde manier gebeurt, werpt dat een hoge financiële drempel op. 

Vervangbare batterijen 

Smartphones, tablets, laptops en elektrische fietsen, ze bevatten allemaal een batterij. Steeds vaker is die batterij moeilijk te vervangen. De batterij is bijvoorbeeld gelijmd of zelfs gelast in het inwendige van het apparaat. Daardoor bepaalt de levensduur van de batterij de levensduur van het volledige product. En dat terwijl uit een studie uit 2021 door het European Environmental Bureau (een van de leden van de Right to Repair-campagne) bleek dat 42 procent van de reparaties van smartphones te maken hebben met de batterij. 

In 2020 stelde de Europese Commissie regelgeving voor om batterijen duurzamer en dus verwijderbaar en vervangbaar te maken. Eind 2022 was er een voorlopig akkoord tussen het Europese Parlement en de Europese Raad over de nieuwe regelgeving, en die legt heel wat voorwaarden op aan het produceren en aanbieden van batterijen. Alle nieuwe producten die op de markt komen, moeten vervangbare batterijen hebben. Specifieke vervangbare batterijen moeten bovendien te koop aangeboden worden tot vijf jaar nadat het product van de markt is verdwenen, en het is niet meer toegestaan om het serienummer van de batterij softwarematig te controleren om zo vervanging te hinderen. 

Als het Europese Parlement en de Europese Raad de regelgeving definitief goedkeuren, zal die uiteindelijk pas in 2026 of misschien zelfs in 2027 in werking treden. Bovendien hebben de fabrikanten uitzonderingen kunnen bedingen voor producten die in natte omstandigheden worden gebruikt, zoals elektrische tandenborstels. Maar het is een begin, en de richting is duidelijk uitgezet. 

Duurzame telefoons en tablets 

In november 2022 kwamen de Europese Commissie en de lidstaten regelgeving overeen specifiek gericht op telefoons en tablets. Het doel is het ontwerp van deze apparaten duurzamer te maken en eenvoudiger te repareren. Zo moeten fabrikanten aan professionele reparateurs én eindgebruikers tot zeven jaar nadat een product van de markt is verdwenen, toegang geven tot vervangende onderdelen en informatie voor reparatie en onderhoud. Die vervangende onderdelen moeten binnen vijf dagen geleverd worden. Ook software-updates moeten minstens tot vijf jaar nadat een product van de markt is, beschikbaar blijven. 

Maar na een analyse door de initiatiefnemers van de Right to Repair-campagne blijken de regels nog te zwak om van een echt recht op reparatie te kunnen spreken. Zo mogen fabrikanten nog altijd reparaties tegenhouden door op serienummers te controleren. Een onafhankelijke reparateur moet dan na vervanging de fabrikant om toestemming vragen, en die kan dat weigeren als het niet om een origineel onderdeel gaat. Bovendien zijn de onderdelen waarover de regelgeving gaat, beperkt tot vijftien types, en voor eindgebruikers zelfs maar vijf. Zo krijgen gebruikers niet het recht om een externe audioconnector te vervangen; dat moet via een professionele reparateur gaan. 

Ook hier is de regelgeving een begin, met al zijn beperkingen, maar de richting is bepaald. Het ziet er dus echt naar uit dat consumenten in de (nabije) toekomst het recht krijgen om hun apparaten te repareren. 

Volgens de Right to Repair-beweging gaat Europa nog niet ver genoeg met zijn regelgeving. 

▼ Volgende artikel
Redesign van mobiele Netflix-app krijgt ruimte voor verticale video's
© ink drop - stock.adobe.com
Huis

Redesign van mobiele Netflix-app krijgt ruimte voor verticale video's

Netflix gaat dit jaar zijn mobiele app van een redesign voorzien. Daarbij komt er ruimte voor verticale video's om het verticale scherm van smartphones tegemoet te komen.

Dat kondigde co-CEO Greg Peters gisteren aan tijdens een gesprek met investeerders. De nieuwe interface van de mobiele app is nog niet getoond, maar moet ergens dit jaar uitkomen en Netflix helpen met "de uitbreiding van onze zaken gedurende het komende decennium".

Verticale video's

Netflix geeft aan dat het al sinds mei vorig jaar experimenteert met verticale video's. Daarbij worden er korte clips uit films en series van Netflix getoond in een verticaal formaat - iets wat voor smartphonegebruikers wereldwijd steeds natuurlijker voelt dankzij socialmedia-apps als TikTok en Instagram. Daarbij wordt het voor consumenten steeds normaler om videocontent op hun mobiel te kijken in plaats van op tv.

Netflix wil de opties voor verticale video's dus uitbreiden en de vernieuwde mobiele app die later dit jaar uit zal komen, moet dit mogelijk maken. Daarnaast wil het bedrijf ook meer stappen maken in de wereld van videopodcasts, waar de vernieuwde app ook geschikter voor moet worden. Deze week heeft Netflix de eerste exclusieve videopodcasts gedebuteerd.

Plannen van Netflix

De hierboven beschreven veranderingen lijken te suggereren dat Netflix zijn markt wil verbreden en het een en ander leert van populaire socialmediaplatforms. Tegelijkertijd blijft het streamingbedrijf investeren in nieuwe films en series.

Netflix wil ook nog altijd filmproductiebedrijf Warner Bros. overnemen, en daarmee dus ook HBO Max. Beide bedrijven zien de overname zitten, maar Paramount zit ertussen en wil Warner Bros. ook graag overnemen. Uiteindelijk beslissen aandeelhouders van Warner Bros. Daarom heeft Netflix de overnamedeal deze week nog wat verfijnd, waarbij er in meer 'contant' geld uitbetaald wordt in plaats van aandelen.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Hoe kies je de juiste powerbank?
© Tevarak Phanduang | NaMaKuki_2016
Huis

Hoe kies je de juiste powerbank?

Je bent onderweg en ziet dat je telefoon nog maar vijf procent batterij heeft. Op dat moment is een powerbank precies wat je nodig hebt. Alleen: welke? De juiste keuze begint met twee vragen: hoeveel energie heb je onderweg nodig en hoe snel moet die energie eruit kunnen?

In dit artikel

Je leest hier hoe je een powerbank kiest die past bij jouw gebruik. Je ziet waarom mAh op de verpakking niet alles zegt en hoe je met wattuur (Wh) beter ziet hoeveel energie een powerbank kan opslaan en afgeven.  Ook leggen we uit waar laadsnelheid vandaan komt, wat usb-c en Power Delivery doen en waarom de juiste kabel bij hogere vermogens belangrijk is. Tot slot krijg je tips voor het opladen van een tablet of laptop.

Lees ook: Slimme tips om energie te besparen op je smartphone

Capaciteit: mAh is handig, maar reken in Wh

In de specificaties van powerbanks zie je bijna altijd een getal in milliampère-uur (mAh). Maar daarbij moet je je wel realiseren dat dat niet het hele verhaal is. Fabrikanten geven die mAh vaak op bij de interne batterijspanning van de cellen in de powerbank (meestal rond 3,6 tot 3,7 volt). Jouw telefoon laadt meestal via 5 volt, en bij snelladen soms op 9 of 12 volt. Die omzetting kost energie.

Zie de powerbank als een watertank met een kraan die je moet omzetten naar een andere maat aansluiting. Dat omzetten levert altijd wat verlies op. Daarom haal je in de praktijk niet 10.000 mAh uit 10.000 mAh. Reken grofweg met een bruikbare opbrengst die vaak ergens rond de 60 tot 80 procent ligt, afhankelijk van de kwaliteit van de elektronica en hoe je laadt. Met 10.000 mAh kun je een gemiddelde smartphone daarom meestal geen twee keer volledig vullen, maar eerder ongeveer anderhalf keer. Heb je een telefoon met een kleinere accu, dan kom je dichter bij de opgegeven twee keer; met een grotere accu haal je dat juist minder snel.

Wil je wat preciezer rekenen, kijk dan naar wattuur (Wh). Dat is de eenheid die echt iets zegt over hoeveel energie erin zit. Een eenvoudige omrekening helpt: Wh = (mAh × volt) / 1000. Staat er op de powerbank bijvoorbeeld 10.000 mAh bij 3,7 V, dan is dat ongeveer 37 Wh aan energie in de cellen, voordat je het omzetverlies meeneemt.

Powerbanks vergelijken

In de winkel zie je bijna altijd mAh als capaciteitsaanduiding. Zoals je hierboven hebt kunnen lezen is dat niet perfect. Maar omdat fabrikanten dezelfde soort cellen gebruiken en allemaal op dezelfde manier rekenen, kun je mAh wel gebruiken om powerbanks onderling te vergelijken. Heb je een powerbank gevonden die je wat lijkt, dan kun je bovenstaande berekening gebruiken om een meer realistisch beeld van het aantal keer opladen te krijgen.

View post on TikTok

Hoeveel capaciteit heb je echt nodig?

Als je vooral een extra lading voor je telefoon zoekt op een lange dag, dan zit je met 10.000 mAh in de praktijk vaak goed. Is 'bijna vol' al al genoeg, dan kan 5.000 mAh ook, maar reken er dan niet op dat je elke moderne smartphone die helemaal leeg is weer volledig volgeladen krijgt. Ga je een weekend weg of laad je meerdere apparaten op, dan is 20.000 mAh een logische stap. Je hebt dan meer oplaadcapaciteit, maar houd er wel rekening mee dat dat ook betekent dat de powerbank groter en zwaarder is.

Voor tablets geldt hetzelfde principe, alleen is de interne accu meestal groter dan die van een telefoon. Daardoor lijkt een powerbank die voor je telefoon prima is, bij een tablet ineens snel leeg. Dat is niet vreemd: je giet simpelweg meer water in een grotere emmer. Voor laptops ligt het net even anders: daar draait het niet alleen om capaciteit, maar vooral om het vermogen (wattage). Daar komen we zo op terug.


🔋Tot zover ging het over de hoeveelheid energie (mAh/Wh). De volgende stap is de afgifte: met welk vermogen (watt) kan de powerbank die energie aan je telefoon, tablet of laptop leveren? 


Snelheid: wattage maakt het verschil

Capaciteit zegt iets over hoe vaak je kunt laden. Snelheid gaat over wattage: hoeveel vermogen de powerbank kan leveren. Dat vermogen is vooral relevant als je snel wilt bijladen, of als je een tablet of laptop wilt opladen. USB-c is daarbij de norm geworden, en USB Power Delivery (PD) is de techniek waarmee lader en toestel afspraken maken over spanning en stroom. Je powerbank en je telefoon of laptop stemmen dat onderling af, zodat laden snel kan zonder dat het onveilig wordt. Daarvoor moeten de poort en je kabel het wel ondersteunen. Let daarom ook op de aansluitingen: usb-c heb je nodig voor snelladen met Power Delivery, terwijl usb-a vooral handig is als je oudere kabels of accessoires gebruikt.

©vadish - stock.adobe.com

Eén powerbank voor telefoon én laptop: waar je op let

Een laptop opladen vraagt meer dan een telefoon. Bij een telefoon kom je vaak weg met 10 tot 20 watt. Een laptop heeft meestal 45 watt of meer nodig, en veel modellen werken prettiger met 65 watt of hoger, zeker als je tijdens het laden ook blijft werken. De beste snelcheck is simpel: kijk naar het wattage van je eigen laptoplader. Dat is je richtgetal. Zit je daar ver onder, dan kan het laden extreem traag worden, of je laptop accepteert de lader helemaal niet.

Ook de juiste kabel is belangrijk. Voor hogere vermogens is niet elke usb-C-kabel geschikt. Tot ongeveer 60 watt (meestal 20 V bij 3 A) gaat het vaak goed met een kabel die expliciet 3 A ondersteunt. Ga je boven de 60 watt, dan heb je doorgaans een usb-c-kabel nodig die 5 A aankan. Zulke kabels hebben meestal een kleine chip in de stekker, een zogeheten e-marker. Die chip vertelt aan de powerbank en je laptop dat de kabel veilig meer stroom kan verwerken. Zie het als een identiteitsbewijs: zonder e-marker schakelt het systeem vaak terug naar een lagere stand, zodat het laden langzamer gaat en de kabel niet te warm wordt. Kijk in de specificaties of op de kabel zelf of er 3 A (tot circa 60 W) of 5 A (voor hogere vermogens) staat; dat is de snelste check. 

Formaat en gewicht: energie weegt nu eenmaal wat

Meer capaciteit betekent meestal meer cellen, en dus meer gewicht. Een powerbank van 20.000 mAh zit vaak ergens in de buurt van 350 tot 500 gram. Dat voelt in een jaszak al snel log. In een rugtas valt het mee. Stel jezelf dus de vraag: wil je elke dag een kleine powerbank mee voor noodgevallen, of is dat voor jou niet genoeg en ga je dus voor een grotere powerbank? 

Veiligheid: kies niet alleen op prijs

Bij draagbare accu's wil je geen twijfel over veiligheid. Een powerbank hoort bescherming te hebben tegen oververhitting, overladen en kortsluiting, maar bij heel goedkope modellen is dat niet altijd goed geregeld. De kans dat het misgaat is klein, alleen zijn de gevolgen groot als het wél gebeurt. Kies daarom liever een merk dat laat zien hoe het met veiligheid omgaat en dat testnormen en keurmerken gewoon vermeldt. Je hoeft die standaarden niet uit je hoofd te leren, maar het helpt als een merk concreet zegt welke testen en keurmerken het gebruikt. 

Zo kies je de juiste powerbank

 De juiste powerbank kies je door stap voor stap te bepalen wat je nodig hebt: eerst de hoeveelheid energie (liefst in Wh, met mAh als praktische indicatie), daarna de laadsnelheid (wattage en PD), en pas daarna pas de vorm en het gewicht. Voor dagelijks gebruik zit je vaak goed met een compacte powerbank rond 10.000 mAh met usb-c en Power Delivery. Wil je meer capaciteit zodat je meerdere keren kunt opladen (of ook je tablet opladen), dan is 20.000 mAh logischer. Houd er dan wel rekening mee dat de powerbank zwaarder wordt. Wil je ook een laptop kunnen laden, kijk dan naar het wattage van je laptoplader en kies een powerbank die dat vermogen via usb-c PD kan leveren, inclusief een kabel die geschikt is voor dat hogere vermogen.