ID.nl logo
LG Nexus 5X - Oude idealen verwaterd
© Reshift Digital
Huis

LG Nexus 5X - Oude idealen verwaterd

Toen ik de Nexus 5 twee jaar terug reviewde, ben ik na het testen direct naar de winkel gerend om het toestel te kopen. Nu komt Google in samenwerking met LG tot een herziene versie, de Nexus 5X. Maar mij zie je er niet voor naar de winkel rennen, ik leg je in deze review uit waarom.

Met de Nexus 5 wilden Google en LG een toestel met goede specificaties voor een betaalbare prijs aanbieden. Geen rare overbodigheden, een gewoon formaat (5 inch-scherm), plastic bouw en een schone versie van Android die meteen van updates wordt voorzien. De 5X wordt gelanceerd naast de Nexus 6P, waarbij de P mag staan voor patser: enorm groot, krachtig, metalen behuizing en een prijs van maarliefst 650 euro. De Nexus 5X is wat meer bescheiden, net als de oude 5, maar dan met betere specificaties, een iets groter formaat vanwege twee front-speakers en een 5,2 inch-scherm (13,2 cm), vingerafdrukscanner, betere camera met autofocus en een usb-c poort. Lees ook: de beste smartphones van 2015

Dure dollars

Maar de prijs is het eerste struikelblok. Het basismodel (479 euro) heeft slechts 16 GB opslag. Daarvan houd je ongeveer 10 GB over. Voor een smartphone met 12 megapixelcamera, die ook videos in 4K en slowmotion kan opnemen is dat te weinig. De variant met een acceptabele 32 GB kost 529 euro. En dat is veel te duur, voor minder geld (op het moment van schrijven rond de 450 euro) heb je een LG G4: een smartphone met vrijwel identieke specificaties, hogere schermresolutie, betere bouwkwaliteit, vervangbare accu en de mogelijkheid om de 32 GB opslag uit te breiden met een geheugenkaart. Daar wordt het belangrijkste principe van Nexus 5 door het toilet gespoeld. Wat het extra moeilijk te verteren maakt is dat de prijs in de VS voor het 32GB model $429 dollar is. Dat is omgerekend zo'n 400 euro. Dat maakt deze Nederlandse prijs extra onverteerbaar.

©PXimport

Het toestel laad je op via een usb-c-kabel.

G4

Zoals ik al schreef heeft de Nexus 5X qua innerlijk veel gemeen met de G4. Dezelfde camera, die in een eerdere cameratest als beste uit de bus kwam, dezelfde processor (1,8 GHz hexacore), 3GB werkgeheugen. Meer dan genoeg om Android 6.0 vlekkeloos te laten werken. Maar lang niet de snelste. Ook bij de vingerafdrukscanner merk je dat deze vlekkeloos vlot ontgrendelt. Wanneer je het toestel oppakt is hij ontgrendeld voordat hij werkbaar in je hand ligt. De positie van de vingerafdrukscanner op de achterkant vind ik persoonlijk wat onhandig en vergt wat gewenning. Een vingerafdrukscanner aan de voorkant of in de aan- en uitknop aan de zijkant zoals bij Sony-smartphones voelt logischer aan.

De belangrijkste reden om een Nexus aan te schaffen is omdat het een schone versie van Android draait. Geen vervelende, onverwijderbare bloatware en een schone versie van Android zonder zware skin. Hierdoor krijg je ook als eerste de nieuwste Android-versie als update. Nexus-toestellen moeten immers als een uithangbord van Android gelden, waarbij deze Nexus 5X het (mislukte) prijs-kwaliteitsuithangbord is en de Nexus 6P het luxepaard.

Scherm vs. accu

Het scherm heeft een full-HD resolutie (1920 x 1080). De meeste toptoestellen van 2015 hebben een hogere UHD resolutie (2560 x 1440). De resolutie-verschillen zijn echter nauwelijks opmerkbaar en omdat de eerste Nexus 5 al te kampen had met en uiterst matige accuduur is het een verstandige keuze om te kiezen voor accuduur in plaats van een hogere resolutie.

©PXimport

Op de achterkant zit nu ook een vingerafdrukscanner en autofocus voor de camera.

De accucapaciteit is ook wat opgeschroefd, van 2300 naar 2700 mAh. In praktijk merkte ik een lichte verbetering van de netto-accuduur. Een dag met een volgeladen accu lukte me net aan, maar als je het toestel intensief gebruikt merk je dat een volle dag lastig is. Dat is toch wat teleurstellend. Wanneer je het toestel niet gebruikt gaat de accu een stuk langer mee, dit is te danken aan de doze-functie in Android 6.0. Doze analyseert de achtergrondprocessen en minimaliseert deze wanneer het toestel langere tijd in standby staat, waardoor de accu enorm wordt ontzien.

Het scherm is verder van prima kwaliteit. De kleurweergave is realistisch en de kijkhoeken zijn goed. Het scherm is wel ietsje minder helder dan de eerdere Nexus 5, wat een nadelig effect heeft als je je smartphone in zonlicht gebruikt.

Pukkel

De uiterlijke veranderingen zijn subtiel. Aan de voorkant zijn de speakertjes opvallend en zorgen voor een indrukwekkend geluid, voor een smartphone. Aan de achterkant zijn de veranderingen groter, zo zie je een zwart kapje voor de autofocus en natuurlijk de vingerafdrukscanner. De camera is gecentreerd en steekt als een pukkel uit het toestel. Ook loopt er een flinke naad langs de zij- en onderkant van het toestel. Het blijft natuurlijk iets persoonlijks, maar al met al vind ik het toestel bepaald niet moeders mooiste.

©PXimport

De camera zit als een pukkel op de achterkant

Conclusie

Is het voor mij na het testen van de Nexus 5X tijd om weer naar de winkel te rennen? Absoluut niet. Ik ben behoorlijk teleurgesteld in wat het te bieden heeft. Allereerst is de prijs-kwaliteitsverhouding teniet gedaan door een onverklaarbare prijsverhoging. Ook de bekende tekortkoming van de accu is onvoldoende aangepakt. De extraatjes zoals de camera, vingerafdrukscanner en speakers voelen als een doekje voor het bloeden. Er blijft een dure middenmoter over met als enige échte pluspunt een schone, recente Androidversie.

Oké
Conclusie

LG Nexus 5X ----------- **Prijs:** € 479,- (16 GB), € 529,- (32 GB) **Kleuren:** Zwart, wit **OS:** Android 6.0 (Marshmallow) **Scherm:** 5,2 inch LCD (1920 x 1080) **Processor:** 1,8 GHz hexacore (Snapdragon 808) **RAM:** 2GB **Opslag:** 16 of 32 GB (niet uitbreidbaar met geheugenkaart) **Batterij:** 2700 mAh **Camera:** 16MP (achter) 5MP (voor) **Connectiviteit:** 4G (LTE), Bluetooth 4.1, 802.11ac, nfc, gps **Formaat:** 14,7 x 7,3 x 0,8 cm **Gewicht:** 136 gram **Overig:** Vingerafdrukscanner

Plus- en minpunten
  • Schone, up-to-date Android
  • Camera
  • Snelle vingerafdrukscanner
  • Speakers
  • Prijs
  • Accuduur
  • Bouwkwaliteit
  • Matige specs
  • Basismodel te weinig opslag
▼ Volgende artikel
Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij
© Tarsier Studios/Tijn Kranen
Huis

Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij

Achtpotige mottenballen, levende huidplooien en gemuteerde pelikanen: in het ‘schattige’ Reanimal kom je het allemaal tegen. Gelukkig sta je er niet alleen voor, want je kunt er voor kiezen om samen met een medespeler via coöp dit levende schilderij in te duiken - al is het resultaat vooral dat je sámen geen snars van het verhaal snapt.

Het Zweedse Tarsier Studios heeft al even geoefend met het concept van Reanimal. De game heeft namelijk een hoop weg van hun vorige games, Little Nightmares 1 en 2: ook hier wandel je door een stel surrealistische, levende horrorschilderijen.

Hoewel het niet letterlijk om een schilderij gaat, kan ik het gevoel niet anders beschrijven. Je beweegt je door een reeks prachtige omgevingen gevuld met bizarre monsters, die vooral de logica volgen van nachtmerries en kinderangsten. Reanimal lijkt in de verte wel een verhaal te willen vertellen, maar Tarsier beseft dondersgoed dat minimalisme het alleen maar griezeliger maakt.

Watch on YouTube

Simpel doch effectief

De mist hangt over het waterlichaam. Er zit een kind in een bootje. Als je aan de knoppen zit te morren, heb je door dat jij het kind bestuurt - tijd om naar dat rode licht in de verte te varen. Als je dichterbij komt, blijkt het een boei te zijn, met daarnaast spartelend in het water een vriendje. Ze klimt bij je in de boot. Als je een tweede controller aansluit of online speelt, is dit je coöp-partner. Zo niet, dan blijft het een computergestuurde vriend die vooral gezelschap biedt.

Terwijl je samen van boei naar boei vaart, doemt er in de verte een rotspartij op. Oh, die ziet er groot uit. Wacht, die is écht groot! Als je eenmaal bij het strand komt, ram je je bootje het zand in. Zo, die ligt lekker stevig.

Als je een dichte deur tegenkomt, snap je als gamer wel wat je missie is: zoek maar naar een sleutel. Vervolgens blijf je zonder echte reden maar een pad volgen, al kom je er gaandeweg achter dat je andere kinderen probeert te redden van monsters.

©THQ Nordiq/Tarsier Studios

Een versleten screenshotknop

Het verhaal staat dus niet echt voorop - en eerlijk gezegd staat diepgaande gameplay óók niet echt voorop. Maar wat maakt deze game dan in godsnaam zo indrukwekkend? Dat komt allemaal neer op fenomenaal ontworpen omgevingen en geniaal ontworpen monsters.

Het helpt daarbij dat Reanimal een ontzettend goed gevoel van schaal weet over te brengen: je voelt je piepklein, en grote dingen in de spelwereld voelen gigantisch. Daar komt ook een sterk staaltje camerawerk bij kijken. Op precies de juiste momenten wordt de camera naar achteren getrokken om te onthullen dat er in de achtergrond al de hele tijd een of ander gemuteerd boerderijdier op je ligt te wachten.

Op de PlayStation 5, waar we de game op hebben gespeeld, ziet Reanimal er prachtig uit. Op een zeldzame lelijke texture na is het spel gevuld met visuele meesterwerkjes. Je kunt op ieder willekeurig moment een screenshot maken, en het bij wijze van spreken inlijsten en ophangen. In vijf uur speeltijd heb ik 108 screenshots gemaakt, mede vanwege de mooie lichtinval.

Slide
Slide
Slide
Slide

Niet meer dan een middag

Daar is dan ook meteen het grootste struikelblok: in vijf uurtjes was ik wel door de game heen, terwijl ik het best rustig aan deed. Het spel gaat voor vier tientjes over de toonbank - toch best een hoge prijs voor zo’n korte game. In coöp doe je er misschien nog iets langer over, maar ik zou er niet op rekenen.

In de omgeving zijn er nog enige collectibles te vinden: posters met concept art en dierenmaskers, waar je je personages mee kan aankleden. Dat is best leuk, want die art is belachelijk mooi en die maskers worden steeds absurder. Gelukkig spat de kwaliteit er wel van af, want iedere omgeving is een kunstwerk op zich.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Lekker rondkijken

Om nog even op die coöp-gameplay terug te komen: we hebben hier niet te maken met een game als Portal 2, waarbij de puzzels zijn gebouwd om als duo op te lossen. Hoewel de functie een van de selling points is, heb je absoluut geen tweede speler nódig.

De coöp-modus is zowel online als lokaal beschikbaar, al is er geen matchmaking. Je moet de lobbycode invoeren van de persoon met wie je wil spelen, dus met een vreemdeling spelen is er niet bij. We hebben de functie daardoor niet uitvoerig kunnen testen, maar het lijkt prima te werken.

Voor de puzzels heb je ook geen twee sets hersenen nodig: het zijn vrij simpele puzzels die er vooral voor zorgen dat je aandacht naar de mooie locaties getrokken wordt. Ingewikkelder hoeft het ook niet te zijn, want als je echt je hersens had moeten gaan kraken, dan had het die melancholische droomsfeer misschien wel kapotgemaakt.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Hypnotiserend

Tarsier Studios weet precies wat Reanimal moet zijn: hypnotiserend, surrealistisch, schattig en tegelijkertijd doodeng. Het minimalistische verhaal is lastig te volgen, maar de gevoelens raken wél - al is het einde wat abrupt. Het grijpt je niet bij de keel, maar glijdt langzaam om je strot heen en knijpt zonder dat je het doorhebt.

Het voelt als de vreemdste plekken uit Silent Hill, of de Dark Place uit Alan Wake 2, maar het heeft ook weer wat weg van Coraline en Guillermo Del Toro’s Pinocchio. Het deed me misschien nog het meest denken aan deze concept trailer van Silent Hills, een game die helaas nooit het daglicht heeft mogen zien.

Stel je voor dat je door een bioscoop heen loopt, waar een dood (of gehypnotiseerd) publiek zit te kijken naar iets dat je alleen kan vergelijken met de videoband uit The Ring. Als je naar buiten komt, staat er een grote spinachtige man met een ijscowagen op je te wachten om je op te grissen. Als je eenmaal aan hem bent ontsnapt, wordt je geconfronteerd met de volgende griezelige omgeving en een nieuw, prachtig, tragisch en doodeng gemuteerd monster. In Reanimal snap je misschien niet precies wat er gebeurt, maar je gaat het zeker niet vergeten.

Reanimal is vanaf 13 februari verkrijgbaar voor PlayStation 5, Xbox Series-consoles, Nintendo Switch 2 en pc. Voor deze review is de game op PlayStation 5 gespeeld.

Goed
Conclusie

De visie achter Reanimal is duidelijk: geen ingewikkelde puzzels of verhaallijnen, maar een gestroomlijnde, sfeervolle koortsdroom met gedetailleerde plaatjes (en monsters) die nog lang in je hoofd blijven hangen. Tarsier Studios had de game kunnen opvullen met meer omgevingen of meer simplistische puzzels, maar dat zou wellicht alleen maar aan de ervaring af doen. Reanimal is daardoor wat aan de simpele en korte kant, maar de game blijft na het uitspelen wel nog veel langer door je hoofd spoken.

Plus- en minpunten
  • Kunstzinnige monsters en omgevingen
  • Mooie graphics
  • Co-op-functie is een welkome toevoeging
  • Gameplay maar weinig diepgaand
  • Kort en een tikje anticlimactisch
  • Niet erg uitdagend
▼ Volgende artikel
De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten
© DENYS PRYKHODOV
Huis

De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten

Met de introductie van een nieuwe Home-architectuur heeft Apple de ondersteuning voor de iPad als centrale woninghub stopgezet. Gebruikers moeten nu overstappen op een Apple TV of HomePod om hun slimme apparaten op afstand te bedienen en automatiseringen uit te voeren.

Het idee was altijd zo handig: die oude tablet die toch maar in de kast lag te verstoffen kreeg een tweede leven als het brein van je woning. Je plakte hem tegen de muur of zette hem op een standaard in de keuken, en plotseling kon je overal ter wereld je lampen bedienen. Toch merkten veel gebruikers dat de betrouwbaarheid vaak te wensen overliet, met apparaten die niet reageerden of automatiseringen die simpelweg weigerden te starten. Apple heeft nu de knoop doorgehakt en de tablet officieel uit de lijst van ondersteunde hubs geschrapt. In dit artikel leggen we uit waarom deze besluitvorming logisch is en wat dat voor jouw huidige opstelling betekent.

Overstap naar een stabiele architectuur

De reden dat de tablet niet langer als hub fungeert, ligt diep in de softwarematige fundering van de Woning-app verborgen. Met de komst van de nieuwe architectuur in iOS 16.2 heeft Apple de manier waarop apparaten met elkaar communiceren volledig herzien. Waar de iPad voorheen als een soort tussenstation fungeerde dat af en toe signalen doorgaf, vereist het nieuwe systeem een apparaat dat altijd aan de stroom hangt en een constante, bekabelde of zeer stabiele draadloze verbinding heeft.

We hebben in onze tests gemerkt dat een iPad die in de slaapstand gaat of waarvan de batterij net onder een bepaald percentage zakt, de communicatie met de rest van het huis direct verstoort. Bovendien ontbreekt in de iPad de hardware voor Thread, een netwerkprotocol dat zorgt dat apparaten razendsnel en zonder vertraging op elkaar reageren. Wanneer je nu op een knop drukt, hoor je bij een moderne hub direct de klik van de schakelaar, terwijl de iPad daar voorheen merkbare seconden over kon doen.

©PHILIPPE RAMAKERS

Soms werkte het wel...

In een heel specifieke context kon de iPad nog wel dienstdoen, mits je geen behoefte had aan de nieuwste snufjes. Voor een simpel huishouden met slechts een paar lampen die alleen via bluetooth of een eigen bridge werkten, was de tablet een prima interface. Het gaf toch een gevoel van controle om een visueel overzicht te hebben op een groot scherm in de woonkamer. Je kon de iPad inzetten als een soort veredelde afstandsbediening die ook toevallig de automatiseringen draaide wanneer je zelf niet thuis was.

Dit werkte vooral goed in kleine appartementen waar de afstand tussen de tablet en de slimme verlichting minimaal was, waardoor de bluetooth-verbinding stabiel bleef. De koopintentie voor een iPad was in die tijd vaak gebaseerd op deze multifunctionaliteit, maar die vlieger gaat met de huidige eisen voor een modern slim huis niet meer op.

Mobiliteit is niet goed voor een hub

Een centraal zenuwstelsel van een woning hoort niet verplaatsbaar te zijn, en dat is precies waar het in de praktijk misging met de iPad. Zodra iemand de tablet van de lader haalde om even op de bank een video te kijken, liep de verbinding met de beveiligingscamera buiten gevaar. We zien vaak dat een hub die op wifi werkt in plaats van via een ethernetkabel, kwetsbaar is voor storingen van andere apparaten in de buurt.

De iPad is ontworpen als een persoonlijk apparaat dat energie bespaart zodra het scherm uitgaat, wat natuurlijk haaks staat op de rol van een server die 24 uur per dag paraat moet staan. In grotere woningen merkten we bovendien dat de iPad simpelweg het bereik niet had om apparaten op de bovenverdieping aan te sturen, iets wat een systeem met meerdere verdeelde hubs veel beter oplost.

©IHAR ULASHCHYK

Signalen om over te stappen

Er zijn een paar duidelijke situaties waarin je de iPad als hub direct moet vervangen door een volwaardige slimme speaker of mediaspeler. Als je van plan bent om apparaten aan te schaffen die met de Matter-standaard werken, heb je eigenlijk geen keuze meer, aangezien de iPad dit protocol niet ondersteunt als hub. Ook wanneer je merkt dat je automatiseringen vaker niet dan wel werken zodra je de voordeur achter je dichttrekt, is dat een teken dat de iPad de verbinding niet stabiel kan houden.

Een ander breekpunt is de behoefte aan beveiligde video-opslag in iCloud. Voor het streamen en analyseren van beelden van je deurbel is simpelweg meer rekenkracht en een constantere verbinding nodig dan een (vaak oudere) tablet kan bieden. Tot slot is het onmogelijk om de woning te upgraden naar de nieuwste softwareversies zonder een ondersteunde hub, waardoor je bijvoorbeeld nieuwe functies en beveiligingsupdates misloopt.

De juiste opvolger kiezen

Het toetsen van je eigen woonsituatie begint bij de vraag hoeveel apparaten je wilt aansturen en of je ook behoefte hebt aan een fysieke interface. Voor de meeste mensen is een mediaspeler zoals de Apple TV de beste keuze, omdat deze (de duurdere versies in elk geval) met een kabel aan je router verbonden kan worden voor de meest betrouwbare verbinding.

Heb je echter geen televisie in de buurt van je slimme apparaten, dan is een compacte speaker die ook als hub fungeert een slimmer alternatief. Je plaatst deze eenvoudig op een centrale plek in huis waar de microfoons ook je stemcommando's kunnen opvangen. Kijk hierbij goed naar de ruimte die je hebt; een kleine speaker past op elk nachtkastje, terwijl een volwaardige mediaspeler vaak een vaste plek in het tv-meubel vereist.

Nee, de iPad is definitief geen woninghub meer

De iPad kan officieel niet meer als hub worden ingesteld in de vernieuwde Woning-app van Apple omdat de hardware niet voldoet aan de eisen van de nieuwe woningarchitectuur. Voor het bedienen van je huis op afstand en het configureren van automatiseringen heb je nu minimaal een HomePod of een Apple TV nodig (mocht je wel bij Apple willen blijven). Deze apparaten bieden ondersteuning voor Thread en Matter, wat zorgt voor een snellere en betrouwbaardere communicatie tussen je slimme apparaten. Hoewel de iPad een handig bedieningspaneel blijft voor op de muur, vinden de processen achter de schermen nu plaats op hardware die altijd met het stroomnetwerk en internet is verbonden.