ID.nl logo
In RAW fotograferen zónder iPhone Pro: dat doe je zo!
Huis

In RAW fotograferen zónder iPhone Pro: dat doe je zo!

De dure iPhone Pro’s van Apple kunnen stuk voor stuk in ProRAW fotograferen. Voor meer serieuze fotograferen biedt dat ontegenzeggelijk voordelen. Wil je ook in RAW fotograferen met je iPhone, maar heb je geen Pro-toestel? Goed nieuws: er is een app waarmee je dit alsnog kunt realiseren!

📸 In dit artikel krijg je antwoord op de volgende vragen: Wat is RAW? | Hoe kun je met een gewone iPhone toch in RAW fotograferen? | Wat is de app Camera+? | Hoe kun je je RAW-foto's bewerken? | Hoe kun je ook met een gewone iPhone 48 megapixel-foto's maken? | Hoe zet je foto's over van Camera+ naar Filmrol?

Ook interessant: Verborgen functie op je iPhone: foto's en video's losknippen van de achtergrond!

Wat is RAW?

Eerst even een korte uitleg over het RAW-formaat. Normaal gesproken maak je via de standaard camera-app van je iPhone een foto. Die wordt vervolgens geoptimaliseerd qua kleur, helderheid enzovoort en daarna gecomprimeerd. Ga je die foto achteraf bewerken, dan werk je dus áltijd met een foto waar door compressie gegevens in verloren zijn gegaan. Schiet je in RAW-formaat (wat dus in de meer recente Pro-iPhone’s van Apple kan), dan wordt de informatie zoals opgepikt door de beeldsensor (nagenoeg) ongecomprimeerd bewaard. Dat heeft als nadeel dat je véél grotere bestanden krijgt, maar als groot voordeel dat je zelf veel meer kunt finetunen aan het beeld. Ineens blijkt er bijvoorbeeld in over- of onderbelichte delen in een foto nog verbazingwekkend veel detail verstopt – detail dat normaliter grotendeels verloren zou gaan door compressie. RAW-bestanden worden ook wel digitale negatieven genoemd. Een vergelijking die heel aardig klopt, want net als vroeger in de donkere kamer kun je uit een negatief met de juiste instellingen behoorlijk veel extra informatie halen .

📸 RAW-bestanden nemen veel ruimte in. Heeft je iPhone niet zo veel opslagruimte, wees dan selectief in wat je in RAW schiet. Zet deze bestanden ook geregeld over naar je laptop, externe harde schijf of NAS: zo houd je genoeg ruimte over op je telefoon.

Geen Pro iPhone, toch RAW: het kan met de app Camera+

Daar waar je bij de iPhone Pro’s vanuit de standaard foto-app in RAW kunt schieten, is dat bij de ‘gewone’ iPhones (en ook de wat oudere modellen) niet het geval. Apple heeft app-ontwikkelaars echter de mogelijkheid geboden om toch de RAW-informatie uit de beeldsensor te plukken. Inmiddels zijn er een paar zeer goede alternatieve camera-apps. Een daarvan is Camera+, uitgegroeid tot een volwassen en zeer veelzijdige app.

Om te beginnen laten we je zien hoe je in RAW fotografeert. Start de app; de eerste keer dat je dit doet, moet je onder meer toegang tot de camera en later ook de Filmrol geven. Schakel – indien dat nog niet het geval is – naar de camera-modus middels de cameraknop onder in beeld. Tik dan op de gele knop midden boven in beeld (daar staat normaliter AUTO). Je ziet nu een raster met knoppen. Tik op RAW en als je nu op de ontspanknop tikt, wordt je foto in RAW-formaat bewaard. Let op: de laatstgekozen optie blijft geactiveerd, óók als je de app afsluit en later weer start. Omdat RAW-foto’s nogal veel opslagruimte in beslag nemen is het handig om de AUTO-functie weer te selecteren en RAW slechts voor die ‘ultieme opnamen’ te gebruiken.

📸 Een RAW-foto ziet er op het eerste gezicht vaak minder ‘goed’ uit dan een foto uit de standaard camera-app. Logisch, want de standaard beeldbewerking van je iPhone is er niet op toegepast. Jij kunt zelf helemaal bepalen hoe het uiteindelijke beeld eruit komt te zien!

Rechtsonder in het knoppenblok vind je de RAW-knop.

RAW-foto bewerken

Om de RAW-foto te bewerken, tik je linksonder in beeld op de knop met het bloemetje. Je komt nu in de Lightbox, waar al je met Camera+ gemaakte opnamen bewaard worden. Bedenk daarbij dat geen van die foto’s nog op je standaard Filmrol staat! Tik op een geschoten RAW-afbeelding en dan op Edit. In de editor kun je desgewenst uit diverse scenes kiezen via de maan-zon-knop. Veel méér mogelijkheden biedt de knop met de regelaars. Hier kun je heel precies allerlei zaken finetunen. In onze voorbeeldfoto tikken we daarvoor eerst op Light. De voorgrond van ons plaatje is wat aan de donkere kant, dat is aanpasbaar door de schuifregelaar achter SHADOWS een eind naar rechts te zetten. Uiteindelijk ontstaat al snel een afbeelding die veel meer in balans is.

📸 RAW-fotografie komt erg goed van pas bij zonnige foto’s met veel contrasten en lichte en donkere partijen. Doordat je handmatig alles in balans brengt, blijft detail over de hele foto behouden.

In de Lightbox vind je al je met Camera+ gemaakte foto’s terug.

Spelen met kleur en licht

Omdat onze voorbeeldfoto best wat blauwig oogt, drukken we op Color en zetten we de schuifregelaar TEMPERATURE wat meer naar rechts voor een beetje opwarming. Verder is er noig een scala aan andere regelaars beschikbaar. Kijk bijvoorbeeld onder Detail eens naar DETAIL: met deze regelaar kun je een foto scherper en gedetailleerder laten ogen. Clarity tot slot biedt twee regelaars INTENSITY en VIBRANCY. De eerste zorgt voor ‘hardere’ contrasten en helderheid en de tweede voor diepere kleuren.

Als je tevreden bent, tik je op Done. Wil je de ‘ontwikkelde’ RAW-foto vervolgens op je reguliere Filmrol plaatsen, dan tik je op Save. De foto verdwijnt nu uit de Lightbox; je vindt hem voortaan terug in de Filmrol van je apparaat. Ook daar wordt zowel een gecomprimeerde als de RAW-versie in één bestand bewaard, zodat je er later nog eens aan kunt sleutelen. Als je deelt via bijvoorbeeld een mail, dan wordt altijd de gecomprimeerde (maar nu dus wel bewerkte) versie verstuurd, dat bespaart een hoop dataverkeer!

De RAW-editor biedt allerlei mogelijkheden om je foto’s helemaal mee af te regelen.

Zo maak je 48 megapixel-foto's met élke iPhone

Camera+ biedt ook nog een andere truc die momenteel alleen nog is weggelegd voor de iPhone 14 Pro en hoger: fotograferen in 48 megapixel-resolutie. Daarvoor gebruikt de app een heel slimme truc. Menselijke handen kunnen een camera nooit honderd procent onbeweeglijk stil houden. Door nu – relatief – kort achter elkaar snel een serie opnamen te maken, worden deze telkens een beetje verschoven afbeeldingen samengevoegd en opnieuw opgebouwd tot een 48 megapixel-afbeelding. Dat is vier keer zoveel als de standaard beeldsensor in de gemiddelde iPhone heeft te bieden. Houd er rekening mee dat je je camera dus op het onderwerp gericht moet houden tot alle losse foto’s gemaakt zijn. Deze truc is dus niet geschikt voor snel bewegende voorwerpen, maar wel voor bijvoorbeeld landschappen. Tip: je zou je iPhone ook op een klein statiefje kunnen zetten voor wat meer stabiliteit.

Om in 48 megapixel-formaat te schieten, tik je in de cameramodus van Camera+ op de knop midden boven in beeld; in het knoppenraster kies je vervolgens voor UltraRes. Da’s alles, vanaf nu schiet je in deze hoge resolutie. Niet vergeten na gebruik deze modus te vervangen door (liefst) AUTO, om te voorkomen dat je bij een volgende foto een snelle actie mist.

In de rode cirkel zie je de UltraRes-knop in Camera+.

Het resultaat

De resulterende 48 megapixel-foto biedt verrassend veel details. Eén op één vergelijken met een door een échte 48 megapixel-sensor gemaakte foto lukt echter niet. Door het combineren van beelden zie je soms toch wat beweging in bijvoorbeeld takken van bomen.

Bij heel ver inzoomen zie je wel degelijk verschillen tussen een ‘echte’ 48 megapixel-foto en de UltraRes-variant, maar in de meeste gevallen zal de app-versie gewoon voldoen.

Overige mogelijkheden van Camera+

Camera+ biedt nog veel meer mogelijkheden, waaronder fotograferen met lange (en zelf instelbare) sluitertijden, een actiemodus, macro-fotografie en meer. Je moet wellicht even wennen aan de vele opties die de app aan boord heeft. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen: het went snel en de gebruikersinterface zit dusdanig logisch in elkaar dat je je al snel kunt concentreren op je te fotograferen onderwerp. En dat is waar het toch om gaat.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.