ID.nl logo
In gesprek over Dyme: Geld besparen met app
© Reshift Digital
Huis

In gesprek over Dyme: Geld besparen met app

De Nederlandse app Dyme koppelt je betaalrekening aan slimme software die je inzicht geeft in je inkomsten, vaste lasten en andere uitgaven. De makers mogen dit doen omdat ze een PSD2-vergunning hebben en willen zich van de concurrentie onderscheiden door je te helpen besparen op je contracten en abonnementen. Wij spraken ze er over.

Dyme is gratis app van het Nederlandse Dyme B.V., dat geld verdient aan optionele abonnementen en commissies van contracten. De app is begonnen in Nederland en inmiddels ook beschikbaar in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Meer dan 300.000 mensen hebben een Dyme-account, van wie ongeveer de helft de app minimaal één keer per maand gebruikt. Het leeuwendeel van de gebruikers komt uit Nederland. 

Het team van Dyme telt vijftien medewerkers, met Joran Iedema als CEO. In een videogesprek met PCM vertelt hij over geld verdienen aan een gratis app, hoe de PSD2-vergunning gebruikersdata beschermt en wat zijn toekomstplannen met Dyme zijn.

Ontstaansgeschiedenis

Het idee om Dyme te beginnen ontstond een paar jaar geleden. Eén van de vier oprichters kwam er tijdens het bladeren in zijn bankafschriften achter dat hij al vier maanden voor de sportschool betaalde, terwijl hij inmiddels een andere sport beoefende. De oprichters wilden je in- en uitgaven inzichtelijker maken. 

“We dachten dat banken de benodigde ruwe data nooit met ons zouden willen delen, maar ontdekten toen dat de PSD2-vergunning eraan kwam. Die verplicht een bank de klantdata te delen als de klant dat wil. We gingen denken over manieren om waarde te bieden aan mensen aan de hand van hun transacties. We kwamen er toen achter dat veel mensen het lastig vinden om bij te houden welke abonnementen, contracten en vaste lasten ze hebben. Daar zijn we ons op gaan focussen.”

©PXimport

Fintech-apps als Dyme zijn weinig zonder PSD2, oftewel de Payment Services Directive 2-richtlijn. In de woorden van Iedema: “De PSD2-vergunning stelt consumenten in staat om hun eigen bankdata te gebruiken in de app van een externe partij, zoals Dyme. Als de consument de bankkoppeling maakt, kunnen wij de ruwe transactiegeschiedenis van het laatste jaar uitlezen en een analyse maken over je inkomsten, uitgaven en vaste lasten.” 

Dyme wil zich onderscheiden van andere apps door je suggesties te doen om abonnementen en contracten op te zeggen of om te zetten. Bedrijven vragen een PSD2-vergunning aan bij De Nederlandsche Bank (DNB). Een tijdrovende en daardoor ook dure klus, weet PCM uit gesprekken met andere fintech-start-ups. 

Iedema beaamt dit. “Het heeft ons ongeveer een jaar gekost om de licentie te krijgen. Als je alles laat doen, zit je wel rond de 200.000 euro. Wij waren gelukkig goedkoper uit, doordat een medeoprichter de aanvraag bijna helemaal zelf geschreven heeft en omdat wij korting kregen op de bijstand van een adviesbedrijf.”

PSD2-uitdagingen

Je bank mag jouw transactiegegevens alleen met een bedrijf delen als dat een PSD2-vergunning heeft en jij expliciete toestemming geeft voor het delen van je data. De bank is in dit geval wettelijk verplicht om een API-koppeling op te zetten met de betreffende app. Dyme heeft koppelingen met alle Nederlandse banken, behalve Knab. Dat ligt niet aan Dyme, benadrukt de CEO. 

“Andere fintech-apps missen ook de koppeling met Knab. Veel hangt af van hoe het systeem van de bank gebouwd is en hoe makkelijk ze de data via een API beschikbaar kunnen stellen. Wij hebben het eerst zelf geprobeerd en nu hebben we een partij ingehuurd, maar die komt er ook niet uit.” Iedema wil er niet te veel uitspraken over doen, omdat hij niet in de Knab-systemen kan kijken, maar noemt het wel ‘heel vervelend’ dat de koppeling na een jaar nog steeds niet werkt.

Onderdeel van de PSD2-vergunning is dat je als klant elke negentig dagen opnieuw toestemming ervoor geeft dat – in dit geval – Dyme toegang behoudt tot je bankdata. “Helaas”, zegt Iedema, “want niet alle gebruikers doen dat en dan werkt de app niet meer.” 

Het aanmaken van een account en het vernieuwen van de toestemming is – gelukkig voor fintech-apps – wel eenvoudiger geworden. “In het verleden ging dit vaak via de mobiele bankwebsite en had je een TAN-code of identifier nodig. Er haakten toen meer mensen af dan nu, want nu regel je die zaken in je bankieren-app en met een pincode of Face ID-gezichtsherkenning”, licht Iedema toe.

©PXimport

Dyme beheert als bedrijf met PSD2-vergunning de ruwe transactiegegevens van honderdduizenden gebruikers. Een grote verantwoordelijkheid, weten zowel Iedema als nationale toezichthouders. “Met De Nederlandsche Bank hebben we jaarlijks contact. We dienen dan een financieel verslag in en leggen uit hoe we omgaan met bedrijfs- en IT-risico’s. En we hebben op verzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens met ons privacybeleid, algemene voorwaarden en bedrijfsprocessen aangetoond dat we ons aan de privacywet AVG houden.” 

De bedrijfsprocessen van Dyme zijn vastgelegd in een procedurehandboek, dat ook bij De Nederlandsche Bank is ingediend om de PSD2-vergunning te krijgen. Iedema: “In dit handboek staan heel duidelijk de rollen van onze werknemers en wie toegang heeft tot welke gegevens.” Zo heeft de data scientist anonieme transactiedata gebruikt om het algoritme van abonnementen te verbeteren. De CEO garandeert desgevraagd dat geen enkele Dyme-medewerker zomaar de ruwe bankdata kan exporteren. 

“De enige werknemer die toegang heeft tot de database met bankgegevens en de PSD2-sleutel, is onze Chief Technology Officer. En we hebben aanvullende maatregelen genomen om die data goed op te slaan.” Details houdt Iedema logischerwijs voor zich. 

Wat hij wel kwijt wil: “Een belangrijk deel van hacking tegengaan, is ervoor zorgen dat medewerkers niet te veel toegang tot gegevens hebben en dat medewerkers heel goede beveiliging (software, red.) op hun computer en smartphone hebben.” Dyme heeft hier een interne compliance-afdeling voor die de veiligheid van de bedrijfsprocessen controleert. Een externe partij voert elk kwartaal een penetratietest uit om de algemene beveiliging te testen.

Inkomstenbronnen

De Dyme-app is gratis te gebruiken, maar voor niets gaat de zon op. Dyme heeft daarom verschillende inkomstenbronnen. Iedema: “Het gaat om twee soorten abonnementen en diverse commissies.” Met een Silver- of Gold-abonnement krijg je meer functionaliteit en kun je zonder extra kosten contracten opzeggen. De abonnementen kosten respectievelijk 45 en 55 euro per jaar. 

Zonder abonnement kun je ook contracten opzeggen, maar dan betaal je een paar euro per contract, omdat Dyme een aangetekende brief naar het betreffende bedrijf stuurt. Commissies krijgt Dyme als gebruikers via de app hun contract vernieuwen bij de bestaande energieleverancier of verzekeraar of overstappen naar een andere partij. De start-up gebruikt hier de software van Overstappen.nl voor.

“De commissie die wij ontvangen, is voor elke leverancier of verzekeraar even hoog”, benadrukt Iedema. “Wij hebben dus geen stimulans om een bepaalde partij te kiezen.”

©PXimport

De CEO laat desgevraagd weten dat de inkomsten uit abonnementen en commissies ‘even belangrijk’ zijn en dat vijftien tot twintig procent van de Dyme-gebruikers geld opleveren. Dat is relatief weinig, maar iets wat Iedema graag op de koop toeneemt. “Met dit freemium-model hopen we dat jij andere mensen aanbrengt. We vinden het mooi om iets aan te bieden wat gratis te gebruiken is.” 

Op de vraag of er altijd een gratis versie van Dyme zal blijven, antwoordt hij bevestigend, gevolgd door een diplomatieker: “Uiteindelijk ben je een start-up, dus kun je zoiets nooit helemaal garanderen. Maar op dit moment lijkt het een goede groeistrategie om een deel gratis te houden.”

Concurrentie

Natuurlijk is Dyme niet de enige app die inzicht geeft in je financiën. ABN Amro biedt het bekende Grip aan, een Friese start-up timmert aan de weg met Flow Your Money en dit jaar komt Buddy, een app die helpt voorkomen dat je in de knel komt met het betalen van je vaste lasten. 

“Er zijn best veel personal finance apps”, bevestigt Iedema van Dyme. “Ik denk dat veel van deze apps hetzelfde in hun hoofd hebben, maar dat wij het beter aanpakken.” Op de vraag waarom, antwoordt hij dat veel apps alleen inzicht bieden in je financiële situatie en dat Dyme ook handelingen kan uitvoeren. Met jouw toestemming kan de app je huidige energiecontract opzeggen en overstappen naar een goedkopere partij. Of belt Dyme namens jou en een grote groep andere gebruikers naar je energieleverancier om over een voordeliger contract te onderhandelen. 

Iedema is niet bang dat Apple of Google de markt overnemen met een app die vergelijkbaar is met Dyme. “Apple en Google maken software en stappen minder snel in de dienstverlening. Hetzelfde geldt voor banken, die zie ik dit ook niet zo snel doen. Contracten aanpassen is een sport op zich die nog best ver van hen ligt.”

©PXimport

Toekomstsplannen

Het aantal Dyme-gebruikers groeit, het team breidt uit en Iedema heeft plannen genoeg voor de nabije toekomst. De Knab-koppeling werkend krijgen, is er uiteraard één van. “De komende periode willen we meer contractbesparingsmogelijkheden toevoegen, waaronder alle verzekeringscontracten. Denk aan je zorgverzekering en inboedelverzekering.” 

Iedema vertelt ook over de mogelijkheid om geld te sparen op een aparte Dyme-rekening. “Als je wilt, kan Dyme straks analyseren hoeveel je wekelijks uitgeeft en hoeveel je opzij kunt zetten zonder dat je het doorhebt. Dat bedrag zetten we dan op een Dyme-spaarrekening, zodat mensen ongemerkt geld sparen dat ze normaal uitgeven.” 

Dyme werkt samen met een e-money license provider en kan volgens Iedema dankzij de bestaande PSD2-vergunning ‘vrij makkelijk’ aan de financiële regulatie-eisen voldoen. De start-up zet niet in op een aantrekkelijke spaarrente, maar op het gemak van ongemerkt een spaarpotje opbouwen.

Dyme is op dit moment beschikbaar in Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Dat blijft in ieder geval het komende jaar zo, zegt de CEO. De start-up wil eerst groeien in deze landen. In het Verenigd Koninkrijk heeft de app zo’n 15.000 gebruikers, in Duitsland zijn dat er pas een paar duizend. De rest van de 300.000 gebruikers komt uit Nederland. 

©PXimport

“In Duitsland zien we dat het makkelijk is om nieuwe gebruikers te werven, maar dat ze voorzichtiger zijn met maken van de bankkoppeling. Ik verwacht dat we daarom wat campagnes moeten doen om Duitsers ervan bewust te maken dat Dyme te vertrouwen is. Daarna zijn denk ik Spanje en Frankrijk het interessants, als grote landen met competitieve markten als het gaat om contracten.

Scandinavische landen zijn minder interessant, omdat ze vaker één staatsenergieleverancier hebben. Op dat punt kunnen gebruikers dus geen contractbesparing realiseren.” En kan Dyme dus ook geen commissie verdienen, wat het minder aantrekkelijk maakt om zo’n land te betreden.

De Verenigde Staten hebben wél een grote en competitieve markt. En je bankrekening koppelen aan een app kan er al jaren, weet Iedema. “Het automatisch omzetten van contracten en verzekeringen is daar nog niet mogelijk, dus de VS zou interessant kunnen zijn. Maar we denken nu dat onze grootste kansen in Europa liggen.”

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.