ID.nl logo
In gesprek over Dyme: Geld besparen met app
© Reshift Digital
Huis

In gesprek over Dyme: Geld besparen met app

De Nederlandse app Dyme koppelt je betaalrekening aan slimme software die je inzicht geeft in je inkomsten, vaste lasten en andere uitgaven. De makers mogen dit doen omdat ze een PSD2-vergunning hebben en willen zich van de concurrentie onderscheiden door je te helpen besparen op je contracten en abonnementen. Wij spraken ze er over.

Dyme is gratis app van het Nederlandse Dyme B.V., dat geld verdient aan optionele abonnementen en commissies van contracten. De app is begonnen in Nederland en inmiddels ook beschikbaar in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Meer dan 300.000 mensen hebben een Dyme-account, van wie ongeveer de helft de app minimaal één keer per maand gebruikt. Het leeuwendeel van de gebruikers komt uit Nederland. 

Het team van Dyme telt vijftien medewerkers, met Joran Iedema als CEO. In een videogesprek met PCM vertelt hij over geld verdienen aan een gratis app, hoe de PSD2-vergunning gebruikersdata beschermt en wat zijn toekomstplannen met Dyme zijn.

Ontstaansgeschiedenis

Het idee om Dyme te beginnen ontstond een paar jaar geleden. Eén van de vier oprichters kwam er tijdens het bladeren in zijn bankafschriften achter dat hij al vier maanden voor de sportschool betaalde, terwijl hij inmiddels een andere sport beoefende. De oprichters wilden je in- en uitgaven inzichtelijker maken. 

“We dachten dat banken de benodigde ruwe data nooit met ons zouden willen delen, maar ontdekten toen dat de PSD2-vergunning eraan kwam. Die verplicht een bank de klantdata te delen als de klant dat wil. We gingen denken over manieren om waarde te bieden aan mensen aan de hand van hun transacties. We kwamen er toen achter dat veel mensen het lastig vinden om bij te houden welke abonnementen, contracten en vaste lasten ze hebben. Daar zijn we ons op gaan focussen.”

©PXimport

Fintech-apps als Dyme zijn weinig zonder PSD2, oftewel de Payment Services Directive 2-richtlijn. In de woorden van Iedema: “De PSD2-vergunning stelt consumenten in staat om hun eigen bankdata te gebruiken in de app van een externe partij, zoals Dyme. Als de consument de bankkoppeling maakt, kunnen wij de ruwe transactiegeschiedenis van het laatste jaar uitlezen en een analyse maken over je inkomsten, uitgaven en vaste lasten.” 

Dyme wil zich onderscheiden van andere apps door je suggesties te doen om abonnementen en contracten op te zeggen of om te zetten. Bedrijven vragen een PSD2-vergunning aan bij De Nederlandsche Bank (DNB). Een tijdrovende en daardoor ook dure klus, weet PCM uit gesprekken met andere fintech-start-ups. 

Iedema beaamt dit. “Het heeft ons ongeveer een jaar gekost om de licentie te krijgen. Als je alles laat doen, zit je wel rond de 200.000 euro. Wij waren gelukkig goedkoper uit, doordat een medeoprichter de aanvraag bijna helemaal zelf geschreven heeft en omdat wij korting kregen op de bijstand van een adviesbedrijf.”

PSD2-uitdagingen

Je bank mag jouw transactiegegevens alleen met een bedrijf delen als dat een PSD2-vergunning heeft en jij expliciete toestemming geeft voor het delen van je data. De bank is in dit geval wettelijk verplicht om een API-koppeling op te zetten met de betreffende app. Dyme heeft koppelingen met alle Nederlandse banken, behalve Knab. Dat ligt niet aan Dyme, benadrukt de CEO. 

“Andere fintech-apps missen ook de koppeling met Knab. Veel hangt af van hoe het systeem van de bank gebouwd is en hoe makkelijk ze de data via een API beschikbaar kunnen stellen. Wij hebben het eerst zelf geprobeerd en nu hebben we een partij ingehuurd, maar die komt er ook niet uit.” Iedema wil er niet te veel uitspraken over doen, omdat hij niet in de Knab-systemen kan kijken, maar noemt het wel ‘heel vervelend’ dat de koppeling na een jaar nog steeds niet werkt.

Onderdeel van de PSD2-vergunning is dat je als klant elke negentig dagen opnieuw toestemming ervoor geeft dat – in dit geval – Dyme toegang behoudt tot je bankdata. “Helaas”, zegt Iedema, “want niet alle gebruikers doen dat en dan werkt de app niet meer.” 

Het aanmaken van een account en het vernieuwen van de toestemming is – gelukkig voor fintech-apps – wel eenvoudiger geworden. “In het verleden ging dit vaak via de mobiele bankwebsite en had je een TAN-code of identifier nodig. Er haakten toen meer mensen af dan nu, want nu regel je die zaken in je bankieren-app en met een pincode of Face ID-gezichtsherkenning”, licht Iedema toe.

©PXimport

Dyme beheert als bedrijf met PSD2-vergunning de ruwe transactiegegevens van honderdduizenden gebruikers. Een grote verantwoordelijkheid, weten zowel Iedema als nationale toezichthouders. “Met De Nederlandsche Bank hebben we jaarlijks contact. We dienen dan een financieel verslag in en leggen uit hoe we omgaan met bedrijfs- en IT-risico’s. En we hebben op verzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens met ons privacybeleid, algemene voorwaarden en bedrijfsprocessen aangetoond dat we ons aan de privacywet AVG houden.” 

De bedrijfsprocessen van Dyme zijn vastgelegd in een procedurehandboek, dat ook bij De Nederlandsche Bank is ingediend om de PSD2-vergunning te krijgen. Iedema: “In dit handboek staan heel duidelijk de rollen van onze werknemers en wie toegang heeft tot welke gegevens.” Zo heeft de data scientist anonieme transactiedata gebruikt om het algoritme van abonnementen te verbeteren. De CEO garandeert desgevraagd dat geen enkele Dyme-medewerker zomaar de ruwe bankdata kan exporteren. 

“De enige werknemer die toegang heeft tot de database met bankgegevens en de PSD2-sleutel, is onze Chief Technology Officer. En we hebben aanvullende maatregelen genomen om die data goed op te slaan.” Details houdt Iedema logischerwijs voor zich. 

Wat hij wel kwijt wil: “Een belangrijk deel van hacking tegengaan, is ervoor zorgen dat medewerkers niet te veel toegang tot gegevens hebben en dat medewerkers heel goede beveiliging (software, red.) op hun computer en smartphone hebben.” Dyme heeft hier een interne compliance-afdeling voor die de veiligheid van de bedrijfsprocessen controleert. Een externe partij voert elk kwartaal een penetratietest uit om de algemene beveiliging te testen.

Inkomstenbronnen

De Dyme-app is gratis te gebruiken, maar voor niets gaat de zon op. Dyme heeft daarom verschillende inkomstenbronnen. Iedema: “Het gaat om twee soorten abonnementen en diverse commissies.” Met een Silver- of Gold-abonnement krijg je meer functionaliteit en kun je zonder extra kosten contracten opzeggen. De abonnementen kosten respectievelijk 45 en 55 euro per jaar. 

Zonder abonnement kun je ook contracten opzeggen, maar dan betaal je een paar euro per contract, omdat Dyme een aangetekende brief naar het betreffende bedrijf stuurt. Commissies krijgt Dyme als gebruikers via de app hun contract vernieuwen bij de bestaande energieleverancier of verzekeraar of overstappen naar een andere partij. De start-up gebruikt hier de software van Overstappen.nl voor.

“De commissie die wij ontvangen, is voor elke leverancier of verzekeraar even hoog”, benadrukt Iedema. “Wij hebben dus geen stimulans om een bepaalde partij te kiezen.”

©PXimport

De CEO laat desgevraagd weten dat de inkomsten uit abonnementen en commissies ‘even belangrijk’ zijn en dat vijftien tot twintig procent van de Dyme-gebruikers geld opleveren. Dat is relatief weinig, maar iets wat Iedema graag op de koop toeneemt. “Met dit freemium-model hopen we dat jij andere mensen aanbrengt. We vinden het mooi om iets aan te bieden wat gratis te gebruiken is.” 

Op de vraag of er altijd een gratis versie van Dyme zal blijven, antwoordt hij bevestigend, gevolgd door een diplomatieker: “Uiteindelijk ben je een start-up, dus kun je zoiets nooit helemaal garanderen. Maar op dit moment lijkt het een goede groeistrategie om een deel gratis te houden.”

Concurrentie

Natuurlijk is Dyme niet de enige app die inzicht geeft in je financiën. ABN Amro biedt het bekende Grip aan, een Friese start-up timmert aan de weg met Flow Your Money en dit jaar komt Buddy, een app die helpt voorkomen dat je in de knel komt met het betalen van je vaste lasten. 

“Er zijn best veel personal finance apps”, bevestigt Iedema van Dyme. “Ik denk dat veel van deze apps hetzelfde in hun hoofd hebben, maar dat wij het beter aanpakken.” Op de vraag waarom, antwoordt hij dat veel apps alleen inzicht bieden in je financiële situatie en dat Dyme ook handelingen kan uitvoeren. Met jouw toestemming kan de app je huidige energiecontract opzeggen en overstappen naar een goedkopere partij. Of belt Dyme namens jou en een grote groep andere gebruikers naar je energieleverancier om over een voordeliger contract te onderhandelen. 

Iedema is niet bang dat Apple of Google de markt overnemen met een app die vergelijkbaar is met Dyme. “Apple en Google maken software en stappen minder snel in de dienstverlening. Hetzelfde geldt voor banken, die zie ik dit ook niet zo snel doen. Contracten aanpassen is een sport op zich die nog best ver van hen ligt.”

©PXimport

Toekomstsplannen

Het aantal Dyme-gebruikers groeit, het team breidt uit en Iedema heeft plannen genoeg voor de nabije toekomst. De Knab-koppeling werkend krijgen, is er uiteraard één van. “De komende periode willen we meer contractbesparingsmogelijkheden toevoegen, waaronder alle verzekeringscontracten. Denk aan je zorgverzekering en inboedelverzekering.” 

Iedema vertelt ook over de mogelijkheid om geld te sparen op een aparte Dyme-rekening. “Als je wilt, kan Dyme straks analyseren hoeveel je wekelijks uitgeeft en hoeveel je opzij kunt zetten zonder dat je het doorhebt. Dat bedrag zetten we dan op een Dyme-spaarrekening, zodat mensen ongemerkt geld sparen dat ze normaal uitgeven.” 

Dyme werkt samen met een e-money license provider en kan volgens Iedema dankzij de bestaande PSD2-vergunning ‘vrij makkelijk’ aan de financiële regulatie-eisen voldoen. De start-up zet niet in op een aantrekkelijke spaarrente, maar op het gemak van ongemerkt een spaarpotje opbouwen.

Dyme is op dit moment beschikbaar in Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Dat blijft in ieder geval het komende jaar zo, zegt de CEO. De start-up wil eerst groeien in deze landen. In het Verenigd Koninkrijk heeft de app zo’n 15.000 gebruikers, in Duitsland zijn dat er pas een paar duizend. De rest van de 300.000 gebruikers komt uit Nederland. 

©PXimport

“In Duitsland zien we dat het makkelijk is om nieuwe gebruikers te werven, maar dat ze voorzichtiger zijn met maken van de bankkoppeling. Ik verwacht dat we daarom wat campagnes moeten doen om Duitsers ervan bewust te maken dat Dyme te vertrouwen is. Daarna zijn denk ik Spanje en Frankrijk het interessants, als grote landen met competitieve markten als het gaat om contracten.

Scandinavische landen zijn minder interessant, omdat ze vaker één staatsenergieleverancier hebben. Op dat punt kunnen gebruikers dus geen contractbesparing realiseren.” En kan Dyme dus ook geen commissie verdienen, wat het minder aantrekkelijk maakt om zo’n land te betreden.

De Verenigde Staten hebben wél een grote en competitieve markt. En je bankrekening koppelen aan een app kan er al jaren, weet Iedema. “Het automatisch omzetten van contracten en verzekeringen is daar nog niet mogelijk, dus de VS zou interessant kunnen zijn. Maar we denken nu dat onze grootste kansen in Europa liggen.”

▼ Volgende artikel
Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij
© Tarsier Studios/Tijn Kranen
Huis

Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij

Achtpotige mottenballen, levende huidplooien en gemuteerde pelikanen: in het ‘schattige’ Reanimal kom je het allemaal tegen. Gelukkig sta je er niet alleen voor, want je kunt er voor kiezen om samen met een medespeler via coöp dit levende schilderij in te duiken - al is het resultaat vooral dat je sámen geen snars van het verhaal snapt.

Het Zweedse Tarsier Studios heeft al even geoefend met het concept van Reanimal. De game heeft namelijk een hoop weg van hun vorige games, Little Nightmares 1 en 2: ook hier wandel je door een stel surrealistische, levende horrorschilderijen.

Hoewel het niet letterlijk om een schilderij gaat, kan ik het gevoel niet anders beschrijven. Je beweegt je door een reeks prachtige omgevingen gevuld met bizarre monsters, die vooral de logica volgen van nachtmerries en kinderangsten. Reanimal lijkt in de verte wel een verhaal te willen vertellen, maar Tarsier beseft dondersgoed dat minimalisme het alleen maar griezeliger maakt.

Watch on YouTube

Simpel doch effectief

De mist hangt over het waterlichaam. Er zit een kind in een bootje. Als je aan de knoppen zit te morren, heb je door dat jij het kind bestuurt - tijd om naar dat rode licht in de verte te varen. Als je dichterbij komt, blijkt het een boei te zijn, met daarnaast spartelend in het water een vriendje. Ze klimt bij je in de boot. Als je een tweede controller aansluit of online speelt, is dit je coöp-partner. Zo niet, dan blijft het een computergestuurde vriend die vooral gezelschap biedt.

Terwijl je samen van boei naar boei vaart, doemt er in de verte een rotspartij op. Oh, die ziet er groot uit. Wacht, die is écht groot! Als je eenmaal bij het strand komt, ram je je bootje het zand in. Zo, die ligt lekker stevig.

Als je een dichte deur tegenkomt, snap je als gamer wel wat je missie is: zoek maar naar een sleutel. Vervolgens blijf je zonder echte reden maar een pad volgen, al kom je er gaandeweg achter dat je andere kinderen probeert te redden van monsters.

©THQ Nordiq/Tarsier Studios

Een versleten screenshotknop

Het verhaal staat dus niet echt voorop - en eerlijk gezegd staat diepgaande gameplay óók niet echt voorop. Maar wat maakt deze game dan in godsnaam zo indrukwekkend? Dat komt allemaal neer op fenomenaal ontworpen omgevingen en geniaal ontworpen monsters.

Het helpt daarbij dat Reanimal een ontzettend goed gevoel van schaal weet over te brengen: je voelt je piepklein, en grote dingen in de spelwereld voelen gigantisch. Daar komt ook een sterk staaltje camerawerk bij kijken. Op precies de juiste momenten wordt de camera naar achteren getrokken om te onthullen dat er in de achtergrond al de hele tijd een of ander gemuteerd boerderijdier op je ligt te wachten.

Op de PlayStation 5, waar we de game op hebben gespeeld, ziet Reanimal er prachtig uit. Op een zeldzame lelijke texture na is het spel gevuld met visuele meesterwerkjes. Je kunt op ieder willekeurig moment een screenshot maken, en het bij wijze van spreken inlijsten en ophangen. In vijf uur speeltijd heb ik 108 screenshots gemaakt, mede vanwege de mooie lichtinval.

Slide
Slide
Slide
Slide

Niet meer dan een middag

Daar is dan ook meteen het grootste struikelblok: in vijf uurtjes was ik wel door de game heen, terwijl ik het best rustig aan deed. Het spel gaat voor vier tientjes over de toonbank - toch best een hoge prijs voor zo’n korte game. In coöp doe je er misschien nog iets langer over, maar ik zou er niet op rekenen.

In de omgeving zijn er nog enige collectibles te vinden: posters met concept art en dierenmaskers, waar je je personages mee kan aankleden. Dat is best leuk, want die art is belachelijk mooi en die maskers worden steeds absurder. Gelukkig spat de kwaliteit er wel van af, want iedere omgeving is een kunstwerk op zich.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Lekker rondkijken

Om nog even op die coöp-gameplay terug te komen: we hebben hier niet te maken met een game als Portal 2, waarbij de puzzels zijn gebouwd om als duo op te lossen. Hoewel de functie een van de selling points is, heb je absoluut geen tweede speler nódig.

De coöp-modus is zowel online als lokaal beschikbaar, al is er geen matchmaking. Je moet de lobbycode invoeren van de persoon met wie je wil spelen, dus met een vreemdeling spelen is er niet bij. We hebben de functie daardoor niet uitvoerig kunnen testen, maar het lijkt prima te werken.

Voor de puzzels heb je ook geen twee sets hersenen nodig: het zijn vrij simpele puzzels die er vooral voor zorgen dat je aandacht naar de mooie locaties getrokken wordt. Ingewikkelder hoeft het ook niet te zijn, want als je echt je hersens had moeten gaan kraken, dan had het die melancholische droomsfeer misschien wel kapotgemaakt.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Hypnotiserend

Tarsier Studios weet precies wat Reanimal moet zijn: hypnotiserend, surrealistisch, schattig en tegelijkertijd doodeng. Het minimalistische verhaal is lastig te volgen, maar de gevoelens raken wél - al is het einde wat abrupt. Het grijpt je niet bij de keel, maar glijdt langzaam om je strot heen en knijpt zonder dat je het doorhebt.

Het voelt als de vreemdste plekken uit Silent Hill, of de Dark Place uit Alan Wake 2, maar het heeft ook weer wat weg van Coraline en Guillermo Del Toro’s Pinocchio. Het deed me misschien nog het meest denken aan deze concept trailer van Silent Hills, een game die helaas nooit het daglicht heeft mogen zien.

Stel je voor dat je door een bioscoop heen loopt, waar een dood (of gehypnotiseerd) publiek zit te kijken naar iets dat je alleen kan vergelijken met de videoband uit The Ring. Als je naar buiten komt, staat er een grote spinachtige man met een ijscowagen op je te wachten om je op te grissen. Als je eenmaal aan hem bent ontsnapt, wordt je geconfronteerd met de volgende griezelige omgeving en een nieuw, prachtig, tragisch en doodeng gemuteerd monster. In Reanimal snap je misschien niet precies wat er gebeurt, maar je gaat het zeker niet vergeten.

Reanimal is vanaf 13 februari verkrijgbaar voor PlayStation 5, Xbox Series-consoles, Nintendo Switch 2 en pc. Voor deze review is de game op PlayStation 5 gespeeld.

Goed
Conclusie

De visie achter Reanimal is duidelijk: geen ingewikkelde puzzels of verhaallijnen, maar een gestroomlijnde, sfeervolle koortsdroom met gedetailleerde plaatjes (en monsters) die nog lang in je hoofd blijven hangen. Tarsier Studios had de game kunnen opvullen met meer omgevingen of meer simplistische puzzels, maar dat zou wellicht alleen maar aan de ervaring af doen. Reanimal is daardoor wat aan de simpele en korte kant, maar de game blijft na het uitspelen wel nog veel langer door je hoofd spoken.

Plus- en minpunten
  • Kunstzinnige monsters en omgevingen
  • Mooie graphics
  • Co-op-functie is een welkome toevoeging
  • Gameplay maar weinig diepgaand
  • Kort en een tikje anticlimactisch
  • Niet erg uitdagend
▼ Volgende artikel
De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten
© DENYS PRYKHODOV
Huis

De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten

Met de introductie van een nieuwe Home-architectuur heeft Apple de ondersteuning voor de iPad als centrale woninghub stopgezet. Gebruikers moeten nu overstappen op een Apple TV of HomePod om hun slimme apparaten op afstand te bedienen en automatiseringen uit te voeren.

Het idee was altijd zo handig: die oude tablet die toch maar in de kast lag te verstoffen kreeg een tweede leven als het brein van je woning. Je plakte hem tegen de muur of zette hem op een standaard in de keuken, en plotseling kon je overal ter wereld je lampen bedienen. Toch merkten veel gebruikers dat de betrouwbaarheid vaak te wensen overliet, met apparaten die niet reageerden of automatiseringen die simpelweg weigerden te starten. Apple heeft nu de knoop doorgehakt en de tablet officieel uit de lijst van ondersteunde hubs geschrapt. In dit artikel leggen we uit waarom deze besluitvorming logisch is en wat dat voor jouw huidige opstelling betekent.

Overstap naar een stabiele architectuur

De reden dat de tablet niet langer als hub fungeert, ligt diep in de softwarematige fundering van de Woning-app verborgen. Met de komst van de nieuwe architectuur in iOS 16.2 heeft Apple de manier waarop apparaten met elkaar communiceren volledig herzien. Waar de iPad voorheen als een soort tussenstation fungeerde dat af en toe signalen doorgaf, vereist het nieuwe systeem een apparaat dat altijd aan de stroom hangt en een constante, bekabelde of zeer stabiele draadloze verbinding heeft.

We hebben in onze tests gemerkt dat een iPad die in de slaapstand gaat of waarvan de batterij net onder een bepaald percentage zakt, de communicatie met de rest van het huis direct verstoort. Bovendien ontbreekt in de iPad de hardware voor Thread, een netwerkprotocol dat zorgt dat apparaten razendsnel en zonder vertraging op elkaar reageren. Wanneer je nu op een knop drukt, hoor je bij een moderne hub direct de klik van de schakelaar, terwijl de iPad daar voorheen merkbare seconden over kon doen.

©PHILIPPE RAMAKERS

Soms werkte het wel...

In een heel specifieke context kon de iPad nog wel dienstdoen, mits je geen behoefte had aan de nieuwste snufjes. Voor een simpel huishouden met slechts een paar lampen die alleen via bluetooth of een eigen bridge werkten, was de tablet een prima interface. Het gaf toch een gevoel van controle om een visueel overzicht te hebben op een groot scherm in de woonkamer. Je kon de iPad inzetten als een soort veredelde afstandsbediening die ook toevallig de automatiseringen draaide wanneer je zelf niet thuis was.

Dit werkte vooral goed in kleine appartementen waar de afstand tussen de tablet en de slimme verlichting minimaal was, waardoor de bluetooth-verbinding stabiel bleef. De koopintentie voor een iPad was in die tijd vaak gebaseerd op deze multifunctionaliteit, maar die vlieger gaat met de huidige eisen voor een modern slim huis niet meer op.

Mobiliteit is niet goed voor een hub

Een centraal zenuwstelsel van een woning hoort niet verplaatsbaar te zijn, en dat is precies waar het in de praktijk misging met de iPad. Zodra iemand de tablet van de lader haalde om even op de bank een video te kijken, liep de verbinding met de beveiligingscamera buiten gevaar. We zien vaak dat een hub die op wifi werkt in plaats van via een ethernetkabel, kwetsbaar is voor storingen van andere apparaten in de buurt.

De iPad is ontworpen als een persoonlijk apparaat dat energie bespaart zodra het scherm uitgaat, wat natuurlijk haaks staat op de rol van een server die 24 uur per dag paraat moet staan. In grotere woningen merkten we bovendien dat de iPad simpelweg het bereik niet had om apparaten op de bovenverdieping aan te sturen, iets wat een systeem met meerdere verdeelde hubs veel beter oplost.

©IHAR ULASHCHYK

Signalen om over te stappen

Er zijn een paar duidelijke situaties waarin je de iPad als hub direct moet vervangen door een volwaardige slimme speaker of mediaspeler. Als je van plan bent om apparaten aan te schaffen die met de Matter-standaard werken, heb je eigenlijk geen keuze meer, aangezien de iPad dit protocol niet ondersteunt als hub. Ook wanneer je merkt dat je automatiseringen vaker niet dan wel werken zodra je de voordeur achter je dichttrekt, is dat een teken dat de iPad de verbinding niet stabiel kan houden.

Een ander breekpunt is de behoefte aan beveiligde video-opslag in iCloud. Voor het streamen en analyseren van beelden van je deurbel is simpelweg meer rekenkracht en een constantere verbinding nodig dan een (vaak oudere) tablet kan bieden. Tot slot is het onmogelijk om de woning te upgraden naar de nieuwste softwareversies zonder een ondersteunde hub, waardoor je bijvoorbeeld nieuwe functies en beveiligingsupdates misloopt.

De juiste opvolger kiezen

Het toetsen van je eigen woonsituatie begint bij de vraag hoeveel apparaten je wilt aansturen en of je ook behoefte hebt aan een fysieke interface. Voor de meeste mensen is een mediaspeler zoals de Apple TV de beste keuze, omdat deze (de duurdere versies in elk geval) met een kabel aan je router verbonden kan worden voor de meest betrouwbare verbinding.

Heb je echter geen televisie in de buurt van je slimme apparaten, dan is een compacte speaker die ook als hub fungeert een slimmer alternatief. Je plaatst deze eenvoudig op een centrale plek in huis waar de microfoons ook je stemcommando's kunnen opvangen. Kijk hierbij goed naar de ruimte die je hebt; een kleine speaker past op elk nachtkastje, terwijl een volwaardige mediaspeler vaak een vaste plek in het tv-meubel vereist.

Nee, de iPad is definitief geen woninghub meer

De iPad kan officieel niet meer als hub worden ingesteld in de vernieuwde Woning-app van Apple omdat de hardware niet voldoet aan de eisen van de nieuwe woningarchitectuur. Voor het bedienen van je huis op afstand en het configureren van automatiseringen heb je nu minimaal een HomePod of een Apple TV nodig (mocht je wel bij Apple willen blijven). Deze apparaten bieden ondersteuning voor Thread en Matter, wat zorgt voor een snellere en betrouwbaardere communicatie tussen je slimme apparaten. Hoewel de iPad een handig bedieningspaneel blijft voor op de muur, vinden de processen achter de schermen nu plaats op hardware die altijd met het stroomnetwerk en internet is verbonden.