ID.nl logo
Het is zover: Nederland verdeelt supersnelle 5G-frequenties!
© JeanLuc - stock.adobe.com
Huis

Het is zover: Nederland verdeelt supersnelle 5G-frequenties!

De Nederlandse overheid heeft de langverwachte 5G-frequentieveiling afgerond. KPN, Odido en VodafoneZiggo hebben de licenties verworven voor het gebruik van het 5G-netwerk op de 3,5 Gigahertz-band. De veiling bracht 174,4 miljoen euro op, maar belangrijker is dat de consument binnenkort dan eindelijk écht 5G-internet kan verwachten.

Minister Micky Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat heeft op 1 juli 2024 de resultaten bekendgemaakt van de langverwachte 5G-frequentieveiling in Nederland. Telecomproviders KPN, Odido (voorheen T-Mobile) en VodafoneZiggo hebben de licenties verworven voor het gebruik van het 5G-netwerk op de 3,5 Gigahertz-band en hebben allemaal 100 Mhz bandbreedte ingekocht.

Opbrengst en verdeling

De veiling, die op 25 juni 2024 van start ging, heeft in totaal 174,4 miljoen euro opgebracht. Dat is aanzienlijk minder dan eerder werd geschat, wat mogelijk wijst op een realistischer waardering van de frequenties. De vergunningen hebben een looptijd van ruim zestien jaar, namelijk tot en met 31 december 2040.

Om te voorkomen dat één bedrijf alle frequenties zou opkopen en de markt zou domineren, mocht geen van de providers meer dan 40 procent van de beschikbare frequenties krijgen. Dat is dezelfde regel die ze in 2020 ook al gebruikten. Het idee hierachter is simpel: zo blijven er minstens drie verschillende aanbieders actief, wat goed is voor de consument. Meer keuze betekent immers vaak betere prijzen en diensten.

Verwachte voordelen van 5G

Het gebruik van 5G-technologie belooft verschillende verbeteringen voor zowel consumenten als bedrijven. Minister Adriaansens benadrukt: "Met 5G kunnen data sneller en betrouwbaarder worden verzonden. Dat helpt voor innovatie in de zorg, maar bijvoorbeeld ook voor digitalisering van processen in de maakindustrie of logistiek."

Experts verwachten dat de downloadsnelheden aanzienlijk zullen toenemen. De Nederlandse mobiele internetsnelheid zal gemiddeld meer dan 100 Megabit per seconde (Mbps) bedragen, met maximumsnelheden nabij een netwerkantenne die zelfs boven de 2 Gigabit(!) per seconde kunnen liggen.

Wat betekent 2 gigabit per seconde in de praktijk?

De beloofde snelheden van 5G klinken indrukwekkend, maar wat betekent een snelheid van 2 gigabit per seconde (Gbit/s) nu eigenlijk in het dagelijks gebruik? Hier zijn enkele voorbeelden om het concreet te maken:

Films downloaden: Een 4K-film van ongeveer 100 GB zou je in slechts 6 à 7 minuten kunnen downloaden. Ter vergelijking: met een gemiddelde 4G-verbinding zou dat uren kunnen duren. Grote bestanden delen: Een set van honderden hoge-resolutiefoto's (bijvoorbeeld 5 GB) zou je in ongeveer 20 seconden kunnen uploaden of downloaden. Online gamen: De laadtijden van grote games zouden drastisch verminderen. Een game van 50 GB zou je in 3 à 4 minuten kunnen downloaden, in plaats van uren. Videobellen in hoge kwaliteit: Je zou moeiteloos kunnen videobellen in 8K-kwaliteit met meerdere mensen tegelijk, zonder enige vertraging of pixelvorming. Slimme apparaten: In een slim huis zouden honderden apparaten tegelijk kunnen communiceren zonder enige merkbare vertraging.

©Andrey Popov

Private, lokale 5G-netwerken

Naast de landelijke 5G-netwerken blijft er 2x 50 Megahertz (van de totale 400) in de 3,5 Gigahertz-band beschikbaar voor private, lokale 5G-netwerken. Deze netwerken bieden bedrijven en organisaties de mogelijkheid om een eigen, op maat gemaakt 5G-netwerk op te zetten.

Denk bijvoorbeeld aan een groot havenbedrijf dat autonome voertuigen, kraansystemen en logistieke software naadloos laat samenwerken via een privaat 5G-netwerk. Of aan fabrieken die complexe robotsystemen aansturen, of ziekenhuizen die virtual reality gebruiken voor precisie-operaties.

Deze private netwerken bieden voordelen op het gebied van maatwerk, veiligheid en betrouwbaarheid. De vergunningen hiervoor vallen buiten de recente veiling en kunnen rechtstreeks bij de overheid worden aangevraagd.

Overheidsstandpunt en regelgeving

Minister Adriaansens ziet de veiling als een belangrijke mijlpaal voor de Nederlandse digitale economie. "Bedrijven en consumenten hebben lang op dit moment gewacht. Terwijl ondertussen de datavraag sterk groeit en landen om ons heen al stappen hebben gezet", aldus de minister.

De overheid heeft ook maatregelen genomen om hoogwaardige mobiele dekking te garanderen. Bij de eerdere veiling in 2020 is een dekkingseis van 98 procent van de oppervlakte van elke Nederlandse gemeente vastgelegd, met normen voor minimale snelheid aan de randen van mobiele netwerken.

©ronstik

En onze gezondheid dan...?

Niet iedereen is even enthousiast over de komst van 5G. Sommige mensen maken zich zorgen over mogelijke gezondheidseffecten van de straling die 5G-netwerken uitzenden. De overheid neemt deze zorgen serieus en benadrukt dat de gezondheid van burgers vooropstaat en dat er grondig onderzoek wordt gedaan. Verschillende gezondheidsorganisaties, zoals het RIVM, de Gezondheidsraad en de WHO, hebben de effecten van mobiele straling onderzocht. Op basis van hun bevindingen zijn er veiligheidsregels opgesteld.

Deze regels zijn behoorlijk streng. Ze bepalen hoeveel straling er maximaal mag zijn, en dat maximum ligt veel lager dan het niveau waarop wetenschappers denken dat het schadelijk zou kunnen worden. Het is een beetje zoals snelheidslimieten op de weg: je mag 100 rijden, maar de auto's worden zo gebouwd dat ze veilig zijn bij veel hogere snelheden.

Om er zeker van te zijn dat iedereen zich aan deze regels houdt, doet de overheid regelmatig metingen. Tot nu toe blijkt dat de hoeveelheid straling in Nederland meestal maar een tiende is van wat maximaal is toegestaan. Met andere woorden: we zitten ver onder de limiet. Toch blijft de overheid alert. Ze houden de nieuwste onderzoeken in de gaten en zijn bereid om de regels aan te passen als dat nodig is. Het doel is om iedereen te laten profiteren van de voordelen van 5G, zonder dat dit ten koste gaat van onze gezondheid.

Uitdagingen en toekomstperspectief

KPN, Odido en VodafoneZiggo staan nu voor de uitdaging om hun infrastructuur snel uit te breiden. Ze kunnen de nieuwe frequenties al vanaf juli 2024 in gebruik nemen. De komende periode zal uitwijzen hoe snel de 5G-netwerken worden uitgerold en welke innovatieve diensten als eerste zullen profiteren van deze bloedsnelle netwerktechnologie.

Nederland is nu klaar om de voordelen van 5G-technologie te benutten en zijn positie als digitale koploper in Europa te versterken. De combinatie van snelle netwerken, concurrentie op de markt en ruimte voor private innovatie biedt een veelbelovend perspectief voor de digitale toekomst van het land.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.