ID.nl logo
Dit zijn de beste synthesizer-apps
© Reshift Digital
Huis

Dit zijn de beste synthesizer-apps

Synthesizers en sequencers waren ‘vroeger’ (en dat is nog niet eens zo héél lang geleden) peperdure apparaten. Tegenwoordig heeft je smartphone geen enkele moeite met iets waar vroeger een duizenden euro’s kostend instrument voor nodig was. We zetten de mooiste synthesizer-apps voor je op een rij.

Een virtueel instrument bootst een synthesizer (die op zijn beurt weer allerlei instrumenten nadoet…) in software na. Eigenlijk niet heel vreemd, want de gemiddelde synthesizer is immers niet veel meer dan een computer met software erop. Althans, in de meer recente uitvoeringen. 

Animoog

We beginnen met de app Animoog voor iOS/iPadOS (10,99 euro). Animoog (iOS en iPadOS) is een compleet in software nagebouwde synthesizer van het legendarische merk Moog. Het betreft hier een analoog exemplaar, waarmee de meest exotische geluiden te produceren zijn. Ideaal voor moderne dancemuziek, terwijl ‘ie ook zeer geschikt is voor house, trance en rave. En nog een hele serie andere muzieksoorten, het is maar net hoe creatief je bent. Via het virtuele schermtoetsenbord bespeel je het geheel, waarbij ook de positie van je vingers op een toets invloed op het geluid heeft. Praktisch is de ingebouwde 4-track recorder. Animoog ondersteunt ook midi-toetsenborden, wat betekent dat je de app ook tijdens een optreden in kunt zetten.

©PXimport

SOUND Canvas

Heel bijzonder is ook de app SOUND Canvas van Roland, wederom een grote naam op het vlak van digitale muziekinstrumenten. Deze app is een synthesizermodule, zoals vaak gebruikt in studio’s. Via midi wordt zo’n apparaat alsnog met een keyboard verbonden, of je koppelt hem aan een computer om daar met een midi-composer aan de slag te gaan.

Verder kun je SOUND Canvas als midi-speler gebruiken. En daarvan zijn er meer dan genoeg te vinden op internet. Er wordt een aantal indrukwekkende voorbeeld-midi’s meegeleverd. Het is ook niet gek dat dit ding klinkt als een klok, want het is een volledig in software nagebouwde dure hardware-sequencer. Om een demobestand te openen tik je op de knop File open, gevolgd door een tik op een van de meegeleverde midi’s. Tik vervolgens op de afspeelknop en laat je oren van verbazing van het hoofd vallen: zo goed klonk midi nog nooit! Goedkoop is de app niet met een prijskaartje van 21,99 euro. Maar bedenk dat de hardware-uitvoering een klassieker is die een veelvoud kost.

©PXimport

Rockrelay Synth FM

Hoewel er voor Android helaas beduidend minder virtuele instrumenten van grote namen beschikbaar zijn, kun je met de app Rockrelay Synth FM (gratis met advertenties of voor 9,99 euro advertentievrij) toch genieten van een in software nagebouwde klassieker. Deze app is een emulatie van de legendarische Yamaha DX7 FM-synthesizer. Deze kwam in 1983 op de markt en was de allereerste FM-synth die geen gebruikmaakte van analoge schakelingen om golfvormen en daaruit voortvloeiende geluiden te produceren. In plaats daarvan werden DSP’s ingezet.

Een DSP is een Digital Signal Processor, een processor speciaal ontworpen om analoge signalen in gedigitaliseerde vorm zo efficiënt en snel mogelijk te verwerken. Tegenwoordig tref je DSP’s in tal van apparaten aan, zoals smartphones of een noise cancelling-hoofdtelefoons. In het laatste geval wordt de DSP gebruikt om omgevingslawaai uit te filteren.

Terug naar de DX7. Hoewel deze Yamaha volledig naar eigen hand is te zetten via tal van instellingen, was dat voor veel artiesten een brug te ver. Gelukkig beschikt de DX7 over een arsenaal aan presets. Die klinken je waarschijnlijk (tenminste voor een deel dan toch) bekend in de oren. Muzikanten uit de roemruchte jaren tachtig maakten volop gebruik van de DX7 en daarmee is deze synthesizer er een die mede het geluid van dat decennium bepaalde. Overigens: één van de weinigen die wel diep doordrong tot in de technische mogelijkheden van de DX 7 was Brian Eno. Wat hij bereikte met die kennis kun je horen op zijn ambient-album Apollo: atmospheres en soundtracks.

©PXimport

Peter Vogel CMI

Nog een uniek instrument van weleer is de Vogel CMI. Dat is een volledig softwarematig nagebouwde Fairlight CMI, destijds ontworpen door Peter Vogel. Dat apparaat kostte ooit – jawel – 50.000 dollar. In Nederland zijn er voor zover bekend welgeteld vier exemplaren van over de toonbank gegaan.

Het was een complex instrument dat werd aangestuurd door een computer; de bediening verliep via een lichtpen en – natuurlijk – een keyboard. Het was ondanks de prijs en complexiteit een groot succes bij wereldberoemde artiesten. De in 1979 uitgebrachte synth is dan ook te horen op tal van tracks uit de jaren tachtig van de vorige eeuw; kenners pikken het karakteristieke geluid van het apparaat er direct uit. Feitelijk is het een van de toonaangevende instrumenten uit de eighties. En dat installeer je nu gewoon op de iPad of iPhone.

De bediening verloopt nog geheel in de stijl van toen via tekstgebaseerde schermen en editors. Om even snel een indruk te krijgen van de muzikale capaciteiten tik je in het P1-scherm op Help/Demo. Tik vervolgens op Demo in het geopende menu. Je vindt twee voorbeeldtracks, elk voorzien van een groene knop. Tik hierop en de track opent in de editor, alwaar je op Play tikt. Deze app kost je in de standaarduitvoering 10,99 euro; upgraden naar Pro met onder meer de mogelijkheid tot het afspelen van midi-bestanden is ook een mogelijkheid. Let niet op de wat zure beoordelingen van sommige kopers: het betreft hier een natuurgetrouwe emulatie van het origineel en dus is de bediening – om compatibiliteitsredenen – naar hedendaagse begrippen spartaans.

©PXimport

Virtual ANS

Ondertussen zaten de Russen niet stil. Sterker nog: in de voormalige Sovjet-Unie en aanpalende satellietstaten werd druk geëxperimenteerd met hypermoderne elektronische muziek. Daarvoor werden bijzondere instrumenten ingezet, zoals de ANS. Ontworpen tussen 1938 en 1958 was dit instrument zijn tijd ver vooruit. Op een glasplaat werden muziekvormen getekend in de vorm van een spectogram (sonogram). Die plaat werd vervolgens live gescand door een batterij aan lichtgevoelige cellen en verder verwerkt. Hoe dat klinkt, kun je onder meer beluisteren op

. En inderdaad: het is niet geheel verwonderlijk dat ANS gebruikt is voor bijvoorbeeld de soundtrack van de Russische sf-film Solaris.

Hoe dan ook, de ANS is er nu in app-vorm voor zowel Android als iOS. Virtual ANS kost 5,99 euro en je kunt er (onder meer) heerlijke space- en trance-geluiden mee produceren, wat het ook interessant maakt voor YouTubers en thuisfilmers. In de app teken je het geluid dan gelukkig wel op een virtuele glasplaat, dus minder breekbaar. Tik op de diskette en dan op New voor een nieuw geluid. Begin simpel, teken een lijn van linksboven naar rechtsonder. Druk op de (voorwaartse) afspeeltoets rechts onder in beeld. Je hoort nu een in toonhoogte afnemende toon. Door meerdere lijnen te tekenen kunnen complexe geluiden gemaakt worden. Leef je uit. Of gebruik een van de vele presets (diskette, Load, Projects, en een van de voorbeeldbestanden). Klinkt extreem futuristisch, toch?

©PXimport

Synthesizer TB 303

Androidgebruikers kunnen hun hart ophalen aan een mislukt instrument dat tegenwoordig een soort cultstatus heeft gekregen. Eentje die onder meer in allerlei moderne muziek wordt gebruik, al dan niet in virtuele vorm. We hebben het hier over de Roland TB-303. Dit was een synthesizer en sequencer die bedoeld was om een bas na te bootsen. Probleem was alleen dat die bas als een soort Donald Duck met een keelontsteking klonk. En dus niet serieus genomen werd door musici die op zoek waren naar een écht als een bas klinkend elektronisch alternatief.

Het in 1982 uitgebrachte instrument werd daardoor snel teruggetrokken van de markt. Maar dat nam niet weg dat sommige muzikanten toch eens gingen experimenteren met het komische geluid dat de TB 303 produceerde. En zo af en toe dook het dan ook eens op in een nummer, zoals Rip It Up van Orange Juice. Als je de app Synthesizer TB 303 Bassline van Rockrelay start en er een beetje mee speelt, is het karakteristieke geluid op de genoemde track direct herkenbaar. En nu hoor je de 303 dus met regelmaat in hits, house, trance, dance enzovoort.

©PXimport

Mellotronics Streetlytron ’63

Tot slot een zonder meer legendarisch elektronisch instrument uit het verleden: de Mellotron. Het instrument beleefde z’n hoogtijdagen in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Digitale technieken stonden in hun kinderschoenen, synthesizers gebaseerd op digitale samplers bestonden nog lang niet. De Mellotron gebruikte een unieke manier om toch allerlei instrumenten ten gehore te brengen: tapelussen. Binnenin waren met de einden aan elkaar geplakte banden aanwezig, met daarop de opname van een instrument. Een bandspeler bracht de opnamen ten gehore, afhankelijk van de toetsaanslag op een hogere of lagere afspeelsnelheid. Hoe dat klinkt, kun je bijvoorbeeld horen in het nummer Nights in White Satin van The Moody Blues. Ook vele andere artiesten maakten er met liefde gebruik van. Daar waar het geluid van de Fairlight CMI het geluid van de tachtiger jaren bepaalde, deed de Mellotron dat voor de jaren zeventig en zelfs zestig. En ook nu nog wordt de klassieker ingezet voor moderne producties. Maar het blijft een mechanisch monster dat veel liefde qua onderhoud vergt. De app voor je iPhone of iPad is een heel stuk gebruikersvriendelijker en klinkt als een klok. Bij de introductie kostte het instrument zelf 1.000 pond. Omgerekend naar hedendaagse valuta zou de originele Mellotron een ruime 18.000 euro kosten. De app-versie van de Mellotron heet Mellotronics Streetlytron ’63. Hij kost 7,99 euro in de basisuitvoering en 16,99 euro in de Pro-variant. De app neemt trouwens 1,7 GB in beslag dankzij de enorme berg aan tapeloops – de originele gedigitaliseerde exemplaren!

©PXimport

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos