ID.nl logo
10 vergeten besturingssystemen
© Reshift Digital
Huis

10 vergeten besturingssystemen

Jonge IT’ers van nu zullen van de meeste van deze besturingssystemen nooit gehoord hebben. Dat is jammer, want ze zijn belangrijk geweest voor de tegenwoordige platforms waarop pc's en mobieltjes draaien.

1. CP/M

Het 8 bit besturingssysteem CP/M (Control Program for Microcomputers) wordt beschouwd als eerste commerciële besturingssysteem ter wereld en zette in 1973 een revolutie in pc-land in gang. Net als bij latere opvolgers als MS-DOS moesten in de command line (opdrachtregel) commando’s worden getypt die het besturingssysteem vervolgens uitvoerde. Het systeem zorgde er onder andere voor dat ontwikkelaars veel meer mogelijkheden kregen. WordStar en dBase draaiden er bijvoorbeeld zonder enige aanpassing mee op 8080-, 8088- en 8086-computers.

CP/M werd ontwikkeld door Gary Kindall, een bij Intel werkzaam genie die het systeem voor de 8080 microprocessor van het bedrijf ontwikkelde. CP/M draaide eind jaren 70 en in het begin van de jaren 80 op de meeste compacte zakelijke en thuiscomputers (toentertijd noemden we dat nog geen pc’s). In 1981 betaalde Microsoft het bedrijf Seattle Software Works 10.000 dollar voor een ongeautoriseerde kloon van CP/M die het later aan IBM licenseerde om te gebruiken op de eerste IBM PC als PC-DOS dat later uit zou groeien tot het veel populairdere MS-DOS. CP/M draaide in zijn hoogtijdagen op 3000 verschillende computers.

2. OS/2

In augustus van het jaar 1985 tekende Microsoft een deal met IBM om samen een geavanceerd besturingssysteem met de naam OS/2 te gaan ontwikkelen als opvolger van DOS. Het uiteindelijke systeem werd echter nooit zo populair als MS DOS (of later Windows). Sterker nog, OS/2 werd hét twistpunt tussen Microsoft en IBM.

Dit kwam doordat Microsoft de meeste ontwikkelcapaciteit toekende aan Windows en Windows NT. OS/2 raakte bij Microsoft op het tweede plan verzeild. Later stapte Microsoft volledig uit de ontwikkeling van OS/2. IBM bracht in december 2001 de laatste IBM-versie van OS/2 uit en weigerde ondanks verschillende smeekbedes het systeem als open-source uit te geven.. Nu wordt het besturingssysteem up-to-date gehouden door Serenity Systems International en heet het eComStation.

OS/2 was in veel opzichten de voorloper van Windows NT (en dus ook van het latere XP en Server). Het systeem blonk uit in stabiliteit en introduceerde features die pas later in Microsoft-besturingssystemen gebracht worden, zoals een 32-bit architectuur, een virtuele machine voor DOS, multitasking en een gebruiksinterface die gedreven werd door objecten in plaats van vaste onderdelen.

Toch werd OS/2 geen succes vooral vanwege het gebrek aan applicaties (software verscheen eerst voor Windows en dan pas voor OS/2) en omdat IBM het niet zag zitten alle mogelijke hardware te ondersteunen, iets dat Microsoft met DOS en Windows wel probeerde te doen. Ook het feit dat OS/2 geen onderscheid kon maken tussen individuele gebruikers of typen gebruikers (bijvoorbeeld de gast- of beheerdersrol) in een tijd dat netwerken steeds belangrijker werden nekte de adoptie van het platform.

3. Symbian

Symbian (ontstaan in 1998) was ooit het populairste besturingssysteem voor mobiele high-end toestellen in de tijd dat nog niemand van de iPhone had gehoord. In zijn topjaren werd het OS geflankeerd door Windows Mobile, BlackBerry en allerhande op Java-gebaseerde besturingssystemen. Met name tussen 2008 en 2010 verruilden consumenten hun oude mobieltje van Nokia voor een nieuwer Symbian-model met browser en internetverbinding.

Symbian stond dus twee jaar aan de top, maar de komst van de iPhone en Android-toestellen maakten daar een einde aan. Analisten zagen de dramatische val van Symbian niet aankomen. Zelfs in 2010 verwachtte IDC nog dat Symbian in 2014 marktleidend zou zijn. Even later explodeerde de groei van Android met populaire toestellen als de HTC Desire en de eerste Samsung Galaxy S.

Symbian ligt op dit moment aan de beademing en dreigt te sterven. Hoewel er geen nieuwe toestellen meer verschijnen, kunnen gebruikers nog wel ondersteuning tegemoetzien. Nokia bracht de doorontwikkeling onder bij Accenture die tot 2016 verder blijft gaan met de ondersteuning. De Nokia 808 PureView is het laatste ‘vlaggenschip’ dat met Symbian is uitgerust.

4. BeOS

Toen Apple halverwege de jaren '90 op sterven na dood leek, besloot ex-Apple bestuurder Jean-Louis Gasseé van Be Incorporated de gok te wagen met een pc op een geheel nieuw platform. Van 1990 tot 1995 hadden 12 ingenieurs van Apple, NeXT (Steve Jobs' bedrijf) en Sun aan de BeBox en het besturingsysteem BeOS gewerkt: een investering van ruim 9 miljoen dollar en die bijvoorbeeld het 64-bit bestandssysteem BFS opleverde.

Deze krachtsinspanning resulteerde in een machine met twee PowerPC CPU's op 66MHz op een besturingssysteem dat volgens de makers de concurrentie aan zou kunnen gaan met Mac OS en Windows. De machines waren gericht op de zakelijke markt en in het bijzonder op developers. Toch werd het een grote mislukking. In de twee jaar dat de machine verkocht werd, verwisselden slechts 2000 exemplaren van eigenaar.

BeOS bestaat nog steeds, maar lijdt een marginaal bestaan sinds eigenaar Palm door HP overgenomen werd. Wat van BeOS over is, is terug te vinden in het gratis open-source OS Haiku, waarvan in november de laatste alpha-versie verscheen.

5. DR-DOS

In de jaren 80 ontwikkelden een aantal eigenzinnige ontwikkelaars een eigen Microsoft-variant voor het marktleidende MS-DOS. Gary Kindall, eerder verantwoordelijk voor CP/M, startte met Digital Research een bedrijf om het opkomende MS-DOS het vuur aan de schenen te leggen. Helaas bleek CP/M-86 niet het alternatief waar pc-gebruikers op zaten te wachten, dus besloot hij in de vorm van DR-DOS een kloon uit te brengen die DOS voorzag van functionaliteit waaraan Microsoft niet zou kunnen tippen.

DR-DOS bracht aanvullende tools voor de command-line, bood ondersteuning voor grote FAT16 harde schijven en voegde bijvoorbeeld wachtwoordbescherming aan de kernel van het systeem toe waardoor het de belangrijkste concurrent voor Microsoft werd. Later werden ook zaken als geavanceerd geheugenbeheer, schijfcompressie een taakbeheerder en ‘undelete’ aan het arsenaal toegevoegd. Desondanks werd DR-DOS nooit de belangrijkste speler en verkocht Digital Research in 1991 de broncode aan Novell die de ontwikkeling voortzette onder de naam Novell DOS en PalmDOS, een besturingssysteem voor handheld palmtoppc’s.

6. Novell Netware

Begin jaren tachtig besloot de Amerikaanse netwerkspecialist Novell om een besturingssysteem voor Novell netwerkservers te ontwikkelen waar computers draaiende op CP/M en DOS gebruik van konden maken als alternatief voor mainframes en minicomputersystemen. Enkele jaren later werd het systeem ook voor IBM PC compatible hardware vrijgegeven waardoor ook andere fabrikanten servers konden met Netware leveren.

Voor de komst van Windows NT/Windows Server was Netware een belangrijke speler in serverland en introduceerde het functionaliteit als de Netware Directory Services (NDS), een gedeelde directory zoals die tegenwoordig nog door Microsoft als Active Directory wordt gebruikt.

De grootste fouten van Novell (en aanleiding voor de ondergang van Netware) waren dat het besturingssysteem te lang heeft vertrouwd op een DOS-omgeving om het systeem te beheren, dit terwijl beheerders verlangden naar een grafische GUI-oplossing. Ook bleef Netware vasthouden aan Novells eigen IPX/SPX netwerkprotocol, terwijl het open TCP/IP de standaard voor het internet werd. Hosters kozen daarom niet voor Netware-servers, maar voor Windows-, Unix- en Linux-alternatieven. Tegenwoordig leeft Netware verder als Linux-gebaseerd besturingssysteem onder de vlag Open Enterprise Server.

7. NeXTStep

Nadat Steve Jobs Apple in 1985 noodgedwongen had verlaten, begon hij met het bedrijf NeXT, waar een heel nieuw platform werd opgebouwd rond een Unix-achtig OS met de naam NeXTSTEP. NeXT produceerde van 1988 tot 1993 een hele computerlijn (tegenwoordig allemaal verzamelobjecten), waarna de hardware werd losgelaten en het bedrijf zich volledig op software ging concentreren.

In 1994 kwam Canon, dat zelf een aandeel in NeXT had, met een eigen NeXTSTEP 486-machine: de object.station 41. Helaas bleek het NeXTSTEP OS niet populair genoeg; de object.station verkocht niet best. Maar vergis je niet: alle moderne Macs draaien op OS X, wat weer gebaseerd is op NeXTSTEP, waardoor het eigenlijk gewoon volle neefjes zijn van dit moedige Canon-initiatief.

8. GEOS

Twee jaar na het verschijnen van Apples grafische besturingssysteem Mac OS kwam Berkeley Softworks (wat later bekend werd als GeoWorks) in 1986 met een 8-bit kloon voor de 1 Mhz Commodore 64 thuiscomputer: GEOS.

Net als Mac OS bood GEOS een tekstverwerker, een rekenmachine en een tekenprogramma. Pakketten als een DTP-applicatie en spreadsheet waren afzonderlijk verkrijgbaar. Commodore was zo onder de indruk van het programma dat het GEOS standaard ging meeleveren met de goedkope C64C-machine.

In 1990 bracht GeoWorks met PC/GEOS (ook bekend als GeoWorks Ensemble) een 16-bit besturingssysteem voor XT en AT pc’s uit dat weliswaar DOS als onderliggende laag vereiste, maar wel een complete grafische interface kende waarop gebruikers programma’s konden installeren. GEOS bleef eind jaren ’90 besturingssystemen voor goedkope instapcomputers leveren in de vorm van NewDeal Office en Breadbox Ensemble.

9. AmigaOS

Tegenwoordig is multitasking de normaalste zaak van de wereld, maar bijna dertig jaar geleden werd het beschouwd als de heilige graal. Doordat Windows op DOS was gefundeerd, kon je daarmee alleen maar dromen van multitasken. Mac OS en de eerste OS/2-versie konden wel programma’s naast elkaar uitvoeren, maar de taken zaten elkaar daarbij hopeloos in de weg. Terwijl andere besturingssystemen gefrustreerd met multitasking knoeiden, wist Amiga de onderliggende problemen te omzeilen. Dit OS zat zó geavanceerd in elkaar dat de grote IT-bedrijven meer dan tien jaar nodig hadden om hun achterstand in te lopen. De multithread-multitasking capaciteiten van AmigaOS werden vooral gebruikt voor zware grafische toepassingen in de media-industrie. Des te opmerkelijker dus dat het OS ook onder een breder publiek op populariteit kon rekenen, waaronder veel gamers.

Het duurde nog tot eind jaren ’90 voordat Windows NT, OS/2 en het Mac OS multitasking ondersteunden, en in tegenstelling tot AmigaOS hadden deze systemen daar een behoorlijk zware hardwareconfiguratie voor nodig.

Helaas waren de makers van het AmigaOS beter in het bedenken van krachtige technologie dan in het bewaken van hun banksaldo. Sinds 1994 werd het bedrijf erachter verschillende malen failliet verklaard en overgenomen door andere bedrijven, zoals Commodore en Gateway. De ontwikkeling van AmigaOS 4 werd weliswaar doorgezet voor de PowerPC en deze versie kwam in 2006 zelfs op de markt, maar er heeft jarenlang juridische touwtrekkerij plaatsgevonden over wie het besturingssysteem nu eigenlijk mag voeren. Het Belgische Hyperion Entertainment claimt de boel juridisch gezien in handen te hebben en levert er nog steeds software voor.

10. WebOS

Het destijds compleet nieuwe, op Linux gebaseerde WebOS en de eerste smartphone daarmee, moesten in januari 2009 mobiele fabrikant Palm redden. De verkoop van zijn oude producten zat al geruime tijd in een neergaande spiraal en de vooruitzichten waren slecht. WebOS beloofde een smartphonesysteem met apps, multitasking en hechte integratie met e-mail en clouddiensten.

Toch werd het geen succes en werden toestellen op basis van het besturingssysteem nauwelijks verkocht. Hoe heeft dit zo mis kunnen gaan?

Ten eerste is Palm zijn tijd ver vooruit geweest door in 2008 al te kiezen voor html als app-platform voor zijn nieuwe mobiele besturingssysteem. Naderhand is echter gebleken dat Palm zijn tijd hiermee té ver vooruit was. HTML zelf was nog niet zo krachtig als het nu is met de mogelijkheden die HTML5 biedt. Bovendien waren HTML-ontwikkelaars ook nog niet gericht op 'echte' apps, die lokaal op een apparaat draaien.

"We waren simpelweg niet in staat om zo'n ambitieus en baanbrekend ontwerp uit te voeren", vertelde voormalig software-topman Paul Mercer van Palm aan The New York Times. Hij overzag het interface-ontwerp van WebOS en huurde belangrijke ontwikkelaars in voor het nieuwe besturingssysteem. "Misschien dat het nooit uitgevoerd kon worden omdat de technologie er nog niet was", zegt hij achteraf.

Die ex-topman geeft ook aan dat het moeilijk was om in 2009 programmeurs te vinden die een goed begrip hadden van browser-engine WebKit. Dat was namelijk niet alleen de basis voor Palms nieuwe platform, maar ook voor de Safari-browser in Apple's iOS en voor de webbrowser in Google's Android. Die twee techreuzen hadden het m eeste toptalent op dit gebied al weggekaapt, legt Mercer uit.

WebOS was tot voor kort in handen van HP. Dat bedrijf stopte medio 2011 met de ontwikkeling van het mobiel platform, dat een erfenis was van de overname van Palm. HP besloot het te implementeren als OS voor zijn TouchPad-tablets, iets wat uitdraaide op een grote deceptie. HP besloot vervolgens webOS vrij te geven aan de open source-gemeenschap. In februari van dit jaar besloot elektronicafabrikant LG het noodlijdende besturingssysteem over te nemen om het te kunnen integreren in zijn lijn Smart TV’s.

▼ Volgende artikel
Vuurwerk fotograferen met je smartphone: zo krijg je de mooiste foto's
© ID.nl
Huis

Vuurwerk fotograferen met je smartphone: zo krijg je de mooiste foto's

De jaarwisseling 2025/2026 is het laatste keer dat we zelf vuurwerk mogen afsteken. Reken maar dat er dus heel wat siervuurwerk de lucht in gaat op oudejaarsavond! Natuurlijk wil je daar foto's van maken, maar het blijft lastig om dit spektakel goed vast te leggen met een telefoon. Vaak eindig je met bewogen strepen of een overbelichte waas op je scherm. Met de juiste voorbereiding en instellingen maak je dit jaar foto's die wél de moeite waard zijn om te bewaren.

In dit artikel

Vuurwerk fotograferen met je smartphone vraagt om een goede voorbereiding en de juiste instellingen. Je leest hoe je je telefoon stabiel houdt, waarom een schone lens verschil maakt en welke instellingen helpen om lichtsporen scherp vast te leggen. Ook leggen we uit hoe Live Photos op de iPhone en de Pro-modus op Android werken, en waar je op let bij timing en compositie voor een sterker eindresultaat. 

Lees ook: Betere foto's met je smartphone? 5 fouten die je nooit moet maken! (Plus: de beste camera-smartphones 2025)

Begin met een schone lens door er even een microvezeldoekje overheen te halen. Vette vingers veroorzaken namelijk vlekken waardoor het felle licht van het vuurwerk minder goed wordt vastgelegd. Controleer daarnaast of je nog voldoende opslagruimte vrij hebt op je toestel. Omdat je waarschijnlijk veel beelden achter elkaar schiet, loopt je geheugen sneller vol dan je denkt. Vergeet ook niet om je batterij volledig op te laden, want als het koud is, gaat de accu van je smartphone sneller leeg.  

Stabiliteit voor scherpe beelden

Lichtflitsen in het donker fotograferen vraagt om een langere sluitertijd. Hierdoor is elke kleine beweging van je handen direct zichtbaar als een onscherpe vlek. Gebruik bij voorkeur een klein statief of een smartphonehouder om je toestel stil te houden. Heb je die niet bij de hand? Leun dan tegen een muur of lantaarnpaal en houd je smartphone met beide handen stevig vast. Gebruik in geen geval de digitale zoom. Dit verlaagt de kwaliteit van je foto aanzienlijk en maakt de korreligheid alleen maar erger.

©ID.nl

Lichtsporen vastleggen met iPhone

Heb je een iPhone, dan is de functie Live Photos je beste vriend tijdens de jaarwisseling. Zorg dat het ronde icoontje voor Live Photos bovenin je camera-app geel gekleurd is. Nadat je de foto hebt gemaakt, open je deze in de Foto's-app. Tik linksboven op het woordje 'Live' en kies uit het menu voor 'Lange belichting'. Je telefoon voegt dan alle beelden uit de opname samen tot één foto. Hierdoor veranderen de losse lichtpuntjes in vloeiende, lichtgevende banen tegen een donkere lucht. Gebruik hierbij bij voorkeur een statief of zet je iPhone ergens stabiel neer. Wanneer je namelijk los uit de hand fotografeert, worden de bewegingen die je zelf maakt ook meegenomen, en dat kan zorgen voor een wazig eindresultaat.

De Pro-modus op Android gebruiken

Veel Android-telefoons hebben een Pro-modus waarmee je handmatig de sluitertijd aanpast. Open deze stand in je camera-app en zoek naar de letter 'S' (Sluitertijd). Voor vuurwerk werkt een sluitertijd tussen de twee en vier seconden vaak het best. Houd de ISO-waarde laag, bijvoorbeeld op 100, om ruis in de donkere delen te voorkomen. Omdat de sluiter nu langer openstaat, is een statief echt een vereiste. Je krijgt dan de bekende foto's waarbij je de hele weg van de vuurpijl als een lichtspoor ziet.

Timing en compositie bepalen

Het moment waarop je afdrukt is bepalend voor het eindresultaat. Werk je met een normale sluitertijd, dan is de burst-modus handig: houd de ontspanknop ingedrukt wanneer een pijl de lucht in gaat. Zo leg je de hele explosie vast en kies je achteraf de mooiste foto uit de reeks. Denk ook na over de compositie van je beeld. Een foto van alleen de lucht is vaak wat kaal. Probeer elementen uit de omgeving mee te nemen, zoals silhouetten van gebouwen of bomen. Dit geeft context en maakt het plaatje een stuk interessanter.

🎆 Snelle checklist 🎆

Wat?Hoe?
StatiefGebruik een stabiele ondergrond of een houder
FlitserSchakel deze functie handmatig uit
FocusVergrendel de scherpte op de plek van de explosie
BelichtingVerlaag de helderheid voor diepere kleuren
ZoomBlijf op de standaardstand staan voor maximale scherpte
ModusGebruik de burst-functie voor een reeks opnames
▼ Volgende artikel
Oliebollen bakken in de airfryer, kan dat?
© sara_winter - stock.adobe.com
Huis

Oliebollen bakken in de airfryer, kan dat?

De geur van versgebakken oliebollen hoort bij december. Toch ziet niet iedereen het zitten om met een pan heet vet aan de slag te gaan. Oliebakken in de airfryer lijkt dan een aantrekkelijk alternatief: minder luchtjes en ook nog eens minder vet. Maar levert bakken in een airfryer dezelfde oliebol op, of moet je toch de frituurpan uit het vet halen?

In dit artikel

Je leest waarom je geen klassieke oliebollen kunt bakken in een airfryer en wat daar technisch misgaat. Ook leggen we uit wat je wel voor oudjaarsalternatief kunt maken met de airfryer én hoe je de airfryer slim gebruikt om gekochte oliebollen weer knapperig en warm te maken.

Lees ook: Ontdek de minder bekende functies van je airfryer

Oliebollen bakken in de airfryer, kan dat? Het korte antwoord is duidelijk: nee, een traditionele oliebol bak je niet in een airfryer. Klassiek oliebollenbeslag is vloeibaar en heeft direct contact met hete olie nodig om zijn vorm en structuur te krijgen. Een airfryer is in de basis een compacte heteluchtoven. Zonder een bad van hete olie kan het beslag niet snel genoeg stollen. Wie het toch probeert, ziet het deeg door het mandje zakken of uitlopen tot een platte, taaie schijf. Dat ligt niet aan het recept, maar aan de techniek.

Waarom hete olie onmisbaar is

Zodra je het beslag van de oliebol in de hete olie van de frituurpan schept, ontstaat er vrijwel direct een korstje om de buitenkant. Binnen in de bol ontstaat stoom, waardoor de bol uitzet en luchtig wordt. Die combinatie van afsluiten en opblazen zorgt voor de typische oliebolstructuur. In een airfryer ontbreekt die directe warmteoverdracht. Hete lucht is simpelweg minder krachtig dan hete olie. Zonder direct contact met heet vet kan het beslag niet snel genoeg stollen. Daardoor blijft een echte oliebol uit de airfryer onmogelijk.

©Gegenereerd door AI

Wat wel kan: kwarkbollen uit de airfryer

Wie toch iets zelf wil maken in de airfryer, moet het klassieke oliebollenbeslag loslaten. Met een steviger beslag, bijvoorbeeld op basis van kwark, kun je ballen vormen die hun vorm behouden. Deze bollen garen prima in de hete lucht en krijgen een mooie bruine buitenkant. De uitkomst lijkt qua vorm op een oliebol, maar de structuur is compacter en de smaak meer broodachtig. Denk aan iets tussen een zoet broodje en een scone. Lekker, lichter en prima als alternatief, maar: het is geen oliebol zoals je die van de kraam kent.

Kwarkbollen uit de airfryer

Meng 250 gram volle kwark met 1 ei en 50 gram suiker tot een glad mengsel. Voeg vervolgens 300 gram zelfrijzend bakmeel toe, samen met een snuf zout. Meng alles kort tot een samenhangend deeg. Het deeg moet stevig zijn en nauwelijks plakken. Is het te nat, voeg dan een beetje extra bakmeel toe. Wie wil, kan rozijnen, stukjes appel of wat citroenrasp door het deeg mengen.

Bestuif je handen licht met bloem en draai ballen ter grootte van een kleine mandarijn. Leg ze met wat ruimte ertussen in het mandje van de airfryer, eventueel op een stukje bakpapier. Bak de bollen in ongeveer 12 tot 15 minuten op 180 graden. Halverwege kun je ze voorzichtig keren zodat ze gelijkmatig bruin worden.

Laat de bollen kort afkoelen en bestuif ze eventueel met poedersuiker. Vers zijn ze het lekkerst, maar ook lauw blijven ze prima eetbaar.

Wat ook goed kan: oliebollen opwarmen in de airfryer

Waar de airfryer wel echt tot zijn recht komt, is bij het opwarmen van gekochte oliebollen. In de magnetron worden ze snel slap en taai. In de airfryer gebeurt het tegenovergestelde. Door de bollen een paar minuten op ongeveer 180 graden te verwarmen, wordt de korst weer knapperig en warmt de binnenkant gelijkmatig op. Je oliebollen smaken weer alsof je ze net gebakken (of gehaald) hebt!

Samenvatting

Wil je de échte oliebol, dan heb je twee opties: zelf bakken in een frituurpan of halen bij de kraam. Bakken in de airfryer kan niet, omdat vloeibaar beslag niet geschikt is voor hete lucht. Je kunt bijvoorbeeld wel kwarkbollen maken, maar dat is toch anders. De grootste winst zit in het opwarmen van kant-en-klare oliebollen: in de airfryer gaat dat snel, ze worden heerlijk knapperig en je hebt geen last van frituurlucht in huis.


Nog even niet aan denken...

...maar voor 1 januari, je goede voornemens

🎆 Vuurwerk op je Galaxy Smartphone? 👇

View post on TikTok