ID.nl logo
Wat voor soorten kookplaten zijn er?
Huis

Wat voor soorten kookplaten zijn er?

Kookplaten zijn er in diverse uitvoeringen, waarbij onderscheid gemaakt kan worden uit vier hoofdtypen. Denk van te voren goed na over het type plaat dat bij jou past. Dat zorg dat je ook daadwerkelijk op lange termijn (kook)plezier beleeft aan je toestel.

Gaskookplaat

©sebos

Om te beginnen is er natuurlijk de aloude gaskookplaat. Die heeft om diverse redenen z’n tijd wel zo’n beetje gehad, zeker voor thuisgebruik. Ten eerste is het nog nooit zo duidelijk geweest als nu, dat gas een energiebron is die op z’n eind loopt, met heel veel extreme prijsschommelingen. Ook is er het hoofdstuk veiligheid. Zeker met kinderen in huis kun je je afvragen of een gasfornuis de ideale keuze is. Ook kun je zelf vergeten het gas een keer uit te zetten. Iets om zeker ook in ’t achterhoofd te houden. Dat gezegd hebbende, kent dit type kookplaat nog altijd een schare liefhebbers. Bekende voordelen van een gasplaat zijn dat het geheel direct op temperatuur is qua warmtebron en dat ‘bijregeling’ direct reageert. Je pan zélf moet natuurlijk nog wel opwarmen of reageren; dat kost met name bij bijvoorbeeld van die dikke gietijzeren pannen ook een beetje tijd. Waarmee we dan indirect meteen op nog een ander voordeel komen van de gaskookplaat: je kunt er elke pan op gebruiken. Dan zijn er nog de meer praktische nadelen in het gebruik. Technisch gezien is koken op gas vérre van efficiënt: een groot deel van de opgewekte warmte gaat verloren. Merk jij tijdens het koken niet zo heel veel van, maar je ziet ’t wel op je rekening. En dan is er het schoonmaken: da’s toch altijd een hoop gedoe. Om de zaak echt goed schoon te krijgen moeten de pitten verwijderd worden en dient er stevig gepoetst te worden. 

Vergelijk op Kieskeurig.nl alle gaskookplaten.

Inductie, dé vervanger voor gas

©Henadzy - stock.adobe.com

De inductiekookplaat is eigenlijk dé vervanger voor koken op gas. De opbouw aan de buitenkant is simpel: een vierkante glasplaat. Dat maakt het schoonhouden wel heel makkelijk, alvast. Verder geldt dat een inductiekookplaat qua ‘gedrag’ nog ’t meest lijkt op gaskoken. De opwarmtijd is kort en de reactiesnelheid hoog. Een echt lange gewenningstijd zul je dus niet hebben, als je een overstapper van gas bent. Wel geldt er een belangrijke limitering: op een inductieplaat kun je alléén met pannen koken die voorzien zijn een ijzeren of stalen bodem. Ga je nieuwe pannen aanschaffen, dan moet je dus goed checken of ze geschikt zijn voor inductie. Héb je al pannen, maar weet je niet of ze werken op een inductieplaat? Dan is er een snelle test: als een magneetje aan de bodem van de pan blijft plakken (we hebben het dan over een schone pan…) zit je goed en werkt hij op een inductieplaat. Gewoon uitproberen kan ook natuurlijk; een pan wordt niet of nauwelijks warm op een inductiekookplaat als ie er niet geschikt voor is. Overigens kun je dan altijd nog aan de slag met een handige adapter, zodat je gewoon je eigen pannen kunt blijven gebruiken. Verder geldt dat je een aparte groep moet hebben in de meterkast om de inductieplaat op aan te sluiten. Ook is veelal een speciale aansluiting in de keuken nodig, die aangelegd moet worden. Nieuwbouwhuizen (en recent gemoderniseerde exemplaren) zijn vrijwel allemaal geschikt voor inductiekookplaten (en andere typen elektrische kookplaten).

Vergelijk op Kieskeurig.nl alle inductiekookplaten.

Elektrische kookplaat

©africa-studio.com (Olga Yastremska and Leonid Yastremskiy)

Een wat onduidelijke term die slaat op de alweer wat oudere soorten elektrische kookplaten. Wat velen aanlokkelijk doet lijken is de veelal erg lage aanschafprijs. Maar daar komen ook een aantal nadelen bij kijken die met name op langere termijn gaan vervelen. Je herkent dit type kookplaat aan de grijze, keramische cirkels. Op elke cirkel plaats je een pan; vaak zit er midden in de plaat ook nog een soort knop: de thermostaat. Het grootste probleem van dit type kookplaat is dat ’t even duurt voordat hij op temperatuur is, terwijl ook bijsturen – hoger of lager draaien – tijd kost. Een snelle reddingsactie om eten te redden dat dreigt aan te branden gaat je niet met de regelaar lukken, daarvoor moet je de pan van de plaat halen. Verder blijven gebruikte kookplaten lang gloeiend heet. Niet alleen zonde van de verloren gegane energie (al kun je ook gebruik van deze eigenschap maken door een hete kookplaat na het koken nog even als warmhoudplaat te gebruiken met uitgeschakelde stroom), maar ook is het oppassen. Je denkt er niet altijd over na dat een kookplaat nog gloeiend heet is na bijvoorbeeld vijf minuten. En dat kan weer verbrande vingers opleveren. Daardoor is het ook minder geschikt voor als er kinderen in de buurt zijn. Voordeeltje tot slot: je kunt er alle typen pannen op gebruiken. Wel geldt dat deze – in verband met een optimale warmteoverdracht – een zo vlak mogelijke bodem moeten hebben. Dat is bij pannen die een eerder leven op een gasfornuis achter de rug hebben vaak niet het geval. 

Keramisch koken

©africa-studio.com (Olga Yastremska and Leonid Yastremskiy)

Een keramische kookplaat oogt als een inductiekookplaat, maar is dat beslist niet. Dat blijkt onder meer uit het aantrekkelijk lage prijskaartje. Eigenlijk is het enige voordeel ten opzichte van de elektrische kookplaat ’t feit dat ook hier een makkelijk schoon te maken glasplaat de warmtebronnen afdekt. Voor de rest geldt dat het energieverbruik hoog is, waardoor goedkoop op de lange termijn dus duurkoop wordt. Verder heeft de keramische kookplaat eigenlijk dezelfde nadelen als de aloude standaard elektrische kookplaat: opwarmen kost tijd, de reactiesnelheid is laag en de plaat blijft na het koken lang gloeiend heet. Nog iets om in het achterhoofd te houden: iets als wokken is slecht te doen op een keramische kookplaat. Als je van snel en dynamisch koken houdt, is dit niet de plaat waar je voor moet kiezen. In principe werken alle soorten pannen op dit type warmtebron, dat is – naast de lage prijs – dan weer een van de voordelen. 

Halogeen kookplaat

©Liaurinko - stock.adobe.com

Bij een halogeen kookplaat wordt – zoals de naam wellicht al doet vermoeden – een halogeenlamp als warmtebron ingezet. Dat heeft als voordeel dat de aanschafprijs verrassend laag ligt. Maar er is ook nog een verborgen verrassing: deze lampen slijten nogal snel. En dan wordt het onder de streep uiteindelijk toch weer duur bij veelvuldig gebruik. De glasplaat boven deze lampen maakt schoonmaken dan weer wel makkelijk. Maar net als de keramische en reguliere elektrische kookplaat zien we wederom de bekende nadelen: de plaat blijft na gebruik lang bloedheet. Ook dynamisch en ‘nauwkeurig’ koken is niet mogelijk, waardoor iets als wokken ook hier afvalt. Tot slot geldt dat je ook op de halogeen kookplaat alle soorten pannen kwijt kunt.

Welke kookplaat is geschikt voor jou?

Voor serieus en prettig koken zijn de twee meest voor de hand liggende opties – qua gebruiksgemak – de gaskookplaat en de inductieplaat. De andere soorten elektrische kookplaten zijn eigenlijk alleen interessant als je weinig achter het fornuis te vinden bent en geld wilt besparen. Kook je veel (dagelijkse maaltijd voor gezin of gewoon omdat je het leuk vindt), dan is eigenlijk alleen de inductiekookplaat van harte aan te bevelen. Deze past bovendien ook mooi in de huidige trend met zonnepanelen op het dak enzovoort. Elektriciteit is de toekomst, gas verre van. Heb je het geld even niet voor een inductiekookplaat, dan kun je – als je er een hebt – beter je oude beestje nog even blijven gebruiken en doorsparen voor inductie. Dat levert onder de streep het meeste kookplezier en uiteindelijk ook de laagste energie-rekening op. Enige nadeel is dat alleen pannen met een stalen en ijzeren bodem werken op een inductieplaat.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.