ID.nl logo
Wat is een waterontharder?
© Olga Yastremska, New Africa, Africa Studio
Huis

Wat is een waterontharder?

Een waterontharder filtert calcium en magnesium uit je drinkwater. Dat voorkomt kalkaanslag op bijvoorbeeld kranen en in de douche. Veel belangrijker is dat kalkaanslag ook wordt voorkomen (of tenminste drastisch gereduceerd) in huishoudelijke apparatuur zoals een wasmachine of waterkoker. Hoe werkt die waterontharder en heb je er een nodig?

💧 In dit artikel lees je:

  • Wat hard en zacht water is en waarom hard water slecht is voor waterverbruikende huishoudelijke apparaten
  • Dat je dankzij een waterontharder bespaart op reparatie- en onderhoudskosten van waterverbruikende huishoudelijke apparaten
  • Hoe een waterontharder hard water zacht maakt
  • Dat magneet-waterontharders NIET werken (en dat dit ook wetenschappelijk nooit bewezen is)
  • Dat een elektronische waterontharder voordelen heeft boven een niet-elektronische
  • Dat je een waterontharder met regelmaat van nieuw zout voor filterreiniging moet voorzien
  • Dat een waterontharder met twee cilinders voordelen kan hebben (continu beschikbaar, meer flexibel qua installatie)

Ook interessant voor jou: 5 tips om water (en energie) te besparen.

Hard en zacht water, hoe zit dat nou?

Om maar met de laatste vraag te beginnen: je hebt lang niet overal in Nederland een waterontharder nodig. Er zijn gebieden met ‘zacht’ water waar van nature al water geleverd wordt met een laag calcium- en magnesiumgehalte en gebieden met ‘hard’ water waar dat niet het geval is en kalkaanslag een groot probleem kan worden. Goed om te weten: voor je gezondheid maakt het niet veel uit of je nou hard of zacht water drinkt.

Of er in jouw woonplaats hard of zacht water uit de kraan komt, kun je makkelijk checken op de site https://www.waterhardheid.nl/per-gemeente makkelijk checken. Maar eigenlijk zijn je ogen de beste hulpmiddelen om mee na te gaan of je een waterontharder nodig hebt. Veel kalkaanslag in relatief korte tijd in de badkamer? Of zit er altijd snel een kalklaag in je waterkoker, koffiezetapparaat enzovoort? Dan kan een waterontharder soelaas bieden.

💧 Tip: Kalkaanslag verwijderen Heb je kalkaanslag in de badkamer en op kranen (en nog geen waterontharder)? Dan verwijder je die aanslag eenvoudig met wat warm water en schoonmaakazijn.

©Dariusz Jarząbek

Heb je last van kalkaanslag? Met wat warm water en schoonmaakazijn kom je er snel vanaf.

Er bestaat maar één werkend soort waterontharder!

Ga je zoeken naar waterontharders, dan zul je merken dat er verschillende soorten zijn. Er wordt her en der op tv geadverteerd met magnetische kalkontharders die je om de waterleiding moet klemmen om kalkvorming tegen te gaan. Er is echter geen enkel wetenschappelijk bewijs dat deze magneten een positief effect hebben. Een wél werkende waterontharder is een systeem gebaseerd op filters en zout, in z’n meest compacte vorm iets ter grootte van een koffer. Deze ontharder wordt aangesloten direct achter de hoofdkraan en de waterleiding die de rest van je huis – verdeeld over aftakkingen – van water voorziet. Kortom: het hele huis wordt in één keer bediend door de waterontharder. Er bestaan mechanische en elektronische waterontharders. Bij mechanische exemplaren heb je geen elektrische aansluiting (stopcontact) nodig. De elektronische varianten hebben een microcontroller aan boord.

🧲 Magnetisch werkt niet Hoewel de aanschaf van een magnetische ‘waterontharder’ aantrekkelijk kan lijken: laat die dingen links liggen. Vaak betaal je er toch al gauw meer dan 100 euro voor. Waarbij je na ‘installatie’ dus nog altijd hard water uit de kraan krijgt, dat tot interne verkalking van huishoudelijke apparatuur blijft leiden. Dubbele kosten dus op termijn: de aanschaf van een waterontharder die niet werkt én reparatiekosten die blijven ontstaan door kalkaanslag.

Niet vergeten: zout bijvullen

Eenmaal geïnstalleerd werkt het apparaat ongemerkt. Het enige waar jij zorg voor moet dragen, is het regelmatig bijvullen met zoutblokjes. Het eigenlijke waterfilter in de waterontharder bestaat uit harskorrels. En die worden weer schoongespoeld met zout water. Vandaar dat een regelmatige hervulling met zout noodzakelijk is. Dat zout proef je vanzelfsprekend niet terug in het water; het wordt puur intern voor reiniging gebruikt.

Mechanisch, elektrisch & zout

Mechanische waterontharders zijn wat minder zuinig met zout. Bij elektronische waterontharders is het zoutverbruik lager. Dit komt doordat de aanwezige microcontroller: de software daarin meet en regelt efficiënt wat tot een lager zoutverbruik leidt.

Hier zie je de zouttabletten in elektronische waterontharder. Qui vorm en grootte lijken ze op een waxinelichtje.

💧 Tip: Elektronisch = extra handig Elektronische ontharders beschikken ook over diverse instellingsmogelijkheden, waarbij geldt dat sommige zelfs via wifi aan je thuisnetwerk gekoppeld kunnen worden en dat je ze via een app of de browser in de gaten kunt houden en/of configureren.

Hier zie je het bedieningspaneel van een elektronische waterontharder.

De capaciteit van een waterontharder

Verder is het van belang om in overleg met een installateur (het installeren van een waterontharder en ook het onderhoud ervan kun je het best uit handen geven, tenzij je heel precies weet waar je mee bezig bent) een waterontharder te kiezen die past bij het waterverbruik van jouw huishouden. Je kunt uit allerlei capaciteiten kiezen.

Waterontharder met twee cilinders: dit zijn de voordelen

Er zijn ook exemplaren met twee – externe – filtercilinders. Dat heeft als voordeel dat wanneer een filterreiniging gaande is (met dat zout dus), de andere cilinder gewoon gebruikt kan worden. Een waterontharder met één filter (cilinder) levert tijdens het reinigen (ook wel regenereren genoemd) tijdelijk het normale harde water. Dat is natuurlijk geen drama, want zoals gezegd is hard water niet ongezond. En het aantal keren dat jouw – om maar wat te noemen – wasmachine net draait wanneer een filterreiniging gaande is, zal laag zijn. Een enkel keertje hard water kan welk apparaat dan ook best hebben.

Wil je een elektronische waterontharder? Bedenk dan goed waar je hem wilt plaatsen: er moet een stopcontact in de buurt zijn.

Onder de streep bespaar je met een waterontharder geld. Minder kalkaanslag op verwarmingselementen en andere onderdelen in waterverbruikende huishoudelijke apparatuur zorgt op termijn voor een aanzienlijke vermindering van onderhoudskosten daarvan. En daarmee verdient een waterontharder in gebieden met hard water zich – eveneens op termijn – vanzelf terug.

💧 Tip: Wateralarm Het is verstandig om een wateralarmpje neer te leggen naast de waterontharder, gewoon op de grond (zie foto hieronder). Elk op de waterleiding aangesloten apparaat kan natuurlijk gaan lekken - en dat geldt dus óók voor een waterontharder. Een wateralarm wordt meestal geleverd met een batterij die jaren meegaat, dus je hebt er verder geen omkijken naar. En áls het eens mis gaat, dan attendeert een luide alarmtoon je op het onheil dat gaande is. Hoofdkraan dichtdraaien en het leed is alweer geleden.

Met een wateralarm weet je het meteen wanneer je waterontharder onverhoopt gaat lekken.
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.