ID.nl logo
Waar voor je geld: 5 inbouw-vaatwassers met energielabel A
© ronstik
Huis

Waar voor je geld: 5 inbouw-vaatwassers met energielabel A

Bij ID.nl zijn we dol op kwaliteitsproducten waar je niet de hoofdprijs voor betaalt. Een paar keer per week speuren we binnen een bepaald thema naar zulke deals. Op zoek naar een energiezuinige vaatwasser die je in een keukenkast kunt plaatsen? Vandaag hebben we vijf producten voor je gespot met een goede prijs-kwaliteitverhouding.

Bosch SMD6TCX00E

De fabrikant hanteert voor deze luxe inbouwvaatwasser weliswaar een stevige adviesprijs van 1709 euro, maar meerdere (web)winkels duiken ruimschoots onder de prijsgrens van duizend euro. Dankzij een breedte van zestig centimeter kun je de Bosch SMD6TCX00E in een standaard-keukenkastje kwijt. Een pluspunt is het nogal lage stroomverbruik van 54 kilowattuur per honderd cycli. Verder bedraagt de waterconsumptie nog geen tien liter per wasbeurt. Dit product is dan ook gecertificeerd met energielabel A. Daarnaast valt het geluidsniveau van 44 decibel erg mee.

De binnenzijde heeft drie laden, zodat er voldoende ruimte is voor servies van een groot gezin. Voor vaatwasserbegrippen telt dit product behoorlijk wat programma’s, waaronder een nacht- en ecomodus. Tijdens het wassen schijnt er continu een rode stip op de vloer. Als het programma is afgerond, merk je aan de afwezige stip dat je de vaatwasser kunt uitruimen. Een leuk extraatje is dat je de SMD6TCX00E vrijblijvend met wifi verbindt. Bekijk vervolgens de status in een app op je smartphone en bedien het apparaat met je stem. Je ontvangt daarnaast een pushbericht zodra de vaatwastabletten bijna op zijn.

Whirlpool W7I HF60 TU

Op zoek naar een energiezuinige én stille inbouwvaatwasser? De breed verkrijgbare Whirlpool W7I HF60 TU voldoet aan alle eisen. Wegens een geluidsniveau van maar 42 decibel kun je dit apparaat prima in een levendige woonkeuken kwijt. Je kunt ongestoord gesprekken aan de keukentafel blijven voeren terwijl het apparaat zijn werk doet. Volgens de specificaties van het A-energielabel komt het stroomverbruik bij honderd cycli uit op 55 kilowattuur. Dat is erg weinig! Verder verbruikt dit witgoedproduct bij elk programma 9,5 liter water.

Deze vaatwasser heeft plek voor servies van maar liefst vijftien personen. De binnenzijde bestaat dan ook uit drie laadniveaus, waaronder een besteklade bovenin. Handig is dat je sterk vervuilde borden niet hoeft voor te spoelen. Dankzij een krachtig sproeisysteem doet de W7I HF60 TU zelfstandig het noodzakelijke voorwerk. Afhankelijk van hoeveel servies je in de vaatwasser stopt, kiest het apparaat op eigen houtje optimale programma-instellingen. Na afloop opent vanzelf de deur. Op die manier kan de vaat gelijkmatig drogen. Ook handig: je ziet tijdens het uitruimen geen enkel koffiekopje of theelepeltje over het hoofd, want de binnenkant telt twee felle ledlampen.

Siemens SX85TX00CE

In de Siemens SX85TX00CE plaats je met een gerust hart jouw duurste glazen. Deze vaatwasser gaat middels de zogeheten glassZone namelijk zorgvuldig met het kwetsbare glaswerk om. Zes zachte sproeiers reinigen de glazen grondig. Daarnaast vangt de siliconen onderkant schokken en trillingen op. Een andere belangrijke pijler is het lage energieverbruik. Per wasprogramma verbruikt de SX85TX00CE zo’n 0,54 kilowattuur stroom en 9,5 liter water. Gunstig, want daarmee voldoet het product aan de eisen van het A-energielabel. Het opgegeven geluidsniveau is 44 decibel.

Je verbindt deze vaatwasser optioneel met jouw draadloze netwerk, waarna je in de Home Connect-app op elk moment statusgegevens opvraagt. Verder kun je vanaf een smartphone bepaalde instellingen aanpassen, zoals de spoelsnelheid. Opvallend is dat de SX85TX00CE jouw schone vaat droogt met behulp van zeolietkorrels. Hierdoor drogen plastic borden, bekers en bakjes sneller. Gebruikers hebben keuze tussen acht programma’s. Heb je eenmaal een cyclus gekozen, dan projecteert het apparaat de resterende tijd op de vloer.

Lees ook: Je vaatwasser inruimen? Dit is de beste manier!

Beko BDIN38660C

De Beko BDIN38660C is momenteel een van de betaalbaarste inbouwvaatwassers met energielabel A. Uit de gegevens van dit label blijkt dat honderd wasbeurten goed zijn voor een stroomverbruik van zo’n 56 kilowattuur. Logischerwijs is dat ook afhankelijk van welk programma je selecteert. Bij de ecomodus bedraagt de temperatuur bijvoorbeeld vijftig graden, maar bij een sterk vervuilde vaat kun je ook een intensief programma van zeventig graden kiezen. Per wascyclus gebruikt de BDIN38660C bijna tien liter water.

Verdeeld over drie laadniveaus stop je servies van maximaal zestien personen in deze vaatwasser. Nuttig zijn de speciale plekken voor wijnglazen. Die houden elk glas inclusief steel netjes op hun plek. Tijdens het wasprogramma schijnt er een rood ledlampje op de vloer. Gaat de verlichting uit, dan is de vaat klaar. Overige voordelen zijn het lage geluidsniveau van 44 decibel en de uitgestelde startfunctie. De fabrikant geeft tien jaar garantie op de motor.

Miele G 7472 SCVi

Wie een kwalitatieve inbouwvaatwasser van Miele wil kopen, kan dit breed verkrijgbare exemplaar overwegen. Hierbij doet de gerenommeerde Duitse fabrikant een opvallende belofte: klanten zijn twintig jaar gedekt tegen waterschade als gevolg van een defect aan het waterbeveiligingssysteem in deze vaatwasser. Vanzelfsprekend is het hierbij wel een voorwaarde dat de G 7472 SCVi correct is geïnstalleerd. Diverse bezoekers van Kieskeurig.nl zijn enthousiast over het product. Zij komen tot een gemiddelde beoordeling van een 9,3.

Deze vaatwasser is vergeleken met veel vergelijkbare producten nét even stiller. Het volumeniveau bedraagt 42 decibel, zodat je hem prima in de buurt van een keukentafel kunt opstellen. Opvallend is het nogal lage waterverbruik van 8,4 liter per wascyclus. Als klap op de vuurpijl slurpt de G 7472 SCVi bij een cyclus gemiddeld slechts 0,54 kilowattuur stroom. Je bekijkt op het display het verwachte energie- en waterverbuik van een gekozen programma. Dankzij drie laadniveaus plaats je moeiteloos meerdere pannen, grote borden, bekers, schalen en lepels. Deze vaatwasser heeft plek voor servies van veertien personen. Installeer desgewenst de Miele-app op een smartphone en ontvang een pushbericht zodra de vaat klaar is.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.