ID.nl logo
Hoe verwijder je vlekken uit kleding die niet in de wasmachine mag?
© HalynaRom - stock.adobe.com
Huis

Hoe verwijder je vlekken uit kleding die niet in de wasmachine mag?

Zal je net zien: op die ene favoriete trui waarover je het ene na het andere compliment krijgt zit een gigantische vlek en wassen in de wasmachine is ten strengste verboden. Volgens het label tenminste, want soms zijn er toch manieren om vlekken weg te krijgen uit tere stoffen zonder dat je naar de stomerij hoeft. Gooi ‘m dus niet weg, maar ga wel meteen in de actie met deze tips.

Zo weet je of iets in de wasmachine mag

Van sommige stoffen heb je misschien al het vermoeden dat je extra voorzichtig moet zijn, maar check voor de zekerheid altijd het label met het wasvoorschrift in het kledingstuk. Weet je sowieso al dat er bij jou geen dag voorbij gaat zonder vlek, dan is het bij de aankoop trouwens al slim om even op het label te kijken of jullie wel zo’n goede match zijn. In onderstaande video vind je alle wassymbolen handig uitgelegd, maar zie je vooral veel kruisen, dan weet je eigenlijk al dat voorzichtigheid geboden is.

Watch on YouTube

Alle wassymbolen handig uitgelegd.

Deze 5 stoffen mogen niet in de wasmachine

Het label is dus altijd leidend bij de manier van wassen, maar mocht je ‘m uit de kleding hebben geknipt of zijn de symbolen niet meer leesbaar, dan geven we je hieronder een rijtje stoffen die je beter niet in de wasmachine wast. Hoe je eventuele vlekken er dan toch uit krijgt, verklappen we ook meteen.

Alles voor het wassen

Van machines tot middelen, van wasmanden tot parfums!

1. Zijde

Zijde is afkomstig van de cocon van de zijdevlinder en daardoor een 100 procent natuurlijk materiaal. Het voordeel van zijde is dat het vuil afstoot en goed schoon te maken is, maar helaas niet in de wasmachine. Let bij zijde in het bijzonder op het gebruik van bleekmiddel en alcoholhoudende producten zoals deodorant, haarspray en parfum: deze vlekken zijn bijna niet te verwijderen.

Heb je toch een vlek ontdekt, maak deze dan zo snel mogelijk schoon. Schraap eerst de viezigheid er af en dep de vlek vervolgens droog. Gaat het om een vetvlek, dan kun je deze insprayen met wasbenzine of wat zijdewasmiddel een kwartier op de vlek laten inwerken. Daarna kun je het hele kledingstuk wassen in een teil met koud of lauwwarm water. Verwijder het overtollige water door het kledingstuk in een handdoek te rollen. Daarna laat je het liggend drogen.

Wil je liever niet met water in de weer, dan kun je vetvlekken ook bestrooien met wat bloem of inwrijven met wit brood.

©IHAR ULASHCHYK

2. Wol

Ook wol is een natuurlijk materiaal en hoef je in principe nauwelijks te wassen. Tenminste, als je geen vlekken maakt, want die zul je zo snel mogelijk moeten verwijderen.

Vloeistoffen trekken langzaam in wol in, dus als je op tijd bent, heb je een grote kans dat de vlek na behandeling niet meer te zien zal zijn. Masseer de vlek in met lauwwarm water en eventueel wat ossengalzeep. Laat dat een paar minuten intrekken en was de zeep er dan voorzichtig met water weer uit. Wanneer je wollen kleding liggend op een handdoek laat drogen, blijft de vorm goed behouden.

3. Viscose

Viscose wordt ook wel rayon of kunstzijde genoemd en is een half-synthetische stof. De basis van de stof is cellulose, ontstaan door een chemisch proces van kleine houtdeeltjes gewonnen uit bomen. Het materiaal lijkt qua uiterlijk op zijde, maar voelt aan als katoen omdat de stof goed ademt. Het nadeel van viscose is het krimpgevaar en bovendien wordt de kans op scheuren van de stof groter als het nat wordt. En dáár komt de no-go voor de wasmachine om de hoek kijken.

Zitten er vlekken op jouw viscose blouse, dan behandel je dat door wat vloeibaar wasmiddel direct op de vlek aan te brengen. Ga daarna voorzichtig te werk, want zodra viscose nat wordt, is de stof extra gevoelig. Deppen dus, en niet hard wrijven of borstelen. Daarna kun je het kledingstuk uitspoelen met koud of lauwwarm water en liggend laten drogen.

©Olga Yastremska, New Africa, Africa Studio

4. Acetaat

Acetaat is een goedkopere vervanger van zijde en heeft dezelfde mooie glans. Het bevat net als viscose cellulose uit hout, bamboe en katoen als basis, maar wordt daarna tot een soort kunststof bewerkt. Krimpen doet acetaat nauwelijks, maar het is wel extra kwetsbaar als het nat wordt. Acetaat wordt vaak gemixt met katoen, zijde en wol, en omdat je dat niet altijd ziet, is het slim om het label goed te checken.

Blijf met kleding van acetaat uit de buurt van oplosmiddelen zoals aceton of terpentine: deze vloeistoffen kunnen de vezels oplossen. Hieronder valt ook nagellakremover; zelfs de damp ervan kan al schade aanbrengen. Vlekken verwijder je zachtjes met wat zachte vlekkenverwijderaar of wasmiddel. Laat dat even intrekken en spoel het dan uit. Laat het kledingstuk met acetaat aan de lucht drogen, maar pas op met te veel warmte.

5. Leer

Prachtig, die leren rok of jurk, maar met vlekken ben je helaas de sigaar. Voorkomen is in dit geval echt beter dan genezen, dus voorzie nieuw leer daarom altijd van een beschermlaag. Behandel het voordat je het gaat dragen met een speciale vlek- en waterafstotende impregneerspray en herhaal dat regelmatig.

Toch een vlek? Gebruik dan speciale reinigingsmiddelen voor leer en nooit chemische producten. Lichte vlekjes of regendruppels kun je zacht wegpoetsen met een leersponsje. Gaat het om vetvlekken, dan is het slim om de vlek met een droge doek te deppen om zo veel mogelijk vet op te nemen. Daarna kun je er talkpoeder of maïzena op strooien en dat een nacht laten intrekken. Vervolgens veeg je het leer schoon met de lederspons. Vergeet niet om het leer daarna opnieuw te impregneren.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.