ID.nl logo
Zo stek je de planten in je tuin
© Nedopekin Yuriy | maryviolet - stock.adobe.com
Huis

Zo stek je de planten in je tuin

Door zelf planten uit de tuin te stekken, of vermeerderen, kun je gemakkelijk je lievelingsplanten uitbreiden. Door te stekken krijg je namelijk een identieke plant aan de moederplant. Meestal neem je meerdere stekjes, dus als ze aanslaan kun je ze ook weggeven. Leuk en persoonlijk cadeau!


Door planten te stekken vermeerder je ze. Je kweekt zelf eigenlijk ‘klonen’. In dit artikel lees je: Hoe je op verschillende manieren planten stekken kunt, bijvoorbeeld in water, aarde of door de wortels te stekken | Welke planten makkelijk te stekken zijn

Misschien ook interessant voor jou: Zo maak je een moestuin - met stappenplan!


Stekken is het vermeerderen van planten

Stekken is een methode om planten te vermeerderen, oftewel om nieuwe planten te kweken uit een bestaande plant. Het is een eenvoudige en voordelige manier om snel meer planten te krijgen zonder zaadjes te gebruiken.

Bij het stekken worden delen van een bestaande plant afgesneden, zoals takjes of bladeren, en in de grond of water geplaatst om wortels en nieuwe groei te ontwikkelen. Er zijn verschillende manieren om planten te stekken. Deze bespreken we hieronder. Niet iedere plant is geschikt voor elke methode. Sommige stekken kun je bijvoorbeeld het beste dieper in de aarde zetten (olijf) of in een hoek (dus niet verticaal) in de grond (vijg). Bestudeer dus even of jouw gekozen vorm van stekken geschikt is voor de plant die je hebt gekozen.

©Johnstocker - stock.adobe.com

Stekken in water

Bij deze methode worden de stekken in een glas of vaas met water geplaatst totdat er wortels groeien. Dit werkt goed voor planten zoals pijlkruid, klimop en monstera.

Het is een handige en eenvoudige manier om nieuwe planten te kweken, vooral als je nog niet zoveel ervaring hebt met stekken. Met een schone snoeischaar of mesje maak je stekjes van ongeveer vijf tot vijftien centimeter, afhankelijk van de plant. Je zet de stek in een vaasje, lege fles of bijvoorbeeld lege (en schone) jampot. Zorg ervoor dat je de onderste bladeren verwijdert voordat je de stekjes in het water zet. Zo heeft de stek alle energie tot zijn beschikking voor de wortels.

Sommige planten hebben wat extra bescherming nodig, dus als je twijfelt, kun je het uiteinde van je stekje in stekpoeder dopen om het te beschermen tegen bacteriën. En zorg dat je altijd meerdere stekjes tegelijk maakt. Zo weet je zeker dat je genoeg planten hebt, zelfs als er een paar sneuvelen.

Als je stekjes in het water staan, is het belangrijk om geduld te hebben. Het kan even duren voordat de wortels groeien. Het is ook belangrijk om regelmatig het water te verversen en de stekjes in de gaten te houden om te zien of ze stevig blijven. Niet alle stekjes groeien even snel, zelfs niet als ze van dezelfde plant komen.

Als je stekjes ongeveer drie tot vijf centimeter lange wortels hebben, kun je ze overpotten in de aarde. Zorg ervoor dat je de aarde in het begin goed vochtig houdt, zodat de overgang voor je plant niet al te groot is.

©Tylim Mocco

Direct stekken in aarde

Bij deze methode worden de stekken direct in de potgrond gestoken. In de meeste gevallen in een pot, maar in de volle grond kan ook. Dit werkt goed voor planten zoals salie, rozemarijn en lavendel.

Ook als je planten in aarde wilt stekken, is het belangrijk om te beginnen met een schone snoeischaar of schoon mesje. Zo voorkom je dat ziektes en bacteriën zich verspreiden naar andere planten. Zorg er daarnaast voor dat de lengte van je stekjes past bij je doel. Wil je je plant voller maken? Ga dan voor kleine stekjes. Wil je liever dat je plant meer hoogte krijgt? Dan kun je beter langere stekken nemen (ongeveer 15 cm).

Bij sommige planten, zoals vetplanten, kun je afgebroken bladeren eerst laten drogen voordat je ze op de aarde legt. Dit helpt de wond te genezen en voorkomt infecties. Zorg ervoor dat de aarde van je stekken in het begin goed vochtig is, maar plant stekken nooit met ‘natte voeten’.

Over het algemeen geldt dat je stekjes ongeveer een derde van hun lengte in de aarde steekt. Voor sommige planten kan het echter beter zijn om de stekjes iets dieper te planten, terwijl voor andere planten juist minder diep beter is.

Als je stekjes in potten plant, zorg er dan voor dat de pot groot genoeg is voor de stekken en vul deze met potgrond. Zet de potten op een lichte plek, maar vermijd direct zonlicht, vooral in de zomer. Als je stekjes in de volle grond plant, kies dan een plek met voldoende zonlicht en goed doorlatende grond.

In het begin is het belangrijk om de aarde van de stekjes vochtig te houden. Dit kun je doen door de aarde regelmatig licht te besproeien met water. Je kunt de stekjes afdekken met bijvoorbeeld een plastic zakje om de luchtvochtigheid hoog te houden en zo de overlevingskansen van de stekjes te vergroten. Zodra de stekjes wortels hebben gevormd en nieuwe blaadjes beginnen te groeien, kun je ze langzaam laten wennen aan drogere lucht en minder vaak water geven.

Tip: door een plantenspuit te gebruiken om water te geven, gebruik je niet snel te veel water. Je wilt namelijk niet dat de wortels onder water staan, want dan gaan ze rotten. Gebruik daarom potten met gaten aan de onderkant, zodat overtollig water weg kan lopen. Heb je die niet, vul de onderste laag van de pot dan met hydrokorrels, of doe scherven onderin de pot.


Stekken met de wortel van planten

Je kunt ook wortels stekken. Dat klinkt ingewikkeld, maar het is eigenlijk super simpel.

Allereerst haal je de planten uit de pot en maak je voorzichtig de wortels los. Doe het voorzichtig, zodat je de wortels niet te veel beschadigt. Vervolgens knip je stukken van ongeveer 2 cm van de wortels, net na een 'knoop' of verdikking. Dat is een plek op de wortel waar nieuwe groei begint. Het is meestal een verdikking of een iets breder stuk van de wortel, en het ziet eruit als een soort bultje of knobbel op de wortel.

Dan vul je een pot met stekgrond, leg je de wortelstekken hier plat in en dek je ze af met een laagje grond van ongeveer een centimeter. Besprenkel de grond met water en dek de potten af met plastic of, als je dat hebt, kunnen ze in een kweekkasje.

Als de stekken een aantal blaadjes hebben, zijn ze klaar om overgepot te worden naar een eigen pot. Het kan even duren voordat er genoeg wortels zijn gegroeid, maar het resultaat is het wachten meer dan waard.

Andere manieren om planten te stekken

Er zijn nog andere methoden om te stekken, zoals het gebruik van kleine bakjes (eierdoos) en een enkel blad (bij vetplanten) en het stekken van bladeren op een bedje van vochtige aarde of papieren handdoekjes.

Ook zijn er planten die zelf al stekjes uitzaaien. Je ziet dat bij de pannenkoekplant en aloë vera. Deze hoef je alleen voorzichtig uit te graven of los te snijden en ze in een eigen pot te zetten.

Wanneer moet er een stolp of zak over je stekjes? Je kunt je stekken bedekken met bijvoorbeeld een plastic zakje, doorzichtige pot, plastic fles, stolp of kweekkasje om de luchtvochtigheid te verhogen en zo de kans op wortelvorming te vergroten. Verwijder het zakje of de pot wel regelmatig om te voorkomen dat er schimmelvorming ontstaat.

Deze planten kun jij ook stekken

Zowel kamerplanten, tuinplanten als kruiden kun je stekken. Het is makkelijker dan je denkt, eigenlijk heb je alleen een beetje geduld nodig. Deze planten en kruiden zijn heel makkelijk.

Ananasplant. Deze plant is makkelijk te stekken, en dat is maar goed ook. De plant sterft namelijk na het bloeien af. Je snijdt het bovenste gedeelte van de vrucht (met de bladeren) van de plant af. Je kunt dit ook doen met de top van een ananas die je opeet. Laat de top een aantal dagen laten drogen en zet ‘m in stekgrond of potgrond gemengd met zand. Eerst laten wortelen in water kan ook. Overigens krijgt de ananasplant vaak ook jonge plantjes in de pot, die je kunt afsteken.

Drakenklimop. Deze plant groeit snel, wat de beginnende stekker enorm aanmoedigt. Knip een tak met minstens een blad en een luchtwortel (het kleine zwarte puntje op de stengel) af en zet deze in een glas met water. Zorg dat de wortel onder water staat, maar het blad goed boven water uitsteekt. Als de wortels zo’n drie centimeter lang zijn, kun je de stek in de aarde zetten. Houd die de eerste tijd wel goed vochtig, om de overgang te maken.

Ook de gatenplant, beter bekend onder zijn Latijnse naam Monstera, groeit hard en is daarmee een fijne plant om te stekken. Soms is dat ook nodig, omdat deze plant best uit z’n pot kan groeien. Uit de Monstera groeien bruine luchtwortels. Hieronder kun je een tak afsnijden, die je vervolgens in water verder laat wortelen. Zodra de wortels gegroeid zijn, kan de nieuwe Monstera in een pot.

©Justyna - stock.adobe.com

De Sansevieria is ook makkelijk te stekken. Je snijdt een stuk stengel af van een paar centimeter en dit laat je enkele dagen drogen op een stuk keukenpapier. Kies een lichte plek, maar niet in directe zon. Als de stengel mooi droog is, kan de stek direct in de aarde. Geef regelmatig water. Kom niet in de verleiding om aan de stek te trekken om te zien of deze al geworteld is: dit duurt een aantal weken en je kunt hiermee de nieuwe worteltjes beschadigen.

Vijgcactus. De vijgcactus is nog zo’n plant waar stekken bijna niet mis kan gaan. Je knipt een schijf af, in het smalle gedeelte. Pas op de stekels, handschoenen zijn aan te raden. Laat de afgeknipte schijf eerst drogen en zet ‘m dan in een pot. Meng potgrond met zand of zet de stek in speciale cactusaarde. Je kunt bamboestokjes of grote satéprikkers aan de zijkanten zetten, voor stevigheid. Geef de cactus af en toe een klein beetje water.

Basilicum. Ook gemerkt dat basilicumplantjes uit de supermarkt meestal niet lang leven? Dat komt omdat er vaak meerdere plantjes in een potje staan. Je kunt de kluit delen, door deze door te scheuren. Zet de delen in verschillende potjes. Of dun de plant uit en zet de afgeknipte takken in water, om later lekkere gerechten mee op smaak te brengen.

©Jiri Hera

Salie. Knip een top af en verwijder de onderste bladeren. Kies een stek zonder bloemen: de bloemen nemen teveel energie, je wilt dat deze naar de nieuwe wortels gaat. Je kunt salie, net als de meeste kruiden, zowel in water laten wortelen als direct in de pot. Je kunt de pot dan wel het beste afdekken. Zet de stekken niet direct in de zon. Ga je je stekken na een poosje in de tuin planten? Laat de jonge planten dan eerst aan de zon ‘wennen’, door ze er even neer te zetten en dit langzaam steeds langer te maken. Salie kun je ook afleggen: je buigt een lange stengel naar de grond, waar je deze vastzet. Dat kan bijvoorbeeld met een tentharing. Na een tijdje krijgt de plant daar wortels. Je knipt de tak los en je hebt twee salieplanten.

Tips voor beginnende stekkers

De beste tip die we je kunnen geven: begin gewoon. Misschien mislukt het, maar zet in op verschillende soorten planten en kies verschillende manieren om te stekken. Op een gegeven moment lukt het, zeker met deze tips.

  • Kies potjes met gaten aan de onderkant. Zo kan overtollig water weglopen. De potjes waarin plantjes zitten die je bij een tuincentrum koopt kun je bijvoorbeeld goed gebruiken, of je kunt goede bloempotten kopen.

  • Je kunt meerdere stekken in een potje zetten. Gaan ze groeien, dan groeien de wortels waarschijnlijk ook. Je kunt ze dan overpotten in een eigen pot, of direct in de tuin. Doe dit niet net voor de winter, want vorst is voor jonge plantjes meestal niet goed.

  • Knip de stekken af bij een blad en verwijder de onderste bladeren. Zo gaat de energie naar het maken van wortels en niet naar bladeren. De ‘wond’ waar het blad weggeknipt is, is vaak de plek waar wortels uitgroeien.

  • Vetplanten en cactussen stek je direct in aarde, in elk geval niet in water. Daar doen deze succulenten het niet goed in.

  • Zorg voor een lichte plek, maar vermijd direct zonlicht. Zet de stekken bijvoorbeeld voor een raam op het noorden of oosten.

  • Geef de stekken niet te veel voeding in het begin. Ze hebben genoeg aan de voedingsstoffen die al in de aarde zitten.

  • Planten met houtachtige stengels, zoals lavendel, knip je af met een hieltje. Dat is een stukje van de grote stengel, waar de stek oorspronkelijk aan vast zat. Deze planten wortelen ook niet goed in water. Voor deze (en andere soorten) kun je stekpoeder gebruiken. Hierin zitten voedingsstoffen die wortelvorming bevorderen. Je kunt dit ook zelf maken, bijvoorbeeld door aspirine met water te vermengen. Honing en aloë vera houden schimmels tegen.

  • Het duurt soms wel 6 weken totdat je stek ‘aanslaat’. Geef dus niet te snel op.

  • Zodra je stekken de volle grond in gaan, is het vooral belangrijk dat ze voldoende water krijgen. Zorg dus voor een goede sproeier, of ga voor een automatisch bewateringssysteem.


Professionele hulp nodig in jouw tuin?

Vraag een offerte aan voor hovenier:

▼ Volgende artikel
6 handige tips voor het gebruik van je staafmixer
© luismolinero
Huis

6 handige tips voor het gebruik van je staafmixer

Als je alles uit je staafmixer wilt halen, moet je wel weten hoe je ermee om moet gaan. Met deze tips krijg je niet alleen de beste (lees: lekkerste) resultaten, maar gaat je staafmixer ook langer mee. Win-win! 

In het kort: Een staafmixer is in principe een heel simpel apparaat. Je zet hem aan en hij pureert de boel voor je. Maar let op: een staafmixer kan overbelast raken en sneller stukgaan als je hem niet op de juiste manier gebruikt. Ook kunnen je gerechten er minder lekker op worden. Wil je weten hoe je je staafmixer optimaal benut? Lees dan de tips in dit artikel.

Lees ook: Dit kun je allemaal (nog meer) met een staafmixer

Tip 1: Ingrediënten voorsnijden

Hoewel staafmixers erg krachtig kunnen zijn, hebben ze ook relatief kleine mesjes. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een blender kan het voor een staafmixer daarom lastig zijn om grote stukken goed en gelijkmatig te verpulveren. Je kunt je staafmixer dus een handje helpen door je ingrediënten van tevoren in kleinere stukken te snijden. Hiermee verklein je de kans op klonten of stukjes in je soep of saus én raken de messen minder snel overbelast. 

Tip 2: Let op het vermogen

Het is altijd belangrijk om rekening te houden met het vermogen van je staafmixer, want dat bepaalt welke ingrediënten het apparaat kan pureren. Het pureren van harde ingrediënten zoals noten of ongekookte groenten met een staafmixer met een laag vermogen gaat hoogstwaarschijnlijk niet lukken. Of het lukt wel, maar met een overbelaste motor tot gevolg. Voor harde ingrediënten is vaak een vermogen van minstens 600 watt nodig. Wil je vaak en veel gaan pureren, kies dan voor een vermogen van minstens 1000 watt. Maar let ook op het toerental, oftewel het aantal rotaties per minuut (RPM). Een staafmixer kan namelijk een laag vermogen hebben, maar wél een toerental van minstens 10.000 RPM. Dan is hij alsnog krachtig genoeg om harde ingrediënten te pureren. 

©Khaletski Siarhei | goffkein.pro

Tip 3: Niet te lang pureren

Lang achter elkaar pureren is funest voor de messen en de motor van een staafmixer. Beter is om in pulsen te pureren, waarbij je de motor tussen het pureren door steeds een paar seconden laat rusten. Vooral bij dikkere mengsels, zoals notenpasta, smoothies en dikke soepen, is dit belangrijk. Het is afhankelijk van het vermogen van een staafmixer hoe lang hij achter elkaar kan pureren. Vaak staat dit aangegeven bij de specificaties. Heb je geen idee? Pureer zachte ingrediënten dan niet langer dan 1,5 minuut en harde ingrediënten niet langer dan 45 seconden. Maakt je staafmixer een raar geluid of wordt hij erg warm, stop dan meteen met pureren. Dit zijn signalen dat het apparaat overbelast is. 

Tip 4: De juiste snelheid

De meeste staafmixers hebben meerdere snelheidsstanden en dat is niet zonder reden. Zo heb je voor het fijn pureren van dikkere mengsels en harde ingrediënten vaak een hogere snelheid nodig dan voor lichte bereidingen. En de turbostand kan handig zijn om harde ingrediënten kort maar krachtig te verpulveren of om een extra gladde soep te maken. Soms wil je een combi van snelheden gebruiken. Je begint bijvoorbeeld met een lage snelheid om spatten in de keuken te voorkomen en bouwt vervolgens geleidelijk op naar een hogere snelheid voor een glad resultaat. 

Tip 5: Ronddraaiende beweging

Beweeg je je staafmixer tijdens het pureren altijd gewoon op en neer? Op zich niks mis mee, want pureren doet het apparaat toch wel. Maar wil je zeker weten dat je geen plekken overslaat, maak dan tijdens het op en neer gaan óók een cirkelvormige beweging. Want op een mayonaise met klontjes zit natuurlijk niemand te wachten. 

©VI Studio

Tip 6: Schoonmaken

Een staafmixer neemt je veel werk uit handen, maar daar moet je wel iets voor terugdoen. Een staafmixer die niet goed schoongemaakt wordt, zal sneller vastlopen door aangekoekte etensresten. De motor moet dan tijdens het pureren harder werken en zal waarschijnlijk sneller overbelast raken. Daarnaast is een vieze staafmixer natuurlijk niet zo hygiënisch. Wil je geen bacteriën en nare geurtjes in je verse soep, maak je staafmixer dan na elk gebruik goed schoon. Dat kost je nauwelijks moeite: laat het apparaat even draaien in een maatbeker met warm water en wat afwasmiddel of doe hem, als dat kan, in de vaatwasser.

Nog meer doen met je staafmixer?

De beste accessoires, van gardes tot hakmolens

▼ Volgende artikel
Sony in 2025: nieuwe soundbars en tv's, maar minder vaak updates
Huis

Sony in 2025: nieuwe soundbars en tv's, maar minder vaak updates

Tijdens het persevent van Sony op het Europese hoofdkwartier in Weybrigde in het Verenigd Koninkrijk werden de nieuwe soundbars en tv's van 2025 aangekondigd. Het bedrijf zegt het misschien niet met zoveel woorden, maar de boodschap is duidelijk: minder frequente updates van alle modellen, en miniled blijft de technologie voor het topmodel.

 De 2023 A95L qd-oled-tv heeft twee jaar in het aanbod gestaan, ondanks het feit dat er vorig jaar wel degelijk een nieuw paneel beschikbaar was. In 2025 krijgt het model wel een update. De Bravia 8 II - te lezen als Bravia 8 Mark 2 - zal uitgerust zijn met het nieuwste (3e generatie) qd-oled-paneel van Samsung Display. Sony claimt dat dit paneel een 25% hogere piekhelderheid zal leveren ten opzichte van de A95L. Als we kijken naar wat Samsung Display (de panelfabrikant) claimde op CES, dan kan dit paneel tot 4.000 nits piekhelderheid leveren. We vermoeden dat Sony daar onder zal blijven, het merk is over het algemeen wat voorzichtiger en pusht zijn oled-panelen niet tot het uiterste op het gebied van piekhelderheid. Opmerkelijk genoeg vermeldde Sony expliciet dat de Bravia 8 II goedkoper zal zijn dan de A95L, maar concrete prijzen zijn er nog niet. De Bravia 8 II zal beschikbaar zijn in 55 en 65 inch.

©Eric Beeckmans | ID.nl

De Bravia 5 en Bravia 3

Verder naar onder in de line-up worden de Bravia 5 en Bravia 3 aangekondigd, ze vervangen respectievelijk de X90L en de X75WL. De Bravia 5 wordt uitgerust met de XR-processor (ook te vinden op de hogere modellen) en een XR Backlight Master Drive, een miniled-achtergrondverlichting die zes keer meer zones zal gebruiken dan de X90L. Hij zal beschikbaar zijn in 55, 65, 75,85, en 98 inch. De Bravia 3 is een instap 4K-model met direct led-achtergrondverlichting en de X1-processor. Dit model zal beschikbaar zijn in 43, 50, 55, 65, 75, en 85 inch. Beide modellen ondersteunen Dolby Vision en Dolby Atmos.

Demo's van nieuwe modellen

Sony toonde een aantal demonstraties van de nieuwe modellen, in vergelijking met een aantal concurrenten (dat waren uiteraard 2024-modellen). De Bravia 8 II stond opgesteld naast de voorganger de A95L, een Sony referentie studiomonitor, en een LG G4 en Samsung S95D. Zowel in Vivid Mode als de Filmmaker Mode (of vergelijkbaar want Sony gebruikt geen Filmmaker Mode) liet de Bravia 8 II een sterke indruk na. Zijn beelden leunen erg dicht tegen de studioreferentie aan. Kleuren in zeer heldere accenten zijn beter, en donkere gradaties worden nauwkeuriger weergegeven.

De Bravia 5 stond opgesteld naast een X85L (wat overigens een ietwat vreemde vergelijking is, want het toestel vervangt de X90L) en een Samsung QN85D. De XR Backlight Master Drive geeft de Sony flink wat extra helderheid en een duidelijke verbetering in contrast. Sony toonde ook een nieuwe techniek voor ruisonderdrukking bij oude bronnen (SD-content zoals Friends). Dat presteerde in sommige gevallen goed, maar liet in andere gevallen meer ruis zien. Mogelijk verfijnt Sony dit nog voordat het model op de markt komt. Het feit dat de testen in Vivid beeldmode gedaan werden, maakt de vergelijking ook moeilijk, vermits fabrikanten daar vaak veel vrijheid nemen.

Audioverwerking, beeldverwerking en Studio Calibrated

Op het gebied van beeldverwerking liet Sony dit keer geen belangrijke nieuwigheden zien. Ons oordeel over het nieuwe ruisonderdrukkingsalgoritme dat tijdens de Bravia 5 demo getoond werd, laten we nog even achterwege totdat we het zelf kunnen testen. De Bravia 3 heeft een nieuw algoritme voor beeldkwaliteit, maar dat werd alleen in Vivid-mode getoond en dat is een test waaruit weinig op te maken valt.  

©Eric Beeckmans | ID.nl

Sony benadrukte verder nog de aanwezigheid van Voice Zoom 3 op de Bravia 8 II en Bravia 5. Daarmee kan de processor nauwkeurig stem of dialogen isoleren van de rest van de audio. Zo kun je die selectief versterken (voor film kijken ’s avonds) of verzwakken (om de commentator bij sport wat stiller te maken).

De tagline van Sony, ‘Cinema is coming home', wil de fabrikant garanderen met een aantal Studio Calibrated beeldmodes: Netflix Adaptive Calibrated Mode, Prime Video Calibrated Mode en Sony Pictures Core Calibrated Mode. Die modi zijn specifiek in samenwerking met de respectievelijke streamingdienst opgezet. Voor alle andere content is er de ‘Professional’-beeldmode.

Tweejaarlijkse cyclus en miniled als toptechnologie

Net als vorig jaar heeft Sony alleen een deel van line-up vernieuwd. Dat is een aanpak die we toejuichen, want het maakt de verbeteringen die een nieuw model krijgt veel duidelijker. Sony kan daar eventueel nog wel van afwijken, bijvoorbeeld als een model het slecht doet in de markt. Maar we hopen dat dit voorbeeld navolging krijgt.

De 2024 Bravia 9 - een miniled-model - geldt nog steeds als het topmodel, ondanks de vernieuwde Bravia 8 II QD-OLED. Sterker nog, Sony kondigde voor volgend jaar een RGB-miniled technologie aan die duidelijk voorbestemd is om het nieuwe topmodel te worden.

Wat is een rgb-miniled achtergrondverlichting?

De achtergrondverlichting is het onderdeel van een lcd-tv dat licht produceert. Dat kunnen witte leds zijn, maar een moderne premium lcd-tv gebruikt doorgaans talloze minileds die blauw licht produceren, dat via een quantum dot-folie wordt omgezet naar wit licht. De leds worden onderverdeeld in zones die de processor individueel kan aansturen om het contrast te verbeteren. In donkere zones dimt hij het licht, in heldere zones kan hij de leds sterker aansturen. Om kleur te produceren wordt elke pixel met behulp van een kleurfilter opgedeeld in een rode, groene en blauwe subpixel.

©Sony

RGB-miniled technologie vervangt dit systeem door trio's van rode, groene en blauwe minileds te gebruiken die samen wit licht creëren, waardoor de quantum dot-laag overbodig wordt. Omdat er nog steeds veel minder leds dan pixels zijn, blijft het kleurenfilter nodig om per pixel de juiste kleuren te creëren. Net zoals bij een huidige miniled-tv worden de leds onderverdeeld in zones om het contrast te verbeteren.

©Sony

Maar deze technologie kan nog een stapje verder gaan. Als de processor detecteert dat er in een bepaalde zone enkel groen licht nodig, dan kan hij de rode en blauwe leds uitschakelen. Dat is alvast veel efficiënter dan het overbodige licht weg te filteren.

Wachten tot 2026 voor nog rijkere, helderdere kleuren

Sony claimt dat dit soort achtergrondverlichting een piekhelderheid van 4.000 nits en kleurbereik van 99 % P3 kan bereiken en 90% Rec.2020. Dat is een flinke upgrade ten opzichte van de beste tv’s die momenteel wel 4000 nits halen, maar eerder 95% P3 en 75% Rec.2020 leveren. Concreet kan een rgb-miniled veel helderdere kleuren tonen, die toch erg intens zijn.

©Sony

Daarnaast zijn ook meer nauwkeurige kleurgradaties mogelijk, en dat zowel in heel donkere als heel heldere tinten. Een aangezien meer en meer filmmakers vaak erg donkere scènes gebruiken, zou dat een welkome verbetering zijn. De technologie heeft nog twee extra voordelen. Ze is schaalbaar naar grote tv-maten. En een rgb-miniled tv zou ook een betere kijkhoek hebben, al liet Sony niet weten hoe dat gerealiseerd wordt. Sony zal een eerste model vermoedelijk in 2026 lanceren.

Ook bij audio een beperkt aantal nieuwe modellen

Net als bij de televisies worden ook de audioproducten niet meer elk jaar vernieuwd zo blijkt. Vorig jaar kreeg de top van het aanbod een make-over, dit jaar is de onderste helft aan de beurt. De Bravia Theatre Bar 6 is een 3.1.2 soundbar met subwoofer. De Bravia Theatre System 6 is een 5.1 soundbar met bijgeleverde surroundluidsprekers en subwoofer. Beide ondersteunen Dolby Atmos, DTS:X, Voice Zoom 3. We kregen een korte demo van de vernieuwde Bravia Bar 6, die een duidelijk vollere en stevigere klank produceerde dan de voorganger.

©Eric Beeckmans | ID.nl

Daarnaast zijn er ook twee optionele accessoires. De Bravia Theatre Rear 8 bestaat uit één paar draadloze surroundluidsprekers die je kunt gebruiken om de Bar 6 uit te breiden. De Bravia Theatre Sub 7 is een compacte draadloze subwoofer van 100W.

Bekijk andere Sony-tv's op Kieskeurig.nl: