ID.nl logo
Huis

Kies de juiste camera

Een nieuwe camera kopen kan heel simpel zijn. Kies gewoon die met de indrukwekkendste specificaties en de grootste getallen. Dat dan de prijs ook een groot getal is, is geen bezwaar, want je hebt een onbeperkt budget. De werkelijkheid zal anders zijn: je bent beter af met een toestel dat bij jou en je fotografiestijl past en met een goede prijs-prestatieverhouding. Met ons koopadvies voor compactcamera’s vind je jouw beste 'match'.

Watvoor fotograaf ben jij?

Als we op zoek zijn naar een nieuwe camera, dan moeten we eigenlijk misschien eerst op zoek gaan naar de fotograaf in onszelf en even voor de spreekwoordelijke spiegel gaan staan. Welk soort fotograaf ben jij?

Techneut of techniet (kunstenaar)

De eerste onderverdeling die je in fotografen kunt maken, is die op basis van de algemene interesse in fotografie. Er is een groep die het medium vooral bekijkt vanuit een technisch oogpunt. Een foto is voor hen vooral een zo perfect mogelijke registratie van de werkelijkheid, waarbij belichting, kleur en scherpte optimaal moeten zijn. Foto's worden bijna zonder uitzondering nauwkeurig op 100% in Photoshop tot op de pixel bestudeerd en waar nodig gecorrigeerd.
Een 'tegenhanger' van deze technische groep zijn de fotografen die vooral belang hechten aan het creatieve aspect van fotografie. Het gaat hen niet zozeer om de technische kwaliteit van een foto, maar meer om de beleving van het onderwerp en het verhaal dat de maker wil vertellen. Een onscherpe foto hoeft voor hen niet direct in de prullenmand te belanden. Integendeel, de onscherpte zou zelfs een positieve bijdrage kunnen zijn in de sfeer van de foto, net zoals onder- of overbelichting of een 'foute' witbalans dat zou kunnen zijn. De camera is slechts een gereedschap om een creatief beeld te concretiseren, zoals een kwast voor een schilder.
Bovenstaande opsplitsing in fotografen is natuurlijk erg zwart-wit, maar je zult ongetwijfeld raakvlakken hebben met een van beide. Slaat de balans door naar de technische kant, dan zul je je af moeten vragen of een compactcamera voor jou wel de juiste keuze is en misschien een systeemcamera moeten overwegen.

Gemaksdier of controlefreak

Je kunt je fotografische ik ook bekijken uit het oogpunt van bedieningsgemak en mate van controle. Wilt je weten wat een diafragma is of hoe je bewegingsonscherpte voorkomt? En heb je wel behoefte aan 25 knopjes en evenzoveel menuopties om alles zelf in te kunnen stellen en in de hand te hebben? Nee? Dan moet je een camera aanschaffen zonder al te veel toeters en bellen, waarbij de automatiek zoveel mogelijk het denkwerk van je overneemt.
Wil je echter elk onderwerp fotografisch tot een goed einde brengen, ook als de automatische functies van de camera er naast zitten, dan moet je zorgen dat je als fotograaf handmatig kunt ingrijpen. Zelf de witbalans kiezen, belichtingscompensatie toepassen, de flitser uit- of juist aanzetten en een groot diafragma instellen zijn dan zaken die belangrijk zijn.

Gelegenheid of hobby

Tot slot kunnen we nog een onderverdeling maken in gelegenheids- en hobbyfotografen. De eerste groep maakt alleen maar foto’s als er iets speciaals aan de hand is. Een feestje, een dagje uit, een vakantie. De onderwerpen van hun fotografie komen eigenlijk vanzelf op hun pad.
Een hobbyfotograaf gaat juist speciaal met zijn camera op pad, op zoek naar leuke onderwerpen. Vroeg uit bed voor een zonsopkomst of laaghangende mist. Wandelen door het bos uitkijkend naar mooie paddenstoelen. In een schuilhut wachten op een hert of wild zwijn.

Om tot de perfecte ‘match’ te komen met je nieuwe digitale compactcamera, dien je dus het antwoord te weten op de volgende vragen:

  • Wat voor fotograaf ben je of wil je worden? 

  • Welke categorie camera past daar het beste bij?

  • Welke specificaties heb je nodig voor de onderwerpen die je wilt fotograferen?

Zijn deze alle drie beantwoord, dan moet je nog op zoek naar de beste prijs en service, waarna je met je nieuwe camera vol vertrouwen op fotoavontuur kunt.

Websites Cameramerken:www.canon.nlwww.casio.nlwww.fujifilm-digital.nlwww.olympus.nlwww.nikon.nlwww.panasonic.nlwww.pentax.nlwww.samsung.nlwww.sony.nl

Reviews:focusmedia.nlwww.kieskeurig.nlwww.dpreview.comwww.stevesdigicams.com

Onderwaterfotografie:www.onderwaterhuis.nl

Waarom zou je eigenlijk foto’s maken met een compact- of systeemcamera als dat ook kan met je mobiele telefoon of je camcorder?

Een mobiele telefoon heb je altijd bij de hand en een compactcamera moet je speciaal meenemen. En als je filmt op vakantie en je gebruikt de camcorder ook als fototoestel, dan zou je de compactcamera gewoon thuis kunnen laten. Dit zijn volkomen terechte argumenten en veel mensen gebruiken hun smartphone dan ook al als foto- en videocamera, waarmee ze heel leuke plaatjes schieten.

Er zijn echter een paar kanttekeningen. De foto’s die genomen worden met een smartphone komen vaak niet verder dan de telefoon zelf of worden hooguit gemaild, getwitterd, gewhatsappt of naar Facebook gestuurd. Ze dienen vooral een snelle beleving op een (klein) beeldscherm. Zelden belanden ze in een weldoordacht fotoarchief voor later, laat staan dat er een mooie fotoboek mee gemaakt wordt.

Vaak is de kwaliteit hiervoor ook niet goed genoeg. Er zijn misschien wel genoeg pixels, maar de kwaliteit van de (zoom)lens van een smartphone, de snelheid, de beeldprocessing in de telefoon en de marges om foto’s aan te passen zijn allemaal een stuk minder dan bij een moderne echte compactcamera.

Als je op internet op zoek gaat naar een nieuwe camera of je loopt een fotowinkel binnen, dan zul je merken dat er onwaarschijnlijk veel soorten en maten camera’s te koop zijn. Groot, klein, zwart, wit of met een leuk kleurtje, duur, goedkoop. Een onderscheid dat je niet zo direct aan de buitenkant ziet, is of het een compact- of een systeemcamera is.

Een compactcamera (dsc, digital still camera) is veelal een camera met een kleine behuizing (formaat pakje sigaretten) en een zoomlens die niet gewisseld kan worden. Body en lens zijn dus een onlosmakelijk geheel. Een dergelijke camera kan zo klein zijn, omdat het een kleine sensor − maatje pinknagel − heeft en daarom ook maar een kleine lens nodig heeft. Meestal is er ook geen mogelijkheid om een losse flitser op de camera te zetten.

Een systeemcamera is over het algemeen wat groter, afhankelijk of het een spiegelreflex of een spiegelloos model is. Van systeemcamera’s kunnen de lenzen (zoom of vast brandpunt) gewisseld worden en er kan ook altijd een opzetflitser op de camera gezet worden. De sensor heeft de grootte van een postzegel.

Spiegelreflex (dslr, digital single lens reflex) is de ‘oudste’ techniek van deze twee en dankzij de spiegel tussen de lens en de sensor zie je het zoekerbeeld realtime door de lens. Ook hebben dslr’s een fysieke sluiter (soort gordijn). Samen met de opklappende spiegel zorgt die voor het typerende klikklakgeluid als er een foto gemaakt wordt.

Spiegelloze systeemcamera’s (csc, compact system camera) bestaan nog niet zo lang en zoals de naam al zegt, hebben ze geen spiegel meer waarmee door de lens gekeken kan worden om het onderwerp te kaderen. Het zoekerbeeld is nu een elektronische weergave op een lcd-schermpje met een hoge resolutie (evf, electronic view finder). Behalve een spiegel ontbreekt ook een sluiter in dit type camera, zodat het mogelijk is om geheel geluidloos te fotograferen. De behuizing van een spiegelloze camera en ook groothoeklenzen zijn kleiner dan van een spiegelreflex. Standaardlenzen met veel zoom en ook telelenzen zijn voor beide systemen even groot en het formaat daarvan is vooral afhankelijk van de lichtsterkte.

Compactcamera’s zijn ware alleskunners en hebben veel functies die het leven van een fotograaf gemakkelijker maken. We noemen in dat verband hd-video (720p of 1080p), hdr (high dynamic range), sweep panorama, macro, gps, wifi, nd-filter, beeldstabilisatie (geen bewogen foto’s meer), interne lenscorrectie en gezichtsherkenning. Er zijn weinig camera’s die over alle opties beschikken, maar ben je veel op reis en wil je later weten waar je bepaalde foto’s gemaakt hebt, dan is gps onmisbaar. En maak je veel portretten, dan kan gezichtsherkenning grote diensten bewijzen bij scherpstelling, belichting en huidskleur.

Interfaces

Alle inspanningen met je compactcamera leiden uiteindelijk tot bestanden van foto’s en soms ook video op de geheugenkaart. De bedoeling is dat je deze gaat delen met je publiek: familie en vrienden of misschien wel de rest van de wereld. Handig is dan dat het type geheugenkaartje ondersteund wordt door de kaartlezer van je computer, laptop, tablet, printer of televisie. Dit is meestal het geval bij secure digital-kaartjes (sd, sdhc, sdxc). Kies voor een grote opslagcapaciteit (minimaal 4 GB) en voor een hoge lees/schrijfsnelheid (minimaal 30 MB/s). Ook memorystick (duo en pro) wordt breed ondersteund door genoemde apparaten.
Behalve via een geheugenkaart kunnen foto’s en video ook overgezet worden via usb. De meeste camera’s hebben een mini-usbaansluiting, vaak echter nog van het type usb2.0 en nog geen usb3.0, dat een hogere snelheid heeft. Wil je je camera direct aansluiten op televisie of beamer, dan krijg je de hoogste kwaliteit als dit via hdmi gebeurt. Je camera moet dan beschikken over een mini-hdmi-uitgang en de televisie of beamer over een gewone hdmi-ingang. Wifi is bij aanwezigheid van een draadloos netwerk natuurlijk ook erg handig.

Overig

Naast alle technische aspecten die een rol spelen bij de aanschaf van een compactcamera, zijn nog andere facetten van belang. Heb je voorkeur voor een bepaald merk? Moet de camera een andere kleur hebben dan zwart? Heeft hij een Nederlandstalig menu en handleiding en is er een helpdesk? Hoe is het gesteld met de garantie? Allemaal zaken om toch even uit te zoeken voordat je een definitieve keuze maakt.

Compactcamera Spiegelloze camera Spiegelreflexcamera VoordelenNadelenVoordelenNadelenVoordelenNadelenAlles-in-één, geen grote tassen, geen pijnlijke schouders of nek na een dag fotograferen.Soms te weinig groothoek of inzoomen. Geen echte macro. Bijna altijd grote scherptediepte.Body redelijk compact. Lenzen kunnen gewisseld worden om onderwerp perfect te kaderen. Variatie in scherptediepte.Kan ondanks ‘kleine’ body toch groot worden door de lens/lenzen. (Nog) niet voor professionals.Volledig door-ontwikkeld systeem zonder kinder-ziektes en met veel lenzen en accessoires. Van beginner tot profes-sional. Variatie in scherptediepte.Bijna altijd relatief groot en zwaar. Aparte tas nodig.Altijd bij de hand, dus nooit meer een moment missen van de kinderen of onderweg naar het werkBij minder licht veel ruis in de foto’s. Kan minder goed omgaan met hoog contrast tussen schaduw en licht.Goede beeldkwaliteit, ook bij weinig licht.
Veel handmatige controle. RAW en Full-HD-video.Zoeker heeft andere beleving dan van spiegelreflex: enige vertraging en ruis bij weinig licht.Goede beeldkwaliteit, ook bij weinig licht.
Veel handmatige controle. RAW en HD-video.Zoekerkader niet 100%. Geen inzicht vooraf in belichting en witbalans.Weinig instel-mogelijkheden.
Veel ‘intelligente’ snufjes. HD-video.Weinig instel-mogelijkheden.Elektronische zoeker kadert 100% en laat vooraf belichting en witbalans zien.Nog weinig lenzen en accessoires beschikbaar.Zoeker zorgt voor prettige, snelle en nauwkeurige kadering.Maakt altijd enig geluid bij een opname.Niet duur.Er zit een zekere vertraging in de camera en is daardoor minder geschikt voor actie-fotografie.Geluidloos, wat handig is bij straat-fotografie en officiële gelegenheden.
Redelijk snel.Relatief duur.Supersnel en dus uitermate geschikt voor sport- en actie-fotografie.Kan dure hobby worden bij aanschaf van vele accessoires.

Als je een ‘kijk-en-klikfotograaf’ bent, dan hoeft de camera alleen maar een aan/uitknop en een ontspanner te hebben. Wil je toch ook zelf zaken als witbalans, belichtingscompensatie, flits, zelfontspanner en iso snel in kunnen stellen, dan is het handig dat ze elk een apart knopje hebben of via één functiemenu beschikbaar zijn. Heeft de camera een speciale programmakeuzeknop, dan kun je ook diafragma en sluitertijd eenvoudig zelf kiezen.
Sommige compactcamera’s hebben een aanraakscherm waarmee de camera bediend kan worden zoals bij een smartphone, maar tot op heden gaat het instellen sneller en gecontroleerder met fysieke knopjes.

Nu je weet wat voor fotograaf je bent en welk type camera daarbij het beste past, rijst de vraag welk specifiek model camera het dan moet worden. Als je op internet rondkijkt of je voor laat lichten in een winkel, zul je overvallen worden met allerlei technische terminologie. Wij hebben een overzicht gemaakt met uitleg van de belangrijkste specificaties van compactcamera’s, zodat je niet overrompeld wordt door een verkoper of door indrukwekkende getalletjes.

Megapixels

De meeste compactcamera’s hebben tussen de 10 en 16 miljoen pixels (megapixels, mp) op de sensor. Dat is meer dan voldoende voor een afdruk van bijvoorbeeld 30 bij 45 centimeter in een fotoboek. Voor een hd-televisie of beamer zijn 2 mp (1920x1080) al voldoende. Meer pixels betekent meer ruis bij weinig licht, maar omdat we de foto’s toch altijd verkleind en van een zekere kijkafstand bekijken, zal het praktisch kwaliteitsverschil tussen 10 en 16 mp nauwelijks te zien zijn. Wil je bij weinig licht toch kwalitatief goede foto’s, dan zul je een systeemcamera met een grotere sensor moeten overwegen.

Lens

Belangrijker dan het aantal megapixels is de kwaliteit van de lens. Hoe groter het optisch zoombereik, hoe groter de kans op lensafwijkingen: tonvervorming, donkere hoeken, gekleurde contrastrandjes. Vaak kun je beter een stuk uitsnijden uit de foto dan verder inzoomen.
De kwaliteit van de lens kan ook tot uitdrukking komen in de lichtsterkte. Hoe meer licht de lens doorlaat, des te beter. Dit is te zien aan het maximale diafragma van de lens. Dit wordt voorop de lens vaak aangegeven met bijvoorbeeld 1:2.0-5.6. Het eerste getal na de dubbele punt geeft het grootste diafragma (lensopening) aan als helemaal is uitgezoomd en het twee getal als helemaal is ingezoomd. Hoe kleiner deze getallen, hoe hoger de lichtsterkte en des te beter de lens waarschijnlijk is.

Lcd-scherm

Een lcd-scherm met een groot diameter is mooi, maar belangrijker is wat de resolutie ervan is. Bij 230.000 pixels zijn de beeldpunten zichtbaar. Bij een resolutie van 460.000 wordt de scherptebeleving al een stuk beter en met 920k is het beeld haarscherp. Behalve de scherpte zijn ook de kijkhoek en de leesbaarheid in de volle zon van belang. Test dat bij aankoop even uit. Voor creatieve standpunten en een optimale leesbaarheid is daarom een kantel- en draaischermpje ideaal.

Geavanceerd

Gemak dient de mens en daarom hebben compactcamera’s veel ‘kunstmatige intelligentie’ en automatische functies. In 95 procent van de situaties die je met de camera tegenkomt, maak je dan ook zonder veel nadenken of instellen een geslaagde foto. Soms is het zelfs moeilijk om een mislukte opname te maken. Er zijn echter omstandigheden waardoor de automatiek van een compactcamera op het verkeerde been gezet wordt en helderheid, kleuren of scherpte niet naar wens zijn. Dan wordt het tijd om als fotograaf in te grijpen en dat kan met een geavanceerde compactcamera met veel handmatige instelmogelijkheden.

Diafragma, sluitertijd, gevoeligheid en witbalans heb je desgewenst allemaal zelf in de hand. Bovendien zijn deze camera’s redelijk robuust uitgevoerd en komt ‘functie boven fun’. Dus geen leuke kleurtjes of pakkend ontwerp, maar veel knopjes op een ‘saaie’ behuizing. Omdat geavanceerde compactcamera’s door fotografen vaak gebruikt worden als extra ‘walkaroundcamera’ bij een systeemcamera, is de kwaliteit van de lens beter dan van een doorsnee compactcamera en is het mogelijk om in raw te fotograferen.

Specials

Hoewel de bovengenoemde categorieën voor 99 procent voorzien in de behoefte van de gemiddelde fotograaf en de onderwerpen die hij tegenkomt, zijn er toch omstandigheden waarvoor de genoemde cameratypes niet geschikt zijn. Fotografeer je in onherbergzame gebieden bij extreme vochtigheid en temperaturen (-40 tot +40 °C) of wil je onder water, dan zul je daar speciaal gereedschap voor moeten gebruiken. Maar ook een dagje op het strand of een wandeling door de sneeuw vraagt om een camera die tegen een stootje kan. De meeste cameramerken voeren dan ook enkele compactmodellen die speciaal voor buitenactiviteiten bedoeld zijn.

Meestal zijn de behuizingen van deze camera’s voorzien van rubberen stootstrips, zijn de bedieningsknopjes groot genoeg om met een handschoen ingedrukt te kunnen worden en zijn alle afdichtingen bij knopjes, wieltjes en klepjes stof- en spatwaterdicht. Met sommige modellen kun je zelfs gaan duiken tot vele meters diepte.
In plaats van een speciale outdoorcamera kun je ook overwegen voor je bestaande camera een onderwaterbehuizing te kopen, waarmee je deze in incidentele gevallen toch kunt beschermen tegen extreme natuur- en weerelementen.

Zoals je in het kader met de vergelijking tussen systeem- en compactcamera’s hebt kunnen lezen, is het grootste verschil tussen deze twee types camera dat bij compactcamera’s de (zoom)lens onlosmakelijk verbonden is met de body en bij een systeemcamera verwisselbaar is. In het compactsegment zelf zijn echter ook nog significante verschillen te onderscheiden waarop we ze in verschillende categorieën kunnen verdelen.

Instap en design

Onder de groep ‘Instap en design’ vallen alle compactcamera’s die vooral bedoeld zijn om zonder veel inbreng van de fotograaf eenvoudig goede foto’s te maken. Ze zijn ideaal voor snapshots en bij uitstapjes met familie en vrienden. Aanzetten, kijken en klikken is het motto van dit type camera. Ze zijn over het algemeen niet veel groter dan een mobiele telefoon en de zoomlens (3 tot 6x zoom) is in de uitstand helemaal in de behuizing getrokken, zodat ze erg ‘draagbaar’ zijn in een broekzak of handtasje.

Het verschil tussen een instapcamera en een designmodel is dat van deze laatste het ontwerp en de gebruikte materialen meer aansprekend (kleur, vorm) en duurzaam (metaal, glas) zijn. En hoewel beide camerasoorten veel automatische functies hebben, heeft een designcamera vaak nog wat extra toeters en bellen en kun je soms zelfs ook handmatig zaken instellen. Ze zijn vaak duurder (vanaf € 200) dan de instapmodellen (vanaf €100).

Reiscamera’s (bridgecamera’s)

Een groot voordeel van een compactcamera is dat hij inderdaad lekker compact is, dus niet al te groot en te zwaar om een hele dag mee rond te lopen. Dit is natuurlijk ook ideaal als je met het vliegtuig op vakantie gaat en niet eenvoudig een volle fototas mee kunt nemen. Speciaal voor reislustige fotografen zijn er daarom compactcamera’s ontwikkeld die ware alleskunners zijn. De lens heeft een bereik van minstens 15x optische zoom, beginnend bij een groothoek van minimaal 28mm. Dit houdt in dat je vanuit één standpunt niet alleen een weids landschap kadervullend kunt fotograferen, maar ook een olifant die op honderd meter afstand staat. Omdat zo ver ingezoomd kan worden, beschikken deze camera’s allemaal over beeldstabilisatie om toch scherpe foto’s te kunnen maken zonder statief.

Bovendien kan met deze reiscamera’s meestal in full-hd gefilmd worden en kunnen ze in bepaalde gevallen tevens een camcorder vervangen. Ook ontbreken ‘snufjes’ als hdr (high dynamic range) en sweep camera niet, die vooral van pas komen bij het vastleggen van de prachtige, weidse landschappen die je onderweg tegenkomt. Naast al deze automatiek zijn ze ook handmatig te bedienen als een systeemcamera, hoewel ze in gebruik wel iets minder snel reageren bij scherpstellen en afdrukken dan een spiegelreflex. Hoewel redelijk prijzig (€ 350 tot € 500) zijn deze reiscamera’s, ook wel bridgecamera’s genoemd, toch een stukje voordeliger dan systeemcamera’s, omdat je daar vaak meerdere lenzen bij moet kopen voor een groot zoombereik.

▼ Volgende artikel
Je NAS veilig bereiken via een VPN-server, Tailscale of Cloudflare-tunnel
© ER | ID.nl
Huis

Je NAS veilig bereiken via een VPN-server, Tailscale of Cloudflare-tunnel

Wil je een NAS op afstand gebruiken, dan doe je dat liefst natuurlijk veilig. Bijvoorbeeld door een VPN-server op te zetten, of een tunnel met extra toegangscontrole. Hiervoor zijn diensten als Tailscale en Cloudflare heel geschikt. In deze masterclass nemen we de beste opties met je door. We leggen uit wat de voor- en nadelen zijn en hoe je ze kunt gebruiken in combinatie met een NAS.

Een NAS is breed inzetbaar en bij veel huishoudens de spil in het netwerk. Je kunt niet alleen je documenten centraal bewaren, maar ook bijvoorbeeld media streamen naar je tv, foto’s bekijken op je tablet en talloze extra toepassingen installeren. Heb je (een deel van) deze toepassingen ook af en toe op afstand nodig? Het openzetten van een poortje in de router of het gebruik van een reverse proxy kan daarvoor een prima optie zijn. Maar publieke toegang is niet altijd nodig. Er zijn betere opties als je vooral voor jezelf goed beveiligde externe toegang tot je NAS nodig hebt. Een eenvoudige optie is een cloudservice van de fabrikant, zoals Synology QuickConnect. Betere en veiligere opties zijn een VPN-server met een protocol als OpenVPN of WireGuard, Tailscale (dat op de achtergrond met WireGuard werkt) of een Cloudflare-tunnel. In deze masterclass leggen we uit hoe je ze gebruikt. Wat je kiest, hangt ook af van je doel. Bij elke optie behandelen we de eventuele beperkingen. Voordat je begint, is het ook verstandig de beveiliging van je NAS nog even door te lichten (zie kader).

Optimale beveiliging voor je NAS

Bij het openstellen van je NAS is een goede beveiliging extra belangrijk. Ongeoorloofde toegang tot je NAS zul je altijd willen voorkomen. Gebruik altijd sterke wachtwoorden voor je gebruikersaccounts. Deactiveer bovendien de algemene accounts zoals admin en guest. Zet tweestapsverificatie aan. Hierbij wordt na het inloggen om een extra toegangscode gevraagd die je kunt genereren met een app op je smartphone. Op vertrouwde apparaten hoef je dat maar één keer te doen. Bij Synology vind je deze opties in je configuratiescherm, onder Beveiliging / Account. Je kunt kiezen voor welke gebruikers dit moet worden ingeschakeld. Bij QNAP ga je hiervoor in je configuratiescherm naar Systeem / Beveiliging. Open dan het tabblad Verificatie in 2 stappen. Maak ook gebruik van de ingebouwde firewall van je NAS, waarin je toegangsregels kunt instellen! In deze masterclass geven we daar tips voor. Zorg ten slotte dat je een goede back-upstrategie hebt voor de bestanden op je NAS.

Het is verstandig om tweestapsverificatie aan te zetten op je NAS.

Wat is een cloudservice?

Via een cloudservice kun je toegang tot een NAS vereenvoudigen door een soort tunnel op te zetten. Bij Synology heet dit QuickConnect, QNAP noemt het myQNAPcloud link. Hierbij wordt vanaf de NAS een uitgaande verbinding opgezet met een server, waardoor het firewalls omzeilt (ook die in je NAS!). De NAS geef je een herkenbare naam, ook wel QuickConnect ID of QNAP ID genoemd, die je ook gebruikt om te verbinden. Hierbij wordt eerst geprobeerd rechtstreeks verbinding te maken, wat ook het meest efficiënt is. Als dat mislukt, wordt de verbinding automatisch omgeleid via een relayserver, die als tussenpersoon het verkeer doorstuurt. De snelheid kan dan minder hoog zijn. We noemen hieronder alleen de dienst van Synology, omdat het een betere bescherming biedt en een betere reputatie heeft dan myQNAPcloud link. Zorg wel altijd zelf voor een goede basisbeveiliging. Overweeg veiligere methoden zoals een VPN of Tailscale. Het is veiliger en je bent niet afhankelijk van andere partijen (zoals een relayserver).

Diensten als myQNAPcloud link creëren een soort tunnel naar je NAS.

Synology QuickConnect

Bij Synology QuickConnect koppel je eerst je NAS aan een Synology-account. Daarna kun je een QuickConnect ID kiezen. Je NAS is daarna bereikbaar vanuit de Synology-apps of een browser via het adres https://quickconnect.to/ met daarachter de QuickConnect ID. Dit werkt ook bij een dynamisch ip-adres, dus je hoeft niet apart een Dynamic DNS-functie (DDNS) te gebruiken. Om QuickConnect te gebruiken open je Configuratiescherm. Ga dan naar Externe toegang. Zet een vinkje bij QuickConnect inschakelen. Hierna moet je je aanmelden met je Synology-account of een nieuw account maken. Vervolgens kies je een QuickConnect ID. Via de instellingen kun je nog kiezen of de relayserver mag worden gebruikt en welke toepassingen via QuickConnect toegankelijk zijn.

Via de instellingen kies je welke toepassingen toegankelijk moeten zijn.

Wat is VPN?

Door een VPN-server te installeren, heb je een ideale voorziening om op afstand je netwerk te bereiken en alle apparaten op dat netwerk, zoals je NAS, netwerkprinters en camera’s. Je installeert de VPN-server op één systeem, zoals een router, server, Raspberry Pi of je NAS. Bij Synology kun je bijvoorbeeld standaard met OpenVPN werken en QNAP ondersteunt het snellere WireGuard. We laten zien hoe je deze opties gebruikt. Na inloggen heb je volledige toegang tot je netwerk en alle toepassingen in het netwerk, alsof je rechtstreeks op het netwerk zit. Voor toegang tot bestanden op je NAS werken daarom alle protocollen als smb, nfs en WebDAV en toepassingen als Synology Drive en QNAP File Station. Je hoeft geen poorten in je router open te zetten, behalve een enkele poort naar de VPN-server.

Bij QNAP kun je standaard werken met WireGuard.

OpenVPN op Synology

Om je Synology-NAS als VPN-server in te zetten, kun je de toepassing VPN Server installeren via Package Center. Gebruik je een firewall, controleer dan of de benodigde poorten toegankelijk zijn. Bij de installatie kun je die aanpassing via een venster direct doorvoeren. Afhankelijk van het protocol moet je ook nog één of meerdere poorten doorsturen van je router naar je NAS. De toepassing ondersteunt PPTP, OpenVPN en L2TP/IPSec. Eigenlijk is vooral OpenVPN interessant. Het is veilig en stabiel, maar niet zo snel als WireGuard. Ook geeft het soms wat uitdagingen bij het opzetten van de verbinding.

Synology ondersteunt meerdere protocollen, waaronder OpenVPN.

Activeren OpenVPN

Om OpenVPN te gebruiken open je VPN Server. Ga dan naar OpenVPN. Zet een vinkje bij OpenVPN-server inschakelen. Bij Dynamisch ip-adres zie je het subnet dat OpenVPN gebruikt. De verbonden clients krijgen een ip-adres in dat bereik. Bij Poort en Protocol zie je dat standaard udp-poort 1194 wordt gebruikt. Die poort moet je doorsturen van je router naar je NAS. Controleer of de poort toegankelijk is in de firewall van je NAS. Voor een goede balans tussen snelheid en veiligheid kun je bij Codering bijvoorbeeld AES-128-CBC kiezen en bij Verificatie de optie SHA256. De optie Compressie op de VPN-koppeling inschakelen mag uit, omdat het weinig snelheidswinst geeft. Zet de optie Clients toegang geven de LAN-server aan, zodat je andere apparaten in je thuisnetwerk kunt bereiken. Zet ook de optie Verifieer TLS auth-sleutel aan. Klik op Toepassen om de instellingen te activeren. Je kunt nu clients gaan configureren.

Bij OpenVPN kun je zelf nog enkele instellingen kiezen.

Profiel voor OpenVPN

Ga naar OpenVPN en kies Configuratie exporteren om het configuratiebestand te exporteren als zip-bestand. Hierin vind je een .ovpn-bestand dat je nodig hebt voor toegang. Je hebt ook een gebruikersaccount nodig bij het inloggen. Onder Rechten kun je aanvinken welke gebruikers toegang hebben en via welke protocollen. Maak eventueel een nieuwe gebruiker voor alleen de VPN-verbinding! Open het bestand VPNConfig.ovpn met een teksteditor. Omdat je de VPN-server extern wilt gebruiken, verander je in onderstaande regel YOUR_SERVER_IP naar je ip-adres van je internetverbinding of de hostnaam als je bijvoorbeeld Dynamic DNS gebruikt. Synology ondersteunt ook Dynamic DNS en geeft bijvoorbeeld een naam.synology.me-adres. Je kunt het activeren in je configuratiescherm onder Externe toegang / DDNS. Het gaat om deze regel:

remote YOUR_SERVER_IP 1194

Je ziet ook de onderstaande optie. Haal hier eventueel het commentaarteken weg als je wilt dat ál het verkeer, dus ook het normale internetverkeer, via de VPN-server gaat. Dat geeft minder goede prestaties, maar is wel veiliger als je bijvoorbeeld een openbare wifi-hotspot gebruikt. Dit is de regel waar je het commentaarteken weg kunt halen:

#redirect-gateway def1

Gebruik dit profiel om verbinding te maken vanaf andere apparaten. Zet hierbij de optie aan dat zonder certificaat verbinding mag worden gemaakt.

WireGuard op QNAP

We zullen laten zien hoe je WireGuard op je QNAP-NAS gebruikt in combinatie met een Windows-client. Voor meer informatie over WireGuard en het opzetten van een aparte VPN-server verwijzen we je naar een eerder artikel dat je kunt lezen via www.kwikr.nl/wgvpn waarin dat uitgebreid aan bod komt. Zorg bij QNAP dat de toepassing QVPN Service is geïnstalleerd via App Center. Open dan de toepassing en ga naar WireGuard. Zet een vinkje bij WireGuard VPN-server inschakelen. Vul een naam in achter Servernaam. Klik achter Persoonlijke sleutel op Codeparen genereren. Noteer de waarde bij Openbare sleutel: die is straks nodig bij de configuratie van clients. Achter Luisterpoort zie je de poort (udp) die je moet doorsturen in de router. Bij DNS Server vul je een openbare DNS-server in (zoals 8.8.8.8) óf een DNS-server in je lokale netwerk. Klik op Toepassen om de instellingen te bewaren. Klik op Peer toevoegen. Hier kun je clients toevoegen (zie volgende stap).

De instellingen voor WireGuard bij een NAS van QNAP.

Client instellen

Elk apparaat dat verbinding met WireGuard maakt, is een zogenoemde peer. Voor het toevoegen van een apparaat kies je bij QNAP de optie Peer toevoegen. Vul een herkenbare naam in. De waarde bij Openbare sleutel komt bij deze ‘peer’ vandaan, die gaan we nu eerst instellen. Installeer en open de Windows-client en kies de optie Add Empty Tunnel. Er worden een privé- en openbare sleutel gegenereerd. Er opent een configuratiebestand met de privésleutel waarin je onder andere deze twee regels ziet:

[Interface]

PrivateKey = +MSQ3D2+M71SotRrWC3hnPyzYSTWNuaxWwc920=

Vul deze configuratie verder aan zoals in het voorbeeld hieronder. Bij Address kies je een vrij ip-adres binnen het VPN-subnet, dat nog niet door een andere peer wordt gebruikt. Je kunt dit voor elke client ophogen, dus 198.18.7.2/32, 198.18.7.3/32, en zo verder. Belangrijk is dat je bij PublicKey de openbare sleutel die QNAP laat zien invult. Bij Endpoint vervang je ipadres door het ip-adres (of de hostnaam) van je internetverbinding thuis. Dit is de configuratie die je moet aanpassen:

[Interface]

PrivateKey = +MSQ3D2+M71SotRrWC3hnPyzYSTWNuaxWwc920=

ListenPort = 51820

Address = 198.18.7.2/32

DNS = 1.1.1.1

[Peer]

PublicKey = KsCc+cRucH4F8T3VdyatvZXjqvunEerBZapulE=

AllowedIPs = 0.0.0.0/0

Endpoint = ipadres:51820

Bewaar de configuratie met Save. Kopieer nu de waarde bij Public key van deze client. Je leest deze af in het hoofdvenster van WireGuard (zorg dat de bewuste tunnel is geselecteerd). Plak deze in QNAP bij Openbare sleutel bij de configuratie van deze peer. Je kunt nu verbinding maken met je Windows-client!

Voltooi de configuratie voor de Windows-client voor WireGuard.

Firewall instellen voor je NAS

Een firewall op je NAS biedt extra bescherming. Bij Synology open je daarvoor Configuratiescherm. Ga dan naar Beveiliging en open het tabblad Firewall. Zet een vinkje bij Firewall inschakelen en kies Toepassen. Bij Firewallprofiel kun je een profiel kiezen of bewerken. Kies Regels bewerken om het huidige profiel aan te passen. Begin met een regel die alle apparaten op het lokale netwerk toestaat. Kies bij die regel bij Poorten de optie Alles. Bij Bron-IP kies je Specifiek ip. Klik daarachter op Selecteren en kies Subnet. Je moet hier het netwerkbereik van je router kennen. In veel gevallen is dat iets als 192.168.1.0 met subnetmasker 255.255.255.0. Dit omvat dan alle adressen van 192.168.1.0 t/m 192.168.1.255. Voeg hierna nog specifieke regels toe voor toepassingen die van buitenaf toegang moeten hebben. In dit voorbeeld staan we bijvoorbeeld SSH toe vanaf een bepaald ip-adres. Heel belangrijk is dat je als laatste een regel toevoegt die alles blokkeert. De regels worden namelijk van boven naar beneden doorlopen en bij de eerste match stopt de verwerking. Het configuratiescherm van QNAP biedt ook een firewall, maar dat is meer een soort toegangsfilter. Voor uitgebreidere opties kun je QuFirewall installeren via App Center.

Het is raadzaam om de firewall op je NAS te gebruiken voor toegangsbeperking.

Wat is Tailscale?

Met Tailscale kun je een virtueel privénetwerk maken tussen al je apparaten. Dit gebeurt op basis van identiteit, met bijvoorbeeld een standaard Google-account voor autorisatie. Je kunt alle toegevoegde apparaten benaderen via een intern ip-adres of de toegekende hostnaam. Tailscale gebruikt dezelfde technologie als WireGuard, wat het snel, veilig en betrouwbaar maakt. Je hebt geen centrale server nodig en hoeft ook geen poorten in je router open te zetten. Wel moet je elk apparaat in principe afzonderlijk aan je privénetwerk toevoegen. Dat is eenvoudig, ook voor een NAS, zoals je hieronder ziet. Als alternatief kun je Tailscale ook op één apparaat in je netwerk installeren en dat apparaat als subnetrouter instellen, zodat je via dat ene systeem toegang hebt tot alle andere apparaten in je netwerk. In dat geval hoef je Tailscale niet op elk afzonderlijk apparaat te installeren. Meer uitleg over Tailscale vind je in dit artikel.

Met Tailscale kun je een privénetwerk voor je apparaten maken.

Eerste stappen

Ga naar https://tailscale.com en kies de optie Get started. Log in met een van de ondersteunde identiteitsproviders, bijvoorbeeld een standaard Google-account of een van de andere opties. Hierna wordt automatisch je Tailscale-netwerk, of kortweg tailnet, gemaakt. Dat is een soort privé-VPN-netwerkje waar jouw apparaten deel van uit gaan maken. Als je op een ander apparaat inlogt met datzelfde account, is het bereikbaar vanuit je andere apparaten in dit tailnet. Een gratis account ondersteunt tot drie gebruikers en honderd apparaten.

Log in bij Tailscale met bijvoorbeeld je Google-account.

Apparaten toevoegen

Het toevoegen van apparaten is eenvoudig. Het volstaat om de software te installeren en in te loggen met dezelfde identiteitsprovider. Om Tailscale bijvoorbeeld op een iPad te gebruiken, installeer je eerst de toepassing via de App Store. Hierbij wordt een VPN-configuratie voor je iPad gemaakt. Daarna log je in en zie je een lijst met apparaten in je privénetwerkje, waarbij je ook de namen af kunt lezen.

Op een iPad maakt Tailscale een VPN-profiel aan.

Tailscale op je NAS

Je kunt Tailscale ook op een NAS installeren. Bij Synology zoek je daarvoor in Package Center naar Tailscale. Bij QNAP kun je in App Center terecht. Installeer en open de toepassing. Er wordt gevraagd om in te loggen, waarbij je weer hetzelfde account als hiervoor gebruikt. Zet daarna de verbinding op via Connect. Als je nog een keer de Tailscale-app opent, kun je details zien over het bewuste apparaat, zoals het ip-adres en de hostnaam die je kunt gebruiken om verbinding te maken.

Tailscale is als pakket beschikbaar voor Synology en QNAP.

Wat is een Cloudflare-tunnel?

Bij een Cloudflare-tunnel installeer je op één systeem in je netwerk (bijvoorbeeld je NAS) een klein programma, dat van binnenuit een versleutelde verbinding opzet naar Cloudflare. Daarna kun je toepassingen individueel toevoegen die deze tunnel mogen gebruiken. Daarbij kun je elke toepassing een eigen subdomein geven, zoals nas.domein.nl voor je NAS. De tunnel laat geen netwerkprotocollen zoals SMB en NFS door en WebDAV is een uitdaging. Het is vooral bedoeld voor webverkeer. Je kunt incidenteel wel bijvoorbeeld DS File gebruiken, voor het browsen door je bestanden en kleine uploads of downloads.

Bij Cloudflare kun je gratis een tunnel opzetten voor toegang op afstand.

Domein registreren

Log in bij Cloudflare met een bestaand account of maak een nieuw gratis account. Registreer een domeinnaam via Add / Register a domain of voeg een bestaand domein toe via Add / Connect a domain. In dat laatste geval moet je de DNS-instellingen bij je huidige provider aanpassen, zodat de nameservers naar die van Cloudflare verwijzen. Afhankelijk van de extensie betaal je bij Cloudflare vanaf zo’n 6 dollar per jaar (circa 6 euro) per domein. Je kunt een domein eventueel direct voor meerdere jaren registreren of voor automatische verlenging kiezen. Betalen kan met creditcard of PayPal. In je dashboard vind je je domein terug onder Domain registration / Manage domains.

Registreer tegen lage kosten een domein bij Cloudflare.

Tunnel voorbereiden

Ga via het menu aan de linkerkant naar Zero Trust. Klik dan op Networks en kies Tunnels. Klik op Create a tunnel. Selecteer de optie Cloudflared. Geef je tunnel een naam. Vervolgens moet je een zogeheten connector installeren op één systeem in je netwerk om een tunnel te maken. Alle toepassingen die je straks via de Cloudflare-tunnel gaat publiceren, moeten bereikbaar zijn vanaf dat systeem. Dat is meestal alleen een probleem bij gescheiden netwerken of strikte firewallregels. Installeer Cloudflared volgens de instructies op een systeem dat altijd aanstaat. Dat kan een server of Raspberry Pi zijn, maar óók je NAS, zoals we hieronder toelichten. Hierna komt de tunnel automatisch online.

Maak een tunnel via de website van Cloudflare.

Tunnel op Synology-NAS

Voor de installatie op een NAS heeft Cloudflare geen instructies, maar de procedure is relatief eenvoudig. Kopieer de opdracht die je ziet bij bijvoorbeeld de Windows-installatie en plak deze in een editor. Je ziet hierin een lange string van 184 tekens die meest begint met eyJh…. Dat is de benodigde token. Om Cloudflared op een Synology-NAS te installeren open je Package Center. Ga naar Gemeenschap en kies Cloudflare Tunnel. Klik op Installeren. Nu wordt om de token gevraagd. Je hoeft geen geavanceerde opties te kiezen. Na het voltooien van de installatie is je tunnel klaar voor gebruik.

Vul de token in bij de installatie van de software op je Synology-NAS.

Tunnel bij QNAP

QNAP biedt geen softwarepakket, maar je kunt Cloudflare wel vrij eenvoudig via Docker configureren en starten. Het is het makkelijkst om met Docker Compose te werken. Installeer indien nodig Container Station en open het programma. Ga dan naar Toepassingen en klik op Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in, zoals cloudflared. Bij YAML-code vul je de onderstaande code in. Achter TUNNEL_TOKEN vul je uiteraard jouw token in. Klik dan op Maken om de tunnel te maken. Dit is de benodigde code:

version: "3"

services:

  cloudflared:

    image: cloudflare/cloudflared:latest

    container_name: cloudflared

    restart: unless-stopped

    network_mode: "host"

    command: tunnel run

    environment:

      - TUNNEL_TOKEN=eyJh...

Bij QNAP kun je Cloudflared het beste via Docker installeren.

Toepassing toevoegen

Je kunt nu elke toepassing via de tunnel beschikbaar maken met een uniek subdomein. Om zo’n zogeheten route aan te maken, ga je binnen Zero Trust naar Networks / Tunnels. Bij Status geeft het systeem als het goed is aan dat de tunnel gezond is. Open het menu (via de drie puntjes) en kies Configure. Ga dan naar het tabblad Published application routes. We nemen de webinterface van een NAS die lokaal bereikbaar is op https://10.0.10.200:5001. Bij Subdomain vul je bijvoorbeeld nas in. Bij Domain kies je een domein. Bij Type kiezen we HTTPS en bij URL vullen we 10.0.10.200:5001 in. Bij de optie HTTPS moet je oppassen. De NAS heeft in ons geval geen echt certificaat. Daarom is het belangrijk om onder Additional application settings / TLS de optie No TLS Verify aan te vinken. Cloudflare zal dan negeren dat het certificaat niet ondertekend is. Klik op Save. Er zal automatisch een DNS-record worden gemaakt en je kunt vrijwel direct op afstand je NAS benaderen.

We maken een route voor de NAS.

Extra beveiliging bij Cloudflare

Na het openstellen van een toepassing via een subdomein kan in feite iedereen die dat adres kent de toepassing benaderen, zoals de webinterface van je NAS. Of ze ook binnenkomen, hangt af van je beveiliging. Een NAS kun je zelf extra beveiligen, bijvoorbeeld met tweestapsverificatie. Maar je kunt toegang óók beperken via Cloudflare zelf. Je kunt bijvoorbeeld regelen dat alleen jij bij de tunnel mag, via een tijdelijke code die je per e-mail ontvangt, of door te verplichten dat je eerst moet inloggen met een specifiek Google-account.

▼ Volgende artikel
Actieve versus passieve speakers: welke luidsprekers passen bij jou?
© jipen
Huis

Actieve versus passieve speakers: welke luidsprekers passen bij jou?

Twijfel je tussen actieve en passieve luidsprekers? Het verschil zit in de versterker. In dit artikel leggen we uit wat de voor- en nadelen zijn, zodat je precies weet welk systeem het beste klinkt in jouw woonkamer. Geen gedoe, gewoon helder advies.

Als je op zoek bent naar beter geluid, vliegen de termen je om de oren. Het onderscheid tussen actief en passief is misschien wel de belangrijkste technische keuze die je moet maken, maar wordt vaak onnodig ingewikkeld gemaakt. Veel mensen denken dat het puur om geluidskwaliteit gaat, terwijl het vooral draait om gebruiksgemak en apparatuur. Na het lezen van dit stuk weet je precies of je voor alles-in-één gemak moet gaan of voor de vrijheid van losse componenten.

De kern: waar zit de krachtbron?

Het technische verschil is eigenlijk heel simpel: het draait allemaal om de locatie van de versterker. Een luidspreker kan namelijk geen geluid maken zonder stroom en aansturing.

Bij een actieve speaker is de versterker ingebouwd in de behuizing van de luidspreker zelf. Je herkent dat direct aan de achterkant: er zit een stroomkabel aan die het stopcontact in moet, en vaak knoppen voor volume of toonregeling. Je sluit je telefoon, pc of platenspeler direct aan op de speaker.

Bij een passieve speaker zit er géén elektronica in de kast die het geluid versterkt. De speaker heeft geen stekker voor het stopcontact, maar alleen aansluitingen voor luidsprekerdraad. Je hebt altijd een losse versterker of receiver nodig die het signaal krachtig genoeg maakt voordat het naar de speaker gaat. Een veelvoorkomend misverstand is dat 'passief' betekent dat ze slechter of zwakker zijn. Integendeel, de allerduurste hifi-systemen zijn bijna altijd passief.

©jipen

Wanneer is actief de slimste keuze?

Kies voor actief als je houdt van een opgeruimd huis en gebruiksgemak (dit soort speakers zijn meestal plug & play). Omdat de fabrikant de ingebouwde versterker helemaal heeft afgestemd op de luidspreker, ben je verzekerd van een goede match zonder dat je technisch inzicht nodig hebt. Dit is bij uitstek geschikt voor minimalisten die geen losse apparaten of een wirwar aan kabels in de woonkamer willen. Een soundbar is hier het bekendste voorbeeld van; dat is bijna altijd een actieve speaker. Ook voor een werkplek of gaming-setup op een bureau is dit de standaard, omdat je ze direct in je pc plugt zonder tussenkomst van een extra apparaat. Daarnaast zie je deze techniek terug in slimme multiroom-systemen met wifi of bluetooth (zoals die van Sonos), waarmee je direct vanaf je telefoon muziek streamt.

De beperking van alles-in-één

Het grote nadeel van actieve speakers is dat je vastzit aan het totaalpakket. Gaat de versterker in de speaker kapot? Dan doet je hele luidspreker het niet meer, ook al zijn de speaker-units zelf nog prima.

Daarnaast ben je minder flexibel in de toekomst. Bij passieve systemen kun je over vijf jaar besluiten om alleen een nieuwe versterker met de nieuwste streamingfuncties te kopen, terwijl je je geliefde speakers behoudt. Bij een actief systeem moet je bij veroudering van de software of aansluitingen vaak meteen de hele set vervangen. Daarnaast is het uitbreiden van een stereoset naar een volledige thuisbioscoop met actieve speakers vaak lastiger of beperkt tot één specifiek merk.

©Aboltin

Wanneer moet je absoluut niet voor actief kiezen?

Er zijn specifieke situaties waarin je een actief systeem beter links kunt laten liggen. Als je bijvoorbeeld al een prima werkende versterker of receiver hebt staan, is het zonde van je geld om actieve speakers te kopen. Je betaalt dan immers dubbel voor versterking die je niet gebruikt.

Ook als je speakers wilt wegwerken in het plafond of de muur is passief de enige logische route. Je wilt namelijk geen stroompunten bij elke inbouwspeaker aanleggen, en je kunt sowieso niet makkelijk bij de elektronica als er eenmaal iets stuk gaat.

Tot slot kun je in grote ruimtes, zoals een hal of showroom, beter met passief draad werken. Luidsprekerkabels zijn over lange afstanden veel makkelijker te trekken en te verlengen dan de combinatie van stroom- en signaalkabels bij actieve speakers.

Check je kabels en je kastruimte

Om de knoop door te hakken, kijk je eerst goed naar je eigen situatie. Heb je in je tv-meubel ruimte voor een los apparaat van ongeveer 44 cm breed (de standaardmaat voor receivers)? En vind je het leuk om zelf je set samen te stellen? Dan is passief jouw route naar topgeluid op maat.

Heb je daarentegen geen zin in gedoe, wil je met één afstandsbediening klaar zijn en heb je een hekel aan zichtbare apparatuur? Dan is een actief systeem of een actieve set boekenplank-speakers de moderne oplossing die je zoekt.

Kortom: eenvoud versus controle

Het verschil tussen actief en passief is een keuze tussen gemak en flexibiliteit. Actieve speakers bieden een alles-in-één oplossing: stekker erin en spelen, ideaal voor wie weinig ruimte of geduld heeft. Passieve speakers vereisen een losse versterker, maar geven je de vrijheid om je systeem oneindig aan te passen, te repareren en te upgraden. Kijk dus niet alleen naar het geluid, maar vooral naar hoeveel apparaten je in huis wilt halen.