ID.nl logo
Zo werkt de inhoudsopgave in Word
© Reshift Digital
Huis

Zo werkt de inhoudsopgave in Word

Word biedt uitgebreide mogelijkheden voor het maken van professionele documenten, compleet met inhoudsopgave en hoofdstukken. Het prettige is dat je hier zelf niet heel veel moeite voor hoeft te doen, omdat de inhoudsopgave in Word de meeste zaken voor je kan automatiseren.

Word kan veel taken voor je uit handen nemen, maar het kan niet toveren. Als je een goede inhoudsopgave wilt maken, is het daarom belangrijk dat je een aantal onderdelen in je document goed voorbereid en gestructureerd houdt. Alleen op die manier kun je een duidelijke inhoudsopgave en index maken. Het standaardsjabloon dat geopend wordt wanneer je in Word voor een nieuw, leeg document kiest, bevat de benodigde stijlen voor het maken van hoofdstukken. In deze basiscursus gaan we aan de slag met het maken van een inhoud en een index. Voor beide heb je een gestructureerd document nodig.

01 Stijlen gebruiken

Word bevat de stijlen Titel, Kop 1 en Kop 2, die allemaal gelinkt kunnen worden aan een hoofdstuk en dus ook in de inhoudsopgave opgenomen moeten worden. Belangrijk is wel dat je in je Word-document alvast een goede pagina-indeling hebt gemaakt en alle hoofdstukken die je wilt opnemen in de inhoudsopgave, klaar zijn. De inhoudsopgave is namelijk gerelateerd aan de fysieke pagina’s in je Word-document. Je moet er dus voor zorgen dat ieder hoofdstuk in je document op een afzonderlijke pagina staat. Als je een stuk tekst schrijft voor een hoofdstuk die de pagina niet helemaal vult, dan kun je een zogeheten pagina-einde invoeren door op de laatste regel aan het einde op de toetscombinatie Ctrl+Enter te drukken. Word springt vervolgens automatisch naar de volgende pagina in je document, waarna je een nieuw hoofdstuk kunt beginnen.

©PXimport

02 Inhoudsopgave maken

Zorg ervoor dat ieder nieuw hoofdstuk altijd een titel meekrijgt en dat deze de stijl Kop 1 meekrijgt. Op die manier kan Word namelijk veel makkelijker herkennen dat dit een nieuw hoofdstuk is, en hierdoor de inhoudsopgave beter genereren. Je voegt stijlen toe via het onderdeel Stijlen in het Lint, je kunt ook een zijpaneel openen met Alt+Ctrl+Shift+S.

Om een inhoudsopgave te maken, zorg je er eerst voor dat de cursor in je Word-document op de allereerste pagina staat. De inhoudsopgave wordt namelijk meteen geplaatst op de plek waar je in het document bent. Open nu in het Lint eerst het tabblad Verwijzingen. Aan de linkerzijde vind je een grote knop genaamd Inhoudsopgave. Zodra je op deze knop drukt, krijg je een aantal voorbeelden te zien. Maar omdat de manier waarop de inhoud wordt gemaakt afhankelijk is van persoonlijke voorkeur, kies je uit de lijst voor Aangepaste inhoudsopgave. Je hebt dan meer controle over het uiterlijk.

Bij een inhoudsopgave is het overzichtelijk wanneer de paginanummers mooi zijn uitgelijnd aan de rechterkant. Daarvoor zet je in het schermpje bij Paginanummers rechts uitlijnen een vinkje. De paginanummers verschijnen dan netjes aan de rechterkantlijn in je document. Wil je een extra lijn die loopt vanaf de titel van het hoofdstuk naar het paginanummer? Dan selecteer je het type lijn uit het veld Opvulteken. Je hebt hier de keuze uit een doorgetrokken lijn, stippellijntjes of losse streepjes.

©PXimport

03 Document met sub-onderwerpen

We hebben je laten zien hoe je een eenvoudige inhoudsopgave maakt, maar wat als je document uit verschillende sub-onderwerpen bestaat? Die wil je natuurlijk ook in je inhoudsopgave vermelden. Sub-onderwerpen geef je het beste aan met de stijl Kop 2 of Kop 3. Als je vanaf het begin af aan al een of meerdere sub-onderwerpen per hoofdstuk hebt gemaakt, dan worden deze in de inhoudsopgave automatisch toegevoegd.

Het gebeurt je vast weleens dat je toch nog extra onderwerpen wilt toevoegen, terwijl je de inhoud al gemaakt had. Moet je de inhoudsopgave dan weer helemaal opnieuw maken? Nee, gelukkig niet, want de inhoudsopgave in Word is een apart veld dat gekoppeld is aan de andere gegevens (in dit geval de titels en onderwerpen van je hoofdstuk) in je document. Dat het een apart veld is, zie je wanneer je met de muis ergens op een deel van je inhoudsopgave klikt, dan wordt de inhoudsopgave in zijn geheel geselecteerd en krijgt hij een grijze kleur.

©PXimport

04 Velden koppelen

Velden die gekoppeld zijn in Word kun je altijd bijwerken als de inhoud is veranderd, zo ook bij een inhoudsopgave. Stel dat je in het document bij het hoofdstuk ‘YouTube’ in ons voorbeeld nog een sub-onderwerp ‘Andere videokanalen’ wilt toevoegen. In dat geval typ je een nieuwe tekst die eerst begint met ‘1.1 Andere videokanalen’ in de stijl Kop 2 (of Kop 3, wat jij wilt). Is de toevoeging klaar, dan ga je naar de inhoudsopgave en klik je er eenmaal op om hem te selecteren. Klik er vervolgens met de rechtermuisknop op, en kies voor Veld bijwerken. Er komt de vraag of je alleen de paginanummers wilt bijwerken, of alles in z’n geheel. Kies altijd voor alles in zijn geheel, zo weet je zeker dat de wijzigingen goed worden doorgevoerd. Even later verschijnt je toegevoegde onderwerp ook in de inhoudsopgave.

©PXimport

Tip: Veld bijwerken

Als je extra onderwerpen toevoegt aan je document of andere veranderingen in de structuur of titels van je hoofdstukken aanbrengt, dan moet je altijd de functie Veld bijwerken bij de inhoudsopgave gebruiken. Dat scheelt je veel fouten! Als je namelijk handmatig in de inhoudsopgave zelf titels wijzigt, werkt dit bij grote documenten zeer onoverzichtelijk. Je moet dan immers zowel de oorspronkelijke titel van je hoofdstuk wijzigen als die in de inhoudsopgave zelf. Wijzig dus handmatig alleen de teksten in je document en niet in de inhoudsopgave: daarvoor gebruik je de optie Veld bijwerken.

©PXimport

05 Een index gebruiken

Een index is een overzicht of lijst van onderwerpen die in een document staan. Anders dan een inhoudsopgave kun je met een index een bepaald woord of onderwerp opzoeken om te zien waar dit begrip wordt behandeld in een artikel, boek of document.

Een index staat over het algemeen aan het einde van een document of artikel. Vooral wanneer je document is afgedrukt, is het handig dat je kunt opzoeken op welke pagina een bepaald onderwerp is behandeld. Het maken van een index gaat op een andere manier dan een inhoudsopgave. Ieder woord in je document dat je in je index wilt laten opnemen, moet je handmatig selecteren.

Het is vanzelfsprekend dat je niet ieder willekeurig woord opneemt in je index, maar alleen woorden (of een groep woorden) die belangrijk zijn, bijvoorbeeld op de plek dat er ergens extra uitleg over wordt gegeven.

Een index is ook handig wanneer een belangrijke alinea in een hoofdstuk extra aandacht vereist of als daar nuttige informatie in staat. In dat geval voeg je alleen de titel van de alinea toe aan je index. Word kent handige functies voor het maken van een index. We laten je zien hoe je te werk gaat met een aantal voorbeelden.

©PXimport

06 Woorden selecteren

Selecteer een of meer woorden die je aan een index wilt toevoegen. Dat doe je door voor het woord te gaan staan met de cursor en vervolgens met ingedrukte linkermuisknop naar rechts te slepen, tot het hele woord is geselecteerd.

Vervolgens open je op het Lint het tabblad Verwijzingen en kies je voor Item markeren. Er verschijnt nu een nieuw pop-upvenster genaamd Indexvermelding maken. Hierin zie je bij Hoofdgegevens het geselecteerde woord, in ons geval is dat ‘videotutorials’. Bij Opties geef je aan op welke manier moet worden verwezen naar het geselecteerde woord, waarbij de optie Huidige pagina het meest voor de hand liggend is. Pas eventueel de opmaak van de verwijzing nog aan door een vinkje te zetten bij Vet en/of Cursief. Het woord wordt na het drukken op de knop Markeren aan de index toegevoegd. Maak je geen zorgen, Word slaat alle gemarkeerde woorden op de achtergrond op, later ga je de daadwerkelijke index plaatsen. Eerst is het zaak dat je alle woorden die je in de index wilt opnemen, markeert.

©PXimport

07 Meerdere verwijzingen

Over het algemeen komen bepaalde woorden in een document meerdere keren voor. Bijvoorbeeld een receptenboek: de woorden zout, peper en suiker worden meerdere keren gebruikt in verschillende recepten. Moet je in dat geval overal dit woord opzoeken en handmatig toevoegen aan je index? Nee, gelukkig kan Word ook dit voor je automatiseren. Selecteer in je document het eerste woord dat je wilt markeren en waarvan je weet dat het meerdere keren in het document voorkomt. Bijvoorbeeld het woord ‘video’ in ons voorbeelddocument. Klik nu weer in het tabblad Verwijzingen in het Lint op de knop Item markeren. Volg dezelfde stappen als we in stap 6 deden, maar nu kies je in plaats van de knop Markeren voor de knop Alles markeren. Word markeert nu alle woorden ‘video’ uit je document en voegt ze toe aan de index. Het programma onthoudt hierbij ook automatisch alle paginanummers waarop dat woord voorkomt, bij het plaatsen van de uiteindelijke index zul je ze dus allemaal zien terugkomen.

Bij het aanmaken van indexen zie je op de plek van het woord dat is toegevoegd aan de index dat er een code omheen is gezet, bestaande uit een accolade {, de tekst XE en dan het woord tussen dubbele aanhalingstekens, gevolgd door weer een accolade }. Hiermee geeft Word aan dat het een speciaal veld in je document is. Pas deze tekens niet aan! Als je je bestand afdrukt, worden ze niet weergegeven. Zie je deze tekens niet staan, druk dan op Ctrl+*. Om deze weergave uit te schakelen gebruik je dezelfde toetscombinatie.

©PXimport

08 Index invoegen

Heb je alle woorden die je wilt opnemen nu geïndexeerd? Dan is het tijd om de daadwerkelijke index in te voegen in je document. Het makkelijkst om de index in je document in te voegen is om eerst helemaal naar het einde van je document te gaan (tip: gebruik de toetscombinatie Ctrl+End) en een nieuwe pagina in te voegen via de toetscombinatie Ctrl+Enter. Plaats op je nieuwe pagina vervolgens de cursor bovenaan. Ga in het Lint weer naar het tabblad Verwijzingen en klik op de knop Index invoegen.

Net als bij het maken van een inhoudsopgave kun je ook hier de opmaak van de index aanpassen, zoals de uitlijning en in hoeveel kolommen de index moet worden aangemaakt. Druk op de OK-knop om de index te plaatsen. Je ziet dat Word de index netjes in het aantal opgegeven kolommen plaatst en daarbij tevens de alfabetische volgorde aanhoudt.

©PXimport

09 Toevoegen aan index

Ook voor de index geldt dat je later nog meer woorden kunt toevoegen. Je selecteert de woorden die je wilt toevoegen en kiest weer voor de knop Item markeren bij het tabblad Verwijzingen. Als je nu klaar bent, ga je niet naar Index toevoegen, maar blader je weer naar de laatste pagina van het document waar je je index hebt ingevoegd.

Dubbelklik ergens in het midden van de index. Deze wordt – net als we eerder zagen bij de inhoudsopgave – grijs geselecteerd. Ook hier kun je nu met de rechtermuisknop klikken en vervolgens te kiezen voor Veld bijwerken. De zojuist toegevoegde woorden worden nu aan je index toegevoegd.

Handig daarbij is dat Word ook bij nieuw toegevoegde woorden de alfabetische volgorde van de index aanhoudt. Je hoeft dus niets te veranderen.

©PXimport

10 Bronvermelding

Als je een uitgebreid verslag of een scriptie moet maken, dan maak je voor het opzoeken van gegevens gebruik van externe bronnen, bijvoorbeeld Wikipedia of resultaten uit een onderzoek. Een van de vereisten bij het gebruik van bronnen is dat je de bronnen die je aanhaalt in je document, ook daadwerkelijk benoemt. Word kent een handige functie waarmee je eenvoudig je geraadpleegde bronnen in je document kunt vermelden.

Stel dat je in een document een onderzoek aanhaalt. Je vertelt bijvoorbeeld hoeveel mensen in Nederland elke dag met de trein reizen. De lezer van je document wil natuurlijk weten waar je die informatie vandaan hebt gehaald (en voor scholen en universiteiten is dat zelfs verplicht). In je document link je dan naar de informatie die je hebt gevonden.

APA-richtlijnen

Veel scholen en universiteiten verwachten dat de manier van het vermelden van bronnen in je documenten volgens een bepaalde standaard gebeurt. Dit zijn de zogeheten APA-richtlijnen. Deze richtlijnen zijn bedacht door de American Psychological Association, vandaar de afkorting APA. In Nederland werken veel universiteiten volgens deze richtlijnen, maar er zijn ook andere. In dit voorbeeld maken we gebruik van APA.

©PXimport

11 Bronnen invoeren

Als je werkt met een document waarin je ook bronnen vermeldt, moet je van tevoren goed voor jezelf bepalen welke bronnen je gebruikt. Je moet die zelf goed bijhouden, met als bijkomend voordeel dat je overzichtelijker werkt in je bestand.

De beste methode voor het beheren van de bronnen in je document, is om bij elke zin die verwijst naar een bron, deze bron direct te vermelden. Dat scheelt je achteraf veel uitzoekwerk (wat was de bron ook alweer van die uitspraak?). Onder het tabblad Verwijzingen vind je bij Citaten en bilbiografie speciale knoppen waarmee je de bronnen in je document eenvoudig kunt toevoegen. Om bij een stuk tekst een bron te vermelden, ga je naar het einde van die tekst, en klik je op Citaat invoegen. Er verschijnt een nieuw venster waarin je de informatie over de bron kunt opgeven.

Belangrijk zijn hier de volledige url, de organisatie die deze informatie biedt en eventueel een auteur, als die bekend is. Bij Type Bron, bovenaan, geef je aan wat voor soort bron je citeert: dat kan een tijdschrift zijn, een boek, film, andere documenten of een website. Als je een boek, tijdschrift of ander gedrukt medium citeert, dan vul je ook de pagina(’s) in. Druk je na het invullen van de gegevens op OK, dan zet Word achter de zin die verwijst naar de bron, de naam tussen haakjes.

©PXimport

12 Bronnen verwijzen

De bronnen staan nu achter de teksten, maar een lezer heeft daar in principe nog niet veel aan: de bronvermeldingen verwijzen immers nog nergens naar toe en ze worden verder ook niet genoemd in de voetnoten van het document.

We moeten die bronvermelding nog apart opnemen. Als je met je muis over een van de aangemaakte bronverwijzingen gaat, zie je dat het blok om de tekst grijs wordt. Hiermee wordt aangegeven dat het blok een apart veld is.

Ga naar het einde van je document en voeg weer een nieuwe pagina toe via Ctrl+Enter. Klik dan in het Lint onder Verwijzingen op de knop Bibliografie. Er verschijnt een lijst met sjablonen die je kunt gebruiken voor de opmaak van de bronvermeldingen. Wil je geen opmaak, dan kies je uit de lijst voor Bibliografie invoegen.

©PXimport

13 Andere stijl kiezen

Ben je niet tevreden met de huidige stijl van verwijzingen, dan kun je deze te allen tijde aanpassen. Klik gewoon op Stijl bij Verwijzingen en de verwijzingen worden direct doorgevoerd in je document. Werk je bijvoorbeeld liever met voetnoten, kies dan voor de stijl ISO 690 – Numerieke verwijzing. Iedere bronverwijzing in je document krijgt nu een cijfer (1, 2, 3 enzovoort) en de bronvermelding aan het einde van je document wordt dan ook op deze manier weergegeven.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Arc Raiders is meer dan 14 miljoen keer verkocht
Huis

Arc Raiders is meer dan 14 miljoen keer verkocht

De extraction shooter Arc Raiders is een groot succes: de game is sinds release 30 oktober vorig jaar meer dan 14 miljoen keer verkocht.

Dat heeft uitgever Nexon deze week aangekondigd bij het bekendmaken van de kwartaalcijfers van het bedrijf. In januari was er daarbij een piek van 960.000 gelijktijdige spelers over alle platforms waarneembaar, en sindsdien zijn er zo'n zes miljoen wekelijkse actieve spelers. Arc Raiders heeft wat Nexon betreft dan ook alle verwachtingen overtroffen.

Arc Raiders kwam zoals gezegd afgelopen oktober uit en is ontwikkeld door het in Stockholm gevestigde bedrijf Embark Studios, dat bestaat uit voormalige Battlefield-ontwikkelaars, waronder de voormalige ceo van DICE, Patrick Söderlund. Hiervoor bracht Embark al de shooter The Finals uit.

Over Arc Raiders

Toen Arc Raiders uitkwam, bleek het spel al snel een hit op Steam en consoles. Dit terwijl de markt voor multiplayershooters zeer competitief is, met franchises als Call of Duty en Battlefield waarvan afgelopen najaar ook nieuwe delen zijn uitgekomen.

De game houdt een derdepersoonsaanzicht aan en betreft een extraction shooter. Spelers gaan in Arc Raiders richting de oppervlakte van de aarde, waar buitenaardse robots genaamd Arcs voor chaos zorgen. Spelers proberen hier waardevolle materialen, wapens en medicijnen te vinden - alleen of in teamverband. Andere spelers lopen echter ook rond op het oppervlak en kunnen je team helpen of juist tegenzitten. Het doel is heelhuids weer ondergronds te geraken met de verzamelde spullen.

▼ Volgende artikel
Je smartphone als afstandsbediening voor je slimme huis: zo werkt dat
© ImageFlow - stock.adobe.com
Huis

Je smartphone als afstandsbediening voor je slimme huis: zo werkt dat

Je smartphone gebruik je wellicht voor allerlei handige zaken, maar wist je dat je je telefoon ook kunt gebruiken om apparaten in je huis te bedienen? Vaak heb je daar niet eens zoveel voor nodig. Maar hoe begin je en waar moet je allemaal op letten?

In dit artikel

Je ziet hoe je je telefoon inzet als afstandsbediening voor verlichting, verwarming, tv en andere slimme functies in huis. We laten je stap voor stap zien hoe je apparaten toevoegt, kamers indeelt, routines bouwt en je slimme huis laat reageren op tijd, locatie en aanwezigheid. Ook lees je waar je op let bij compatibiliteit en hoe je alles netjes en veilig houdt met onderhoud en updates. 

Lees ook: Starten met smarthome in één middag: een stappenplan voor beginners

We gebruiken thuis steeds meer slimme apparaten die het leven moeten vergemakkelijken. Bijna alle apparaten die je op internet aansluit, zoals een televisie of een basisstation voor slimme lampen, kun je op afstand bedienen of in ieder geval via je wifi-verbinding thuis aansturen. Dat hangt natuurlijk af van het merk en type producten dat je gebruikt en via welke protocollen dit gaat, maar het heeft ook te maken met je telefoon.

Wanneer is een apparaat slim?

Een slim apparaat is een lamp, thermostaat, tv, stekker, gordijnmotor of sensor die via wifi, bluetooth of een standaard als Matter verbonden is met internet en op afstand te bedienen is. Dat bedienen kan bijvoorbeeld via een app van de fabrikant van de apparatuur, maar het is ook mogelijk met de app van Google, Google Home. Deze app is op de meeste Android-toestellen aanwezig, maar als dat bij jou niet het geval is, kun je deze downloaden via de Google Play Store. De app is er ook voor de iPhone en werkt vrijwel hetzelfde. We gebruiken in dit artikel de Android-versie voor alle uitleg en afbeeldingen.

Google Home tref je aan in Google Play, maar kan soms al geïnstalleerd zijn. Check sowieso altijd op updates als je de app al hebt.
Google Home

Google Home is de app die al die apparaten verzamelt en bestuurt; je bedient ze met tikken op je scherm, via het snelle bedieningspaneel van Android en met spraak via de Google Assistant. Wanneer je apparaten in de Google Home-app toevoegt, kun je er routines mee bouwen: vaste acties die automatisch of met één tik worden uitgevoerd, zoals alle lampen uit zodra je het huis verlaat of de verwarming lager zodra iedereen slaapt. Inmiddels kun je met Google Home al meer dan 50.000 apparaten aansturen; je herkent ze aan de Works with Google Home of Matter-logo's.

Starten met aansturen

Om je slimme apparaten te kunnen aansturen, gebruik je een Android-telefoon met Android 11 of hoger. Het werkt in principe ook met oudere versies, maar sinds versie 11 kun je de meeste opties voor slimme apparaten direct vanaf je vergrendelingsscherm benaderen en hoef je dus niet eerst de app te openen om je apparaten te bedienen. Installeer de Google Home-app uit de Play Store en meld je aan met je Google-account. Aanmelden is vereist zodat de instellingen voor al je apparaten worden opgeslagen en ook via andere Android-toestellen zijn te bereiken. Je kunt er ook voor kiezen om een nieuw account aan te maken, dat je dan bijvoorbeeld met je huisgenoten kunt delen. Op die manier kan iedereen in huis bij dezelfde instellingen voor je slimme apparaten en hoef je je persoonlijke data niet met je huisgenoten te delen. Met de Google Home-app kun je eenvoudig schakelen tussen meerdere accounts, dus het is in theorie mogelijk om meerdere slimme huizen te beheren.

Met de Google Home-app kun je - net als alle andere Google-apps - eenvoudig schakelen tussen meerdere accounts.

Systemen zijn niet altijd compatibel

Voordat je een slim apparaat kunt toevoegen aan Google, moet dat apparaat eerst al zijn ingesteld met de app van de fabrikant, bijvoorbeeld Philips Hue, IKEA Home smart, Tado of de app van je gordijnmotor. Daarna koppel je ze in Google Home. Het is handig om minstens één slimme lamp of slimme stekker te hebben om mee te oefenen, plus bijvoorbeeld een televisie met Chromecast-functionaliteit. Heb je een smartspeaker of smartdisplay met ingebouwde Google Assistant (zoals de Nest Hub), dan kun je die gebruiken als extra microfoon in huis, maar strikt nodig is die niet, omdat je ook via je telefoon tegen de Assistant kunt praten. Apple-gebruikers hebben een vergelijkbaar systeem via Apple HomeKit en de Apple Home-app. Apple gebruikt een gesloten systeem, waardoor je niet kunt communiceren met Google Home en moeten de apparaten die je met een Apple-smartphone wilt aansturen, ook specifiek compatibel zijn met Apple HomeKit. Via Home Assistant - een losstaand protocol voor slimme apparaten - is het mogelijk om een koppeling te maken tussen Android-apparaten en Apple-apparaten, maar daar gaan we in dit artikel niet verder op in.

©sdx15 - stock.adobe.com

Ook Apple heeft een Home-app, maar die is niet compatibel met Android.

Lees ook: Philips Hue SpatialAware: dit is het en zo gebruik je het

Apparaten toevoegen en huis indelen

Om Google Home te gebruiken voeg je je eerste apparaten toe aan de Google Home-app en deel je ze logisch in kamers in, zodat aansturen en automatiseren later veel eenvoudiger wordt. Je opent eerst Google Home, controleert of het juiste huis geselecteerd is; als dit nog niet is aangemaakt, maak je dat aan. Vervolgens voeg je een nieuw apparaat toe met de +-knop, rechts bovenin. Tot slot kies je voor Apparaat.

Een nieuw apparaat toevoegen aan Google Home doe je hier.

Koppelen

Je krijgt nu de mogelijkheid om een apparaat direct toe te voegen door middel van een QR-code, die je vaak achter op een product vindt. Apparaten die Matter of Nest ondersteunen, kun je op deze manier dus direct toevoegen. Wil je een apparaat toevoegen dat geen Matter-ondersteuning biedt, dan kan dat alleen als je het betreffende apparaat hebt geconfigureerd via het systeem van dat merk, bijvoorbeeld een lamp van Philips Hue die aan de Hue-bridge is gekoppeld. In dat geval kies je voor de optie Apps of services koppelen. Vervolgens krijg je een overzicht van alle compatibele diensten die met Google Home werken.

Kies uit de lijst met compatibele merken om een koppeling te maken.

Lees ook: Matter uitgelegd: de nieuwe standaard voor een zorgeloos slim huis

Toestemming verlenen

Om een apparaat via deze route toe te voegen aan Google Home, moet je inloggen bij het account van de fabrikant waarvan je de dienst afneemt, bijvoorbeeld Philips Hue. Er komen nog wat meldingen in beeld omtrent de mogelijkheden die Google krijgt met betrekking tot de data van je externe account.

Wanneer de apparaten zichtbaar zijn als tegels, houd je een tegel even vast en kies je voor het tandwieltje. Vervolgens tik je op Ruimte en kun je het apparaat eventueel nog in een andere ruimte plaatsen. Dat kan door de betreffende ruimte aan te tikken uit de lijst, of zelf een nieuwe ruimte aan te maken. Het is handig om je apparaten onder te verdelen in ruimtes, omdat je - bijvoorbeeld in het geval van lampen - deze per ruimte in één keer kunt uitschakelen. Zo kun je dan bij je bedtijdroutine eerst de lichten in de woonkamer uitschakelen en daarna die op de overloop, zonder dat je je hele huis in duisternis brengt of juist iedere lamp afzonderlijk moet uitzetten.

Soms moet je extra toestemmingen goedkeuren om een apparaat te kunnen gebruiken.

Apparaten handmatig en met spraak bedienen

Heb je al je apparaten toegevoegd en eventueel onderverdeeld in verschillende ruimtes, dan kun je ze nu bedienen via je Google Home-app. Open de app, tik op de knop Alle apparaten bovenaan en je ziet alle tegels van de in Google Home aanwezige apparaten. Tik bijvoorbeeld op een lamptegel om die direct aan of uit te schakelen, of houd de tegel even vast om een schuifregelaar voor helderheid of kleur te zien.

Voor een slimme thermostaat tik je op de thermostaat-tegel en verschuif je de temperatuur hoger of lager; vaak kun je ook kiezen tussen de modi Verwarmen of Verkoelen, maar dat is afhankelijk van de aangeboden functies in het apparaat zelf, want niet alle functies zijn ook altijd te benaderen vanuit Google Home. Ook een andere handige optie is het bedienen van je televisie. Heb je een tv of Chromecast gekoppeld, dan kun je via de tegel media pauzeren of stoppen. Vervolgens activeer je spraakbediening door op je Android-telefoon de Google Assistant op te roepen, bijvoorbeeld via de Assistant-knop, een veegbeweging of door "Hey Google" te zeggen. Vervolg die aanroep dan door concrete opdrachten als "Doe de lampen in de woonkamer uit", "Zet de thermostaat op 20 graden" of "Speel Netflix op tv woonkamer". Omdat de Google Assistant de door jou opgegeven namen en kamers uit Google Home gebruikt, loont het dat je die eerder netjes hebt ingesteld.

Tik je op een slimme lamp in de Google Home-app, dan zie je de opties die geboden worden, bijvoorbeeld het aanpassen van de kleurtoon en de helderheid.

Slimme routines maken

Nu je weet hoe je apparaten direct bedient, laten we je zien dat je ook automatiseringen of routines kunt instellen, zodat combinaties van acties met één tik of automatisch worden uitgevoerd. Om dat voor elkaar te krijgen in de Google Home-app tik je onderaan op de knop Automatisering en kun je kiezen uit een aantal voorgestelde routines, zoals wat er gebeurt als je van huis weggaat, of juist aankomt. Het nadeel hiervan is dat je wel de locatie-instellingen op je telefoon moet aanzetten en je huisadres in Google Home moet instellen, maar we kunnen goed voorstellen dat je daar niet op zit te wachten, privacytechnisch gezien dan. Als je een nieuwe routine wilt maken, tik je rechtsboven op de knop Nieuw > Automatisering. Geef de automatisering eerst een naam, zodat deze alvast kan worden opgeslagen nog voordat je iets instelt. Een routine bestaat altijd uit drie delen: een starter, een voorwaarde (die is optioneel) en een actie. Een starter kun je het beste zien als een gebeurtenis, bijvoorbeeld: het is 20:00, er wordt een beweging gedetecteerd, of de temperatuur van de slimme thermostaat is lager dan 16 graden. Een starter kan ook een spraakopdracht zijn. Stel dat je een 'Alles uit'-routine wilt: je geeft de routine een naam, kiest als trigger bijvoorbeeld het spraakcommando "Ik ga weg" en voegt als acties toe dat alle lampen uit moeten, de thermostaat naar 17 graden gaat en de tv wordt uitgezet.

De opbouw van een routine in Google Home.

Lampen automatisch aanpassen

Voor een filmavond-scenario maak je een automatisering die handmatig start of op een spraakzin als "Filmavond": je selecteert dan bij Actie bewerken de lampen in de woonkamer en zet de helderheid naar bijvoorbeeld 20 procent, je zet eventueel gekleurde lampen op warm wit en schakelt een slimme stekker van de sfeerverlichting in. Heb je gordijnen met een slimme motor, dan voeg je toe dat die naar 100 procent dichtgaan. Tot slot wijs je de tv- of Chromecast-tegel toe om een bepaalde app te starten of in elk geval de tv in te schakelen. Omdat deze routines gebruikmaken van de apparaten en kamers die je eerder hebt ingericht, zie je direct hoe belangrijk een goede basisconfiguratie is.

De kleur en helderheid van de lampen kun je automatisch aanpassen bij het inschakelen van de tv.

Automatiseren op tijd, locatie en aanwezigheid

Nu je basisroutines hebt, ga je een stap verder door je huis zichzelf te laten aanpassen op tijd, locatie en aanwezigheid, zodat je smartphone meer regisseur dan bedieningspaneel wordt. In Automatisering kun je een routine laten starten op vaste tijden, bij zonsopkomst of zonsondergang of wanneer de toestand 'Thuis' of 'Afwezig' verandert. Stel bijvoorbeeld een ochtendroutine in die op werkdagen om 7:00 uur de thermostaat naar 20 graden zet, de gordijnen in de woonkamer op 50 procent opent en de keukenlampen op 60 procent helderheid inschakelt. In de avond kun je een routine laten starten rond zonsondergang, zodat de buitenlamp en de lamp bij de voordeur automatisch aangaan. Aanwezigheidsdetectie gaat nog een stap verder: Google Home kan via de locatie van je telefoon en sensors van bijvoorbeeld een Nest-thermostaat of Nest-speakers bepalen of er iemand thuis is. Wanneer iedereen weg is, kan de Afwezig-routine lampen uitzetten, de thermostaat terugschakelen en eventueel een robotstofzuiger starten. Je stelt dat in via de Instellingen in Google Home onder aanwezigheidsdetectie, waar je toestemming geeft voor gebruik van je telefoonlocatie en aangeeft welke apparaten mogen 'meekijken'.

Concrete scenario's

Nu je de algemene principes beheerst, richt je je op drie alledaagse toepassingen die samen veel comfort opleveren: licht, warmte en entertainment. Voor verlichting maak je in Google Home aparte scènes aan via Automatisering, zoals 'Thuiswerken' met helder wit licht op 80 procent in je werkkamer en 'Ontspannen' met warm licht op 30 procent in de woonkamer. Je roept ze op met "Hey Google, thuiswerken" of via een tegel in het bedieningspaneel. Voor verwarming stel je in de Google Home-app temperatuurschema's in voor je Nest-thermostaat, bijvoorbeeld overdag 20 graden en 's nachts 17 graden; voor warm water kun je eveneens schema's instellen, zodat de slimme boiler niet onnodig aanstaat. De routine 'We zijn weg' verlaagt de temperatuur en zet lampen uit. Voor tv-bediening koppel je je Chromecast of ingebouwde Chromecast-tv aan Google Home en wijs je die toe aan de kamer 'Woonkamer'. Daarna werkt "Hey Google, speel YouTube op tv woonkamer" of je tikt in de app op de tv-tegel om afspelen te pauzeren of te stoppen. Als je deze drie functies eenmaal soepel bedient, zie je hoe makkelijk het is om extra apparaten, zoals gordijnen of een slimme stekker voor je koffiezetapparaat, in bestaande routines in te passen.

Noodzakelijk onderhoud en uitbreiden

Nu je smartphone de centrale afstandsbediening van je slimme huis is, is het belangrijk dat je installatie veilig, overzichtelijk en toekomstbestendig blijft. Controleer regelmatig in Google Home onder Settings en Devices of er geen oude of dubbele apparaten meer staan, bijvoorbeeld een lamp die je hebt vervangen; verwijder ongebruikte apparaten, zodat routines niet breken en blijven hangen omdat een bepaald apparaat niet meer bestaat. Kijk af en toe ook kritisch naar machtigingen: in aanwezigheidsdetectie bepaal je expliciet welke apparaten en telefoons mogen meedoen aan 'Thuis' en 'Afwezig' en dus jouw locatie kunnen opvragen. Dat is misschien niet altijd gewenst. Koop je uitbreidingen, test die nieuwe apparaten eerst in een simpele routine, zoals een losse scène voor één kamer, voordat je ze in al je automatiseringen opneemt. Controleer daarnaast ook op updates: Google Home wordt bijvoorbeeld regelmatig bijgewerkt, zeker nu er ook steeds meer AI-functies worden toegevoegd. En ook je slimme apparatuur: vaak wordt er nieuwe firmware uitgebracht, maar die kun je niet vanuit Google Home updaten; dat moet doorgaans via het slimme apparaat zelf of de aangesloten hub. Tot slot kun je, mocht je later voor het Apple-ecosysteem kiezen, veel apparaten dankzij Matter eenvoudig ook aan Apple Home koppelen, al beheer je ze dan in een aparte app. Door regelmatig op te ruimen, updates te installeren en je routines te finetunen, blijft je slimme huis betrouwbaar en voelt je smartphone echt als een krachtige, maar toch overzichtelijke universele afstandsbediening.

Het updaten van de firmware van aangesloten apparaten gaat doorgaans via de app van de fabrikant zelf, niet via Google Home.
View post on TikTok