ID.nl logo
Zo werkt de inhoudsopgave in Word
© Reshift Digital
Huis

Zo werkt de inhoudsopgave in Word

Word biedt uitgebreide mogelijkheden voor het maken van professionele documenten, compleet met inhoudsopgave en hoofdstukken. Het prettige is dat je hier zelf niet heel veel moeite voor hoeft te doen, omdat de inhoudsopgave in Word de meeste zaken voor je kan automatiseren.

Word kan veel taken voor je uit handen nemen, maar het kan niet toveren. Als je een goede inhoudsopgave wilt maken, is het daarom belangrijk dat je een aantal onderdelen in je document goed voorbereid en gestructureerd houdt. Alleen op die manier kun je een duidelijke inhoudsopgave en index maken. Het standaardsjabloon dat geopend wordt wanneer je in Word voor een nieuw, leeg document kiest, bevat de benodigde stijlen voor het maken van hoofdstukken. In deze basiscursus gaan we aan de slag met het maken van een inhoud en een index. Voor beide heb je een gestructureerd document nodig.

01 Stijlen gebruiken

Word bevat de stijlen Titel, Kop 1 en Kop 2, die allemaal gelinkt kunnen worden aan een hoofdstuk en dus ook in de inhoudsopgave opgenomen moeten worden. Belangrijk is wel dat je in je Word-document alvast een goede pagina-indeling hebt gemaakt en alle hoofdstukken die je wilt opnemen in de inhoudsopgave, klaar zijn. De inhoudsopgave is namelijk gerelateerd aan de fysieke pagina’s in je Word-document. Je moet er dus voor zorgen dat ieder hoofdstuk in je document op een afzonderlijke pagina staat. Als je een stuk tekst schrijft voor een hoofdstuk die de pagina niet helemaal vult, dan kun je een zogeheten pagina-einde invoeren door op de laatste regel aan het einde op de toetscombinatie Ctrl+Enter te drukken. Word springt vervolgens automatisch naar de volgende pagina in je document, waarna je een nieuw hoofdstuk kunt beginnen.

©PXimport

02 Inhoudsopgave maken

Zorg ervoor dat ieder nieuw hoofdstuk altijd een titel meekrijgt en dat deze de stijl Kop 1 meekrijgt. Op die manier kan Word namelijk veel makkelijker herkennen dat dit een nieuw hoofdstuk is, en hierdoor de inhoudsopgave beter genereren. Je voegt stijlen toe via het onderdeel Stijlen in het Lint, je kunt ook een zijpaneel openen met Alt+Ctrl+Shift+S.

Om een inhoudsopgave te maken, zorg je er eerst voor dat de cursor in je Word-document op de allereerste pagina staat. De inhoudsopgave wordt namelijk meteen geplaatst op de plek waar je in het document bent. Open nu in het Lint eerst het tabblad Verwijzingen. Aan de linkerzijde vind je een grote knop genaamd Inhoudsopgave. Zodra je op deze knop drukt, krijg je een aantal voorbeelden te zien. Maar omdat de manier waarop de inhoud wordt gemaakt afhankelijk is van persoonlijke voorkeur, kies je uit de lijst voor Aangepaste inhoudsopgave. Je hebt dan meer controle over het uiterlijk.

Bij een inhoudsopgave is het overzichtelijk wanneer de paginanummers mooi zijn uitgelijnd aan de rechterkant. Daarvoor zet je in het schermpje bij Paginanummers rechts uitlijnen een vinkje. De paginanummers verschijnen dan netjes aan de rechterkantlijn in je document. Wil je een extra lijn die loopt vanaf de titel van het hoofdstuk naar het paginanummer? Dan selecteer je het type lijn uit het veld Opvulteken. Je hebt hier de keuze uit een doorgetrokken lijn, stippellijntjes of losse streepjes.

©PXimport

03 Document met sub-onderwerpen

We hebben je laten zien hoe je een eenvoudige inhoudsopgave maakt, maar wat als je document uit verschillende sub-onderwerpen bestaat? Die wil je natuurlijk ook in je inhoudsopgave vermelden. Sub-onderwerpen geef je het beste aan met de stijl Kop 2 of Kop 3. Als je vanaf het begin af aan al een of meerdere sub-onderwerpen per hoofdstuk hebt gemaakt, dan worden deze in de inhoudsopgave automatisch toegevoegd.

Het gebeurt je vast weleens dat je toch nog extra onderwerpen wilt toevoegen, terwijl je de inhoud al gemaakt had. Moet je de inhoudsopgave dan weer helemaal opnieuw maken? Nee, gelukkig niet, want de inhoudsopgave in Word is een apart veld dat gekoppeld is aan de andere gegevens (in dit geval de titels en onderwerpen van je hoofdstuk) in je document. Dat het een apart veld is, zie je wanneer je met de muis ergens op een deel van je inhoudsopgave klikt, dan wordt de inhoudsopgave in zijn geheel geselecteerd en krijgt hij een grijze kleur.

©PXimport

04 Velden koppelen

Velden die gekoppeld zijn in Word kun je altijd bijwerken als de inhoud is veranderd, zo ook bij een inhoudsopgave. Stel dat je in het document bij het hoofdstuk ‘YouTube’ in ons voorbeeld nog een sub-onderwerp ‘Andere videokanalen’ wilt toevoegen. In dat geval typ je een nieuwe tekst die eerst begint met ‘1.1 Andere videokanalen’ in de stijl Kop 2 (of Kop 3, wat jij wilt). Is de toevoeging klaar, dan ga je naar de inhoudsopgave en klik je er eenmaal op om hem te selecteren. Klik er vervolgens met de rechtermuisknop op, en kies voor Veld bijwerken. Er komt de vraag of je alleen de paginanummers wilt bijwerken, of alles in z’n geheel. Kies altijd voor alles in zijn geheel, zo weet je zeker dat de wijzigingen goed worden doorgevoerd. Even later verschijnt je toegevoegde onderwerp ook in de inhoudsopgave.

©PXimport

Tip: Veld bijwerken

Als je extra onderwerpen toevoegt aan je document of andere veranderingen in de structuur of titels van je hoofdstukken aanbrengt, dan moet je altijd de functie Veld bijwerken bij de inhoudsopgave gebruiken. Dat scheelt je veel fouten! Als je namelijk handmatig in de inhoudsopgave zelf titels wijzigt, werkt dit bij grote documenten zeer onoverzichtelijk. Je moet dan immers zowel de oorspronkelijke titel van je hoofdstuk wijzigen als die in de inhoudsopgave zelf. Wijzig dus handmatig alleen de teksten in je document en niet in de inhoudsopgave: daarvoor gebruik je de optie Veld bijwerken.

©PXimport

05 Een index gebruiken

Een index is een overzicht of lijst van onderwerpen die in een document staan. Anders dan een inhoudsopgave kun je met een index een bepaald woord of onderwerp opzoeken om te zien waar dit begrip wordt behandeld in een artikel, boek of document.

Een index staat over het algemeen aan het einde van een document of artikel. Vooral wanneer je document is afgedrukt, is het handig dat je kunt opzoeken op welke pagina een bepaald onderwerp is behandeld. Het maken van een index gaat op een andere manier dan een inhoudsopgave. Ieder woord in je document dat je in je index wilt laten opnemen, moet je handmatig selecteren.

Het is vanzelfsprekend dat je niet ieder willekeurig woord opneemt in je index, maar alleen woorden (of een groep woorden) die belangrijk zijn, bijvoorbeeld op de plek dat er ergens extra uitleg over wordt gegeven.

Een index is ook handig wanneer een belangrijke alinea in een hoofdstuk extra aandacht vereist of als daar nuttige informatie in staat. In dat geval voeg je alleen de titel van de alinea toe aan je index. Word kent handige functies voor het maken van een index. We laten je zien hoe je te werk gaat met een aantal voorbeelden.

©PXimport

06 Woorden selecteren

Selecteer een of meer woorden die je aan een index wilt toevoegen. Dat doe je door voor het woord te gaan staan met de cursor en vervolgens met ingedrukte linkermuisknop naar rechts te slepen, tot het hele woord is geselecteerd.

Vervolgens open je op het Lint het tabblad Verwijzingen en kies je voor Item markeren. Er verschijnt nu een nieuw pop-upvenster genaamd Indexvermelding maken. Hierin zie je bij Hoofdgegevens het geselecteerde woord, in ons geval is dat ‘videotutorials’. Bij Opties geef je aan op welke manier moet worden verwezen naar het geselecteerde woord, waarbij de optie Huidige pagina het meest voor de hand liggend is. Pas eventueel de opmaak van de verwijzing nog aan door een vinkje te zetten bij Vet en/of Cursief. Het woord wordt na het drukken op de knop Markeren aan de index toegevoegd. Maak je geen zorgen, Word slaat alle gemarkeerde woorden op de achtergrond op, later ga je de daadwerkelijke index plaatsen. Eerst is het zaak dat je alle woorden die je in de index wilt opnemen, markeert.

©PXimport

07 Meerdere verwijzingen

Over het algemeen komen bepaalde woorden in een document meerdere keren voor. Bijvoorbeeld een receptenboek: de woorden zout, peper en suiker worden meerdere keren gebruikt in verschillende recepten. Moet je in dat geval overal dit woord opzoeken en handmatig toevoegen aan je index? Nee, gelukkig kan Word ook dit voor je automatiseren. Selecteer in je document het eerste woord dat je wilt markeren en waarvan je weet dat het meerdere keren in het document voorkomt. Bijvoorbeeld het woord ‘video’ in ons voorbeelddocument. Klik nu weer in het tabblad Verwijzingen in het Lint op de knop Item markeren. Volg dezelfde stappen als we in stap 6 deden, maar nu kies je in plaats van de knop Markeren voor de knop Alles markeren. Word markeert nu alle woorden ‘video’ uit je document en voegt ze toe aan de index. Het programma onthoudt hierbij ook automatisch alle paginanummers waarop dat woord voorkomt, bij het plaatsen van de uiteindelijke index zul je ze dus allemaal zien terugkomen.

Bij het aanmaken van indexen zie je op de plek van het woord dat is toegevoegd aan de index dat er een code omheen is gezet, bestaande uit een accolade {, de tekst XE en dan het woord tussen dubbele aanhalingstekens, gevolgd door weer een accolade }. Hiermee geeft Word aan dat het een speciaal veld in je document is. Pas deze tekens niet aan! Als je je bestand afdrukt, worden ze niet weergegeven. Zie je deze tekens niet staan, druk dan op Ctrl+*. Om deze weergave uit te schakelen gebruik je dezelfde toetscombinatie.

©PXimport

08 Index invoegen

Heb je alle woorden die je wilt opnemen nu geïndexeerd? Dan is het tijd om de daadwerkelijke index in te voegen in je document. Het makkelijkst om de index in je document in te voegen is om eerst helemaal naar het einde van je document te gaan (tip: gebruik de toetscombinatie Ctrl+End) en een nieuwe pagina in te voegen via de toetscombinatie Ctrl+Enter. Plaats op je nieuwe pagina vervolgens de cursor bovenaan. Ga in het Lint weer naar het tabblad Verwijzingen en klik op de knop Index invoegen.

Net als bij het maken van een inhoudsopgave kun je ook hier de opmaak van de index aanpassen, zoals de uitlijning en in hoeveel kolommen de index moet worden aangemaakt. Druk op de OK-knop om de index te plaatsen. Je ziet dat Word de index netjes in het aantal opgegeven kolommen plaatst en daarbij tevens de alfabetische volgorde aanhoudt.

©PXimport

09 Toevoegen aan index

Ook voor de index geldt dat je later nog meer woorden kunt toevoegen. Je selecteert de woorden die je wilt toevoegen en kiest weer voor de knop Item markeren bij het tabblad Verwijzingen. Als je nu klaar bent, ga je niet naar Index toevoegen, maar blader je weer naar de laatste pagina van het document waar je je index hebt ingevoegd.

Dubbelklik ergens in het midden van de index. Deze wordt – net als we eerder zagen bij de inhoudsopgave – grijs geselecteerd. Ook hier kun je nu met de rechtermuisknop klikken en vervolgens te kiezen voor Veld bijwerken. De zojuist toegevoegde woorden worden nu aan je index toegevoegd.

Handig daarbij is dat Word ook bij nieuw toegevoegde woorden de alfabetische volgorde van de index aanhoudt. Je hoeft dus niets te veranderen.

©PXimport

10 Bronvermelding

Als je een uitgebreid verslag of een scriptie moet maken, dan maak je voor het opzoeken van gegevens gebruik van externe bronnen, bijvoorbeeld Wikipedia of resultaten uit een onderzoek. Een van de vereisten bij het gebruik van bronnen is dat je de bronnen die je aanhaalt in je document, ook daadwerkelijk benoemt. Word kent een handige functie waarmee je eenvoudig je geraadpleegde bronnen in je document kunt vermelden.

Stel dat je in een document een onderzoek aanhaalt. Je vertelt bijvoorbeeld hoeveel mensen in Nederland elke dag met de trein reizen. De lezer van je document wil natuurlijk weten waar je die informatie vandaan hebt gehaald (en voor scholen en universiteiten is dat zelfs verplicht). In je document link je dan naar de informatie die je hebt gevonden.

APA-richtlijnen

Veel scholen en universiteiten verwachten dat de manier van het vermelden van bronnen in je documenten volgens een bepaalde standaard gebeurt. Dit zijn de zogeheten APA-richtlijnen. Deze richtlijnen zijn bedacht door de American Psychological Association, vandaar de afkorting APA. In Nederland werken veel universiteiten volgens deze richtlijnen, maar er zijn ook andere. In dit voorbeeld maken we gebruik van APA.

©PXimport

11 Bronnen invoeren

Als je werkt met een document waarin je ook bronnen vermeldt, moet je van tevoren goed voor jezelf bepalen welke bronnen je gebruikt. Je moet die zelf goed bijhouden, met als bijkomend voordeel dat je overzichtelijker werkt in je bestand.

De beste methode voor het beheren van de bronnen in je document, is om bij elke zin die verwijst naar een bron, deze bron direct te vermelden. Dat scheelt je achteraf veel uitzoekwerk (wat was de bron ook alweer van die uitspraak?). Onder het tabblad Verwijzingen vind je bij Citaten en bilbiografie speciale knoppen waarmee je de bronnen in je document eenvoudig kunt toevoegen. Om bij een stuk tekst een bron te vermelden, ga je naar het einde van die tekst, en klik je op Citaat invoegen. Er verschijnt een nieuw venster waarin je de informatie over de bron kunt opgeven.

Belangrijk zijn hier de volledige url, de organisatie die deze informatie biedt en eventueel een auteur, als die bekend is. Bij Type Bron, bovenaan, geef je aan wat voor soort bron je citeert: dat kan een tijdschrift zijn, een boek, film, andere documenten of een website. Als je een boek, tijdschrift of ander gedrukt medium citeert, dan vul je ook de pagina(’s) in. Druk je na het invullen van de gegevens op OK, dan zet Word achter de zin die verwijst naar de bron, de naam tussen haakjes.

©PXimport

12 Bronnen verwijzen

De bronnen staan nu achter de teksten, maar een lezer heeft daar in principe nog niet veel aan: de bronvermeldingen verwijzen immers nog nergens naar toe en ze worden verder ook niet genoemd in de voetnoten van het document.

We moeten die bronvermelding nog apart opnemen. Als je met je muis over een van de aangemaakte bronverwijzingen gaat, zie je dat het blok om de tekst grijs wordt. Hiermee wordt aangegeven dat het blok een apart veld is.

Ga naar het einde van je document en voeg weer een nieuwe pagina toe via Ctrl+Enter. Klik dan in het Lint onder Verwijzingen op de knop Bibliografie. Er verschijnt een lijst met sjablonen die je kunt gebruiken voor de opmaak van de bronvermeldingen. Wil je geen opmaak, dan kies je uit de lijst voor Bibliografie invoegen.

©PXimport

13 Andere stijl kiezen

Ben je niet tevreden met de huidige stijl van verwijzingen, dan kun je deze te allen tijde aanpassen. Klik gewoon op Stijl bij Verwijzingen en de verwijzingen worden direct doorgevoerd in je document. Werk je bijvoorbeeld liever met voetnoten, kies dan voor de stijl ISO 690 – Numerieke verwijzing. Iedere bronverwijzing in je document krijgt nu een cijfer (1, 2, 3 enzovoort) en de bronvermelding aan het einde van je document wordt dan ook op deze manier weergegeven.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos