ID.nl logo
Workshop LightZone
© Reshift Digital
Huis

Workshop LightZone

Fotohobbyisten kunnen niet zonder goede fotobewerker. LightZone is een echte topper, biedt raw-ondersteuning voor de serieuze fotograaf en… is nog gratis ook. LightZone is het best te vergelijken met Adobe Lightroom; een programma waarmee fotografen miniaturen van hun foto’s bekijken zoals op een ouderwetse lichtbak om vervolgens de gewenste exemplaren te selecteren en verder te vervolmaken. Net als Lightroom herkent LightZone de raw-formaten van bijna elk denkbaar merk en type camera zodat zelfs de meest veeleisende hobbyist aan zijn trekken komt.

1. Aanmelden

Om in het bezit te komen van LightZone gaan we naar www.lightzoneproject.org. Bovenin lezen we ‘Go HERE for important registration information’ waarbij ‘HERE’ een link is. Daar klikken we op en vervolgens krijgen we Engelstalige registratie-instructies. We klikken rechts op Create New Account. In het volgende scherm vullen we een zelfgekozen gebruikersnaam (Username) in en geven we een geldig e-mailadres op. We passen zo nodig de tijdzone aan en typen het antwoord op het eenvoudige rekensommetje onderaan. Tot slot klikken we op Create New Account.
We ontvangen nu een bevestigingsmail met daarin een link die we aanklikken. Vervolgens kunnen we een wachtwoord kiezen. Als dat alles gebeurd is kunnen we voortaan inloggen met de opgegeven gebruikersnaam en wachtwoord.

2. Downloaden en installeren

Op de voorpagina van LightZone is nu een nieuw downloadvak verschenen (links onderin) waar we de laatste versie van LightZone kunnen binnenhalen. Het programma is er voor Mac, Linux en Windows en wij kiezen die laatste. We klikken op New Windows 4.0 en op de volgende pagina scrollen we omlaag en kiezen de bovenste downloadlink (als u een torrent-client hebt kunt u het programma ook langs die weg downloaden). We slaan het bestand op in een map naar keuze en openen deze map.
We starten het installatiebestand (LightZone-Installer-4.0.0.exe, 28 MB), geven zo nodig UAC-toestemming, klikken op Next, Next, Next en Finish.
LightZone wordt nu gestart. We sluiten het helpvenster dat automatisch is geopend en kiezen in de zoekboom links een map waarin zich foto’s bevinden (Afb.1).

©CIDimport

3. Browsen

LightZone kent twee onderdelen; de editor en de browser. Bij aanvang van het programma bevinden we ons in die laatste. We zien links de mapstructuur waar we doorheen kunnen bladeren, onderin de miniaturen van alle afbeeldingen in de map inclusief die in raw-formaat, in het midden een geselecteerde afbeelding in groter formaat en rechts gegevens over de getoonde foto.
De miniaturen kunnen we groter of kleiner maken met de schuifregelaar bij Thumbnail Size. Daarnaast kunnen we de manier van sorteren aanpassen. Standaard gebeurt dit op bestandsnaam maar het kan bijvoorbeeld ook op datum waarop de foto gemaakt is of waarop deze voor het laatst bewerkt is. Handig voor fotografen is de optie om te sorteren op bijvoorbeeld sluitertijd of diafragma.
Mocht het programma de Raw-beelden van uw camera niet goed weergeven dan kunt u op de site van LightZone onder het kopje ‘Raw Profiles’ (links onderaan) kijken of daar inmiddels een oplossing voor is.

4. Eenvoudige handelingen

In de browser kunnen we foto’s roteren en van een waardering voorzien. Voor het eerste gebruiken we de twee pijltjes bij Orient en voor het tweede het sterretje bij Rate. U kunt beide handelingen op meerdere foto’s tegelijk loslaten wanneer u deze selecteert met Ctrl+linkermuisknop. Merk op dat het vastleggen van een waardering niet werkt voor raw-afbeeldingen.
Vanuit de browser kunnen we ook foto’s wissen (Delete), afdrukken (Print) en verplaatsen (Send).

5. Converteren

LightZone kan afbeeldingen converteren. De uitvoerformaten zijn daarbij beperkt tot Tiff en Jpeg maar we hebben wel volop controle over het eindresultaat (Afb.2). Onder het kopje Advanced kunnen we een ander kleurprofiel kiezen en de resolutie en het aantal bits per kleurkanaal wijzigen.
Een speciale instelling voor professionals vinden we bij Rendering Intent. Hier kunnen we kiezen hoe de kleuren van een foto worden geconverteerd om bijvoorbeeld een idee te krijgen van het resultaat als de foto wordt afgedrukt.
Met een klik op Start wordt de afbeelding geconverteerd.
Ook dit gereedschap kunt u weer op meerdere foto’s tegelijk loslaten door deze individueel (Ctrl+linkermuisknop) of als groep (Shift+Linkermuisknop) te selecteren.

©CIDimport

6. Snel resultaat

Tot nu toe hebben we onze foto’s nog niet inhoudelijk bewerkt. Het meeste gereedschap daarvoor vinden we in de editor maar de browser biedt één tool waarmee we snel resultaat kunnen boeken: de knop Styles.
Styles biedt een aantal vooraf ingestelde bewerkingen voor verschillende zwart-witeffecten, het ophalen van details, het simuleren van HDR, het toepassen van een kleurtoon, enzovoort.
Om zo’n stijl toe te passen selecteren we één of meer foto’s en klikken we op de Styles-knop. Vervolgens kiezen we één van de standaard-instellingen. Het effect wordt direct op de hele foto toegepast (u krijgt dus geen preview) en ‘foto.xxx’ wordt onder een nieuwe naam ‘foto-1.jpg’ opgeslagen (Afb.3). Alles wat LightZone opslaat laat dus het origineel ongemoeid én bevat alle informatie van de verrichte bewerkingen zodat u die ook achteraf nog kunt aanpassen.
Met een klik op Done sluit u het venster.
Om een goed beeld te krijgen van de voorgebakken Styles raden we u aan ze stuk voor stuk te proberen.

©CIDimport

7. De editor

Elke geselecteerde foto kunnen we openen in de editor door op de grote versie te dubbelklikken, door in de foto op ‘edit’ te klikken of door Edit-modus te kiezen. De editor toont ons vervolgens links alle voorgedefinieerde stijlen, in het midden de foto, rechts het gereedschapspaneel en boven de nodige pictogrammen voor onder meer zoomen en selecteren.
Wat het gereedschapspaneel toont hangt af van de geselecteerde foto. Is dit een nog onbewerkte jpeg- of tiff-foto dan is het paneel leeg. Bewerkt u een raw-afbeelding dan worden direct de instellingen voor zo’n type afbeelding getoond en hebt u een jpeg- of tiff-afbeelding waarop u al één of meer bewerkingen hebt toegepast dan ziet u deze hier verschijnen. Deze kunt u dan ook achteraf en in willekeurige volgorde wijzigen of ongedaan maken (zie ook het tabblad History links).

8. Raw instellingen

Vanuit de browser selecteren we een raw-afbeelding en openen deze in de editor. Het gereedschapspaneel rechts toont ons nu de gereedschappen voor dit formaat. Op het ingeklapte onderdeel Raw Tone Curve komen we direct terug. Het paneel Raw Adjustments biedt schuifregelaars om belichtingstijd, kleurruis, -temperatuur en tint aan te passen. Wijzigingen in die laatste twee kunnen we ongedaan maken met een klik op As Shot. Met het pictogram daarnaast kunnen we een neutrale kleur in de foto aanwijzen om kleurzweem te neutraliseren.
Met de driehoek naast Raw Tone Curve kunnen we dit onderdeel uitklappen. Het biedt een alternatief voor de curven zoals we die in andere fotobewerkers kennen. We zien 16 grijstinten en als we daar de cursor overheen bewegen zien we in het miniatuur erboven welk deel van de foto die lichtsterkte heeft (Afb.4). Door te klikken in de balk met grijstinten brengen we markeringen aan en deze kunnen we vervolgens verschuiven voor zeer nauwkeurige controle over de helderheid van afzonderlijke delen van een foto. Voor meer informatie kunnen we het tabblad Histogram kiezen.
Alle aangebrachte wijzigingen worden weer automatisch opgeslagen in een jpg-bestand.

©CIDimport

9. Anatomie van een stijl

We selecteren in de browser een onbewerkte jpeg- of tiff afbeelding en openen deze in de editor. Vervolgens kiezen we bij de stijlen Bright Scene onder High Dynamic Range. Zoals u ziet verschijnen in het gereedschapspaneel twee vakken met instellingen (Afb.5). Deze komen overeen met twee van de pictogrammen in het gereedschapspaneel, namelijk de pictogrammen Relight en Color Balance (beweeg langzaam met uw cursor over de pictogrammen om de namen te zien).
Dit is het fundament van LightZone; elk gereedschap dat we op een (deel van een) foto loslaten heeft zijn eigen paneel met instellingen. Deze panelen kunnen we verslepen om zo de volgorde van toepassing aan te passen. Met het kruisje rechts bovenin elk paneel kunnen we de bewerking verwijderen en met het vinkje ernaast kunnen we de bewerking tijdelijk uitschakelen om het effect ervan te zien.
Zo’n verzameling bewerkingen heet in LightZone een tool stack en deze wordt voor elke foto opgeslagen. Met de twee pictogrammen bij Lift Tools in de browser kunnen we nu elke collectie bewerkingen die we op foto A hebben toegepast in één keer loslaten op foto B. Da’s ideaal wanneer u meerdere foto’s onder de zelfde omstandigheden hebt gemaakt.

©CIDimport

10. Gereedschappen 1

Bij het bewerken van foto’s zult u vooral gebruikmaken van de tools in het gereedschapspaneel. Met de ZoneMapper hebt u al kennisgemaakt. Met het pictogram ernaast (Relight) passen we de belichting aan.
Vrijwel alle gereedschappen werken het zelfde: er zijn instellingen voor het specifieke gereedschap en er is een algemeen deel. In dit algemene deel vinden we Tool Settings en Color Selection. Bij Tool Settings kunnen we instellen hoe de bewerking wordt gemengd met het origineel (Blending Mode), wat allerlei speciale effecten mogelijk maakt. Tool Opacity bepaalt de mate waarin een bewerking wordt toegepast. Op Invert Mask komen we direct terug.
Voor het gebruik van Color Selection is het handig om ook het tabblad Color Mask te kiezen. We kunnen nu elk gereedschap loslaten op alle kleuren of slechts een enkele kleur. Deze kunnen we kiezen uit een aantal presets of in de foto aanwijzen met het druppelaar-pictogram. Met de schuifjes onderaan bepaalt u het helderheidsbereik van de gekozen tint en het kleurmasker bovenin toont u welk deel van de foto bewerkt zal worden (wit) of ongemoeid blijft (zwart). Door het zelfde gereedschap voor verschillende kleurmaskers toe te passen krijgt u onbeperkte controle over het eindresultaat (Afb.6).
Overigens kunt u alles wat u doet stapsgewijs ongedaan maken met de meervoudige Undo of in één keer met Revert.

©CIDimport

11. Gereedschappen 2

De volgende gereedschappen zijn achtereenvolgens Sharpen, Gaussian Blur, Hue/Saturation, Color Balance, White Balance, Black and White, Noise Reduction, Clone, Spot en Red Eyes. Met uitzondering van de laatste drie werken ze zoals u gewend bent van andere fotobewerkers én bieden ze kleurmaskers. Spot en Red Eyes laten u met één muisklik krasjes, stofjes en rode ogen corrigeren. Het Clone-gereedschap, ten slotte, werkt iets anders dan u wellicht gewend bent. U creëert eerst een vorm om het gebied dat u wilt vervangen (zie 12) en vervolgens sleept u het kruisje links bovenin de vorm naar het gebied waarmee u het wilt vervangen (Afb.7).

©CIDimport

12. Maskers

Omdat u niet elke bewerking op een hele foto wilt loslaten en kleurmaskers niet altijd volstaan kunt u ook vormmaskers maken. Elk masker hoort bij een bepaalde bewerking. Kies eerst de bewerking (bijvoorbeeld Relight) en maak de gewenste instellingen. Kies vervolgens het vierde pictogram bij Modes (Region Mode) en selecteer tot slot één van de maskervormen Polygon, Spline of Bezier. U kunt nu met muisklikken in de foto een maskervorm maken en eindigen door te dubbelklikken op het laatste punt. Door de binnenste rand van het masker te verslepen vervaagt u de vorm meer of minder. Wanneer u een masker aanklikt wordt het een stippellijn en kunt u hem kopiëren naar andere gereedschappen. Per gereedschap kunt u een masker ook inverteren (Afb.8).

©CIDimport

13. Stijlen opslaan

Als u een tool stack hebt gemaakt (zie 9) die u heel handig vindt kunt u deze ook als stijl opslaan. Daarvoor klikt u op het Plus-pictogram bij Styles. Vervolgens geeft u de stijl een naam, kiest u een bestemming en klikt u op Save. U kunt hem nu vervolgens ook direct vanuit de browser aanroepen.

Alhoewel we de belangrijkste aspecten van LightZone wel behandeld hebben valt er nog genoeg te ontdekken. Vooral het zelf maken van stijlen om foto’s massaal en snel te bewerken maakt LightZone tot een feest voor elke fotograaf.

▼ Volgende artikel
Trage computer? Zo versnel je de opstarttijd van Windows 11
© MG | ID.nl
Huis

Trage computer? Zo versnel je de opstarttijd van Windows 11

Een minuut wachten kan eindeloos lijken, bijvoorbeeld tussen het indrukken van de aanknop en het uiteindelijk erschijnen van het Windows-bureaublad. Met de juiste aanpassingen kun je die wachttijd vaak flink verkorten. En wie wil er nu niet sneller uit de startblokken?

Het is je vast al opgevallen dat je Windows-pc na maanden intensief gebruik trager opstart dan in het begin. Dat lijkt vreemd, maar is goed verklaarbaar: je hebt waarschijnlijk allerlei programma’s geïnstalleerd die automatisch met Windows mee opstarten. Deze automatisch opstartprogramma’s controleren en uitschakelen is dan ook een belangrijke optimalisatiestap.

Maar daarnaast bestaan nog wel andere trucs om de opstarttijd te verkorten. Staat Windows nog op een klassieke harde schijf, dan kun je de tijd vaak makkelijk met een minuut of meer inkorten door over te stappen op een ssd (Solid State Drive). Dit kost wel wat tijd en geld, maar levert meteen een flinke tijdwinst op. En als we het toch over drastische ingrepen hebben: ook een volledige, schone (her)installatie van Windows (op dezelfde schijf) geeft je pc gegarandeerd een snellere start.

Draait Windows al op een ssd en wil je geen nieuwe installatie uitvoeren, lees dan vooral verder: er zijn ook minder ingrijpende maatregelen die het opstarten van je computer merkbaar versnellen. 

Meten is weten

Hoeveel tijd je met de tips en technieken uit dit artikel precies wint, is lastig te voorspellen, want dit hangt af van meerdere factoren. We raden je aan dit zelf te meten. Dat kan met een stopwatch, maar gespecialiseerde applicaties doen dit nauwkeuriger. Windows Performance Analyzer (https://apps.microsoft.com/detail/9n0w1b2bxgnz) is een optie, maar is erg technisch. Een veel gebruiksvriendelijker alternatief is BootRacer (www.greatis.com/bootracer). Deze app is ook gratis en die kun je na enkele testrondes gerust weer verwijderen. We tonen eerst hoe je BootRacer gebruikt om de opstarttijd(en) te meten, want de tool biedt daarnaast ook enkele optimaliseringsopties.

WPA: een geavanceerd meetinstrument.

BootRacer (meten)

Download de app en pak het zip-bestand uit. Start het uitgepakte exe-bestand en installeer het. Laat de vier opties aan het einde van de setup aangevinkt, rond af met Voltooien en start BootRacer op. Sluit alle andere applicaties, klik op Start en kies bij Perform a full boot time test voor Start Test / Yes. Na de herstart van Windows verschijnt rechtsonder een pop-upvenster met de opstartduur. Standaard meet BootRacer dit bij elke nieuwe Windows-opstart, waarna je via History de opeenvolgende tijden kunt volgen. Deze duur is telkens opgesplitst in drie delen: de eigenlijke boottijd, de wachttijd om aan te melden, en de tijd tussen aanmelding en een gebruiksklaar bureaublad. De BIOS-tijd (Pre-boot) aan het begin zit er niet bij omdat BootRacer begrijpelijkerwijs dan nog niet draait. Tijdens de boottijd laadt Windows de kernel, start essentiële systeemservices en initialiseert stuurprogramma’s. Na je aanmelding worden je profiel, instellingen, de shell (Verkenner), achtergrondprocessen en automatische opstartprogramma’s geladen.

Wil je niet langer dat BootRacer de opstarttijd meet, ga dan naar Options en selecteer op het tabblad Show de optie Disable BootRacer AutoStart in plaats van Every boot.

BootRacer geeft je een mooi beeld van de opeenvolgende opstarttijden.

Automatisch opstarten

Je weet nu hoe je de opstartduur kunt meten en bekijken, dus kunnen we aan de slag om deze te optimaliseren en te verkorten. Vaak win je tijd door enkel noodzakelijke programma’s automatisch met Windows te laten starten. Dit overzicht vind je in het Windows Taakbeheer, bereikbaar via het contextmenu van de startknop. Klik hier op Opstart-apps. Zet overbodige apps (tijdelijk) uit door er met rechts op te klikken en Uitschakelen te kiezen, al blijft het hier gissen hoeveel tijd zo’n app werkelijk kost bij het opstarten.

Daarvoor gebruik je BootRacer, dat ook per app de opstarttijd kan vastleggen. Start BootRacer, ga naar Options, open het tabblad Startup Control, klik op Enable Control en vink Measure program’s startup time en Log history of started apps aan. Bevestig met Save. Na een nieuwe Windows-opstart klik je in BootRacer op History en kies je History of Executed Startup Programs, voor een exacte opstarttijd van elke app, in chronologische volgorde.

BootRacer registreert nauwkeurig de opstarttijd van elke automatisch opstartende app.

Opstart-optimalisatie

Je weet nu precies hoeveel impact elke app heeft op de totale opstarttijd. In BootRacer kun je deze apps niet alleen tijdelijk uitschakelen, maar ook de startvolgorde aanpassen. Open het onderdeel Startup Control voor een overzicht. Verwijder het vinkje om apps uit te schakelen. Klik je met rechts op een app, dan kies je Info om het pad naar het programma te zien of eventueel Delete als je de opstartverwijzing (in het register) helemaal wilt verwijderen. Met de knop Set Order links bovenin bepaal je via de pijlknoppen welke apps eerder of juist later starten. Bevestig je wijzigingen met Finish Reordering.

Je kunt ook de onderlinge opstartvolgorde aanpassen in BootRacer.

Opstart-vertraging

In BootRacer kun je het opstarten van specifieke apps niet uitstellen om sneller je bureaublad te zien, omdat de app pas daarna wordt gestart. Dat kan wel met de gratis HiBit start-up Manager (www.hibitsoft.ir/StartupManager.html). Kies bij voorkeur voor de installeerbare versie, want de portable editie mist enkele opties. Installeer de app en start deze op. Wil je een app later laten opstarten, klik er dan met rechts op, kies Add to Delay en stel de gewenste vertraging in (Hour, Minute, Seconds). Of kies Automatic Delay en bepaal hoeveel procent cpu- en/of schijfbelasting er maximaal mag zijn voordat de app start. Bevestig met OK.

Start-up Manager heeft bij de rubriek Tools ook enkele handige extra’s. Zo meldt System Monitoring zich zodra een nieuwe app met Windows wil opstarten en geeft Boot Optimizer de opstarttijden weer, ook van achtergrondservices (zie ook bij Service-optimalisatie).

Je kunt apps eventueel ook laten opstarten nadat je bureaublad is verschenen.

Functie: ‘Snel opstarten’

Windows heeft een functie ‘Snel opstarten’ die de boottijd verkort. Normaal sluit Windows bij het afsluiten alle apps en logt het systeem de gebruiker uit, waarna bij de volgende start alles opnieuw wordt geladen. Met ‘Snel opstarten’ bewaart Windows de status van de systeemkernel en stuurprogramma’s (in het verborgen bestand c:\hiberfil.sys). Bij een volgende start wordt dit snapshot ingeladen, waardoor Windows sneller opstart. In de meeste gevallen is het zinvol deze functie in te schakelen, behalve bij dual-bootconfiguraties of bij stuurprogramma’s die er niet goed mee werken.

Je beheert dit via de ingebouwde app Configuratiescherm. Ga naar Systeem en beveiliging / Energiebeheer, klik op Het gedrag van de aan/uit-knoppen bepalen en kies Instellingen wijzigen die momenteel niet beschikbaar zijn. Zet een vinkje bij Snel opstarten inschakelen (aanbevolen) en bevestig met Wijzigingen opslaan.

Windows heeft een ingebouwde functie om de opstarttijd wat in te korten. 

Energiemodi

De functie Snel opstarten werkt alleen bij een volledige afsluiting, maar in het venster Energiebeheer kom je ook Slaapstand en Sluimerstand tegen, die je hier meteen ook kunt activeren. Beide energiebesparende modi zorgen voor een nog snellere start.

Bij Sluimerstand (hibernate) schrijft Windows de volledige inhoud van het RAM naar schijf, zodat de pc geen stroom meer nodig heeft. Bij het opstarten hervat je de sessie exact waar je gebleven was, inclusief geopende programma’s. Nog sneller is Slaapstand, waarbij de sessie in het RAM-geheugen blijft, waardoor de pc wel nog een klein beetje stroom verbruikt.

De exacte opstarttijd hangt af van je hardware en opstartapps, maar grofweg kun je het volgende verwachten: volledig afsluiten zonder snel opstarten circa 30 tot 60 seconden, volledig afsluiten met snel opstarten circa 15 tot 30 seconden, sluimerstand circa 10 tot 20 seconden en slaapstand circa 5 seconden.

De energiebesparende modi kunnen je ook flink wat opstarttijd besparen. 

Procesoptimalisatie

Blijft de opstart lang duren, ook nadat je alle overtollige opstart-apps hebt uitgeschakeld, dan moet je dieper graven. Vaak zijn het services en achtergrondprocessen die vertraging veroorzaken, zoals cloud-synchronisatiesoftware, update-taken of diensten van derden.

Met een ietwat botte methode spoor je dit als volgt op. Druk op Windows-toets+R, voer msconfig uit, open het tabblad Services en vink Alle Microsoft-services verbergen aan. Klik op Alles uitschakelen en herstart de pc. Start hij nu merkbaar sneller op, dan veroorzaken een of meer van die processen de vertraging.

Met de Boot Optimizer van start-up Manager (zie bij ‘Opstart-vertraging’) kun je zien hoeveel tijd zulke processen kosten. Klik desgewenst met rechts op een proces en kies Disable om het uit te schakelen (het item kleurt grijs). Later kun je dit met Enable weer inschakelen. Kies Uninstall alleen als je zeker weet dat de software niet nodig is, want hiermee verwijder je deze. De optie Delete gebruik je beter niet, omdat dit enkel het item uit de lijst verwijdert terwijl het proces toch kan blijven opstarten.

Je kunt services ook rechtstreeks beheren in Windows via de ingebouwde app Services. Selecteer een service, klik met rechts en kies Eigenschappen. Op het tabblad Algemeen stel je het Opstarttype in op Handmatig of eventueel op Automatisch (vertraagd starten), zodat de service geen impact heeft tijdens de eigenlijke opstartfase. Bevestig met OK.

Services kun je uitschakelen vanuit Boot Optimizer, maar ook vanuit de Services-module.

Autoruns

Vanuit Taakbeheer en met tools als BootRacer, Boot Optimizer en Services kun je de meeste automatisch startende apps en services beheren. Wil je echt alle autostartpunten van Windows zien, gebruik dan het gratis AutoRuns (https://learn.microsoft.com/en-us/sysinternals/downloads/autoruns), bij voorkeur als administrator. Op het tabblad Everything zie je alle opstartpunten in één overzicht en beheer je ze via het contextmenu. Met Jump to Entry spring je direct naar de locatie vanwaar ze worden gestart en met Delete verwijder je de opstartverwijzing uit Windows. Houd er rekening mee dat dit niet eenvoudig terug te draaien is, tenzij je de koppeling handmatig herstelt.

Autoruns lijst letterlijk elk mogelijk opstartpunt van Windows op.

Opstartuitstel

Je hebt de totale opstarttijd waarschijnlijk al flink teruggebracht, maar er zijn nog extra ingrepen mogelijk. Mogelijk zag je in BootRacer een melding over een ‘Explorer start-up Delay’ van 10 seconden voorbij komen. Windows bouwt deze vertraging namelijk standaard in, zodat essentiële systeemdiensten rustig kunnen starten, maar op een modern en snel systeem is dit meestal niet nodig. In BootRacer kun je dit alleen met de betaalde Pro-versie uitschakelen, maar via het register kan het ook gratis.

Druk op Windows-toets+R, voer regedit uit en navigeer naar HKEY_CURRENT_USER\Software\Microsoft\Windows\CurrentVersion\Explorer. Klik met rechts en kies Nieuw / Sleutel, geef deze de naam Serialize. Klik met rechts op deze nieuwe sleutel en kies Nieuw / DWORD (32-bits)-waarde. Noem deze StartupDelayInMSec en laat de waarde 0 staan. Sluit Regedit en herstart je pc.

Met een registeringreep kun je nog eens tot tien seconden besparen.

Auto-doorstart

Wanneer je in BootRacer de totale opstartfase bekijkt, zie je mogelijk ook een ‘Password timeout’, de tijd dat Windows wacht tot je je wachtwoord hebt ingevoerd. Zonde van de verloren tijd, maar als je de enige gebruiker van de pc bent, kun je Windows ook automatisch laten doorstarten.

Druk op Windows-toets+R, typ netplwiz en klik op OK. Verwijder het vinkje bij Gebruikers moeten een gebruikersnaam en wachtwoord opgeven […]. Bevestig met OK en vul het wachtwoord in van het gewenste account.

Zie je deze optie niet, dan gebruik je waarschijnlijk een Microsoft-account. Wil je geen lokaal account aanmaken, dan omzeil je dit als volgt. Ga opnieuw naar Uitvoeren en voer regedit uit. Navigeer naar HKEY_LOCAL_MACHINE\SOFTWARE\Microsoft\Windows NT\CurrentVersion\PasswordLess\Device. Dubbelklik in het rechterdeelvenster op DevicePasswordLessBuildVersion en zet de waarde op 0 (in plaats van 2). Na een herstart van je pc zou de optie alsnog zichtbaar moeten zijn.

Als enige gebruiker kun je wellicht ook zonder aanmeldwachtwoord leven. 

UEFI/BIOS

Hoewel tools (zoals BootRacer) de opstarttijd van het UEFI/BIOS niet kunnen meten, kan deze fase toch ook enige tijd kosten. Hier controleert de firmware van je moederbord de hardware en start zij het verdere proces. Met enkele instellingen kun je de opstarttijd wellicht iets verkorten.

Om in het UEFI/BIOS te komen, druk je direct na het aanzetten van de pc op een toets als F10, F2 of Del (zie je systeemhandleiding). Zoek daar naar opties als Fast Boot, Quick Boot of Quick Power on Self Test en schakel deze in om bepaalde zelftesten of wachttijden over te slaan. Controleer ook de bootvolgorde: je stelt de Windows-schijf bij voorkeur in als eerste boot device. Vaak kun je ook ongebruikte hardware, zoals bepaalde poorten, uitschakelen, wat soms wat extra tijdwinst oplevert bij de initialisatie.

Je checkt ook even enkele instellingen in het UEFI/BIOS, zoals Fast boot.

▼ Volgende artikel
Resident Evil Village en meer titels komen naar PlayStation Plus-gamecatalogus
Huis

Resident Evil Village en meer titels komen naar PlayStation Plus-gamecatalogus

Sony heeft bekendgemaakt welke spellen deze maand aan de gamecatalogus voor PlayStation Plus Extra- en Premium-leden worden toegevoegd, en Resident Evil Village is er een van.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

Het lijkt geen toeval dat de game naar de catalogus komt, want eerder bleek al dat Village deze maand ook op Xbox Game Pass verschijnt. Daarbij zal eind februari het negende deel in de reeks, Resident Evil Requiem, uitkomen, dus dit is het ideale moment om nog even het geheugen op te frissen met Village, dat het achtste deel in de horrorfranchise betreft.

Deze games komen op 20 januari naar PS Plus Extra en Premium:

Andere spellen die vanaf 20 januari worden toegevoegd, zijn onder andere Like a Dragon: Infinite Wealth, A Quiet Place; The Road Ahead, de oorspronkelijke Ridge Racer en Art of Rally. Voor de duidelijkheid: de moderne spellen op onderstaande lijst zijn speelbaar voor alle PlayStation Plus Extra- en Premium-leden, de klassieke game is alleen voor Premium-leden bestemd.

  •        Resident Evil Village (PS5 / PS4)

  •        Like a Dragon: Infinite Wealth (PS5 / PS4)

  •        Expeditions: A MudRunner Game (PS5 / PS4)

  •        A Quiet Place: The Road Ahead (PS5 / PS4)

  •        Darkest Dungeon 2 (PS5 / PS4)

  •        The Exit 8 (PS5 / PS4)

  •        Art of Rally (PS5 / PS4)

  •        A Little to the Left (PS5 / PS4)

Deze game komt op 20 januari naar PS Plus Premium:

  • Ridge Racer

Meer informatie over deze games valt te vinden op PlayStation Blog.

View post on X