ID.nl logo
Workshop LightZone
© Reshift Digital
Huis

Workshop LightZone

Fotohobbyisten kunnen niet zonder goede fotobewerker. LightZone is een echte topper, biedt raw-ondersteuning voor de serieuze fotograaf en… is nog gratis ook. LightZone is het best te vergelijken met Adobe Lightroom; een programma waarmee fotografen miniaturen van hun foto’s bekijken zoals op een ouderwetse lichtbak om vervolgens de gewenste exemplaren te selecteren en verder te vervolmaken. Net als Lightroom herkent LightZone de raw-formaten van bijna elk denkbaar merk en type camera zodat zelfs de meest veeleisende hobbyist aan zijn trekken komt.

1. Aanmelden

Om in het bezit te komen van LightZone gaan we naar www.lightzoneproject.org. Bovenin lezen we ‘Go HERE for important registration information’ waarbij ‘HERE’ een link is. Daar klikken we op en vervolgens krijgen we Engelstalige registratie-instructies. We klikken rechts op Create New Account. In het volgende scherm vullen we een zelfgekozen gebruikersnaam (Username) in en geven we een geldig e-mailadres op. We passen zo nodig de tijdzone aan en typen het antwoord op het eenvoudige rekensommetje onderaan. Tot slot klikken we op Create New Account.
We ontvangen nu een bevestigingsmail met daarin een link die we aanklikken. Vervolgens kunnen we een wachtwoord kiezen. Als dat alles gebeurd is kunnen we voortaan inloggen met de opgegeven gebruikersnaam en wachtwoord.

2. Downloaden en installeren

Op de voorpagina van LightZone is nu een nieuw downloadvak verschenen (links onderin) waar we de laatste versie van LightZone kunnen binnenhalen. Het programma is er voor Mac, Linux en Windows en wij kiezen die laatste. We klikken op New Windows 4.0 en op de volgende pagina scrollen we omlaag en kiezen de bovenste downloadlink (als u een torrent-client hebt kunt u het programma ook langs die weg downloaden). We slaan het bestand op in een map naar keuze en openen deze map.
We starten het installatiebestand (LightZone-Installer-4.0.0.exe, 28 MB), geven zo nodig UAC-toestemming, klikken op Next, Next, Next en Finish.
LightZone wordt nu gestart. We sluiten het helpvenster dat automatisch is geopend en kiezen in de zoekboom links een map waarin zich foto’s bevinden (Afb.1).

©CIDimport

3. Browsen

LightZone kent twee onderdelen; de editor en de browser. Bij aanvang van het programma bevinden we ons in die laatste. We zien links de mapstructuur waar we doorheen kunnen bladeren, onderin de miniaturen van alle afbeeldingen in de map inclusief die in raw-formaat, in het midden een geselecteerde afbeelding in groter formaat en rechts gegevens over de getoonde foto.
De miniaturen kunnen we groter of kleiner maken met de schuifregelaar bij Thumbnail Size. Daarnaast kunnen we de manier van sorteren aanpassen. Standaard gebeurt dit op bestandsnaam maar het kan bijvoorbeeld ook op datum waarop de foto gemaakt is of waarop deze voor het laatst bewerkt is. Handig voor fotografen is de optie om te sorteren op bijvoorbeeld sluitertijd of diafragma.
Mocht het programma de Raw-beelden van uw camera niet goed weergeven dan kunt u op de site van LightZone onder het kopje ‘Raw Profiles’ (links onderaan) kijken of daar inmiddels een oplossing voor is.

4. Eenvoudige handelingen

In de browser kunnen we foto’s roteren en van een waardering voorzien. Voor het eerste gebruiken we de twee pijltjes bij Orient en voor het tweede het sterretje bij Rate. U kunt beide handelingen op meerdere foto’s tegelijk loslaten wanneer u deze selecteert met Ctrl+linkermuisknop. Merk op dat het vastleggen van een waardering niet werkt voor raw-afbeeldingen.
Vanuit de browser kunnen we ook foto’s wissen (Delete), afdrukken (Print) en verplaatsen (Send).

5. Converteren

LightZone kan afbeeldingen converteren. De uitvoerformaten zijn daarbij beperkt tot Tiff en Jpeg maar we hebben wel volop controle over het eindresultaat (Afb.2). Onder het kopje Advanced kunnen we een ander kleurprofiel kiezen en de resolutie en het aantal bits per kleurkanaal wijzigen.
Een speciale instelling voor professionals vinden we bij Rendering Intent. Hier kunnen we kiezen hoe de kleuren van een foto worden geconverteerd om bijvoorbeeld een idee te krijgen van het resultaat als de foto wordt afgedrukt.
Met een klik op Start wordt de afbeelding geconverteerd.
Ook dit gereedschap kunt u weer op meerdere foto’s tegelijk loslaten door deze individueel (Ctrl+linkermuisknop) of als groep (Shift+Linkermuisknop) te selecteren.

©CIDimport

6. Snel resultaat

Tot nu toe hebben we onze foto’s nog niet inhoudelijk bewerkt. Het meeste gereedschap daarvoor vinden we in de editor maar de browser biedt één tool waarmee we snel resultaat kunnen boeken: de knop Styles.
Styles biedt een aantal vooraf ingestelde bewerkingen voor verschillende zwart-witeffecten, het ophalen van details, het simuleren van HDR, het toepassen van een kleurtoon, enzovoort.
Om zo’n stijl toe te passen selecteren we één of meer foto’s en klikken we op de Styles-knop. Vervolgens kiezen we één van de standaard-instellingen. Het effect wordt direct op de hele foto toegepast (u krijgt dus geen preview) en ‘foto.xxx’ wordt onder een nieuwe naam ‘foto-1.jpg’ opgeslagen (Afb.3). Alles wat LightZone opslaat laat dus het origineel ongemoeid én bevat alle informatie van de verrichte bewerkingen zodat u die ook achteraf nog kunt aanpassen.
Met een klik op Done sluit u het venster.
Om een goed beeld te krijgen van de voorgebakken Styles raden we u aan ze stuk voor stuk te proberen.

©CIDimport

7. De editor

Elke geselecteerde foto kunnen we openen in de editor door op de grote versie te dubbelklikken, door in de foto op ‘edit’ te klikken of door Edit-modus te kiezen. De editor toont ons vervolgens links alle voorgedefinieerde stijlen, in het midden de foto, rechts het gereedschapspaneel en boven de nodige pictogrammen voor onder meer zoomen en selecteren.
Wat het gereedschapspaneel toont hangt af van de geselecteerde foto. Is dit een nog onbewerkte jpeg- of tiff-foto dan is het paneel leeg. Bewerkt u een raw-afbeelding dan worden direct de instellingen voor zo’n type afbeelding getoond en hebt u een jpeg- of tiff-afbeelding waarop u al één of meer bewerkingen hebt toegepast dan ziet u deze hier verschijnen. Deze kunt u dan ook achteraf en in willekeurige volgorde wijzigen of ongedaan maken (zie ook het tabblad History links).

8. Raw instellingen

Vanuit de browser selecteren we een raw-afbeelding en openen deze in de editor. Het gereedschapspaneel rechts toont ons nu de gereedschappen voor dit formaat. Op het ingeklapte onderdeel Raw Tone Curve komen we direct terug. Het paneel Raw Adjustments biedt schuifregelaars om belichtingstijd, kleurruis, -temperatuur en tint aan te passen. Wijzigingen in die laatste twee kunnen we ongedaan maken met een klik op As Shot. Met het pictogram daarnaast kunnen we een neutrale kleur in de foto aanwijzen om kleurzweem te neutraliseren.
Met de driehoek naast Raw Tone Curve kunnen we dit onderdeel uitklappen. Het biedt een alternatief voor de curven zoals we die in andere fotobewerkers kennen. We zien 16 grijstinten en als we daar de cursor overheen bewegen zien we in het miniatuur erboven welk deel van de foto die lichtsterkte heeft (Afb.4). Door te klikken in de balk met grijstinten brengen we markeringen aan en deze kunnen we vervolgens verschuiven voor zeer nauwkeurige controle over de helderheid van afzonderlijke delen van een foto. Voor meer informatie kunnen we het tabblad Histogram kiezen.
Alle aangebrachte wijzigingen worden weer automatisch opgeslagen in een jpg-bestand.

©CIDimport

9. Anatomie van een stijl

We selecteren in de browser een onbewerkte jpeg- of tiff afbeelding en openen deze in de editor. Vervolgens kiezen we bij de stijlen Bright Scene onder High Dynamic Range. Zoals u ziet verschijnen in het gereedschapspaneel twee vakken met instellingen (Afb.5). Deze komen overeen met twee van de pictogrammen in het gereedschapspaneel, namelijk de pictogrammen Relight en Color Balance (beweeg langzaam met uw cursor over de pictogrammen om de namen te zien).
Dit is het fundament van LightZone; elk gereedschap dat we op een (deel van een) foto loslaten heeft zijn eigen paneel met instellingen. Deze panelen kunnen we verslepen om zo de volgorde van toepassing aan te passen. Met het kruisje rechts bovenin elk paneel kunnen we de bewerking verwijderen en met het vinkje ernaast kunnen we de bewerking tijdelijk uitschakelen om het effect ervan te zien.
Zo’n verzameling bewerkingen heet in LightZone een tool stack en deze wordt voor elke foto opgeslagen. Met de twee pictogrammen bij Lift Tools in de browser kunnen we nu elke collectie bewerkingen die we op foto A hebben toegepast in één keer loslaten op foto B. Da’s ideaal wanneer u meerdere foto’s onder de zelfde omstandigheden hebt gemaakt.

©CIDimport

10. Gereedschappen 1

Bij het bewerken van foto’s zult u vooral gebruikmaken van de tools in het gereedschapspaneel. Met de ZoneMapper hebt u al kennisgemaakt. Met het pictogram ernaast (Relight) passen we de belichting aan.
Vrijwel alle gereedschappen werken het zelfde: er zijn instellingen voor het specifieke gereedschap en er is een algemeen deel. In dit algemene deel vinden we Tool Settings en Color Selection. Bij Tool Settings kunnen we instellen hoe de bewerking wordt gemengd met het origineel (Blending Mode), wat allerlei speciale effecten mogelijk maakt. Tool Opacity bepaalt de mate waarin een bewerking wordt toegepast. Op Invert Mask komen we direct terug.
Voor het gebruik van Color Selection is het handig om ook het tabblad Color Mask te kiezen. We kunnen nu elk gereedschap loslaten op alle kleuren of slechts een enkele kleur. Deze kunnen we kiezen uit een aantal presets of in de foto aanwijzen met het druppelaar-pictogram. Met de schuifjes onderaan bepaalt u het helderheidsbereik van de gekozen tint en het kleurmasker bovenin toont u welk deel van de foto bewerkt zal worden (wit) of ongemoeid blijft (zwart). Door het zelfde gereedschap voor verschillende kleurmaskers toe te passen krijgt u onbeperkte controle over het eindresultaat (Afb.6).
Overigens kunt u alles wat u doet stapsgewijs ongedaan maken met de meervoudige Undo of in één keer met Revert.

©CIDimport

11. Gereedschappen 2

De volgende gereedschappen zijn achtereenvolgens Sharpen, Gaussian Blur, Hue/Saturation, Color Balance, White Balance, Black and White, Noise Reduction, Clone, Spot en Red Eyes. Met uitzondering van de laatste drie werken ze zoals u gewend bent van andere fotobewerkers én bieden ze kleurmaskers. Spot en Red Eyes laten u met één muisklik krasjes, stofjes en rode ogen corrigeren. Het Clone-gereedschap, ten slotte, werkt iets anders dan u wellicht gewend bent. U creëert eerst een vorm om het gebied dat u wilt vervangen (zie 12) en vervolgens sleept u het kruisje links bovenin de vorm naar het gebied waarmee u het wilt vervangen (Afb.7).

©CIDimport

12. Maskers

Omdat u niet elke bewerking op een hele foto wilt loslaten en kleurmaskers niet altijd volstaan kunt u ook vormmaskers maken. Elk masker hoort bij een bepaalde bewerking. Kies eerst de bewerking (bijvoorbeeld Relight) en maak de gewenste instellingen. Kies vervolgens het vierde pictogram bij Modes (Region Mode) en selecteer tot slot één van de maskervormen Polygon, Spline of Bezier. U kunt nu met muisklikken in de foto een maskervorm maken en eindigen door te dubbelklikken op het laatste punt. Door de binnenste rand van het masker te verslepen vervaagt u de vorm meer of minder. Wanneer u een masker aanklikt wordt het een stippellijn en kunt u hem kopiëren naar andere gereedschappen. Per gereedschap kunt u een masker ook inverteren (Afb.8).

©CIDimport

13. Stijlen opslaan

Als u een tool stack hebt gemaakt (zie 9) die u heel handig vindt kunt u deze ook als stijl opslaan. Daarvoor klikt u op het Plus-pictogram bij Styles. Vervolgens geeft u de stijl een naam, kiest u een bestemming en klikt u op Save. U kunt hem nu vervolgens ook direct vanuit de browser aanroepen.

Alhoewel we de belangrijkste aspecten van LightZone wel behandeld hebben valt er nog genoeg te ontdekken. Vooral het zelf maken van stijlen om foto’s massaal en snel te bewerken maakt LightZone tot een feest voor elke fotograaf.

▼ Volgende artikel
Al je bestanden veilig in de cloud: zo stel je OneDrive in als slimme back-up
© Andreas Prott - stock.adobe.com
Huis

Al je bestanden veilig in de cloud: zo stel je OneDrive in als slimme back-up

Een gecrashte laptop, gestolen smartphone of een defecte harde schijf of ssd: je persoonlijke en zakelijke bestanden zijn dan in één klap kwetsbaar. Met OneDrive kun je diezelfde bestanden automatisch in de cloud opslaan, synchroniseren tussen apparaten en als archief bewaren. In dit artikel lees je hoe je OneDrive inricht als betrouwbaar back-up- en archiefsysteem, hoe je Windows-instellingen meeneemt naar andere pc's en welke abonnementsvorm echt bij je past.

In dit artikel

je leest hoe je OneDrive instelt als slimme back-up voor je pc, hoe je belangrijke Windows-mappen automatisch laat meedraaien, hoe je instellingen tussen computers synchroniseert en hoe je OneDrive inzet als archief voor de langere termijn. Ook helpen we je bepalen welke OneDrive-variant past bij de hoeveelheid data die je bewaart.

Lees ook: Zo maak je met OneDrive een online fotoalbum voor heel de familie

Voordat je OneDrive serieus als back-up en archief gaat gebruiken, is het belangrijk dat je snapt wat de dienst precies doet en waar de grenzen liggen. OneDrive is in de kern een cloudopslagdienst: je bestanden worden via internet opgeslagen op Microsoft-servers, zodat je ze vanaf verschillende apparaten kunt openen, delen en bewerken. Zodra je OneDrive op je pc installeert en je aanmeldt met je Microsoft-account, verschijnt er een OneDrive-map in Verkenner. Alles wat je in die map bewaart, wordt gesynchroniseerd met de cloud en – als je dat ook zo hebt ingesteld – met andere apparaten waarop je hetzelfde account gebruikt. Synchroniseren betekent echter niet automatisch dat dit een echte back-up is voor alles: een bestand dat je per ongeluk verwijdert, verdwijnt ook van andere apparaten, al kun je het nog een tijd terughalen via de prullenbak en versiegeschiedenis. OneDrive maakt ook geen volledige systeemback-up van Windows zelf. Het is dus ideaal voor documenten, foto's, projectmappen en instellingen, maar niet voor een complete herstelkopie van je hele pc.

OneDrive is een geïntegreerd onderdeel van Windows 11.

OneDrive en Microsoft-account instellen

Om OneDrive als back-up- en archiefsysteem te gebruiken, heb je dus een Microsoft-account en de OneDrive-client op je pc nodig. Op Windows 10 en 11 is OneDrive standaard aanwezig; je vindt het pictogram als een wit of blauw wolkje in het systeemvak rechtsonder. Klik daarop en kies voor Aanmelden om in te loggen met je Microsoft-account. Heb je nog geen account, dan maak je er in dit venster eenvoudig één aan. Na het aanmelden kies je in een wizard waar je de OneDrive-map op je pc wilt plaatsen en welke mappen in eerste instantie moeten synchroniseren. Alles wat je straks in deze OneDrive-map bewaart, wordt automatisch geüpload. Standaard krijg je 5 GB gratis opslag en via Microsoft 365 Basic, Personal of Family breid je dat uit tot respectievelijk 100 GB, 1 TB of 6 TB in totaal.

Het is verstandig nu al kort uit te rekenen hoeveel ruimte je nodig hebt: tel de grootte van je mappen Documenten, Afbeeldingen, Video's en belangrijke projectmappen bij elkaar op in Verkenner en houd een stevige marge aan. Zo voorkom je dat je later halsoverkop moet opschonen. Maar hoe werkt het allemaal in de praktijk? We laten je zien hoe je speciale Windows-mappen, zoals Bureaublad en Documenten, automatisch kunt back-uppen naar OneDrive.

De initiële installatie en configuratie van de OneDrive-app.
Back-up versus synchronisatie

Wie OneDrive als back-up gebruikt, overschat soms onbewust wat er precies gebeurt. Synchronisatie betekent dat OneDrive jouw bestanden tussen verschillende locaties gelijk houdt. Verwijder je een bestand in de gesynchroniseerde OneDrive-map, dan verdwijnt het ook in de cloud en op andere apparaten. Wel is het zo dat je de in OneDrive verwijderde items een tijd lang kunt terughalen uit de prullenbak en vaak oudere versies van bestanden herstellen via versiegeschiedenis, maar dat is tijdsgebonden en niet bedoeld als eeuwig vangnet. Een klassieke back-up daarentegen maakt een momentopname die daarna niet vanzelf verandert. Denk aan een periodieke kopie op een externe schijf of een NAS, waarop een bestand gewoon blijft bestaan, zelfs als je het op je pc verwijdert. OneDrive zit daar tussenin: het biedt synchronisatie met extra veiligheidslagen zoals versiegeschiedenis en ransomwarebescherming bij sommige Microsoft 365-abonnementen, maar het vervangt geen volledige meertrapsstrategie met bijvoorbeeld ook een lokale back-up. In de rest van dit artikel behandelen we OneDrive daarom als primaire online kopie van je werk- en privébestanden, maar raden we je aan die later aan te vullen met minstens één extra, onafhankelijke back-uplaag.

Bureaublad, documenten en afbeeldingen

Nu je OneDrive-map klaarstaat, kun je de belangrijkste Windows-mappen automatisch laten beschermen. Microsoft noemt dit de back-up van pc-mappen; technisch is dit een slimme omleiding waardoor mappen als Bureaublad, Documenten en Afbeeldingen voortaan fysiek in je OneDrive-opslag staan. Klik in Windows in het systeemvak op het OneDrive-wolkje, kies Instellingen, ga naar het tabblad Synchroniseren en back-up maken en klik op de knop Back-up beheren. Als het goed is zie je nu de mappen Desktop, Documenten en Afbeeldingen. Schakel per map het schuifje in om de back-up te activeren en bevestig met Wijzigingen opslaan. OneDrive verplaatst de inhoud van die mappen naar de bijbehorende locaties binnen je OneDrive-map en synchroniseert voortaan alle wijzigingen. De mappen die verwijzen naar Desktop, Documenten en Afbeeldingen worden dan uiteindelijk symbolische links naar de OneDrive-locaties en vanaf nu maakt OneDrive doorlopend een online kopie van je meest gebruikte mappen.

Hier geef je aan of je alles op de desktop en in de mappen Documenten en Afbeeldingen naar OneDrive wilt opslaan.

Windows-instellingen en apps synchroniseren tussen pc's

Een van de prettige voordelen van OneDrive is dat naast het maken van back-ups van fysieke bestanden ook instellingen van Windows 11 zelf worden opgeslagen. In Windows 11 gebeurt dat via de Windows Back-up en je Microsoft-account. Open het menu Start, klik op Instellingen, ga naar Accounts en kies Windows back-up. Hier zie je onder meer opties om je OneDrive-maplocaties, bureaubladindeling en bepaalde app-instellingen in de cloud te bewaren. Belangrijk is de sectie waarin je aangeeft dat Windows je voorkeuren moet onthouden. Onder Mijn voorkeuren onthouden kun je categorieën zoals personalisatie (thema, achtergrond), taalinstellingen, toegankelijkheidsopties, geluidsschema's en andere Windows-instellingen laten back-uppen. Log je in op een andere Windows-computer met hetzelfde account, en is OneDrive actief, dan worden de instellingen die je op de ene computer hebt opgeslagen, op de andere computer toegepast.

Hier geef je aan welke instellingen van Windows zelf geback-upt moeten worden.
Welke Windows-instellingen worden in de cloud bewaard?

Windows 11 leunt steeds zwaarder op je Microsoft-account en OneDrive om persoonlijke voorkeuren tussen apparaten te synchroniseren. In de Windows Back-up-omgeving, te vinden via Instellingen / Accounts / Windows back-up, geef je aan welke soorten instellingen mogen worden meegenomen. Niet alles wordt gesynchroniseerd; driverinstellingen, zware programma's en specialistische tools moet je zelf opnieuw installeren en configureren. Browsers zoals Microsoft Edge en andere Microsoft 365-apps hebben daarnaast hun eigen synchronisatielagen, zodra je je daar met hetzelfde account aanmeldt. Zo ontstaat een gelaagd geheel: OneDrive voor bestanden, Windows Back-up voor besturingssysteemvoorkeuren en app-specifieke sync voor bijvoorbeeld je browser. Het voordeel is dat een nieuwe pc daardoor in korte tijd heel vertrouwd aanvoelt, zeker als je de stappen uit de hoofdtekst netjes doorloopt. Het nadeel is dat je soms even moet zoeken waar een bepaalde instelling precies wordt bewaard, maar in de praktijk wen je daar snel aan.

OneDrive als langetermijnarchief inrichten

Nu je OneDrive werkend hebt, kun je het als een makkelijk te raadplegen archief voor de langere termijn gebruiken. Hierdoor kun je dan niet alleen je actuele werk bewaren, maar ook afgeronde projecten en oude jaargangen van documenten en foto's gestructureerd opslaan. Maak in je OneDrive-hoofdmap bijvoorbeeld een map '_Archief' en daarbinnen submappen per jaar of per thema, zoals '2023_Foto', '2024_Projecten' of 'Administratie_oud'. Verplaats afgeronde dossiers vanuit de actieve projectmappen naar deze archiefstructuur. Omdat alles in OneDrive staat, blijft het online beschikbaar. Maar met Files On-Demand in Windows 10 en 11 kun je instellen dat oudere archiefbestanden alleen in de cloud blijven en niet standaard schijfruimte innemen. Klik met de rechtermuisknop op een archiefmap, kies Ruimte vrijmaken zodat Windows het lokale exemplaar verwijdert en alleen nog een cloud-pictogram toont. Open je het bestand later, dan wordt het weer tijdelijk gedownload.

Met de optie Ruimte vrijmaken worden bestanden van je eigen computer verwijderd, maar blijven ze nog wel online en op andere apparaten beschikbaar.

Kies de juiste OneDrive-variant

Hoe verder je OneDrive als back-up en archief gebruikt, hoe belangrijker voldoende opslagruimte wordt. Met een gratis Microsoft-account krijg je 5 GB cloudopslag, gedeeld tussen OneDrive, sommige Outlook.com-gegevens en Microsoft 365-apps. Dat is genoeg voor wat documenten en een redelijke fotocollectie, maar voor een volledige pc-back-up plus archief is het meestal te krap. Microsoft 365 Basic geeft je 100 GB opslag zonder desktop-apps van Office; Microsoft 365 Personal biedt 1 TB opslag voor één gebruiker, terwijl Microsoft 365 Family tot 6 TB levert: maximaal zes personen krijgen ieder 1 TB. Heb je al een Personal- of Family-abonnement, dan kun je daar per account nog tot 10 TB extra opslag bovenop kopen. Meer informatie over de meest up-to-date prijzen vind je hier.

Denk praktisch: een gemiddelde mix van documenten, foto's en enkele video's past voor de meeste mensen jarenlang in 1 TB, zeker als je archiefbestanden die je zelden nodig hebt, lokaal of op een NAS of externe harde schijf zet. Ontwikkel je veel video's of werk je met grote datasets, dan is OneDrive vooral je werkruimte en schakel je een aanvullende opslagoplossing in voor ruwe bestanden. Met je abonnement op orde kun je in de volgende stap ontspannen focussen op hoe je dagelijks met gesynchroniseerde bestanden werkt.

OneDrive combineren met een externe schijf

Hoewel OneDrive krachtige mogelijkheden biedt, blijft één principe uit de back-upwereld verstandig: de 3-2-1-regel. Bewaar minstens drie kopieën van belangrijke data, op twee verschillende soorten media, waarvan één buiten je eigen locatie. In deze context is OneDrive je externe locatie, terwijl je pc de eerste kopie heeft. Voeg daar een derde laag aan toe door regelmatig een lokale back-up naar een externe schijf te maken. In Windows kan dat bijvoorbeeld met Bestandsgeschiedenis of met de nieuwere Windows Back-up-app, waarmee je naar een externe schijf of netwerkopslag schrijft. Het voordeel is dat je bij een internetstoring of een grote cloudstoring nog steeds een recente kopie in huis hebt. Andersom dekt OneDrive je bij brand, diefstal of een defecte schijf, waar een lokale back-up alleen niet voldoende zou zijn. Door OneDrive als primaire, altijd-aan kopie te gebruiken en een externe schijf als periodieke momentopname te gebruiken, combineer je het beste van twee werelden. Zeker voor kleine organisaties en zelfstandigen is dit een betaalbare manier om professionele back-uppraktijken toe te passen zonder dure infrastructuur.

Dagelijks werken met gesynchroniseerde bestanden

Als je OneDrive eenmaal hebt ingericht, wordt het pas echt krachtig als je er dagelijks vanzelf mee werkt. Het uitgangspunt is simpel: sla je documenten standaard op in de OneDrive-map, niet ergens los op je C-schijf. In Word, Excel of een andere applicatie kies je bij Opslaan als of Bladeren bewust de OneDrive-locatie en eventueel een specifieke project- of archiefmap. Op die manier worden nieuwe bestanden direct geback-upt en gesynchroniseerd. Met Files On-Demand zie je in Verkenner bij elk bestand een statusicoon: volledig lokaal beschikbaar, alleen online of tijdelijk gedownload. Heb je weinig schijfruimte, stel OneDrive dan via Instellingen en Synchronisatie en back-up zo in dat alleen vaak gebruikte mappen standaard offline worden bewaard. Werk je op een laptop zonder constante internetverbinding, dan kun je belangrijke projectmappen juist als Altijd bewaren op dit apparaat markeren via het contextmenu, zodat je daar ook offline bij kunt. Zodra je weer online bent, synchroniseert OneDrive de wijzigingen automatisch. Dankzij deze werkwijze zijn je actuele bestanden altijd onderdeel van je back-up, wat de laatste stap – controle en noodherstel – een stuk betrouwbaarder maakt.

Met de optie Altijd bewaren op dit apparaat blijft het gedownloade bestand op de schijf staan, ook wanneer het op een andere computer wordt bewerkt.

Onderhoud, controle en noodgevallen

Een back-up- en archiefsysteem is nooit helemaal klaar; af en toe onderhoud voorkomt problemen op een slecht moment. Kijk regelmatig in het OneDrive-pictogram of de status 'Up to date' aangeeft en of er geen foutmeldingen over conflicten of onvoldoende opslag verschijnen. Via OneDrive op het web kun je onder Settings en Storage zien hoeveel ruimte je verbruikt en welke mappen of bestandstypen de meeste ruimte innemen. Ruim bijvoorbeeld oude, grote downloadbestanden op die geen archiefwaarde hebben. In geval van nood – denk aan per ongeluk verwijderen of overschrijven – kun je in de webinterface naar de prullenbak gaan om bestanden terug te zetten, of in de versiegeschiedenis van een document een oudere staat herstellen. Bij Microsoft 365-abonnementen biedt OneDrive bovendien bescherming tegen ransomware-aanvallen: je krijgt dan hulp bij het grootschalig terugzetten van bestanden naar een gezond tijdstip. Door deze controles in te bedden in je maandelijkse routine, zorg je dat je back-upstrategie blijft kloppen met hoe je echt werkt. Daarmee is de cirkel rond en ben je klaar om je persoonlijke data structureel beter te beschermen.

▼ Volgende artikel
Ontwerp van Nothing Phone (4a) onthuld
Huis

Ontwerp van Nothing Phone (4a) onthuld

Het Britse bedrijf Nothing heeft het design van de aankomende nieuwe smartphone Phone (4a) onthuld.

Dat deed het bedrijf gisteren via social media. De smartphone komt op 5 maart uit. In de tweet hieronder is het ontwerp alvast te zien, met de typische drukke achterkant die we inmiddels gewend zijn van het bedrijf.

De aankomende Phone (4a) heeft een zogeheten 'Glyph Bar'. Dit is een micro-led-paneel aan de zijkant, die mensen zelf kunnen programmeren om ze in verschillende patronen te laten knipperen. Het gaat om de vierkantjes aan de rechterzijde, naast het camera-eiland. De led-lampjes zijn volgens het bedrijf 40 procent feller dan die op de Phone (3a).

Over de precieze technologie van de Nothing Phone (4a) zijn nog geen aankondigingen gedaan, maar volgens geruchten krijgt de smartphone een Snapdragon 7s Gen 4-chip. Er zal ook een duurdere en snellere Phone (4a) Pro verschijnen, al is daar het uiterlijk nog niet van onthuld.

Officieel wordt de Phone (4a) op 5 maart onthuld.

View post on X