ID.nl logo
Videobewerken met Shotcut
© Reshift Digital
Huis

Videobewerken met Shotcut

Of het nu gaat om een familievideo of de nieuwste story voor je Instagram-account: het is handig als je zelf je video’s kunt monteren. Hoe ga je hiervoor te werk? In dit artikel gaan we aan de slag met het gratis en uitgebreide Shotcut. We leggen uit hoe je snel monteert, welke bestandsformaten er zijn en hoe je je video’s het beste aanpast per kanaal.

We gaan aan de slag met Shotcut. Deze opensource-videobewerker is gratis te gebruiken. Je vindt de nieuwste versie op www.shotcut.org. Het programma valt op door het grote aantal opties, dat zowel voor beginners als de meer gevorderde gebruikers goed van pas komt. Bovendien ondersteunt het meerdere videobestanden en codecs, waardoor je met verschillende videobestanden en resoluties (tot 4K) kunt werken. Shotcut is beschikbaar in het Nederlands, maar helaas nog niet volledig vertaald. Dat betekent dat sommige opties in de gebruikersomgeving in het Engels worden getoond, ondanks dat de Nederlandse taal is gekozen. Wij maken gebruik van de Nederlandse versie en gebruiken de Engelse opties wanneer deze nog niet zijn vertaald.

©PXimport

Aan de slag

Zodra je Shotcut start, word je begroet door een venster waarin je aangeeft of je een nieuw project of een bestaand project wilt openen. Klik op Projects folder en geef aan waar de projectbestanden moeten worden bewaard. Geef vervolgens een geschikte naam op bij Project name. Dit is overigens niet de uiteindelijke naam van het videobestand: die kun je later nog bepalen.

Bij Video mode kies je met welke resolutie en daarmee met welke kwaliteit je wilt werken. Bijvoorbeeld HD 1080p24fps. Eenvoudiger is het door te kiezen voor Automatic. Hiermee worden resolutie en de verversingsfrequentie (frame rate) bepaald door het eerste bronbestand dat je toevoegt aan je project. Voeg je als eerste een geluidsbestand toe, dan kiest Shotcut standaard voor de instelling 1920x1080p 25fps. Klik op de knop Start om het nieuwe project aan te maken.

©PXimport

Regelmatig opslaan

Zorg ervoor dat je het videoproject regelmatig opslaat. Hoewel de laatste versies van Shotcut behoorlijk stabiel zijn, bestaat de kans dat het programma vastloopt. Door regelmatig te bewaren, voorkom je dat je werk kwijtraakt.

Bestanden verzamelen

Elk videoproject is opgebouwd uit een of meerdere videobestanden, eventueel aangevuld met muziek en later verrijkt met zaken als overgangen, titels, effecten en filters. Het is tijd om de bronbestanden te selecteren. Klik linksboven in de werkbalk op Open Bestand. Je kunt meerdere bestandstypen selecteren: videobestanden, maar ook afbeeldingen en audiobestanden.

De bronbestanden worden toegevoegd aan de afspeellijst, die links in het venster wordt getoond. De afspeellijst biedt plaats aan verschillende bestanden. Klik op een bestand om het te zien in de voorbeeldweergave, rechts in het venster. Via de tab Eigenschappen vraag je de belangrijkste kenmerken van de bron op. Zo zie je hier in welke resolutie de video is opgenomen en van welke codec wordt gebruikgemaakt. Via de subtabbladen Video, Audio en Metagegevens vraag je de beeld-, geluids- en bestandskenmerken op.

©PXimport

Opbouwen

Shotcut kent verschillende weergaven, die zijn gerangschikt per taak. Die verschillende taken vind je rechtsboven in het venster: Logging, Editing, FX, Kleur, Audio en Player. Tijdens het monteren van een video maak je gebruik van de modus Editing. De weergave past zich hierop aan. Onderin het venster vind je de tijdlijn. De tijdlijn biedt plaats aan de bestanden voor de montage.

Sleep een videobestand uit de afspeellijst naar de tijdlijn en laat het hierboven los. De video wordt toegevoegd op de tijdlijn. Herhaal dit voor een volgende video die je aan de tijdlijn wilt toevoegen. Standaard worden de video’s automatisch achter elkaar geplaatst. In plaats hiervan kun je de tijdlijn uitbreiden met meerdere lagen, zodat je video’s kunt overlappen en effecten kunt toevoegen.

Om een extra laag toe te voegen, klik je met de rechtermuisknop op de tijdlijn. Kies in het menu voor Track Operations / Videospoor toevoegen. Volg dezelfde stappen voor het toevoegen van een audiospoor: kies Track Operations / Audiospoor toevoegen. Via hetzelfde menu kun je een bestaande laag verwijderen (Verwijder Spoor) en een laag tussen twee bestaande lagen toevoegen (Spoor toevoegen).

Je kunt een video op de tijdlijn inkorten, bijvoorbeeld als je slechts een gedeelte van de video wilt gebruiken. Plaats de muisaanwijzer aan de linker- of rechterkant van de video en wacht totdat de aanwijzer van vorm verandert. Klik nu op de linkermuisknop om de rode lijn vast te pakken en versleep deze naar de nieuwe positie om de video in te korten. Je kunt de video later altijd weer uitbreiden tot de originele lengte door deze uit te trekken. Om een video te laten overgaan in de volgende video, versleep je de video over de naastliggende video. De meeste eigenschappen van een video zijn ook beschikbaar door erop te klikken met de rechtermuisknop.

In de werkbalk boven de tijdlijn vind je een knop met magneet (Toggle snapping). Als deze optie is ingeschakeld, worden clips automatisch tegen elkaar aangezet als je ze naast elkaar plaatst. Schakel de optie uit om te voorkomen dat de clips aan elkaar worden geplakt, bijvoorbeeld als je een overlap tussen video’s wilt maken.

©PXimport

Vriendelijk formaat

Niet elk videobestand is direct geschikt voor montage. In zulke gevallen geeft Shotcut aan dat het bestand nog niet is geoptimaliseerd voor videobewerking. Shotcut kan het bestand vervolgens optimaliseren. In het getoonde venster kies je de kwaliteit van het bestand: Good, Better of Best. Hoe hoger de kwaliteit, hoe groter het bestand. Klik op OK. Geef het bestand een naam. Het wordt na conversie meteen toegevoegd aan de bronbestanden in het project. De knop Advanced geeft je toegang tot aanvullende opties: zo kun je hier een aangepaste frame rate opgeven en deinterlacing inschakelen. De opties zijn bedoeld voor gevorderde gebruikers: wij laten Shotcut de standaardinstellingen hanteren.

Tijdlijn optimaliseren

Boven de tijdlijn toont Shotcut een reeks knoppen. De knop uiterst links geeft toegang tot aanvullende opties, zoals het toevoegen van video-en audiolagen. Met de drie knoppen ernaast kun je het geselecteerde segment knippen, kopiëren en plakken. Via de plus- en minusknoppen ernaast kun je de geselecteerde clip toevoegen aan de tijdlijn of juist van de tijdlijn verwijderen.

Je kunt op verschillende manieren clips toevoegen aan de tijdlijn. Via de optie Lift en Drop kun je een bestaande clip van de tijdlijn verwijderen, zonder dat de andere clips hiermee opschuiven. Bij Drop kun je een nieuwe clip toevoegen over de bestaande clip (de clip wordt daarmee overschreven en de rest van de clips veranderen niet van positie. Met de schuifregelaar bij het vergrootglas kun je de tijdlijn in- en uitzoomen. Dit komt bijvoorbeeld van pas wanneer je op frameniveau een aanpassing wilt doen en de tijdlijn gebruikt om gericht naar het gewenste frame te zoeken. Via de knop Zoom timeline to fit kun je de tijdlijn passend maken aan de schermbreedte.

©PXimport

Weergave aanpassen

Bovenin het hoofdvenster van Shotcut vind je de werkbalk. Deze geeft je toegang tot de meestgebruikte functies. Zo kun je via de werkbalk extra materiaal inladen (Open Bestand) en andere onderdelen, zoals tekst, invoegen (Open Andere). Rechts in de werkbalk vind je knoppen waarmee je de losse deelvensters van Shotcut kunt in- en uitschakelen. Zo kun je de afspeellijst tonen en verbergen (Afspeellijst), maar ook de tijdlijn (Tijdlijn) en filters (Filters). De werkbalk toont alleen niet alle weergavemogelijkheden, terwijl Shotcut veel verschillende modi kent. Open hiervoor het menu Bekijk: in het submenu Layout vind je de weergavemogelijkheden.

In de werkbalk bovenin vind je de knop Taken. Klik hierop voor een overzicht van bewerkingen die Shotcut heeft uitgevoerd. Zo zie je hier onder meer welke videobestanden door Shotcut zijn geconverteerd naar een vriendelijker formaat om te bewerken. Bij grote bewerkingen die veel tijd en processorkracht in beslag nemen, kun je geselecteerde taken bovendien pauzeren. Selecteer de draaiende taken in de lijst en klik op de knop Pauzeer. Om de lijst na verloop van tijd op te schonen, klik je erop met de rechtermuisknop en kies je Remove Finished. Via de knop Geschiedenis vraag je een chronologisch overzicht op van de bewerkingen met de video. Klik op een uitgevoerde taak om de wijziging te zien. De lijst komt goed van pas als je niet tevreden bent met het resultaat en een specifieke wijziging wilt terugdraaien via de functie Ongedaan maken.

Werken met filters

Shotcut heeft een flinke verzameling filters in huis, waarmee je het beeld een andere uitstraling geeft. Selecteer het segment waarop je een filter wilt toepassen. Klik op de tab Filters. Klik nu op de knop met het plusteken. Een lijst met populaire filters verschijnt, bijvoorbeeld om het contrast aan te passen of kleurcorrectie toe te passen.

Naast de standaardtab Favorite vind je de tab met specifieke filters voor video en audio. Klik op een filter om het toe te voegen. Afhankelijk van het filter geef je de variabelen op. Bij het filter Contrast wordt bijvoorbeeld de instelling Niveau getoond. Hiermee bepaal je de contrastwaarde. Ben je niet tevreden met een filter, dan verwijder je het door het filter te selecteren en te klikken op het minteken.

Geluid en effecten

Heb je een videobestand dat je wilt gebruiken, maar wil je het geluid van de video niet gebruiken? Sleep de video, inclusief het geluid, naar de tijdlijn en laat deze hierboven los. Klik vervolgens met de rechtermuisknop op de video en kies More / Detach Audio. De audio wordt op een aparte laag geplaatst, die je verder kunt bewerken of verwijderen.

Een belangrijk onderdeel van Shotcut wordt gevormd door de effecten. Klik op de knop FX (rechtsboven in het venster) en klik op de knop met het plusteken. Op de tab Video vind je een overzicht van alle effecten. Effecten die je regelmatig gebruikt, kun je toevoegen als favoriet. Klik op het sterretje links van het effect om het toe te voegen. Alle favorieten zijn ondergebracht op de tab Favorite. Zodra je op een effect klikt, verschijnen de bijbehorende eigenschappen. Deze kun je aanpassen voordat je het effect toevoegt.

Video-eigenschappen

Ben je niet tevreden met de eerder gekozen resolutie en frame rate, dan kun je die naderhand nog aanpassen. Open het menu Instellingen en kies voor Video Modus. Een overzicht van beschikbare modi verschijnt. Hier kun je een aangepaste videomodus selecteren. 

In hetzelfde menu vinden we Audio Channels. Standaard gebruikt Shotcut 2 kanalen voor stereoweergave, maar je kunt dit aanpassen naar één kanaal (mono) of naar zes kanalen voor 5.1-geluidsweergave.

©CIDimport

Kleuren corrigeren

De video krijgt een verzorgde uitstraling met een kleurcorrectie. Hierbij zorg je ervoor dat kleuren van de losse video’s met elkaar in lijn worden gebracht. Ook kun je kleurcorrectie toepassen om de video een andere uitstraling te geven, bijvoorbeeld door de kleuren meer te laten oplichten of juist te dimmen. Klik op het plusteken bij de filters en kies op de tab Favorite voor Kleurcorrectie. Gebruik de drie kleurenwaaiers om de kleuren te corrigeren. Het resultaat is direct zichtbaar in de voorbeeldweergave.

Exporteren

Je kunt de video naar verschillende formaten exporteren. Kies voor Bestand / Export video. Standaard maakt Shotcut een mp4-bestand. Dit is een populair en gangbaar videoformaat, dat door de meeste moderne spelers probleemloos kan worden afgespeeld. In plaats hiervan kun je een eigen formaat kiezen. Uiterst links in het venster vind je een overzicht van beschikbare formaten.

Kies een formaat op basis van eigenschappen (zoals resolutie en frame rate). Zo kun je ervoor kiezen om de video voor weergave op een iPhone te exporteren of om de video te maken voor weergave op een tablet. Klik tot slot op Bestand exporteren. Hoelang het exporteren duurt, is afhankelijk van de grootte van de video en de lengte. Om het proces te versnellen, activeer je de optie Use Hardware Encoder. Of deze optie beschikbaar is, is afhankelijk van de hardware.

Via Shotcut kun je ook een specifiek frame van de video exporteren als afbeelding. Dat komt van pas als je een still (screenshot) wilt gebruiken als cover voor een video, bijvoorbeeld op social media. Speel de video af en pauzeer deze op het frame dat je wilt gebruiken als still. Kies vervolgens voor Bestand / Export Frame. Geef het bestand een naam. Het wordt standaard opgeslagen als png-bestand.

▼ Volgende artikel
Je NAS veilig bereiken via een VPN-server, Tailscale of Cloudflare-tunnel
© ER | ID.nl
Huis

Je NAS veilig bereiken via een VPN-server, Tailscale of Cloudflare-tunnel

Wil je een NAS op afstand gebruiken, dan doe je dat liefst natuurlijk veilig. Bijvoorbeeld door een VPN-server op te zetten, of een tunnel met extra toegangscontrole. Hiervoor zijn diensten als Tailscale en Cloudflare heel geschikt. In deze masterclass nemen we de beste opties met je door. We leggen uit wat de voor- en nadelen zijn en hoe je ze kunt gebruiken in combinatie met een NAS.

Een NAS is breed inzetbaar en bij veel huishoudens de spil in het netwerk. Je kunt niet alleen je documenten centraal bewaren, maar ook bijvoorbeeld media streamen naar je tv, foto’s bekijken op je tablet en talloze extra toepassingen installeren. Heb je (een deel van) deze toepassingen ook af en toe op afstand nodig? Het openzetten van een poortje in de router of het gebruik van een reverse proxy kan daarvoor een prima optie zijn. Maar publieke toegang is niet altijd nodig. Er zijn betere opties als je vooral voor jezelf goed beveiligde externe toegang tot je NAS nodig hebt. Een eenvoudige optie is een cloudservice van de fabrikant, zoals Synology QuickConnect. Betere en veiligere opties zijn een VPN-server met een protocol als OpenVPN of WireGuard, Tailscale (dat op de achtergrond met WireGuard werkt) of een Cloudflare-tunnel. In deze masterclass leggen we uit hoe je ze gebruikt. Wat je kiest, hangt ook af van je doel. Bij elke optie behandelen we de eventuele beperkingen. Voordat je begint, is het ook verstandig de beveiliging van je NAS nog even door te lichten (zie kader).

Optimale beveiliging voor je NAS

Bij het openstellen van je NAS is een goede beveiliging extra belangrijk. Ongeoorloofde toegang tot je NAS zul je altijd willen voorkomen. Gebruik altijd sterke wachtwoorden voor je gebruikersaccounts. Deactiveer bovendien de algemene accounts zoals admin en guest. Zet tweestapsverificatie aan. Hierbij wordt na het inloggen om een extra toegangscode gevraagd die je kunt genereren met een app op je smartphone. Op vertrouwde apparaten hoef je dat maar één keer te doen. Bij Synology vind je deze opties in je configuratiescherm, onder Beveiliging / Account. Je kunt kiezen voor welke gebruikers dit moet worden ingeschakeld. Bij QNAP ga je hiervoor in je configuratiescherm naar Systeem / Beveiliging. Open dan het tabblad Verificatie in 2 stappen. Maak ook gebruik van de ingebouwde firewall van je NAS, waarin je toegangsregels kunt instellen! In deze masterclass geven we daar tips voor. Zorg ten slotte dat je een goede back-upstrategie hebt voor de bestanden op je NAS.

Het is verstandig om tweestapsverificatie aan te zetten op je NAS.

Wat is een cloudservice?

Via een cloudservice kun je toegang tot een NAS vereenvoudigen door een soort tunnel op te zetten. Bij Synology heet dit QuickConnect, QNAP noemt het myQNAPcloud link. Hierbij wordt vanaf de NAS een uitgaande verbinding opgezet met een server, waardoor het firewalls omzeilt (ook die in je NAS!). De NAS geef je een herkenbare naam, ook wel QuickConnect ID of QNAP ID genoemd, die je ook gebruikt om te verbinden. Hierbij wordt eerst geprobeerd rechtstreeks verbinding te maken, wat ook het meest efficiënt is. Als dat mislukt, wordt de verbinding automatisch omgeleid via een relayserver, die als tussenpersoon het verkeer doorstuurt. De snelheid kan dan minder hoog zijn. We noemen hieronder alleen de dienst van Synology, omdat het een betere bescherming biedt en een betere reputatie heeft dan myQNAPcloud link. Zorg wel altijd zelf voor een goede basisbeveiliging. Overweeg veiligere methoden zoals een VPN of Tailscale. Het is veiliger en je bent niet afhankelijk van andere partijen (zoals een relayserver).

Diensten als myQNAPcloud link creëren een soort tunnel naar je NAS.

Synology QuickConnect

Bij Synology QuickConnect koppel je eerst je NAS aan een Synology-account. Daarna kun je een QuickConnect ID kiezen. Je NAS is daarna bereikbaar vanuit de Synology-apps of een browser via het adres https://quickconnect.to/ met daarachter de QuickConnect ID. Dit werkt ook bij een dynamisch ip-adres, dus je hoeft niet apart een Dynamic DNS-functie (DDNS) te gebruiken. Om QuickConnect te gebruiken open je Configuratiescherm. Ga dan naar Externe toegang. Zet een vinkje bij QuickConnect inschakelen. Hierna moet je je aanmelden met je Synology-account of een nieuw account maken. Vervolgens kies je een QuickConnect ID. Via de instellingen kun je nog kiezen of de relayserver mag worden gebruikt en welke toepassingen via QuickConnect toegankelijk zijn.

Via de instellingen kies je welke toepassingen toegankelijk moeten zijn.

Wat is VPN?

Door een VPN-server te installeren, heb je een ideale voorziening om op afstand je netwerk te bereiken en alle apparaten op dat netwerk, zoals je NAS, netwerkprinters en camera’s. Je installeert de VPN-server op één systeem, zoals een router, server, Raspberry Pi of je NAS. Bij Synology kun je bijvoorbeeld standaard met OpenVPN werken en QNAP ondersteunt het snellere WireGuard. We laten zien hoe je deze opties gebruikt. Na inloggen heb je volledige toegang tot je netwerk en alle toepassingen in het netwerk, alsof je rechtstreeks op het netwerk zit. Voor toegang tot bestanden op je NAS werken daarom alle protocollen als smb, nfs en WebDAV en toepassingen als Synology Drive en QNAP File Station. Je hoeft geen poorten in je router open te zetten, behalve een enkele poort naar de VPN-server.

Bij QNAP kun je standaard werken met WireGuard.

OpenVPN op Synology

Om je Synology-NAS als VPN-server in te zetten, kun je de toepassing VPN Server installeren via Package Center. Gebruik je een firewall, controleer dan of de benodigde poorten toegankelijk zijn. Bij de installatie kun je die aanpassing via een venster direct doorvoeren. Afhankelijk van het protocol moet je ook nog één of meerdere poorten doorsturen van je router naar je NAS. De toepassing ondersteunt PPTP, OpenVPN en L2TP/IPSec. Eigenlijk is vooral OpenVPN interessant. Het is veilig en stabiel, maar niet zo snel als WireGuard. Ook geeft het soms wat uitdagingen bij het opzetten van de verbinding.

Synology ondersteunt meerdere protocollen, waaronder OpenVPN.

Activeren OpenVPN

Om OpenVPN te gebruiken open je VPN Server. Ga dan naar OpenVPN. Zet een vinkje bij OpenVPN-server inschakelen. Bij Dynamisch ip-adres zie je het subnet dat OpenVPN gebruikt. De verbonden clients krijgen een ip-adres in dat bereik. Bij Poort en Protocol zie je dat standaard udp-poort 1194 wordt gebruikt. Die poort moet je doorsturen van je router naar je NAS. Controleer of de poort toegankelijk is in de firewall van je NAS. Voor een goede balans tussen snelheid en veiligheid kun je bij Codering bijvoorbeeld AES-128-CBC kiezen en bij Verificatie de optie SHA256. De optie Compressie op de VPN-koppeling inschakelen mag uit, omdat het weinig snelheidswinst geeft. Zet de optie Clients toegang geven de LAN-server aan, zodat je andere apparaten in je thuisnetwerk kunt bereiken. Zet ook de optie Verifieer TLS auth-sleutel aan. Klik op Toepassen om de instellingen te activeren. Je kunt nu clients gaan configureren.

Bij OpenVPN kun je zelf nog enkele instellingen kiezen.

Profiel voor OpenVPN

Ga naar OpenVPN en kies Configuratie exporteren om het configuratiebestand te exporteren als zip-bestand. Hierin vind je een .ovpn-bestand dat je nodig hebt voor toegang. Je hebt ook een gebruikersaccount nodig bij het inloggen. Onder Rechten kun je aanvinken welke gebruikers toegang hebben en via welke protocollen. Maak eventueel een nieuwe gebruiker voor alleen de VPN-verbinding! Open het bestand VPNConfig.ovpn met een teksteditor. Omdat je de VPN-server extern wilt gebruiken, verander je in onderstaande regel YOUR_SERVER_IP naar je ip-adres van je internetverbinding of de hostnaam als je bijvoorbeeld Dynamic DNS gebruikt. Synology ondersteunt ook Dynamic DNS en geeft bijvoorbeeld een naam.synology.me-adres. Je kunt het activeren in je configuratiescherm onder Externe toegang / DDNS. Het gaat om deze regel:

remote YOUR_SERVER_IP 1194

Je ziet ook de onderstaande optie. Haal hier eventueel het commentaarteken weg als je wilt dat ál het verkeer, dus ook het normale internetverkeer, via de VPN-server gaat. Dat geeft minder goede prestaties, maar is wel veiliger als je bijvoorbeeld een openbare wifi-hotspot gebruikt. Dit is de regel waar je het commentaarteken weg kunt halen:

#redirect-gateway def1

Gebruik dit profiel om verbinding te maken vanaf andere apparaten. Zet hierbij de optie aan dat zonder certificaat verbinding mag worden gemaakt.

WireGuard op QNAP

We zullen laten zien hoe je WireGuard op je QNAP-NAS gebruikt in combinatie met een Windows-client. Voor meer informatie over WireGuard en het opzetten van een aparte VPN-server verwijzen we je naar een eerder artikel dat je kunt lezen via www.kwikr.nl/wgvpn waarin dat uitgebreid aan bod komt. Zorg bij QNAP dat de toepassing QVPN Service is geïnstalleerd via App Center. Open dan de toepassing en ga naar WireGuard. Zet een vinkje bij WireGuard VPN-server inschakelen. Vul een naam in achter Servernaam. Klik achter Persoonlijke sleutel op Codeparen genereren. Noteer de waarde bij Openbare sleutel: die is straks nodig bij de configuratie van clients. Achter Luisterpoort zie je de poort (udp) die je moet doorsturen in de router. Bij DNS Server vul je een openbare DNS-server in (zoals 8.8.8.8) óf een DNS-server in je lokale netwerk. Klik op Toepassen om de instellingen te bewaren. Klik op Peer toevoegen. Hier kun je clients toevoegen (zie volgende stap).

De instellingen voor WireGuard bij een NAS van QNAP.

Client instellen

Elk apparaat dat verbinding met WireGuard maakt, is een zogenoemde peer. Voor het toevoegen van een apparaat kies je bij QNAP de optie Peer toevoegen. Vul een herkenbare naam in. De waarde bij Openbare sleutel komt bij deze ‘peer’ vandaan, die gaan we nu eerst instellen. Installeer en open de Windows-client en kies de optie Add Empty Tunnel. Er worden een privé- en openbare sleutel gegenereerd. Er opent een configuratiebestand met de privésleutel waarin je onder andere deze twee regels ziet:

[Interface]

PrivateKey = +MSQ3D2+M71SotRrWC3hnPyzYSTWNuaxWwc920=

Vul deze configuratie verder aan zoals in het voorbeeld hieronder. Bij Address kies je een vrij ip-adres binnen het VPN-subnet, dat nog niet door een andere peer wordt gebruikt. Je kunt dit voor elke client ophogen, dus 198.18.7.2/32, 198.18.7.3/32, en zo verder. Belangrijk is dat je bij PublicKey de openbare sleutel die QNAP laat zien invult. Bij Endpoint vervang je ipadres door het ip-adres (of de hostnaam) van je internetverbinding thuis. Dit is de configuratie die je moet aanpassen:

[Interface]

PrivateKey = +MSQ3D2+M71SotRrWC3hnPyzYSTWNuaxWwc920=

ListenPort = 51820

Address = 198.18.7.2/32

DNS = 1.1.1.1

[Peer]

PublicKey = KsCc+cRucH4F8T3VdyatvZXjqvunEerBZapulE=

AllowedIPs = 0.0.0.0/0

Endpoint = ipadres:51820

Bewaar de configuratie met Save. Kopieer nu de waarde bij Public key van deze client. Je leest deze af in het hoofdvenster van WireGuard (zorg dat de bewuste tunnel is geselecteerd). Plak deze in QNAP bij Openbare sleutel bij de configuratie van deze peer. Je kunt nu verbinding maken met je Windows-client!

Voltooi de configuratie voor de Windows-client voor WireGuard.

Firewall instellen voor je NAS

Een firewall op je NAS biedt extra bescherming. Bij Synology open je daarvoor Configuratiescherm. Ga dan naar Beveiliging en open het tabblad Firewall. Zet een vinkje bij Firewall inschakelen en kies Toepassen. Bij Firewallprofiel kun je een profiel kiezen of bewerken. Kies Regels bewerken om het huidige profiel aan te passen. Begin met een regel die alle apparaten op het lokale netwerk toestaat. Kies bij die regel bij Poorten de optie Alles. Bij Bron-IP kies je Specifiek ip. Klik daarachter op Selecteren en kies Subnet. Je moet hier het netwerkbereik van je router kennen. In veel gevallen is dat iets als 192.168.1.0 met subnetmasker 255.255.255.0. Dit omvat dan alle adressen van 192.168.1.0 t/m 192.168.1.255. Voeg hierna nog specifieke regels toe voor toepassingen die van buitenaf toegang moeten hebben. In dit voorbeeld staan we bijvoorbeeld SSH toe vanaf een bepaald ip-adres. Heel belangrijk is dat je als laatste een regel toevoegt die alles blokkeert. De regels worden namelijk van boven naar beneden doorlopen en bij de eerste match stopt de verwerking. Het configuratiescherm van QNAP biedt ook een firewall, maar dat is meer een soort toegangsfilter. Voor uitgebreidere opties kun je QuFirewall installeren via App Center.

Het is raadzaam om de firewall op je NAS te gebruiken voor toegangsbeperking.

Wat is Tailscale?

Met Tailscale kun je een virtueel privénetwerk maken tussen al je apparaten. Dit gebeurt op basis van identiteit, met bijvoorbeeld een standaard Google-account voor autorisatie. Je kunt alle toegevoegde apparaten benaderen via een intern ip-adres of de toegekende hostnaam. Tailscale gebruikt dezelfde technologie als WireGuard, wat het snel, veilig en betrouwbaar maakt. Je hebt geen centrale server nodig en hoeft ook geen poorten in je router open te zetten. Wel moet je elk apparaat in principe afzonderlijk aan je privénetwerk toevoegen. Dat is eenvoudig, ook voor een NAS, zoals je hieronder ziet. Als alternatief kun je Tailscale ook op één apparaat in je netwerk installeren en dat apparaat als subnetrouter instellen, zodat je via dat ene systeem toegang hebt tot alle andere apparaten in je netwerk. In dat geval hoef je Tailscale niet op elk afzonderlijk apparaat te installeren. Meer uitleg over Tailscale vind je in dit artikel.

Met Tailscale kun je een privénetwerk voor je apparaten maken.

Eerste stappen

Ga naar https://tailscale.com en kies de optie Get started. Log in met een van de ondersteunde identiteitsproviders, bijvoorbeeld een standaard Google-account of een van de andere opties. Hierna wordt automatisch je Tailscale-netwerk, of kortweg tailnet, gemaakt. Dat is een soort privé-VPN-netwerkje waar jouw apparaten deel van uit gaan maken. Als je op een ander apparaat inlogt met datzelfde account, is het bereikbaar vanuit je andere apparaten in dit tailnet. Een gratis account ondersteunt tot drie gebruikers en honderd apparaten.

Log in bij Tailscale met bijvoorbeeld je Google-account.

Apparaten toevoegen

Het toevoegen van apparaten is eenvoudig. Het volstaat om de software te installeren en in te loggen met dezelfde identiteitsprovider. Om Tailscale bijvoorbeeld op een iPad te gebruiken, installeer je eerst de toepassing via de App Store. Hierbij wordt een VPN-configuratie voor je iPad gemaakt. Daarna log je in en zie je een lijst met apparaten in je privénetwerkje, waarbij je ook de namen af kunt lezen.

Op een iPad maakt Tailscale een VPN-profiel aan.

Tailscale op je NAS

Je kunt Tailscale ook op een NAS installeren. Bij Synology zoek je daarvoor in Package Center naar Tailscale. Bij QNAP kun je in App Center terecht. Installeer en open de toepassing. Er wordt gevraagd om in te loggen, waarbij je weer hetzelfde account als hiervoor gebruikt. Zet daarna de verbinding op via Connect. Als je nog een keer de Tailscale-app opent, kun je details zien over het bewuste apparaat, zoals het ip-adres en de hostnaam die je kunt gebruiken om verbinding te maken.

Tailscale is als pakket beschikbaar voor Synology en QNAP.

Wat is een Cloudflare-tunnel?

Bij een Cloudflare-tunnel installeer je op één systeem in je netwerk (bijvoorbeeld je NAS) een klein programma, dat van binnenuit een versleutelde verbinding opzet naar Cloudflare. Daarna kun je toepassingen individueel toevoegen die deze tunnel mogen gebruiken. Daarbij kun je elke toepassing een eigen subdomein geven, zoals nas.domein.nl voor je NAS. De tunnel laat geen netwerkprotocollen zoals SMB en NFS door en WebDAV is een uitdaging. Het is vooral bedoeld voor webverkeer. Je kunt incidenteel wel bijvoorbeeld DS File gebruiken, voor het browsen door je bestanden en kleine uploads of downloads.

Bij Cloudflare kun je gratis een tunnel opzetten voor toegang op afstand.

Domein registreren

Log in bij Cloudflare met een bestaand account of maak een nieuw gratis account. Registreer een domeinnaam via Add / Register a domain of voeg een bestaand domein toe via Add / Connect a domain. In dat laatste geval moet je de DNS-instellingen bij je huidige provider aanpassen, zodat de nameservers naar die van Cloudflare verwijzen. Afhankelijk van de extensie betaal je bij Cloudflare vanaf zo’n 6 dollar per jaar (circa 6 euro) per domein. Je kunt een domein eventueel direct voor meerdere jaren registreren of voor automatische verlenging kiezen. Betalen kan met creditcard of PayPal. In je dashboard vind je je domein terug onder Domain registration / Manage domains.

Registreer tegen lage kosten een domein bij Cloudflare.

Tunnel voorbereiden

Ga via het menu aan de linkerkant naar Zero Trust. Klik dan op Networks en kies Tunnels. Klik op Create a tunnel. Selecteer de optie Cloudflared. Geef je tunnel een naam. Vervolgens moet je een zogeheten connector installeren op één systeem in je netwerk om een tunnel te maken. Alle toepassingen die je straks via de Cloudflare-tunnel gaat publiceren, moeten bereikbaar zijn vanaf dat systeem. Dat is meestal alleen een probleem bij gescheiden netwerken of strikte firewallregels. Installeer Cloudflared volgens de instructies op een systeem dat altijd aanstaat. Dat kan een server of Raspberry Pi zijn, maar óók je NAS, zoals we hieronder toelichten. Hierna komt de tunnel automatisch online.

Maak een tunnel via de website van Cloudflare.

Tunnel op Synology-NAS

Voor de installatie op een NAS heeft Cloudflare geen instructies, maar de procedure is relatief eenvoudig. Kopieer de opdracht die je ziet bij bijvoorbeeld de Windows-installatie en plak deze in een editor. Je ziet hierin een lange string van 184 tekens die meest begint met eyJh…. Dat is de benodigde token. Om Cloudflared op een Synology-NAS te installeren open je Package Center. Ga naar Gemeenschap en kies Cloudflare Tunnel. Klik op Installeren. Nu wordt om de token gevraagd. Je hoeft geen geavanceerde opties te kiezen. Na het voltooien van de installatie is je tunnel klaar voor gebruik.

Vul de token in bij de installatie van de software op je Synology-NAS.

Tunnel bij QNAP

QNAP biedt geen softwarepakket, maar je kunt Cloudflare wel vrij eenvoudig via Docker configureren en starten. Het is het makkelijkst om met Docker Compose te werken. Installeer indien nodig Container Station en open het programma. Ga dan naar Toepassingen en klik op Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in, zoals cloudflared. Bij YAML-code vul je de onderstaande code in. Achter TUNNEL_TOKEN vul je uiteraard jouw token in. Klik dan op Maken om de tunnel te maken. Dit is de benodigde code:

version: "3"

services:

  cloudflared:

    image: cloudflare/cloudflared:latest

    container_name: cloudflared

    restart: unless-stopped

    network_mode: "host"

    command: tunnel run

    environment:

      - TUNNEL_TOKEN=eyJh...

Bij QNAP kun je Cloudflared het beste via Docker installeren.

Toepassing toevoegen

Je kunt nu elke toepassing via de tunnel beschikbaar maken met een uniek subdomein. Om zo’n zogeheten route aan te maken, ga je binnen Zero Trust naar Networks / Tunnels. Bij Status geeft het systeem als het goed is aan dat de tunnel gezond is. Open het menu (via de drie puntjes) en kies Configure. Ga dan naar het tabblad Published application routes. We nemen de webinterface van een NAS die lokaal bereikbaar is op https://10.0.10.200:5001. Bij Subdomain vul je bijvoorbeeld nas in. Bij Domain kies je een domein. Bij Type kiezen we HTTPS en bij URL vullen we 10.0.10.200:5001 in. Bij de optie HTTPS moet je oppassen. De NAS heeft in ons geval geen echt certificaat. Daarom is het belangrijk om onder Additional application settings / TLS de optie No TLS Verify aan te vinken. Cloudflare zal dan negeren dat het certificaat niet ondertekend is. Klik op Save. Er zal automatisch een DNS-record worden gemaakt en je kunt vrijwel direct op afstand je NAS benaderen.

We maken een route voor de NAS.

Extra beveiliging bij Cloudflare

Na het openstellen van een toepassing via een subdomein kan in feite iedereen die dat adres kent de toepassing benaderen, zoals de webinterface van je NAS. Of ze ook binnenkomen, hangt af van je beveiliging. Een NAS kun je zelf extra beveiligen, bijvoorbeeld met tweestapsverificatie. Maar je kunt toegang óók beperken via Cloudflare zelf. Je kunt bijvoorbeeld regelen dat alleen jij bij de tunnel mag, via een tijdelijke code die je per e-mail ontvangt, of door te verplichten dat je eerst moet inloggen met een specifiek Google-account.

▼ Volgende artikel
Actieve versus passieve speakers: welke luidsprekers passen bij jou?
© jipen
Huis

Actieve versus passieve speakers: welke luidsprekers passen bij jou?

Twijfel je tussen actieve en passieve luidsprekers? Het verschil zit in de versterker. In dit artikel leggen we uit wat de voor- en nadelen zijn, zodat je precies weet welk systeem het beste klinkt in jouw woonkamer. Geen gedoe, gewoon helder advies.

Als je op zoek bent naar beter geluid, vliegen de termen je om de oren. Het onderscheid tussen actief en passief is misschien wel de belangrijkste technische keuze die je moet maken, maar wordt vaak onnodig ingewikkeld gemaakt. Veel mensen denken dat het puur om geluidskwaliteit gaat, terwijl het vooral draait om gebruiksgemak en apparatuur. Na het lezen van dit stuk weet je precies of je voor alles-in-één gemak moet gaan of voor de vrijheid van losse componenten.

De kern: waar zit de krachtbron?

Het technische verschil is eigenlijk heel simpel: het draait allemaal om de locatie van de versterker. Een luidspreker kan namelijk geen geluid maken zonder stroom en aansturing.

Bij een actieve speaker is de versterker ingebouwd in de behuizing van de luidspreker zelf. Je herkent dat direct aan de achterkant: er zit een stroomkabel aan die het stopcontact in moet, en vaak knoppen voor volume of toonregeling. Je sluit je telefoon, pc of platenspeler direct aan op de speaker.

Bij een passieve speaker zit er géén elektronica in de kast die het geluid versterkt. De speaker heeft geen stekker voor het stopcontact, maar alleen aansluitingen voor luidsprekerdraad. Je hebt altijd een losse versterker of receiver nodig die het signaal krachtig genoeg maakt voordat het naar de speaker gaat. Een veelvoorkomend misverstand is dat 'passief' betekent dat ze slechter of zwakker zijn. Integendeel, de allerduurste hifi-systemen zijn bijna altijd passief.

©jipen

Wanneer is actief de slimste keuze?

Kies voor actief als je houdt van een opgeruimd huis en gebruiksgemak (dit soort speakers zijn meestal plug & play). Omdat de fabrikant de ingebouwde versterker helemaal heeft afgestemd op de luidspreker, ben je verzekerd van een goede match zonder dat je technisch inzicht nodig hebt. Dit is bij uitstek geschikt voor minimalisten die geen losse apparaten of een wirwar aan kabels in de woonkamer willen. Een soundbar is hier het bekendste voorbeeld van; dat is bijna altijd een actieve speaker. Ook voor een werkplek of gaming-setup op een bureau is dit de standaard, omdat je ze direct in je pc plugt zonder tussenkomst van een extra apparaat. Daarnaast zie je deze techniek terug in slimme multiroom-systemen met wifi of bluetooth (zoals die van Sonos), waarmee je direct vanaf je telefoon muziek streamt.

De beperking van alles-in-één

Het grote nadeel van actieve speakers is dat je vastzit aan het totaalpakket. Gaat de versterker in de speaker kapot? Dan doet je hele luidspreker het niet meer, ook al zijn de speaker-units zelf nog prima.

Daarnaast ben je minder flexibel in de toekomst. Bij passieve systemen kun je over vijf jaar besluiten om alleen een nieuwe versterker met de nieuwste streamingfuncties te kopen, terwijl je je geliefde speakers behoudt. Bij een actief systeem moet je bij veroudering van de software of aansluitingen vaak meteen de hele set vervangen. Daarnaast is het uitbreiden van een stereoset naar een volledige thuisbioscoop met actieve speakers vaak lastiger of beperkt tot één specifiek merk.

©Aboltin

Wanneer moet je absoluut niet voor actief kiezen?

Er zijn specifieke situaties waarin je een actief systeem beter links kunt laten liggen. Als je bijvoorbeeld al een prima werkende versterker of receiver hebt staan, is het zonde van je geld om actieve speakers te kopen. Je betaalt dan immers dubbel voor versterking die je niet gebruikt.

Ook als je speakers wilt wegwerken in het plafond of de muur is passief de enige logische route. Je wilt namelijk geen stroompunten bij elke inbouwspeaker aanleggen, en je kunt sowieso niet makkelijk bij de elektronica als er eenmaal iets stuk gaat.

Tot slot kun je in grote ruimtes, zoals een hal of showroom, beter met passief draad werken. Luidsprekerkabels zijn over lange afstanden veel makkelijker te trekken en te verlengen dan de combinatie van stroom- en signaalkabels bij actieve speakers.

Check je kabels en je kastruimte

Om de knoop door te hakken, kijk je eerst goed naar je eigen situatie. Heb je in je tv-meubel ruimte voor een los apparaat van ongeveer 44 cm breed (de standaardmaat voor receivers)? En vind je het leuk om zelf je set samen te stellen? Dan is passief jouw route naar topgeluid op maat.

Heb je daarentegen geen zin in gedoe, wil je met één afstandsbediening klaar zijn en heb je een hekel aan zichtbare apparatuur? Dan is een actief systeem of een actieve set boekenplank-speakers de moderne oplossing die je zoekt.

Kortom: eenvoud versus controle

Het verschil tussen actief en passief is een keuze tussen gemak en flexibiliteit. Actieve speakers bieden een alles-in-één oplossing: stekker erin en spelen, ideaal voor wie weinig ruimte of geduld heeft. Passieve speakers vereisen een losse versterker, maar geven je de vrijheid om je systeem oneindig aan te passen, te repareren en te upgraden. Kijk dus niet alleen naar het geluid, maar vooral naar hoeveel apparaten je in huis wilt halen.