ID.nl logo
Videobewerken met Shotcut
© Reshift Digital
Huis

Videobewerken met Shotcut

Of het nu gaat om een familievideo of de nieuwste story voor je Instagram-account: het is handig als je zelf je video’s kunt monteren. Hoe ga je hiervoor te werk? In dit artikel gaan we aan de slag met het gratis en uitgebreide Shotcut. We leggen uit hoe je snel monteert, welke bestandsformaten er zijn en hoe je je video’s het beste aanpast per kanaal.

We gaan aan de slag met Shotcut. Deze opensource-videobewerker is gratis te gebruiken. Je vindt de nieuwste versie op www.shotcut.org. Het programma valt op door het grote aantal opties, dat zowel voor beginners als de meer gevorderde gebruikers goed van pas komt. Bovendien ondersteunt het meerdere videobestanden en codecs, waardoor je met verschillende videobestanden en resoluties (tot 4K) kunt werken. Shotcut is beschikbaar in het Nederlands, maar helaas nog niet volledig vertaald. Dat betekent dat sommige opties in de gebruikersomgeving in het Engels worden getoond, ondanks dat de Nederlandse taal is gekozen. Wij maken gebruik van de Nederlandse versie en gebruiken de Engelse opties wanneer deze nog niet zijn vertaald.

©PXimport

Aan de slag

Zodra je Shotcut start, word je begroet door een venster waarin je aangeeft of je een nieuw project of een bestaand project wilt openen. Klik op Projects folder en geef aan waar de projectbestanden moeten worden bewaard. Geef vervolgens een geschikte naam op bij Project name. Dit is overigens niet de uiteindelijke naam van het videobestand: die kun je later nog bepalen.

Bij Video mode kies je met welke resolutie en daarmee met welke kwaliteit je wilt werken. Bijvoorbeeld HD 1080p24fps. Eenvoudiger is het door te kiezen voor Automatic. Hiermee worden resolutie en de verversingsfrequentie (frame rate) bepaald door het eerste bronbestand dat je toevoegt aan je project. Voeg je als eerste een geluidsbestand toe, dan kiest Shotcut standaard voor de instelling 1920x1080p 25fps. Klik op de knop Start om het nieuwe project aan te maken.

©PXimport

Regelmatig opslaan

Zorg ervoor dat je het videoproject regelmatig opslaat. Hoewel de laatste versies van Shotcut behoorlijk stabiel zijn, bestaat de kans dat het programma vastloopt. Door regelmatig te bewaren, voorkom je dat je werk kwijtraakt.

Bestanden verzamelen

Elk videoproject is opgebouwd uit een of meerdere videobestanden, eventueel aangevuld met muziek en later verrijkt met zaken als overgangen, titels, effecten en filters. Het is tijd om de bronbestanden te selecteren. Klik linksboven in de werkbalk op Open Bestand. Je kunt meerdere bestandstypen selecteren: videobestanden, maar ook afbeeldingen en audiobestanden.

De bronbestanden worden toegevoegd aan de afspeellijst, die links in het venster wordt getoond. De afspeellijst biedt plaats aan verschillende bestanden. Klik op een bestand om het te zien in de voorbeeldweergave, rechts in het venster. Via de tab Eigenschappen vraag je de belangrijkste kenmerken van de bron op. Zo zie je hier in welke resolutie de video is opgenomen en van welke codec wordt gebruikgemaakt. Via de subtabbladen Video, Audio en Metagegevens vraag je de beeld-, geluids- en bestandskenmerken op.

©PXimport

Opbouwen

Shotcut kent verschillende weergaven, die zijn gerangschikt per taak. Die verschillende taken vind je rechtsboven in het venster: Logging, Editing, FX, Kleur, Audio en Player. Tijdens het monteren van een video maak je gebruik van de modus Editing. De weergave past zich hierop aan. Onderin het venster vind je de tijdlijn. De tijdlijn biedt plaats aan de bestanden voor de montage.

Sleep een videobestand uit de afspeellijst naar de tijdlijn en laat het hierboven los. De video wordt toegevoegd op de tijdlijn. Herhaal dit voor een volgende video die je aan de tijdlijn wilt toevoegen. Standaard worden de video’s automatisch achter elkaar geplaatst. In plaats hiervan kun je de tijdlijn uitbreiden met meerdere lagen, zodat je video’s kunt overlappen en effecten kunt toevoegen.

Om een extra laag toe te voegen, klik je met de rechtermuisknop op de tijdlijn. Kies in het menu voor Track Operations / Videospoor toevoegen. Volg dezelfde stappen voor het toevoegen van een audiospoor: kies Track Operations / Audiospoor toevoegen. Via hetzelfde menu kun je een bestaande laag verwijderen (Verwijder Spoor) en een laag tussen twee bestaande lagen toevoegen (Spoor toevoegen).

Je kunt een video op de tijdlijn inkorten, bijvoorbeeld als je slechts een gedeelte van de video wilt gebruiken. Plaats de muisaanwijzer aan de linker- of rechterkant van de video en wacht totdat de aanwijzer van vorm verandert. Klik nu op de linkermuisknop om de rode lijn vast te pakken en versleep deze naar de nieuwe positie om de video in te korten. Je kunt de video later altijd weer uitbreiden tot de originele lengte door deze uit te trekken. Om een video te laten overgaan in de volgende video, versleep je de video over de naastliggende video. De meeste eigenschappen van een video zijn ook beschikbaar door erop te klikken met de rechtermuisknop.

In de werkbalk boven de tijdlijn vind je een knop met magneet (Toggle snapping). Als deze optie is ingeschakeld, worden clips automatisch tegen elkaar aangezet als je ze naast elkaar plaatst. Schakel de optie uit om te voorkomen dat de clips aan elkaar worden geplakt, bijvoorbeeld als je een overlap tussen video’s wilt maken.

©PXimport

Vriendelijk formaat

Niet elk videobestand is direct geschikt voor montage. In zulke gevallen geeft Shotcut aan dat het bestand nog niet is geoptimaliseerd voor videobewerking. Shotcut kan het bestand vervolgens optimaliseren. In het getoonde venster kies je de kwaliteit van het bestand: Good, Better of Best. Hoe hoger de kwaliteit, hoe groter het bestand. Klik op OK. Geef het bestand een naam. Het wordt na conversie meteen toegevoegd aan de bronbestanden in het project. De knop Advanced geeft je toegang tot aanvullende opties: zo kun je hier een aangepaste frame rate opgeven en deinterlacing inschakelen. De opties zijn bedoeld voor gevorderde gebruikers: wij laten Shotcut de standaardinstellingen hanteren.

Tijdlijn optimaliseren

Boven de tijdlijn toont Shotcut een reeks knoppen. De knop uiterst links geeft toegang tot aanvullende opties, zoals het toevoegen van video-en audiolagen. Met de drie knoppen ernaast kun je het geselecteerde segment knippen, kopiëren en plakken. Via de plus- en minusknoppen ernaast kun je de geselecteerde clip toevoegen aan de tijdlijn of juist van de tijdlijn verwijderen.

Je kunt op verschillende manieren clips toevoegen aan de tijdlijn. Via de optie Lift en Drop kun je een bestaande clip van de tijdlijn verwijderen, zonder dat de andere clips hiermee opschuiven. Bij Drop kun je een nieuwe clip toevoegen over de bestaande clip (de clip wordt daarmee overschreven en de rest van de clips veranderen niet van positie. Met de schuifregelaar bij het vergrootglas kun je de tijdlijn in- en uitzoomen. Dit komt bijvoorbeeld van pas wanneer je op frameniveau een aanpassing wilt doen en de tijdlijn gebruikt om gericht naar het gewenste frame te zoeken. Via de knop Zoom timeline to fit kun je de tijdlijn passend maken aan de schermbreedte.

©PXimport

Weergave aanpassen

Bovenin het hoofdvenster van Shotcut vind je de werkbalk. Deze geeft je toegang tot de meestgebruikte functies. Zo kun je via de werkbalk extra materiaal inladen (Open Bestand) en andere onderdelen, zoals tekst, invoegen (Open Andere). Rechts in de werkbalk vind je knoppen waarmee je de losse deelvensters van Shotcut kunt in- en uitschakelen. Zo kun je de afspeellijst tonen en verbergen (Afspeellijst), maar ook de tijdlijn (Tijdlijn) en filters (Filters). De werkbalk toont alleen niet alle weergavemogelijkheden, terwijl Shotcut veel verschillende modi kent. Open hiervoor het menu Bekijk: in het submenu Layout vind je de weergavemogelijkheden.

In de werkbalk bovenin vind je de knop Taken. Klik hierop voor een overzicht van bewerkingen die Shotcut heeft uitgevoerd. Zo zie je hier onder meer welke videobestanden door Shotcut zijn geconverteerd naar een vriendelijker formaat om te bewerken. Bij grote bewerkingen die veel tijd en processorkracht in beslag nemen, kun je geselecteerde taken bovendien pauzeren. Selecteer de draaiende taken in de lijst en klik op de knop Pauzeer. Om de lijst na verloop van tijd op te schonen, klik je erop met de rechtermuisknop en kies je Remove Finished. Via de knop Geschiedenis vraag je een chronologisch overzicht op van de bewerkingen met de video. Klik op een uitgevoerde taak om de wijziging te zien. De lijst komt goed van pas als je niet tevreden bent met het resultaat en een specifieke wijziging wilt terugdraaien via de functie Ongedaan maken.

Werken met filters

Shotcut heeft een flinke verzameling filters in huis, waarmee je het beeld een andere uitstraling geeft. Selecteer het segment waarop je een filter wilt toepassen. Klik op de tab Filters. Klik nu op de knop met het plusteken. Een lijst met populaire filters verschijnt, bijvoorbeeld om het contrast aan te passen of kleurcorrectie toe te passen.

Naast de standaardtab Favorite vind je de tab met specifieke filters voor video en audio. Klik op een filter om het toe te voegen. Afhankelijk van het filter geef je de variabelen op. Bij het filter Contrast wordt bijvoorbeeld de instelling Niveau getoond. Hiermee bepaal je de contrastwaarde. Ben je niet tevreden met een filter, dan verwijder je het door het filter te selecteren en te klikken op het minteken.

Geluid en effecten

Heb je een videobestand dat je wilt gebruiken, maar wil je het geluid van de video niet gebruiken? Sleep de video, inclusief het geluid, naar de tijdlijn en laat deze hierboven los. Klik vervolgens met de rechtermuisknop op de video en kies More / Detach Audio. De audio wordt op een aparte laag geplaatst, die je verder kunt bewerken of verwijderen.

Een belangrijk onderdeel van Shotcut wordt gevormd door de effecten. Klik op de knop FX (rechtsboven in het venster) en klik op de knop met het plusteken. Op de tab Video vind je een overzicht van alle effecten. Effecten die je regelmatig gebruikt, kun je toevoegen als favoriet. Klik op het sterretje links van het effect om het toe te voegen. Alle favorieten zijn ondergebracht op de tab Favorite. Zodra je op een effect klikt, verschijnen de bijbehorende eigenschappen. Deze kun je aanpassen voordat je het effect toevoegt.

Video-eigenschappen

Ben je niet tevreden met de eerder gekozen resolutie en frame rate, dan kun je die naderhand nog aanpassen. Open het menu Instellingen en kies voor Video Modus. Een overzicht van beschikbare modi verschijnt. Hier kun je een aangepaste videomodus selecteren. 

In hetzelfde menu vinden we Audio Channels. Standaard gebruikt Shotcut 2 kanalen voor stereoweergave, maar je kunt dit aanpassen naar één kanaal (mono) of naar zes kanalen voor 5.1-geluidsweergave.

©CIDimport

Kleuren corrigeren

De video krijgt een verzorgde uitstraling met een kleurcorrectie. Hierbij zorg je ervoor dat kleuren van de losse video’s met elkaar in lijn worden gebracht. Ook kun je kleurcorrectie toepassen om de video een andere uitstraling te geven, bijvoorbeeld door de kleuren meer te laten oplichten of juist te dimmen. Klik op het plusteken bij de filters en kies op de tab Favorite voor Kleurcorrectie. Gebruik de drie kleurenwaaiers om de kleuren te corrigeren. Het resultaat is direct zichtbaar in de voorbeeldweergave.

Exporteren

Je kunt de video naar verschillende formaten exporteren. Kies voor Bestand / Export video. Standaard maakt Shotcut een mp4-bestand. Dit is een populair en gangbaar videoformaat, dat door de meeste moderne spelers probleemloos kan worden afgespeeld. In plaats hiervan kun je een eigen formaat kiezen. Uiterst links in het venster vind je een overzicht van beschikbare formaten.

Kies een formaat op basis van eigenschappen (zoals resolutie en frame rate). Zo kun je ervoor kiezen om de video voor weergave op een iPhone te exporteren of om de video te maken voor weergave op een tablet. Klik tot slot op Bestand exporteren. Hoelang het exporteren duurt, is afhankelijk van de grootte van de video en de lengte. Om het proces te versnellen, activeer je de optie Use Hardware Encoder. Of deze optie beschikbaar is, is afhankelijk van de hardware.

Via Shotcut kun je ook een specifiek frame van de video exporteren als afbeelding. Dat komt van pas als je een still (screenshot) wilt gebruiken als cover voor een video, bijvoorbeeld op social media. Speel de video af en pauzeer deze op het frame dat je wilt gebruiken als still. Kies vervolgens voor Bestand / Export Frame. Geef het bestand een naam. Het wordt standaard opgeslagen als png-bestand.

▼ Volgende artikel
Google Pixel 10a-smartphone kost 549 euro
Huis

Google Pixel 10a-smartphone kost 549 euro

Google heeft de Pixel 10a volledig uit de doeken gedaan, een nieuwe smartphone voor de prijs van 549 euro.

De nieuwe smartphone werd eerder deze maand al getoond, maar nu zijn alle details bekendgemaakt. De Pixel 10a is nagenoeg gelijk aan de Pixel 9a, al wordt hij sneller draadloos opgeladen en is hij ook iets kleiner. Dat laatste komt door de dunnere schermbezels, want het formaat van het scherm blijft wel 6,3".

Het scherm zal ook iets feller worden, met een maximale helderheid van 3000cd/m², ten opzichte van de Pixel 9a die een maximale helderheid van 2700cd/m² aan. De Pixel 10a wordt daarnaast beschermd door Gorilla Glass 7i.

View post on X

Zoals gezegd kan de Pixel 10a sneller draadloos opladen met een maximaal vermogen van 10W (in plaats van 7,5W). De accucapaciteit blijft met 5100mAh gelijk. Verder draait de Pixel 10a op Android 16.

De Pixel 10a oogt verder nagenoeg hetzelfde als de Pixel 9a. Het frame is daarbij gemaakt van 100 procent gerecycled aluminium, 81 procent gerecycled plastic en gerecycled koper, goud, kobalt en wolfraam.

De Pixel 10a is vanaf 5 maart beschikbaar, al kan hij nu al gereserveerd worden. Zoals gezegd luidt de adviesprijs 549 euro - althans, voor de variant met 128 GB aan opslagruimte. Er is ook een model met 256 GB die 649 euro kost. Meer informatie is op de website van Google te vinden.

▼ Volgende artikel
Accountbeheer in Windows: iedereen zijn eigen omgeving
© MG | ID.nl
Huis

Accountbeheer in Windows: iedereen zijn eigen omgeving

Windows biedt uitgebreide mogelijkheden voor accountbeheer, zodat elke gebruiker zijn eigen omgeving heeft en de juiste toegangsrechten krijgt. In dit artikel bespreken we de belangrijkste scenario’s voor thuisgebruik, zoals verschillende accounttypes en aangepaste gebruikersrechten.

In Windows is het onmogelijk om zonder account te werken. Het besturingssysteem heeft namelijk altijd een gebruikerscontext nodig om onderdelen als bureaublad, processen en rechten te laden. Zelfs bij automatische aanmelding of een wachtwoordloos account is er op de achtergrond minstens één account actief. Er bestaan wel verschillende accounttypes, en voor goed accountbeheer is het belangrijk de praktische verschillen te kennen, want elk type heeft eigen mogelijkheden, voordelen en beperkingen. We bekijken daarom grondiger Microsoft- en lokale accounts en het verschil tussen administrator- en standaardaccounts. Daarnaast gaan we in op gast- en familieaccounts. We tonen hoe je op je pc de juiste machtigingen instelt zodat data enkel toegankelijk zijn voor de gewenste gebruikers. We gaan hier uit van Windows 11, maar de meeste technieken werken ook in Windows 10.

Microsoft-account

Microsoft maakt het tijdens de installatie van Windows steeds moeilijker om een lokaal account in plaats van een Microsoft-account te kiezen. Dat is niet verrassend, want zodra je je aanmeldt met een Microsoft-account, koppel je je Windows-profiel aan de Microsoft-cloud. Daarmee kun je instellingen, thema’s, wachtwoorden, bureaubladachtergronden en data synchroniseren tussen apparaten. Je logt ook automatisch in bij diensten als de Microsoft Store, OneDrive, Microsoft 365, Mail en Agenda, Edge en andere. Daarnaast kun je met zo’n account BitLocker-versleuteling activeren voor je systeemschijf en gebruikmaken van ouderlijk toezicht (Microsoft Family Safety). Ben je je wachtwoord vergeten, dan herstel je dit eenvoudig via www.kwikr.nl/passreset. Je ontvangt dan een beveiligingscode waarmee je opnieuw toegang krijgt tot je account.

Het wachtwoord van een Microsoft-account resetten is eenvoudig.
Liever lokaal?

Microsoft moedigt het niet aan om tijdens de installatie een lokaal account aan te maken, en het valt af te wachten of ze deze omwegen in de toekomst zullen blokkeren. Het kan nu nog op de volgende manieren. Start de installatie zonder internetverbinding. Krijg je hierover een melding, druk dan op Shift+F10 en typ het commando oobe\bypassnro. Na de automatische herstart verschijnt de optie Doorgaan met beperkte installatie. Vul vervolgens een lokale gebruikersnaam en wachtwoord in, samen met de antwoorden op drie beveiligingsvragen, zodat de installatie met een lokaal account verloopt. Je kunt na Shift+F10 ook het commando start ms-cxh:localonly uitvoeren om een venster te openen waarmee je een lokale gebruiker aanmaakt. Een andere optie is de gratis tool Rufus (https://rufus.ie/nl), waarmee je een installatie-usb maakt die de verplichte Microsoft-account overslaat. Verwijs naar een Windows-schijfkopiebestand (iso), stel de gewenste opties in, plaats een lege usb-stick en klik op Starten. In het pop-upvenster vink je Verwijder de vereiste voor een online Microsoft-account aan evenals Lokale account met gebruikersnaam aanmaken en vul je de gewenste gebruikersnaam in.

Er zijn nog wel een paar achterdeurtjes om Windows met een lokaal account te installeren, zoals met Rufus.

Lokaal account

Een lokaal account bestaat enkel op je pc, met een combinatie van gebruikersnaam en wachtwoord die alleen daar geldig zijn. Het is niet gekoppeld aan de Microsoft-cloud, zodat geen internet nodig is om je aan te melden. Instellingen en data blijven beperkt tot dat ene toestel en worden niet gesynchroniseerd met andere apparaten. Dit houdt wel in dat bepaalde diensten, zoals het downloaden van apps uit de Microsoft Store of het gebruik van OneDrive, niet beschikbaar zijn. Daar staat tegenover dat een lokaal account je meer privacy en onafhankelijkheid geeft. Het is handig als je bijvoorbeeld geen Microsoft-diensten wilt gebruiken of de pc bewust wilt loskoppelen van online accounts. Bovendien verkleint het risico dat malware je Microsoft-accountgegevens buitmaakt.

Je kunt altijd nog overschakelen naar (of van) een lokaal account.

Lokaal: instellingen

Standaard vraagt Microsoft je tijdens de installatie van Windows om een Microsoft-account te gebruiken. In het kader ‘Liever lokaal?’ vind je tips om dit te omzeilen, maar ook na de installatie kun je nog een lokaal account aanmaken en daarmee inloggen. Open Instellingen, kies Accounts en klik op Andere gebruikers en vervolgens op Account toevoegen. Selecteer Ik beschik niet over de aanmeldgegevens van deze persoon en daarna Gebruiker zonder Microsoft-account toevoegen. Vul de gewenste gebruikersnaam en het wachtwoord (twee keer) in, kies drie beveiligingsvragen met bijbehorende antwoorden of eventueel een wachtwoordhint, en bevestig met Volgende om het lokale account toe te voegen.

Om zo’n gebruikersaccount te wissen, selecteer je dit bij Andere gebruikers en kies je Verwijderen / Account en gegevens verwijderen.

Je kunt ook altijd zelf een lokaal account aanmaken voor jezelf of anderen.

Lokaal: opdrachtprompt

Je kunt accounts ook aanmaken en beheren via de opdrachtprompt, met extra mogelijkheden die niet in Instellingen beschikbaar zijn. Klik met rechts op Opdrachtprompt in het startmenu en kies Als administrator uitvoeren. Om een lokaal account aan te maken gebruik je het commando net user <accountnaam> /add of net user <accountnaam> <wachtwoord> /add om meteen een wachtwoord toe te voegen, bijvoorbeeld net user Toon 654Win!321 /add. Met net user <accountnaam> vraag je de eigenschappen van het account op.

Je kunt ook bepalen dat een standaardgebruiker zijn verplichte wachtwoord niet mag wijzigen en enkel op specifieke tijden kan inloggen, bijvoorbeeld met

net user <accountnaam> /passwordreq:yes /passwordchg:no /times:ma-vr,16:00-21:00;za-zo,9:00-19:00

Vergeet in deze commando’s de schuine strepen (/) niet! De dagafkortingen gaan hier dus wel uit van een Nederlandstalige Windows-omgeving. Om de tijdslimieten te verwijderen gebruik je de parameter /times:all. Een gebruiker verwijderen kan eenvoudig met net user <accountnaam> /delete. De persoonlijke bestanden in de gebruikersmap blijven dan wel staan en kun je eventueel handmatig verwijderen.

Ook vanuit de opdrachtprompt kun je accounts creëren, beheren en verwijderen. 

Administrator-account

We haalden al aan dat er een verschil is tussen een administratoraccount en een standaardaccount, en het is belangrijk dat je dit onderscheid goed kent. Een account met administratorrechten (ook wel adminrechten genoemd) heeft namelijk volledige controle over de pc. Zo’n gebruiker mag software installeren of verwijderen, systeeminstellingen wijzigen, nieuwe gebruikers toevoegen en beveiligingsopties aanpassen. Een administrator kan dus ingrijpende veranderingen aanbrengen die het hele systeem beïnvloeden. Hij heeft in principe ook toegang tot alle lokaal opgeslagen data, zelfs zonder expliciete rechten (zie ook vanaf paragraaf 10). In Windows krijgt het eerste account dat tijdens de installatie wordt aangemaakt automatisch administratorrechten. Dit is logisch, want er moet minstens één gebruiker zijn die het systeem kan beheren, maar dit houdt zeker niet in dat je altijd met administratorrechten moet werken (zie verderop).

Om snel het accounttype te zien van een aangemelde gebruiker ga je naar Instellingen van Windows, kies je Accounts en klik je op Uw info. Gaat het om een administratoraccount dan zie je bovenin, bij je hier aanpasbare profielfoto, de vermelding ‘Administrator’. Voor andere accounts zie je deze melding bij Accounts / Andere gebruikers.

Geen twijfel mogelijk: dit is een administratoraccount.

Standaardaccount 

Een standaardgebruikersaccount heeft beperktere rechten. Zo’n gebruiker kan programma’s draaien en eigen instellingen wijzigen, maar niet zomaar software installeren of kritische systeemwijzigingen uitvoeren. Zodra een standaardgebruiker iets doet dat hogere rechten vereist, zoals een applicatie installeren, verschijnt een venster van het gebruikersaccountbeheer (User Account Control, kortweg UAC) waarin een administrator zijn naam en wachtwoord moet invoeren. Meld je je zelf als administrator aan, dan volstaat doorgaans enkel een bevestiging. Dit mechanisme voorkomt dat een standaardaccount per ongeluk of via malware schadelijke ingrepen uitvoert. Daarom is het veiliger voor dagelijkse taken een standaardaccount te gebruiken en het administratoraccount alleen wanneer dit echt nodig is.

Als administrator kun je instellen hoe vaak dit UAC-venster verschijnt. Typ gebruikersaccountbeheer in de Windows-zoekbalk en start Instellingen voor gebruikersaccountbeheer wijzigen. Standaard staat de schuifknop ingesteld op Alleen een melding geven wanneer apps proberen wijzigingen aan te brengen, wat meestal prima voldoet.

De standaardinstelling van de UAC voldoet normaliter prima.

Accounttype wijzigen

Tijdens de installatie van Windows wordt normaal één account aangemaakt dat automatisch administratorrechten krijgt. Wanneer je met dit account bent aangemeld, kun je het niet zomaar omzetten naar een standaardaccount, tenzij er intussen een ander administratoraccount bestaat.

Je kunt wel een nieuw account aanmaken, ofwel een Microsoft-account of een lokaal account. Zo’n nieuw account is standaard een gewoon gebruikersaccount, maar je kunt het type van andere accounts altijd wijzigen zolang je bent aangemeld als administrator. Open Instellingen, kies Accounts / Andere gebruikers, selecteer het gewenste account en klik op Accounttype wijzigen. Kies vervolgens Administrator of Standaardgebruiker en bevestig met OK.

Dit kan ook via de opdrachtprompt. Gebruikers die je daar hebt toegevoegd zijn standaard gewone gebruikers. Wil je er een administrator van maken, gebruik dan:

net localgroup administrators <accountnaam> /add

om meer rechten te geven. Om er alsnog weer een standaardgebruiker van te maken vervang je hier /add door /delete. Er is altijd minstens één administratoraccount vereist, maar houd het aantal accounts met zulke rechten zo beperkt mogelijk. Heeft een standaardgebruiker tijdelijk beheerdersrechten nodig, dan regel je dit makkelijk zelf even vanuit een UAC-venster.

Aangemeld als administrator kun je het accounttype (van andere gebruikers) altijd nog aanpassen.
Ingebouwde accounts

Windows zelf beschikt over een aantal ingebouwde accounts. Je krijgt deze te zien wanneer je bijvoorbeeld het commando net user op de Opdrachtprompt uitvoert, met net user <accountnaam> krijg je meer details over een specifiek account.

Je merkt hier onder meer de ingebouwde accounts Administrator en Gast op, die standaard beide niet geactiveerd zijn. Je kunt ze zelf actief maken met het commando:

net user <accountnaam> /active:yes (met /active:no

maak je een account weer non-actief), maar daar is doorgaans geen reden voor. Het wordt zelfs een stuk onveiliger als je het beheerdersaccount Administrator zomaar activeert, zeker omdat dit zonder sterk wachtwoord een extra risico vormt. Ook het ingebouwde gast-account activeren is weinig zinvol. Je maakt dan beter zelf een lokaal standaardaccount aan voor tijdelijke gebruikers.

Wil je absoluut het ingebouwde Administrator-account activeren, beveilig het dan met een wachtwoord.

Gastaccount

Het kan gebeuren dat een bezoeker je computer even wil gebruiken. Aanmelden met je eigen account is dan geen goed idee. Je maakt dan beter een apart lokaal standaardaccount aan, zoals hierboven beschreven. Zo’n account heeft standaard geen beheerdersrechten en de bezoeker kan enkel werken in zijn eigen profielmap (C:\Users\<accountnaam>) en eventueel in mappen die expliciet met hem zijn gedeeld via gedeelde mappen of aangepaste machtigingen.

Je kunt ditzelfde gastaccount door meerdere bezoekers laten gebruiken, maar houd er rekening mee dat hun gegevens telkens in dezelfde profielmap terechtkomen, wat privacygewijs niet ideaal is. Je kunt deze bestanden als administrator handmatig verwijderen of eenmalig het PowerShell-script bezoekersprofiel.ps1 uitvoeren. Dit script regelt alles en kun je downloaden via www.kwikr.nl/bprof. Start PowerShell als administrator en voer het volgende commando uit:

powershell -ExecutionPolicy Bypass -File <"volledig_pad_naar_script">

Hiermee maak of activeer je het lokale standaardaccount ‘Bezoeker’ en voeg je in Taakplanner een taak toe die bij elke opstart eventueel de profielmap van dit account verwijdert. Op regel 7 van dit script (bij $Password =) kun je het standaardwachtwoord ‘Bezoeker’ vooraf naar wens aanpassen.

Dit script regelt volautomatisch het aanmaken van een gastaccount en het opschonen van eerdere profielgegevens. 

Familie-account

Wil je een pc in een gezin delen en tegelijk meer controle houden over kinderen of minder ervaren gezinsleden, dan kun je accounts in een familiegroep gebruiken. Log hiervoor in met een Microsoft-account (niet met een lokaal account): dit wordt de beheerder van de groep. Open Instellingen in Windows en kies Accounts / Familie. Klik bij Uw familie op Iemand toevoegen en voer het e-mailadres van het Microsoft-account van je kind in. Heeft het kind nog geen account, kies dan Een account voor een onderliggend item maken en vul e-mailadres, wachtwoord, naam en geboortedatum in. Na een wat omslachtige verificatie wordt het account aan ‘Uw familie’ toegevoegd en kan het kind hiermee inloggen in Windows. Ouderlijk toezicht regel je online op www.kwikr.nl/famaccounts, waar je je met je eigen account aanmeldt. Klik hier op het gewenste kind-account, waarna je onder meer kunt instellen welke websites, apps en games toegankelijk zijn, de schermtijd kunt bepalen en (via Besteding) kunt vastleggen of aankopen in de Microsoft Store mogen gebeuren. Schakel Activiteitenoverzicht in om na te kunnen kijken welke apps of games je kind eerder heeft gebruikt.

Het ‘kind-account’ is toegevoegd en je kunt nu ook ouderlijk toezicht instellen.

Machtigingenbeheer

We schreven al dat een standaardaccount bij het aanmaken enkel binnen zijn eigen profielmap (C:\Users\<accountnaam>) kan werken. Dat komt doordat Windows standaard alleen schrijfrechten toekent op die map (via de zogeheten ACL; Access Control List). Een standaardgebruiker heeft dus geen toegang tot gegevens in andere mappen, zoals profielmappen van andere gebruikers. Er is een uitzondering, want als iemand de pc opstart via een bootstick met een alternatief besturingssysteem als Linux, gelden de NTFS-machtigingen van Windows niet.

Log je in met een administratoraccount, dan kun je wel toegang forceren tot profielmappen van andere gebruikers. Klik even met rechts op zo’n map, kies Eigenschappen en open het tabblad Beveiliging: normaliter verschijnt nu een melding dat je onvoldoende machtigingen hebt. In dit geval hoef je maar te dubbelklikken op die map en met Doorgaan te bevestigen om toch toegang te krijgen. Open je vervolgens nogmaals het tabblad Beveiliging, dan zie je dat, behalve het account van de betreffende gebruiker, ook je eigen account is toegevoegd en dat alle machtigingen in de kolom Toestaan zijn aangevinkt.

Op dezelfde manier maak je een willekeurige andere map toegankelijk voor een ander gebruikersaccount. Klik met rechts op de map, kies Eigenschappen en open Beveiliging. Klik op Bewerken en vervolgens op Toevoegen, typ de gewenste accountnaam, check met Namen controleren en bevestig met OK. Standaard krijgt dit account lees- en uitvoerrechten, maar je kunt in de kolom Toestaan ook Wijzigen en Schrijven aanvinken. Laat de kolom Weigeren ongewijzigd en bevestig met OK.

Quick User Manager

Windows beschikt wel over eigen functies om accounts te beheren, maar de gratis portable tool Quick User Manager (www.kwikr.nl/qum) maakt dit overzichtelijker en biedt extra functies.

Na de start zie je links een overzicht van alle gedetecteerde accounts, inclusief ingebouwde, lokale en Microsoft-accounts, en zowel standaard- als administratoraccounts. Selecteer een account om rechts de beschikbare opties te zien. De meeste instellingen pas je aan met een vinkje, bijvoorbeeld om een account te activeren of deactiveren, een wachtwoord te vereisen of een profielfoto te wijzigen. Bevestig wijzigingen met Save Changes en Yes. Sommige opties vragen iets meer interactie, zoals het aanpassen van een wachtwoord of het verplaatsen van een profielmap. De functie Auto-logon this user laat Windows automatisch opstarten met het gekozen account, en Launch Account Profile Fixer tracht hardnekkige aanmeldproblemen met een specifiek account te verhelpen.

Een handige en overzichtelijke tool voor meer doorgedreven accountbeheer.