ID.nl logo
Tech op de snelweg
© (c)misign ontwerp 2020
Huis

Tech op de snelweg

Als er een ongeluk gebeurd is, hoeft Rijkswaterstaat maar te worden gebeld en de matrixborden op de hele weg kruisen een rijbaan weg. Dat is innovatie die mensenlevens kan redden, want hierdoor worden de betrokkenen beschermd. Er is nog veel meer innovatie te vinden op de snelweg.

We kunnen vandaag de dag niet meer om elektrische auto's heen. Het aantal elektrische auto’s neemt toe en daarmee ook het aantal oplaadpunten om deze wagens van hun brandstof elektriciteit te voorzien. In Zweden wordt dat anders aangepakt. Daar wordt nu getest met een snelweg die in het midden een geaarde rail heeft waarmee elektrische auto’s kunnen worden opgeladen tijdens het rijden. Je auto moet echter wel voorzien zijn van een soort oplaad-arm die contact maakt met de rails. Het is een interessant concept dat al jaren wordt getest. Om alle hoofdwegen in Zweden van deze rails te voorzien moet er 8 miljard euro worden geïnvesteerd, maar dat zou zichzelf (al) na drie jaar terugbetalen.

Ga terug

Het klinkt als iets uit een videogame, maar een waarschuwing krijgen als je tegen de richting inrijdt is werkelijkheid geworden. Ford heeft recentelijk voor de Ford Focus een Wrong Way-alarmeringssysteem ontwikkeld, die je een waarschuwing geeft bij spookrijden. De auto weet dat je aan de verkeerde kant van de weg rijdt door de verkeersbord-herkenning die in de auto is gebouwd. Herkent hij twee ‘ga terug’-borden achter elkaar, dan gaan de alarmbellen af.

Ford kan verkeersborden herkennen dankzij camera’s aan boord, maar als je op de snelweg rijdt kom je ook een aantal camera’s tegen langs de weg. Het is apparatuur met kenteken-herkenning, waarmee de politie gemakkelijk auto’s kan opsporen die een openstaande boete hebben of die zijn gestolen. Deze nummerplaatherkenning wordt ook gebruikt bij trajectcontroles en bij het handhaven van milieuzones in grote steden. De Belastingdienst wil deze kentekengegevens in het Belastingplan van 2019 opnemen voor motorrijtuigenbelasting.

©Frans | stock.adobe.com

Er wordt ook gekeken naar hoe de verlichting van de snelweg beter kan. Op de N329 bij Oss stonden de lantaarnpalen lange tijd niet aan, omdat het asfalt werd verlicht door lichtgevende strepen op de weg. Die strepen zijn gemaakt met glow-in-the-dark-verf - gemaakt van hetzelfde materiaal als die glow-in-the-dark-sterren voor op je kinderkamer. Bij gladheid werd het pas echt interessant op deze weg, want er verschenen iconen van sneeuwvlokjes op de weg als er kans is op gladheid. Dat kwam omdat er verf is gebruikt die van kleur verandert door de temperatuur en dan blauw oplicht. Inmiddels wordt er op deze snelweg van de toekomst led-verlichting gebruikt om aan te geven waar de weg is.

De energieneutrale tunnel

Er komt een weg tussen de A13 en A16 bij Rotterdam - en dat is op zich een doodnormale snelweg - waarbij er een energieneutrale tunnel wordt gebouwd. Dat is een wereldprimeur. Een flinke autotunnel verbruikt dagelijksmeer dan duizend huishoudens aan energie . Dat is te wijten aan de verlichting, maar ook de ventilatie, matrixborden, computers en brandpreventie. Om te besparen op verlichting is er een witte laag aangebracht waardoor het zonlicht extra gereflecteerd wordt. In de energieneutrale tunnel wordt er gelijkspanning gebruikt op grote schaal, wat energie bespaart omdat het niet eerst hoeft te worden omgezet naar wisselstroom. En dan is er ook nog zonne-energie: dankzij 20.000 zonnepanelen moet de tunnel net zoveel energie genereren als dat het verbruikt.

Zonnepanelen worden ook gebruikt op de vluchtstrook van de A2. Je kunt er veilig en wel overheen rijden en er wordt nu gekeken of zonnepanelen een duurzame oplossing kunnen zijn om onze borden en lichten van stroom te voorzien. Op de A2 is de verlichting tevens vervangen door led-verlichting, wat 241.600 kilowattuur per jaar aan stroom zou besparen. Er wordt in Nederland ook gekeken naar zonnecellen in geluidsschermen, zoals bijvoorbeeld is gepresenteerd in Pijnacker-Nootdorp.

Kortom, er wordt op verschillende manieren geïnnoveerd op onze snelwegen. Het wordt steeds belangrijker dat verkeersborden goed duidelijk zijn voor als er toch ooit autonome auto’s zullen rijden, maar vooralsnog wordt er ook goed geïnnoveerd op de weg voor auto’s met menselijke bestuurders.

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos