ID.nl logo
Huis

Responsible disclosure: alles over ethisch hacken

Een groeiend aantal bedrijven maakt gebruik van een responsible disclosure-beleid voor het afhandelen van datalekken. Volgens ethische hackers is dat een goede zaak, maar ‘RD-beleid’ is bepaald niet zonder fouten. In dit artikel gaan we daar wat dieper op in.

Mischa van Geelen was dertien jaar toen hij een lek in de website van VakantieVeilingen ontdekte. Het was het eerste lek dat hij ooit zelf ontdekte, en hij heeft er nu – vijf jaar later – meer dan 500 op zijn naam staan. Nog steeds vindt hij regelmatig softwarelekken in websites of bij bedrijven. Daarbij doorloopt hij de routine die zowel hij als het bedrijfsleven heeft verfijnd: een melding doen bij de juiste persoon, een duidelijke beschrijving van het probleem aandragen en een mogelijke oplossing voorstellen.

Inmiddels loopt hij tegen minder muren aan dan vroeger, toen responsible disclosure nog maar voor een handjevol bedrijven gebruikelijk was. Anno 2017 hebben veel bedrijven op een of andere manier spelregels opgesteld om ethische hackers tegemoet te komen. En terecht, want door datalekken op een nette en verantwoordelijke manier af te handelen voorkom je dat mensen misbruik maken van bugs in je systeem. Bovendien laat je aan de buitenwereld zien dat je professioneel met je it-security omgaat.

Whitehat-hackers

Van Geelen noemt zich inmiddels ‘ethisch hacker’, een titel die veel whitehat-hackers en beveiligingsonderzoekers die aan responsible disclosure doen zichzelf aanmeten. Hun dagelijks werk is in veel gevallen op een of andere manier gerelateerd aan het zoeken naar datalekken: ze werken freelance of in dienst als beveiligingsconsultants, of ze werken in de informatica. In sommige gevallen is het opsporen van datalekken deel van hun werk als pen-testers (‘penetration testers’), maar één ding hebben ze vrijwel allemaal gemeen: het ‘responsible disclosen’ van datalekken doen ze vrijwillig, vanuit een gevoel voor ethiek en een liefde voor veiligheid.

Steeds meer Nederlandse bedrijven tonen interesse in responsible disclosure als beveiligingsmethode. Het kan immers helpen veiliger te blijven tegen datalekken door juist samen te werken met hackers in plaats van ze als de vijand te zien. Bij responsible disclosure houden bedrijven en hackers zich zoals gezegd aan een aantal spelregels voor het melden van kwetsbaarheden in websites of systemen. Op die manier kunnen datalekken op een verantwoorde manier worden doorgegeven, wat moet leiden tot veiliger ict.

Veel van die spelregels liggen voor de hand: een hacker mag vrijelijk rondneuzen in een systeem zonder daarvoor te worden aangepakt, maar moet het bedrijf dan wel tijd geven een lek te dichten zonder het vroegtijdig openbaar te maken. Vanzelfsprekend mag daarbij geen schade aan het systeem worden veroorzaakt en mag de hacker geen persoonsgegevens kopiëren, als hij die vindt.

Een hacker mag vrijelijk rondneuzen in een systeem, maar moet ook tijd geven om het lek te dichten

-

Een responsible disclosure-beleid kan per bedrijf verschillen, maar er zijn een paar regels die (bijna) altijd naar voren komen.

Garantie: De belangrijkste afspraak is de garantie dat het bedrijf het lek actief dicht en geen aangifte doet, en dat de hacker zich aan de afgesproken regels van het bedrijf houdt.

Uitleg: Een hacker moet het lek zo duidelijk mogelijk uiteenzetten, op een manier die volledig te reproduceren is.

Tijdspanne: Er moet een redelijke tijd zijn een lek te dichten: niet te lang, niet te kort. Houdt een bedrijf zich niet aan die tijd, dan mag de hacker het lek openbaar maken.

Houd het heel: Een hacker mag geen ddos- of bruteforce-aanvallen uitvoeren om een lek te ontdekken, geen gegevens kopiëren en niets in het systeem kapotmaken of permanent veranderen.

Scope: Een bedrijf geeft van tevoren aan welke onderdelen wel of juist niet beschikbaar zijn om kwetsbaarheden over te melden. Testomgevingen zijn bijvoorbeeld vaak uitgesloten van deelname en lekken in systemen met persoonsgegevens worden vaak urgenter behandeld of beter beloond.

Nationaal Cyber Security Centrum-leidraad

Het is moeilijk te zeggen hoeveel bedrijven in Nederland inmiddels een actief RD-beleid hebben. In elk geval maken alle Nederlandse overheidsinstellingen gebruik van een dergelijk beleid, verzameld onder de leidraad van het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC). De grote banken hebben eveneens een eigen beleid, net als de NS en de meeste verzekeraars. Grote bedrijven lijken steeds meer heil te zien in het tegemoetkomen van hackers die datalekken ontdekken en dat op een verantwoordelijke manier willen melden.

Maar belangrijker dan het aantal beleidsmaatregelen dat wordt opgesteld, is de houding van die bedrijven. “Toen ik vijf jaar geleden een melding deed bij ABN Amro, hadden ze geen responsible disclosure-beleid beschikbaar”, vertelt Mischa van Geelen. “Ze reageerden er zelfs heel vijandig op. ‘Wie ben jij? En waarom vertel je ons hoe we onze beveiliging moeten regelen?’, vroegen ze.” Volgens Van Geelen zien bedrijven anno 2017 de waarde van responsible disclosure in, onder meer omdat het niet meer de vraag is óf, maar wannéér je wordt gehackt.

Die manier van werken slaat bij steeds meer bedrijven aan. Het is namelijk een relatief goedkope manier om gaten in software op te sporen, zonder dat je daar een peperduur team aan pen-testers op hoeft los te laten en zonder dat je ontwikkelaars dagen kwijt zijn met bugfixes. Aan de andere kant geeft het hackers de kans hun eigen kennis op niveau te houden en dient het als een waardevol visitekaartje.

Veel hackers zijn immers blij met de mogelijkheid om een lek op een correcte manier te melden, zonder daarbij in de problemen te komen. Niettemin is responsible disclosure verre van perfect. Zoals je verderop kunt lezen, draait het idee volledig om wederzijds vertrouwen, zonder enige garanties dat de spelregels worden nageleefd.

Binnen de tijd

©PXimport

Een belangrijk punt in een RD-beleid is de tijd die een hacker het bedrijf gunt om een lek te dichten. In de meeste gevallen wordt die vooraf gespecificeerd in het beleid, maar bij uitzonderlijke situaties kan er ook in overleg een andere tijdspanne worden afgesproken. Met zo’n afspraak weten beide partijen waar ze aan toe zijn: de hacker weet daarmee dat zijn lek serieus wordt genomen en het bedrijf heeft een belangrijke motivatie om het lek ook daadwerkelijk te dichten – anders wordt het openbaar gemaakt en kan het makkelijk worden misbruikt. Maar wat is een realistische tijdspanne om een bug te fixen? En wie bepaalt dat? Als de hacker die het lek ontdekt daar anders over denkt dan het bedrijf, kan dat frictie opleveren.

Dat gebeurde bijvoorbeeld tijdens de Heartbleed-bug die begin 2014 werd ontdekt in OpenSSL. Het Finse onderzoeksbedrijf Codenomicon besloot Heartbleed wel te melden aan onder meer CloudFare, maar niet aan andere grote webdiensten die eveneens van OpenSSL gebruikmaakten. Daardoor werd een groot deel van het internet kwetsbaar voor de bug toen die eenmaal openbaar werd gemaakt.

Volgens sommige critici had Heartbleed dan ook niet zozeer met responsible disclosure te maken, maar met marketing van een tot dan toe relatief obscuur Fins beveiligingsbedrijf dat na bekendwording van het lek internationale aandacht kreeg. Codenomicon vond dat het rechtvaardig handelde door het lek te melden aan het Finse National Cyber Security Center, maar de afhandeling leidde tot een discussie over hoelang onderzoekers moeten wachten voordat zij een lek openbaar maken en aan wie je dat allemaal moet melden. Wie heeft dan de sterkste hand?

Beloning voor ethisch hacken

En daar komt de ethiek om de hoek kijken, zowel de kracht als de achilleshiel van responsible disclosure. Een goed RD-beleid zorgt dat het bedrijf een hacker tegemoetkomt, én andersom. Het mes moet in zo’n geval aan twee kanten snijden, maar buiten een ‘gentlemen’s agreement’ biedt een responsible disclosure-beleid geen enkele juridische garanties. In theorie kan een bedrijf ook na het repareren van een datalek aangifte doen tegen een hacker, en niets weerhoudt de hacker ervan om het lek alsnog vroegtijdig openbaar te maken. Je kunt je daarom afvragen wat de reden is dat hackers daaraan zouden meedoen.

Terwijl bedrijven een RD in de regel opstellen uit praktische of financiële overwegingen, doen whitehat-hackers voornamelijk aan RD voor de eer – al speelt er voor hackers wel meer dan alleen hun gevoel voor rechtvaardigheid en ethisch besef. Loran Kloeze, een ethisch hacker die onder meer bekend werd toen hij liet zien dat de Stemwijzer lek was, zegt dat ook hackers niet helemaal altruïstisch te werk gaan. “Hackers dragen het aantal RD’s op hun naam als een eremedaille, iets waarmee je kunt laten zien hoe goed je bent. Opdrachtgevers of klanten kijken juist daarnaar, niet naar een diploma. Een groot aantal disclosures op je naam is waardevoller dan welke opleiding dan ook.”

Daarom is een ‘hall of fame’ ook zo belangrijk. Daarop wordt een overzicht geplaatst van de hackers die een lek hebben gevonden en een korte beschrijving met wat er precies is gerepareerd. Niet dat zo’n website veel bezoekers trekt, maar dat is ook niet de bedoeling. Ethisch hackers kunnen zulke vermeldingen in hun eigen portfolio opnemen om te laten zien wat ze waard zijn.

©PXimport

Responsible disclosure gaat doorgaans gepaard met een beloning, maar wat dat concreet inhoudt, verschilt per bedrijf. Soms is het een klein geldbedrag, soms een t-shirt of een ander cadeautje –PCM-uitgever Reshift geeft bijvoorbeeld soms een Raspberry Pi-pakket weg voor het melden van een lek. Eigenlijk doet de aard van de beloning er ook niet toe, vindt Van Geelen. Toen hij een aantal jaren geleden na heel lang mailen en overtuigen een cadeaubon kreeg voor het melden van een lek bij ABN Amro (dat toen nog geen officieel RD-beleid had), voelde hij zich afgescheept.

“Ze bleven maar vragen: ‘Wat wil je dán?’ Ze begrepen het maar niet. Het ging me helemaal niet om die cadeaubon of om geld, of wat dan ook. Het enige wat ik wilde, is een oprecht bedankje.” Het is een sentiment dat bij meer hackers speelt. Serieus genomen worden, voelen alsof je hebt bijgedragen aan een veiliger wereld. Daarom was Van Geelen ook blijer met zijn eerste hack op VakantieVeilingen. Daarvoor kreeg hij niet alleen een cadeaubon, maar ook een stage aangeboden – iets waar hij in zijn verdere carrière veel meer aan heeft gehad dan aan een geldbedrag.

Loran Kloeze onderschrijft het feit dat de beloning niet het belangrijkst is. Kloeze richt zich sowieso grotendeels op overheidsinstellingen, en die geven geen geldbedragen weg maar enkel t-shirts. “Je doet het vanuit je ethisch besef en het feit dat je de wereld een stukje veiliger wilt maken.”

Geld verdienen met ethisch hacken

Toch is er een groeiende groep hackers die probeert te leven van dergelijke datalekken, al heb je het dan al snel over ‘bug bounty’s’ – een op het eerste gezicht identieke, maar toch iets andere tak van sport. Het zijn vooral grote techbedrijven met miljoenen gebruikers die geld over hebben voor het spotten van datalekken. Apple was daar vrij laat mee en begon pas halverwege 2016 met het uitloven van premies voor het vinden van bugs. Toch is Apple een van de interessantere bedrijven om datalekken bij te melden. Een lek in de boot firmware van iOS levert bijvoorbeeld al 200.000 dollar op.

Op die manier zijn er hackers die volgens Kloeze kunnen leven van hun bug bounty’s. “Als je wekelijks een bug van 250 euro vindt en eens per jaar een écht grote, dan kun je daar prima van leven.”

Daar staat tegenover dat het tegenwoordig steeds lucratiever wordt om bugs aan derde partijen te verkopen. Bedrijven zoals Zerodium bieden bijvoorbeeld het viervoudige van Apple voor eenzelfde lek in iOS. En voor een hacker is er maar één ding dat hem laat kiezen tussen 200.000 dollar van Apple en 1 miljoen van Zerodium: zijn gevoel. Kloeze: “Uiteindelijk wil je toch elke avond rustig slapen, en dat wordt voor velen een stuk lastiger als ze weten dat hun lek kan worden gebruikt door een regime als Noord-Korea. Net als gewone criminaliteit kun je ook hier de afweging maken, en dan is de vraag hoever je bereid bent te gaan.”

Volgens Mischa van Geelen zit het verschil hem voornamelijk in de houding van de hacker. “Bug bounty’s doe je voor het geld, maar responsible disclosure doe je vanuit een gevoel voor ethiek. Bovendien maakt het voor veel hackers ook niet uit of ze er geld voor krijgen; dat verdienen ze vaak ook wel met consultancy-werk.” En daarbij is een goed portfolio, met veel RD’s op je naam, juist een goed visitekaartje.

Er is ook een aantal bedrijven dat op professionele schaal op zoek gaat naar lekken, zoals Google, dat permanent beveiligingsonderzoekers in dienst heeft op de Project Zero-divisie. Project Zero komt regelmatig in het nieuws als het een lek heeft gevonden bij bijvoorbeeld Microsoft, waar de softwaregigant dan niet tijdig iets aan heeft gedaan.

Grijs gebied

Responsible disclosures bevatten in de meeste gevallen een belangrijke clausule over aansprakelijkheid, maar de regels rondom hacken en verantwoordelijkheid stroken niet altijd even goed met elkaar. Loran Kloeze zegt bijvoorbeeld alleen aan RD te doen met bedrijven die al een beleid hebben. Hij kijkt daarom met name op sites van de overheid, omdat die in samenwerking met het NCSC een duidelijk beleid heeft opgesteld dat voor alle sites geldt. Als een website of bedrijf dat niet heeft, komt Kloeze er niet aan. Om één simpele reden: hij wil niet in de problemen komen. “Een responsible disclosure-beleid nodigt een hacker uit om zonder angst voor repercussies op zoek te gaan naar een lek. Als er niet zo’n beleid is, dan heb je niks op zo’n website te zoeken.”

Volgens Kloeze is het überhaupt niet mogelijk om een datalek te vinden zonder dat je actief in een systeem loopt te porren, dus iedereen die een lek vindt in een website waar geen RD van toepassing is, is volgens hem per definitie al fout. “Als je een website gebruikt zoals die bedoeld is en dan een fout ontdekt, ja, dan mag je inderdaad wel even een mailtje sturen met ‘joh, let hier eens op’. Maar dat is vrijwel nooit het geval. Om een bug te vinden, moet je actief zoeken, testen, reproduceren en verschillende dingen proberen. Dan ben je al heel snel ongeoorloofd aan het rondneuzen op een systeem waar je niks te zoeken hebt, omdat je er niet voor bent uitgenodigd.”

Om een bug te vinden, moet je actief zoeken, testen, reproduceren en verschillende dingen proberen

-

Juridisch gezien is een responsible disclosure-beleid niet sluitend. Het zegt niks, behalve dan dat het bedrijf geen intentie heeft je te vervolgen – maar ook dat kan gewoon veranderen. Bovendien heeft het OM daar niets mee te maken, zegt Kloeze. “Dat kan altijd nog besluiten achter je aan te gaan, al is dat onwaarschijnlijk.” Er zijn nog geen gevallen bekend van veroordelingen voor hacking waarbij gebruik werd gemaakt van responsible disclosure.

Daar is Mischa van Geelen het niet mee eens. Hij ziet het beleid van het NCSC juist als richtlijn om als ethisch hacker te opereren – of een bedrijf nu een beleid heeft of niet. “Zolang je het volgens de regels speelt, moet je een lek gewoon kunnen melden. Dan houd je je natuurlijk aan alle regels: je zorgt dat je niks stuk maakt, dat je je lek niet openbaar maakt ... Als je dat doet, vind ik dat je het gewoon moet kunnen melden.”

Volgens het NCSC ligt de situatie iets genuanceerder en is de leidraad vooral bedoeld om bedrijven te stimuleren hun eigen beleid op te zetten, maar houdt het OM per geval wel rekening met ‘proportioneel en subsidiair handelen’.

Meerwaarde van responsible disclosure

De meeste hackers vinden dat responsible disclosure waardevol kan zijn voor bedrijven, al vindt Kloeze wel dat dat proportioneel moet zijn. “Voordat je meteen zo’n beleid opstelt, moet je je eerst afvragen of je dat überhaupt wel nodig hebt. De slager om de hoek heeft daar doorgaans weinig aan, maar dat verandert als hij bijvoorbeeld een koelcel heeft die hij via internet kan aansturen, of als hij een klantensysteem begint.”

Een responsible disclosure-beleid moet dan ook in verhouding staan met de data die je verwerkt, maar omdat steeds meer bedrijven in toenemende mate gebruikmaken van persoonlijke data, groeit de vraag naar een goede omgang eveneens. Niet alleen juridisch (bijvoorbeeld door de meldplicht datalekken), maar ook ethisch, zoals een goed RD-beleid.

Waar de hackers het eens zijn over de meerwaarde van zo’n beleid, zetten de meeste ook kanttekeningen bij de effectiviteit. Het is nooit dé definitieve oplossing voor het beveiligingsprobleem, denkt Mischa van Geelen. “Responsible disclosure is alsof je met hagel op je systemen gaat schieten, in de hoop dat er iets wordt geraakt. Je moet er nooit van uitgaan dat je daarmee volledig veilig wordt.”

Hij zegt daarom dat een goed RD-beleid eerder een toevoeging op het bestaande beveiligingsbeleid moet zijn. Dat bevestigt het NCSC: “Organisaties zijn zelf verantwoordelijk voor hun beveiliging, maar goede beveiliging is zo sterk als je zwakste schakel. RD kan een zeer belangrijke bijdrage leveren aan het ontdekken van zulke zwakke plekken.”

Daarnaast is het belangrijk te onthouden dat responsible disclosure-meldingen altijd door vrijwilligers worden gedaan, en dat die je niets verplicht zijn. Ze kunnen daarom nooit garanderen dat ze alle gaten uit je systeem vissen, maar een oprecht bedankje is wel het minste wat je voor ze kunt doen.

Responsible disclosure-beleid opzetten

Wil je tot slot voor je eigen bedrijf een responsible disclosure-beleid (helpen) opzetten? Denk dan aan de volgende zaken:

Scope: Geef aan welke onderdelen een hacker mag testen en welke niet. Vallen daar bijvoorbeeld ook testomgevingen onder?

Beloning: Bedenk welke beloning je een hacker geeft. Is dat een geldbedrag, een t-shirt of iets unieks van jouw bedrijf? Zorg ook dat je bepaalt voor welke meldingen je welke beloning geeft: niet alle lekken hoeven gelijkwaardig te worden behandeld.

Wall of fame: Hackers gebruiken een RD-melding ook op hun cv. Kom ze tegemoet door een publieke wall of fame op te stellen met wie je heeft geholpen met welk probleem.

Doe een pen-test: Als je je systeem meteen toegankelijk maakt voor iedereen, kan dat al snel tot veel reacties leiden. Laat je bedrijf daarom eerst pen-testen door een professioneel bedrijf, zodat de belangrijkste gaten kunnen worden gedicht.

Laat je RD-beleid nakijken: Er zijn genoeg ethische hackers die, al dan niet betaald, een RD-beleid voor je kunnen opstellen of er op z’n minst doorheen kunnen lopen.

Wees eerlijk: Wees eerlijk over je bug-fixes en je progressie. Houd de hacker op de hoogte, ook als het repareren onverhoopt langer duurt dan verwacht.

▼ Volgende artikel
CES 2026: Acer brengt razendsnelle wifi 7 en 5G naar je woonkamer en onderweg
© Acer
Huis

CES 2026: Acer brengt razendsnelle wifi 7 en 5G naar je woonkamer en onderweg

Op zoek naar de ultieme verbinding? Acer onthult tijdens CES vier nieuwe netwerkproducten met de nieuwste wifi 7- en 5G-technologie. Van een krachtige Predator-router voor gamers tot slimme mesh-systemen en een mobiele hotspot.

Acer heeft tijdens CES in Las Vegas het assortiment aan netwerk- en connectiviteitsproducten uitgebreid met vier nieuwe apparaten. Het gaat om een 5G CPE-router gericht op gaming, twee wifi 7 mesh-routers voor thuis en kleine kantoren, en een draagbare 5G-hotspot voor mobiel gebruik. Met deze introducties speelt de fabrikant in op de eeuwige vraag naar snellere en stabielere verbindingen, zowel binnenshuis als onderweg. Alle aangekondigde producten maken gebruik van de laatste wifi 7- en 5G-technologieën en zijn bedoeld voor diverse gebruiksscenario's, zoals vaste thuisnetwerken tot flexibel werken op locatie.

©Acer

De Predator Connect X7S 5G kan overweg met 5G én wifi 7.

5G en wifi 7 in één router

De Predator Connect X7S 5G CPE is een router voor gebruikers die hoge eisen stellen aan netwerkprestaties, zoals gamers en streamers. Het apparaat combineert mobiele 5G-connectiviteit met tri-band wifi 7, waarbij gebruik wordt gemaakt van de 2,4GHz-, 5GHz- en 6GHz-banden. Hierdoor kan de router volgens Acer downloadsnelheden tot 4,67 Gbps via 5G ondersteunen, wat vooral relevant is op locaties waar glasvezel ontbreekt of beperkt beschikbaar is. Door meerdere banden tegelijk te benutten, kan de verbinding stabiel blijven wanneer meerdere apparaten actief zijn.

Naast de draadloze mogelijkheden beschikt de Predator Connect X7S over functies die gericht zijn op het beheren van netwerkverkeer. Via Hybrid Quality of Service en ondersteuning voor Intel Killer Prioritization Engine kan bandbreedte worden toegewezen aan toepassingen die gevoelig zijn voor vertraging, zoals online games of videostreaming. De router ondersteunt zowel 5G als 4G LTE via een nano-SIM en kan daarnaast overschakelen naar een bekabelde 2,5 Gbps Ethernet WAN-verbinding als back-up. Daarmee is het apparaat bedoeld als centrale netwerkoplossing voor vaste én mobiele internetverbindingen binnen één huishouden.

©Acer

De Acer Connect Ovia T360 (links) en de T520 (rechts) zijn wifi 7 mesh-routers voor appartementen en middelgrote woningen.

Mesh-routers voor woningen en kleine kantoren

Voor vaste netwerken introduceert Acer de Connect Ovia T360 en T520, twee wifi 7 mesh-routers met verschillende configuraties. De T360 is een dual-band model dat gebruikmaakt van 2,4 GHz en 5 GHz en per knooppunt een dekking tot circa 90 vierkante meter biedt. Deze uitvoering richt zich vooral op appartementen en kleinere woningen waar een stabiele basisdekking volstaat. De T520 voegt daar een extra 6GHz-band aan toe en vergroot de dekking per knooppunt tot ongeveer 110 vierkante meter, wat deze router geschikter maakt voor grotere woningen of omgevingen met veel gelijktijdige verbindingen.

Beide mesh-systemen zijn ontworpen om dode zones in huis of kantoor te verminderen door meerdere knooppunten te laten samenwerken. Ondersteuning voor wifi 7-functies zoals Multi-Link Operation maakt het mogelijk om meerdere frequentiebanden tegelijk te gebruiken, wat kan bijdragen aan lagere latentie en een hogere doorvoersnelheid. Extra knooppunten kunnen eenvoudig worden toegevoegd, waarbij apparaten automatisch overschakelen naar het sterkste signaal wanneer gebruikers zich door de ruimte bewegen. Naast draadloze verbindingen bieden de routers ook snelle LAN- en WAN-poorten voor apparaten die je liever bekabeld gebruikt.

©Acer

Met de Acer Connect M4D geniet je (bijna) overal ter wereld van een snelle internetverbinding.

Mobiele hotspot voor onderweg

Met de Connect M4D 5G Mobile WiFi richt Acer zich op gebruikers die ook buiten huis of kantoor een fatsoenlijke internetverbinding willen. Deze compacte hotspot kan een 5G-verbinding delen met maximaal zestien apparaten tegelijk via dual-band wifi 6. Dat maakt het apparaat geschikt voor zakelijk reizen, woon-werkverkeer of situaties waarin tijdelijk een eigen netwerk nodig is. De ingebouwde batterij heeft volgens Acer een gebruiksduur tot 15 uur, wat genoeg moet zijn voor een volledige werkdag zonder opladen.

De M4D ondersteunt verschillende SIM-opties, waaronder nano-SIM, eSIM en virtuele SIM, waardoor gebruikers tussen providers en regio's kunnen wisselen zonder van hardware te veranderen. Je kunt het apparaat ook inzetten als wifi-extender of via usb-tethering koppelen aan laptops met verschillende besturingssystemen. Met het optionele dockingstation verander je de hotspot in een compacte vaste router met een bekabelde LAN-aansluiting. Op het gebied van beveiliging zijn onder meer WPA2- en WPA3-codering, firewallfuncties en vpn-ondersteuning aanwezig, terwijl software-updates automatisch via het netwerk worden uitgevoerd.

Centraal beheer en beveiliging

Alle nieuwe Predator- en Acer Connect Ovia-producten maken gebruik van dezelfde Acer Connect-app voor installatie en beheer. Via deze app kun je mesh-knooppunten configureren, verbonden apparaten beheren en gastnetwerken instellen via een smartphone. Daarnaast biedt Acer een uniforme set beveiligingsopties, waaronder WPA3-versleuteling, ouderlijk toezicht en firewall-instellingen.

Alle hierboven genoemde apparaten worden in juni in de Benelux verwacht. Exacte prijzen en definitieve specificaties volgen. Volgens Acer wordt aanvullende informatie over lokale beschikbaarheid en configuraties later via de regionale verkoopkanalen bekendgemaakt.

▼ Volgende artikel
Waar voor je geld: 5 goede en krachtige laptops tot 600 euro
© ID.nl
Huis

Waar voor je geld: 5 goede en krachtige laptops tot 600 euro

Bij ID.nl zijn we gek op producten waar je niet de hoofdprijs voor betaalt. Daarom speurt de redactie een aantal keer per week naar zulke deals. Na de kerstvakantie gaat iedereen weer naar school en werk en is het misschien wel tijd voor eenieuwe laptop. Wij vonden voor de start van 2026 vijf uiteenlopende laptops voor niet meer dan 600 euro.

Op zoek naar een nieuwe laptop, bijvoorbeeld voor school of studie? Er is ruime keuze, maar welke laptop moet je nu hebben zonder teveel geld uit te geven? Wij vonden een vijftal betaalbare laptops met uitstekende prestaties.

De snel veranderende laptopmarkt

Dit artikel geeft een momentopname van laptops die ten tijde van publicatie een goede prijs-kwaliteitverhouding boden. De technologische ontwikkelingen en de prijzen in de laptopmarkt veranderen echter razendsnel.

Controleer altijd de actuele prijzen, specificaties en beschikbaarheid van de laptops. Daarnaast kan het zijn dat het model bij aankoop al veranderd is wat betreft de prestaties en specificaties. Laat je daarom bij de aankoop altijd goed informeren over de eigenschappen van de laptop.

MSI Modern 15 F13MG-473NL 

Met zijn comfortabele 15,6‑inch scherm biedt de MSI Modern 15 een fijne werkruimte voor wie graag overzicht houdt. Perfect voor multitasken, tekstverwerken of genieten van een film zonder in te leveren op draagbaarheid. De Intel Core i3-processor is van de recente 13e generatie, waardoor deze laptop in tegenstelling tot oudere modellen helemaal bij de tijd is qua efficiëntie. Dit maakt het voor dagelijks gebruik en studie een heel aantrekkelijke laptop. Wat wel iets is om rekening mee te houden: het werkgeheugen is standaard 8 GB; dit kan bij veel open tabbladen of zwaardere programma's al snel aan de krappe kant zijn, maar gelukkig kun je het geheugen uitbreiden tot 16 GB.

Processor: Intel Core i3-1315U (13e generatie)
Werkgeheugen: 8 GB (uitbreidbaar)
Opslag: 512 GB SSD
Beeldscherm: 15,6 inch

HP  15‑fd0951nd

De HP 15‑fd0951nd combineert moderne prestaties met een strak ontwerp. Binnenin draait een Intel Core i5‑processor van de 13e generatie, aangevuld met 8 GB RAM en een snelle 512 GB SSD. Ideaal voor werken met documenten, browsen en videobellen in hoge kwaliteit. Het 15,6‑inch Full HD‑beeldscherm biedt voldoende scherpte en ruimte voor comfortabel gebruik, en extra’s zoals een webcam met privacy-schuifje, ruisonderdrukking en een vingerafdrukscanner maken deze laptop net iets slimmer dan de gemiddelde allrounder. Wil je meer werkgeheugen, dan kun je de interne geheugenmodule vervangen door een 16 GB SO-DIMM-module, er is één enkel slot aanwezig. De SSD-opslag is tot 1 TB uit te breiden.

Processor: Intel Core i5-1334U
Werkgeheugen: 8 GB (uitbreidbaar tot 16 GB)
Opslag: 512 GB SSD (uitbreidbaar tot 1 TB)
Beeldscherm: 15,6 inch

ASUS Vivobook Go 14 E1404FA

De ASUS Vivobook Go 14 is een handige, compacte laptop die opvallend makkelijk mee te nemen is. Met zijn lichte behuizing en 14‑inch scherm is hij gemaakt voor onderweg of flexibel thuiswerken. De prestaties zijn prima afgestemd op dagelijkse taken zoals tekstverwerking, internetten en streamen, en dankzij het efficiënte ontwerp werk je stil en zonder afleiding. De vormgeving is modern en praktisch, zonder overbodige franje – gewoon een betrouwbare laptop die doet wat je ervan verwacht. Geheugen uitbreiden is niet mogelijk, wel kun je de interne M.2-ssd vervangen door een exemplaar van maximaal 2 TB.

Processor: AMD Ryzen 5 7520U
Werkgeheugen: 8 GB (niet uitbreidbaar)
Opslag: 512 GB SSD (uitbreidbaar tot max 2 TB)
Beeldscherm: 14 inch

HP 15-fd0651nd

De HP 15-fd0651nd is een budgetvriendelijke, betrouwbare keuze voor dagelijks gebruik, zoals administratie, studie en het streamen van media. Het apparaat beschikt over een 15,6 inch Full HD-scherm, wat zorgt voor scherp beeld bij het werken of video's kijken. Dankzij het matte scherm heb je minder last van reflecties, en de helderheid van 300 nits is netjes voor deze prijsklasse. De laptop wordt aangedreven door een Intel Core i5-1334U processor uit de 13e generatie. Samen met 8 GB werkgeheugen en een 512 GB SSD biedt dit vlotte prestaties voor multitasken en snelle opstarttijden. Voor zware grafische taken of zware games is hij minder geschikt vanwege de geïntegreerde videokaart, maar voor huis-tuin-en-keukengebruik is hij krachtig genoeg. Een pluspunt is de focus op duurzaamheid: de behuizing bevat gerecycled plastic en de laptop is Energy Star-gecertificeerd. Ook handig zijn de ondersteuning voor snelladen (HP Fast Charge: 50% in ca. 45 min) en de aanwezigheid van een numeriek toetsenblok.

Processor: Intel Core i5-1334U
Werkgeheugen: 8 GB (niet uitbreidbaar)
Opslag: 512 GB PCIe NVMe M.2 SSD
Beeldscherm: 15,6 inch

Asus Vivobook 17

De Asus Vivobook 17 is een solide laptop voor thuisgebruik en alledaagse kantoortaken, met als meest opvallende eigenschap het grote 17,3 inch Full HD-scherm. Dankzij het IPS-paneel heb je goede kijkhoeken en kleurweergave, wat prettig is voor het kijken van films of werken in spreadsheets. Onder de motorkap zit een Intel Core i5-1235U processor van de 12e generatie. In combinatie met de 512 GB SSD zorgt dit ervoor dat de laptop vlot opstart en programma's snel reageren. Het werkgeheugen van 8 GB is voldoende voor standaard multitasking, maar kan voor zwaardere gebruikers wat krap aanvoelen (gelukkig is dit uitbreidbaar tot 16 GB).

Het design is afgewerkt in de kleur 'Quiet Blue' en beschikt over praktische functies zoals een fysiek schuifje voor de webcam (privacy), een scharnier dat 180 graden open kan, en een verlicht toetsenbord.

Processor: Intel Core i5-1235U
Werkgeheugen: 8 GB (uitbreidbaar tot 16 GB)
Opslag: 512 GB SSD
Beeldscherm: 17,3 inch