ID.nl logo
Pixelvrij ontwerpen: met Inkscape maak je de mooiste vectoren
© MclittleStock - stock.adobe.com
Huis

Pixelvrij ontwerpen: met Inkscape maak je de mooiste vectoren

Voor het ontwerpen van illustraties of logo’s kun je eigenlijk niet zoveel beginnen met tools als Photoshop of GIMP. Je bent veel beter af met een programma als het gratis Inkscape.

In dit artikel vertellen we hoe je in Inkscape vectorafbeeldingen kunt creëren:

  • Maak gebruik van gereedschappen zoals de Rectangle Tool, Pencil Tool en Node Tool om vormen en paden te ontwerpen
  • Kleur je ontwerpen in met egale kleuren, kleurverlopen of patronen
  • Combineer objecten door te werken met lagen
  • Importeer afbeeldingen en converteer ze naar vectoren

Interessant om ook te lezen: Adobe Express: snel stijlvolle ontwerpen creëren

Tip 1: Bitmap en vector

Een digitale foto is eigenlijk niets meer dan een verzameling gekleurde pixels, ook wel bitmap genoemd. Bij het schalen van zo’n bitmap verliest de afbeelding helaas snel aan kwaliteit; randen worden wazig of korrelig en details vervagen, omdat het vergroten alleen kan door het aantal pixels uit te rekken, wat scherpteverlies veroorzaakt. Bitmaps kunnen, vooral bij hogere resoluties, ook veel opslagruimte innemen en ze zijn resolutie-afhankelijk, waardoor een afbeelding die bijvoorbeeld goed oogt op het scherm, niet automatisch geschikt is voor drukwerk. Het aanpassen van kleuren of vormen van afzonderlijke elementen is bovendien vaak lastig.

Inkscape werkt, anders dan Photoshop of GIMP, met vectorafbeeldingen in plaats van bitmaps. Deze bevatten geen pixels, maar wiskundige formules en waarden die lijnen, vormen en kleuren beschrijven. Dit maakt ze lichter, met minder opslagruimte en snellere verwerking door browsers. Ook zijn ze resolutie-onafhankelijk, waardoor ze altijd scherp blijven, ongeacht het formaat. Afzonderlijke elementen in zo’n afbeelding laten zich bovendien makkelijk manipuleren. Vectorafbeeldingen zijn dus ideaal voor (professioneel) ontwerpwerk, zoals illustraties, iconen en logo’s, vanwege de schaalbaarheid en het bewerkingsgemak.

Bitmapafbeelding (raster) versus vector. (Afbeelding: Yug, CC BY-SA 2.5).

Vectorformaten

Net als bij bitmaps, die formaten zoals bmp, jpg en png hebben, bestaan er ook voor vectorafbeeldingen verschillende bestandsformaten. Een veelgebruikt openstandaardformaat met brede ondersteuning door browsers en ontwerptools is SVG (Scalable Vector Graphics). AI is ook populair, maar aangezien dit voor Adobe Illustrator staat, is het een formaat dat Adobe-specifieke functies kan bevatten die andere software niet altijd volledig ondersteunt. EPS (Encapsulated PostScript) is een ouder vectorformaat, maar wordt nog steeds veel gebruikt voor drukwerk en professionele grafische toepassingen. Verder is er onder meer nog PDF (Portable Document Format), meestal geassocieerd met documenten, maar ook geschikt voor vectorafbeeldingen.

Tip 2: Vectorafbeeldingen

We vertellen je eerst waar je gratis en rechtenvrije vectorafbeeldingen kunt vinden, ter inspiratie en oefening. Zo biedt Pixabay een uitgebreide bibliotheek. Klik naast de zoekbalk op Images en kies Vectors. Voer een trefwoord in, klik op een afbeelding, kies Download en selecteer Vector graphic. Aanmelden kan via e-mail, Google of Facebook.

Freepik heeft ook een mooie collectie vectorafbeeldingen. Selecteer Vectors naast de zoekbalk en vink eventueel Free en/of AI Images aan. Klik op een afbeelding en kies Download om het bestand op te halen. Links vind je extra functies, zoals Removebackground. Let op dat bij de meeste afbeeldingen attributie vereist is, dus vermeld Freepik als bron.

Svg-bestanden kun je buiten Inkscape op je pc bekijken in browsers als Chrome of Edge (druk op Ctrl+O en selecteer een vectorbestand), of installeer een beeldviewer als XnView MP of IrfanView. Inkscape installeert ook zelf een eenvoudige svg-viewer, Inkview, en je kunt natuurlijk ook andere vectoreditors gebruiken (zie kader ‘Alternatieven’).

Ook in Freepik kun je gericht naar vectorplaatjes zoeken.

Tip 3: Installatie

Inkscape is al meer dan twintig jaar beschikbaar, volledig gratis en opensource (GPL). De applicatie gebruikt standaard het svg-formaat, maar ondersteunt het importeren en exporteren van diverse formaten. Je kunt het programma downloaden voor Windows, macOS en Linux. Hier focussen we op de Windows-versie, die je als msi-pakket downloadt en via een wizard installeert door dubbel te klikken.

Om ervoor te zorgen dat alle onderdelen lokaal worden geïnstalleerd, klik je best met rechts op Inkscape en kies je Entire feature will be installed on local hard drive (dit vereist ongeveer 750 MB opslagruimte). Na een paar muisklikken staat de software op je systeem en kun je direct aan de slag.

Je kunt eventueel alle onderdelen in één keer lokaal mee installeren.

Alternatieven

Inkscape is niet het enige programma voor het maken en bewerken van vectorafbeeldingen. Als je liever geen software installeert, kun je online werken met diensten als Sketchpad of Vectr. Vectr biedt met zijn uitgebreidere functieset iets meer mogelijkheden voor complexere ontwerpen.

Wil je een gratis desktopapplicatie, dan kun je ook Draw proberen, een onderdeel van de kantoorsuite LibreOffice. De creatieve mogelijkheden zijn hier wel beperkter.

Ben je bereid om te betalen, dan zijn er drie degelijke opties: Adobe Illustrator, CorelDRAW en het betaalbare Affinity Designer, dat circa 75 euro kost na een proefperiode van zes maanden.

Draw kan wel fraaie vectorplaatjes openen, maar de creatieve bewerkingsopties zijn beperkt.

Tip 4: Opstarten

Wanneer je Inkscape voor de eerste keer opstart, verschijnt er een opstartscherm met enkele tabbladen. Open eerst het tabblad Snelle setup, waar je de canvasachtergrond, het thema (zoals Donker) en het toetsenbordprofiel kunt instellen. Dit bepaalt hoe de sneltoetsen binnen Inkscape werken en welke indeling wordt gebruikt. Standaard staat dit op Inkscape default, maar als je gewend bent aan Adobe Illustrator of CorelDRAW, kies dan een aangepast profiel. Stel de opties naar wens in en ga naar het tabblad Latenwe tekenen.

Links zie je een aantal opties. Bestaande bestanden zal waarschijnlijk nog leeg zijn, maar kies je bijvoorbeeld Print, Social, Screen of Other, dan kun je aangepaste ontwerpformaten selecteren. Bij Social vind je typische formaten voor Facebook, Instagram en Twitter (X), terwijl Other diverse icoonformaten biedt. Klik op een gewenst formaat of op New Document, wat standaard een A4-formaat opent met een resolutie van 96 dpi (dots per inch). Deze resolutie kan invloed hebben op de weergave van objecten, vooral bij export naar bitmapformaten als png.

Je kunt beginnen met een vooraf gedefinieerd sjabloonformaat.

Tip 5: Document en canvas

Je kunt op elk moment een leeg A4-document starten via Bestand / Nieuw. Met Nieuwvan sjabloon kies je een vooraf gedefinieerd formaat en via Openen kun je een bestaand vectorbestand (svg en ai) openen. Importeren biedt nog meer formaten, afhankelijk van wat je selecteert bij Bestandstypen. Het is zelfs mogelijk een bitmap te importeren die je via Paden / Bitmap overtrekken en met behulp van schuifbalken optimaal naar een heuse vectorafbeelding kunt omzetten.

Om het formaat of de weergave-eenheden van een document te wijzigen, ga je naar Bestand / Documenteigenschappen en pas je op het tabblad Display de gewenste eigenschappen aan. Je kunt het formaat ook direct op het canvas aanpassen met de Pages Tool (onderste knop op de gereedschappenbalk links). Dit toont acht handvatten rond je document: met de vierkante schaal je het formaat en met de ronde stel je de paginamarges in. Let ook goed op de statusbalk wanneer je de muisaanwijzer boven zo’n handvat houdt: je krijgt dan specifieke gebruikstips, die trouwens ook verschijnen zodra je een of ander gereedschap kiest.

Het canvas verschuiven doe je met de scrolbalken of door te scrollen met de middelste muisknop. Houd hierbij de Shift-toets ingedrukt om verticaal te scrollen. In- en uitzoomen gaat snel met het plus- en minteken (op het numerieke toetsenbord), door een zoomwaarde in te vullen op de statusbalk, of met de Zoom Tool, waarna bovenaan knoppen met opties verschijnen.

Je kunt diverse documenteigenschappen aanpassen, zoals het formaat en de oriëntatie.

Tip 6: Vormen en paden

Inkscape werkt eigenlijk met twee soorten tekenobjecten: vormen en paden. Een vorm is een object dat je kunt aanpassen met specifieke opties voor het vormtype, via handvatten en numerieke parameters. Paden daarentegen bestaan uit een reeks rechte of gebogen lijnsegmenten, zogeheten Bézier-krommen, waarvan je het uitzicht vrijelijk kunt bepalen door de segmenten of de knooppunten te verplaatsen. Dit onderscheid is belangrijk bij het werken met vectorafbeeldingen.

In de gereedschappenbalk zie je de vijf ondersteunde vormen onder elkaar: (vertaald zijn dit) Rechthoek, Ellips/Boog, Ster/Veelhoek, 3D-balk en Spiraal. We richten ons op de Rechthoek. Onder deze vormen vind je drie padtypes op de gereedschappenbalk: Pen, Potlood en Kalligrafie voor fraaie penseelstreken. In tip 8 gaan we wat dieper in op het potlood.

Vormen en paden: essentiële begrippen (objecten) bij vectorieel ontwerp.

Tip 7: Rechthoek

Laten we beginnen met het tekenen van een rechthoek. Selecteer de Rectangle Tool (sneltoets: R) en sleep de muis over het canvas. Houd de Ctrl-toets ingedrukt voor een vierkant en de Shift-toets om het startpunt als middelpunt te gebruiken. De rechthoek krijgt drie controlepunten. Met de vierkante handvatten pas je de hoogte en breedte aan, waarbij de Ctrl-toets de aanpassing tot één dimensie beperkt. Het ronde handvat rechtsboven bestaat eigenlijk uit twee overlappende handvatten, zichtbaar wanneer je het verplaatst. Hiermee rond je de hoeken af en kun je de horizontale en verticale afrondingsgraad instellen voor een elliptische afronding; met ingedrukte Ctrl-toets blijven deze gelijk voor een cirkelvormige afronding. Druk de Shift-toets in terwijl je op een handvat klikt om de afronding ongedaan te maken, of gebruik hiervoor de meest rechtse knop in de knoppenbalk bovenaan.

Selecteer nu de Selector Tool (sneltoets: spatiebalk). Rechts op de knoppenbalk kun je schalen met opties om randen en hoekstralen vast te zetten of mee te schalen. De vorm krijgt nu acht handvatten om te schalen. Klik nogmaals in het object voor negen extra handvatten om te verplaatsen, roteren en schuin te trekken. Het kruisje stelt het middelpunt van de transformatie vast. Met Ctrl+A manipuleer je meerdere objecten tegelijk. Ook hier weer geeft de statusbalk telkens aangepaste tips.

Je kunt ook een ‘simpele’ rechthoek op allerlei manieren manipuleren.

Tip 8: Potlood

Laten we nu paden tekenen. Voor regelmatige lijnen gebruik je het best de Pen Tool, terwijl de Pencil Tool beter is voor vrije lijnen; we richten ons hierop. Bij elke klik ontstaat een rechte lijn, maar als je de muisknop ingedrukt houdt, wordt een vloeiende Bézier-kromme getekend. Net als bij rechthoeken kun je handvatten oproepen om te schalen, roteren en schuin te trekken.

Gebruik de Node Tool (sneltoets N) om knooppunten langs het geselecteerde pad zichtbaar te maken. Zoom in, selecteer een vierkant knooppunt en versleep het. Twee handvatten met richtlijnen verschijnen, die je samen kunt roteren of los van elkaar naar binnen of buiten kunt verplaatsen. Houd de Ctrl-toets ingedrukt om alleen te verplaatsen zonder te roteren. Bij het selecteren van een ruitvormig knooppunt kun je de richtlijnen onafhankelijk van elkaar roteren. Met Shift+S maak je van een ruitvormig knooppunt een vierkant (Shift+Y maakt beide richtingslijnen gelijk van lengte), en met Shift+C gebeurt het omgekeerde.

Door manipulatie van de knooppunten kun je heel nauwkeurig het pad bepalen.

Tip 9: Tekst

In de gereedschappenbalk, net onder de padtools, vind je de Text Tool (sneltoets T). Klik ergens op het canvas om tekst in te geven, of maak eerst een tekstvak door te slepen met de muis. Kleuren de randen van het tekstvak rood, dan past je tekst niet in het vak. Pas dan bijvoorbeeld het lettertype of de grootte aan via de knoppenbalk bovenaan, waar je ook de uitlijning, spatiëring, interlinie en richting kunt instellen.

Tekst in Inkscape werkt als een vorm, waardoor minder creatieve aanpassingen mogelijk zijn. Je kunt een vorm, en dus ook tekst, omzetten naar een pad om zo elk onderdeel nauwkeurig te bewerken met de Node Tool (zie tip 8). Selecteer de tekst, ga naar het menu Paden en kies Object naar Pad. Na deze omzetting kun je de eigenschappen van de vorm of tekst, zoals ronde hoeken of lettertype, niet meer aanpassen.

Door vormen (zoals tekst) om te zetten naar een pad kun je extra creatief uit de hoek komen.

Tip 10: Inkleuring

Je hebt vormen en paden gemaakt, dus het is tijd om je ontwerp wat kleur te geven. Klik met rechts op een object en kies in het contextmenu voor Vulling en lijn. In het deelvenster vind je drie tabbladen: Vulling, Lijnkleur en Lijnstijl. We richten ons hier op Vulling, met opties als Egale kleur, Lineairkleurverloop, Radiaal kleurverloop en Patroon.

We kiezen hier voor een Lineair kleurverloop. Selecteer de eerste Stop color en stel de gewenste kleur en transparantie in met de schuifbalken (standaard in RGB). Doe hetzelfde voor de tweede kleur. Met het plusknopje kun je extra verloopkleuren toevoegen.

Je kunt een geselecteerd object ook inkleuren met de Dropper Tool; het volstaat met het pipet op de gewenste kleur in je afbeelding te klikken. Voor het snel inkleuren van afgebakende gebieden gebruik je de Paint Bucket Tool. Selecteer een kleur en klik op de gewenste plek met het emmertje. In de knoppenbalk kun je onder meer nog de tolerantie oftewel grenswaarde aanpassen.

Inkscape biedt uitgebreide kleuropties, zoals verloopkleuren.

Tip 11: Plakwerk

Je ontwerp kan uit één object bestaan, maar vaak wil je meerdere vormen of paden gebruiken. Om een object te kopiëren, gebruik je de universele toetsencombinaties Ctrl+C en Ctrl+V. In het menu Bewerken / Paste vind je extra opties om bijvoorbeeld alleen de stijl, grootte, breedte of hoogte van een object naar een ander geselecteerd object te kopiëren.

Een andere manier is Dupliceren vanuit het contextmenu van een object. Het duplicaat komt bovenop het origineel, maar je kunt het verplaatsen. Je kunt ook snel meerdere kopieën maken met de Spray Tool. Selecteer een object, kies de Spray Tool, en met elke klik maak je een kopie op het canvas.

Snel dupliceren met de spray tool.

Tip 12: Overlap en lagen

Objecten kunnen elkaar overlappen. Om de stapelvolgorde te veranderen, selecteer je een object en gebruik je een van de vier knoppen bovenaan om het object een positie naar boven of onderen te verplaatsen, of direct naar de top of bodem te zetten. De manier waarop objecten elkaar overlappen, kun je ook aanpassen. Selecteer de overlappende objecten met ingedrukte Shift-toets bij de Selection Tool of door een kader rond de objecten te trekken. Open vervolgens het menu Paden en kies een optie als Vereniging, Verschil of Overlap.

Standaard komen alle objecten op één laag terecht, maar je kunt ook meerdere lagen aanmaken. Ga naar het menu Laag en kies Layers en Objects. Een deelvenster toont nu alle objecten van de geselecteerde laag, wat handig is voor snelle selecties. Nieuwe lagen voeg je toe met de plusknop linksboven in dit venster. Dit is handig voor complexere ontwerpen, omdat je hier per laag (en per object) de transparantie, zichtbaarheid en lock-status kunt aanpassen.

Je kunt objecten op meerdere manieren met elkaar combineren.

▼ Volgende artikel
Olympische Winterspelen kijken: dit zijn de beste tv-instellingen
© Dmitri Maruta
Huis

Olympische Winterspelen kijken: dit zijn de beste tv-instellingen

Tijdens de Olympische Winterspelen wil je dat alles scherp blijft, ook als het beeld razendsnel beweegt. Toch staan veel tv's standaard zo ingesteld dat schaatsers nét wat vaag worden in de bocht, of dat sneeuw en ijs er onnatuurlijk uitzien. In dit artikel laat ID je zien welke instellingen je per merk kunt gebruiken om jouw scherm beter af te stemmen op de actie op het ijs.

In dit artikel

Je tv kan wintersporten veel rustiger en scherper laten ogen dan met de standaardinstellingen. Je leest welke beeldopties je het best als basis neemt, hoe je beweging vloeiend krijgt en hoe je helderheid en kleur zo afstemt dat ijs en sneeuw wit blijven mét detail. Ook zie je aan welke signalen je merkt dat een instelling te ver is opgeschroefd, en hoe je je beeld aanpast aan daglicht, 's avonds kijken en gebruik met een soundbar of spelcomputer.

Lees ook: Wat doet 120 Hz voor je televisie of monitor, en heb je het wel echt nodig?

De meeste televisies staan standaard ingesteld op extra felle kleuren en harde contrasten. Voor speelfilms, talkshows, tekenseries, natuurdocumentaires en games kan dat prima ogen, maar voor sport - en zeker voor winterse sporten - pakt dat minder goed uit.

De tips in dit artikel gelden in de basis voor alle sporten met snelle bewegingen en camerabewegingen, maar: wintersport laat alleen sneller zien wanneer een instelling te ver is doorgetrokken. IJs en sneeuw zijn grote, heldere vlakken. Als helderheid en contrast te hoog staan, verdwijnen details in dat wit eerder en vallen beeldfouten sneller op. Denk aan een lichte waas rond een schaatser of onrust bij een snelle pan over de baan.

Met een iets rustiger basisbeeld en een middenstand voor bewegingsverwerking blijft het beeld natuurlijk, terwijl het toch vloeiend blijft. Je merkt dat meteen: het ijs wordt al snel een egaal wit vlak en schaatsers lijken net wat minder scherp zodra het tempo omhoog gaat. Met een paar gerichte tweaks maak je het beeld rustiger en duidelijker, door de paneelhelderheid apart af te stellen van de kleurverzadiging en een passende motion-instelling te kiezen.

Beweging en verversing: dit gebeurt er op je tv

Wanneer een schaatser op topsnelheid door de bocht gaat, zie je meteen of je tv beweging goed verwerkt. Dat begint bij de verversingssnelheid van het paneel: veel schermen werken op 60 Hz of 120 Hz. Dat is het ritme waarmee jouw tv het beeld opbouwt. Maar het signaal dat binnenkomt, heeft vaak een ander tempo. In Europa volgt sport meestal een 50 Hz-cadans. Soms is dat 1080i/25, waarbij er 50 halve beelden per seconde binnenkomen die samen 25 volledige frames vormen. Steeds vaker zie je ook 50p, met 50 volledige frames per seconde.

Je tv moet dat binnenkomende ritme vervolgens passend maken op het ritme van het paneel. Dat gaat meestal vanzelf, maar de manier waarop je tv dit oplost bepaalt of je een rustige, scherpe wedstrijd ziet of juist onrust in beweging. Een belangrijk hulpmiddel daarbij is beeldinterpolatie: je tv berekent extra tussenbeelden om snelle actie vloeiender te laten lopen. Dat kan bij sport echt helpen, zolang je het met mate gebruikt. Zet je het te hoog, dan krijgt het beeld een té glad laagje en oogt het al snel nep. Zet je het te laag, dan zie je juist kleine schokjes: bij ijshockey lijkt de puck te 'stuiteren' en bij schaatsen mis je net die vloeiende glijbeweging over het ijs.

Zo stel je beweging goed af voor wintersporten

Het fijne aan handmatig bijstellen is dat je de regie terugpakt over scherpte tijdens beweging. In plaats van blind te varen op de standaard sportmodus, werkt het vaak beter om de motion-instellingen van jouw merk erbij te pakken. Bij een Sony-scherm kijk je naar Motionflow, bij LG zoek je naar TruMotion en bij een Samsung televisie navigeer je naar Auto Motion Plus of Picture Clarity. Door deze functies op een gemiddelde stand te zetten, zorg je ervoor dat de camera-panning over de witte ijsbaan vloeiend verloopt zonder dat er vreemde beeldfouten rondom de sporters ontstaan. Je ziet meteen dat details langs de baan en in het publiek beter leesbaar blijven, ook als de camera snel meedraait.

©ID.nl

De juiste balans tussen helderheid en kleurverzadiging

Een veelgemaakte fout bij sport kijken tijdens de Olympische Winterspelen is dat je alles tegelijk omhoog gooit voor een feller beeld. Wil je meer licht, pas dan vooral de achtergrondverlichting of paneelhelderheid aan. Laat kleurverzadiging met rust, of zet die zelfs een tikje lager. Zo voorkom je dat felle schaatspakken 'dichtlopen' en details kwijtraken. Het doel is simpel: sneeuw en ijs moeten helderwit blijven, maar wel met structuur, zodat je nog ziet waar het parcours loopt. Zet ook de kleurtemperatuur op een natuurlijke stand, zoals 'Warm 1'. Daarmee voorkom je dat het beeld een kille, blauwe gloed krijgt waar je ogen sneller moe van worden.

©ID.nl

Wanneer je instellingen moet bijsturen

Er zit een grens aan wat je tv in real time kan uitrekenen. Zie je rond een snelle skiër een waas, flikkering of rare randjes, dan staat de motion-instelling simpelweg te hoog voor wat het scherm netjes kan verwerken. Zet de vloeiendheid dan één stap terug en kijk opnieuw.

Schakel je na de wedstrijd over naar een spelcomputer, zet extra beeldverwerking dan liever uit. Anders voeg je vertraging toe tussen je controller en wat er op het scherm gebeurt. En bij napraatprogramma's in de studio kunnen deze bewegingsinstellingen ook tegen je werken: dan krijg je al snel dat 'soap'-effect, waarbij gezichten net iets te glad en onnatuurlijk lijken.

Pas je beeld aan op jouw woonkamer

De lichtinval in je kamer bepaalt hoe ver je de verlichting van je scherm moet opschroeven. Kijk je de Olympische Winterspelen overdag, dan mag de achtergrondverlichting bijna op de maximale stand staan om reflecties tegen te gaan. In de avonduren is het voor je ogen juist prettiger om dit weer terug te draaien. Controleer ook altijd of de audio-output van je soundbar nog in de pas loopt met het beeld, want zware bewegingsverwerking kan soms voor een beetje vertraging zorgen. Door tijdens een live wedstrijd kort te experimenteren met de 'custom' instellingen van je bewegingsmenu, vind je meestal snel de instelling die wel soepel oogt, maar niet kunstmatig wordt.

Lees ook: Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

©Fabio Principe - stock.adobe.com

Klaar voor de start: zo stel je je beeld goed in

Voor de scherpste weergave tijdens de Olympische Winterspelen kies je een heldere basisstand en pas je handmatig de bewegingsinstellingen zoals Motionflow of TruMotion aan naar een gemiddeld niveau. Zo blijft het beeld vloeiend, zonder vreemde beeldfouten om en zonder dat alles er overdreven glad uitziet.

Heb je overdag veel licht in de kamer, zet dan vooral de achtergrondverlichting hoger. Laat kleurverzadiging met rust, of geef hem juist een klein tikje omlaag, zodat details in schaatspakken en helmen zichtbaar blijven. Schakel ook extra filters zoals ruisonderdrukking uit om de natuurlijke scherpte van de 4K- of HD-uitzending niet te verliezen. Met deze aanpassingen geniet je van een rustig en vloeiend beeld, waardoor je elke seconde van de strijd om het goud haarscherp beleeft.


Deze sporten kun je zien tijdens de Olympische Winterspelen 2026


Alpineskiën
Biatlon
Bobsleeën
Curling
Freestyleskiën
IJshockey
Kunstrijden
Langlaufen

Noordse combinatie
Rodelen
Schaatsen
Schansspringen
Shorttrack
Skeleton
Ski-alpinisme
Snowboarden

Zelf het ijs op?

Schaatsen in allerlei soorten en maten
▼ Volgende artikel
Waar voor je geld: 5x betaalbaar funcooken met je hele gezin
© ID.nl
Huis

Waar voor je geld: 5x betaalbaar funcooken met je hele gezin

Bij ID.nl zijn we dol op kwaliteitsproducten waar je niet de hoofdprijs voor betaalt. Een paar keer per week speuren we binnen een bepaald thema naar zulke deals. Wil je funcooken voor een aantrekkelijke prijs? We hebben vijf interessante apparaten voor je gespot die niet duurder zijn dan 190 euro.

Solis 5 in 1 tafelgrill (7910)

Zoek je een kwalitatief gourmetstel waarmee je jarenlang vooruit kunt? Dit luxe exemplaar van Solis voldoet aan alle eisen. Met de traploze regelaar aan de voorzijde kun je heel precies de gewenste temperatuur instellen. Bak vervolgens op de grillplaat de lekkerste hapjes gaar. Daarnaast kun je ook een van de vier bijgesloten miniwoks of (raclette)pannetjes gebruiken. Hiermee maak je bijvoorbeeld een kleine pannenkoek of pizza.

De werking is kinderlijk eenvoudig. Zodra je het kooktoestel inschakelt, gaat er eerst een rood lampje branden. Het gourmetstel is nu aan het opwarmen. Als het lampje groen kleurt, kan het eetfestijn beginnen. Is een gerecht zo heet dat je je mond kunt branden? Plaats het pannetje of de miniwok dan even in de koudzone onderin het toestel. Naast de eerder genoemde accessoires levert de fabrikant ook nog vier spatels mee.

Princess 162655 Black Steel Raclette

De betaalbare Princess 162655 Black Steel Raclette valt bij heel wat Kieskeurig.nl-testers goed in de smaak, want zij beoordelen dit gourmetstel met een 8,3 (gemiddeld cijfer). Verschillende reviewers vinden het prettig dat dit apparaat zich makkelijk laat schoonmaken. De losse onderdelen kunnen bovendien in de vaatwasser. Een ander pluspunt is dat het gourmetstel volgens diverse gebruikers snel opwarmt. Niet vreemd, gezien het respectabele vermogen van 1300 watt.

Het gourmetstel heeft een riant bakoppervlak van 44 × 25 centimeter. Dankzij de stevige anti-aanbaklaag heb je geen bakboter of olie nodig om te grillen. Het apparaat leent zich prima voor een ruim gezelschap, want de productdoos telt acht (raclette)pannetjes met een houten handvat en evenzoveel spatels. Via een draaiknop reguleer je nauwkeurig de temperatuur. Overigens vindt een enkele tester het netsnoer wat aan de korte kant.

Tefal WokParty Duo PY5828

Wie met een groepje gezellig wil wokken, kan dit leuke kooktoestel van Tefal eens uitproberen. Er zijn zes diepe pannen bijgesloten. Dankzij de gekleurde markering op het handvat weet iedereen precies welk pannetje van hem of haar is. De bakplaat bevat ronde uitsparingen, waardoor de boel niet gaat schuiven. Hierin kun je trouwens ook prima mini-pannenkoeken bakken. Speciaal daarvoor is er een handige gietlepel inbegrepen. Verder telt de verpakking zes spatels.

De WokParty Duo PY5828 heeft een zogeheten Thermo-spot. Hieraan zie je in hoeverre het kooktoestel op temperatuur is. Met een vermogen van duizend watt hoef je niet zo lang te wachten. Tefal levert een receptenboek mee, zodat je inspiratie kunt opdoen. Klaar met tafelen? Stop dan alle losse accessoires in de vaatwasser. Handig is dat je het netsnoer, de spatels en de gietlepel in de onderkant kunt opbergen.

Lees ook: Zo voorkom en verwijder je vieze luchtjes na het gourmetten

Emerio PO-113255.4

Pizzaliefhebbers opgelet! De binnenzijde van deze Emerio fungeert als een kleine oven. Op die manier kunnen maximaal zes personen hun eigen mini-pizza bakken. Met behulp van de bakspatel schuif je de lekkernij moeiteloos in de oven. Geen zin in pizza? In de zes bijgesloten pannetjes kun je allerlei andere gerechten klaarmaken. Bovendien bevindt zich bovenop een ronde grillplaat met een diameter van veertig centimeter. Daar kun je dus behoorlijk wat hapjes op kwijt!

De bediening heeft weinig om het lijf, want de behuizing bevat alleen een aan-uitknop. Met een riant vermogen van 1500 watt worden de gerechten goed warm. De maximale oventemperatuur bedraagt dan ook 250 graden. Volgens de fabrikant houdt de koepelvormige behuizing de warmte in de (pizza)over beter vast. Diverse accessoires zijn vaatwasserbestendig, zodat je na afloop niet zoveel tijd kwijt bent aan schoonmaken.

Princess Dinner4All

Als je met een groepje gaat gourmetten, staat het kooktoestel voor sommige personen wellicht te ver weg. Daar heeft Princess iets op bedacht. Met de Dinner4All bedient iedereen zijn eigen bakplaat van 250 watt. Even een satéstokje of biefstukje omdraaien is dus zo gepiept. Is het hapje eenmaal gaar, dan schuif je het zo op je eigen bordje. Princess levert hiervoor vier aardewerken-borden mee.

Je sluit de centrale unit aan op netstroom, waarna je hierop maximaal vier individuele gourmetstellen kunt aansluiten. Vermenging van smaken is dus verleden tijd! Plaats op deze unit eventueel de inbegrepen serveerschaal. Zo kan iedereen zijn of haar favoriete hapjes pakken. Wil je weten hoe andere gebruikers dit slimme gourmetstel beoordelen? Lees dan eens deze reviews op Kieskeurig.nl. Dit kooktoestel is als alternatief ook met twee individuele bakplaten te koop.