ID.nl logo
Pixelvrij ontwerpen: met Inkscape maak je de mooiste vectoren
© MclittleStock - stock.adobe.com
Huis

Pixelvrij ontwerpen: met Inkscape maak je de mooiste vectoren

Voor het ontwerpen van illustraties of logo’s kun je eigenlijk niet zoveel beginnen met tools als Photoshop of GIMP. Je bent veel beter af met een programma als het gratis Inkscape.

In dit artikel vertellen we hoe je in Inkscape vectorafbeeldingen kunt creëren:

  • Maak gebruik van gereedschappen zoals de Rectangle Tool, Pencil Tool en Node Tool om vormen en paden te ontwerpen
  • Kleur je ontwerpen in met egale kleuren, kleurverlopen of patronen
  • Combineer objecten door te werken met lagen
  • Importeer afbeeldingen en converteer ze naar vectoren

Interessant om ook te lezen: Adobe Express: snel stijlvolle ontwerpen creëren

Tip 1: Bitmap en vector

Een digitale foto is eigenlijk niets meer dan een verzameling gekleurde pixels, ook wel bitmap genoemd. Bij het schalen van zo’n bitmap verliest de afbeelding helaas snel aan kwaliteit; randen worden wazig of korrelig en details vervagen, omdat het vergroten alleen kan door het aantal pixels uit te rekken, wat scherpteverlies veroorzaakt. Bitmaps kunnen, vooral bij hogere resoluties, ook veel opslagruimte innemen en ze zijn resolutie-afhankelijk, waardoor een afbeelding die bijvoorbeeld goed oogt op het scherm, niet automatisch geschikt is voor drukwerk. Het aanpassen van kleuren of vormen van afzonderlijke elementen is bovendien vaak lastig.

Inkscape werkt, anders dan Photoshop of GIMP, met vectorafbeeldingen in plaats van bitmaps. Deze bevatten geen pixels, maar wiskundige formules en waarden die lijnen, vormen en kleuren beschrijven. Dit maakt ze lichter, met minder opslagruimte en snellere verwerking door browsers. Ook zijn ze resolutie-onafhankelijk, waardoor ze altijd scherp blijven, ongeacht het formaat. Afzonderlijke elementen in zo’n afbeelding laten zich bovendien makkelijk manipuleren. Vectorafbeeldingen zijn dus ideaal voor (professioneel) ontwerpwerk, zoals illustraties, iconen en logo’s, vanwege de schaalbaarheid en het bewerkingsgemak.

Bitmapafbeelding (raster) versus vector. (Afbeelding: Yug, CC BY-SA 2.5).

Vectorformaten

Net als bij bitmaps, die formaten zoals bmp, jpg en png hebben, bestaan er ook voor vectorafbeeldingen verschillende bestandsformaten. Een veelgebruikt openstandaardformaat met brede ondersteuning door browsers en ontwerptools is SVG (Scalable Vector Graphics). AI is ook populair, maar aangezien dit voor Adobe Illustrator staat, is het een formaat dat Adobe-specifieke functies kan bevatten die andere software niet altijd volledig ondersteunt. EPS (Encapsulated PostScript) is een ouder vectorformaat, maar wordt nog steeds veel gebruikt voor drukwerk en professionele grafische toepassingen. Verder is er onder meer nog PDF (Portable Document Format), meestal geassocieerd met documenten, maar ook geschikt voor vectorafbeeldingen.

Tip 2: Vectorafbeeldingen

We vertellen je eerst waar je gratis en rechtenvrije vectorafbeeldingen kunt vinden, ter inspiratie en oefening. Zo biedt Pixabay een uitgebreide bibliotheek. Klik naast de zoekbalk op Images en kies Vectors. Voer een trefwoord in, klik op een afbeelding, kies Download en selecteer Vector graphic. Aanmelden kan via e-mail, Google of Facebook.

Freepik heeft ook een mooie collectie vectorafbeeldingen. Selecteer Vectors naast de zoekbalk en vink eventueel Free en/of AI Images aan. Klik op een afbeelding en kies Download om het bestand op te halen. Links vind je extra functies, zoals Removebackground. Let op dat bij de meeste afbeeldingen attributie vereist is, dus vermeld Freepik als bron.

Svg-bestanden kun je buiten Inkscape op je pc bekijken in browsers als Chrome of Edge (druk op Ctrl+O en selecteer een vectorbestand), of installeer een beeldviewer als XnView MP of IrfanView. Inkscape installeert ook zelf een eenvoudige svg-viewer, Inkview, en je kunt natuurlijk ook andere vectoreditors gebruiken (zie kader ‘Alternatieven’).

Ook in Freepik kun je gericht naar vectorplaatjes zoeken.

Tip 3: Installatie

Inkscape is al meer dan twintig jaar beschikbaar, volledig gratis en opensource (GPL). De applicatie gebruikt standaard het svg-formaat, maar ondersteunt het importeren en exporteren van diverse formaten. Je kunt het programma downloaden voor Windows, macOS en Linux. Hier focussen we op de Windows-versie, die je als msi-pakket downloadt en via een wizard installeert door dubbel te klikken.

Om ervoor te zorgen dat alle onderdelen lokaal worden geïnstalleerd, klik je best met rechts op Inkscape en kies je Entire feature will be installed on local hard drive (dit vereist ongeveer 750 MB opslagruimte). Na een paar muisklikken staat de software op je systeem en kun je direct aan de slag.

Je kunt eventueel alle onderdelen in één keer lokaal mee installeren.

Alternatieven

Inkscape is niet het enige programma voor het maken en bewerken van vectorafbeeldingen. Als je liever geen software installeert, kun je online werken met diensten als Sketchpad of Vectr. Vectr biedt met zijn uitgebreidere functieset iets meer mogelijkheden voor complexere ontwerpen.

Wil je een gratis desktopapplicatie, dan kun je ook Draw proberen, een onderdeel van de kantoorsuite LibreOffice. De creatieve mogelijkheden zijn hier wel beperkter.

Ben je bereid om te betalen, dan zijn er drie degelijke opties: Adobe Illustrator, CorelDRAW en het betaalbare Affinity Designer, dat circa 75 euro kost na een proefperiode van zes maanden.

Draw kan wel fraaie vectorplaatjes openen, maar de creatieve bewerkingsopties zijn beperkt.

Tip 4: Opstarten

Wanneer je Inkscape voor de eerste keer opstart, verschijnt er een opstartscherm met enkele tabbladen. Open eerst het tabblad Snelle setup, waar je de canvasachtergrond, het thema (zoals Donker) en het toetsenbordprofiel kunt instellen. Dit bepaalt hoe de sneltoetsen binnen Inkscape werken en welke indeling wordt gebruikt. Standaard staat dit op Inkscape default, maar als je gewend bent aan Adobe Illustrator of CorelDRAW, kies dan een aangepast profiel. Stel de opties naar wens in en ga naar het tabblad Latenwe tekenen.

Links zie je een aantal opties. Bestaande bestanden zal waarschijnlijk nog leeg zijn, maar kies je bijvoorbeeld Print, Social, Screen of Other, dan kun je aangepaste ontwerpformaten selecteren. Bij Social vind je typische formaten voor Facebook, Instagram en Twitter (X), terwijl Other diverse icoonformaten biedt. Klik op een gewenst formaat of op New Document, wat standaard een A4-formaat opent met een resolutie van 96 dpi (dots per inch). Deze resolutie kan invloed hebben op de weergave van objecten, vooral bij export naar bitmapformaten als png.

Je kunt beginnen met een vooraf gedefinieerd sjabloonformaat.

Tip 5: Document en canvas

Je kunt op elk moment een leeg A4-document starten via Bestand / Nieuw. Met Nieuwvan sjabloon kies je een vooraf gedefinieerd formaat en via Openen kun je een bestaand vectorbestand (svg en ai) openen. Importeren biedt nog meer formaten, afhankelijk van wat je selecteert bij Bestandstypen. Het is zelfs mogelijk een bitmap te importeren die je via Paden / Bitmap overtrekken en met behulp van schuifbalken optimaal naar een heuse vectorafbeelding kunt omzetten.

Om het formaat of de weergave-eenheden van een document te wijzigen, ga je naar Bestand / Documenteigenschappen en pas je op het tabblad Display de gewenste eigenschappen aan. Je kunt het formaat ook direct op het canvas aanpassen met de Pages Tool (onderste knop op de gereedschappenbalk links). Dit toont acht handvatten rond je document: met de vierkante schaal je het formaat en met de ronde stel je de paginamarges in. Let ook goed op de statusbalk wanneer je de muisaanwijzer boven zo’n handvat houdt: je krijgt dan specifieke gebruikstips, die trouwens ook verschijnen zodra je een of ander gereedschap kiest.

Het canvas verschuiven doe je met de scrolbalken of door te scrollen met de middelste muisknop. Houd hierbij de Shift-toets ingedrukt om verticaal te scrollen. In- en uitzoomen gaat snel met het plus- en minteken (op het numerieke toetsenbord), door een zoomwaarde in te vullen op de statusbalk, of met de Zoom Tool, waarna bovenaan knoppen met opties verschijnen.

Je kunt diverse documenteigenschappen aanpassen, zoals het formaat en de oriëntatie.

Tip 6: Vormen en paden

Inkscape werkt eigenlijk met twee soorten tekenobjecten: vormen en paden. Een vorm is een object dat je kunt aanpassen met specifieke opties voor het vormtype, via handvatten en numerieke parameters. Paden daarentegen bestaan uit een reeks rechte of gebogen lijnsegmenten, zogeheten Bézier-krommen, waarvan je het uitzicht vrijelijk kunt bepalen door de segmenten of de knooppunten te verplaatsen. Dit onderscheid is belangrijk bij het werken met vectorafbeeldingen.

In de gereedschappenbalk zie je de vijf ondersteunde vormen onder elkaar: (vertaald zijn dit) Rechthoek, Ellips/Boog, Ster/Veelhoek, 3D-balk en Spiraal. We richten ons op de Rechthoek. Onder deze vormen vind je drie padtypes op de gereedschappenbalk: Pen, Potlood en Kalligrafie voor fraaie penseelstreken. In tip 8 gaan we wat dieper in op het potlood.

Vormen en paden: essentiële begrippen (objecten) bij vectorieel ontwerp.

Tip 7: Rechthoek

Laten we beginnen met het tekenen van een rechthoek. Selecteer de Rectangle Tool (sneltoets: R) en sleep de muis over het canvas. Houd de Ctrl-toets ingedrukt voor een vierkant en de Shift-toets om het startpunt als middelpunt te gebruiken. De rechthoek krijgt drie controlepunten. Met de vierkante handvatten pas je de hoogte en breedte aan, waarbij de Ctrl-toets de aanpassing tot één dimensie beperkt. Het ronde handvat rechtsboven bestaat eigenlijk uit twee overlappende handvatten, zichtbaar wanneer je het verplaatst. Hiermee rond je de hoeken af en kun je de horizontale en verticale afrondingsgraad instellen voor een elliptische afronding; met ingedrukte Ctrl-toets blijven deze gelijk voor een cirkelvormige afronding. Druk de Shift-toets in terwijl je op een handvat klikt om de afronding ongedaan te maken, of gebruik hiervoor de meest rechtse knop in de knoppenbalk bovenaan.

Selecteer nu de Selector Tool (sneltoets: spatiebalk). Rechts op de knoppenbalk kun je schalen met opties om randen en hoekstralen vast te zetten of mee te schalen. De vorm krijgt nu acht handvatten om te schalen. Klik nogmaals in het object voor negen extra handvatten om te verplaatsen, roteren en schuin te trekken. Het kruisje stelt het middelpunt van de transformatie vast. Met Ctrl+A manipuleer je meerdere objecten tegelijk. Ook hier weer geeft de statusbalk telkens aangepaste tips.

Je kunt ook een ‘simpele’ rechthoek op allerlei manieren manipuleren.

Tip 8: Potlood

Laten we nu paden tekenen. Voor regelmatige lijnen gebruik je het best de Pen Tool, terwijl de Pencil Tool beter is voor vrije lijnen; we richten ons hierop. Bij elke klik ontstaat een rechte lijn, maar als je de muisknop ingedrukt houdt, wordt een vloeiende Bézier-kromme getekend. Net als bij rechthoeken kun je handvatten oproepen om te schalen, roteren en schuin te trekken.

Gebruik de Node Tool (sneltoets N) om knooppunten langs het geselecteerde pad zichtbaar te maken. Zoom in, selecteer een vierkant knooppunt en versleep het. Twee handvatten met richtlijnen verschijnen, die je samen kunt roteren of los van elkaar naar binnen of buiten kunt verplaatsen. Houd de Ctrl-toets ingedrukt om alleen te verplaatsen zonder te roteren. Bij het selecteren van een ruitvormig knooppunt kun je de richtlijnen onafhankelijk van elkaar roteren. Met Shift+S maak je van een ruitvormig knooppunt een vierkant (Shift+Y maakt beide richtingslijnen gelijk van lengte), en met Shift+C gebeurt het omgekeerde.

Door manipulatie van de knooppunten kun je heel nauwkeurig het pad bepalen.

Tip 9: Tekst

In de gereedschappenbalk, net onder de padtools, vind je de Text Tool (sneltoets T). Klik ergens op het canvas om tekst in te geven, of maak eerst een tekstvak door te slepen met de muis. Kleuren de randen van het tekstvak rood, dan past je tekst niet in het vak. Pas dan bijvoorbeeld het lettertype of de grootte aan via de knoppenbalk bovenaan, waar je ook de uitlijning, spatiëring, interlinie en richting kunt instellen.

Tekst in Inkscape werkt als een vorm, waardoor minder creatieve aanpassingen mogelijk zijn. Je kunt een vorm, en dus ook tekst, omzetten naar een pad om zo elk onderdeel nauwkeurig te bewerken met de Node Tool (zie tip 8). Selecteer de tekst, ga naar het menu Paden en kies Object naar Pad. Na deze omzetting kun je de eigenschappen van de vorm of tekst, zoals ronde hoeken of lettertype, niet meer aanpassen.

Door vormen (zoals tekst) om te zetten naar een pad kun je extra creatief uit de hoek komen.

Tip 10: Inkleuring

Je hebt vormen en paden gemaakt, dus het is tijd om je ontwerp wat kleur te geven. Klik met rechts op een object en kies in het contextmenu voor Vulling en lijn. In het deelvenster vind je drie tabbladen: Vulling, Lijnkleur en Lijnstijl. We richten ons hier op Vulling, met opties als Egale kleur, Lineairkleurverloop, Radiaal kleurverloop en Patroon.

We kiezen hier voor een Lineair kleurverloop. Selecteer de eerste Stop color en stel de gewenste kleur en transparantie in met de schuifbalken (standaard in RGB). Doe hetzelfde voor de tweede kleur. Met het plusknopje kun je extra verloopkleuren toevoegen.

Je kunt een geselecteerd object ook inkleuren met de Dropper Tool; het volstaat met het pipet op de gewenste kleur in je afbeelding te klikken. Voor het snel inkleuren van afgebakende gebieden gebruik je de Paint Bucket Tool. Selecteer een kleur en klik op de gewenste plek met het emmertje. In de knoppenbalk kun je onder meer nog de tolerantie oftewel grenswaarde aanpassen.

Inkscape biedt uitgebreide kleuropties, zoals verloopkleuren.

Tip 11: Plakwerk

Je ontwerp kan uit één object bestaan, maar vaak wil je meerdere vormen of paden gebruiken. Om een object te kopiëren, gebruik je de universele toetsencombinaties Ctrl+C en Ctrl+V. In het menu Bewerken / Paste vind je extra opties om bijvoorbeeld alleen de stijl, grootte, breedte of hoogte van een object naar een ander geselecteerd object te kopiëren.

Een andere manier is Dupliceren vanuit het contextmenu van een object. Het duplicaat komt bovenop het origineel, maar je kunt het verplaatsen. Je kunt ook snel meerdere kopieën maken met de Spray Tool. Selecteer een object, kies de Spray Tool, en met elke klik maak je een kopie op het canvas.

Snel dupliceren met de spray tool.

Tip 12: Overlap en lagen

Objecten kunnen elkaar overlappen. Om de stapelvolgorde te veranderen, selecteer je een object en gebruik je een van de vier knoppen bovenaan om het object een positie naar boven of onderen te verplaatsen, of direct naar de top of bodem te zetten. De manier waarop objecten elkaar overlappen, kun je ook aanpassen. Selecteer de overlappende objecten met ingedrukte Shift-toets bij de Selection Tool of door een kader rond de objecten te trekken. Open vervolgens het menu Paden en kies een optie als Vereniging, Verschil of Overlap.

Standaard komen alle objecten op één laag terecht, maar je kunt ook meerdere lagen aanmaken. Ga naar het menu Laag en kies Layers en Objects. Een deelvenster toont nu alle objecten van de geselecteerde laag, wat handig is voor snelle selecties. Nieuwe lagen voeg je toe met de plusknop linksboven in dit venster. Dit is handig voor complexere ontwerpen, omdat je hier per laag (en per object) de transparantie, zichtbaarheid en lock-status kunt aanpassen.

Je kunt objecten op meerdere manieren met elkaar combineren.

▼ Volgende artikel
Nieuwe Resident Evil Requiem-beelden tonen wat je te wachten staat
Huis

Nieuwe Resident Evil Requiem-beelden tonen wat je te wachten staat

Capcom heeft eerder deze week een livestream uitgezonden waarin nieuwe beelden werden getoond van het aankomende horrorspel Resident Evil Requiem. Ook werd er meer informatie gegeven over de game.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

Nadat eind vorig jaar al werd aangekondigd dat spelers niet alleen Grace Ashcroft zullen besturen, maar ook Leon S. Kennedy - een bekend gezicht voor mensen die eerdere delen hebben gespeeld - werd er tijdens de livestream uitgebreid gameplay van dit personage getoond.

Twee verschillende hoofdpersonages

Daarbij werd de nadruk gelegd op de verschillende speelstijlen van Leon en Grace. Op verschillende momenten gedurende de game wordt er automatisch tussen deze personages gewisseld, en ze zullen elk compleet andere gameplay bieden.

De segmenten met Leon - onder andere bekend uit Resident Evil 2 en Resident Evil 4 - zijn erg op actievolle schietgevechten gericht. Leon kan daarnaast ook de kelen van vijanden doorsnijden. Hij heeft ook een bijl waarmee hij aanvallen kan afweren. Grace's segmenten zijn juist erg gericht op spanning en horror en draaien vooral om het vermijden van intense gevechten.

Tijdens de livestream werd ook onthuld dat de game niet alleen naar consoles en pc komt, maar dat leden van Nvidia GeForce Now de game ook kunnen spelen. Ook werd er gepraat over de verschillende moeilijkheidsgraden - zo is er een extra makkelijke moeilijkheidsgraad voor mensen die weinig ervaring hebben met dit type spellen.

De complete livestream kan hieronder worden bekeken. In verband met de volwassen inhoud van de livestream kan het mogelijk zijn dat je op de link in de video moet klikken om naar YouTube te gaan en te bewijzen dat je volwassen bent.

Vanaf 27 februari verkrijgbaar

Resident Evil Requiem verschijnt op 27 februari (pre-orderen kan nu al) voor PlayStation 5, Xbox Series X en S, Nintendo Switch 2 en pc. Het is het negende hoofddeel in de horrorserie die al sinds de jaren negentig bestaat. In de loop der jaren is de franchise meermaals flink op de schop gegaan. Zo richtte Resident Evil 4 zich meer op actie, en zijn horrorelementen sinds Resident Evil 7: Biohazard weer teruggekeerd. Resident Evil Requiem lijkt dan ook een combinatie van al deze elementen te gaan bieden.

Op 27 februari zullen overigens ook Resident Evil 7 en Resident Evil Village (het achtste deel) op Nintendo Switch 2 uitkomen. Daarnaast verschijnt Village later deze maand op PlayStation Plus en Xbox Game Pass.

Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Slechte wifi thuis? Dit zijn de 3 grootste wifi-fouten die je signaal verpesten
© chadchai - stock.adobe.com
Huis

Slechte wifi thuis? Dit zijn de 3 grootste wifi-fouten die je signaal verpesten

Je kijkt een spannende serie en opeens bevriest het beeld. Dat bekende draaiende cirkeltje… er zijn weinig dingen zó frustrerend. Gelukkig ligt de oplossing vaak binnen handbereik. De snelheid van je internet hangt namelijk sterk samen met de manier waarop je thuis met je apparatuur omgaat. Door een paar veelgemaakte fouten te vermijden en de juiste techniek te kiezen, merk je vaak direct dat je netwerk stabieler wordt, zonder dat daar een duurder abonnement voor nodig is.

In het kort

In dit artikel lees je welke drie wifi-fouten het vaakst zorgen voor traag internet of haperingen: een onhandige plek voor je router, drukte op 2,4 GHz en verouderde firmware of hardware. Je ziet ook hoe je zelf een rustiger kanaal vindt en wanneer het slim is om te kiezen voor 5 GHz of 6 GHz. Tot slot leggen we uit wat wifi 6 en wifi 7 doen en waarom een netwerkkabel van minimaal cat5e verschil kan maken.

Lees ook: Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?

Fout 1: De router op de verkeerde plek neerzetten

Een router wint qua looks zelden een schoonheidsprijs. De neiging om het apparaat uit het zicht te plaatsen is daarom groot. Toch is een verkeerde locatie de meest gemaakte fout die je bereik merkbaar (en soms zelfs dramatisch) kan verkleinen.

Dat zit zo.  Je kunt wifi-signalen vergelijken met het licht van een gloeilamp. Als je die lamp in een houten kast of achter een dikke bank zet, blijft de rest van de kamer donker. Obstakels zoals muren, meubels en zelfs grote kamerplanten blokkeren de onzichtbare golven. Vooral metaal en water zijn beruchte boosdoeners; een router naast een aquarium of achter een radiator plaatsen is vragen om problemen.

Ook de hoogte is bepalend. Veel mensen zetten de router op de grond, maar op de grond zit het signaal sneller 'achter' meubels en andere blokkades. Zet het apparaat liever op een kast of boekenplank op ooghoogte voor een vrije weg naar je apparaten.

©ID.nl

Fout 2: Storing door andere apparatuur over het hoofd zien

Je staat er waarschijnlijk niet bij stil, maar veel apparaten in huis gebruiken dezelfde onzichtbare digitale snelweg als je internetverbinding. De magnetron, sommige babyfoons en zelfs de draadloze koptelefoon van de buren vechten om een plekje op de 2,4GHz-band. Ook andere wifi-netwerken in de buurt kunnen voor digitale files zorgen.

De meeste moderne routers ondersteunen gelukkig ook de 5GHz-frequentie. Deze band is veel breder en heeft minder last van andere apparatuur. Het handmatig selecteren van het 5GHz-netwerk levert vaak direct een snelheidswinst op. Heb je een router met wifi 6e of wifi 7, dan kun je soms ook de 6 GHz-band gebruiken. Die is vaak rustiger, maar het bereik is meestal wat kleiner dan bij 5 GHz.

Tip: geef je netwerken duidelijke namen

Veel routers zenden meerdere wifi-netwerken tegelijk uit: 2,4 GHz voor bereik, 5 GHz voor snelheid en soms ook 6 GHz voor extra ruimte in drukke omgevingen. Als al die banden onder één naam vallen, kiest je smartphone of laptop automatisch. Dat gaat vaak goed, maar niet altijd: je toestel kan blijven “plakken” aan 2,4 GHz terwijl 5 GHz op dat moment sneller en stabieler is.

Door je netwerken een herkenbare naam te geven, maak je de keuze simpel. Geef de 2,4 GHz-band bijvoorbeeld de naam thuis-2g, de 5 GHz-band thuis-5g en, als je die hebt, de 6 GHz-band thuis-6g. Dan zie je in één oogopslag welk netwerk je pakt. Zit je ver van de router, dan is 2,4 GHz vaak de veiligste optie. Zit je dichtbij en wil je vooral snelheid, dan ligt 5 GHz of 6 GHz meer voor de hand. Zo kun je bij haperingen of traag internet meteen testen of een andere band het probleem oplost, zonder dat je in instellingen hoeft te graven.

View post on TikTok

Fout 3: Verouderde software en hardware blijven gebruiken

Technologie verandert razendsnel en dat geldt ook voor de beveiliging en snelheid van je netwerk. Veel huishoudens werken nog met de router die ze jaren geleden bij hun eerste abonnement kregen. Deze oude techniek kan de moderne eisen van streaming en videobellen simpelweg niet meer bijbenen. Daarnaast vergeten veel gebruikers om de firmware van hun apparaat te updaten. Fabrikanten brengen deze software-updates uit om prestaties te verbeteren en lekken te dichten. Een verouderd systeem is niet alleen trager, maar ook een makkelijker doelwit voor hackers.


1️⃣2️⃣3️⃣Stappenplan: de beste wifi-kanalen scannen

Als je buren ook allemaal op hetzelfde wifi-kanaal zitten, ontstaat er interferentie. Je kunt dit zelf eenvoudig oplossen door een rustiger kanaal te zoeken.

1) Download een app zoals WiFi Analyzer (Android) of NetSpot (Windows, macOS, Android & iOS).

2) Open de app en bekijk de grafiek van de omgeving. Je ziet hier welke kanalen drukbezet zijn door netwerken in de buurt. Noteer het kanaalnummer dat het minst wordt gebruikt. Vaak zijn kanaal 1, 6 of 11 op de 2,4GHz-band de beste keuzes.

3) Log in op de webinterface van je router via je browser (meestal via een adres als 192.168.1.1). Zoek naar de draadloze instellingen en wijzig het kanaal van 'Automatisch' naar het door jou gekozen nummer. Sla de instellingen op en test of je verbinding stabieler aanvoelt.

Het verschil tussen wifi 6 en wifi 7

Sta je op het punt om een nieuwe router of laptop te kopen? Dan kom je de termen wifi 6 en wifi 7 tegen. Wifi 6 was een grote stap vooruit omdat het beter omgaat met veel apparaten tegelijk op één netwerk. Het zorgt voor een efficiëntere verdeling van de data. Wifi 7 is de allernieuwste standaard en gaat nog een flinke stap verder. Het maakt gebruik van extreem brede kanalen en kan verbinding maken via meerdere frequenties tegelijkertijd. Dit wordt Multi-Link Operation genoemd. Hierdoor is de vertraging merkbaar lager en kun je hogere snelheden halen, vooral op korte afstand en met geschikte apparaten. Voor een gemiddeld huishouden is wifi 6 momenteel een uitstekende keuze, terwijl wifi 7 echt voor de toekomst is gebouwd.

Heel belangrijk: de juiste bekabeling

Draadloos internet begint voor de meeste mensen bij een kabel: heb je een los modem en een losse router, dan vormt de kabel ertussen de basis. Gebruik je hier een oude kabel, dan wordt de snelheid al beperkt voordat het signaal de lucht in gaat. Controleer of er Cat 5e, Cat6 of Cat6a op de kabel staat, dan zit je meestal goed. Cat5 haalt soms maar 100 Mbps door kwaliteit/afmontage. Heb je cat5 liggen? Vervang dat dan in ieder geval door cat5e; dat is een veilige keuze voor gigabit. Een kleine investering in een kwalitatieve netwerkkabel kan een wereld van verschil maken voor de uiteindelijke wifi-snelheid op je telefoon.

Slechte wifi? Oplossen is makkelijker dan je denkt

Alles bij elkaar komt goed wifi minder neer op toeval dan veel mensen denken. Met een slimme plek voor je router, een rustige frequentie en actuele software haal je vaak al verrassend veel winst. Combineer dat met een fatsoenlijke netwerkkabel en je voorkomt dat de dat de verbinding al beperkt wordt voordat het signaal draadloos wordt verspreid. Door deze stappen een voor een toe te passen, los je de meest voorkomende wifi-problemen op zonder dat een duurder internetabonnement nodig is, en maak je van een haperende verbinding weer een stabiele basis voor alles wat je online doet.

Consumenten testen: TP-Link Deco BE25 WiFi 7 mesh set

Op Review.nl, het testplatform waarop consumenten nieuwe technologie uitproberen en hun bevindingen delen, krijgt de TP-Link Deco BE25, een router met dualband wifi 7,  een stevige 8,7 op Review.nl. En dat betekent iets: want omdat op Review.nl producten getest worden door een panel van echte gebruikers, zie je hoe iets in een normaal huishouden presteert.

Wat opvalt is hoe vaak testers terugkomen op de snelheid en stabiliteit. De overstap naar wifi 7 levert volgens veel gebruikers merkbaar meer rust in het netwerk op, vooral in huizen waar voorheen op zolder, in de tuin of achterin de woonkamer nauwelijks een bruikbaar signaal was. De Deco BE25 vult dat soort gaten zichtbaar op. Apparaten blijven stabiel verbonden, streamen gaat zonder haperingen en ook gamers merken volgens de testers dat de latency laag blijft. Wie een gigabitverbinding heeft, ziet die snelheid nu ook daadwerkelijk terug op plekken waar dat eerst niet haalbaar was.

Een tweede punt dat veel lof krijgt, is de installatie. De meeste testers spreken over een proces van enkele minuten. De app begeleidt je stap voor stap, herkent automatisch de nieuwe units en geeft advies over de beste plek voor elk wifipunt. Daardoor voelt het hele systeem toegankelijk, ook voor wie zichzelf niet technisch vindt. Eenmaal ingesteld blijkt het netwerk bovendien weinig onderhoud nodig te hebben: de app verdeelt verkeer slim, laat je apparaten prioriteren en biedt opties voor gastnetwerken en ouderlijk toezicht.

Het ontwerp en de functionaliteit leveren wel discussie op. Een deel van de testers vindt de units wat groot en mist montageopties of extra ethernetpoorten. Ook melden sommige gebruikers dat smartphones niet altijd direct naar het dichtstbijzijnde wifipunt schakelen. Toch wordt dat in de meeste reviews gezien als een detail naast de verbeterde dekking en het gemak van dagelijks gebruik.

Alles bij elkaar laat het testpanel zien dat de Deco BE25 vooral scoort op prestaties waar consumenten echt iets van merken: hogere snelheden, betere dekking en een probleemloos installatieproces. Voor veel huishoudens voelt het als een upgrade die een onrustig wifi-netwerk verandert in een betrouwbaar en snel geheel.