ID.nl logo
Opgeruimd staat netjes: start weer met een frisse, nieuwe Windows
© Andreas Prott - stock.adobe.com
Huis

Opgeruimd staat netjes: start weer met een frisse, nieuwe Windows

De computer wordt trager. Windows vertoont ouderdomskwalen. Of je bent gewoon toe aan een frisse werkomgeving. Tijd voor een schone lei voor Windows. En met schoon bedoelen we écht schoon. Maak een Windows-opstartschijf, waarmee je Windows schoon kunt installeren én problemen kunt oplossen. Voor Windows 10 én 11.

In dit artikel nemen we je mee in hoe je een opstartschijf of herstelstation maakt, zodat je in geval van problemen of chaos eenvoudig terug kunt naar een schone Windows-installatie.

  • Opstartschijf maken
  • Herstelstation maken
  • Kopie terugzetten

Nieuwe start? Vergeet dan niet je gegevens te back-uppen: Gratis back-uppen met Perfect Backup

Opstartschijf Een opstartschijf leent zich voor flink wat situaties. Zo kun je de opstartschijf gebruiken om de computer écht leeg te maken en een frisse installatie van Windows uit te voeren, maar het helpt ook bij problemen. Bijvoorbeeld wanneer Windows niet wil starten of telkens vastloopt bij het inschakelen van de computer. Een opstartschijf beschikt namelijk over hulpmiddelen voor probleemoplossing, zoals het controleren van het geheugen en het terugzetten van een systeemback-up.

In het verre verleden bestond een ‘opstartschijf’ uit een diskette, waarmee je de computer in geval van nood kon opstarten. Ook een opstartbare dvd werd vaak gebruikt voor het maken van een opstartschijf. Inmiddels gebruiken we voor ons doel een opstartbare usb-stick (die we verder in dit artikel ook wel ‘opstartschijf’ noemen). Zorg voor een stick met minstens 16 GB ruimte.

Uiteraard zorgen we ervoor dat onze opstartschijf is gebaseerd op de meest recente bits en bytes van de Windows-versie die we gebruiken. Microsoft heeft de meest recente installatiebestanden van Windows 10 en Windows 11 online geplaatst en daar maken we dankbaar gebruik van. Ga naar de website van Microsoft en kies Windows 10 of Windows 11. Maak je gebruik van Windows 10, dan download je het hulpprogramma voor het maken van media (in het Engels: Media Creation Tool). Klik op Hulpprogramma nu downloaden.

Maak je gebruik van Windows 11, dan heb je meer mogelijkheden. Je kunt gebruikmaken van de optie Installatiemedia voor Windows 11 maken. Die optie is vergelijkbaar met het eerdergenoemde Hulpprogramma voor het maken van media. Behalve die optie kun je ook een Windows 11-schijfkopiebestand downloaden (beter bekend als iso-bestand. Deze optie geeft meer flexibiliteit.

Gebruik de meest recente installatiebestanden van Windows. (Klik op de afbeeldingen voor een betere resolutie.)

Schijfkopiebestand (Windows 11)

Ga je in het geval van Windows 11 aan de slag met een schijfkopiebestand, dan zoek je op de pagina naar de sectie Windows 11-schijfkopiebestand (ISO) downloaden. In de lijst kies je voor Windows 11 (multi-edition ISO) en klik je op Downloaden. Hierna kies je de gewenste taal en klik je op Bevestigen. De download wordt ‘klaargezet’: klik hierna op Download. Die koppeling is tot 24 uur na de aanmaakdatum geldig en aanklikbaar.

Windows als iso-bestand downloaden.

Schijfkopiebestand (Windows 10)

Voor Windows 11 biedt Microsoft op het moment van schrijven netjes een iso-bestand aan. Voor Windows 10 ontbreekt die optie en word je gedwongen om het hulpprogramma voor het maken van media gebruiken. Het is wellicht verleidelijk om een van de vele iso-bestanden op niet-officiële websites te gebruiken, maar dat is niet verstandig. De herkomst van die bestanden is niet gegarandeerd.

Met een slimme truc zorg je er echter alsnog voor dat de officiële website een iso-bestand van Windows 10 aanbiedt: zorg dat de browser zich als een niet-Windows computer voordoet. In Chrome of Edge kies je voor Meer opties (de knop met de drie puntjes) en klik je op Meer hulpprogramma’s. Kies Ontwikkelhulpprogramma’s. Druk hierna op Ctrl+Shift+M. In de balk bovenin klik je op Responsive. Kies nu een ander platform, bijvoorbeeld iPad Air. Bezoek de eerdergenoemde downloadpagina van Microsoft. Het iso-bestand wordt met deze truc nu wél netjes aangeboden: klik op Windows 10 (multi-edition ISO) om het te downloaden.

Zo kun je alsnog de iso van Windows 10 bemachtigen.

Via Hulpprogramma

Als je het Hulpprogramma voor het maken van media gebruikt, hoef je zelf weinig te doen. Op de downloadpagina van Microsoft klik je op de knop Download nu bij de sectie Installatiemedia voor Windows 11 maken (in geval van Windows 11) of op de knop Hulpprogramma nu downloaden (in geval van Windows 10). In het hulpprogramma kies je voor Installatiemedia voor andere pc maken en klik je op Volgende. Kies nu de gewenste taal en uitvoering van Windows en klik op Volgende.

De wizard vraagt welk medium voor de opstartschijf moet worden gebruikt: wij kiezen voor USB-flashstation. Klik op Volgende en selecteer het usb-station. Klik achtereenvolgens op Volgende en op Voltooien.

Het hulpprogramma helpt je bij het maken van je usb-stick.

Opstartschijf maken?

Kies uit een van de vele usb-sticks

Via de Opdrachtprompt

Geen zin om een apart programma te gebruiken voor het maken van de installatiemedia? Met de ingebouwde Opdrachtprompt van Windows lukt het je zonder hulp van buitenaf.

Steek de usb-stick in de computer en typ Opdrachtprompt in het Startmenu. Kies voor Als administrator uitvoeren. Eerst maken we de usb-stick geschikt. Typ Diskpart gevolgd door Enter. Typ nu List Disk, waarna een overzicht van schijven met bijbehorend nummer verschijnt. In dit overzicht vind je ook de usb-stick. Weet je niet zeker om welke schijf het gaat? Bij Grootte kom je erachter. Ga pas verder als je hier zeker van bent, zodat je niet in de stappen verderop per ongeluk de verkeerde schijf wist.

Maak de schijf actief, zodat je er een opstartbare schijf van kunt maken. Typ Sel Disk X, waarbij je X vervangt door het juiste nummer (bijvoorbeeld Sel Disk 4) en druk op Enter. Typ Clean gevolgd door Enter. Maak vervolgens de primaire partitie aan, via de opdracht:

Create Partition Primary

Controleer het resultaat en maak de nieuwe partitie actief, zodat deze wordt gebruikt: typ List Par voor een overzicht van de partities. Typ nu Active gevolgd door Enter.

Tot slot formatteer je de usb-stick volgens de NTFS-bestandsindeling met de opdracht:

Format fs=NTFS label=install QUICK OVERRIDE

Druk op Enter, typ Exit en verlaat het programma.

Kopiëren maar!

Je beschikt nu over een opstartbare usb-stick, waarop we de installatiebestanden van Windows kunnen plaatsen. Zorg dat het hiervoor benodigde iso-bestand op een eenvoudige locatie op de computer is opgeslagen. Vanuit de Opdrachtprompt geef je de volgende opdracht:

PowerShell Mount-DiskImage -ImagePath

Gevolgd door het volledige pad en bestandsnaam van het iso-bestand. Bijvoorbeeld: 

PowerShell Mount-DiskImage -ImagePath "C:\Gebruikers\Gebruikersnaam\Download\windows11.iso"

We gebruiken vervolgens het eerder besproken Diskpart om de schijfletter van het iso-bestand te achterhalen: typ Diskpart en druk op Enter. Typ hierna List volume en zoek de schijfletter op. Typ Exit gevolgd door Enter. Open het iso-bestand via de schijfletter: typ E:\ en druk op Enter (vervang E:\ door de juiste letter die je zojuist hebt opgezocht).

Open hierna de map Boot in het iso-bestand, via de opdracht Cd Boot. We zorgen er nu voor dat de usb-stick correct wordt ingesteld voor opstarten. Typ Bootsect /nt60 X: en vervang X: door de letter van de usb-stick, bijvoorbeeld Bootsect /nt60 D: en druk op Enter.

Kopieer tot slot de Windows-bestanden naar de usb-stick met de opdracht Xcopy E:\*.* D:\ /e /f /h.

Hierbij is E:\ de letter van het iso-bestand en D:\ de letter van de usb-stick. Wacht tot de Opdrachtprompt meldt dat het kopiëren is afgerond. De usb-stick is klaar voor gebruik.

Via opensource

In plaats van het officiële hulpprogramma (of het met de hand maken van de usb-stick) kun je gebruikmaken van Rufus. Met dit programmaatje kun je van allerhande iso-bestanden een opstartschijf maken, dus ook van de Windows-installatiebestanden. Zorg dus dat je over het iso-bestand beschikt, voordat je verdergaat. Je vindt de nieuwste versie van Rufus op de website.

Open het programma en sluit de lege usb-stick op de computer aan. In de sectie Device verschijnt de usb-stick. Kies voor Disk or ISO image bij de sectie Boot selection. Klik hierna op Select en blader naar het iso-bestand van Windows. Bij Image Option kies je vervolgens voor Standard Windows 11 Installation (TPM 2.0 + Secure Boot).

Prettig aan Rufus is de grote flexibiliteit ten opzichte van het officiële Microsoft-hulpprogramma. Heb je een computer die officieel niet wordt ondersteund door Windows 11, dan kun je er met Rufus voor zorgen dat de zelfgemaakte opstartschijf geen controle uitvoert, en je Windows alsnog kunt installeren. Kies dan voor de optie Extended Windows 11 Installation (no TPM/no Secure Boot).

Met Rufus maak je ook eenvoudig een opstartbare usb-stick.

Windows-noodschijf

Wil je in geval van nood de computer controleren op problemen en eventueel een eerder gemaakte back-up van Windows 10 of Windows 11 terugzetten? Dan kun je hiervoor een herstelstation maken. Hiermee heb je toegang tot diagnostische programma’s, onder meer voor het controleren van de vaste schijf, het interne geheugen en de systeembestanden. In zowel Windows 10 als Windows 11 vind je de ingebouwde mogelijkheid om een herstelstation te maken.

Sommige computers zijn vanuit de fabriek al voorzien van een herstelstation. De bestanden zijn dan vaak ondergebracht op een (verborgen) herstelpartitie, die je standaard ook niet ziet via Verkenner. Je kunt dit zelf controleren via Schijfbeheer. Open het Startmenu en typ Diskmgmt.msc. In onderste helft van het venster vind je een blok Herstelpartitie als deze op het systeem aanwezig is. Kun je de partitie niet vinden, dan is deze niet aangemaakt door de fabrikant.

Soms beschikt je computer al over een herstelstation.

Zoek de verschillen Wat zijn nu de verschillen tussen een opstartschijf en een herstelstation? Een herstelstation is net als een opstartschijf een opstartbare usb-stick. Beide methoden geven toegang tot programma’s voor probleemoplossing. Een herstelstation biedt je bovendien de mogelijkheid om Windows opnieuw te installeren. Het maakt hiervoor gebruik van de systeembestanden die tijdens het maken van het herstelstation zijn gekopieerd.

Een opstartschijf biedt je de mogelijkheid om de meest recente installatiebestanden van Windows te downloaden, zonder dat je (voor de download) een licentiesleutel hoeft te hebben. Je kunt hiermee een installatie van Windows uitvoeren, ook als de computer een lege vaste schijf heeft.

Een herstelstation maken

Zorg voor een stick met een capaciteit van 16 GB. Open het Startmenu en typ Herstelstation. In het eerste venster vraagt de wizard of er ook een back-up van de systeembestanden moet worden gemaakt. Die optie is nodig om het herstelstation later eventueel te gebruiken om Windows opnieuw te installeren. Plaats een vinkje bij Maak een back-up van de systeembestanden naar het herstelstation. Klik op Volgende.

Hierna geef je aan op welk station je het herstelstation wilt maken. Wij kiezen voor de lege usb-stick. Klik op Volgende. De wizard meldt dat alle bestaande bestanden op de stick worden verwijderd. Klik op Maken. Hierna is het even wachten: de benodigde bestanden worden naar de stick gekopieerd.

Zelf een herstelstation maken.

Aan de slag

Of je nu een opstartschijf of een herstelstation hebt gemaakt: in beide gevallen beschik je over gereedschap waarmee je in geval van nood aan de slag kunt. De usb-stick is opstartbaar: zorg ervoor dat de computer ook kan opstarten vanaf de stick. De stappen hiervoor zijn afhankelijk van de gebruikte computer. Vaak is het indrukken van Del, F12 of F2 voldoende om bij de opstartopties te komen. Zoek dan naar de sectie Boot en een optie zoals Boot Order. Stel in dat de computer vanaf usb-stick start en sla de wijzigingen op via een optie zoals Save & Exit.

Tijd om de stick te proberen. Start de computer opnieuw op vanaf de usb-stick. Kies Doorgaan als je Windows op de normale wijze wilt starten. Lukt dit niet – de primaire reden om de stick te gebruiken – dan kies je voor Problemen oplossen. Om Windows opnieuw te installeren, kies je voor Deze pc opnieuw instellen. Alle bestanden en programma’s worden hierbij gewist. Je begint met een schone lei.

Interessanter is echter de sectie Geavanceerde opties. Deze sectie bevat gereedschap waarmee je een groot deel van de problemen kunt verhelpen. Maak je met behulp van Systeemherstel regelmatig een herstelpunt? Roep dan via Systeemherstel een overzicht van herstelpunten op en kies een punt waar Windows naar moet terugkeren. Uiteraard is deze optie niet van toepassing als je geen herstelpunten maakt.

Het menu van je eigen herstelstation.

Installatiekopie

In het geval van Windows 10 zie je ook de optie Herstellen met een installatiekopie. Hiermee kun je de computer herstellen met een systeemimage. Bij een systeemimage zet je een ‘snapshot’ van je computer terug dat je eerder zelf hebt gemaakt. Hierin verschilt een installatiekopie van het hiervoor beschreven herstelpunt. Bij een herstelpunt blijven persoonlijke bestanden (zoals documenten) behouden, ook al zijn deze gemaakt na het maken van het herstelpunt. Bij een installatiekopie is dat niet het geval: daar wordt de staat naar de eerdere datum teruggezet. Bestanden van na die periode zijn niet meer aanwezig. De optie werkt overigens alleen als je een systeemkopie hebt gemaakt in het verleden.

In Windows 10 open je het instellingenvenster (Windows-toets+I) en kies je achtereenvolgens voor Bijwerken en beveiliging en Back-up. Kies voor Ga naar Back-up maken en terugzetten en klik op Een systeemkopie maken. Windows gebruikt de termen ‘installatiekopie’ en ‘systeemkopie’ door elkaar. Volg de stappen van de wizard. Hierna kun je gebruikmaken van de eerdergenoemde optie Herstellen met een installatiekopie van het herstelstation.

Met Windows 10 kun je ook herstellen met een zelfgemaakte systeemkopie.

Opstartherstel

Tot slot is er nog een belangrijke optie, waarmee je de computer kunt redden in geval van opstartproblemen. De zelfgemaakte opstartschijf en het herstelstation komen ook van pas bij het automatisch oplossen van opstartproblemen. Kies Opstartherstel. Met deze optie worden verschillende programma’s uitgevoerd die je helpen bij het vaststellen en verhelpen van de problemen.

▼ Volgende artikel
Derde The Last of Us-seizoen is mogelijk de laatste
Huis

Derde The Last of Us-seizoen is mogelijk de laatste

De baas van HBO Max lijkt te suggereren dat het aankomende derde seizoen van de serie The Last of Us de laatste wordt.

In een interview met Deadline werd HBO-baas Casey Bloys gevraagd naar de mogelijkheid dat het derde seizoen van de live-action verfilming van de gamereeks de laatste wordt. Daarop antwoordde hij dat "het er wel op lijkt". Hij voegde echter wel toe dat de showrunners dit uiteindelijk beslissen.

Mogelijk toch een vierde seizoen?

Eerder suggereerde showrunner Craig Mazin al dat de serie mogelijk vier seizoenen zou tellen, en dat er geen manier was om het verhaal uit de tweede game in een derde seizoen te concluderen. Het is niet duidelijk of dat nog steeds het geval is, of dat de plannen misschien zijn gewijzigd.

Wel heeft Mazin altijd gezegd dat hij alleen het verhaal uit de games zou verfilmen, en dat er niet meer bij verzonnen zou worden om de serie langer te laten lopen. Het eerste seizoen van de serie behandelt de gebeurtenissen uit de eerste game, en het vorig jaar verschenen tweede seizoen een gedeelte van de gebeurtenissen uit de tweede game.

Over The Last of Us

De The Last of Us-reeks draait om een wereld waarin een schimmel zich via mensen verspreid, en waardoor de geïnfecteerde mensen zich als een soort gewelddadige zombies op nog gezonde mensen storten. In deze wereld volgen gamers en kijkers Joel, een man die zijn kind heeft verloren en het meisje Ellie door de Verenigde Staten moet vervoeren.

Fans hopen al geruime tijd dat ontwikkelaar Naughty Dog een derde game binnen de reeks maakt, maar dat is vooralsnog niet bevestigd. Wel was er een multiplayergame gesitueerd in de The Last of Us-wereld in ontwikkeling, maar die game werd geannuleerd.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer
© Andrii - stock.adobe.com
Huis

Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Een NAS is voor de meeste gebruikers veel meer dan een netwerkschijf. Je kunt er eenvoudig extra toepassingen op draaien, bijvoorbeeld voor extra back-upmogelijkheden, productiviteit, multimedia en thuisautomatisering. Daarvoor is het vaak ook krachtig genoeg. Toepassingen kunnen bovendien bestanden op je NAS benutten. De makkelijkste manier om toepassingen te installeren en beheren is via Docker. We laten zien hoe je hiermee werkt op een NAS van Synology of QNAP.

In dit artikel

Je leest hoe Docker op een NAS werkt en waar je op moet letten bij Synology en QNAP. Je ziet hoe je images binnenhaalt, containers opzet en opslag goed regelt met bind mounts en volumes, zodat configuratie en data netjes op je NAS blijven staan. Ook leggen we uit hoe poortkoppelingen werken, wanneer Docker Compose handiger is dan losse containers en hoe je met Portainer het beheer overzichtelijker maakt.

Lees ook: Bouw je eigen dashboard met Homepage: al je webapplicaties overzichtelijk op één plek

Je hebt meestal geen zware server nodig voor toepassingen als Plex, Jellyfin, SABnzbd of Home Assistant. Een NAS is meestal krachtig genoeg. Soms is hooguit wat extra geheugen wenselijk. Zo heb je behalve je opslag ook al je toepassingen centraal. Mis je softwareopties op je NAS, bijvoorbeeld voor back-up of synchronisatie, dan is dat óók eenvoudig op te lossen met extra software. Maar hoe installeer je zulke toepassingen? Soms kun je een pakket installeren, bijvoorbeeld van SynoCommunity. Maar je moet dan precies de juiste variant vinden en er kunnen afhankelijkheden zijn, zoals php of Apache. Met Docker ben je veel flexibeler. Toepassingen zijn niet meer afhankelijk van de inrichting van je NAS en worden bovendien sneller bijgewerkt. Maar hoe werk je hier in de praktijk mee op een NAS? In dit artikel laten we dat zien. We beginnen met algemene uitleg over het werken met Docker op een NAS. Daarna behandelen we het downloaden van images en het maken en configureren van containers. We richten ons daarbij voornamelijk op Synology en QNAP. Heb je een NAS van een ander merk, dan zul je merken dat veel principes hetzelfde zijn. Bij het merk Ugreen lijkt de software bovendien sterk op die van Synology.

Containers of virtuele machines

Bij Docker draait een toepassing in een lichte en geïsoleerde container. De image, het uitgangspunt van een container, bevat alles wat de toepassing nodig heeft. Gegevens worden buiten de container opgeslagen, bijvoorbeeld in een gedeelde map op de NAS zelf. Een update is eenvoudig: je herbouwt gewoon de container op basis van een nieuwe image. Er zijn ook alternatieven, zowel bij QNAP als Synology. Zo kun je met virtuele machines werken, via Virtual Machine Manager (Synology) of Virtualization Station (QNAP). Maar in zo'n virtuele machine moet je een heel besturingssysteem installeren. Daar is een NAS niet altijd krachtig genoeg voor. Iets praktischer zijn de lichtgewicht Linux-containers die je bij QNAP kunt opzetten, maar dat vraagt meer technische kennis. Gevorderde gebruikers kunnen daarnaast bij QNAP vaak Kubernetes inzetten voor containerbeheer. Dat biedt veel mogelijkheden voor schaalbare omgevingen, maar is voor de meeste thuistoepassingen onnodig complex. Om snel een toepassing op je NAS te installeren, is Docker vrijwel ongeslagen.

Wat heb je nodig?

Niet alle modellen van Synology en QNAP ondersteunen Docker. Synology vereist een model met x86-cpu van Intel of AMD. Bij ARM-modellen kun je het soms via een omweg installeren, maar dat is niet officieel en ook niet zonder risico's. Verder hangt het van het model af. Vooral de Plus-series (zoals de DS224+ en DS923+) en hogere modellen ondersteunen Docker. Je kunt het eenvoudig controleren door in Synology Package Center te zoeken naar Container Manager (DSM 7.2 of hoger) of (als je een oudere DSM-versie hebt) naar Docker. Bij QNAP is de toepassing, onder de naam Container Station, beschikbaar via App Center. Het is geschikt voor de meeste niet al te oude modellen. Zowel bij Synology als QNAP is 2 GB werkgeheugen aanbevolen, maar we raden minimaal 4 GB RAM aan. Voor dit artikel gebruiken we een wat oudere Synology DS918+ en QNAP TS-453Be. Beide komen nog goed mee en beschikken over recente software.

Container Manager kun je vinden in Synology Package Center.

Opslag bij Docker

Belangrijke gegevens zoals configuratiebestanden, databases en cachebestanden worden in principe buiten een container bewaard. Dat kan op twee manieren. Normaal zal Docker voor de paden in de container die persistent moeten zijn een anoniem volume gebruiken. Dat krijgt een lange hash als naam. Je kunt ook zelf een naam toewijzen. We noemen dat dan een named volume. Die kun je makkelijker herkennen of hergebruiken in andere containers. De tweede optie is een zogeheten bind mount. Je koppelt dan de persistente paden in de container aan mappen op de host (het systeem waarop Docker draait), zoals je NAS. Zeker bij een NAS van Synology is dat het meest praktisch. Synology verbergt in de webinterface namelijk volumes, ook al zijn ze er wel! Bij een bind mount zie je de bestanden altijd netjes in de gedeelde mappen, zodat jij ze zelf kunt raadplegen of back-uppen.

QNAP maakt volumes met opslag voor een container wél zichtbaar.

Opslag bij een NAS

Voor het organiseren van je bestanden op een NAS gebruik je standaard al gedeelde mappen. Ga je met Docker werken, dan zul je óók zo'n map gebruiken voor de opslag voor je containers. Synology maakt die map standaard onder /docker. Bij QNAP is dat (meestal) /Container. Stel dat je WordPress wilt installeren. Het persistente pad in de container is in dit geval /var/www/html. Daar worden alle websitebestanden opgeslagen. Bij Synology zul je dan een map zoals /docker/wordpress maken die je bij de configuratie koppelt aan het container-pad /var/www/html. Er kunnen ook meerdere paden zijn. SearXNG gebruikt in de container bijvoorbeeld /etc/searxng voor de configuratie (zoals settings.yml) en /var/cache/searxng voor data en cachebestanden. Beide kun je dan koppelen met de NAS, bijvoorbeeld onder /docker/searxng/config en /docker/searxng/cache. Gebruik eventueel de bestandsbeheerder (zoals File Station) om de mappen vooraf aan te maken of aangemaakte bestanden te bekijken!

Het is handiger om gegevens van containers in een gedeelde map te bewaren.
Bestanden op je NAS gebruiken

Het mooie van Docker op een NAS is dat je een container toegang kunt geven tot bestanden op die NAS, zoals foto's, video's, documenten en back-ups. Je koppelt daarvoor gewoon de gewenste gedeelde mappen of submappen. Op die manier kun je bijvoorbeeld de muziekspeler NaviDrome direct toegang tot de muziek op de NAS geven. De muziek kun je daarna netjes georganiseerd bekijken en afspelen via de vlotte webinterface. Het werkt ook samen met verschillende bekende apps. Ook bijvoorbeeld voor video's zijn goede toepassingen beschikbaar, zoals Plex en Jellyfin. Of probeer eens een toepassing als Immich of Photoprism voor je fotobibliotheek.

Met NaviDrome kun je heel handig de muziek op je NAS beluisteren.

Werken met poorten

Containers gebruiken vaak één of meerdere poorten voor bijvoorbeeld een webinterface. Een voorbeeld is de webserver nginx met http-poort 80. Bij de configuratie koppel je die interne poort 80 aan een poort op de host en daarmee je lokale netwerk. Je kunt soms hetzelfde poortnummer (in dit voorbeeld 80) kiezen, maar dat hoeft niet. In dit geval is dat ook af te raden. Liever gebruik je een hogere, vrije poort. Let goed op de bezette poorten van de NAS zelf. Dat zijn er vaak best veel. Een voorbeeld is de veelgebruikte poort 8080 die QNAP voor de webinterface gebruikt. Bij Synology zie je een overzicht van gebruikte poorten in Configuratiescherm / Infocenter op het tabje Service. Bij QNAP ga je naar Systeem / Systeemstatus / Systeemdiensten. Een blok als 6000-6999 is bij beide merken een goede optie. Heb je een container gestart, dan moet je deze vaak even de tijd geven om te starten voordat je de webinterface kunt benaderen via de ingestelde poort.

Je maakt een koppeling tussen poorten op de host en poorten in de container.

Docker Compose

Bij een NAS kun je een container relatief makkelijk via een wizard starten. Maar de details die je opgeeft, zoals poorten en volumes, kun je naderhand niet aanpassen. Wil je iets veranderen, dan zul je een nieuwe container moeten maken met de juiste instellingen. Bij zowel Synology als QNAP kun je ook werken met Docker Compose. Bij Synology heet dit een project, QNAP noemt het een toepassing. Je kunt dan de instellingen voor één of meerdere containers beheren in één yaml-bestand, meestal met de naam docker-compose.yml. Een groot voordeel is dat je dan eenvoudiger achteraf de configuratie kunt aanpassen. Het werken met meerdere containers is bovendien veel overzichtelijker. Je groepeert ze samen in één bestand, ook wel 'stack' genoemd. En je kunt alle containers in één handeling starten, stoppen of verwijderen. Bij problemen zul je overigens wel nog steeds de individuele containers moeten inspecteren (zie kader 'Problemen oplossen').

Via een wizard kies je vooraf de gewenste instellingen voor een container.
Problemen oplossen

Heb je een probleem met een container? Open dan het overzicht met containers. Klik vervolgens op de naam van de container. De logboeken die je hier kunt bekijken, geven vaak goede aanwijzingen voor problemen. Ook als je met Docker Compose werkt, zul je bij problemen de individuele containers moeten inspecteren. Soms is het ook weleens handig om opnieuw te beginnen. Stop daarvoor eerst de relevante containers, verwijder de volumes én bestanden die in de gekozen gedeelde mappen zijn gemaakt en start je project opnieuw.

Synology: Docker installeren

Docker is meestal niet standaard geïnstalleerd. Je logt eerst in bij DSM, het besturingssysteem van je NAS. Vervolgens installeer je de toepassing via

Package Center. De toepassing heet Container Manager (sinds DSM 7.2) of (bij een eerdere versie) Docker. Bij de installatie wordt gevraagd om een brugnetwerk te configureren. Dat is het netwerk waarop containers intern communiceren. Je hoeft dit subnet (172.17.0.0/16) niet te veranderen, tenzij dit conflicteert met jouw eigen netwerk (wat heel zeldzaam is).

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

Synology: images downloaden

Om een container met een bepaalde toepassing te starten, heb je een image nodig. Open daarvoor Container Manager en ga naar Register. Hier kun je images op naam opzoeken. Dubbelklik dan op een image om deze te downloaden. Vaak zul je de officiële of populairste optie kiezen. De images van LinuxServer.io zijn ook altijd goed. Omdat ze dezelfde opbouw en documentatie volgen, zijn ze herkenbaar en makkelijk te gebruiken. Je kunt bij het downloaden een tag kiezen. Vaak kies je latest voor de laatste stabiele versie. Alle images die je hebt gedownload, vind je terug onder Image. Als er updates zijn, kun je die daar ook downloaden. Je containers blijven overigens draaien op de versie waarmee ze zijn gemaakt. Pas als je een nieuwe container start, wordt de nieuwe image gebruikt.

Je kunt direct binnen Container Manager de gewenste images downloaden.

Synology: container maken

We gaan als voorbeeld een container voor SearXNG maken, een privacyvriendelijke zoekmachine die live resultaten bij andere zoekmachines ophaalt. Ga hiervoor naar Container en kies Maken. We gebruiken de image searxng/searxng. Bij het maken van de container hoef je bij Algemene instellingen niet veel te veranderen. Wel handig is de optie Automatisch opnieuw starten inschakelen, voor hogere beschikbaarheid. Op het tweede scherm, bij Geavanceerde instellingen, zie je onder het kopje Poortinstellingen dat deze toepassing in de container poort 8080 gebruikt. Bij Lokale poort kies je de lokale poort (op de host), zoals 8080 (of iets anders, als deze al in gebruik is). Na het maken van de container kun je de zoekmachine bereiken via de gekozen lokale poort, zoals http://ip-NAS:8080. Onder het kopje Volume-instellingen maak je zoals eerder toegelicht een bind mount. Koppel /docker/searxng/config met /etc/searxng en koppel /docker/searxng/cache met /var/cache/searxng. Via het venster kun je naar de map op de NAS bladeren om deze aan te wijzen (en eventueel ook aan te maken).

We maken koppelingen tussen gedeelde mappen en volumes in de container.

Synology: lokale bestanden gebruiken

Een van de voordelen is dat toepassingen bestanden op de NAS kunnen gebruiken. We noemden NaviDrome al, een populaire muziekspeler. Bij het maken van deze container koppel je poort 4533 aan de lokale poort, zoals 4533. Bij de volumes moet je opletten. NaviDrome gebruikt /data voor gegevensopslag en /music voor muziek. Koppel bij Volume-instellingen daarom bijvoorbeeld /docker/navidrome/data aan /data. Staat je muziek op de NAS onder /music/albums, dan koppel je precies die map aan /music in de container. Kies hier eventueel voor alleen leestoegang, omdat deze toepassing geen bestanden hoeft te wijzigen. Na het starten van de container zul je het programma even de tijd moeten geven om alle muziek te indexeren.

We geven NaviDrome toegang tot muziek op de NAS.

Synology: project maken

Wil je bij Synology met Docker Compose werken dan ga je naar Project en kies je Maken. Je kunt bij Bron kiezen om zelf een docker-compose.yml te uploaden, maar ook een nieuw bestand maken. Dat laatste heeft meestal de voorkeur. Je kunt de configuratie dan in het venster plakken en meteen nog wat persoonlijke aanpassingen maken. We nemen WordPress als voorbeeld dat twee containers heeft: één voor WordPress zelf en één voor een database (zoals MySQL of MariaDB). Je zet ze samen in één project en beheert ze daarna als geheel, in plaats van als twee losse containers. Bij Naam van project vullen we in wordpress (alleen kleine letters). Bij Pad kiezen we een gedeelde map op de NAS, zoals /docker/wordpress. Bij Bron kiezen we voor het maken van een docker-compose.yml. Hieronder zie je het voorbeeld voor de officiële image voor WordPress, waar we wat aanpassingen in gaan maken voor de NAS:

services:

  wordpress:

    image: wordpress

    restart: always

    ports:

      - 8080:80

    environment:

      WORDPRESS_DB_HOST: db

      WORDPRESS_DB_USER: exampleuser

      WORDPRESS_DB_PASSWORD: examplepass

      WORDPRESS_DB_NAME: exampledb

    volumes:

      - wordpress:/var/www/html

  db:

    image: mysql:8.0

    restart: always

    environment:

      MYSQL_DATABASE: exampledb

      MYSQL_USER: exampleuser

      MYSQL_PASSWORD: examplepass

      MYSQL_RANDOM_ROOT_PASSWORD: '1'

    volumes:

      - db:/var/lib/mysql

volumes:

  wordpress:

  db:

Begin met het maken van een nieuw project.

Synology: configuratie aanpassen

Hoewel de configuratie werkt, zijn enkele aanpassingen wel wenselijk. In het voorbeeld worden twee named volumes gebruikt, terwijl bind mounts handiger zijn, zeker bij Synology. Daarom halen we de onderste drie regels weg. We maken op de NAS de mappen /docker/wordpress/db en /docker/wordpress/html aan. Ten slotte passen we het volume aan voor de twee containers. Voor WordPress wordt dit als volgt:

- /volume1/docker/wordpress/html:/var/www/html

Voor de database passen we het aan naar:

- /volume1/docker/wordpress/db:/var/lib/mysql

Controleer op jouw NAS of de volumenaam volume1 klopt. Kies ook een betere gebruikersnaam en een sterker wachtwoord voor de database. Let wel op: wat je bij WORDPRESS_DB_USER en WORDPRESS_DB_PASSWORD invult, moet hetzelfde zijn als bij MYSQL_USER en MYSQL_PASSWORD. MySQL maakt met die toegangsgegevens de database, terwijl WordPress ze gebruikt om daar toegang toe te krijgen.

Je kunt de configuratie via een YAML-bestand aanpassen.

Nieuwe NAS? Kijk en vergelijk op Kieskeurig.nl

QNAP: Docker installeren

Om Docker te installeren op je NAS van QNAP log je eerst in bij het besturingssysteem QTS. Daarna installeer je de toepassing via App Center. Je vindt het onder de naam Container Station. De installatie wijst zichzelf. Als je de toepassing de eerste keer start, wordt gevraagd waar je gegevens van containers op wilt slaan. Je kunt de standaardmap /Container accepteren.

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

QNAP: image zoeken en gebruiken

Voor het zoeken van een image open je Container Station en klik je op Verkennen. Hier kun je images op naam opzoeken. Voor Docker gebruik je de resultaten van Docker Hub, de centrale verzamelplek voor Docker-images. Kies bij de gewenste image de optie Implementeer. Je kunt dan een tag kiezen (zoals latest). Vervolgens kun je direct de container configureren. Dit behandelen we in de volgende stap. Voor een overzicht van alle gedownloade images kun je naar Installatiekopieën. Wij installeren ook in dit voorbeeld een container voor SearXNG.

Gebruik voor Docker de resultaten van Docker Hub.

QNAP: container configureren

Bij de configuratie van de container kan de optie Standaardpoort voor web-URL wat verwarrend zijn. In feite maakt Container Station op basis van die poort een klikbare link die je in de webinterface ziet om de container te openen in je browser. Je kunt het dus zien als een soort shortcut. Je moet daaronder dus nog steeds de benodigde poorten openstellen. In dit voorbeeld vul je dus achter Host een poortnummer in, zoals 8000 (8080 is bij QNAP bezet!). Verander de poort bij Container (8080) niet. Vul bij Standaardpoort voor web-URL ook 8000 in, zodat de shortcut ook werkt.

Om andere opties in te kunnen stellen, zoals opslag, klik je op Uitgebreide instellingen.

Let bij de configuratie van de container vooral op de lokale poort.

QNAP: opslag configureren

SearXNG heeft in de container de persistente paden /etc/searxng en /var/cache/searxng. Bij QNAP kun je prima met (anonieme of named) volumes werken. In dit voorbeeld zullen we dat doen voor de wegwerpbare cachebestanden. Voor de configuratiebestanden maken we via File Station vooraf een map aan onder /Container/searxng/config. Achter Volume vullen we nu de naam searxngcache in, in het deel waar bij Container het pad /var/cache/searxng staat. Hier wordt dan een named volume voor gemaakt. We verwijderen de andere optie (met het pad /etc/searxng). Via het pijltje achter Voeg volume toe kiezen we Gekoppelde hostlocatie binden. Blader dan achter Host naar de zojuist gemaakte map (/Container/searxng/config). Achter Container vul je het pad /etc/searxng in. SearXNG zal zijn configuratie nu in de gekozen map bewaren en de cache in een named volume. Rond het maken van de container af. Die zal daarna worden gestart. Onder Volumes zie je alle volumes die zijn gemaakt, zoals searxngcache. Merk op dat In gebruik hier betekent dat het volume is gekoppeld aan een container, en dus niets over de status van de container zegt! Je kunt ongebruikte volumes eventueel verwijderen.

We gebruiken een named volume voor cache en een bind mount voor de configuratie.

QNAP: toepassingen

QNAP ondersteunt het werken met Docker Compose. Hiervoor ga je naar Toepassing en kies je Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in. Daaronder kun je de yaml-code invullen. Voor SearXNG, ingesteld zoals hiervoor met een bind mount voor de configuratiebestanden en een named volume voor cache, vul je het in zoals hieronder. Let op het absolute pad /share/Container/searxng/config. Dat is hoe je naar die map moet verwijzen. De code is als volgt:

services:

  searxng:

    image: searxng/searxng

    container_name: searxng

    restart: unless-stopped

    ports:

      - "8000:8080"

    volumes:

      - /share/Container/searxng/config:/etc/searxng

      - searxngcache:/var/cache/searxng

volumes:

  searxngcache:

Het maken van eventuele aanpassingen is niet heel intuïtief. Je gaat hiervoor naar Toepassingen en klikt achter de toepassing op het instellingenicoontje. Kies dan de optie Opnieuw maken. Je kunt nu de yaml-code bewerken. Na het maken van de aanpassingen zal een nieuwe container worden opgebouwd met deze nieuwe configuratie.

QNAP ondersteunt ook het werken met Docker Compose.
Beheer containers op je NAS met Portainer

Het kan om meerdere redenen praktisch zijn om Portainer te installeren op je NAS, een grafische webinterface voor het beheer van je containers. Het is wat overzichtelijker en er blijft, zeker in vergelijking met Container Manager van Synology, minder verborgen. Je kunt Portainer gewoon via Docker installeren. Het is handig eerst een map te maken voor Portainer, waar het zijn configuratie persistent kan bewaren. Maak dan een project in Container Manager met de onderstaande configuratie:

services:

  portainer:

    image: portainer/portainer-ce:latest

    container_name: portainer

    restart: always

    ports:

      - "9443:9443"   # HTTPS toegang

      - "9000:9000"   # (optioneel, oudere HTTP-poort)

    volumes:

      - /var/run/docker.sock:/var/run/docker.sock

      - /volume1/docker/portainer:/data

Bij QNAP kun je dezelfde configuratie gebruiken, maar vervang dan /volume1/docker/portainer:/data door /share/Container/portainer:/data. Na het starten zie je op https://ip-NAS:9443 (of http://ip-NAS:9000) de webinterface van Portainer. De eerste keer wordt gevraagd om een wachtwoord aan te maken. Portainer heeft (ook) een kleine leercurve, maar het geeft je veel opties, en werkt op elk systeem hetzelfde.

Je kunt nu in Portainer alles rondom Docker beheren, zoals containers en images.