ID.nl logo
Met deze trackingtechnieken wordt je surfgedrag gevolgd
© Reshift Digital
Huis

Met deze trackingtechnieken wordt je surfgedrag gevolgd

Advertentienetwerken en internetbedrijven volgen je op de voet, vooral via mobiele apps en browsers. In dit artikel focussen we ons op bekende en onbekende trackingtechnieken. Denk aan cdn’s, tracking cookies, web storage, fingerprinting, favicons, cname cloaking en FLoC. Plus: wat doe je er tegen?

Er zijn verschillende redenen waarom websites bezoekers willen traceren. Zo kan het interessant zijn te weten welke pagina’s sitebezoekers bekijken, hoelang ze op een pagina blijven, waar ze op klikken enzovoort. Immers, zo’n analyse kan bijvoorbeeld aan het licht brengen dat belangrijke informatie op een pagina nauwelijks wordt gelezen, zodat bezoekers bijvoorbeeld minder geneigd zijn zich in te schrijven voor een nieuwsbrief. 

Tracering kan ook nuttig zijn voor de conversieratio van commerciële sites: hoeveel bezoekers gaan over tot een aankoop? Misschien blijkt hieruit wel dat een webpagina een lagere conversieratio heeft bij bezoekers afkomstig van een site met advertentie A dan wanneer ze vanuit een site met advertentie B zijn doorverwezen.

Wellicht de belangrijkste reden voor webtracking is profilering en gerichte marketing. Hoe nauwkeuriger men een bezoeker weet te profileren, hoe gerichter men advertenties kan aanleveren. Het zogenoemde retargeting is hierbij erg populair: je krijgt dan op diverse sites advertenties te zien voor een product dat je op een eerdere site hebt bekeken.

Tracking cookies zijn hiervoor wellicht de meest gebruikte techniek, maar er zijn er nog heel wat andere, waar gebruikers vaak geen weet van hebben. In dit artikel stellen we een hele reeks van deze technieken voor, evenals enkele verdedigingsmechanismen ertegen.

©PXimport

IP-adres

Als je naar een website surft, kunnen webserver je ip-adres loggen. Dat kan handig zijn om na te gaan of je de site al eerder hebt bezocht en hoe vaak, en welke pagina’s je al bekeken hebt. Welk ip-adres je achterlaat, kun je uitvinden via bijvoorbeeld iplocation.net, waar je meteen merkt dat een webserver nog andere systeem- en browserinformatie kan vastleggen (zie verder bij ‘Fingerprinting’). 

Tenzij je van een vast ip-adres gebruikmaakt, bijvoorbeeld gekoppeld aan je domeinnaam, leidt zo’n adres normaliter naar een adrespool bij je internetprovider. Zo’n ‘pool-adres’ verraadt je identiteit niet, maar het volstaat alvast wel om je land van herkomst te kennen. Dat kan dan weer nuttig zijn om alleen producten, bijvoorbeeld met aangepaste prijzen, te tonen die in jouw land beschikbaar zijn, maar net zo goed voor geoblokkades, zoals die door BBC iPlayer en andere mediaservices worden gebruikt.

Houd je dat ip-adres liever verborgen, dan kun je surfen via een anonimiserend netwerk als Tor, met behulp van de Tor Browser, eventueel gevirtualiseerd met Whonix. Of je gebruikt een proxy server of liever nog een betrouwbare VPN-dienst die je ip-adres verbergt en vervangt door het ip-adres van de VPN-server in een zelf te kiezen land.

Referrer

Niet alleen je eigen ip-adres kan worden gelogd, maar ook het webadres van de site waarop je hebt doorgeklikt om naar de volgende site te gaan. Een klein experiment verduidelijk dit. Start je browser op, surf naar Google, zoek naar ‘pcm web’ en klik op de link die naar de site van PCM leidt. Druk op F12 om naar de ontwikkelaarstools te gaan en open hier de Console, waar je document.referrer intikt. 

Je leest nu https://www.google.nl af. Deze informatie wordt via de http-headers namelijk standaard doorgestuurd naar de bezochte website, zodat niet alleen deze site weet waar je vandaan komt, maar ook eventuele advertentie- of sociale medianetwerken met content op diezelfde webpagina.

Het valt trouwens niet helemaal uit te sluiten dat zo’n referrer privacygevoelige informatie bevat, bijvoorbeeld iets als www.website.com/?land=nederland&leeftijd=40&roker=1&inkomen=2300. Nu is het wel zo dat de meeste browsers, waaronder Chrome, Safari (met ITP oftewel Intelligent Tracking Prevention) en onlangs ook Firefox, een strenger referrer-beleid toepassen en zowel het pad als query-informatie voor alle ‘cross-origin’-verzoeken weglaten.

Overigens kun je in Firefox via about:config allerlei referrer-beleidsregels zelf aanpassen. Om referrer geheel te blokkeren stel je network.http.sendReferrerHeader in op 0. Verder zijn er browserextensies waarmee je zelf tot op siteniveau kunt bepalen hoe de browser met referrers hoort om te gaan, zoals Referrer Control (voor Chrome en Firefox).

©PXimport

Url-parameters

We hebben al aangegeven dat ook de url-parameters (query-strings met) informatie kunnen doorgeven die trackers best kunnen interesseren. In Google Ads wordt deze methode zelfs bewust gehanteerd via de zogenoemde ValueTrack-parameters. 

Wanneer een adverteerder bijvoorbeeld {lpurl}?network={network}&device={device} opneemt in zijn trackingsjabloon dan wordt de url iets als www.website.com/?network=g&device=t zodat de adverteerder weet dat je via een tablet en vanuit Google Search op die link hebt geklikt. Ook Google Analytics maakt trouwens volop gebruik van url-parameters, te herkennen aan &utm in de string.

Er zijn wel browserextensies die ongewenste url-parameters kunnen weghalen voor ze aan de webserver worden doorgegeven. Eén ervan is Neat URL, beschikbaar voor Firefox en Chrome. We bekijken heel kort de extensie in Firefox. 

Rechtsklik op het pictogram en kies Preferences. Ga naar het tabblad Opties om de Standaard geblokkeerde parameters te zien. Je kunt bij Geblokkeerde parameters ook andere parameters toevoegen. Stel, je wilt de parameter q alleen in google.nl-sites (en subdomeinen) laten verwijderen, dan volstaat q@*.google.nl. Bevestig je aanpassingen met Voorkeuren opslaan

Of dit een goed voorbeeld is, is nog maar de vraag, want hierdoor zullen je zoekopdrachten in google.nl niet meer werken zolang dit item is opgenomen...

Content Delivery Networks (cdn’s)

Talrijke sites gebruiken JavaScript en doen daarvoor graag een beroep op frameworks waarin frequente gebruikte JavaScript-functies zijn opgenomen. Zulke frameworks vinden ze bij zogeheten Content Delivery Networks (cdn’s). Google is een van de meest gebruikte, maar er zijn nog andere publieke cdn’s. Natuurlijk, wanneer frameworks bij cdn’s worden opgehaald, krijgen die ook je ip-adres en andere browserdata toegestuurd, wat alweer tracering mogelijk maakt.

Om dat tegen te gaan kun je een browserextensie als Decentraleyes installeren, beschikbaar voor onder meer Firefox en Chrome. Die zorgt ervoor dat de meest gebruikte frameworks lokaal worden opgeslagen zodat niet langer een aanroep naar zo’n cdn is vereist. Je kunt de werking voor en na uittesten op decentraleyes.org/test. Let wel, heb je een adblocker als uBlock Origin draaien, dan is het niet uitgesloten dat die het ophalen en updaten van lokale JavaScript-bibliotheken tegengaat.

©PXimport

Trackingcookies

Wellicht de populairste techniek bij sitetracking draait om cookies. Onze focus ligt hier niet zozeer op de functionele of zelfs analytische cookies, maar op de tracking cookies van derde partijen, bedoeld om je over diverse sites heen te volgen. 

Wat er gebeurt, is dat zo’n partij een stukje code, via een advertentie of een onzichtbaar plaatje, op de bezochte site plaatst om een cookie op je toestel te kunnen bewaren. De cookie kan dan worden ingelezen wanneer je een andere site bezoekt waarop die partij ook zo’n tracker heeft achtergelaten. Advertentienetwerken zoals die van Google hebben trackers op miljoenen sites.

Steeds meer browser blokkeren standaard cookies van derde partijen, zoals Firefox, Safari en Brave. We nemen Firefox even als voorbeeld. Tik about:preferences#privacy in op de adresbalk voor de module Privacy & Beveiliging. Je zult merken dat de Standaard-instelling onder meer Sociale-mediatrackers, Fingerprinters (zie verder bij ‘Fingerprinting’), Cross-site-trackingcookies en Cross-site-cookies in privévensters blokkeert. 

Wil je zelf bepalen welke trackers je met deze ETP-functie (Enhanced Tracking Protection) blokkeert, kies dan Streng of eventueel Aangepast. In de ‘strenge modus’ wordt ook de TCP-functie actief (Total Cookie Protection). Die hoort nog meer tracering door derde partijen te voorkomen, maar kan ook bepaalde functionaliteiten belemmeren.

Web storage

Er zijn helaas nog heel wat andere traceringstechnieken dan tracking cookies. Surf bij wijze van experiment maar eens met Firefox of Chrome naar YouTube waarna je op F12 drukt. Ga in Firefox naar Opslag of naar Application in Chrome en open hier (de tijdelijke) Sessieopslag en (de persistente) Lokale opslag. Dit toont aan dat browsers ook allerlei informatie kunnen bewaren buiten cookies om: de zogenoemde HTML5 web storage of DOM-storage (Document Object Model). Die kan trouwens veel meer data bevatten dan een gewoon cookie (zo’n 10 MB versus 4 kB). 

Om deze opslag leeg te maken klik je met rechts op de url en kies je Alles verwijderen (in Chrome selecteer je hier Clear). Lokale opslag verwijderen, kan trouwens ook op een meer ‘klassieke’ manier, ongeveer zoals je ook cookies weghaalt. We nemen Chrome als voorbeeld. Tik chrome://settings.siteData in en tik een domeinnaam in bij Cookies zoeken

Klik op een domeinnaam met lokale opslag en klik hierop. Kies Alles verwijderen om de inhoud leeg te maken. Alle lokale opslag in één keer weghalen kan ook. Druk op Ctrl+Shift+Delete, zet een vinkje bij Cookies en andere sitegegevens, stel Periode in op Alles en klik op Gegevens wissen (let wel, ook cookies verdwijnen hierdoor).

©PXimport

Fingerprinting

Lokale opslag via cookies of DOM-storage is niet eens noodzakelijk om je (browser) online te kunnen identificeren. Webservers kunnen als het ware een vingerafdruk van je browser en, via JavaScript, van je systeem nemen op grond van talrijke eigenschappen die je browser doorgeeft en die samen een uniek en dus traceerbaar datapatroon vormen. 

Om er maar enkele te noemen: user agent, geïnstalleerde plug-ins en fonts, standaardtaal, tijdzone, besturingssysteem enzovoort. Om een idee te krijgen van de vingerafdruk van je eigen browser(s) kun je bijvoorbeeld surfen naar coveryourtracks.eff.org

Steeds meer browsers trachten hiertegen bescherming te bieden. Zo hebben we het al even gehad over de module Privacy & Beveiliging van Firefox, maar Brave gaat nog een stapje verder en tracht de vingerafdruk er telkens anders uit te laten zien, zodat die niet zomaar herkend wordt. Tor Browser pakt het dan weer helemaal anders aan: die probeert de browser er bij alle gebruikers zo identiek mogelijk uit te laten zien.

Een aanverwante techniek is canvas fingerprinting, waarbij via HTML5 de browser de instructie krijgt een onzichtbare tekening te maken. Minuscule verschillen bij het uitvoeren van deze taak kunnen volstaan voor een unieke vingerafdruk. Test het zelf even uit op browserleaks.com/canvas.

Browsercache

We hebben het al over DOM-storage gehad, maar er zijn ook technieken waarbij op een sluwe manier allerlei andere browsercaches worden ingezet. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat een webserver een ID codeert in een afbeelding die bij het laden door de browser wordt gecachet. Het gevolg is dat ook andere webservers deze ID kunnen inlezen wanneer die hetzelfde plaatje hebben ingebed. 

Naast caches voor afbeeldingen zijn er onder meer ook caches voor stylesheets, fonts enzovoort en die kunnen in principe zonder meer worden uitgelezen.

Onlangs hebben onderzoekers van de universiteit van Chicago ontdekt dat ook favicons op een vergelijkbare manier als traceermiddel kunnen worden ingezet, zeker in combinatie met fingerprinting. Favicons belanden op een andere locatie dan de cookies, surfgeschiedenis of sitegegevens en verdwijnen dus niet als je cookies of je geschiedenis wist. Het is nu heel goed mogelijk dat een website diverse favicons van subdomeinen opslaat in een specifieke en dus identificeerbare combinatie.

In Chrome bijvoorbeeld belanden favicons in een (SQLite-)database met de naam favicons, standaard in %localappdata%\Google\Chrome\User Data\<profielnaam>. Je kunt die gericht inlezen met bijvoorbeeld DB Browser for SQLite, via een SQL-instructie als:

select f.url, b.* from favicons f inner join favicon_bitmaps b on f.id = b.icon_id where f.url like '%<beoogde_domeinnaam>%'</beoogde_domeinnaam>

©PXimport

Cache partitionering

Om het zomaar delen van cache-informatie tegen te gaan is Firefox voorzien van FPI-functie (First Party Isolation), overigens geïnspireerd door Tor. Die houden in dat cookies, maar ook andere surfdata uit browsercaches, in principe alleen nog benaderbaar zijn vanuit hetzelfde domein, wat site-overstijgende tracering (cross-site tracking) moet bemoeilijken. Om deze functie in te stellen tik je about:config en vervolgens firstparty in. Dubbelklik op privacy.firstparty.isolate en zet de waarde op true.

Een vorm van cache partitioning dus, ook wel network partitioning genoemd. Safari biedt al langer ondersteuning aan voor zo’n functie en ook Chrome (versie 86 en hoger) heeft een vergelijkbare functionaliteit ingebouwd.

Een nadeel van deze vorm van bescherming is wel dat data per TLD (top level domain) opnieuw moeten worden gedownload, wat een nadelige impact kan hebben op sommige prestaties, zoals die van Google Fonts.

©PXimport

CNAME cloaking

In 2019 werd ontdekt dat een Franse krant een sluwe manier had toegepast om anti-traceringstechnieken te ontlopen: CNAME cloaking. Dat vergt enige toelichting.

Voor een browser zijn bijvoorbeeld www.website.nl en blog.website.nl (afkomstig van) dezelfde site of partij. Wanneer nu vanuit een pagina op www.website.nl inhoud wordt opgehaald uit blog.website.nl, dan komen alle cookies en aanverwante data ook beschikbaar voor deze tweede site. Deze kan ook cookies plaatsen die door de browser dan eveneens als eerste-partij cookies worden beschouwd en dus normaliter niet worden geblokkeerd. 

Door nu sluw gebruik te maken van CNAME-records (canonical name) kan de ene domeinnaam binnen het DNS-systeem naar een andere ‘gemapt’ worden en langs deze weg kan een tracker in de eerste-partij context van een bezochte website worden geïnjecteerd.

Verschillende browsers hebben inmiddels verdedigingstechnieken ontwikkeld, zoals Safari (versie 14 en hoger) met ITP (Intelligent Tracking Prevention). Die laat bijvoorbeeld cookies die via CNAME cloaking zijn gezet automatisch na zeven dagen verlopen. 

Ook Brave 1.17 en hoger (met Brave Shields) en de adblocker uBlock Origin vanaf versie 1.25.0 zouden CNAME-cloaking detecteren en blokkeren, met behulp van de browser.dns-API van Mozilla. Op github.com/AdguardTeam/cname-trackers kun je terecht voor een geactualiseerde lijst van trackers die zich van CNAME-cloaking bedienen (circa 13.000 begin juni), voor gebruik in adblockers.

©PXimport

FLoC 

We hebben het in dit artikel al gehad over tracking cookies, maar als het aan Google ligt, worden zulke technieken in de loop van 2022 verleden tijd. Het bedrijf is namelijk volop aan het experimenteren met een alternatieve techniek: FLoC (Federated Learning of Cohorts). Wat houdt die precies in en in hoeverre biedt die de gebruiker meer garantie op privacy?

FLoC draait lokaal in je (Chrome-)browser, als onderdeel van Googles Privacy Sandbox-project, en gebruikt je surfgeschiedenis van de laatste week om je, met behulp van AI (federated learning) en op basis van een zogenoemde SimHash in te delen in een cohort, een categorie of groep van ‘gelijkgezinden’ (lees: gebruikers met dezelfde interesses). Elke groep krijg een FLoC-ID en dit label is in principe zichtbaar voor iedere bezochte website. Adverteerders krijgen dus niet langer een geïndividualiseerd maar gegroepeerd en dus min of meer geanonimiseerd interesseprofiel te zien.

Om te weten of je browser momenteel FLoC ondersteunt, hoef je maar te surfen naar amifloced.org. Begin juni zouden wereldwijd nog maar 0,5 procent van alle Chrome-installaties van deze functie zijn voorzien, maar de kans is groot dat Google zijn experimenten snel flink gaat uitbreiden.

©PXimport

Adverteerders lopen niet bepaald warm voor het FLoC-idee. Niet alleen maakt deze techniek het lastiger om heel gerichte advertenties te tonen – want geen geïndividualiseerde profielen meer – het geeft alweer de ontwikkelaars van browsers meer macht. Dit speelt dus vooral marktleiders als Google en Apple in de kaart.

Het is de vraag of de privacy van gebruikers hier echt mee gebaat is. Alweer een browserfunctie betekent namelijk per definitie een nieuw attribuut dat bij fingerprinting kan worden ingezet. De kans lijkt ons klein dat Google de gebruiker inzage zal geven in de gevormde cohorts of dat de gebruiker een cohort zal kunnen verwijderen als hij zich daarin niet herkent. 

Komt daarbij dat FloC-cohorts weliswaar niet als ‘identifiers’ kunnen fungeren, maar advertentiebedrijven weten de informatie uit zo’n cohort ongetwijfeld wel te linken aan data die ze via andere manieren binnenkrijgen, zoals fingerprinting. 

Er komt ook weerstand van andere browsers. Zo hebben Vivaldi en Brave al eerder meegedeeld dat ze FLoC niet zullen implementeren en hebben inmiddels ook Mozilla (Firefox) en Microsoft (Edge) hun veto uitgesproken. DuckDuckGo heeft bovendien de extensie Privacy Essentials geüpdatet, zodat je er FloC mee kunt blokkeren in Chrome.

Chrome’s FLoC krijgt dus heel wat kritiek: van andere browserontwikkelaars, van adverteerders en van diverse privacy-voorvechters. Wordt vervolgd.

▼ Volgende artikel
Hoe kies je de juiste powerbank?
© Tevarak Phanduang | NaMaKuki_2016
Huis

Hoe kies je de juiste powerbank?

Je bent onderweg en ziet dat je telefoon nog maar vijf procent batterij heeft. Op dat moment is een powerbank precies wat je nodig hebt. Alleen: welke? De juiste keuze begint met twee vragen: hoeveel energie heb je onderweg nodig en hoe snel moet die energie eruit kunnen?

In dit artikel

Je leest hier hoe je een powerbank kiest die past bij jouw gebruik. Je ziet waarom mAh op de verpakking niet alles zegt en hoe je met wattuur (Wh) beter ziet hoeveel energie een powerbank kan opslaan en afgeven.  Ook leggen we uit waar laadsnelheid vandaan komt, wat usb-c en Power Delivery doen en waarom de juiste kabel bij hogere vermogens belangrijk is. Tot slot krijg je tips voor het opladen van een tablet of laptop.

Lees ook: Slimme tips om energie te besparen op je smartphone

Capaciteit: mAh is handig, maar reken in Wh

In de specificaties van powerbanks zie je bijna altijd een getal in milliampère-uur (mAh). Maar daarbij moet je je wel realiseren dat dat niet het hele verhaal is. Fabrikanten geven die mAh vaak op bij de interne batterijspanning van de cellen in de powerbank (meestal rond 3,6 tot 3,7 volt). Jouw telefoon laadt meestal via 5 volt, en bij snelladen soms op 9 of 12 volt. Die omzetting kost energie.

Zie de powerbank als een watertank met een kraan die je moet omzetten naar een andere maat aansluiting. Dat omzetten levert altijd wat verlies op. Daarom haal je in de praktijk niet 10.000 mAh uit 10.000 mAh. Reken grofweg met een bruikbare opbrengst die vaak ergens rond de 60 tot 80 procent ligt, afhankelijk van de kwaliteit van de elektronica en hoe je laadt. Met 10.000 mAh kun je een gemiddelde smartphone daarom meestal geen twee keer volledig vullen, maar eerder ongeveer anderhalf keer. Heb je een telefoon met een kleinere accu, dan kom je dichter bij de opgegeven twee keer; met een grotere accu haal je dat juist minder snel.

Wil je wat preciezer rekenen, kijk dan naar wattuur (Wh). Dat is de eenheid die echt iets zegt over hoeveel energie erin zit. Een eenvoudige omrekening helpt: Wh = (mAh × volt) / 1000. Staat er op de powerbank bijvoorbeeld 10.000 mAh bij 3,7 V, dan is dat ongeveer 37 Wh aan energie in de cellen, voordat je het omzetverlies meeneemt.

Powerbanks vergelijken

In de winkel zie je bijna altijd mAh als capaciteitsaanduiding. Zoals je hierboven hebt kunnen lezen is dat niet perfect. Maar omdat fabrikanten dezelfde soort cellen gebruiken en allemaal op dezelfde manier rekenen, kun je mAh wel gebruiken om powerbanks onderling te vergelijken. Heb je een powerbank gevonden die je wat lijkt, dan kun je bovenstaande berekening gebruiken om een meer realistisch beeld van het aantal keer opladen te krijgen.

View post on TikTok

Hoeveel capaciteit heb je echt nodig?

Als je vooral een extra lading voor je telefoon zoekt op een lange dag, dan zit je met 10.000 mAh in de praktijk vaak goed. Is 'bijna vol' al al genoeg, dan kan 5.000 mAh ook, maar reken er dan niet op dat je elke moderne smartphone die helemaal leeg is weer volledig volgeladen krijgt. Ga je een weekend weg of laad je meerdere apparaten op, dan is 20.000 mAh een logische stap. Je hebt dan meer oplaadcapaciteit, maar houd er wel rekening mee dat dat ook betekent dat de powerbank groter en zwaarder is.

Voor tablets geldt hetzelfde principe, alleen is de interne accu meestal groter dan die van een telefoon. Daardoor lijkt een powerbank die voor je telefoon prima is, bij een tablet ineens snel leeg. Dat is niet vreemd: je giet simpelweg meer water in een grotere emmer. Voor laptops ligt het net even anders: daar draait het niet alleen om capaciteit, maar vooral om het vermogen (wattage). Daar komen we zo op terug.


🔋Tot zover ging het over de hoeveelheid energie (mAh/Wh). De volgende stap is de afgifte: met welk vermogen (watt) kan de powerbank die energie aan je telefoon, tablet of laptop leveren? 


Snelheid: wattage maakt het verschil

Capaciteit zegt iets over hoe vaak je kunt laden. Snelheid gaat over wattage: hoeveel vermogen de powerbank kan leveren. Dat vermogen is vooral relevant als je snel wilt bijladen, of als je een tablet of laptop wilt opladen. USB-c is daarbij de norm geworden, en USB Power Delivery (PD) is de techniek waarmee lader en toestel afspraken maken over spanning en stroom. Je powerbank en je telefoon of laptop stemmen dat onderling af, zodat laden snel kan zonder dat het onveilig wordt. Daarvoor moeten de poort en je kabel het wel ondersteunen. Let daarom ook op de aansluitingen: usb-c heb je nodig voor snelladen met Power Delivery, terwijl usb-a vooral handig is als je oudere kabels of accessoires gebruikt.

©vadish - stock.adobe.com

Eén powerbank voor telefoon én laptop: waar je op let

Een laptop opladen vraagt meer dan een telefoon. Bij een telefoon kom je vaak weg met 10 tot 20 watt. Een laptop heeft meestal 45 watt of meer nodig, en veel modellen werken prettiger met 65 watt of hoger, zeker als je tijdens het laden ook blijft werken. De beste snelcheck is simpel: kijk naar het wattage van je eigen laptoplader. Dat is je richtgetal. Zit je daar ver onder, dan kan het laden extreem traag worden, of je laptop accepteert de lader helemaal niet.

Ook de juiste kabel is belangrijk. Voor hogere vermogens is niet elke usb-C-kabel geschikt. Tot ongeveer 60 watt (meestal 20 V bij 3 A) gaat het vaak goed met een kabel die expliciet 3 A ondersteunt. Ga je boven de 60 watt, dan heb je doorgaans een usb-c-kabel nodig die 5 A aankan. Zulke kabels hebben meestal een kleine chip in de stekker, een zogeheten e-marker. Die chip vertelt aan de powerbank en je laptop dat de kabel veilig meer stroom kan verwerken. Zie het als een identiteitsbewijs: zonder e-marker schakelt het systeem vaak terug naar een lagere stand, zodat het laden langzamer gaat en de kabel niet te warm wordt. Kijk in de specificaties of op de kabel zelf of er 3 A (tot circa 60 W) of 5 A (voor hogere vermogens) staat; dat is de snelste check. 

Formaat en gewicht: energie weegt nu eenmaal wat

Meer capaciteit betekent meestal meer cellen, en dus meer gewicht. Een powerbank van 20.000 mAh zit vaak ergens in de buurt van 350 tot 500 gram. Dat voelt in een jaszak al snel log. In een rugtas valt het mee. Stel jezelf dus de vraag: wil je elke dag een kleine powerbank mee voor noodgevallen, of is dat voor jou niet genoeg en ga je dus voor een grotere powerbank? 

Veiligheid: kies niet alleen op prijs

Bij draagbare accu's wil je geen twijfel over veiligheid. Een powerbank hoort bescherming te hebben tegen oververhitting, overladen en kortsluiting, maar bij heel goedkope modellen is dat niet altijd goed geregeld. De kans dat het misgaat is klein, alleen zijn de gevolgen groot als het wél gebeurt. Kies daarom liever een merk dat laat zien hoe het met veiligheid omgaat en dat testnormen en keurmerken gewoon vermeldt. Je hoeft die standaarden niet uit je hoofd te leren, maar het helpt als een merk concreet zegt welke testen en keurmerken het gebruikt. 

Zo kies je de juiste powerbank

 De juiste powerbank kies je door stap voor stap te bepalen wat je nodig hebt: eerst de hoeveelheid energie (liefst in Wh, met mAh als praktische indicatie), daarna de laadsnelheid (wattage en PD), en pas daarna pas de vorm en het gewicht. Voor dagelijks gebruik zit je vaak goed met een compacte powerbank rond 10.000 mAh met usb-c en Power Delivery. Wil je meer capaciteit zodat je meerdere keren kunt opladen (of ook je tablet opladen), dan is 20.000 mAh logischer. Houd er dan wel rekening mee dat de powerbank zwaarder wordt. Wil je ook een laptop kunnen laden, kijk dan naar het wattage van je laptoplader en kies een powerbank die dat vermogen via usb-c PD kan leveren, inclusief een kabel die geschikt is voor dat hogere vermogen.

▼ Volgende artikel
Chloe en Max keren terug in Life is Strange: Reunion
Huis

Chloe en Max keren terug in Life is Strange: Reunion

Uitgever Square Enix heeft de game Life is Strange: Reunion aangekondigd, een nieuw deel in de Life is Strange-franchise.

Begin deze maand gingen er al geruchten over het spel, omdat de naam al gemeld werd op de website van PEGI, de Europese organisatie die leeftijdskeuringen geeft aan spellen. Inmiddels is de game dus officieel aangekondigd en valt hieronder de eerste trailer te zien.

De allereerste Life is Strange-game draaide om hoofdpersonage Max Caulfield en haar vriendschap met Chloe Price. Vervolgen Life is Strange 2 en Life is Strange: True Colors draaiden echter om andere personages. In het in 2024 uitgekomen Life is Strange: Double Exposure keerde Max al terug, en in het aanstaande Reunion zijn beide dames weer te zien.

Terug naar Caledon University

Sterker nog: Life is Strange Reunion moet de saga rondom Max en Chloe in zijn geheel afronden. Het is dus waarschijnlijk dat dit de laatste game wordt waarin beide vriendinnen te zien zijn. Spelers doen wederom Caledon University aan, waar Max als een fotografiedocente werkt. Wanneer ze na een weekendje weg terugkeert, staat de school echter in brand, wat desastreuse gevolgen heeft voor het gebouw en de studenten.

Max kan zelf echter ternauwernood ontsnappen dankzij een speciale kracht waardoor ze de tijd kan terugspoelen - een kracht die terugkeert uit het oorspronkelijke spel. Max heeft vervolgens drie dagen de tijd om uit te zoeken hoe de brand ontstond en het tegen te houden. Tegelijkertijd arriveert ook Chloe op Caledon, die geplaagd wordt door de nachtmerries van een verleden die ze nooit heeft meegemaakt.

Spelers besturen in deze verhalende adventuregame afwisselend Max en Chloe, waarbij men gebruik kan maken van de terugspoelkrachten van Max en Chloe's praatgrage mond om meer info te achterhalen.

Vanaf 26 maart beschikbaar

Life is Strange: Reunion verschijnt op 26 maart voor PlayStation 5, Xbox Series X en S en pc. De standaard versie gaat 49,99 euro kosten, maar er komen ook een Deluxe Edition (59,99 euro), Twin Pack met Life is Strange: Double Exposure (69,99 euro) en Collector's Edition (prijs in euro's nog niet bekend, 99,99 dollar) beschikbaar.

Watch on YouTube
Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.