ID.nl logo
Met deze trackingtechnieken wordt je surfgedrag gevolgd
© Reshift Digital
Huis

Met deze trackingtechnieken wordt je surfgedrag gevolgd

Advertentienetwerken en internetbedrijven volgen je op de voet, vooral via mobiele apps en browsers. In dit artikel focussen we ons op bekende en onbekende trackingtechnieken. Denk aan cdn’s, tracking cookies, web storage, fingerprinting, favicons, cname cloaking en FLoC. Plus: wat doe je er tegen?

Er zijn verschillende redenen waarom websites bezoekers willen traceren. Zo kan het interessant zijn te weten welke pagina’s sitebezoekers bekijken, hoelang ze op een pagina blijven, waar ze op klikken enzovoort. Immers, zo’n analyse kan bijvoorbeeld aan het licht brengen dat belangrijke informatie op een pagina nauwelijks wordt gelezen, zodat bezoekers bijvoorbeeld minder geneigd zijn zich in te schrijven voor een nieuwsbrief. 

Tracering kan ook nuttig zijn voor de conversieratio van commerciële sites: hoeveel bezoekers gaan over tot een aankoop? Misschien blijkt hieruit wel dat een webpagina een lagere conversieratio heeft bij bezoekers afkomstig van een site met advertentie A dan wanneer ze vanuit een site met advertentie B zijn doorverwezen.

Wellicht de belangrijkste reden voor webtracking is profilering en gerichte marketing. Hoe nauwkeuriger men een bezoeker weet te profileren, hoe gerichter men advertenties kan aanleveren. Het zogenoemde retargeting is hierbij erg populair: je krijgt dan op diverse sites advertenties te zien voor een product dat je op een eerdere site hebt bekeken.

Tracking cookies zijn hiervoor wellicht de meest gebruikte techniek, maar er zijn er nog heel wat andere, waar gebruikers vaak geen weet van hebben. In dit artikel stellen we een hele reeks van deze technieken voor, evenals enkele verdedigingsmechanismen ertegen.

©PXimport

IP-adres

Als je naar een website surft, kunnen webserver je ip-adres loggen. Dat kan handig zijn om na te gaan of je de site al eerder hebt bezocht en hoe vaak, en welke pagina’s je al bekeken hebt. Welk ip-adres je achterlaat, kun je uitvinden via bijvoorbeeld iplocation.net, waar je meteen merkt dat een webserver nog andere systeem- en browserinformatie kan vastleggen (zie verder bij ‘Fingerprinting’). 

Tenzij je van een vast ip-adres gebruikmaakt, bijvoorbeeld gekoppeld aan je domeinnaam, leidt zo’n adres normaliter naar een adrespool bij je internetprovider. Zo’n ‘pool-adres’ verraadt je identiteit niet, maar het volstaat alvast wel om je land van herkomst te kennen. Dat kan dan weer nuttig zijn om alleen producten, bijvoorbeeld met aangepaste prijzen, te tonen die in jouw land beschikbaar zijn, maar net zo goed voor geoblokkades, zoals die door BBC iPlayer en andere mediaservices worden gebruikt.

Houd je dat ip-adres liever verborgen, dan kun je surfen via een anonimiserend netwerk als Tor, met behulp van de Tor Browser, eventueel gevirtualiseerd met Whonix. Of je gebruikt een proxy server of liever nog een betrouwbare VPN-dienst die je ip-adres verbergt en vervangt door het ip-adres van de VPN-server in een zelf te kiezen land.

Referrer

Niet alleen je eigen ip-adres kan worden gelogd, maar ook het webadres van de site waarop je hebt doorgeklikt om naar de volgende site te gaan. Een klein experiment verduidelijk dit. Start je browser op, surf naar Google, zoek naar ‘pcm web’ en klik op de link die naar de site van PCM leidt. Druk op F12 om naar de ontwikkelaarstools te gaan en open hier de Console, waar je document.referrer intikt. 

Je leest nu https://www.google.nl af. Deze informatie wordt via de http-headers namelijk standaard doorgestuurd naar de bezochte website, zodat niet alleen deze site weet waar je vandaan komt, maar ook eventuele advertentie- of sociale medianetwerken met content op diezelfde webpagina.

Het valt trouwens niet helemaal uit te sluiten dat zo’n referrer privacygevoelige informatie bevat, bijvoorbeeld iets als www.website.com/?land=nederland&leeftijd=40&roker=1&inkomen=2300. Nu is het wel zo dat de meeste browsers, waaronder Chrome, Safari (met ITP oftewel Intelligent Tracking Prevention) en onlangs ook Firefox, een strenger referrer-beleid toepassen en zowel het pad als query-informatie voor alle ‘cross-origin’-verzoeken weglaten.

Overigens kun je in Firefox via about:config allerlei referrer-beleidsregels zelf aanpassen. Om referrer geheel te blokkeren stel je network.http.sendReferrerHeader in op 0. Verder zijn er browserextensies waarmee je zelf tot op siteniveau kunt bepalen hoe de browser met referrers hoort om te gaan, zoals Referrer Control (voor Chrome en Firefox).

©PXimport

Url-parameters

We hebben al aangegeven dat ook de url-parameters (query-strings met) informatie kunnen doorgeven die trackers best kunnen interesseren. In Google Ads wordt deze methode zelfs bewust gehanteerd via de zogenoemde ValueTrack-parameters. 

Wanneer een adverteerder bijvoorbeeld {lpurl}?network={network}&device={device} opneemt in zijn trackingsjabloon dan wordt de url iets als www.website.com/?network=g&device=t zodat de adverteerder weet dat je via een tablet en vanuit Google Search op die link hebt geklikt. Ook Google Analytics maakt trouwens volop gebruik van url-parameters, te herkennen aan &utm in de string.

Er zijn wel browserextensies die ongewenste url-parameters kunnen weghalen voor ze aan de webserver worden doorgegeven. Eén ervan is Neat URL, beschikbaar voor Firefox en Chrome. We bekijken heel kort de extensie in Firefox. 

Rechtsklik op het pictogram en kies Preferences. Ga naar het tabblad Opties om de Standaard geblokkeerde parameters te zien. Je kunt bij Geblokkeerde parameters ook andere parameters toevoegen. Stel, je wilt de parameter q alleen in google.nl-sites (en subdomeinen) laten verwijderen, dan volstaat q@*.google.nl. Bevestig je aanpassingen met Voorkeuren opslaan

Of dit een goed voorbeeld is, is nog maar de vraag, want hierdoor zullen je zoekopdrachten in google.nl niet meer werken zolang dit item is opgenomen...

Content Delivery Networks (cdn’s)

Talrijke sites gebruiken JavaScript en doen daarvoor graag een beroep op frameworks waarin frequente gebruikte JavaScript-functies zijn opgenomen. Zulke frameworks vinden ze bij zogeheten Content Delivery Networks (cdn’s). Google is een van de meest gebruikte, maar er zijn nog andere publieke cdn’s. Natuurlijk, wanneer frameworks bij cdn’s worden opgehaald, krijgen die ook je ip-adres en andere browserdata toegestuurd, wat alweer tracering mogelijk maakt.

Om dat tegen te gaan kun je een browserextensie als Decentraleyes installeren, beschikbaar voor onder meer Firefox en Chrome. Die zorgt ervoor dat de meest gebruikte frameworks lokaal worden opgeslagen zodat niet langer een aanroep naar zo’n cdn is vereist. Je kunt de werking voor en na uittesten op decentraleyes.org/test. Let wel, heb je een adblocker als uBlock Origin draaien, dan is het niet uitgesloten dat die het ophalen en updaten van lokale JavaScript-bibliotheken tegengaat.

©PXimport

Trackingcookies

Wellicht de populairste techniek bij sitetracking draait om cookies. Onze focus ligt hier niet zozeer op de functionele of zelfs analytische cookies, maar op de tracking cookies van derde partijen, bedoeld om je over diverse sites heen te volgen. 

Wat er gebeurt, is dat zo’n partij een stukje code, via een advertentie of een onzichtbaar plaatje, op de bezochte site plaatst om een cookie op je toestel te kunnen bewaren. De cookie kan dan worden ingelezen wanneer je een andere site bezoekt waarop die partij ook zo’n tracker heeft achtergelaten. Advertentienetwerken zoals die van Google hebben trackers op miljoenen sites.

Steeds meer browser blokkeren standaard cookies van derde partijen, zoals Firefox, Safari en Brave. We nemen Firefox even als voorbeeld. Tik about:preferences#privacy in op de adresbalk voor de module Privacy & Beveiliging. Je zult merken dat de Standaard-instelling onder meer Sociale-mediatrackers, Fingerprinters (zie verder bij ‘Fingerprinting’), Cross-site-trackingcookies en Cross-site-cookies in privévensters blokkeert. 

Wil je zelf bepalen welke trackers je met deze ETP-functie (Enhanced Tracking Protection) blokkeert, kies dan Streng of eventueel Aangepast. In de ‘strenge modus’ wordt ook de TCP-functie actief (Total Cookie Protection). Die hoort nog meer tracering door derde partijen te voorkomen, maar kan ook bepaalde functionaliteiten belemmeren.

Web storage

Er zijn helaas nog heel wat andere traceringstechnieken dan tracking cookies. Surf bij wijze van experiment maar eens met Firefox of Chrome naar YouTube waarna je op F12 drukt. Ga in Firefox naar Opslag of naar Application in Chrome en open hier (de tijdelijke) Sessieopslag en (de persistente) Lokale opslag. Dit toont aan dat browsers ook allerlei informatie kunnen bewaren buiten cookies om: de zogenoemde HTML5 web storage of DOM-storage (Document Object Model). Die kan trouwens veel meer data bevatten dan een gewoon cookie (zo’n 10 MB versus 4 kB). 

Om deze opslag leeg te maken klik je met rechts op de url en kies je Alles verwijderen (in Chrome selecteer je hier Clear). Lokale opslag verwijderen, kan trouwens ook op een meer ‘klassieke’ manier, ongeveer zoals je ook cookies weghaalt. We nemen Chrome als voorbeeld. Tik chrome://settings.siteData in en tik een domeinnaam in bij Cookies zoeken

Klik op een domeinnaam met lokale opslag en klik hierop. Kies Alles verwijderen om de inhoud leeg te maken. Alle lokale opslag in één keer weghalen kan ook. Druk op Ctrl+Shift+Delete, zet een vinkje bij Cookies en andere sitegegevens, stel Periode in op Alles en klik op Gegevens wissen (let wel, ook cookies verdwijnen hierdoor).

©PXimport

Fingerprinting

Lokale opslag via cookies of DOM-storage is niet eens noodzakelijk om je (browser) online te kunnen identificeren. Webservers kunnen als het ware een vingerafdruk van je browser en, via JavaScript, van je systeem nemen op grond van talrijke eigenschappen die je browser doorgeeft en die samen een uniek en dus traceerbaar datapatroon vormen. 

Om er maar enkele te noemen: user agent, geïnstalleerde plug-ins en fonts, standaardtaal, tijdzone, besturingssysteem enzovoort. Om een idee te krijgen van de vingerafdruk van je eigen browser(s) kun je bijvoorbeeld surfen naar coveryourtracks.eff.org

Steeds meer browsers trachten hiertegen bescherming te bieden. Zo hebben we het al even gehad over de module Privacy & Beveiliging van Firefox, maar Brave gaat nog een stapje verder en tracht de vingerafdruk er telkens anders uit te laten zien, zodat die niet zomaar herkend wordt. Tor Browser pakt het dan weer helemaal anders aan: die probeert de browser er bij alle gebruikers zo identiek mogelijk uit te laten zien.

Een aanverwante techniek is canvas fingerprinting, waarbij via HTML5 de browser de instructie krijgt een onzichtbare tekening te maken. Minuscule verschillen bij het uitvoeren van deze taak kunnen volstaan voor een unieke vingerafdruk. Test het zelf even uit op browserleaks.com/canvas.

Browsercache

We hebben het al over DOM-storage gehad, maar er zijn ook technieken waarbij op een sluwe manier allerlei andere browsercaches worden ingezet. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat een webserver een ID codeert in een afbeelding die bij het laden door de browser wordt gecachet. Het gevolg is dat ook andere webservers deze ID kunnen inlezen wanneer die hetzelfde plaatje hebben ingebed. 

Naast caches voor afbeeldingen zijn er onder meer ook caches voor stylesheets, fonts enzovoort en die kunnen in principe zonder meer worden uitgelezen.

Onlangs hebben onderzoekers van de universiteit van Chicago ontdekt dat ook favicons op een vergelijkbare manier als traceermiddel kunnen worden ingezet, zeker in combinatie met fingerprinting. Favicons belanden op een andere locatie dan de cookies, surfgeschiedenis of sitegegevens en verdwijnen dus niet als je cookies of je geschiedenis wist. Het is nu heel goed mogelijk dat een website diverse favicons van subdomeinen opslaat in een specifieke en dus identificeerbare combinatie.

In Chrome bijvoorbeeld belanden favicons in een (SQLite-)database met de naam favicons, standaard in %localappdata%\Google\Chrome\User Data\<profielnaam>. Je kunt die gericht inlezen met bijvoorbeeld DB Browser for SQLite, via een SQL-instructie als:

select f.url, b.* from favicons f inner join favicon_bitmaps b on f.id = b.icon_id where f.url like '%<beoogde_domeinnaam>%'</beoogde_domeinnaam>

©PXimport

Cache partitionering

Om het zomaar delen van cache-informatie tegen te gaan is Firefox voorzien van FPI-functie (First Party Isolation), overigens geïnspireerd door Tor. Die houden in dat cookies, maar ook andere surfdata uit browsercaches, in principe alleen nog benaderbaar zijn vanuit hetzelfde domein, wat site-overstijgende tracering (cross-site tracking) moet bemoeilijken. Om deze functie in te stellen tik je about:config en vervolgens firstparty in. Dubbelklik op privacy.firstparty.isolate en zet de waarde op true.

Een vorm van cache partitioning dus, ook wel network partitioning genoemd. Safari biedt al langer ondersteuning aan voor zo’n functie en ook Chrome (versie 86 en hoger) heeft een vergelijkbare functionaliteit ingebouwd.

Een nadeel van deze vorm van bescherming is wel dat data per TLD (top level domain) opnieuw moeten worden gedownload, wat een nadelige impact kan hebben op sommige prestaties, zoals die van Google Fonts.

©PXimport

CNAME cloaking

In 2019 werd ontdekt dat een Franse krant een sluwe manier had toegepast om anti-traceringstechnieken te ontlopen: CNAME cloaking. Dat vergt enige toelichting.

Voor een browser zijn bijvoorbeeld www.website.nl en blog.website.nl (afkomstig van) dezelfde site of partij. Wanneer nu vanuit een pagina op www.website.nl inhoud wordt opgehaald uit blog.website.nl, dan komen alle cookies en aanverwante data ook beschikbaar voor deze tweede site. Deze kan ook cookies plaatsen die door de browser dan eveneens als eerste-partij cookies worden beschouwd en dus normaliter niet worden geblokkeerd. 

Door nu sluw gebruik te maken van CNAME-records (canonical name) kan de ene domeinnaam binnen het DNS-systeem naar een andere ‘gemapt’ worden en langs deze weg kan een tracker in de eerste-partij context van een bezochte website worden geïnjecteerd.

Verschillende browsers hebben inmiddels verdedigingstechnieken ontwikkeld, zoals Safari (versie 14 en hoger) met ITP (Intelligent Tracking Prevention). Die laat bijvoorbeeld cookies die via CNAME cloaking zijn gezet automatisch na zeven dagen verlopen. 

Ook Brave 1.17 en hoger (met Brave Shields) en de adblocker uBlock Origin vanaf versie 1.25.0 zouden CNAME-cloaking detecteren en blokkeren, met behulp van de browser.dns-API van Mozilla. Op github.com/AdguardTeam/cname-trackers kun je terecht voor een geactualiseerde lijst van trackers die zich van CNAME-cloaking bedienen (circa 13.000 begin juni), voor gebruik in adblockers.

©PXimport

FLoC 

We hebben het in dit artikel al gehad over tracking cookies, maar als het aan Google ligt, worden zulke technieken in de loop van 2022 verleden tijd. Het bedrijf is namelijk volop aan het experimenteren met een alternatieve techniek: FLoC (Federated Learning of Cohorts). Wat houdt die precies in en in hoeverre biedt die de gebruiker meer garantie op privacy?

FLoC draait lokaal in je (Chrome-)browser, als onderdeel van Googles Privacy Sandbox-project, en gebruikt je surfgeschiedenis van de laatste week om je, met behulp van AI (federated learning) en op basis van een zogenoemde SimHash in te delen in een cohort, een categorie of groep van ‘gelijkgezinden’ (lees: gebruikers met dezelfde interesses). Elke groep krijg een FLoC-ID en dit label is in principe zichtbaar voor iedere bezochte website. Adverteerders krijgen dus niet langer een geïndividualiseerd maar gegroepeerd en dus min of meer geanonimiseerd interesseprofiel te zien.

Om te weten of je browser momenteel FLoC ondersteunt, hoef je maar te surfen naar amifloced.org. Begin juni zouden wereldwijd nog maar 0,5 procent van alle Chrome-installaties van deze functie zijn voorzien, maar de kans is groot dat Google zijn experimenten snel flink gaat uitbreiden.

©PXimport

Adverteerders lopen niet bepaald warm voor het FLoC-idee. Niet alleen maakt deze techniek het lastiger om heel gerichte advertenties te tonen – want geen geïndividualiseerde profielen meer – het geeft alweer de ontwikkelaars van browsers meer macht. Dit speelt dus vooral marktleiders als Google en Apple in de kaart.

Het is de vraag of de privacy van gebruikers hier echt mee gebaat is. Alweer een browserfunctie betekent namelijk per definitie een nieuw attribuut dat bij fingerprinting kan worden ingezet. De kans lijkt ons klein dat Google de gebruiker inzage zal geven in de gevormde cohorts of dat de gebruiker een cohort zal kunnen verwijderen als hij zich daarin niet herkent. 

Komt daarbij dat FloC-cohorts weliswaar niet als ‘identifiers’ kunnen fungeren, maar advertentiebedrijven weten de informatie uit zo’n cohort ongetwijfeld wel te linken aan data die ze via andere manieren binnenkrijgen, zoals fingerprinting. 

Er komt ook weerstand van andere browsers. Zo hebben Vivaldi en Brave al eerder meegedeeld dat ze FLoC niet zullen implementeren en hebben inmiddels ook Mozilla (Firefox) en Microsoft (Edge) hun veto uitgesproken. DuckDuckGo heeft bovendien de extensie Privacy Essentials geüpdatet, zodat je er FloC mee kunt blokkeren in Chrome.

Chrome’s FLoC krijgt dus heel wat kritiek: van andere browserontwikkelaars, van adverteerders en van diverse privacy-voorvechters. Wordt vervolgd.

▼ Volgende artikel
Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?
© ER | ID.nl
Huis

Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?

Haperende streams en trage downloads op zolder zijn grote ergernissen in veel huishoudens. Om dat op te lossen twijfelen veel mensen tussen een krachtiger router of een set powerline-adapters. In dit artikel leggen we precies uit wanneer je voor welke oplossing moet kiezen, zodat je geen geld verspilt aan de verkeerde apparatuur.

Voordat je naar de winkel rent: je moet eerst begrijpen wat er precies misgaat met je verbinding. Wifi-problemen kun je doorgaans opdelen in twee categorieën: een gebrek aan bereik of een gebrek aan capaciteit. Bij een gebrek aan bereik komt het signaal simpelweg niet ver genoeg, bijvoorbeeld omdat dikke betonnen muren of plafonds het signaal blokkeren. Je hebt dan op zolder één streepje bereik of zelfs helemaal geen verbinding. Bij een gebrek aan capaciteit is het signaal wel sterk, maar is de router niet krachtig genoeg om alle data te verwerken. Dat merk je als het internet traag wordt zodra iedereen thuis tegelijk online is. Het onderscheid tussen deze twee oorzaken bepaalt of je een router of een powerline-adapter nodig hebt.

Wanneer is een nieuwe router de oplossing?

De router is het hart van je thuisnetwerk en regelt al het verkeer. Vaak gebruiken mensen het standaardmodem dat ze van hun internetprovider hebben gekregen, maar deze apparaten blinken zelden uit in prestaties. Een losse, hoogwaardige router kopen is de beste keuze wanneer je merkt dat de verbinding in de buurt van het modem al niet optimaal is of wanneer je regelmatig met veel apparaten tegelijk online bent.

Als je in de woonkamer zit en de verbinding hapert zodra de kids op hun tablets zitten, is je huidige router waarschijnlijk niet krachtig genoeg om al die gelijktijdige datastromen te verwerken. Een moderne router met ondersteuning voor wifi 6 kan veel meer apparaten tegelijk bedienen en zorgt voor een hogere, stabielere snelheid op de verdieping waar hij staat.

©Andrii

Internet via het stopcontact met powerline

Een powerline-adapter, ook wel homeplug genoemd, werkt volgens een totaal ander principe. Dit systeem maakt gebruik van het bestaande stroomnet in huis om het internetsignaal te verplaatsen. Je stopt één adapter in het stopcontact bij je router en de tweede adapter in een stopcontact op de plek waar je internet nodig hebt, bijvoorbeeld op zolder of in het tuinhuis.

Dit is de ideale oplossing wanneer het wifi-signaal door dikke betonnen muren of plafonds moet dringen. Waar wifi-golven afketsen op gewapend beton, stuurt de powerline het signaal simpelweg via de koperdraden in de muur naar boven. Dat maakt powerline-adapters uitermate geschikt voor specifieke 'dode zones' die te ver weg liggen voor het bereik van een gewone router.

Populaire merken voor netwerkoplossingen

Als je op zoek gaat naar powerline-adapters, kom je al snel uit bij Devolo. Dit Duitse merk is de onbetwiste marktleider op het gebied van homeplugs en staat bekend om de Magic-serie die zeer stabiele verbindingen via het stroomnet garandeert.

Voor routers en mesh-systemen is TP-Link een zeer populaire keuze vanwege de goede balans tussen prijs en prestaties, met modellen voor elk budget. Netgear richt zich met de Nighthawk-serie vaak op de veeleisende gebruiker en gamers die maximale snelheid wensen. Tot slot is AVM, bekend van de FRITZ!Box, een merk dat zowel uitstekende routers als powerline-oplossingen biedt die naadloos met elkaar samenwerken in één netwerk.

Stabiliteit versus snelheid

Bij de keuze tussen deze twee speelt ook het gebruiksdoel een rol. Powerline-adapters zijn vaak de favoriete keuze voor gamers of mensen die thuiswerken op een vaste pc. De reden hiervoor is dat de tweede adapter vaak beschikt over een netwerkafsluiting, waardoor je je computer met een kabel kunt aansluiten. Een bekabelde verbinding via powerline is doorgaans stabieler en heeft een lagere vertraging (ping) dan wifi, wat cruciaal is bij online gamen. Een nadeel is wel dat de snelheid van powerline afhankelijk is van de kwaliteit van je stroomnet. Oude bedrading of zware apparaten zoals een wasmachine kunnen storing veroorzaken, waardoor de snelheid soms fluctueert. Een high-end router biedt daarentegen vaak een hogere topsnelheid, maar is dus gevoeliger voor afstand en obstakels.

De opkomst van mesh-systemen

Tegenwoordig is er een hybride oplossing die de traditionele router steeds vaker vervangt: Multiroom Wifi of Mesh. Dit zijn feitelijk meerdere routers die met elkaar communiceren. Als je een groot huis hebt en overal perfecte wifi wilt zonder kabels te trekken, is dit vaak een betere, maar ook duurdere oplossing dan een simpele powerline-set. Kies je echter voor een budgetvriendelijke oplossing om snel internet op één specifieke, lastig bereikbare kamer te krijgen, dan wint de powerline-adapter het vaak op prijs-kwaliteitverhouding. Is je doel echter om de algehele snelheid en capaciteit in de woonkamer en keuken te verbeteren, investeer dan in een goede router.

▼ Volgende artikel
Professioneel en gratis video's bewerken? Aan de slag met VSDC Free Video Editor
Huis

Professioneel en gratis video's bewerken? Aan de slag met VSDC Free Video Editor

Maak jij tijdens een welverdiende vakantie talloze video’s? Met VSDC Free Video Editor giet je de leukste fragmenten in een gelikte film. Dankzij het gebruik van mooie overgangen en fraaie effecten oogt het resultaat zeer professioneel. Het kost je bovendien geen cent, want je installeert deze zeer uitgebreide videobewerker gratis op een Windows-computer.

Tegenwoordig liggen er best wat goede gratis videobewerkers voor het oprapen. Zeker wanneer je geen torenhoge eisen aan de videomontage stelt, heb je niet per se een betaald programma als Adobe Premiere Elements of Magix Video Deluxe nodig. Zo krijg je met het gebruiksvriendelijke VSDC Free Video Editor al een heleboel voor elkaar. In tegenstelling tot diverse gratis alternatieven voegt dit programma geen lelijk watermerk toe aan jouw film. Deze freeware heeft daarnaast een verrassend uitgebreide gereedschapskist.

Videobewerker installeren

VSDC Free Video Editor heeft relatief lage systeemeisen. Zeker voor video’s tot een resolutie van 1920 × 1080 pixels heb je geen supersnelle pc of laptop nodig. Wil je haarscherpe 4K-video’s bewerken? In dat geval adviseren de makers een systeem met 8 of 16 GB werkgeheugen. Daarnaast is een krachtige processor met meerdere rekenkernen geen overbodige luxe.

Particulieren mogen VSDC Free Video Editor voor nop installeren. Ga naar de site via www.kwikr.nl/vsdc en download het installatiebestand. Je hebt keuze tussen de 32bit- en 64bit-versie. De meeste computers kunnen met de 64bit-versie uit de voeten. Dubbelklik op het gedownloade exe-bestand en doorloop de stappen van de installatie. 

Nieuw project starten

Zodra je de videobewerker voor de eerste keer opstart, verschijnt er een pop-upvenster met een aanbeveling voor de betaalde Pro-versie (zie kader). Je klikt dat via het kruisje weg. Laat de ietwat drukke gebruikersomgeving even op je inwerken. Het beginscherm toont diverse instructies voor geavanceerde bewerkingen. Laat die als beginnende gebruiker links liggen. Je kunt wel alvast even de tabbladen doornemen, want die herbergen verschillende bruikbare functies.

Je gaat nu eerst een nieuw (video)project starten. Klik op het tabblad Projects en daarna op New project. Er verschijnt een nieuw venster waarin je diverse instellingen voor de videomontage kunt bepalen. Het belangrijkste is de waarde achter Resolution. Voor een scherp beeld en soepele montage laat je de huidige waarde van 1920 × 1080 pixels (16:9) staan. Filmt jouw smartphone of videocamera in een hogere resolutie, dan kun je een andere waarde overwegen. Laat de overige opties ongewijzigd. Je typt achter Project title een relevante projectnaam en kiest onderaan voor Blank project. Bevestig tot slot met Finish.

Welke resolutie ken je aan de videomontage toe?
VSDC Pro

Naast de hier besproken gratis versie bestaat er met VSDC Pro (www.videosoftdev.com/video-editor-pro) ook een betaalde variant. Die bevat allerlei extra snufjes voor geavanceerde gebruikers. Je kunt bijvoorbeeld een achtergrondkleur verwijderen, gesproken commentaar toevoegen en trillende beelden stabiliseren. Daarnaast ondersteunt de Pro-versie hardwareversnelling door een geschikte grafische kaart. Dit leidt tot betere prestaties, omdat de processor minder hoeft te rekenen. Je merkt dat bijvoorbeeld aan kortere wachttijden en een vloeiendere videoweergave. VSDC Pro kost op het moment van schrijven circa 31 euro. 

Video’s toevoegen

Nu ga je met het zojuist aangemaakte videoproject aan de slag. Merk op dat het tabblad Editor is geopend. Je zit nu dus in de videobewerker. Zoals je ziet, zijn er flink wat opties beschikbaar. Laat je hierdoor niet afschrikken, want we nemen de basisfuncties stap voor stap met je door.

Je dient eerst relevante videoclips aan het programma toe te voegen. Gunstig is dat VSDC Free Video Editor alle bekende beeldformaten ondersteunt. Klik bovenaan in de werkbalk op Add object / Video en navigeer naar de map met de bestanden. Je selecteert één of meer video’s, waarna je bevestigt met Openen / OK. Wanneer je minimaal twee fragmenten toevoegt, kies je Add to layer.

Wegens de talloze toeters en bellen ziet deze videobewerker er nogal imponerend uit.

De videoclips verschijnen allemaal in de tijdlijn onderaan het venster. Deze tijdlijn is belangrijk, want die bepaalt welke momenten er in de uiteindelijke film terechtkomen. Verder kun je hieraan bijvoorbeeld ook titels, overgangen, speciale effecten en audiotracks toevoegen. Vind je de tijdlijn te klein? Je kunt dit onderdeel eenvoudig vergroten. Zweef onder Layer 1 op de scheidslijn totdat er een dubbele pijl verschijnt. Beweeg de muis nu met ingedrukte muisknop omlaag. In VSDC Free Video Editor pas je op soortgelijke wijze de grootte van alle deelvensters aan. Kortom, richt op die manier het bewerkvenster naar eigen wens in.

Alle geïmporteerde videobestanden belanden op de tijdlijn.

Volgorde clips wijzigen

Waarschijnlijk heb je een bepaalde volgorde voor de videoclips in gedachten. Geen probleem, want je kunt de clips op de tijdlijn verplaatsen. Sleep het beoogde fragment met ingedrukte muisknop één laag omlaag. De overgebleven video’s schuif je daarna naar links of rechts. Creëer op die manier een ‘gat’ en sleep het fragment ernaartoe. Het is belangrijk dat er geen loze ruimtes op de tijdlijn achterblijven. Anders zie je namelijk zwart beeld.

Sleep videoclips naar onder, boven, rechts en links om de volgorde op de tijdlijn te wijzigen.

Scènes inkorten

Vanzelfsprekend wil je alleen boeiende scènes in de film tonen. Saaie passages snijd je daarom resoluut weg. Dat doe je door een videoclip in te korten. Gebruik hiervoor wederom de tijdlijn. Selecteer een fragment en beweeg de rode schuifregelaar naar deze clip. Het bijbehorende beeld verschijnt nu in de voorbeeldweergave. Vind je dit beeld te klein? Klik dan helemaal rechtsonder in het programma op het kleine plusteken. Je past daarmee het zoomniveau aan. Klik nu onder de voorbeeldweergave op de rode afspeelknop (PijltjeRechts) om de video te starten. Begint of eindigt het saaie gedeelte? Via dezelfde rode knop (twee verticale streepjes) pauzeer je de video.

Inkorten is vrij eenvoudig. Een geselecteerde videoclip heeft op de tijdlijn aan weerszijden twee piepkleine vierkanten. Klik daarop en houd de muisknop ingedrukt. Beweeg de muis nu naar links of rechts tot de rode schuifregelaar. Laat de muisknop als laatste los. Het fragment is nu een kopje kleiner gemaakt! 

Fragmenten splitsen

Je kunt een lang fragment ook in twee (of meer) delen opsplitsen. Dat is nuttig wanneer je deze videootjes op verschillende momenten in de film wilt tonen. Selecteer in de tijdlijn een videoclip en bepaal met de rode schuifregelaar een geschikt ‘splitmoment’. Overigens kun je met de mediaknoppen onder de voorbeeldweergave dit moment heel precies bepalen. Spoel bijvoorbeeld een seconde voor- of achteruit. Het is zelfs mogelijk om een video frame voor frame door te nemen. Staat de rode schuifregelaar exact op de goede plek? Klik dan in de werkbalk boven de tijdlijn op het pictogram met de twee rode haakjes. Je ziet vervolgens twee aparte clips.

Maak via de optie Split into parts van één clip twee losse fragmenten.

Roteren en bijsnijden

Soms is het noodzakelijk om een video negentig graden te roteren, omdat het beeld in VSDC Free Video Editor is gedraaid. Gelukkig herstel je deze ‘fout’ simpel. Je selecteert in de tijdlijn de juiste video en klikt helemaal bovenaan bij de sectie Tools op het pictogram met de gebogen pijl. De video draait meteen.

Staat er een ongewenst persoon, lelijk logo of storend object in beeld? Gooi de videoclip dan nog niet weg! Je kunt het fragment namelijk nog bijsnijden. Beslis welk deel van de video je wilt gebruiken en gooi het overtollige beeldmateriaal weg. Je klikt met de rechtermuisknop op een videoclip in de tijdlijn en kiest Crop tools / Custom region. Bepaal in het nieuwe venster welk deel uit beeld moet verdwijnen. Je regelt dat door de zwarte vierkantjes aan de randen van de voorbeeldweergave te verslepen. Tevreden? Met OK voer je de actie definitief uit.

Nuttig om te weten is dat je met deze functie de oorspronkelijke resolutie verkleint. Zeker wanneer je de uiteindelijke film op een grote televisie of pc-monitor bekijkt, zie je mogelijk korrelige beelden. Snijd daarom liever niet te veel beeldmateriaal weg.

Alles buiten de rechthoekige selectie verdwijnt uit de video.

Video-effecten

Wie dat wil, gaat in deze videobewerker helemaal los met speciale effecten. Klik maar eens bovenaan in de werkbalk op Video effects. Er verschijnt een uitgebreid menu. Voordat je iets uitkiest, selecteer je eerst een clip op de tijdlijn. Via Quick styles pas je heel makkelijk een effect toe, omdat hiervoor geen extra instellingen zijn vereist. Laat de video bijvoorbeeld op een gedateerde film uit de jaren ‘70 lijken of pas automatisch de contrastwaarden aan.

Wil je zelf meer invloed op in hoeverre het programma een video-effect toepast? Bij veel filters stel je naar eigen inzicht de intensiteit in. Bekijk hiervoor de mogelijkheden via Video effects / Adjustments. Zo wijzig je onder andere de kleurverzadiging en helderheid. Daarnaast kun je ook een stijlvol sepia- of zwart-wit-effect op de video loslaten. Zodra je eenmaal iets hebt gekozen, pas je in het deelvenster Properties window aan de rechterkant de waarden aan. Als je dit deelvenster niet ziet, klik je achtereenvolgens op het tabblad View en Properties. Tot slot zijn ook de video-effecten binnen de rubrieken Filters en Nature de moeite waard. Spijt van een bepaalde keuze? Met de sneltoets Ctrl+Z maak je de laatste handeling weer ongedaan. Experimenteer er dus lustig op los!

Met het Auto contrast-filter optimaliseer je heel eenvoudig de contrastwaarden.
Gebruik het deelvenster Properties window om de instellingen van een video-effect te wijzigen.

Overgangen

Tijdens de montage van een video ontkom je eigenlijk niet aan het gebruik van overgangen. Doe je dat niet, dan lopen de fragmenten nogal abrupt in elkaar over. Dat is onprettig voor de kijker. Met een overgang wordt een nieuwe videoclip op subtiele wijze geïntroduceerd.

Klik in de tijdlijn op de videoclip waarbij je aan het einde een overgang wilt toevoegen. Je opent zo nodig eerst het tabblad Editor en navigeert daarna naar Video effects / Transitions. Probeer nu één van de beschikbare overgangen uit. Zo laat je het oude fragment bijvoorbeeld in vlammen opgaan (Paper burn) of in scherven uit elkaar vallen (Shattered glass). Kies een overgang en controleer in het pop-upvenster of de optie To the end of scene is geselecteerd. Klik op OK.

Merk op dat er op de tijdlijn een verse laag met de gekozen overgang verschijnt. Klik op de rode afspeelknop onder de videoweergave om de overgang te bekijken. Je past in het eigenschappenvenster aan de rechterkant diverse zaken aan, waaronder de tijdsduur en transparantie.

Deze videobewerker heeft een aantal spectaculaire overgangen in huis.

Geluid

De audiokwaliteit van zelfgeschoten video’s is vaak matig. Stond er toentertijd tijdens de opname een stevig briesje, dan hoor je waarschijnlijk voornamelijk windgeruis. Zet het geluid van dergelijke videoclips daarom gewoon uit. Klik in de tijdlijn op een fragment om de bijbehorende eigenschappen aan de rechterkant te tonen. Verschijnt dat niet, dan klik je op View / Properties. Je scrolt zo nodig een stukje omlaag totdat je de optie Audio track tegenkomt. Klik achter Track 1 op het kleine pijltje en kies Don’t use audio.

Je kunt eventueel zelf audio aan de videomontage toevoegen, zoals achtergrondmuziek of een voice-over. Klik zo nodig op het tabblad Editor en kies Add object / Audio. Je selecteert nu pakweg een mp3-, wma-, wav- of flac-bestand op de computer. Via Openen / OK belandt de audiotrack als nieuwe laag op de tijdlijn. Kies een geschikte plek en pas diverse eigenschappen in het Properties window desgewenst aan. Denk hierbij onder meer aan de snelheid en het volumeniveau.

Schakel bij video’s met slecht geluid het audiospoor eenvoudig uit.

Film opslaan

Deze workshop is slechts een bescheiden introductie van VSDC Free Video Editor. Je kunt namelijk nog veel meer met deze veelzijdige videobewerker doen. Ga er dus vooral ook zelf mee stoeien. Ben je eenmaal klaar, dan sla je het resultaat op. Je kunt de film daarna op verschillende schermen bewonderen.

Klik in de werkbalk op het tabblad Export project en speel zekerheidshalve de volledige videomontage nog eens af. Ben je helemaal tevreden, dan geef je in de werkbalk het gewenste videoformaat aan. Kies bijvoorbeeld voor mp4, mkv, mov, flv of mts. Het is ook mogelijk om de film op een dvd te branden. Wijzig via Change name zo nodig de bestandsnaam en opslaglocatie. Je bevestigt bovenaan ten slotte met Export project / Continue.

VSDC Free Video Editor ondersteunt een heleboel exportformaten.