ID.nl logo
Met deze trackingtechnieken wordt je surfgedrag gevolgd
© Reshift Digital
Huis

Met deze trackingtechnieken wordt je surfgedrag gevolgd

Advertentienetwerken en internetbedrijven volgen je op de voet, vooral via mobiele apps en browsers. In dit artikel focussen we ons op bekende en onbekende trackingtechnieken. Denk aan cdn’s, tracking cookies, web storage, fingerprinting, favicons, cname cloaking en FLoC. Plus: wat doe je er tegen?

Er zijn verschillende redenen waarom websites bezoekers willen traceren. Zo kan het interessant zijn te weten welke pagina’s sitebezoekers bekijken, hoelang ze op een pagina blijven, waar ze op klikken enzovoort. Immers, zo’n analyse kan bijvoorbeeld aan het licht brengen dat belangrijke informatie op een pagina nauwelijks wordt gelezen, zodat bezoekers bijvoorbeeld minder geneigd zijn zich in te schrijven voor een nieuwsbrief. 

Tracering kan ook nuttig zijn voor de conversieratio van commerciële sites: hoeveel bezoekers gaan over tot een aankoop? Misschien blijkt hieruit wel dat een webpagina een lagere conversieratio heeft bij bezoekers afkomstig van een site met advertentie A dan wanneer ze vanuit een site met advertentie B zijn doorverwezen.

Wellicht de belangrijkste reden voor webtracking is profilering en gerichte marketing. Hoe nauwkeuriger men een bezoeker weet te profileren, hoe gerichter men advertenties kan aanleveren. Het zogenoemde retargeting is hierbij erg populair: je krijgt dan op diverse sites advertenties te zien voor een product dat je op een eerdere site hebt bekeken.

Tracking cookies zijn hiervoor wellicht de meest gebruikte techniek, maar er zijn er nog heel wat andere, waar gebruikers vaak geen weet van hebben. In dit artikel stellen we een hele reeks van deze technieken voor, evenals enkele verdedigingsmechanismen ertegen.

©PXimport

IP-adres

Als je naar een website surft, kunnen webserver je ip-adres loggen. Dat kan handig zijn om na te gaan of je de site al eerder hebt bezocht en hoe vaak, en welke pagina’s je al bekeken hebt. Welk ip-adres je achterlaat, kun je uitvinden via bijvoorbeeld iplocation.net, waar je meteen merkt dat een webserver nog andere systeem- en browserinformatie kan vastleggen (zie verder bij ‘Fingerprinting’). 

Tenzij je van een vast ip-adres gebruikmaakt, bijvoorbeeld gekoppeld aan je domeinnaam, leidt zo’n adres normaliter naar een adrespool bij je internetprovider. Zo’n ‘pool-adres’ verraadt je identiteit niet, maar het volstaat alvast wel om je land van herkomst te kennen. Dat kan dan weer nuttig zijn om alleen producten, bijvoorbeeld met aangepaste prijzen, te tonen die in jouw land beschikbaar zijn, maar net zo goed voor geoblokkades, zoals die door BBC iPlayer en andere mediaservices worden gebruikt.

Houd je dat ip-adres liever verborgen, dan kun je surfen via een anonimiserend netwerk als Tor, met behulp van de Tor Browser, eventueel gevirtualiseerd met Whonix. Of je gebruikt een proxy server of liever nog een betrouwbare VPN-dienst die je ip-adres verbergt en vervangt door het ip-adres van de VPN-server in een zelf te kiezen land.

Referrer

Niet alleen je eigen ip-adres kan worden gelogd, maar ook het webadres van de site waarop je hebt doorgeklikt om naar de volgende site te gaan. Een klein experiment verduidelijk dit. Start je browser op, surf naar Google, zoek naar ‘pcm web’ en klik op de link die naar de site van PCM leidt. Druk op F12 om naar de ontwikkelaarstools te gaan en open hier de Console, waar je document.referrer intikt. 

Je leest nu https://www.google.nl af. Deze informatie wordt via de http-headers namelijk standaard doorgestuurd naar de bezochte website, zodat niet alleen deze site weet waar je vandaan komt, maar ook eventuele advertentie- of sociale medianetwerken met content op diezelfde webpagina.

Het valt trouwens niet helemaal uit te sluiten dat zo’n referrer privacygevoelige informatie bevat, bijvoorbeeld iets als www.website.com/?land=nederland&leeftijd=40&roker=1&inkomen=2300. Nu is het wel zo dat de meeste browsers, waaronder Chrome, Safari (met ITP oftewel Intelligent Tracking Prevention) en onlangs ook Firefox, een strenger referrer-beleid toepassen en zowel het pad als query-informatie voor alle ‘cross-origin’-verzoeken weglaten.

Overigens kun je in Firefox via about:config allerlei referrer-beleidsregels zelf aanpassen. Om referrer geheel te blokkeren stel je network.http.sendReferrerHeader in op 0. Verder zijn er browserextensies waarmee je zelf tot op siteniveau kunt bepalen hoe de browser met referrers hoort om te gaan, zoals Referrer Control (voor Chrome en Firefox).

©PXimport

Url-parameters

We hebben al aangegeven dat ook de url-parameters (query-strings met) informatie kunnen doorgeven die trackers best kunnen interesseren. In Google Ads wordt deze methode zelfs bewust gehanteerd via de zogenoemde ValueTrack-parameters. 

Wanneer een adverteerder bijvoorbeeld {lpurl}?network={network}&device={device} opneemt in zijn trackingsjabloon dan wordt de url iets als www.website.com/?network=g&device=t zodat de adverteerder weet dat je via een tablet en vanuit Google Search op die link hebt geklikt. Ook Google Analytics maakt trouwens volop gebruik van url-parameters, te herkennen aan &utm in de string.

Er zijn wel browserextensies die ongewenste url-parameters kunnen weghalen voor ze aan de webserver worden doorgegeven. Eén ervan is Neat URL, beschikbaar voor Firefox en Chrome. We bekijken heel kort de extensie in Firefox. 

Rechtsklik op het pictogram en kies Preferences. Ga naar het tabblad Opties om de Standaard geblokkeerde parameters te zien. Je kunt bij Geblokkeerde parameters ook andere parameters toevoegen. Stel, je wilt de parameter q alleen in google.nl-sites (en subdomeinen) laten verwijderen, dan volstaat q@*.google.nl. Bevestig je aanpassingen met Voorkeuren opslaan

Of dit een goed voorbeeld is, is nog maar de vraag, want hierdoor zullen je zoekopdrachten in google.nl niet meer werken zolang dit item is opgenomen...

Content Delivery Networks (cdn’s)

Talrijke sites gebruiken JavaScript en doen daarvoor graag een beroep op frameworks waarin frequente gebruikte JavaScript-functies zijn opgenomen. Zulke frameworks vinden ze bij zogeheten Content Delivery Networks (cdn’s). Google is een van de meest gebruikte, maar er zijn nog andere publieke cdn’s. Natuurlijk, wanneer frameworks bij cdn’s worden opgehaald, krijgen die ook je ip-adres en andere browserdata toegestuurd, wat alweer tracering mogelijk maakt.

Om dat tegen te gaan kun je een browserextensie als Decentraleyes installeren, beschikbaar voor onder meer Firefox en Chrome. Die zorgt ervoor dat de meest gebruikte frameworks lokaal worden opgeslagen zodat niet langer een aanroep naar zo’n cdn is vereist. Je kunt de werking voor en na uittesten op decentraleyes.org/test. Let wel, heb je een adblocker als uBlock Origin draaien, dan is het niet uitgesloten dat die het ophalen en updaten van lokale JavaScript-bibliotheken tegengaat.

©PXimport

Trackingcookies

Wellicht de populairste techniek bij sitetracking draait om cookies. Onze focus ligt hier niet zozeer op de functionele of zelfs analytische cookies, maar op de tracking cookies van derde partijen, bedoeld om je over diverse sites heen te volgen. 

Wat er gebeurt, is dat zo’n partij een stukje code, via een advertentie of een onzichtbaar plaatje, op de bezochte site plaatst om een cookie op je toestel te kunnen bewaren. De cookie kan dan worden ingelezen wanneer je een andere site bezoekt waarop die partij ook zo’n tracker heeft achtergelaten. Advertentienetwerken zoals die van Google hebben trackers op miljoenen sites.

Steeds meer browser blokkeren standaard cookies van derde partijen, zoals Firefox, Safari en Brave. We nemen Firefox even als voorbeeld. Tik about:preferences#privacy in op de adresbalk voor de module Privacy & Beveiliging. Je zult merken dat de Standaard-instelling onder meer Sociale-mediatrackers, Fingerprinters (zie verder bij ‘Fingerprinting’), Cross-site-trackingcookies en Cross-site-cookies in privévensters blokkeert. 

Wil je zelf bepalen welke trackers je met deze ETP-functie (Enhanced Tracking Protection) blokkeert, kies dan Streng of eventueel Aangepast. In de ‘strenge modus’ wordt ook de TCP-functie actief (Total Cookie Protection). Die hoort nog meer tracering door derde partijen te voorkomen, maar kan ook bepaalde functionaliteiten belemmeren.

Web storage

Er zijn helaas nog heel wat andere traceringstechnieken dan tracking cookies. Surf bij wijze van experiment maar eens met Firefox of Chrome naar YouTube waarna je op F12 drukt. Ga in Firefox naar Opslag of naar Application in Chrome en open hier (de tijdelijke) Sessieopslag en (de persistente) Lokale opslag. Dit toont aan dat browsers ook allerlei informatie kunnen bewaren buiten cookies om: de zogenoemde HTML5 web storage of DOM-storage (Document Object Model). Die kan trouwens veel meer data bevatten dan een gewoon cookie (zo’n 10 MB versus 4 kB). 

Om deze opslag leeg te maken klik je met rechts op de url en kies je Alles verwijderen (in Chrome selecteer je hier Clear). Lokale opslag verwijderen, kan trouwens ook op een meer ‘klassieke’ manier, ongeveer zoals je ook cookies weghaalt. We nemen Chrome als voorbeeld. Tik chrome://settings.siteData in en tik een domeinnaam in bij Cookies zoeken

Klik op een domeinnaam met lokale opslag en klik hierop. Kies Alles verwijderen om de inhoud leeg te maken. Alle lokale opslag in één keer weghalen kan ook. Druk op Ctrl+Shift+Delete, zet een vinkje bij Cookies en andere sitegegevens, stel Periode in op Alles en klik op Gegevens wissen (let wel, ook cookies verdwijnen hierdoor).

©PXimport

Fingerprinting

Lokale opslag via cookies of DOM-storage is niet eens noodzakelijk om je (browser) online te kunnen identificeren. Webservers kunnen als het ware een vingerafdruk van je browser en, via JavaScript, van je systeem nemen op grond van talrijke eigenschappen die je browser doorgeeft en die samen een uniek en dus traceerbaar datapatroon vormen. 

Om er maar enkele te noemen: user agent, geïnstalleerde plug-ins en fonts, standaardtaal, tijdzone, besturingssysteem enzovoort. Om een idee te krijgen van de vingerafdruk van je eigen browser(s) kun je bijvoorbeeld surfen naar coveryourtracks.eff.org

Steeds meer browsers trachten hiertegen bescherming te bieden. Zo hebben we het al even gehad over de module Privacy & Beveiliging van Firefox, maar Brave gaat nog een stapje verder en tracht de vingerafdruk er telkens anders uit te laten zien, zodat die niet zomaar herkend wordt. Tor Browser pakt het dan weer helemaal anders aan: die probeert de browser er bij alle gebruikers zo identiek mogelijk uit te laten zien.

Een aanverwante techniek is canvas fingerprinting, waarbij via HTML5 de browser de instructie krijgt een onzichtbare tekening te maken. Minuscule verschillen bij het uitvoeren van deze taak kunnen volstaan voor een unieke vingerafdruk. Test het zelf even uit op browserleaks.com/canvas.

Browsercache

We hebben het al over DOM-storage gehad, maar er zijn ook technieken waarbij op een sluwe manier allerlei andere browsercaches worden ingezet. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat een webserver een ID codeert in een afbeelding die bij het laden door de browser wordt gecachet. Het gevolg is dat ook andere webservers deze ID kunnen inlezen wanneer die hetzelfde plaatje hebben ingebed. 

Naast caches voor afbeeldingen zijn er onder meer ook caches voor stylesheets, fonts enzovoort en die kunnen in principe zonder meer worden uitgelezen.

Onlangs hebben onderzoekers van de universiteit van Chicago ontdekt dat ook favicons op een vergelijkbare manier als traceermiddel kunnen worden ingezet, zeker in combinatie met fingerprinting. Favicons belanden op een andere locatie dan de cookies, surfgeschiedenis of sitegegevens en verdwijnen dus niet als je cookies of je geschiedenis wist. Het is nu heel goed mogelijk dat een website diverse favicons van subdomeinen opslaat in een specifieke en dus identificeerbare combinatie.

In Chrome bijvoorbeeld belanden favicons in een (SQLite-)database met de naam favicons, standaard in %localappdata%\Google\Chrome\User Data\<profielnaam>. Je kunt die gericht inlezen met bijvoorbeeld DB Browser for SQLite, via een SQL-instructie als:

select f.url, b.* from favicons f inner join favicon_bitmaps b on f.id = b.icon_id where f.url like '%<beoogde_domeinnaam>%'</beoogde_domeinnaam>

©PXimport

Cache partitionering

Om het zomaar delen van cache-informatie tegen te gaan is Firefox voorzien van FPI-functie (First Party Isolation), overigens geïnspireerd door Tor. Die houden in dat cookies, maar ook andere surfdata uit browsercaches, in principe alleen nog benaderbaar zijn vanuit hetzelfde domein, wat site-overstijgende tracering (cross-site tracking) moet bemoeilijken. Om deze functie in te stellen tik je about:config en vervolgens firstparty in. Dubbelklik op privacy.firstparty.isolate en zet de waarde op true.

Een vorm van cache partitioning dus, ook wel network partitioning genoemd. Safari biedt al langer ondersteuning aan voor zo’n functie en ook Chrome (versie 86 en hoger) heeft een vergelijkbare functionaliteit ingebouwd.

Een nadeel van deze vorm van bescherming is wel dat data per TLD (top level domain) opnieuw moeten worden gedownload, wat een nadelige impact kan hebben op sommige prestaties, zoals die van Google Fonts.

©PXimport

CNAME cloaking

In 2019 werd ontdekt dat een Franse krant een sluwe manier had toegepast om anti-traceringstechnieken te ontlopen: CNAME cloaking. Dat vergt enige toelichting.

Voor een browser zijn bijvoorbeeld www.website.nl en blog.website.nl (afkomstig van) dezelfde site of partij. Wanneer nu vanuit een pagina op www.website.nl inhoud wordt opgehaald uit blog.website.nl, dan komen alle cookies en aanverwante data ook beschikbaar voor deze tweede site. Deze kan ook cookies plaatsen die door de browser dan eveneens als eerste-partij cookies worden beschouwd en dus normaliter niet worden geblokkeerd. 

Door nu sluw gebruik te maken van CNAME-records (canonical name) kan de ene domeinnaam binnen het DNS-systeem naar een andere ‘gemapt’ worden en langs deze weg kan een tracker in de eerste-partij context van een bezochte website worden geïnjecteerd.

Verschillende browsers hebben inmiddels verdedigingstechnieken ontwikkeld, zoals Safari (versie 14 en hoger) met ITP (Intelligent Tracking Prevention). Die laat bijvoorbeeld cookies die via CNAME cloaking zijn gezet automatisch na zeven dagen verlopen. 

Ook Brave 1.17 en hoger (met Brave Shields) en de adblocker uBlock Origin vanaf versie 1.25.0 zouden CNAME-cloaking detecteren en blokkeren, met behulp van de browser.dns-API van Mozilla. Op github.com/AdguardTeam/cname-trackers kun je terecht voor een geactualiseerde lijst van trackers die zich van CNAME-cloaking bedienen (circa 13.000 begin juni), voor gebruik in adblockers.

©PXimport

FLoC 

We hebben het in dit artikel al gehad over tracking cookies, maar als het aan Google ligt, worden zulke technieken in de loop van 2022 verleden tijd. Het bedrijf is namelijk volop aan het experimenteren met een alternatieve techniek: FLoC (Federated Learning of Cohorts). Wat houdt die precies in en in hoeverre biedt die de gebruiker meer garantie op privacy?

FLoC draait lokaal in je (Chrome-)browser, als onderdeel van Googles Privacy Sandbox-project, en gebruikt je surfgeschiedenis van de laatste week om je, met behulp van AI (federated learning) en op basis van een zogenoemde SimHash in te delen in een cohort, een categorie of groep van ‘gelijkgezinden’ (lees: gebruikers met dezelfde interesses). Elke groep krijg een FLoC-ID en dit label is in principe zichtbaar voor iedere bezochte website. Adverteerders krijgen dus niet langer een geïndividualiseerd maar gegroepeerd en dus min of meer geanonimiseerd interesseprofiel te zien.

Om te weten of je browser momenteel FLoC ondersteunt, hoef je maar te surfen naar amifloced.org. Begin juni zouden wereldwijd nog maar 0,5 procent van alle Chrome-installaties van deze functie zijn voorzien, maar de kans is groot dat Google zijn experimenten snel flink gaat uitbreiden.

©PXimport

Adverteerders lopen niet bepaald warm voor het FLoC-idee. Niet alleen maakt deze techniek het lastiger om heel gerichte advertenties te tonen – want geen geïndividualiseerde profielen meer – het geeft alweer de ontwikkelaars van browsers meer macht. Dit speelt dus vooral marktleiders als Google en Apple in de kaart.

Het is de vraag of de privacy van gebruikers hier echt mee gebaat is. Alweer een browserfunctie betekent namelijk per definitie een nieuw attribuut dat bij fingerprinting kan worden ingezet. De kans lijkt ons klein dat Google de gebruiker inzage zal geven in de gevormde cohorts of dat de gebruiker een cohort zal kunnen verwijderen als hij zich daarin niet herkent. 

Komt daarbij dat FloC-cohorts weliswaar niet als ‘identifiers’ kunnen fungeren, maar advertentiebedrijven weten de informatie uit zo’n cohort ongetwijfeld wel te linken aan data die ze via andere manieren binnenkrijgen, zoals fingerprinting. 

Er komt ook weerstand van andere browsers. Zo hebben Vivaldi en Brave al eerder meegedeeld dat ze FLoC niet zullen implementeren en hebben inmiddels ook Mozilla (Firefox) en Microsoft (Edge) hun veto uitgesproken. DuckDuckGo heeft bovendien de extensie Privacy Essentials geüpdatet, zodat je er FloC mee kunt blokkeren in Chrome.

Chrome’s FLoC krijgt dus heel wat kritiek: van andere browserontwikkelaars, van adverteerders en van diverse privacy-voorvechters. Wordt vervolgd.

▼ Volgende artikel
De eerste foto van Game of Thrones-ster als Lara Croft in Tomb Raider-serie
© Amazon
Huis

De eerste foto van Game of Thrones-ster als Lara Croft in Tomb Raider-serie

Amazon heeft de eerste foto van actrice Sophie Turner als het populaire gamepersonage Lara Croft in de aankomende televisieserie Tomb Raider getoond.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

De foto is hieronder te zien en toont dat Turner – vooral bekend voor de rol van Sansa Stark in de serie Game of Thrones – erg lijkt op de klassieke versie van het bekende gamepersonage, inclusief de outfit en het brilletje. Het is voor het eerst dat we zien hoe Turner in de huid kruipt van Lara Croft, al was al wel enige tijd bekend dat zij de rol ging vertolken.

Zoals al langer bekend is, werkt Amazon aan een serie gebaseerd op de Tomb Raider-games. Hoewel nog niet bekend is wanneer de serie op Amazon Prime Video te zien zal zijn, zullen de opnames naar verluidt volgende week van start gaan. Het script wordt geschreven door Phoebe Waller-Bridge – bekend van Fleabag. Ook zijn er andere castleden bekend, waaronder Sigourney Weaver (Avatar, Alien) en Jason Isaacs (The White Lotus).

Meerdere games op komst

Tomb Raider bestaat al sinds de jaren negentig: in de games reist avonturierster Lara Croft de wereld over en neemt ze het op tegen een groot scala aan vijanden. Het personage groeide uit tot een waar icoon en is al meermaals verfilmd – onder andere Angelina Jolie kroop eerder in de huid van Lara.

Fans hoeven niet bang te zijn dat ze de komende jaren geen games ontvangen rondom het personage. Later dit jaar verschijnt Tomb Raider: Legacy of Atlantis, een remake van de allereerste Tomb Raider-game. Voor 2027 staat een compleet nieuwe game gepland met de naam Tomb Raider: Catalyst.

View post on X
▼ Volgende artikel
Trage computer? Zo versnel je de opstarttijd van Windows 11
© MG | ID.nl
Huis

Trage computer? Zo versnel je de opstarttijd van Windows 11

Een minuut wachten kan eindeloos lijken, bijvoorbeeld tussen het indrukken van de aanknop en het uiteindelijk erschijnen van het Windows-bureaublad. Met de juiste aanpassingen kun je die wachttijd vaak flink verkorten. En wie wil er nu niet sneller uit de startblokken?

Het is je vast al opgevallen dat je Windows-pc na maanden intensief gebruik trager opstart dan in het begin. Dat lijkt vreemd, maar is goed verklaarbaar: je hebt waarschijnlijk allerlei programma’s geïnstalleerd die automatisch met Windows mee opstarten. Deze automatisch opstartprogramma’s controleren en uitschakelen is dan ook een belangrijke optimalisatiestap.

Maar daarnaast bestaan nog wel andere trucs om de opstarttijd te verkorten. Staat Windows nog op een klassieke harde schijf, dan kun je de tijd vaak makkelijk met een minuut of meer inkorten door over te stappen op een ssd (Solid State Drive). Dit kost wel wat tijd en geld, maar levert meteen een flinke tijdwinst op. En als we het toch over drastische ingrepen hebben: ook een volledige, schone (her)installatie van Windows (op dezelfde schijf) geeft je pc gegarandeerd een snellere start.

Draait Windows al op een ssd en wil je geen nieuwe installatie uitvoeren, lees dan vooral verder: er zijn ook minder ingrijpende maatregelen die het opstarten van je computer merkbaar versnellen. 

Meten is weten

Hoeveel tijd je met de tips en technieken uit dit artikel precies wint, is lastig te voorspellen, want dit hangt af van meerdere factoren. We raden je aan dit zelf te meten. Dat kan met een stopwatch, maar gespecialiseerde applicaties doen dit nauwkeuriger. Windows Performance Analyzer (https://apps.microsoft.com/detail/9n0w1b2bxgnz) is een optie, maar is erg technisch. Een veel gebruiksvriendelijker alternatief is BootRacer (www.greatis.com/bootracer). Deze app is ook gratis en die kun je na enkele testrondes gerust weer verwijderen. We tonen eerst hoe je BootRacer gebruikt om de opstarttijd(en) te meten, want de tool biedt daarnaast ook enkele optimaliseringsopties.

WPA: een geavanceerd meetinstrument.

BootRacer (meten)

Download de app en pak het zip-bestand uit. Start het uitgepakte exe-bestand en installeer het. Laat de vier opties aan het einde van de setup aangevinkt, rond af met Voltooien en start BootRacer op. Sluit alle andere applicaties, klik op Start en kies bij Perform a full boot time test voor Start Test / Yes. Na de herstart van Windows verschijnt rechtsonder een pop-upvenster met de opstartduur. Standaard meet BootRacer dit bij elke nieuwe Windows-opstart, waarna je via History de opeenvolgende tijden kunt volgen. Deze duur is telkens opgesplitst in drie delen: de eigenlijke boottijd, de wachttijd om aan te melden, en de tijd tussen aanmelding en een gebruiksklaar bureaublad. De BIOS-tijd (Pre-boot) aan het begin zit er niet bij omdat BootRacer begrijpelijkerwijs dan nog niet draait. Tijdens de boottijd laadt Windows de kernel, start essentiële systeemservices en initialiseert stuurprogramma’s. Na je aanmelding worden je profiel, instellingen, de shell (Verkenner), achtergrondprocessen en automatische opstartprogramma’s geladen.

Wil je niet langer dat BootRacer de opstarttijd meet, ga dan naar Options en selecteer op het tabblad Show de optie Disable BootRacer AutoStart in plaats van Every boot.

BootRacer geeft je een mooi beeld van de opeenvolgende opstarttijden.

Automatisch opstarten

Je weet nu hoe je de opstartduur kunt meten en bekijken, dus kunnen we aan de slag om deze te optimaliseren en te verkorten. Vaak win je tijd door enkel noodzakelijke programma’s automatisch met Windows te laten starten. Dit overzicht vind je in het Windows Taakbeheer, bereikbaar via het contextmenu van de startknop. Klik hier op Opstart-apps. Zet overbodige apps (tijdelijk) uit door er met rechts op te klikken en Uitschakelen te kiezen, al blijft het hier gissen hoeveel tijd zo’n app werkelijk kost bij het opstarten.

Daarvoor gebruik je BootRacer, dat ook per app de opstarttijd kan vastleggen. Start BootRacer, ga naar Options, open het tabblad Startup Control, klik op Enable Control en vink Measure program’s startup time en Log history of started apps aan. Bevestig met Save. Na een nieuwe Windows-opstart klik je in BootRacer op History en kies je History of Executed Startup Programs, voor een exacte opstarttijd van elke app, in chronologische volgorde.

BootRacer registreert nauwkeurig de opstarttijd van elke automatisch opstartende app.

Opstart-optimalisatie

Je weet nu precies hoeveel impact elke app heeft op de totale opstarttijd. In BootRacer kun je deze apps niet alleen tijdelijk uitschakelen, maar ook de startvolgorde aanpassen. Open het onderdeel Startup Control voor een overzicht. Verwijder het vinkje om apps uit te schakelen. Klik je met rechts op een app, dan kies je Info om het pad naar het programma te zien of eventueel Delete als je de opstartverwijzing (in het register) helemaal wilt verwijderen. Met de knop Set Order links bovenin bepaal je via de pijlknoppen welke apps eerder of juist later starten. Bevestig je wijzigingen met Finish Reordering.

Je kunt ook de onderlinge opstartvolgorde aanpassen in BootRacer.

Opstart-vertraging

In BootRacer kun je het opstarten van specifieke apps niet uitstellen om sneller je bureaublad te zien, omdat de app pas daarna wordt gestart. Dat kan wel met de gratis HiBit start-up Manager (www.hibitsoft.ir/StartupManager.html). Kies bij voorkeur voor de installeerbare versie, want de portable editie mist enkele opties. Installeer de app en start deze op. Wil je een app later laten opstarten, klik er dan met rechts op, kies Add to Delay en stel de gewenste vertraging in (Hour, Minute, Seconds). Of kies Automatic Delay en bepaal hoeveel procent cpu- en/of schijfbelasting er maximaal mag zijn voordat de app start. Bevestig met OK.

Start-up Manager heeft bij de rubriek Tools ook enkele handige extra’s. Zo meldt System Monitoring zich zodra een nieuwe app met Windows wil opstarten en geeft Boot Optimizer de opstarttijden weer, ook van achtergrondservices (zie ook bij Service-optimalisatie).

Je kunt apps eventueel ook laten opstarten nadat je bureaublad is verschenen.

Functie: ‘Snel opstarten’

Windows heeft een functie ‘Snel opstarten’ die de boottijd verkort. Normaal sluit Windows bij het afsluiten alle apps en logt het systeem de gebruiker uit, waarna bij de volgende start alles opnieuw wordt geladen. Met ‘Snel opstarten’ bewaart Windows de status van de systeemkernel en stuurprogramma’s (in het verborgen bestand c:\hiberfil.sys). Bij een volgende start wordt dit snapshot ingeladen, waardoor Windows sneller opstart. In de meeste gevallen is het zinvol deze functie in te schakelen, behalve bij dual-bootconfiguraties of bij stuurprogramma’s die er niet goed mee werken.

Je beheert dit via de ingebouwde app Configuratiescherm. Ga naar Systeem en beveiliging / Energiebeheer, klik op Het gedrag van de aan/uit-knoppen bepalen en kies Instellingen wijzigen die momenteel niet beschikbaar zijn. Zet een vinkje bij Snel opstarten inschakelen (aanbevolen) en bevestig met Wijzigingen opslaan.

Windows heeft een ingebouwde functie om de opstarttijd wat in te korten. 

Energiemodi

De functie Snel opstarten werkt alleen bij een volledige afsluiting, maar in het venster Energiebeheer kom je ook Slaapstand en Sluimerstand tegen, die je hier meteen ook kunt activeren. Beide energiebesparende modi zorgen voor een nog snellere start.

Bij Sluimerstand (hibernate) schrijft Windows de volledige inhoud van het RAM naar schijf, zodat de pc geen stroom meer nodig heeft. Bij het opstarten hervat je de sessie exact waar je gebleven was, inclusief geopende programma’s. Nog sneller is Slaapstand, waarbij de sessie in het RAM-geheugen blijft, waardoor de pc wel nog een klein beetje stroom verbruikt.

De exacte opstarttijd hangt af van je hardware en opstartapps, maar grofweg kun je het volgende verwachten: volledig afsluiten zonder snel opstarten circa 30 tot 60 seconden, volledig afsluiten met snel opstarten circa 15 tot 30 seconden, sluimerstand circa 10 tot 20 seconden en slaapstand circa 5 seconden.

De energiebesparende modi kunnen je ook flink wat opstarttijd besparen. 

Procesoptimalisatie

Blijft de opstart lang duren, ook nadat je alle overtollige opstart-apps hebt uitgeschakeld, dan moet je dieper graven. Vaak zijn het services en achtergrondprocessen die vertraging veroorzaken, zoals cloud-synchronisatiesoftware, update-taken of diensten van derden.

Met een ietwat botte methode spoor je dit als volgt op. Druk op Windows-toets+R, voer msconfig uit, open het tabblad Services en vink Alle Microsoft-services verbergen aan. Klik op Alles uitschakelen en herstart de pc. Start hij nu merkbaar sneller op, dan veroorzaken een of meer van die processen de vertraging.

Met de Boot Optimizer van start-up Manager (zie bij ‘Opstart-vertraging’) kun je zien hoeveel tijd zulke processen kosten. Klik desgewenst met rechts op een proces en kies Disable om het uit te schakelen (het item kleurt grijs). Later kun je dit met Enable weer inschakelen. Kies Uninstall alleen als je zeker weet dat de software niet nodig is, want hiermee verwijder je deze. De optie Delete gebruik je beter niet, omdat dit enkel het item uit de lijst verwijdert terwijl het proces toch kan blijven opstarten.

Je kunt services ook rechtstreeks beheren in Windows via de ingebouwde app Services. Selecteer een service, klik met rechts en kies Eigenschappen. Op het tabblad Algemeen stel je het Opstarttype in op Handmatig of eventueel op Automatisch (vertraagd starten), zodat de service geen impact heeft tijdens de eigenlijke opstartfase. Bevestig met OK.

Services kun je uitschakelen vanuit Boot Optimizer, maar ook vanuit de Services-module.

Autoruns

Vanuit Taakbeheer en met tools als BootRacer, Boot Optimizer en Services kun je de meeste automatisch startende apps en services beheren. Wil je echt alle autostartpunten van Windows zien, gebruik dan het gratis AutoRuns (https://learn.microsoft.com/en-us/sysinternals/downloads/autoruns), bij voorkeur als administrator. Op het tabblad Everything zie je alle opstartpunten in één overzicht en beheer je ze via het contextmenu. Met Jump to Entry spring je direct naar de locatie vanwaar ze worden gestart en met Delete verwijder je de opstartverwijzing uit Windows. Houd er rekening mee dat dit niet eenvoudig terug te draaien is, tenzij je de koppeling handmatig herstelt.

Autoruns lijst letterlijk elk mogelijk opstartpunt van Windows op.

Opstartuitstel

Je hebt de totale opstarttijd waarschijnlijk al flink teruggebracht, maar er zijn nog extra ingrepen mogelijk. Mogelijk zag je in BootRacer een melding over een ‘Explorer start-up Delay’ van 10 seconden voorbij komen. Windows bouwt deze vertraging namelijk standaard in, zodat essentiële systeemdiensten rustig kunnen starten, maar op een modern en snel systeem is dit meestal niet nodig. In BootRacer kun je dit alleen met de betaalde Pro-versie uitschakelen, maar via het register kan het ook gratis.

Druk op Windows-toets+R, voer regedit uit en navigeer naar HKEY_CURRENT_USER\Software\Microsoft\Windows\CurrentVersion\Explorer. Klik met rechts en kies Nieuw / Sleutel, geef deze de naam Serialize. Klik met rechts op deze nieuwe sleutel en kies Nieuw / DWORD (32-bits)-waarde. Noem deze StartupDelayInMSec en laat de waarde 0 staan. Sluit Regedit en herstart je pc.

Met een registeringreep kun je nog eens tot tien seconden besparen.

Auto-doorstart

Wanneer je in BootRacer de totale opstartfase bekijkt, zie je mogelijk ook een ‘Password timeout’, de tijd dat Windows wacht tot je je wachtwoord hebt ingevoerd. Zonde van de verloren tijd, maar als je de enige gebruiker van de pc bent, kun je Windows ook automatisch laten doorstarten.

Druk op Windows-toets+R, typ netplwiz en klik op OK. Verwijder het vinkje bij Gebruikers moeten een gebruikersnaam en wachtwoord opgeven […]. Bevestig met OK en vul het wachtwoord in van het gewenste account.

Zie je deze optie niet, dan gebruik je waarschijnlijk een Microsoft-account. Wil je geen lokaal account aanmaken, dan omzeil je dit als volgt. Ga opnieuw naar Uitvoeren en voer regedit uit. Navigeer naar HKEY_LOCAL_MACHINE\SOFTWARE\Microsoft\Windows NT\CurrentVersion\PasswordLess\Device. Dubbelklik in het rechterdeelvenster op DevicePasswordLessBuildVersion en zet de waarde op 0 (in plaats van 2). Na een herstart van je pc zou de optie alsnog zichtbaar moeten zijn.

Als enige gebruiker kun je wellicht ook zonder aanmeldwachtwoord leven. 

UEFI/BIOS

Hoewel tools (zoals BootRacer) de opstarttijd van het UEFI/BIOS niet kunnen meten, kan deze fase toch ook enige tijd kosten. Hier controleert de firmware van je moederbord de hardware en start zij het verdere proces. Met enkele instellingen kun je de opstarttijd wellicht iets verkorten.

Om in het UEFI/BIOS te komen, druk je direct na het aanzetten van de pc op een toets als F10, F2 of Del (zie je systeemhandleiding). Zoek daar naar opties als Fast Boot, Quick Boot of Quick Power on Self Test en schakel deze in om bepaalde zelftesten of wachttijden over te slaan. Controleer ook de bootvolgorde: je stelt de Windows-schijf bij voorkeur in als eerste boot device. Vaak kun je ook ongebruikte hardware, zoals bepaalde poorten, uitschakelen, wat soms wat extra tijdwinst oplevert bij de initialisatie.

Je checkt ook even enkele instellingen in het UEFI/BIOS, zoals Fast boot.