ID.nl logo
15 magische formules in Excel
© Reshift Digital
Huis

15 magische formules in Excel

Excel is een strenge tante. Aan de ene kant is het een onmisbare tool om rapporten, lijsten en analyses te maken. Aan de andere kant kun je alleen de gewenste informatie uit het rekenblad halen als je de typische Excel-taal beheerst. Zulke Excel-formules verbinden allerlei relaties aan cellen om gerichte informatie te retourneren. Hier 15 functies die je tijd kunnen besparen.

Handmatig of de formulewizard?

We gaan ervan uit dat je ondertussen de basisformules onder de knie hebt om de hoofdbewerkingen toe te passen. Zonder te vervallen in hocus pocus voor specialisten tonen we hoe nuttige formules in elkaar zitten. Je kunt ze handmatig invoeren, maar je kunt ook gebruikmaken van de fx-knop in de formulebalk: de formulewizard. Die neemt je bij de hand om de formule stap voor stap op te bouwen.

01 Actuele tijd

Ben je iemand die regelmatig vergeet zijn werk correct te dateren? De formule VANDAAG vult automatisch dag, maand en jaar in, terwijl de functie NU er zelfs de tijd tot op de minuut aan toevoegt. Je typt dan =VANDAAG() of =NU(). Deze functies zijn ook handig in een werkblad waar je een waarde wilt berekenen op basis van de huidige dag en tijd. Met een rechtsklik en de keuze voor Celeigenschappen kun je vervolgens de weergave van datum en tijd aanpassen. Om deze tijdsinformatie te updaten in het actieve werkblad druk je op Shift+F9; gebruik F9 om de hele werkmap te actualiseren.

©PXimport

02 Gevulde cellen tellen

Heb je een groep cellen met zowel tekst als getallen en wil je weten hoeveel getallen er in een selectie staan, dan gebruik je de functie AANTAL. De opbouw van de formule ziet er dan als volgt uit: =AANTAL(zoekgebied). Tussen de haakjes verschijnt het gebied waar Excel moet zoeken. Dat kunnen cellen onder of naast elkaar zijn, maar het kan ook een rechthoekige selectie cellen zijn. Staan er woorden in de selectie, dan worden die met de functie AANTAL niet meegeteld. Wil je gewoon alle cellen tellen waar iets staat, dan gebruik je de functie =AANTALARG (zonder punt).

©PXimport

03 Hoe vaak?

Om gericht bepaalde gegevens te tellen, gebruik je de functie AANTAL.ALS. Veronderstel dat je een rooster hebt opgesteld waarin vier personen voor komen, dan kun je met =AANTAL.ALS(zoekgebied; “Herman”) zien hoe vaak de naam Herman voorkomt. Tussen de haakjes geef je het zoekbereik op en het zoekcriterium zet je tussen aanhalingstekens.

04 Selectief optellen

De functie SOM om cellen op te tellen wordt veel gebruikt. Een slimmere variant is SOM.ALS(). Tussen de haakjes geef je eerst het gebied op waar Excel moet zoeken. Het zoekbereik moet een reeks aaneengesloten cellen zijn. Na de puntkomma bepaal je wat opgeteld moet worden. Dat kunnen getallen of een verwijzing zijn. Als het een vergelijking is, dan moet je die tussen dubbele aanhalingstekens zetten. Bijvoorbeeld =SOM.ALS(B20:B40;”>50”) maakt de som van alle cellen in dit bereik die groter zijn dan 50.

©PXimport

05 Optellen onder voorwaarde

Je kunt de voorwaarde voor het optellen nog uitbreiden door informatie te gebruiken die in een andere kolom staat. Een voorbeeld maakt het duidelijk. Veronderstel dat je cijfers hebt die slaan op drie steden: Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven. Dan kun je uitsluitend de cijfers van Amsterdam optellen met =SOM.ALS(bereik;”Amsterdam”;optelbereik). In dit geval wordt de formule dus =SOM.ALS(C48:C54;”Amsterdam”;B48:B54). In mensentaal: wanneer in het bereik C48 tot C54 het woord Amsterdam staat, moet Excel de corresponderende waarde optellen van de cel ernaast in het bereik van B48 tot B54.

©PXimport

06 Samenvoegen

Met de functie TEKST.SAMENVOEGEN voeg je de gegevens van verschillende cellen samen. Bijvoorbeeld cellen met voornamen en achternamen met iets als =TEKST.SAMENVOEGEN(E34;” “;F34). De dubbele aanhalingstekens met de spatie zorgen dat er een spatie komt tussen voornaam en achternaam. Op dezelfde manier is het mogelijk om tekst samen te voegen met valuta. Om bijvoorbeeld de valuta euro toe te voegen, moet je die als een functie typen zoals =TEKST.SAMENVOEGEN(A1;” “;B1;” “EURO(C1)). Dit lees je als “voeg de cellen A1, B1 en C1 samen met spaties ertussen en plaats het euroteken voor het derde element van de samenvoeging”.

©PXimport

07 Afronden

Excel heeft verschillende opties om af te ronden. De standaardafronding ziet eruit als =AFRONDING(getal; aantal decimalen). De formule =AFRONDING(12,5624;1) geeft als resultaat dus 12,6. Je vraagt immers om af te ronden naar één getal na de komma. Ook bij functie AFRONDEN.NAAR.BOVEN en AFRONDEN.NAAR.BENEDEN zal Excel afronden naar het aantal decimalen dat je opgeeft. =AFRONDEN.NAAR.BOVEN (12,5624;2) geeft dus als resultaat 12,57 en =AFRONDEN.NAAR.BENEDEN (12,5624;2) resulteert in 12,56. De functie INTEGER is eigenlijk ook een afrondfunctie, maar daarmee rondt Excel af naar het dichtstbijzijnde gehele getal.

©PXimport

08 Hoofdletters – kleine letters

Om ervoor te zorgen dat in een kolom alles in hoofdletters verschijnt, gebruik je de functie HOOFDLETTERS. De formule KLEINE.LETTERS doet het tegenovergestelde. En wil je dat ieder woord met een hoofdletter begint gevolgd door kleine letters, dan gebruik je de functie BEGINLETTERS. De formule =KLEINE.LETTERS(B4) toont de inhoud van cel B4, maar dan in kleine letters.

©PXimport

09 Onder voorwaarde

Wanneer een berekening afhankelijk is van bepaalde voorwaarden gebruik je de ALS-functie. Het principe van deze functie is: =ALS(voorwaarde; berekening als aan de voorwaarde wordt voldaan; andere gevallen). Om de voorwaarde te formuleren, gebruik je de tekens: = gelijk aan, <> niet gelijk aan, > meer dan, < minder dan, >= meer dan of gelijk aan, <= minder dan of gelijk aan. Veronderstel dat in een organisatie iedereen een bonus ontvangt die voor 25.000 euro of meer heeft verkocht. Bij wie een bonus ontvangt, zal automatisch het woord “Hoera” bij zijn naam verschijnen, is dat niet het geval, dan verschijnt het woord “Helaas”. De formule die je daarvoor nodig hebt is =ALS(B2>=2500;”Hoera”;”Helaas”).

©PXimport

10 Grootste - kleinste

Om snel de hoogste en laagste waarde te vinden is er de functie MAX en MIN. Met =MAX(B2:B37) vraag je de hoogste waarde van deze cellen, en met =MIN(B2:B37) krijg je de laagste waarde uit de reeks. De functies GROOTSTE en KLEINSTE zijn subtieler: je kunt ook bijvoorbeeld de derde grootste of tweede kleinste opvragen. De grootste vind je met =GROOTSTE(B2:B37; 1); het getal 1 duidt de allergrootste aan. Met =GROOTSTE(B2:B37;2) krijg je de tweede grootste enzovoort. Op die manier kun je makkelijk een top 3 of top 10 samenstellen.

©PXimport

11 Verticaal zoeken

Stel, je hebt twee werkbladen met verschillende informatie over dezelfde mensen. Met VERT.ZOEKEN haal je informatie uit werkblad 2 op in werkblad 1. Om dat makkelijker te maken hebben we iedere persoon op beide tabbladen een uniek inschrijvingsnummer gegeven. Geef verder een naam aan het bereik op tabblad 2 waaruit je informatie wilt halen. In dit voorbeeld selecteren we in werkblad 2 de kolommen A en B en typen we in het naamvak linksboven de naam Adreslijst. In cel E2 van werkblad 1 plaatsen we de functie VERT.ZOEKEN. De opbouw is nu =VERT.ZOEKEN(A2;Adreslijst;2;ONWAAR). A2 verwijst naar de cel met het inschrijvingsnummer in het tweede werkblad, Adreslijst geeft het zoekbereik aan, 2 is het nummer van de kolom in werkblad 2 waar de gevraagde gegevens staan. Het laatste argument is een logische waarde waar je ONWAAR invult als je wilt dat de gevonden waarde exact moet overeenkomen.

©PXimport

12 Spaties wissen

Met de functie TRIM wis je overbodige spaties in tekst. Deze functie laat enkele spaties tussen woorden ongemoeid, maar zal spaties voor of na het woord weghalen. =TRIM(celbereik) komt van pas bij tekst die is geïmporteerd vanuit een ander programma. In sommige versies van Excel heet deze functie SPATIES.WISSEN.

©PXimport

13 Omwisselen

De inhoud van kolommen overbrengen naar rijen of omgekeerd kan met de functie TRANSPONEREN. Selecteer eerst de cellen waar de informatie in moet komen. Let op dat je evenveel cellen selecteert als de oorspronkelijke reeks. Hier hebben we de jaartallen in rij 8 getypt en de kwartalen in de A-kolom. Typ dan de functie =TRANSPONEREN en open de haakjes. Vervolgens sleep je over de cellen die je wilt omwisselen (hier van cel B2 tot E5). Sluit de haakjes en druk nu de toetsencombinatie Ctrl+Shift+Enter in. Daarmee maak je een matrixformule die vervat zit in accolades.

©PXimport

14 Maandelijkse aflossing

Als je leent voor een aankoop, hoeveel moet je dan maandelijks aflossen? Laten we ervan uitgaan dat je 25.000 euro (B1) leent, tegen 6% rente (B2) gedurende 5 jaar (B3). We tonen de formule in de wizard, maar je kunt ook gewoon typen. Bij Rente plaats je B2/12, want de rente slaat op een jaar en je wilt weten hoeveel je maandelijks betaalt. Bij Aantal-termijnen vermenigvuldig je B3 met 12, want je moet jaren omzetten in maanden. Het vak Hw betekent Huidige waarde, dat is 25.000 euro. Dit geeft de formule =BET(B2/12;B3*12;B1) of =BET(6%/12;5*12;25000).

©PXimport

15 Nepcijfers

Wanneer je met formules experimenteert, is het handig om over nepgegevens te beschikken. De functie ASELECTTUSSEN genereert willekeurige gegevens die tussen een aangegeven laagste en hoogste waarde liggen. De functie =ASELECTTUSSEN(50;150) produceert getallen tussen 49 en 151.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.