ID.nl logo
15 magische formules in Excel
© Reshift Digital
Huis

15 magische formules in Excel

Excel is een strenge tante. Aan de ene kant is het een onmisbare tool om rapporten, lijsten en analyses te maken. Aan de andere kant kun je alleen de gewenste informatie uit het rekenblad halen als je de typische Excel-taal beheerst. Zulke Excel-formules verbinden allerlei relaties aan cellen om gerichte informatie te retourneren. Hier 15 functies die je tijd kunnen besparen.

Handmatig of de formulewizard?

We gaan ervan uit dat je ondertussen de basisformules onder de knie hebt om de hoofdbewerkingen toe te passen. Zonder te vervallen in hocus pocus voor specialisten tonen we hoe nuttige formules in elkaar zitten. Je kunt ze handmatig invoeren, maar je kunt ook gebruikmaken van de fx-knop in de formulebalk: de formulewizard. Die neemt je bij de hand om de formule stap voor stap op te bouwen.

01 Actuele tijd

Ben je iemand die regelmatig vergeet zijn werk correct te dateren? De formule VANDAAG vult automatisch dag, maand en jaar in, terwijl de functie NU er zelfs de tijd tot op de minuut aan toevoegt. Je typt dan =VANDAAG() of =NU(). Deze functies zijn ook handig in een werkblad waar je een waarde wilt berekenen op basis van de huidige dag en tijd. Met een rechtsklik en de keuze voor Celeigenschappen kun je vervolgens de weergave van datum en tijd aanpassen. Om deze tijdsinformatie te updaten in het actieve werkblad druk je op Shift+F9; gebruik F9 om de hele werkmap te actualiseren.

©PXimport

02 Gevulde cellen tellen

Heb je een groep cellen met zowel tekst als getallen en wil je weten hoeveel getallen er in een selectie staan, dan gebruik je de functie AANTAL. De opbouw van de formule ziet er dan als volgt uit: =AANTAL(zoekgebied). Tussen de haakjes verschijnt het gebied waar Excel moet zoeken. Dat kunnen cellen onder of naast elkaar zijn, maar het kan ook een rechthoekige selectie cellen zijn. Staan er woorden in de selectie, dan worden die met de functie AANTAL niet meegeteld. Wil je gewoon alle cellen tellen waar iets staat, dan gebruik je de functie =AANTALARG (zonder punt).

©PXimport

03 Hoe vaak?

Om gericht bepaalde gegevens te tellen, gebruik je de functie AANTAL.ALS. Veronderstel dat je een rooster hebt opgesteld waarin vier personen voor komen, dan kun je met =AANTAL.ALS(zoekgebied; “Herman”) zien hoe vaak de naam Herman voorkomt. Tussen de haakjes geef je het zoekbereik op en het zoekcriterium zet je tussen aanhalingstekens.

04 Selectief optellen

De functie SOM om cellen op te tellen wordt veel gebruikt. Een slimmere variant is SOM.ALS(). Tussen de haakjes geef je eerst het gebied op waar Excel moet zoeken. Het zoekbereik moet een reeks aaneengesloten cellen zijn. Na de puntkomma bepaal je wat opgeteld moet worden. Dat kunnen getallen of een verwijzing zijn. Als het een vergelijking is, dan moet je die tussen dubbele aanhalingstekens zetten. Bijvoorbeeld =SOM.ALS(B20:B40;”>50”) maakt de som van alle cellen in dit bereik die groter zijn dan 50.

©PXimport

05 Optellen onder voorwaarde

Je kunt de voorwaarde voor het optellen nog uitbreiden door informatie te gebruiken die in een andere kolom staat. Een voorbeeld maakt het duidelijk. Veronderstel dat je cijfers hebt die slaan op drie steden: Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven. Dan kun je uitsluitend de cijfers van Amsterdam optellen met =SOM.ALS(bereik;”Amsterdam”;optelbereik). In dit geval wordt de formule dus =SOM.ALS(C48:C54;”Amsterdam”;B48:B54). In mensentaal: wanneer in het bereik C48 tot C54 het woord Amsterdam staat, moet Excel de corresponderende waarde optellen van de cel ernaast in het bereik van B48 tot B54.

©PXimport

06 Samenvoegen

Met de functie TEKST.SAMENVOEGEN voeg je de gegevens van verschillende cellen samen. Bijvoorbeeld cellen met voornamen en achternamen met iets als =TEKST.SAMENVOEGEN(E34;” “;F34). De dubbele aanhalingstekens met de spatie zorgen dat er een spatie komt tussen voornaam en achternaam. Op dezelfde manier is het mogelijk om tekst samen te voegen met valuta. Om bijvoorbeeld de valuta euro toe te voegen, moet je die als een functie typen zoals =TEKST.SAMENVOEGEN(A1;” “;B1;” “EURO(C1)). Dit lees je als “voeg de cellen A1, B1 en C1 samen met spaties ertussen en plaats het euroteken voor het derde element van de samenvoeging”.

©PXimport

07 Afronden

Excel heeft verschillende opties om af te ronden. De standaardafronding ziet eruit als =AFRONDING(getal; aantal decimalen). De formule =AFRONDING(12,5624;1) geeft als resultaat dus 12,6. Je vraagt immers om af te ronden naar één getal na de komma. Ook bij functie AFRONDEN.NAAR.BOVEN en AFRONDEN.NAAR.BENEDEN zal Excel afronden naar het aantal decimalen dat je opgeeft. =AFRONDEN.NAAR.BOVEN (12,5624;2) geeft dus als resultaat 12,57 en =AFRONDEN.NAAR.BENEDEN (12,5624;2) resulteert in 12,56. De functie INTEGER is eigenlijk ook een afrondfunctie, maar daarmee rondt Excel af naar het dichtstbijzijnde gehele getal.

©PXimport

08 Hoofdletters – kleine letters

Om ervoor te zorgen dat in een kolom alles in hoofdletters verschijnt, gebruik je de functie HOOFDLETTERS. De formule KLEINE.LETTERS doet het tegenovergestelde. En wil je dat ieder woord met een hoofdletter begint gevolgd door kleine letters, dan gebruik je de functie BEGINLETTERS. De formule =KLEINE.LETTERS(B4) toont de inhoud van cel B4, maar dan in kleine letters.

©PXimport

09 Onder voorwaarde

Wanneer een berekening afhankelijk is van bepaalde voorwaarden gebruik je de ALS-functie. Het principe van deze functie is: =ALS(voorwaarde; berekening als aan de voorwaarde wordt voldaan; andere gevallen). Om de voorwaarde te formuleren, gebruik je de tekens: = gelijk aan, <> niet gelijk aan, > meer dan, < minder dan, >= meer dan of gelijk aan, <= minder dan of gelijk aan. Veronderstel dat in een organisatie iedereen een bonus ontvangt die voor 25.000 euro of meer heeft verkocht. Bij wie een bonus ontvangt, zal automatisch het woord “Hoera” bij zijn naam verschijnen, is dat niet het geval, dan verschijnt het woord “Helaas”. De formule die je daarvoor nodig hebt is =ALS(B2>=2500;”Hoera”;”Helaas”).

©PXimport

10 Grootste - kleinste

Om snel de hoogste en laagste waarde te vinden is er de functie MAX en MIN. Met =MAX(B2:B37) vraag je de hoogste waarde van deze cellen, en met =MIN(B2:B37) krijg je de laagste waarde uit de reeks. De functies GROOTSTE en KLEINSTE zijn subtieler: je kunt ook bijvoorbeeld de derde grootste of tweede kleinste opvragen. De grootste vind je met =GROOTSTE(B2:B37; 1); het getal 1 duidt de allergrootste aan. Met =GROOTSTE(B2:B37;2) krijg je de tweede grootste enzovoort. Op die manier kun je makkelijk een top 3 of top 10 samenstellen.

©PXimport

11 Verticaal zoeken

Stel, je hebt twee werkbladen met verschillende informatie over dezelfde mensen. Met VERT.ZOEKEN haal je informatie uit werkblad 2 op in werkblad 1. Om dat makkelijker te maken hebben we iedere persoon op beide tabbladen een uniek inschrijvingsnummer gegeven. Geef verder een naam aan het bereik op tabblad 2 waaruit je informatie wilt halen. In dit voorbeeld selecteren we in werkblad 2 de kolommen A en B en typen we in het naamvak linksboven de naam Adreslijst. In cel E2 van werkblad 1 plaatsen we de functie VERT.ZOEKEN. De opbouw is nu =VERT.ZOEKEN(A2;Adreslijst;2;ONWAAR). A2 verwijst naar de cel met het inschrijvingsnummer in het tweede werkblad, Adreslijst geeft het zoekbereik aan, 2 is het nummer van de kolom in werkblad 2 waar de gevraagde gegevens staan. Het laatste argument is een logische waarde waar je ONWAAR invult als je wilt dat de gevonden waarde exact moet overeenkomen.

©PXimport

12 Spaties wissen

Met de functie TRIM wis je overbodige spaties in tekst. Deze functie laat enkele spaties tussen woorden ongemoeid, maar zal spaties voor of na het woord weghalen. =TRIM(celbereik) komt van pas bij tekst die is geïmporteerd vanuit een ander programma. In sommige versies van Excel heet deze functie SPATIES.WISSEN.

©PXimport

13 Omwisselen

De inhoud van kolommen overbrengen naar rijen of omgekeerd kan met de functie TRANSPONEREN. Selecteer eerst de cellen waar de informatie in moet komen. Let op dat je evenveel cellen selecteert als de oorspronkelijke reeks. Hier hebben we de jaartallen in rij 8 getypt en de kwartalen in de A-kolom. Typ dan de functie =TRANSPONEREN en open de haakjes. Vervolgens sleep je over de cellen die je wilt omwisselen (hier van cel B2 tot E5). Sluit de haakjes en druk nu de toetsencombinatie Ctrl+Shift+Enter in. Daarmee maak je een matrixformule die vervat zit in accolades.

©PXimport

14 Maandelijkse aflossing

Als je leent voor een aankoop, hoeveel moet je dan maandelijks aflossen? Laten we ervan uitgaan dat je 25.000 euro (B1) leent, tegen 6% rente (B2) gedurende 5 jaar (B3). We tonen de formule in de wizard, maar je kunt ook gewoon typen. Bij Rente plaats je B2/12, want de rente slaat op een jaar en je wilt weten hoeveel je maandelijks betaalt. Bij Aantal-termijnen vermenigvuldig je B3 met 12, want je moet jaren omzetten in maanden. Het vak Hw betekent Huidige waarde, dat is 25.000 euro. Dit geeft de formule =BET(B2/12;B3*12;B1) of =BET(6%/12;5*12;25000).

©PXimport

15 Nepcijfers

Wanneer je met formules experimenteert, is het handig om over nepgegevens te beschikken. De functie ASELECTTUSSEN genereert willekeurige gegevens die tussen een aangegeven laagste en hoogste waarde liggen. De functie =ASELECTTUSSEN(50;150) produceert getallen tussen 49 en 151.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Je NAS veilig bereiken via een VPN-server, Tailscale of Cloudflare-tunnel
© ER | ID.nl
Huis

Je NAS veilig bereiken via een VPN-server, Tailscale of Cloudflare-tunnel

Wil je een NAS op afstand gebruiken, dan doe je dat liefst natuurlijk veilig. Bijvoorbeeld door een VPN-server op te zetten, of een tunnel met extra toegangscontrole. Hiervoor zijn diensten als Tailscale en Cloudflare heel geschikt. In deze masterclass nemen we de beste opties met je door. We leggen uit wat de voor- en nadelen zijn en hoe je ze kunt gebruiken in combinatie met een NAS.

Een NAS is breed inzetbaar en bij veel huishoudens de spil in het netwerk. Je kunt niet alleen je documenten centraal bewaren, maar ook bijvoorbeeld media streamen naar je tv, foto’s bekijken op je tablet en talloze extra toepassingen installeren. Heb je (een deel van) deze toepassingen ook af en toe op afstand nodig? Het openzetten van een poortje in de router of het gebruik van een reverse proxy kan daarvoor een prima optie zijn. Maar publieke toegang is niet altijd nodig. Er zijn betere opties als je vooral voor jezelf goed beveiligde externe toegang tot je NAS nodig hebt. Een eenvoudige optie is een cloudservice van de fabrikant, zoals Synology QuickConnect. Betere en veiligere opties zijn een VPN-server met een protocol als OpenVPN of WireGuard, Tailscale (dat op de achtergrond met WireGuard werkt) of een Cloudflare-tunnel. In deze masterclass leggen we uit hoe je ze gebruikt. Wat je kiest, hangt ook af van je doel. Bij elke optie behandelen we de eventuele beperkingen. Voordat je begint, is het ook verstandig de beveiliging van je NAS nog even door te lichten (zie kader).

Optimale beveiliging voor je NAS

Bij het openstellen van je NAS is een goede beveiliging extra belangrijk. Ongeoorloofde toegang tot je NAS zul je altijd willen voorkomen. Gebruik altijd sterke wachtwoorden voor je gebruikersaccounts. Deactiveer bovendien de algemene accounts zoals admin en guest. Zet tweestapsverificatie aan. Hierbij wordt na het inloggen om een extra toegangscode gevraagd die je kunt genereren met een app op je smartphone. Op vertrouwde apparaten hoef je dat maar één keer te doen. Bij Synology vind je deze opties in je configuratiescherm, onder Beveiliging / Account. Je kunt kiezen voor welke gebruikers dit moet worden ingeschakeld. Bij QNAP ga je hiervoor in je configuratiescherm naar Systeem / Beveiliging. Open dan het tabblad Verificatie in 2 stappen. Maak ook gebruik van de ingebouwde firewall van je NAS, waarin je toegangsregels kunt instellen! In deze masterclass geven we daar tips voor. Zorg ten slotte dat je een goede back-upstrategie hebt voor de bestanden op je NAS.

Het is verstandig om tweestapsverificatie aan te zetten op je NAS.

Wat is een cloudservice?

Via een cloudservice kun je toegang tot een NAS vereenvoudigen door een soort tunnel op te zetten. Bij Synology heet dit QuickConnect, QNAP noemt het myQNAPcloud link. Hierbij wordt vanaf de NAS een uitgaande verbinding opgezet met een server, waardoor het firewalls omzeilt (ook die in je NAS!). De NAS geef je een herkenbare naam, ook wel QuickConnect ID of QNAP ID genoemd, die je ook gebruikt om te verbinden. Hierbij wordt eerst geprobeerd rechtstreeks verbinding te maken, wat ook het meest efficiënt is. Als dat mislukt, wordt de verbinding automatisch omgeleid via een relayserver, die als tussenpersoon het verkeer doorstuurt. De snelheid kan dan minder hoog zijn. We noemen hieronder alleen de dienst van Synology, omdat het een betere bescherming biedt en een betere reputatie heeft dan myQNAPcloud link. Zorg wel altijd zelf voor een goede basisbeveiliging. Overweeg veiligere methoden zoals een VPN of Tailscale. Het is veiliger en je bent niet afhankelijk van andere partijen (zoals een relayserver).

Diensten als myQNAPcloud link creëren een soort tunnel naar je NAS.

Synology QuickConnect

Bij Synology QuickConnect koppel je eerst je NAS aan een Synology-account. Daarna kun je een QuickConnect ID kiezen. Je NAS is daarna bereikbaar vanuit de Synology-apps of een browser via het adres https://quickconnect.to/ met daarachter de QuickConnect ID. Dit werkt ook bij een dynamisch ip-adres, dus je hoeft niet apart een Dynamic DNS-functie (DDNS) te gebruiken. Om QuickConnect te gebruiken open je Configuratiescherm. Ga dan naar Externe toegang. Zet een vinkje bij QuickConnect inschakelen. Hierna moet je je aanmelden met je Synology-account of een nieuw account maken. Vervolgens kies je een QuickConnect ID. Via de instellingen kun je nog kiezen of de relayserver mag worden gebruikt en welke toepassingen via QuickConnect toegankelijk zijn.

Via de instellingen kies je welke toepassingen toegankelijk moeten zijn.

Wat is VPN?

Door een VPN-server te installeren, heb je een ideale voorziening om op afstand je netwerk te bereiken en alle apparaten op dat netwerk, zoals je NAS, netwerkprinters en camera’s. Je installeert de VPN-server op één systeem, zoals een router, server, Raspberry Pi of je NAS. Bij Synology kun je bijvoorbeeld standaard met OpenVPN werken en QNAP ondersteunt het snellere WireGuard. We laten zien hoe je deze opties gebruikt. Na inloggen heb je volledige toegang tot je netwerk en alle toepassingen in het netwerk, alsof je rechtstreeks op het netwerk zit. Voor toegang tot bestanden op je NAS werken daarom alle protocollen als smb, nfs en WebDAV en toepassingen als Synology Drive en QNAP File Station. Je hoeft geen poorten in je router open te zetten, behalve een enkele poort naar de VPN-server.

Bij QNAP kun je standaard werken met WireGuard.

OpenVPN op Synology

Om je Synology-NAS als VPN-server in te zetten, kun je de toepassing VPN Server installeren via Package Center. Gebruik je een firewall, controleer dan of de benodigde poorten toegankelijk zijn. Bij de installatie kun je die aanpassing via een venster direct doorvoeren. Afhankelijk van het protocol moet je ook nog één of meerdere poorten doorsturen van je router naar je NAS. De toepassing ondersteunt PPTP, OpenVPN en L2TP/IPSec. Eigenlijk is vooral OpenVPN interessant. Het is veilig en stabiel, maar niet zo snel als WireGuard. Ook geeft het soms wat uitdagingen bij het opzetten van de verbinding.

Synology ondersteunt meerdere protocollen, waaronder OpenVPN.

Activeren OpenVPN

Om OpenVPN te gebruiken open je VPN Server. Ga dan naar OpenVPN. Zet een vinkje bij OpenVPN-server inschakelen. Bij Dynamisch ip-adres zie je het subnet dat OpenVPN gebruikt. De verbonden clients krijgen een ip-adres in dat bereik. Bij Poort en Protocol zie je dat standaard udp-poort 1194 wordt gebruikt. Die poort moet je doorsturen van je router naar je NAS. Controleer of de poort toegankelijk is in de firewall van je NAS. Voor een goede balans tussen snelheid en veiligheid kun je bij Codering bijvoorbeeld AES-128-CBC kiezen en bij Verificatie de optie SHA256. De optie Compressie op de VPN-koppeling inschakelen mag uit, omdat het weinig snelheidswinst geeft. Zet de optie Clients toegang geven de LAN-server aan, zodat je andere apparaten in je thuisnetwerk kunt bereiken. Zet ook de optie Verifieer TLS auth-sleutel aan. Klik op Toepassen om de instellingen te activeren. Je kunt nu clients gaan configureren.

Bij OpenVPN kun je zelf nog enkele instellingen kiezen.

Profiel voor OpenVPN

Ga naar OpenVPN en kies Configuratie exporteren om het configuratiebestand te exporteren als zip-bestand. Hierin vind je een .ovpn-bestand dat je nodig hebt voor toegang. Je hebt ook een gebruikersaccount nodig bij het inloggen. Onder Rechten kun je aanvinken welke gebruikers toegang hebben en via welke protocollen. Maak eventueel een nieuwe gebruiker voor alleen de VPN-verbinding! Open het bestand VPNConfig.ovpn met een teksteditor. Omdat je de VPN-server extern wilt gebruiken, verander je in onderstaande regel YOUR_SERVER_IP naar je ip-adres van je internetverbinding of de hostnaam als je bijvoorbeeld Dynamic DNS gebruikt. Synology ondersteunt ook Dynamic DNS en geeft bijvoorbeeld een naam.synology.me-adres. Je kunt het activeren in je configuratiescherm onder Externe toegang / DDNS. Het gaat om deze regel:

remote YOUR_SERVER_IP 1194

Je ziet ook de onderstaande optie. Haal hier eventueel het commentaarteken weg als je wilt dat ál het verkeer, dus ook het normale internetverkeer, via de VPN-server gaat. Dat geeft minder goede prestaties, maar is wel veiliger als je bijvoorbeeld een openbare wifi-hotspot gebruikt. Dit is de regel waar je het commentaarteken weg kunt halen:

#redirect-gateway def1

Gebruik dit profiel om verbinding te maken vanaf andere apparaten. Zet hierbij de optie aan dat zonder certificaat verbinding mag worden gemaakt.

WireGuard op QNAP

We zullen laten zien hoe je WireGuard op je QNAP-NAS gebruikt in combinatie met een Windows-client. Voor meer informatie over WireGuard en het opzetten van een aparte VPN-server verwijzen we je naar een eerder artikel dat je kunt lezen via www.kwikr.nl/wgvpn waarin dat uitgebreid aan bod komt. Zorg bij QNAP dat de toepassing QVPN Service is geïnstalleerd via App Center. Open dan de toepassing en ga naar WireGuard. Zet een vinkje bij WireGuard VPN-server inschakelen. Vul een naam in achter Servernaam. Klik achter Persoonlijke sleutel op Codeparen genereren. Noteer de waarde bij Openbare sleutel: die is straks nodig bij de configuratie van clients. Achter Luisterpoort zie je de poort (udp) die je moet doorsturen in de router. Bij DNS Server vul je een openbare DNS-server in (zoals 8.8.8.8) óf een DNS-server in je lokale netwerk. Klik op Toepassen om de instellingen te bewaren. Klik op Peer toevoegen. Hier kun je clients toevoegen (zie volgende stap).

De instellingen voor WireGuard bij een NAS van QNAP.

Client instellen

Elk apparaat dat verbinding met WireGuard maakt, is een zogenoemde peer. Voor het toevoegen van een apparaat kies je bij QNAP de optie Peer toevoegen. Vul een herkenbare naam in. De waarde bij Openbare sleutel komt bij deze ‘peer’ vandaan, die gaan we nu eerst instellen. Installeer en open de Windows-client en kies de optie Add Empty Tunnel. Er worden een privé- en openbare sleutel gegenereerd. Er opent een configuratiebestand met de privésleutel waarin je onder andere deze twee regels ziet:

[Interface]

PrivateKey = +MSQ3D2+M71SotRrWC3hnPyzYSTWNuaxWwc920=

Vul deze configuratie verder aan zoals in het voorbeeld hieronder. Bij Address kies je een vrij ip-adres binnen het VPN-subnet, dat nog niet door een andere peer wordt gebruikt. Je kunt dit voor elke client ophogen, dus 198.18.7.2/32, 198.18.7.3/32, en zo verder. Belangrijk is dat je bij PublicKey de openbare sleutel die QNAP laat zien invult. Bij Endpoint vervang je ipadres door het ip-adres (of de hostnaam) van je internetverbinding thuis. Dit is de configuratie die je moet aanpassen:

[Interface]

PrivateKey = +MSQ3D2+M71SotRrWC3hnPyzYSTWNuaxWwc920=

ListenPort = 51820

Address = 198.18.7.2/32

DNS = 1.1.1.1

[Peer]

PublicKey = KsCc+cRucH4F8T3VdyatvZXjqvunEerBZapulE=

AllowedIPs = 0.0.0.0/0

Endpoint = ipadres:51820

Bewaar de configuratie met Save. Kopieer nu de waarde bij Public key van deze client. Je leest deze af in het hoofdvenster van WireGuard (zorg dat de bewuste tunnel is geselecteerd). Plak deze in QNAP bij Openbare sleutel bij de configuratie van deze peer. Je kunt nu verbinding maken met je Windows-client!

Voltooi de configuratie voor de Windows-client voor WireGuard.

Firewall instellen voor je NAS

Een firewall op je NAS biedt extra bescherming. Bij Synology open je daarvoor Configuratiescherm. Ga dan naar Beveiliging en open het tabblad Firewall. Zet een vinkje bij Firewall inschakelen en kies Toepassen. Bij Firewallprofiel kun je een profiel kiezen of bewerken. Kies Regels bewerken om het huidige profiel aan te passen. Begin met een regel die alle apparaten op het lokale netwerk toestaat. Kies bij die regel bij Poorten de optie Alles. Bij Bron-IP kies je Specifiek ip. Klik daarachter op Selecteren en kies Subnet. Je moet hier het netwerkbereik van je router kennen. In veel gevallen is dat iets als 192.168.1.0 met subnetmasker 255.255.255.0. Dit omvat dan alle adressen van 192.168.1.0 t/m 192.168.1.255. Voeg hierna nog specifieke regels toe voor toepassingen die van buitenaf toegang moeten hebben. In dit voorbeeld staan we bijvoorbeeld SSH toe vanaf een bepaald ip-adres. Heel belangrijk is dat je als laatste een regel toevoegt die alles blokkeert. De regels worden namelijk van boven naar beneden doorlopen en bij de eerste match stopt de verwerking. Het configuratiescherm van QNAP biedt ook een firewall, maar dat is meer een soort toegangsfilter. Voor uitgebreidere opties kun je QuFirewall installeren via App Center.

Het is raadzaam om de firewall op je NAS te gebruiken voor toegangsbeperking.

Wat is Tailscale?

Met Tailscale kun je een virtueel privénetwerk maken tussen al je apparaten. Dit gebeurt op basis van identiteit, met bijvoorbeeld een standaard Google-account voor autorisatie. Je kunt alle toegevoegde apparaten benaderen via een intern ip-adres of de toegekende hostnaam. Tailscale gebruikt dezelfde technologie als WireGuard, wat het snel, veilig en betrouwbaar maakt. Je hebt geen centrale server nodig en hoeft ook geen poorten in je router open te zetten. Wel moet je elk apparaat in principe afzonderlijk aan je privénetwerk toevoegen. Dat is eenvoudig, ook voor een NAS, zoals je hieronder ziet. Als alternatief kun je Tailscale ook op één apparaat in je netwerk installeren en dat apparaat als subnetrouter instellen, zodat je via dat ene systeem toegang hebt tot alle andere apparaten in je netwerk. In dat geval hoef je Tailscale niet op elk afzonderlijk apparaat te installeren. Meer uitleg over Tailscale vind je in dit artikel.

Met Tailscale kun je een privénetwerk voor je apparaten maken.

Eerste stappen

Ga naar https://tailscale.com en kies de optie Get started. Log in met een van de ondersteunde identiteitsproviders, bijvoorbeeld een standaard Google-account of een van de andere opties. Hierna wordt automatisch je Tailscale-netwerk, of kortweg tailnet, gemaakt. Dat is een soort privé-VPN-netwerkje waar jouw apparaten deel van uit gaan maken. Als je op een ander apparaat inlogt met datzelfde account, is het bereikbaar vanuit je andere apparaten in dit tailnet. Een gratis account ondersteunt tot drie gebruikers en honderd apparaten.

Log in bij Tailscale met bijvoorbeeld je Google-account.

Apparaten toevoegen

Het toevoegen van apparaten is eenvoudig. Het volstaat om de software te installeren en in te loggen met dezelfde identiteitsprovider. Om Tailscale bijvoorbeeld op een iPad te gebruiken, installeer je eerst de toepassing via de App Store. Hierbij wordt een VPN-configuratie voor je iPad gemaakt. Daarna log je in en zie je een lijst met apparaten in je privénetwerkje, waarbij je ook de namen af kunt lezen.

Op een iPad maakt Tailscale een VPN-profiel aan.

Tailscale op je NAS

Je kunt Tailscale ook op een NAS installeren. Bij Synology zoek je daarvoor in Package Center naar Tailscale. Bij QNAP kun je in App Center terecht. Installeer en open de toepassing. Er wordt gevraagd om in te loggen, waarbij je weer hetzelfde account als hiervoor gebruikt. Zet daarna de verbinding op via Connect. Als je nog een keer de Tailscale-app opent, kun je details zien over het bewuste apparaat, zoals het ip-adres en de hostnaam die je kunt gebruiken om verbinding te maken.

Tailscale is als pakket beschikbaar voor Synology en QNAP.

Wat is een Cloudflare-tunnel?

Bij een Cloudflare-tunnel installeer je op één systeem in je netwerk (bijvoorbeeld je NAS) een klein programma, dat van binnenuit een versleutelde verbinding opzet naar Cloudflare. Daarna kun je toepassingen individueel toevoegen die deze tunnel mogen gebruiken. Daarbij kun je elke toepassing een eigen subdomein geven, zoals nas.domein.nl voor je NAS. De tunnel laat geen netwerkprotocollen zoals SMB en NFS door en WebDAV is een uitdaging. Het is vooral bedoeld voor webverkeer. Je kunt incidenteel wel bijvoorbeeld DS File gebruiken, voor het browsen door je bestanden en kleine uploads of downloads.

Bij Cloudflare kun je gratis een tunnel opzetten voor toegang op afstand.

Domein registreren

Log in bij Cloudflare met een bestaand account of maak een nieuw gratis account. Registreer een domeinnaam via Add / Register a domain of voeg een bestaand domein toe via Add / Connect a domain. In dat laatste geval moet je de DNS-instellingen bij je huidige provider aanpassen, zodat de nameservers naar die van Cloudflare verwijzen. Afhankelijk van de extensie betaal je bij Cloudflare vanaf zo’n 6 dollar per jaar (circa 6 euro) per domein. Je kunt een domein eventueel direct voor meerdere jaren registreren of voor automatische verlenging kiezen. Betalen kan met creditcard of PayPal. In je dashboard vind je je domein terug onder Domain registration / Manage domains.

Registreer tegen lage kosten een domein bij Cloudflare.

Tunnel voorbereiden

Ga via het menu aan de linkerkant naar Zero Trust. Klik dan op Networks en kies Tunnels. Klik op Create a tunnel. Selecteer de optie Cloudflared. Geef je tunnel een naam. Vervolgens moet je een zogeheten connector installeren op één systeem in je netwerk om een tunnel te maken. Alle toepassingen die je straks via de Cloudflare-tunnel gaat publiceren, moeten bereikbaar zijn vanaf dat systeem. Dat is meestal alleen een probleem bij gescheiden netwerken of strikte firewallregels. Installeer Cloudflared volgens de instructies op een systeem dat altijd aanstaat. Dat kan een server of Raspberry Pi zijn, maar óók je NAS, zoals we hieronder toelichten. Hierna komt de tunnel automatisch online.

Maak een tunnel via de website van Cloudflare.

Tunnel op Synology-NAS

Voor de installatie op een NAS heeft Cloudflare geen instructies, maar de procedure is relatief eenvoudig. Kopieer de opdracht die je ziet bij bijvoorbeeld de Windows-installatie en plak deze in een editor. Je ziet hierin een lange string van 184 tekens die meest begint met eyJh…. Dat is de benodigde token. Om Cloudflared op een Synology-NAS te installeren open je Package Center. Ga naar Gemeenschap en kies Cloudflare Tunnel. Klik op Installeren. Nu wordt om de token gevraagd. Je hoeft geen geavanceerde opties te kiezen. Na het voltooien van de installatie is je tunnel klaar voor gebruik.

Vul de token in bij de installatie van de software op je Synology-NAS.

Tunnel bij QNAP

QNAP biedt geen softwarepakket, maar je kunt Cloudflare wel vrij eenvoudig via Docker configureren en starten. Het is het makkelijkst om met Docker Compose te werken. Installeer indien nodig Container Station en open het programma. Ga dan naar Toepassingen en klik op Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in, zoals cloudflared. Bij YAML-code vul je de onderstaande code in. Achter TUNNEL_TOKEN vul je uiteraard jouw token in. Klik dan op Maken om de tunnel te maken. Dit is de benodigde code:

version: "3"

services:

  cloudflared:

    image: cloudflare/cloudflared:latest

    container_name: cloudflared

    restart: unless-stopped

    network_mode: "host"

    command: tunnel run

    environment:

      - TUNNEL_TOKEN=eyJh...

Bij QNAP kun je Cloudflared het beste via Docker installeren.

Toepassing toevoegen

Je kunt nu elke toepassing via de tunnel beschikbaar maken met een uniek subdomein. Om zo’n zogeheten route aan te maken, ga je binnen Zero Trust naar Networks / Tunnels. Bij Status geeft het systeem als het goed is aan dat de tunnel gezond is. Open het menu (via de drie puntjes) en kies Configure. Ga dan naar het tabblad Published application routes. We nemen de webinterface van een NAS die lokaal bereikbaar is op https://10.0.10.200:5001. Bij Subdomain vul je bijvoorbeeld nas in. Bij Domain kies je een domein. Bij Type kiezen we HTTPS en bij URL vullen we 10.0.10.200:5001 in. Bij de optie HTTPS moet je oppassen. De NAS heeft in ons geval geen echt certificaat. Daarom is het belangrijk om onder Additional application settings / TLS de optie No TLS Verify aan te vinken. Cloudflare zal dan negeren dat het certificaat niet ondertekend is. Klik op Save. Er zal automatisch een DNS-record worden gemaakt en je kunt vrijwel direct op afstand je NAS benaderen.

We maken een route voor de NAS.

Extra beveiliging bij Cloudflare

Na het openstellen van een toepassing via een subdomein kan in feite iedereen die dat adres kent de toepassing benaderen, zoals de webinterface van je NAS. Of ze ook binnenkomen, hangt af van je beveiliging. Een NAS kun je zelf extra beveiligen, bijvoorbeeld met tweestapsverificatie. Maar je kunt toegang óók beperken via Cloudflare zelf. Je kunt bijvoorbeeld regelen dat alleen jij bij de tunnel mag, via een tijdelijke code die je per e-mail ontvangt, of door te verplichten dat je eerst moet inloggen met een specifiek Google-account.

▼ Volgende artikel
Actieve versus passieve speakers: welke luidsprekers passen bij jou?
© jipen
Huis

Actieve versus passieve speakers: welke luidsprekers passen bij jou?

Twijfel je tussen actieve en passieve luidsprekers? Het verschil zit in de versterker. In dit artikel leggen we uit wat de voor- en nadelen zijn, zodat je precies weet welk systeem het beste klinkt in jouw woonkamer. Geen gedoe, gewoon helder advies.

Als je op zoek bent naar beter geluid, vliegen de termen je om de oren. Het onderscheid tussen actief en passief is misschien wel de belangrijkste technische keuze die je moet maken, maar wordt vaak onnodig ingewikkeld gemaakt. Veel mensen denken dat het puur om geluidskwaliteit gaat, terwijl het vooral draait om gebruiksgemak en apparatuur. Na het lezen van dit stuk weet je precies of je voor alles-in-één gemak moet gaan of voor de vrijheid van losse componenten.

De kern: waar zit de krachtbron?

Het technische verschil is eigenlijk heel simpel: het draait allemaal om de locatie van de versterker. Een luidspreker kan namelijk geen geluid maken zonder stroom en aansturing.

Bij een actieve speaker is de versterker ingebouwd in de behuizing van de luidspreker zelf. Je herkent dat direct aan de achterkant: er zit een stroomkabel aan die het stopcontact in moet, en vaak knoppen voor volume of toonregeling. Je sluit je telefoon, pc of platenspeler direct aan op de speaker.

Bij een passieve speaker zit er géén elektronica in de kast die het geluid versterkt. De speaker heeft geen stekker voor het stopcontact, maar alleen aansluitingen voor luidsprekerdraad. Je hebt altijd een losse versterker of receiver nodig die het signaal krachtig genoeg maakt voordat het naar de speaker gaat. Een veelvoorkomend misverstand is dat 'passief' betekent dat ze slechter of zwakker zijn. Integendeel, de allerduurste hifi-systemen zijn bijna altijd passief.

©jipen

Wanneer is actief de slimste keuze?

Kies voor actief als je houdt van een opgeruimd huis en gebruiksgemak (dit soort speakers zijn meestal plug & play). Omdat de fabrikant de ingebouwde versterker helemaal heeft afgestemd op de luidspreker, ben je verzekerd van een goede match zonder dat je technisch inzicht nodig hebt. Dit is bij uitstek geschikt voor minimalisten die geen losse apparaten of een wirwar aan kabels in de woonkamer willen. Een soundbar is hier het bekendste voorbeeld van; dat is bijna altijd een actieve speaker. Ook voor een werkplek of gaming-setup op een bureau is dit de standaard, omdat je ze direct in je pc plugt zonder tussenkomst van een extra apparaat. Daarnaast zie je deze techniek terug in slimme multiroom-systemen met wifi of bluetooth (zoals die van Sonos), waarmee je direct vanaf je telefoon muziek streamt.

De beperking van alles-in-één

Het grote nadeel van actieve speakers is dat je vastzit aan het totaalpakket. Gaat de versterker in de speaker kapot? Dan doet je hele luidspreker het niet meer, ook al zijn de speaker-units zelf nog prima.

Daarnaast ben je minder flexibel in de toekomst. Bij passieve systemen kun je over vijf jaar besluiten om alleen een nieuwe versterker met de nieuwste streamingfuncties te kopen, terwijl je je geliefde speakers behoudt. Bij een actief systeem moet je bij veroudering van de software of aansluitingen vaak meteen de hele set vervangen. Daarnaast is het uitbreiden van een stereoset naar een volledige thuisbioscoop met actieve speakers vaak lastiger of beperkt tot één specifiek merk.

©Aboltin

Wanneer moet je absoluut niet voor actief kiezen?

Er zijn specifieke situaties waarin je een actief systeem beter links kunt laten liggen. Als je bijvoorbeeld al een prima werkende versterker of receiver hebt staan, is het zonde van je geld om actieve speakers te kopen. Je betaalt dan immers dubbel voor versterking die je niet gebruikt.

Ook als je speakers wilt wegwerken in het plafond of de muur is passief de enige logische route. Je wilt namelijk geen stroompunten bij elke inbouwspeaker aanleggen, en je kunt sowieso niet makkelijk bij de elektronica als er eenmaal iets stuk gaat.

Tot slot kun je in grote ruimtes, zoals een hal of showroom, beter met passief draad werken. Luidsprekerkabels zijn over lange afstanden veel makkelijker te trekken en te verlengen dan de combinatie van stroom- en signaalkabels bij actieve speakers.

Check je kabels en je kastruimte

Om de knoop door te hakken, kijk je eerst goed naar je eigen situatie. Heb je in je tv-meubel ruimte voor een los apparaat van ongeveer 44 cm breed (de standaardmaat voor receivers)? En vind je het leuk om zelf je set samen te stellen? Dan is passief jouw route naar topgeluid op maat.

Heb je daarentegen geen zin in gedoe, wil je met één afstandsbediening klaar zijn en heb je een hekel aan zichtbare apparatuur? Dan is een actief systeem of een actieve set boekenplank-speakers de moderne oplossing die je zoekt.

Kortom: eenvoud versus controle

Het verschil tussen actief en passief is een keuze tussen gemak en flexibiliteit. Actieve speakers bieden een alles-in-één oplossing: stekker erin en spelen, ideaal voor wie weinig ruimte of geduld heeft. Passieve speakers vereisen een losse versterker, maar geven je de vrijheid om je systeem oneindig aan te passen, te repareren en te upgraden. Kijk dus niet alleen naar het geluid, maar vooral naar hoeveel apparaten je in huis wilt halen.