ID.nl logo
Zo organiseer je je kabels
© Reshift Digital
Huis

Zo organiseer je je kabels

Kabels, kabels, kabels... Een beetje elektronica-freak heeft er zo tientallen verzameld. Het is voorjaar dus we hebben een grote kabel-schoonmaak gehouden. Tijd om het bij jou thuis ook eens te doen?

Tip 01: Organiseren

Ben jij een type dat alle kabels een labeltje omhangt en netjes opgerold aan de wand hangt? Of heb jij een kist op zolder liggen met een kluwen aan oude usb-, ps2- en firewire-kabels? Komt het laatste je bekend voor, weet dan dat een oplossing nabij is. Maar hoe kun je nu het beste al je kabels sorteren en waar moet je in hemelsnaam beginnen? Voor iedereen is dit een beetje anders, het hangt er namelijk erg vanaf over hoeveel kabels je beschikt en wat voor kabels je hebt. Voordat we gaan beginnen met labels aanbrengen en het over oproltechnieken gaan hebben, nemen we eerst eens een kijkje in de bak met kabels.

©PXimport

Tip 02: Sorteren

Elk organisatiesysteem begint bij het in kaart brengen van wat je hebt en wat je uiteindelijk nodig hebt. De kans is aanwezig dat je in de loop der jaren allerlei oplaadkabels hebt verzameld van smartphones die je al lang niet meer hebt. Een Apple-oplaadkabel met 30pin-aansluiting? Tenzij je nog een antieke iPhone hebt liggen, kan deze gewoon weg: Apple gaat dit systeem echt niet meer gebruiken in de toekomst. Unieke oplaadkabels van een oude Samsung- of Motorola-telefoon? Ook weg ermee, tegenwoordig hebben bijna alle smartphones een standaard usb-aansluiting. Kijk ook eens naar hoe veel kabels je van een bepaald type hebt, het is echt niet nodig om tien usb-kabels te bewaren.

©PXimport

Bijna alle smartphones van tegenwoordig hebben een standaard usb-aansluiting

-

Tip 03: Verkopen

Eenmaal alles uitgezocht en gesorteerd? Bepaal dan wat je kunt weggeven, weggooien of verkopen. Een oude standaard usb-kabel levert niks meer op en kun je prima aan iemand geven of wegbrengen naar een kringloopwinkel. Sommige oude adapters kunnen echter best wat waard zijn. Op sites als Marktplaats en eBay gaan speciale adapters van laptops en smartphones soms nog voor een tientje weg. Het is voor eigenaars moeilijk om aan een vervangende adapter te komen en een standaard laptop-adapter werkt in veel gevallen niet.

©PXimport

Tip 04: Kabels testen

Bij een opruimrondje hoort ook het testen van kabels, in je opgeruimde systeem is geen plek voor kapotte kabels. Hoe je het beste een kabel kunt testen, hangt af van het type kabel. Een usb- of hdmi-kabel kun je gemakkelijk testen door hem even in je pc te steken en de andere kant in een accessoire of beeldscherm. Je kunt natuurlijk ook een paar tientjes in een kabeltester investeren. Als je veel kabels hebt, kan dit al snel heel wat tijd schelen. Kabeltesters zijn er heel veel soorten en maten, zo zijn er bijvoorbeeld multifunctionele testers waarmee je in een paar seconden usb-, video- of audiokabels kunt testen.

Sommige kapotte kabels zijn heel makkelijk zelf te repareren met een soldeerbout

-

Tip 05: Solderen

Sommige kapotte kabels zijn heel makkelijk zelf te repareren. Tenminste, als je een soldeerbout hebt. Een analoge kabel, zoals een tulp-, jack of xlr-audiokabel is vrij eenvoudig. Digitale kabels zijn in sommige gevallen vrijwel niet zelf te repareren omdat de connector veel te veel kleine contacten bevat of doordat je de connector simpelweg niet open krijgt. Je moet zorgen dat je het uiteinde van de kabel met wat soldeertin voorbereidt en ook op de connector wat soldeertin aanbrengt. Nu kun je met een goed hete soldeerbout in een handomdraai een connectie maken. Bij het kiezen van een soldeerbout geldt dat een iets duurdere bout in de meeste gevallen zorgt voor een veel snellere workflow, je soldeerverbindingen sterker zijn en je dat je minder tin nodig hebt.

©PXimport

Tip 06: Oprollen

Een belangrijk thema bij het bewaren van kabels is hoe je een kabel het beste kunt oprollen. Een zijn verschillende kampen met verschillende technieken, maar over het algemeen kun je zeggen dat je zo min mogelijk druk op de kabel moet uitoefenen. Een kabel dubbelvouwen is in veel gevallen een slecht idee, het is beter om een kabel ruim op te rollen. De kabel heeft op deze manier veel speling en een kabelbreuk kan minder snel optreden. Aan twee kanten van de opgerolde kabel kun je een kabelbinder zetten zodat je hem goed kunt opbergen. De kwaliteit van de specifieke kabel heeft natuurlijk ook veel invloed op de levensduur van een kabel. De connectoren moeten goed vastzitten en de kabel zelf moet genoeg bescherming hebben zodat er geen kabelbreuk kan ontstaan.

©PXimport

Tip 07: Labelen

De volgende stap in het organiseerproces is het juist labelen van je kabels. Als je maar tien kabels hebt is dit natuurlijk niet noodzakelijk, maar bij tientallen kabels is dit geen overbodige luxe. Je kunt een kleurensysteem gebruiken en simpelweg bij de connectoren van de kabel een kleurenlabel plakken: blauw voor usb, rood voor hdmi en andere videokabels, geel voor internet en televisie, om maar eens een voorbeeld te noemen. Er zijn ook labels te koop waar je tekst op kunt schrijven. Is je handschrift niet zo goed leesbaar, investeer dan eens in een label-writer van bijvoorbeeld Brother of Dymo. Deze apparaten kosten maar een paar tientjes en je kunt er prachtig heldere labels mee printen, direct op klevende plastic tape. Deze labels kun je dan meteen ook op de kisten plakken waar je je kabels in doet. Tip: gebruik doorzichtige kisten, je ziet dan in één oogopslag welke kabels in de bak zitten. De Samla-serie van Ikea is een goede en goedkope oplossing.

©PXimport

Je kunt simpelweg kleurenlabels plakken bij de connectoren van de kabels

-

Kabels in wc-rollen

Handig voor als je niet veel geld wilt uitgeven: rol je kabels niet te strak op en maak ze vast met een tie-wrap of kabelbinder en schuif ze in een wc-rol. De wc-rollen zet je naast elkaar in een lade of kist. Opgeruimd staat netjes!

©PXimport

Tip 08: Wegwerken

Een bron van irritatie is al die kabels die boven en onder je bureau zweven. Als je wilt dat je werkplek er strak uitziet, dan maak je gebruik van eventule kabelgoten en -geleiders in je bureau. Heb je die niet, dan kun je zelf een gat in je bureau zagen en hier je kabels doorheen leiden. Onder je bureau kun je dan kabelgoten bevestigen. Ook hier biedt Ikea een simpele en goedkope oplossing: Signum kost een tientje en schroef je zo onder elk bureau. Bij de meubelgigant vind je ook oplossingen om kabels bij elkaar te houden en kabelgoten die je langs de plint kunt leggen om televisie-, internet- en antennekabels weg te werken.

©PXimport

Tip 09: Oplaadstation

Uiteindelijk moet een stroomkabel wel naar een stekkerdoos geleid worden. Heb je er al eens aan gedacht om een stekkerdoos in een lade te monteren? Je kunt hier standaard je adapters voor je smartphones, tablets en laptops op aansluiten. Open de lade, leg je apparaat aan de stroom en sluit de lade weer. Een hele makkelijke maar slimme oplossing om minder kabels in het zicht te hebben. Denk er wel om dat de lade een beetje ventilatie nodig heeft. Een laptop die aan het opladen is, produceert nogal wat warmte, het is beter als de lucht ergens weg kan stromen. Je kunt natuurlijk ook een oplaadstation ergens in een hoekje van de kamer wegwerken. Zet hier ook de router neer, aangezien dit ook vaak één van de lelijkste objecten in de kamer is.

©PXimport

Heb je er al eens aan gedacht om een stekkerdoos in een lade te monteren?

-

Tip 10: Dock gebruiken

Gebruik je je laptop op je bureau, eventueel met een extern beeldscherm? Dan is het een goed idee om eens naar een dock te kijken. In plaats van allerlei kabels klik je gewoon je laptop in een dock, de individuele kabels worden vanuit één plek in het Dock naar buiten geleid. Docks zijn niet goedkoop en je moet zeker weten dat een dock bij jouw type laptop past, maar het kan wel voor wat zen in je werkkamer zorgen. Nadeel is natuurlijk wel dat een dock maar bij één type laptop past. Koop je een andere laptop, dan moet er ook een ander dock komen.

©PXimport

Kabelclips

Wil je een oplaadaansluiting op je bureau hebben liggen, maar is een losliggende oplaadkabel je te rommelig, kijk dan eens naar een kabelclip. Dit is een houdertje die je op je bureau legt en eventueel aan de onderkant van je bureau vastzet. Aan de bovenkant van de kabelclip zitten kabelgeleiders waar je een oplaadkabel of andere kabel in kunt klikken.

©PXimport

Tip 11: Kabelhangers

Heb je veel kabels van hetzelfde type, dan kun je ook overwegen om een kabelhanger te gebruiken. Dit zijn simpele metalen “kammetjes” die je aan de muur bevestigt. Vaak kosten ze maar een paar euro en kun je er tientallen kabels aan hangen. Je moet wel even kijken hoe groot de openingen mogen zijn, je wilt niet dat je kabels er naderhand doorheen vallen. Er zijn ook kabelhangers die je aan bureaus en tafels kunt bevestigen en er bestaan zelfs kleine plastic kabelhangers waar je lichte usb-kabeltjes in kunt klikken.

©PXimport

Heeft je oplaad- of adapterkabel een breuk, vervang hem dan zo snel mogelijk

-

Tip 12: Origineel of fake?

Bij het kopen van een nieuwe kabel word je al snel verleid door supergoedkope kabels uit China. Simpele verbindingskabeltjes zijn vaak prima, maar kijk wel uit bij goedkope klonen van originele merkadapter- en oplaadkabels. Als een eenvoudige usb- of hdmi-kabel het niet doet heb je gewoon pech en hoef je hooguit een nieuwe te kopen. Maar een kloon-adapter kan leiden tot schade aan je smartphone, tablet of laptop, of zelfs het overlijden daarvan. In extreme gevallen leiden dit soort kabels ook nog wel eens tot een huisbrand. Wees dus heel erg zeker dat de namaak-kabel die je koopt een Europees keurmerk heeft en dat je aan reviews kunt zien of het een goed product is. En heeft je oplaad- of adapterkabel een breuk, vervang hem dan zo snel mogelijk.

©PXimport

Tip 13: Ga draadloos

Een handige tip om over na te denken bij een volgende aankoop: ga draadloos! Is je printer nu nog via een usb-kabel op je pc aangesloten, zorg dan bij de volgende printer dat je hem via wifi kunt aanspreken. Dit scheelt weer een vervelend kabeltje in huis. Ook bij tv- en internetoplossingen is het vaak mogelijk om een kabel te besparen door bepaalde informatie door de lucht te sturen. Een tv-decoder hoeft in sommige gevallen niet per se direct op de router met een kabel aan worden gesloten, maar kan zijn signaal draadloos ontvangen.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.