ID.nl logo
Netwerkprotocollen uitgelegd: verkeersregels voor netwerken
© The Little Hut - stock.adobe.com
Huis

Netwerkprotocollen uitgelegd: verkeersregels voor netwerken

Wanneer je met de auto naar een bestemming rijdt, volg je een reeks verkeersregels: je rijdt rechts, laat voetgangers oversteken, stopt voor een rood licht en gebruikt je richtingaanwijzers. Ook bij dataverkeer via een netwerk of internet zijn er regels en afspraken nodig om het verkeer veilig en goed te laten verlopen. Deze verkeersregels heten netwerkprotocollen.

In dit artikel leggen we de basis uit van datacommunicatie tussen je computer en andere apparaten: het netwerkprotocol.

  • We leggen uit wat een netwerkprotocol doet
  • We leggen uit waarom het belangrijk is en welke protocollen vaak gebruikt worden
  • We geven tips en gratis tools om het netwerkverkeer te analyseren en te monitoren

Lees ook dit artikel: Netwerkproblemen? Analyseer ze met Wireshark

Wat zijn netwerkprotocollen?

Netwerkprotocollen vormen de basis van datacommunicatie tussen computers en andere apparaten. Ze spelen een rol bij vrijwel elke online activiteit, van browsen en e-mailen tot streamen en bestanden delen.

Het gaat om een set van regels en procedures die precies bepalen hoe gegevens worden verzonden, ontvangen en verwerkt. Ze zorgen ervoor dat verschillende systemen, vaak met diverse hardware en software, probleemloos met elkaar kunnen communiceren.

OSI-lagenmodel

Netwerkverkeer is vrij complex. Voor een beter begrip wordt het communicatieproces vaak in lagen opgedeeld, zoals in het bekende OSI-model (Open Systems Interconnection). Zie dit als een conceptueel raamwerk, gezien deze lagen niet als fysieke of strikt gescheiden netwerkcomponenten bestaan.

Tijdens het verzenden worden deze lagen van boven naar beneden doorlopen. Je applicatie genereert de data en bepaalt welk protocol nodig is, zoals HTTPS voor webverkeer. De data worden eventueel versleuteld, gecomprimeerd of omgezet naar een geschikt formaat. Vervolgens start een sessie tussen de applicaties bij de verzender en de ontvanger. De datastroom wordt opgedeeld in zogeheten segmenten (of datagrammen), eventueel met foutcorrectie. Elk deel wordt nu in een datapakketje gestopt en krijgt een IP-adres om de bestemming aan te geven, zodat de router weet waar het verkeer naartoe gestuurd moet worden. Dit pakket wordt ingekapseld in een frame met het unieke MAC-adres van een netwerkkaart voor een fysieke transfer binnen hetzelfde netwerk. Deze frames worden ten slotte omgezet in elektrische, optische of radiogolfsignalen die over een fysiek (of draadloos) medium worden verstuurd.

Bij ontvangst worden de lagen van het OSI-model in omgekeerde volgorde, van beneden naar boven, doorlopen. Elke laag haalt de header-informatie van de vorige laag weg, verwerkt de relevante gegevens en geeft deze door aan de volgende laag.

Het bekende – uit zeven lagen bestaande – OSI-model, ontwikkeld door ISO (International Organization for Standardization).

TCP/IP

Zelfs wie nauwelijks met netwerken bezig is, heeft waarschijnlijk weleens van TCP/IP gehoord. Dit zijn eigenlijk twee netwerkprotocollen, elk uit een andere OSI-laag. Om te begrijpen waarom dit duo zo vaak wordt genoemd, moeten we meer dan veertig jaar terug in de tijd.

TCP en IP werden namelijk ontwikkeld voor ARPANet, de voorloper van het internet. Door het grote succes werd TCP/IP al snel de standaard voor netwerkcommunicatie tussen uiteenlopende systemen wereldwijd. Deze protocollen waren bovendien gebaseerd op open en publiek toegankelijke specificaties, zodat iedereen ze zonder licentiekosten kon gebruiken.

TCP (Transmission Control Protocol) biedt, dankzij een ingebouwde foutcorrectie, betrouwbare levering van data, wat belangrijk is voor applicaties als browsen en e-mailen. IP (Internet Protocol) dan weer zorgt voor het adresseren en routeren van datapakketten over verschillende netwerken.

TCP/IP is bovendien flexibel: het kan op verschillende soorten netwerken worden gebruikt, zoals ethernet en wifi, en kan worden geschaald van kleine thuisnetwerken tot het mondiale internet.

TCP/IP werd al snel de standaard netwerkprotocolstack van ARPANet en (dus) van internet.

Behoefte aan stabiliteit in huis?

Leg een netwerk van ethernetkabels aan

Andere protocollen

Wanneer men over TCP/IP spreekt, bedoelt men meestal niet alleen de protocollen TCP en IP, maar de hele protocolsuite, inclusief andere netwerkprotocollen. Er zijn er honderden, maar hier beperken we ons tot een korte voorstelling van een aantal bekende protocollen.

Eerst bekijken we enkele protocollen binnen de OSI-lagen applicatie, presentatie en sessie (of de applicatielaag binnen het wat oudere en eenvoudiger TCP/IP-model). Vervolgens kijken we naar protocollen op het niveau van transport en netwerk. Protocollen op de hogere lagen zijn meestal goed herkenbaar voor gebruikers en hebben ook duidelijke en tastbare toepassingen. De protocollen op de onderste twee lagen gaan meer over de fysieke dataoverdracht op het niveau van de netwerkinterface, en zijn derhalve complexer en technischer.

De term TCP/IP verwijst vaak naar de volledige netwerkprotocolsuite.

HTTP

Een van de meest gebruikte netwerkprotocollen op applicatieniveau is HTTP (HyperText Transfer Protocol). Het haalt webpagina’s op van een server naar een client, zoals een browser.

Om snel een idee te krijgen van welke informatie tijdens dit verkeer tussen je browser en de webserver wordt uitgewisseld, druk je in Chrome of Edge op F12 en houd je het tabblad Netwerk geopend.

De laatste jaren wint vooral HTTPS aan populariteit. De S staat voor secure, want HTTPS voegt een beveiligingslaag toe door de datatransfer tussen browser en server te versleutelen met behulp van SSL/TLS-certificaten. Hierdoor kunnen data onderweg niet worden onderschept of gemanipuleerd. Zo’n certificaat bevat informatie over de identiteit van de website, evenals de openbare sleutel die voor de encryptie wordt gebruikt.

Achter de schermen van een browser-webserverconnectie.

DNS-FTP

Een gelijkaardige vraag naar meer beveiliging kwam er ook voor DNS (Domain Name System). Het DNS stuurt standaard alle aanvragen voor het opzoeken van het IP-adres van een domeinnaam (wat je invoert op de adresregel van je browser) onversleuteld door naar een DNS-server, zoals die van je provider. Inmiddels zijn er veiligere alternatieven, zoals DoT (DNS over TLS), maar vooral DoH (DNS over HTTPS).

De meeste moderne browsers en ook Windows ondersteunen DoH. In Chrome bijvoorbeeld stel je dit in bij Instellingen / Privacy en beveiliging / Beveiliging, bij Beveiligde DNS gebruiken. In de afbeelding zie je de IP-adressen van de bekendste publieke DoH-servers.

De meeste browsers, waaronder Chrome, ondersteunen beveiligde DNS.

FTP (File Transfer Protocol) wordt gebruikt voor het overzetten van bestanden tussen computers in een netwerk. FTP verzendt gegevens, inclusief wachtwoorden, in platte tekst. Daarom zijn de veiligere, alternatieve protocollen als SFTP en FTPS populairder. SFTP gebruikt SSH (Secure Shell, met zowel een private als een publieke sleutel) of wachtwoordauthenticatie, waarna de data worden versleuteld. FTPS gebruikt, net als HTTPS, een (desnoods zelf-ondertekend) SSL/TLS-certificaat. Het gratis FileZilla bijvoorbeeld ondersteunt zowel SFTP als FTPS.

Dit zijn de bekendste publieke DoH-servers met bijbehorende IP-adressen.

Transport en netwerk

Over TCP en IP hebben we het al gehad, maar een ander veelgebruikt protocol binnen de transportlaag is UDP (User Datagram Protocol). In tegenstelling tot TCP, dat eerst een sessie opzet en onderhoudt, de volgorde van datapakketten controleert en indien nodig foutcorrectie toepast, werkt UDP zonder verbindingsbeheer of foutcorrectie. Het wordt vooral gebruikt voor toepassingen waarbij snelheid belangrijker is dan betrouwbaarheid, zoals bij gaming en mediastreaming. Een foutje in een video is immers minder erg dan in een databestand. Doordat er minder overhead is, is UDP sneller.

ICMP (Internet Control Message Protocol) is misschien minder bekend, maar waarschijnlijk gebruik je het zo nu en dan zelfs zelf. Het wordt namelijk vooral ingezet voor diagnostische doeleinden binnen netwerkverbindingen, bijvoorbeeld om te controleren of een specifiek netwerkapparaat bereikbaar is. Bekende commando’s die hiervan gebruikmaken zijn onder meer ping en tracert. Open maar eens de Opdrachtprompt en voer de volgende commando’s uit:

ping 1.1.1.1

(controleert of de DNS/DoH-server van Cloudflare bereikbaar is)

tracert www.id.nl

(geeft de netwerkpunten aan tussen je eigen apparaat en de webserver van www.id.nl).

Onder meer ping en tracert gebruiken het ICMP-protocol.

Netwerkanalyse

Voor een grondiger inzicht in de protocollen die door je netwerkadapter(s) worden gebruikt, kun je een protocol-analyzer inzetten. Dit kan complex zijn, maar een relatief eenvoudige tool is het gratis SmartSniff (er is ook een Nederlands taalbestand), dat zowel tcp- als udp-verkeer kan monitoren.

Voor meer functionaliteit, met een diepgaande inspectie van honderden protocollen, gebruik je het gratis, opensource Wireshark (voor Windows, macOS en Linux). Installeer de tool met de standaardinstellingen en inclusief Npcap, want dit is nodig om de netwerkpakketten te onderscheppen en analyseren. Start de tool op en dubbelklik op je actieve netwerkadapter. Het actuele netwerkverkeer wordt meteen afgevangen tot je het proces beëindigt met de rode stopknop.

Standaard geeft Wireshark de pakketten in drie panelen weer: bovenaan de pakketlijst, met een chronologische opsomming van elk pakket, inclusief tijdstempel, bron- en bestemmingsadres en het protocol. Daaronder het pakketinformatiepaneel, met gedetailleerde informatie over het geselecteerde pakket. En helemaal onderaan het bytespaneel, met de ruwe data van het pakket in hexadecimaal- en ASCII-formaat. Er zijn opname- en weergavefilters beschikbaar, zoals tcp en http, om alleen TCP- of HTTP-verkeer te tonen.

Wireshark is een uiterst krachtige netwerkprotocol-analyzer die een grondige inspectie toelaat.

Netwerkdetectie

Het eveneens gratis Advanced IP Scanner heeft een geheel andere functie. Deze tool detecteert apparaten met een IP-adres in je lokale netwerk. Het werkt eenvoudig: start de applicatie, vul het gewenste netwerkbereik in (bijvoorbeeld 192.168.0.1-254) en klik op Starten. Na afloop verschijnen alle gedetecteerde apparaten in het venster, met hun IP- en MAC-adres (het unieke fysieke adres van elke netwerkadapter). Wanneer je een item openvouwt, kunnen onder meer de bijbehorende gedeelde mappen en enkele services verschijnen. Vanuit het contextmenu, bij Instrumenten, kun je direct verbinding maken met het apparaat via protocollen als HTTP(S), FTP, SSH en RDP.

De tool gebruikt diverse netwerkprotocollen om de apparaten te vinden, zoals ARP (om MAC-adressen te vinden – voer maar eens het commando arp -a uit op de Opdrachtprompt), ICMP (om via pings te controleren of een apparaat reageert) en NetBIOS (voor extra informatie, zoals computernamen en gedeelde bronnen).

Geavanceerdere netwerkscanners, zoals PRTG Network Monitor (gratis versie is beperkt tot 100 sensoren/onderdelen die je wilt monitoren), gebruiken ook het SNMP-protocol (Simple Network Management Protocol) voor uitgebreidere informatie, mits je netwerkapparaten zoals servers, printers, routers en switches dit ondersteunen. Ondanks de ‘simple’ in SNMP blijkt dit protocol in de praktijk vaak aardig complex.

Een snelle scan geeft de aangesloten netwerkapparaten, met hun IP- en MAC-adressen, prijs.

Netwerkmonitoring

GlassWire begint eigenlijk waar Advanced IP Scanner ophoudt. Met dit programma kun je apparaten op het lokale netwerk detecteren en identificeren, en bovendien bevat het allerlei monitoring- en beveiligingsfuncties. GlassWire geeft een realtime overzicht van het netwerkverkeer, inclusief gegevens over welke processen verbinding maken met het internet. Je kunt tevens het actuele en historische bandbreedtegebruik per applicatie en netwerkadapter volgen. De applicatie integreert zich ook in Windows Firewall, zodat je eenvoudig applicaties kunt blokkeren. Daarnaast ontvang je beveiligingswaarschuwingen bij verdachte activiteiten, nieuwe netwerkverbindingen of wijzigingen in netwerkconfiguraties. GlassWire bedient zich hiervoor van diverse netwerkprotocollen, waaronder HTTP(S), DNS, NetBIOS, ICMP en ARP.

Nadat je het programma opgestart hebt, verschijnt in het hoofdvenster een grafiek met het actuele netwerkverkeer. Je kunt de tijdsperiode uitbreiden tot één maand. Klik op de grafiek om deze te pauzeren en om de achterliggende processen te zien. Voor meer details klik je op een procesnaam. Via Traffic Monitor bovenaan kun je het dataverbruik filteren op onder meer applicaties en verkeerstype (netwerkprotocollen). Selecteer hiervoor Usage of Traffic, waarbij je kunt kiezen of je al het verkeer, alleen het LAN- of WAN-verkeer, en binnenkomend of uitgaand verkeer wilt zien.

Het netwerkverkeer uitgesplitst op verkeerstype, alias netwerkprotocol.

▼ Volgende artikel
Nintendo 2026 voorspeld - Bonuslevel
Huis

Nintendo 2026 voorspeld - Bonuslevel

Het is een gekke aflevering. We voorspellen Nintendo's complete jaar en gaan volledig van de rails, maar hebben het ook over het afscheid van Power Unlimited. Dank voor alle begripvolle reacties, en veel plezier met de aflevering.

Kom bij onze Discord. Via ⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠deze link⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠ ⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠⁠kan je met ons en andere luisteraars kletsen over games, deals, nieuws en meer.

Wil je zelf ook een vraag insturen of heb je iets leuks om te melden? Dat kan! Stuur een mailtje naar bonuslevelcast@gmail.com (of bonuslevelkast@gmail.com of bonuslevelqast@gmail.com) en wellicht hoor je jezelf terug in de volgende aflevering!

▼ Volgende artikel
Voordelig foto’s bewerken: deze tools zijn beter en betaalbaar
© kalchenko - stock.adobe.com
Huis

Voordelig foto’s bewerken: deze tools zijn beter en betaalbaar

Gratis of tegen een kleine vergoeding foto’s bewerken kan prima, maar niet elk programma past bij elke klus. In dit artikel helpen we je kiezen tussen Canva, Photopea, GIMP en Fotor: vier populaire opties voor Windows, zowel met software als via de browser. We focussen op een aantal populaire handelingen en benoemen per scenario waarvoor je het betreffende programma kunt gebruiken zonder te hoeven bijbetalen.

Fotobewerking is bijna altijd freemium. Dat betekent dat basistaken kosteloos zijn, terwijl geavanceerde (AI-)functies en exportFopties vaak beperkt zijn of achter een proefperiode of abonnement zitten. Achtergrond verwijderen met één klik is vaak beperkt. Zo krijg je advertenties in Photopea en is bij Canva een betaalde versie nodig. GIMP is volledig gratis en opensource, zonder betaalmuren, en sinds 16 maart 2025 is versie 3.0 stabiel beschikbaar. Fotor biedt een gratis collage-maker en basisbewerking, terwijl AI-functies zoals de achtergrondverwijderaar en HD-export bij betaalde varianten horen. Door de beperkingen te begrijpen, voorkom je dat je klusje stokt op het moment dat je op de downloadknop klikt en pas dan ontdekt dat je credits of een abonnement nodig hebt.

Wil je de achtergrond van een foto als deze verwijderen met Fotor, dan heb je een betaald abonnement nodig.

Achtergronden weghalen

Wil je een onderwerp uit een foto op een transparante achtergrond zetten? Dan werk je binnen Windows bijvoorbeeld in de Canva-desktop-app of in de browser (www.canva.com). Open je afbeelding via Uploads of sleep het bestand in je ontwerp. Klik de foto aan en kies bovenin Openen in editor. Start nu Achtergrond wissen en wacht de analyse af. Om deze functie gratis uit te proberen, ga je naar de functie Achtergrondverwijderaar. Werk de randen bij met Wissen en Herstellen en pas zo nodig de Penseelgrootte aan. Als je klaar bent, klik je op Delen / Downloaden, kies je PNG en, indien beschikbaar, de optie voor een transparante achtergrond. In de gratis versie is het verwijderen van de achtergrond doorgaans eenmalig te proberen; onbeperkt gebruik en transparant exporteren vallen onder de Pro-versie. Daarom is het slim om vooraf de uitsnede te plannen en het meteen in één keer goed te doen.

In Canva krijg je één gratis achtergrondverwijdering, dus zorg dat je die meteen goed doet.

Photoshop-functies in je browser met Photopea

Photopea (www.photopea.com) werkt in de browser en voelt vertrouwd aan als je eerder met lagen, maskers en slimme selecties hebt gewerkt. Open je foto, maak eerst een kopie van de achtergrond met Laag / Dupliceren en ontgrendel eventueel het sloticoon in het lagenpaneel. Voor een automatische selectie kies je Selecteren / Onderwerp of Select / Remove BG.

Verschijnt er een melding, dan kun je een advertentie bekijken om de functie te kunnen gebruiken. Je kunt altijd handmatig selecteren met Magisch knippen, daarna de selectie verfijnen met Selecteren / Aanpassen / Doezelaar of Selecteren / Rand verfijnen.

Verwijder de achtergrond door Bewerken / Wissen of de Delete-toets. Maak wel eerst een raster met Laag / Rastermasker als de laag een zogenoemd Smart Object is. Dat is een speciale laag waarin je een afbeelding, tekst of zelfs meerdere lagen kunt insluiten, en die niet direct wordt aangepast als je bijvoorbeeld schaalt, roteert of filters toepast. .Voeg een nieuwe achtergrond toe via Bestand / Openen en plaatsen... en breng die naar achteren met Laag / Ordenen / Naar achtergrond.

Een fijn pluspunt is dat Photopea lokaal in de browser werkt en brede ondersteuning biedt voor onder meer psd, AI, pdf, svg, HEIC en diverse raw-formaten, wat deze dienst ideaal maakt voor snelle klussen zonder installatie.

Photopea laat je soms een advertentie zien, maar de gratis functie werkt verder prima.

Welke tool kies je wanneer?

Als je zonder installatie snel wilt werken, start je in Photopea: je opent psd’s, AI/SVG- en raw-bestanden rechtstreeks in de browser en behoudt lagen en maskers. Voor simpele webafbeeldingen of social visuals met sjablonen en merkkleuren begin je in Canva; je knipt eenmalig gratis een achtergrond weg, zet tekst en elementen neer en exporteert een png.

Wil je helemaal zonder betaalmuren en offline werken, kies dan GIMP 3.0.

Voor collages waarmee je in een paar minuten klaar wilt zijn, is Fotor de meest directe route; je kiest een lay-out, sleept foto’s in vakken en downloadt ze in de trialversie zonder watermerk.

Combineer desgewenst: maak in Photopea of GIMP een nette uitsnelde, sla die op als png en maak de foto af in Canva of Fotor. Zo benut je per gewenste bewerking de sterkste gratis opties.

Nauwkeurig uitsnijden met GIMP

GIMP 3.0 (www.gimp.org) is binnen Windows gratis te installeren en biedt vergeleken met eerdere versies een modernere interface en nieuwe mogelijkheden, maar klassieke technieken voor nauwkeurig uitsnijden blijven goud waard. Open je foto en activeer de voorgrondselectie met Gereedschap / Selectie / Voorgrond selecteren. Teken grofweg rond je onderwerp, druk op Enter om de voorvertoning te starten en verfijn door met de penseelcursor over het onderwerp te schilderen.

Als de voorvertoning goed is, bevestig je met Selecteren en maak je de achtergrond doorzichtig met Selecteren / Inverteren en daarna Aanpassen / Clear. Voor zachtere randen kun je Selecteren / Selectieranden verzachten gebruiken of een laagmasker toevoegen via Laag / Masker / Laagmasker toevoegen en met zwart-wit de overgang subtieler schilderen.

Het uitgebreide programma GIMP is voor veel mensen de freewareversie van Photoshop.

Maak strakke collages met Fotor

Fotor (www.fotor.com) blinkt uit in laagdrempelige collages. Binnen Windows kun je via de website of desktop-toepassing aan de slag via Photo Editing Tools om Collage Maker te kiezen. Vervolgens selecteer je een lay-out in het linkervenster en sleep je elke foto in een vak. Je wisselt van opmaak met Templates en maakt desgewenst een tekstlaag. Klaar? Download je werk via Download rechtsboven en kies PNG of JPG; bij gratis gebruik is exporteren zonder watermerk mogelijk, voor hogere resoluties en extra AI-functies schakel je over op (het betaalde) Pro.

Voor een simpele voor-en-na-collage kies je een tweevakslay-out en zet je de beelden er een voor een bij. Wil je een panoramisch effect, selecteer dan een compositie met smalle marges, zodat de overgang strak oogt, en houd een vaste horizon aan terwijl je met de pijltjestoetsen het kader per foto verfijnt.

Met Fotor kun je in een handomdraai professioneel ogende collages maken.

Onderwerp vrijstaand maken en netjes plaatsen

Je kunt met alle vier tools een onderwerp vrijstaand maken en in een nieuw beeld plaatsen. In Canva open je het doelcanvas, sleep je het vrijstaande png-object in de compositie en positioneer je het met de muis. In Photopea plak je het onderwerp in een document met de juiste afmetingen, zet je het op een eigen laag en verfijn je de rand via Selecteren / Laag verfijnen. Als de rand te hard oogt, activeer je de laagmaskerselectie en gebruik je Selecteren / Aanpassen / Doezelaar met een kleine waarde, waarna de overgang natuurlijker wordt.

In GIMP voeg je het onderwerp als nieuwe laag toe, maak je een Laagmasker, schilder je zachte overgangen langs haar of textuur en stel je indien nodig de maskerdekking bij. Fotor kan ook achtergronden verwijderen, al moet je wel een trialabonnement nemen om het beeld te downloaden.

Positioneren van een foto zonder achtergrond is makkelijker als je met lagen werkt.

Export, transparantie en valkuilen bij verwijderen

Transparantie in een afbeelding blijft een bron van misverstanden. Exporteer vrijstaande beelden altijd als png (of webp waar ondersteund) als je de doorzichtige achtergrond wilt behouden; jpg vult transparantie op met een standaardkleur. Photopea geeft met een schaakbordpatroon aan dat pixels leeg zijn; je bereikt dat door het alfakanaal te behouden en via Bewerken / Wissen te wissen. Een alfakanaal is een extra kanaal dat geen kleur bevat, maar informatie over transparantie of een selectie opslaat.

In GIMP moet je eerst Laag / Transparantie / Alfakanaal toevoegen gebruiken, anders zal Delete het beeld vullen met de achtergrondkleur van de laag in plaats van de achtergrond transparant te maken.

Bij Canva en Fotor controleer je bij Download welke exportopties je programma ondersteunt; transparant png of extra kwaliteit kan Pro vereisen. Loop je tegen een limiet bij één-klik-functies in Photopea aan, kies dan een handmatige selectie plus Rand verfijnen of Doezelaar en exporteer alsnog als png. Met die basiskennis voorkom je zwarte vlakken, witte randen of ongewenste artefacten.

In GIMP moet je eerst een alfakanaal maken voordat je de achtergrond goed kunt verwijderen.

Werk je lokaal, of in de cloud?

Niet iedereen wil beelden naar de cloud sturen. GIMP draait volledig lokaal; niets verlaat je pc zolang jij dat niet zelf doet. Photopea werkt in de browser, maar verwerkt beelden lokaal in het tabblad; je hoeft bestanden niet te uploaden naar een externe server om te kunnen bewerken, wat prettig is voor gevoelige foto’s. Canva en Fotor werken primair in de cloud en synchroniseren projecten tussen apparaten, wat handig is voor samenwerken en doorwerken op een andere pc. Voor vertrouwelijke beelden kun je overwegen eerst lokaal te anonimiseren, of te werken in GIMP en het eindresultaat daarna pas te delen. Controleer bovendien altijd je exporteer-instellingen.

Desktop-app, browser-app of iets ertussenin?

Binnen Windows kun je Canva als desktop-app installeren en zo los van je browser werken, wat soms stabieler aanvoelt. Photopea draait in de browser, maar je kunt het als zogeheten Progressive web-app installeren. Lukt het installeren niet, controleer dan of de dienst al eerder geïnstalleerd is en verwijder het via de app-beheerfunctie van je browser; daarna verschijnt de optie opnieuw. Dit werkt in Chrome en Edge; andere browsers kunnen beperkingen hebben.

GIMP installeer je klassiek met een Windows-installer en werkt volledig lokaal, handig voor offline bewerkingen en grotere projecten. Fotor biedt zowel een webversie als een Windows-app.In alle gevallen loont het om updates bij te houden, omdat bugs of tijdelijk niet-beschikbare functies geregeld via server- of app-updates worden verholpen.