ID.nl logo
Huis

Router instellen: Termen en afkortingen uitgelegd

Ga je je router instellen, dan kun je raadselachtige termen en instellingen tegenkomen. Wat doe je met die lan- en wan-poorten? Wat betekenen NAT en dhcp? En wat is het nut van een statisch ip-adres? In dit artikel leggen we de meest voorkomende terminologie en afkortingen aan je uit.

Op internet krijgt elke gebruiker een uniek ip (Internet Protocol)-adres. Zonder ip-adres besta je immers niet op internet. Er bestaan echter openbare ip-adressen en ip-adressen voor intern gebruik. Het openbare of publieke ip-adres word je toegewezen door de provider en via dit adres communiceer je voortaan met de buitenwereld.

Op je eigen thuisnetwerk worden de ip-adressen voor de gebruikers en apparaten uitgegeven door de router en via de router delen alle gebruikers het openbare ip-adres. De functie die het delen en doorsturen verzorgt wordt NAT genoemd.

Lan en wan

Een router of modem/router heeft doorgaans vier lan-poorten en een wan-poort. Lan staat voor Local Area Network en via de lan-poorten verbind je de computers en de apparatuur binnenshuis met ethernetkabels. Binnen het lan kun je dan eenvoudig bestanden en apparaten delen met andere aangesloten gebruikers. Wan staat voor Wide Area Network en de wan-poort zorgt ervoor dat je verbinding maakt met de buitenwereld en meestal zal dit het internet zijn.

Deze poort staat meestal los van de overige poorten en heeft een ander kleurtje. Vaak staat er WAN of Internet bij genoteerd. Heb je een aparte modem en router, dan verbind je een lan-poort van de modem met de wan-poort op de router. In de afgelopen jaren is wlan, Wireless Local Area Network, veel belangrijker geworden dan gewoon lan. Wlan heeft dezelfde functionaliteit als lan, maar dan draadloos via de wifi-antennes op de router. Een draadloos netwerk is in principe door iedereen te zien, zodat hierbij beveiliging essentieel is.

NAT

NAT staat voor Network Address Translation en is een techniek die in routers is geïmplementeerd toen duidelijk werd dat de voorraad van 4 miljard ipv4-adressen wel eens op zou kunnen raken. Door NAT hoeft niet elk aangesloten apparaat een publiek ip-adres te hebben, maar wordt het ip-adres dat je van de provider hebt gekregen gedeeld. De router kent dan een eigen intern ipv4-adres toe aan een apparaat dat verbinding wil maken met het internet. Voor intern gebruik zijn enkele blokken ip-adressen gereserveerd, waarvan de reeks 192.168.xxx.xxx het meest wordt gebruikt.

Met deze adressen houdt de router de computers in je thuisnetwerk uit elkaar. Als een gebruiker op het thuisnetwerk nu een webpagina opvraagt en de site bezoekt, vervangt de router het interne ip-adres door het openbare ip-adres. Op deze manier kunnen tientallen apparaten met een intern privé-adres als 192.168.1.2 of 192.168.1.3 hetzelfde publieke ip-adres benutten.

Voor de aangesloten apparaten met een NAT-adres lijkt het alsof ze met een eigen openbaar ip-adres werken. Bijkomend voordeel is dat het ook veiliger is, omdat de verschillende computers in het thuisnetwerk niet afzonderlijk zichtbaar zijn vanaf het internet.

Dhcp

©PXimport

Meestal hoef je je over de interne ip-adressen niet druk te maken. De pc’s, laptops en smartphones in je netwerk krijgen automatisch een ip-adres toegewezen door de dhcp-server van de router. Dhcp staat voor Dynamic Host Configuration Protocol. De dhcp-server kijkt steeds in zijn pool met vrije ip-adressen en kent het eerstvolgende ip-adres dat vrij is toe aan de computer of het apparaat dat verbinding met het thuisnetwerk maakt, bekabeld of draadloos.

De omvang van de pool is meestal in te stellen op een Lokaal Netwerk-pagina, waar je het eerst te gebruiken ip-adres en het aantal gebruikers opgeeft. Standaard worden de DNS (Domain Name System) servers geregeld door je provider, maar je kunt hier ook de adressen van een alternatieve of OpenDNS server invullen. Wordt het contact verbroken dan wordt het ip-adres na de ingestelde leasetijd weer vrijgegeven. Dat betekent ook dat het ip-adres van een apparaat elke keer dat je opnieuw contact met het netwerk maakt, anders kan zijn. Dhcp biedt geen zekerheid dat een apparaat altijd hetzelfde ip-adres krijgt toegewezen.

Vast ip-adres

Soms is het wenselijk een computer of een apparaat in het netwerk wel een vast ip-adres, ofwel een statisch ip-adres te geven. Voor nas’en, netwerkprinters en webcamera’s bijvoorbeeld is het handig als steeds hetzelfde ip-adres wordt gebruikt. Ook als je thuis een ftp- of mailserver draait is het essentieel dat de router het binnenkomende verkeer steeds naar een vast adres stuurt. Zou de server een wisselend dynamisch adres hebben dan zou deze niet altijd bereikbaar kunnen zijn.

Om een pc of laptop een statisch adres te geven ga je naar Netwerkinstellingen en selecteer je Adapteropties wijzigen waar je bij Internet Protocol Version 4 een eigen ip-adres kunt invoeren. Voorwaarde is dat het vaste ip-adres in het subnet van de router ligt en buiten de dhcp-pool.

Poortnummers

©PXimport

Bij elk soort communicatie over een lan wordt een poortnummer toegevoegd dat aangeeft voor welke softwarematige poort een pakketje bestemd is. De bekendste poort is wellicht de http-poort 80, de poort waarmee je het internet op gaat. Andere bekende nummers als 110 of 995 voor pop3 en 25 of 587 voor smpt zijn de meesten van ons wellicht wel eens tegengekomen bij het configureren van een e-mailaccount. Voor deze standaardservices zijn de poorten tot 1023 gereserveerd.

Elke gebruiker krijgt voor elk communicatieproces door het besturingssysteem ook een intern poortnummer toegewezen. Dit ligt in de reeks ‘geregistreerde’ poorten tussen de nummers 1024 en 49151. En net zoals het ip-adres vervangt de router ook dit poortnummer in de tcp/ip-header door een ‘dynamisch’ poortnummer om mee naar buiten te treden. Deze vertaalslag wordt Port Address Translation genoemd. De router onthoudt in de NAT-tabel welke computer met welk poortnummer een bepaalde website heeft opgevraagd.

Wanneer er nu antwoord van die site komt doet de router het omgekeerde. Het externe poortnummer wordt vervangen door het oorspronkelijke herkomstpoortnummer en het publieke adres wordt vervangen door het interne adres van de pc in het thuisnetwerk die de aanvraag indiende. In het voorbeeld bezoeken twee gebruikers tegelijk een website; de een zoekt een koopje bij Bol.com, de ander is bij ING aan het internetbankieren.

Tcp/ip protocol

Het internet maakt gebruik van het tcp/ip-protocol (Transmission Control Protocol/ Internet Protocol) om gegevens uit te wisselen. Tcp/ip is een pakketgeschakeld protocol waarbij de gegevens in kleine pakketjes onafhankelijk van elkaar langs verschillende wegen worden verzonden. Een beter inzicht in het tcp/ip-protocol waarmee de internetverbindingen werken maakt veel zaken duidelijk. Het protocol is onder te verdelen in vijf lagen. In drie daarvan wordt een header toegevoegd aan de datapakketjes. In de bovenste laag – de applicatielaag – bevinden zich de internettoepassingen, zoals http, ftp en pop3.

De transportlaag daaronder verzorgt de communicatie en de datatransmissie tussen de endpoints. Als de transportlaag een tcp-segment overgeeft aan de onderliggende netwerklaag, dan wordt de ip-header toegevoegd. De netwerklaag, ook wel Layer 3 genoemd, verzorgt de adressering en de routering van pakketten. Ook de NAT-vertaling gebeurt op de netwerklaag.

Op de daaronder liggende datalinklaag, ook bekend als Layer 2, wordt een ip-pakket verder ingepakt in een frame. Ook wordt er weer een header toegevoegd waarin onder meer de mac (Medium Access Control)-adressen staan voor het verkeer over een lan. De frames worden ten slotte via ethernetkabels, glasvezel of draadloze wifi over de fysieke laag (de hardware, ofwel Layer 1) gestuurd. Bij het versturen komt er op bijna elke laag dus een header bij. Bij de ontvangst van een frame of een pakket haalt elke laag er in omgekeerde volgorde weer een header af.

Het praktische tcp/ip-protocol heeft veel overeenkomsten met het theoretische OSI-model (Open Systems Interconnection), dat zeven lagen kent. De toepassingslaag uit het tcp/ip-protocol wordt hierin opgesplitst in drie lagen: toepassing, presentatie en sessie, zoals in de afbeelding te zien is.

©PXimport

Mac-adres

Mac-adressen horen bij de datalinklaag van het tcp/ip-protocol. Een mac-adres is een hardware-adres en bedoeld om een specifiek apparaat te vinden. Het mac (Media Access Control)-adres is een unieke cijfer- en letterreeks die ieder netwerkapparaat van zijn fabrikant heeft gekregen en waarmee het zich onderscheidt van andere apparaten in een netwerk. Het mac-adres bestaat uit zes hexadecimale getallen gescheiden door een dubbele punt, bijvoorbeeld C0:11:6E:D2:2F:A3. Het mac-adres van je eigen lan-controller vind je met ipconfig/all, het mac-adres van een apparaat staat doorgaans op een sticker achter op het apparaat.

Als nu een pakketje voor een bepaald ip arriveert, moet de router nog weten waar dat adres zich fysiek bevindt. Daartoe bestaat het ARP (Address Resolution Protocol), dat mac-adressen met elkaar in contact brengt. Met dit protocol wordt een bestemmings-mac-adres achterhaald door middel van een broadcast-bericht aan alle aangesloten apparaten. Uitsluitend de computer die zijn eigen ip-adres herkent zal op grond daarvan het bericht beantwoorden en zijn mac-adres doorgeven. D

Op de meeste routers zijn de mac-adressen ook in te zetten filter. Je kunt dan een whitelist of een blacklist opstellen met toegestane of te blokkeren apparaten. Je kunt hier echter niet blind op vertrouwen, want een mac-adres is vrij makkelijk te hacken. De ARP-broadcast is de achilleshiel van het tcp/ip-protocol.

De datalinklaag is kwetsbaar voor ARP-spoofing waarbij een hacker door een vals ARP-verzoek datapakketjes die voor een bepaald ip-adres zijn bedoeld naar een eigen mac-adres kan routeren. In een zogeheten man-in-the-middle-attack kan hij dan het verkeer tussen twee gebruikers onderscheppen. Met dhcp-reservering of ARP-binding kan je er iets tegen doen, maar ook dit kan spoofing niet geheel voorkomen.it wordt dan in de header van het ethernetframe gezet en naar het betreffende apparaat gestuurd.

Port-forwarding

©PXimport

Bij de communicatie over internet worden niet alleen ip-adressen, maar zoals gezegd ook poorten gebruikt. Elk type communicatie gebruikt een andere poort. Zo gaat het webverkeer via poort 80, terwijl voor de e-mail poorten 110 (POP3) of 143 (IMAP) worden gebruikt. Gewoonlijk zijn op een ip-adres alle poorten dicht en gaan deze alleen open als het bijbehorende programma draait. Na het beëindigen van de applicatie worden met het oog op de veiligheid de poorten standaard weer gesloten, zodat iemand niet zomaar van buitenaf toegang tot een computer kan krijgen.

Als je een pakketje verstuurt krijg je antwoord op hetzelfde adres, omdat de router je ip-adres en het poortnummer heeft genoteerd en onthouden. Bij normaal internetgebruik hoef je daarom geen poorten open te zetten als je zelf een actie initieert. Als een ander jou echter spontaan een pakketje stuurt, dan komt dat wel aan op het publieke ip-adres van je internetaansluiting, maar weet de router niet wat hij ermee aan moet en negeert hij het pakketje. Als jouw computer voor anderen vanaf internet bereikbaar moet zijn, dan dien je zelf een of meer poorten open te zetten.

Dit proces wordt port forwarding genoemd. Als je bijvoorbeeld thuis een webserver draait of enkele webcamera’s hebt geïnstalleerd, moet je daarmee verbinding kunnen maken zonder te worden tegengehouden door de NAT-firewall. Port triggering is een variant op port forwarding waarbij de forwarding wordt geregeld door een on/off-switch op een andere poort.

Ipv6

Ipv6 is het nieuwe internetprotocol dat ipv4 in de komende jaren moet gaan vervangen. De twee zijn echter niet compatibel en verschillen sterk van elkaar. Om te beginnen in de adresruimte. Waar ipv4 het met 32 bits moet stellen, werkt het nieuwe ipv6 protocol met 128bit-adressen, wat betekent dat onder ipv6 de astronomische hoeveelheid van 3,4 x 10^38 ip-adressen beschikbaar komt, uitgeschreven 340 sextiljoen adressen. Waar ipv4 dus niet eens alle mensen op de wereld een adres kan geven, kan ipv6 als het ware elk zandkorreltje op aarde van een adres voorzien.

Dit maakt NAT volkomen overbodig, met ipv6 kan ieder apparaat zijn eigen unieke publieke ip-adres hebben. De router hoeft de interne adressen niet meer naar een publiek adres te vertalen en bij te houden welk verkeer aan welk apparaat toebehoort. Ook de noodzaak van een dhcp-server vervalt, omdat ipv6-apparaten zichzelf een adres kunnen toekennen.

Een ipv6-adres ziet er totaal anders uit dan een ipv4-adres en bestaat uit acht blokken van vier hexadecimale cijfers die door een dubbele punt worden gescheiden, bijvoorbeeld: 2001:0db8:3c4d:0015:0000:0000:1a2f:1a2b. Normaal gesproken wordt een ipv6 adres opgesplitst in een netwerk-ID of Prefix van 64 bits en een Interface-ID van 64 bits. De Prefix wordt weer opgedeeld in een netwerk-ID van 48 bits en een subnet-ID van 16 bits. De Interface Identifier is gebaseerd op het mac-adres van de node en maakt het adres uniek.

©PXimport

Naast het grote adresbereik en het overbodig maken van NAT biedt ipv6 een veel betere gegevensbeveiliging. Waar bij ipv4 de beveiliging er als het ware met ducttape is aangeplakt, is ipv6 vanaf de grond opgebouwd met veiligheid in gedachten. Zo ondersteunt ipv6 standaard end-to-end IPSec-encryptie, iets wat bij ipv4 enkel met een toevoeging als vpn of https op de applicatielaag mogelijk is.

Een andere verbetering van de veiligheid is dat er geen gebruik meer wordt gemaakt van het ARP op de linklaag, maar van het veiliger Neighbor Discovery Protocol. Het komt er op neer dat een router eerst verkent welke apparaten er op de linklaag aanwezig zijn in plaats van een broadcast-signaal uit te zenden en op antwoord te wachten.

Veel nieuwe routers zijn al voorbereid op ipv6 en ipv6-apparaten hebben vaak ‘dual stack’ aan boord, wat maakt dat ze met beide protocollen kunnen werken. Mogelijk heb je wel een firmware-upgrade nodig. Echt overstappen kun je pas als je provider native ipv6 beschikbaar stelt - en dan niet de 6RD-tussenoplossing. Nederland blijft echter ver achter met de uitrol van ipv6. Inmiddels kan dertien procent van de internetgebruikers over ipv6 beschikken, terwijl dit in België al meer dan vijftig procent is.

Wat is mijn ip-adres?

Wil je weten wat je publieke of externe ip-adres is waarmee je met de buitenwereld communiceert? Ga dan eens naar www.myip.nl. Bovenin staat je wan of externe ip-adres. Daaronder kun je aflezen welke browser je gebruikt en met welk poortnummer je de site hebt gezocht.

Wat is mijn lan-ip- of mac-adres?

Wil je weten wat je interne ip-adres of je mac-adres is? Ga dan naar het opdrachtpromptscherm, typ ipconfig /all in en druk op Enter. Misschien zullen niet alle gegevens je even duidelijk zijn, maar het ip-adres van je computer vind je in de regel ipv4 Address.

Bij een dynamisch ip-adres kan dat iedere keer als je de computer aanzet veranderen, bij een vast IP-adres blijft dit gelijk. Het mac-adres staat in de regel Physical Address. De Default Gateway komt steeds overeen met het eigen ip-adres van de router. Het ip-adres ligt meestal in de gereserveerde reeks 192.168.x.x. Om alle opties van je router te benutten log je met dit adres in op de interne webinterface van de router.

Tekst: Hans Niepoth

▼ Volgende artikel
Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?
© ER | ID.nl
Huis

Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?

Haperende streams en trage downloads op zolder zijn grote ergernissen in veel huishoudens. Om dat op te lossen twijfelen veel mensen tussen een krachtiger router of een set powerline-adapters. In dit artikel leggen we precies uit wanneer je voor welke oplossing moet kiezen, zodat je geen geld verspilt aan de verkeerde apparatuur.

Voordat je naar de winkel rent: je moet eerst begrijpen wat er precies misgaat met je verbinding. Wifi-problemen kun je doorgaans opdelen in twee categorieën: een gebrek aan bereik of een gebrek aan capaciteit. Bij een gebrek aan bereik komt het signaal simpelweg niet ver genoeg, bijvoorbeeld omdat dikke betonnen muren of plafonds het signaal blokkeren. Je hebt dan op zolder één streepje bereik of zelfs helemaal geen verbinding. Bij een gebrek aan capaciteit is het signaal wel sterk, maar is de router niet krachtig genoeg om alle data te verwerken. Dat merk je als het internet traag wordt zodra iedereen thuis tegelijk online is. Het onderscheid tussen deze twee oorzaken bepaalt of je een router of een powerline-adapter nodig hebt.

Wanneer is een nieuwe router de oplossing?

De router is het hart van je thuisnetwerk en regelt al het verkeer. Vaak gebruiken mensen het standaardmodem dat ze van hun internetprovider hebben gekregen, maar deze apparaten blinken zelden uit in prestaties. Een losse, hoogwaardige router kopen is de beste keuze wanneer je merkt dat de verbinding in de buurt van het modem al niet optimaal is of wanneer je regelmatig met veel apparaten tegelijk online bent.

Als je in de woonkamer zit en de verbinding hapert zodra de kids op hun tablets zitten, is je huidige router waarschijnlijk niet krachtig genoeg om al die gelijktijdige datastromen te verwerken. Een moderne router met ondersteuning voor wifi 6 kan veel meer apparaten tegelijk bedienen en zorgt voor een hogere, stabielere snelheid op de verdieping waar hij staat.

©Andrii

Internet via het stopcontact met powerline

Een powerline-adapter, ook wel homeplug genoemd, werkt volgens een totaal ander principe. Dit systeem maakt gebruik van het bestaande stroomnet in huis om het internetsignaal te verplaatsen. Je stopt één adapter in het stopcontact bij je router en de tweede adapter in een stopcontact op de plek waar je internet nodig hebt, bijvoorbeeld op zolder of in het tuinhuis.

Dit is de ideale oplossing wanneer het wifi-signaal door dikke betonnen muren of plafonds moet dringen. Waar wifi-golven afketsen op gewapend beton, stuurt de powerline het signaal simpelweg via de koperdraden in de muur naar boven. Dat maakt powerline-adapters uitermate geschikt voor specifieke 'dode zones' die te ver weg liggen voor het bereik van een gewone router.

Populaire merken voor netwerkoplossingen

Als je op zoek gaat naar powerline-adapters, kom je al snel uit bij Devolo. Dit Duitse merk is de onbetwiste marktleider op het gebied van homeplugs en staat bekend om de Magic-serie die zeer stabiele verbindingen via het stroomnet garandeert.

Voor routers en mesh-systemen is TP-Link een zeer populaire keuze vanwege de goede balans tussen prijs en prestaties, met modellen voor elk budget. Netgear richt zich met de Nighthawk-serie vaak op de veeleisende gebruiker en gamers die maximale snelheid wensen. Tot slot is AVM, bekend van de FRITZ!Box, een merk dat zowel uitstekende routers als powerline-oplossingen biedt die naadloos met elkaar samenwerken in één netwerk.

Stabiliteit versus snelheid

Bij de keuze tussen deze twee speelt ook het gebruiksdoel een rol. Powerline-adapters zijn vaak de favoriete keuze voor gamers of mensen die thuiswerken op een vaste pc. De reden hiervoor is dat de tweede adapter vaak beschikt over een netwerkafsluiting, waardoor je je computer met een kabel kunt aansluiten. Een bekabelde verbinding via powerline is doorgaans stabieler en heeft een lagere vertraging (ping) dan wifi, wat cruciaal is bij online gamen. Een nadeel is wel dat de snelheid van powerline afhankelijk is van de kwaliteit van je stroomnet. Oude bedrading of zware apparaten zoals een wasmachine kunnen storing veroorzaken, waardoor de snelheid soms fluctueert. Een high-end router biedt daarentegen vaak een hogere topsnelheid, maar is dus gevoeliger voor afstand en obstakels.

De opkomst van mesh-systemen

Tegenwoordig is er een hybride oplossing die de traditionele router steeds vaker vervangt: Multiroom Wifi of Mesh. Dit zijn feitelijk meerdere routers die met elkaar communiceren. Als je een groot huis hebt en overal perfecte wifi wilt zonder kabels te trekken, is dit vaak een betere, maar ook duurdere oplossing dan een simpele powerline-set. Kies je echter voor een budgetvriendelijke oplossing om snel internet op één specifieke, lastig bereikbare kamer te krijgen, dan wint de powerline-adapter het vaak op prijs-kwaliteitverhouding. Is je doel echter om de algehele snelheid en capaciteit in de woonkamer en keuken te verbeteren, investeer dan in een goede router.

▼ Volgende artikel
Professioneel en gratis video's bewerken? Aan de slag met VSDC Free Video Editor
Huis

Professioneel en gratis video's bewerken? Aan de slag met VSDC Free Video Editor

Maak jij tijdens een welverdiende vakantie talloze video’s? Met VSDC Free Video Editor giet je de leukste fragmenten in een gelikte film. Dankzij het gebruik van mooie overgangen en fraaie effecten oogt het resultaat zeer professioneel. Het kost je bovendien geen cent, want je installeert deze zeer uitgebreide videobewerker gratis op een Windows-computer.

Tegenwoordig liggen er best wat goede gratis videobewerkers voor het oprapen. Zeker wanneer je geen torenhoge eisen aan de videomontage stelt, heb je niet per se een betaald programma als Adobe Premiere Elements of Magix Video Deluxe nodig. Zo krijg je met het gebruiksvriendelijke VSDC Free Video Editor al een heleboel voor elkaar. In tegenstelling tot diverse gratis alternatieven voegt dit programma geen lelijk watermerk toe aan jouw film. Deze freeware heeft daarnaast een verrassend uitgebreide gereedschapskist.

Videobewerker installeren

VSDC Free Video Editor heeft relatief lage systeemeisen. Zeker voor video’s tot een resolutie van 1920 × 1080 pixels heb je geen supersnelle pc of laptop nodig. Wil je haarscherpe 4K-video’s bewerken? In dat geval adviseren de makers een systeem met 8 of 16 GB werkgeheugen. Daarnaast is een krachtige processor met meerdere rekenkernen geen overbodige luxe.

Particulieren mogen VSDC Free Video Editor voor nop installeren. Ga naar de site via www.kwikr.nl/vsdc en download het installatiebestand. Je hebt keuze tussen de 32bit- en 64bit-versie. De meeste computers kunnen met de 64bit-versie uit de voeten. Dubbelklik op het gedownloade exe-bestand en doorloop de stappen van de installatie. 

Nieuw project starten

Zodra je de videobewerker voor de eerste keer opstart, verschijnt er een pop-upvenster met een aanbeveling voor de betaalde Pro-versie (zie kader). Je klikt dat via het kruisje weg. Laat de ietwat drukke gebruikersomgeving even op je inwerken. Het beginscherm toont diverse instructies voor geavanceerde bewerkingen. Laat die als beginnende gebruiker links liggen. Je kunt wel alvast even de tabbladen doornemen, want die herbergen verschillende bruikbare functies.

Je gaat nu eerst een nieuw (video)project starten. Klik op het tabblad Projects en daarna op New project. Er verschijnt een nieuw venster waarin je diverse instellingen voor de videomontage kunt bepalen. Het belangrijkste is de waarde achter Resolution. Voor een scherp beeld en soepele montage laat je de huidige waarde van 1920 × 1080 pixels (16:9) staan. Filmt jouw smartphone of videocamera in een hogere resolutie, dan kun je een andere waarde overwegen. Laat de overige opties ongewijzigd. Je typt achter Project title een relevante projectnaam en kiest onderaan voor Blank project. Bevestig tot slot met Finish.

Welke resolutie ken je aan de videomontage toe?
VSDC Pro

Naast de hier besproken gratis versie bestaat er met VSDC Pro (www.videosoftdev.com/video-editor-pro) ook een betaalde variant. Die bevat allerlei extra snufjes voor geavanceerde gebruikers. Je kunt bijvoorbeeld een achtergrondkleur verwijderen, gesproken commentaar toevoegen en trillende beelden stabiliseren. Daarnaast ondersteunt de Pro-versie hardwareversnelling door een geschikte grafische kaart. Dit leidt tot betere prestaties, omdat de processor minder hoeft te rekenen. Je merkt dat bijvoorbeeld aan kortere wachttijden en een vloeiendere videoweergave. VSDC Pro kost op het moment van schrijven circa 31 euro. 

Video’s toevoegen

Nu ga je met het zojuist aangemaakte videoproject aan de slag. Merk op dat het tabblad Editor is geopend. Je zit nu dus in de videobewerker. Zoals je ziet, zijn er flink wat opties beschikbaar. Laat je hierdoor niet afschrikken, want we nemen de basisfuncties stap voor stap met je door.

Je dient eerst relevante videoclips aan het programma toe te voegen. Gunstig is dat VSDC Free Video Editor alle bekende beeldformaten ondersteunt. Klik bovenaan in de werkbalk op Add object / Video en navigeer naar de map met de bestanden. Je selecteert één of meer video’s, waarna je bevestigt met Openen / OK. Wanneer je minimaal twee fragmenten toevoegt, kies je Add to layer.

Wegens de talloze toeters en bellen ziet deze videobewerker er nogal imponerend uit.

De videoclips verschijnen allemaal in de tijdlijn onderaan het venster. Deze tijdlijn is belangrijk, want die bepaalt welke momenten er in de uiteindelijke film terechtkomen. Verder kun je hieraan bijvoorbeeld ook titels, overgangen, speciale effecten en audiotracks toevoegen. Vind je de tijdlijn te klein? Je kunt dit onderdeel eenvoudig vergroten. Zweef onder Layer 1 op de scheidslijn totdat er een dubbele pijl verschijnt. Beweeg de muis nu met ingedrukte muisknop omlaag. In VSDC Free Video Editor pas je op soortgelijke wijze de grootte van alle deelvensters aan. Kortom, richt op die manier het bewerkvenster naar eigen wens in.

Alle geïmporteerde videobestanden belanden op de tijdlijn.

Volgorde clips wijzigen

Waarschijnlijk heb je een bepaalde volgorde voor de videoclips in gedachten. Geen probleem, want je kunt de clips op de tijdlijn verplaatsen. Sleep het beoogde fragment met ingedrukte muisknop één laag omlaag. De overgebleven video’s schuif je daarna naar links of rechts. Creëer op die manier een ‘gat’ en sleep het fragment ernaartoe. Het is belangrijk dat er geen loze ruimtes op de tijdlijn achterblijven. Anders zie je namelijk zwart beeld.

Sleep videoclips naar onder, boven, rechts en links om de volgorde op de tijdlijn te wijzigen.

Scènes inkorten

Vanzelfsprekend wil je alleen boeiende scènes in de film tonen. Saaie passages snijd je daarom resoluut weg. Dat doe je door een videoclip in te korten. Gebruik hiervoor wederom de tijdlijn. Selecteer een fragment en beweeg de rode schuifregelaar naar deze clip. Het bijbehorende beeld verschijnt nu in de voorbeeldweergave. Vind je dit beeld te klein? Klik dan helemaal rechtsonder in het programma op het kleine plusteken. Je past daarmee het zoomniveau aan. Klik nu onder de voorbeeldweergave op de rode afspeelknop (PijltjeRechts) om de video te starten. Begint of eindigt het saaie gedeelte? Via dezelfde rode knop (twee verticale streepjes) pauzeer je de video.

Inkorten is vrij eenvoudig. Een geselecteerde videoclip heeft op de tijdlijn aan weerszijden twee piepkleine vierkanten. Klik daarop en houd de muisknop ingedrukt. Beweeg de muis nu naar links of rechts tot de rode schuifregelaar. Laat de muisknop als laatste los. Het fragment is nu een kopje kleiner gemaakt! 

Fragmenten splitsen

Je kunt een lang fragment ook in twee (of meer) delen opsplitsen. Dat is nuttig wanneer je deze videootjes op verschillende momenten in de film wilt tonen. Selecteer in de tijdlijn een videoclip en bepaal met de rode schuifregelaar een geschikt ‘splitmoment’. Overigens kun je met de mediaknoppen onder de voorbeeldweergave dit moment heel precies bepalen. Spoel bijvoorbeeld een seconde voor- of achteruit. Het is zelfs mogelijk om een video frame voor frame door te nemen. Staat de rode schuifregelaar exact op de goede plek? Klik dan in de werkbalk boven de tijdlijn op het pictogram met de twee rode haakjes. Je ziet vervolgens twee aparte clips.

Maak via de optie Split into parts van één clip twee losse fragmenten.

Roteren en bijsnijden

Soms is het noodzakelijk om een video negentig graden te roteren, omdat het beeld in VSDC Free Video Editor is gedraaid. Gelukkig herstel je deze ‘fout’ simpel. Je selecteert in de tijdlijn de juiste video en klikt helemaal bovenaan bij de sectie Tools op het pictogram met de gebogen pijl. De video draait meteen.

Staat er een ongewenst persoon, lelijk logo of storend object in beeld? Gooi de videoclip dan nog niet weg! Je kunt het fragment namelijk nog bijsnijden. Beslis welk deel van de video je wilt gebruiken en gooi het overtollige beeldmateriaal weg. Je klikt met de rechtermuisknop op een videoclip in de tijdlijn en kiest Crop tools / Custom region. Bepaal in het nieuwe venster welk deel uit beeld moet verdwijnen. Je regelt dat door de zwarte vierkantjes aan de randen van de voorbeeldweergave te verslepen. Tevreden? Met OK voer je de actie definitief uit.

Nuttig om te weten is dat je met deze functie de oorspronkelijke resolutie verkleint. Zeker wanneer je de uiteindelijke film op een grote televisie of pc-monitor bekijkt, zie je mogelijk korrelige beelden. Snijd daarom liever niet te veel beeldmateriaal weg.

Alles buiten de rechthoekige selectie verdwijnt uit de video.

Video-effecten

Wie dat wil, gaat in deze videobewerker helemaal los met speciale effecten. Klik maar eens bovenaan in de werkbalk op Video effects. Er verschijnt een uitgebreid menu. Voordat je iets uitkiest, selecteer je eerst een clip op de tijdlijn. Via Quick styles pas je heel makkelijk een effect toe, omdat hiervoor geen extra instellingen zijn vereist. Laat de video bijvoorbeeld op een gedateerde film uit de jaren ‘70 lijken of pas automatisch de contrastwaarden aan.

Wil je zelf meer invloed op in hoeverre het programma een video-effect toepast? Bij veel filters stel je naar eigen inzicht de intensiteit in. Bekijk hiervoor de mogelijkheden via Video effects / Adjustments. Zo wijzig je onder andere de kleurverzadiging en helderheid. Daarnaast kun je ook een stijlvol sepia- of zwart-wit-effect op de video loslaten. Zodra je eenmaal iets hebt gekozen, pas je in het deelvenster Properties window aan de rechterkant de waarden aan. Als je dit deelvenster niet ziet, klik je achtereenvolgens op het tabblad View en Properties. Tot slot zijn ook de video-effecten binnen de rubrieken Filters en Nature de moeite waard. Spijt van een bepaalde keuze? Met de sneltoets Ctrl+Z maak je de laatste handeling weer ongedaan. Experimenteer er dus lustig op los!

Met het Auto contrast-filter optimaliseer je heel eenvoudig de contrastwaarden.
Gebruik het deelvenster Properties window om de instellingen van een video-effect te wijzigen.

Overgangen

Tijdens de montage van een video ontkom je eigenlijk niet aan het gebruik van overgangen. Doe je dat niet, dan lopen de fragmenten nogal abrupt in elkaar over. Dat is onprettig voor de kijker. Met een overgang wordt een nieuwe videoclip op subtiele wijze geïntroduceerd.

Klik in de tijdlijn op de videoclip waarbij je aan het einde een overgang wilt toevoegen. Je opent zo nodig eerst het tabblad Editor en navigeert daarna naar Video effects / Transitions. Probeer nu één van de beschikbare overgangen uit. Zo laat je het oude fragment bijvoorbeeld in vlammen opgaan (Paper burn) of in scherven uit elkaar vallen (Shattered glass). Kies een overgang en controleer in het pop-upvenster of de optie To the end of scene is geselecteerd. Klik op OK.

Merk op dat er op de tijdlijn een verse laag met de gekozen overgang verschijnt. Klik op de rode afspeelknop onder de videoweergave om de overgang te bekijken. Je past in het eigenschappenvenster aan de rechterkant diverse zaken aan, waaronder de tijdsduur en transparantie.

Deze videobewerker heeft een aantal spectaculaire overgangen in huis.

Geluid

De audiokwaliteit van zelfgeschoten video’s is vaak matig. Stond er toentertijd tijdens de opname een stevig briesje, dan hoor je waarschijnlijk voornamelijk windgeruis. Zet het geluid van dergelijke videoclips daarom gewoon uit. Klik in de tijdlijn op een fragment om de bijbehorende eigenschappen aan de rechterkant te tonen. Verschijnt dat niet, dan klik je op View / Properties. Je scrolt zo nodig een stukje omlaag totdat je de optie Audio track tegenkomt. Klik achter Track 1 op het kleine pijltje en kies Don’t use audio.

Je kunt eventueel zelf audio aan de videomontage toevoegen, zoals achtergrondmuziek of een voice-over. Klik zo nodig op het tabblad Editor en kies Add object / Audio. Je selecteert nu pakweg een mp3-, wma-, wav- of flac-bestand op de computer. Via Openen / OK belandt de audiotrack als nieuwe laag op de tijdlijn. Kies een geschikte plek en pas diverse eigenschappen in het Properties window desgewenst aan. Denk hierbij onder meer aan de snelheid en het volumeniveau.

Schakel bij video’s met slecht geluid het audiospoor eenvoudig uit.

Film opslaan

Deze workshop is slechts een bescheiden introductie van VSDC Free Video Editor. Je kunt namelijk nog veel meer met deze veelzijdige videobewerker doen. Ga er dus vooral ook zelf mee stoeien. Ben je eenmaal klaar, dan sla je het resultaat op. Je kunt de film daarna op verschillende schermen bewonderen.

Klik in de werkbalk op het tabblad Export project en speel zekerheidshalve de volledige videomontage nog eens af. Ben je helemaal tevreden, dan geef je in de werkbalk het gewenste videoformaat aan. Kies bijvoorbeeld voor mp4, mkv, mov, flv of mts. Het is ook mogelijk om de film op een dvd te branden. Wijzig via Change name zo nodig de bestandsnaam en opslaglocatie. Je bevestigt bovenaan ten slotte met Export project / Continue.

VSDC Free Video Editor ondersteunt een heleboel exportformaten.