ID.nl logo
Op zoek naar een NAS? Deze Synology-NAS past bij jouw wensen
Huis

Op zoek naar een NAS? Deze Synology-NAS past bij jouw wensen

Heb je meer opslagcapaciteit nodig voor je foto’s dan Google of Microsoft je bieden? Of wil je wel online samenwerken, maar niet meteen al je documenten bij een gewone clouddienst zetten, dan kom je al snel uit bij een NAS. En wie NAS zegt … zegt Synology. Het merk stelt zelfverzekerd voor iedere opslagvraag een passende oplossing te hebben. Maar welke Synology past dan bij jouw wensen voor opslag en functionaliteit?

Na het lezen van dit artikel weet je precies welke NAS van Synology bij jouw wensen en situatie past:

  • Scenario 1: Back-uppen en eenvoudig delen met het gezin
  • Scenario 2: Back-uppen, bestanden opslaan en wat extra functionaliteit
  • Scenario 3: Prosumer of amateurfotograaf: meer opslag en functionaliteit
  • Scenario 4: De professionele fotograaf of klein kantoor
  • Scenario 5: Middelgroot kantoor

Een NAS die we niet bespreken in dit artikel: Review Synology DS923+ - Geen Intel, nog wel Synology?

Vier van elke vijf NAS-apparaten die in ons land worden verkocht, is van Synology. Bij consumenten gaat het dan eigenlijk altijd om een model uit de DS-serie. Synology heeft maar liefst twintig modellen in deze serie onderverdeeld in vier productreeksen: J, Value, Plus en XS/XS+.

Een J-model is een budgetmodel met minder schijven, een minder snelle processor en minder geheugen. De Value-serie geldt als de standaardconfiguratie, terwijl de Plus- en de XS/XS+-modellen getrapt steeds zwaardere specificaties hebben.

Of die zwaardere specificaties en andere extra’s ook nodig zijn, hangt af van het gebruik en het aantal gebruikers. Een J-model kan prima voldoen voor een back-up zonder dat de overige extra functionaliteit van de NAS wordt gebruikt. Het is dan een betere aanschaf dan een dure NAS vol ongebruikte hardware, die ook nog eens jarenlang meer elektriciteit verbruikt.

Naamgeving

De modelaanduiding van een Synology-NAS bestaat altijd uit twee letters en daarna enkele cijfers met mogelijk nog een productreeks als aanvulling. De twee letters duiden de modelserie, dan volgt het maximale aantal schijven (waarbij interne en eventuele externe uitbreiding wordt opgeteld), dan het modeljaar en tot slot de productreeks. Zo is de DS120j een torenmodel (DS) met maximaal 1 schijf, uit 2020 in de j-serie. De DS723+ is een torenmodel (DS), met maximaal zeven schijven (2 intern + 5 extern), uit 2023 in de Plus-serie.

Naast de DS-serie zijn er nog allerlei series, maar die zijn voornamelijk bedoeld voor zeer professionele, bedrijfsmatige doeleinden.

Het besturingssysteem

De basis van een Synology-NAS is het DSM-besturingssysteem. DSM (DiskStation Manager) focust op de kerntaken van een NAS, zoals opslagbeheer, gebruikers en groepen, mappen en bestanden delen, maar ook onderhoud en beheer, en gebruik op afstand. DSM gebruik je volledig in een browser en het besturingssysteem is erg gebruiksvriendelijk. De actuele versie 7.2 is beschikbaar voor alle apparaten vanaf DSxx16, dus tot maximaal acht jaar oud.

DSM 7.2 introduceert een aantal nieuwe mogelijkheden, zoals WriteOnce-mappen waarvan de inhoud voor een zelf te kiezen periode niet gewijzigd of verwijderd kan worden. En het biedt meer opties voor gebruik van M.2-NVMe-ssd’s voor snelle opslag, in plaats van alleen voor caching. Verder biedt het met Adaptive MFA (multifactorauthenticatie) extra bescherming van het admin-account wanneer de gebruiker inlogt vanaf een onbekend apparaat of via internet.

DSM is het zeer gebruiksvriendelijke en volledig browsergebaseerde besturingssysteem voor Synology-NAS-apparaten.

Aanvullende software

Aanvullend kun je extra functionaliteit toevoegen vanuit Package Center, de software-bibliotheek op de NAS. Hierin staan bijna honderd toepassingen die functionaliteit toevoegen aan de NAS, zoals back-up, synchronisatie met clouddiensten, het streamen van films en muziek, een eigen Office-suite compleet met chatfunctie en notities, software om foto’s te indexeren mét automatische gezichts- en objectherkenning, en nog veel meer.

De meeste van deze packages zijn van Synology zelf dat daarmee verantwoordelijkheid neemt voor de kwaliteit, stabiliteit en veiligheid ervan. Dit verschilt het duidelijk van andere aanbieders die vooral veel software van derde partijen aanbieden.

Naast de extra packages voor de NAS zelf, biedt Synology ook allerlei extra software om het gebruik in combinatie met de pc, smartphone en tablet te vergemakkelijken. Er zijn vooral veel mobiele apps, die zeer bruikbaar en gebruiksvriendelijk zijn. Synology Secure SignIn is bijvoorbeeld een eigen authenticatie-app, vergelijkbaar met Google of Microsoft Authenticator.

Package Center biedt een keur aan relevante uitbreidingen voor extra functionaliteit op de NAS.

Functionaliteit

Welke packages je precies kunt toevoegen aan de NAS is afhankelijk van de hardware. Specifiek het type processor: Intel of ARM. Het verschil in processorarchitectuur is het meest zichtbaar bij de virtualisatiemogelijkheden van de NAS. Wil je echt een Linux- of Windows-pc kunnen emuleren op de NAS, dan is daarvoor Virtual Machine Manager nodig en dat vereist een Intel-processor. Momenteel is vooral applicatie-virtualisatie op basis van Docker populair en de daarvoor beschikbare Container Manager laat zich ook prima gebruiken op een model met een ARM-processor.

Samen bepalen de processor en de hoeveelheid werkgeheugen hoe soepel geïnstalleerde packages werken en of je één, twee of meer containers kunt draaien. Loop je hierbij tegen grenzen aan, dan is het jammer dat juist bij de lichtere J- en Value-modellen de mogelijkheid ontbreekt om het werkgeheugen uit te breiden. Bij de toch al rijk uitgeruste modellen in de Plus- en XS/XS+-serie is dit namelijk wel mogelijk, net als het toevoegen van een snellere netwerkaansluiting.

Wie niet bang is de NAS te verbouwen, vindt online voldoende informatie over manieren om dit ook bij de eenvoudigere modellen te doen, maar vaak vervalt dan wel de garantie. Voor een snellere multigigabit-netwerkaansluiting kan een usb-adapter nog een uitkomst zijn.

De E10G22-T1-Mini is een 10Gbit/s-netwerkmodule voor DS-modellen met een PCIe-slot.

Scenario 1: Back-uppen en eenvoudig delen met het gezin

BeeStation

Na de externe BeeDrive-ssd heeft Synology met het BeeStation nu ook een echt NAS-alternatief voor beginners. Het belangrijkste kenmerk hiervan: eenvoud! Het BeeStation is een NAS waarvoor geen technische kennis nodig is. Het back-uppen van foto’s en documenten, of het delen van dergelijke bestanden met een handvol gezinsleden of vrienden is in een handomdraai geregeld.

Met de mobiele apps BeePhotos en BeeFiles synchroniseer je foto’s en bestanden op een smartphone of tablet met het BeeStation, en heb je altijd toegang tot de content op deze NAS. Foto’s worden automatisch geïndexeerd, en voorzien van tags met locatie, datum, personen en objecten. Dit gebeurt zonder dat hiervoor gegevens naar een clouddienst worden gestuurd.

Voor Windows en macOS zijn er de programma’s BeeStation for Desktop en Hyper Backup Explorer. Deze geven toegang tot de bestanden en regelen het maken van back-ups. Je kunt tot acht gebruikers toevoegen die het BeeStation dan ook kunnen gebruiken voor persoonlijke opslag en het delen van documenten en foto’s. Het BeeStation heeft maar één schijf, maar iedere gebruiker kan zelf mappen selecteren en synchroniseren met Dropbox, Google Drive of Microsoft OneDrive. Raakt de opslag vol, dan kun je via de twee usb-poorten een externe schijf aansluiten. Directe toegang via het thuisnetwerk moet, net als een account, apart op het BeeStation worden ingeschakeld.

Het BeeStation is een NAS voor persoonlijk gebruik inclusief 4 TB opslagcapaciteit.

Geen bureaublad

Anders dan elke andere Synology-NAS draait op het BeeStation niet het DSM-besturingssysteem. Er is geen desktopomgeving en geen Package Center. Iets als een streaming mediaserver ontbreekt bijvoorbeeld, maar je kunt die dus ook niet zelf toevoegen. Dat lijkt een nadeel, maar het past bij de compromisloze focus waarmee Synology dit product heeft ontworpen.

Het BeeStation is een heel nieuw type Synology-NAS, dat bovendien standaard geleverd wordt met 4 TB opslag in de vorm van een Synology HAT3300- of HAT3310-schijf. Eenvoudiger dan dit gaat een NAS niet worden.

Scenario 2: Back-uppen, bestanden opslaan en wat extra functionaliteit

DS223 en DS224+

Op het BeeStation ontbreekt de mogelijkheid zelf extra functionaliteit aan de NAS toe te toevoegen. Wil je dat wel, maar ben je niet op zoek naar een heel zware NAS, dan is de DS223 of de duurdere DS224+ een mogelijkheid. De DS223 is de minder krachtige van de twee en heeft dankzij de ARM-processor ook minder packages beschikbaar dan de DS224+ met zijn Intel-processor.

Of functionaliteit zoals Virtual Machine Manager, Active Backup Suite en Synology MailPlus Server echt gemist worden, is maar de vraag. Vooral omdat Container Manager wél wordt ondersteund en je dus gewoon Docker-applicaties kunt draaien op de DS223.

De DS223 heeft één 1Gbit/s-netwerkaansluiting. De DS224+ heeft er twee en die laten zich desgewenst samenvoegen tot een snellere poort – er zijn overigens niet veel gebruikers die dat doen.

De DS223 is het Value-model met twee schijven.

Opvallend genoeg heeft de DS223 drie usb-poorten, terwijl de DS224+ er slechts twee heeft. Verder is de DS224+ op alle fronten beter uitgerust, al gaat het dan wel om abstracte zaken, zoals het aantal gelijktijdige sessies, het maximale aantal gebruikersaccounts en maximale aantal snapshots. Die hoeveelheden zijn bij beide modellen hoog genoeg voor regulier gebruik, het is geen reden de DS224+ te kiezen boven de DS223.

De DS224+ is behalve nieuwer ook wat krachtiger dan de DS223. Qua uiterlijk zijn ze vrijwel identiek.

Twee schijven

Met twee schijven bieden beide apparaten behalve de optie om de schijven gewoon los te gebruiken ook RAID 1. RAID 1 is bij twee schijven de enige echte bescherming tegen het stukgaan van een schijf, maar qua opslagruimte wel de meest ongunstige. Het spiegelen van data kost de helft van de opslagruimte.

Het Btrfs-bestandssysteem wordt eveneens door beide modellen ondersteund. Btrfs biedt snapshots en zelfherstel op het niveau van het bestandssysteem. Faalt RAID, of maakt een gebruiker zelf een fout en raakt daardoor een bestand verloren of beschadigd, dan beschikt Btrfs over checksums en metadata waarmee het die gegevens kan herstellen.

Maak je veel foto’s en synchroniseer je die handmatig of via de app met de NAS, dan herkent de DS223 wel gezichten maar geen objecten, terwijl de DS224+ beide herkent. Het snel zoeken binnen de foto’s is daardoor op de DS223 net iets beperkter.

De voor thuisgebruik belangrijke functies, zoals de mediaserver en Synology Office, werken prima. Synology Office is een compleet kantoorpakket met op Word, Excel en PowerPoint lijkende alternatieven, plus een chatfunctie en notities, inclusief apps voor smartphone en tablet. Het is daarmee een prima aanvulling op de beide NAS-apparaten als variant van een eigen cloudomgeving.

De DS223 en DS224+ zijn aan elkaar gewaagd: functioneel ontlopen ze elkaar weinig. De verschillen die er zijn, zijn alleen relevant in heel specifieke situaties. Het prijsverschil is maar zeventig euro, waarmee de DS224+ toch een betere keuze lijkt, vooral omdat het werkgeheugen uitbreidbaar is.

Met Synology Drive en Office maak je van de DS223 of de DS224+ een krachtige privécloud, compleet met alternatieven voor diensten als OneDrive en de web-apps van Office.

Eigen harde schijven en ssd’s Sinds drie jaar verkoopt Synology harde schijven en ssd’s onder het eigen merk. Het bedrijf maakt deze niet echt zelf, maar koopt ze (na uitvoerige tests) in grote aantallen bij bijvoorbeeld Seagate of Toshiba.

“Dat is niet anders dan wat bijvoorbeeld HP, Dell en Lenovo doen. De eerste Synology-schijven kwamen van Toshiba. De 4TB- en 6TB-Plus-modellen zijn gebaseerd op Seagate IronWolf-modellen. Terwijl Synology de grotere 8TB- en 12TB-schijven ook weer bij Toshiba inkoopt”, aldus Barber Brinkman, die lang bij Western Digital werkte en nu verbonden is aan opslagspecialist Real Solutions. “Synology-schijven hebben echter eigen firmware, die Synology ook bijwerkt wanneer er bijvoorbeeld een DSM-update is. Zo zorgt het bedrijf voor maximale compatibiliteit. Synology wil gewoon minder problemen door defecte schijven en hoopt dat op deze manier te bereiken.”

Dat Synology bij sommige van zijn NAS-apparaten alleen nog het eigen merk harde schijven op de compatibiliteitslijst heeft staan en zelfs groot alarm slaat als de gebruiker consumentenschijven (óók die van het eigen merk) in een high-end NAS stopt, heeft volgens Brinkman nog niet echt tot problemen geleid. “We zien Synology de laatste drie jaar alleen maar verder groeien, dus Synology’s diskstrategie heeft nog geen negatieve invloed op de verkoopcijfers van het bedrijf. We krijgen weleens een opmerking van klanten over de compatibiliteitseis, maar de klant die al jarenlang met Synology in combinatie met WD Red of Seagate Ironwolf werkt, blijft dat ook gewoon doen.”

Sinds enkele jaren levert Synology ssd’s en harde schijven met eigen firmware voor betere compatibiliteit.

Scenario 3: Prosumer of amateurfotograaf: meer opslag en functionaliteit

DS423+

Kies je een NAS vanwege de mogelijkheid om via RAID de gegevens tegen hardwarefalen te beschermen, dan verlies je altijd een deel van de totale opslagcapaciteit omdat RAID extra gegevens bewaart. Hierbij geldt dat hoe minder schijven er zijn, hoe groter het relatieve verlies. In de praktijk betekent dit dat de totale opslagcapaciteit van twee schijven met RAID 1 gehalveerd wordt. Dat kan een beetje zuur voelen als je veel geld hebt betaald voor schijven met veel opslagcapaciteit. Sommige gebruikers die toch een bepaalde opslagcapaciteit nodig hebben, zullen nóg grotere en duurdere schijven kopen. Maar een andere oplossing is een NAS met ruimte voor meer schijven. De DS423+ biedt ruimte voor vier schijven en daarmee is het mogelijk de opslag met RAID 5 (of RAID 6 of 10) te configureren. RAID 5 bijvoorbeeld beschermt tegen het verlies van één schijf en dat gaat ten koste van de opslagcapaciteit van één schijf. Relatief gezien houd je dus meer opslagcapaciteit over: bij vier schijven van 10 TB houd je effectief 27 TB over.

De DS423+ heeft aan de achterkant twee LAN-poorten en één usb-aansluiting.

M.2-sloten als extra

De DS423+ heeft dezelfde Intel Celeron J4125-processor als de DS224+. Ook hetzelfde zijn: de 2 GB DDR4-geheugen (uitbreidbaar tot maximaal 6 GB), twee 1Gbit/s-ethernetpoorten, en de selectie apps en packages. De enige verschillen zijn ruimte voor vier schijven in plaats van twee en twee extra M.2-sloten voor snelle NVMe-opslag. Deze bevinden zich onderop de NAS en zijn eenvoudig te bereiken. De NVMe-ssd’s plaats je zonder te hoeven schroeven. Heb je daarna de NAS weer opgestart, dan heb je in het Opslagbeheer van DSM de mogelijkheid deze snelle opslag als ssd-cache in te richten of als snelle opslagpool met een eigen volume.

Een cache is altijd gekoppeld aan een ander volume en functioneert afhankelijk van de configuratie als snel tussenstation voor lezen en schrijven van de trage harde schijven. Het nadeel is dat de snelheidswinst erg onvoorspelbaar is, terwijl de kosten er wel zijn. Volgens kenners worden vooral functies als virtualisatie en databasemanagement sneller, maar zal een amateurfotograaf die vooral zijn foto’s veilig wil bewaren en indexeren er weinig tot niets van merken. Inrichten als eigen volume in plaats van cache is dan de betere keuze.

De twee M.2-NVMe-ssd’s kunnen als cache en als opslagpool worden ingericht.

Scenario 4: De professionele fotograaf of klein kantoor

DS1522+

De DS1522+ lijkt veel op de DS423+, maar schijn bedriegt. Het verschil is groter dan de vijfde baai voor een extra harde schijf. Wel is die schijf belangrijk, want deze maakt het verlies aan opslagcapaciteit bij RAID 5 wel flink kleiner.

De DS1522+ biedt ruimte aan maximaal vijf harde schijven of ssd’s.

Die vijf schijven zijn niet het maximum dat de DS1522+ aankan, want zoals de productnaam al aangeeft zijn dat er vijftien. Achterop de DS1522+ zitten twee eSATA-poorten waar je maar liefst twee DX517-uitbreidingsunits op kunt aansluiten. Zo’n uitbreidingsunit heeft geen eigen processor of geheugen, maar breidt de NAS wel uit met ruimte voor vijf extra schijven – en bij twee dus zelfs tien. Of dit een valide scenario is of dat je dan toch beter een nog grotere NAS neemt, is weer sterk afhankelijk van eisen en budget. Goedkoop is het zeker niet.

Wat ook opvalt aan de DS1522+ is de voeding, die fors groter is en voorbereid op een hoger elektriciteitsverbruik. Dat komt naast de vijfde schijf door de AMD Ryzen R1600-processor en het werkgeheugen van 8 GB (met een maximum van 32 GB). Deze Synology is duidelijk al geen aaibare NAS meer, maar een enorme krachtpatser.

Met opslagpools en volumes kun je de opslagcapaciteit van meerdere schijven helemaal naar eigen wens inrichten.

Sneller netwerk

Ook bij de netwerkpoorten zien we een duidelijke upgrade. Behalve dat er standaard al vier 1Gbit/s-ethernetpoorten met link-aggregatie zijn, beschikt de DS1522+ ook over een PCIe-uitbreidingspoort. Hier kan voor 140 euro de E10G22-T1-Mini in geplaatst worden: een 10Gbit/s-netwerkkaart specifiek voor dit type NAS. Dit kan de prestaties van de DS1522+ een flinke boost geven, op voorwaarde dat óók de netwerkapparatuur deze snelheid ondersteunt en de opslag in de NAS geoptimaliseerd is om op deze snelheid data te verwerken. De twee NVMe-sloten aan de onderkant van de behuizing kunnen daar als ssd-cache een bijdrage aan leveren.

Ook zonder deze uitbreiding is de DS1522+ een zeer krachtige NAS die wanneer deze ‘gewoon’ gebruikt wordt voor het opslaan van bestanden en het delen van documenten binnen een kantoor eigenlijk alles heeft wat je kunt wensen.

De DS1522+ beschikt over vier 1Gbit/s-netwerkpoorten en een uitbreidingsslot voor een 10GbE-netwerkkaart.

Scenario 5: Middelgroot kantoor

DS1823xs+

Gaat het om veel data en veel gebruikers? Bijvoorbeeld in een middelgroot kantoor dat wil samenwerken, back-ups wil maken en misschien ook wel aanvullende diensten zelf wil hosten (zoals mail en het intranet)? Dan komt de DS1823xs+ in beeld. Voor privégebruik veel te duur, daar kun je alleen van dromen. De AMD Ryzen V1780B is een krachtige processor, maar mist de Vega 3-gpu die andere AMD-processors in dezelfde lijn wel hebben.

De DS1823xs+ biedt een ongekende hoeveelheid opslagcapaciteit en rekenkracht.

Verder biedt de NAS alles wat je kunt wensen: zoals 8 GB werkgeheugen (uitbreidbaar tot 32 GB), drie usb-poorten, een PCIe-uitbreidingsslot, twee 1Gbit/s-netwerkpoorten, plus nog één extra 1Gbit/s-poort voor beheer én een 10Gbit/s-netwerkpoort. De DS1823xs+ biedt ruimte voor acht schijven en door er nog twee DX517-units aan te sluiten, zijn dat er maximaal achttien. Ook heeft deze NAS twee M.2-NVMe-sloten.

De achterzijde van de DS1823xs+ biedt veel aansluitingen inclusief een 10Gbit/s-netwerkpoort.

Veel packages en gelijktijdige taken

Wat de software betreft, is ook alles mogelijk. Alle packages worden ondersteund en met maximale mogelijkheden: Download Station kan tot 80 gelijktijdige taken aan, Synology Photo doet gezichts- én objectherkenning, binnen Surveillance Station kun je tot 75 camera’s aansluiten. Ga je virtualiseren, dan is acht virtuele machines het aanbevolen maximum.

De DS1823xs+ is voor dit artikel vooral een showcase van wat er mogelijk is wanneer Synology de teugels laat vieren (juist waar het bedrijf qua hardware vaak wat terughoudend is). En dat zonder in te leveren op gebruiksgemak door ineens een veel complexer product aan te bieden. Het gebruik en beheer van deze krachtpatser is niet heel veel anders dan die van de andere apparaten in dit artikel.

De DS1823xs+ is de enige NAS in de test die klaagt wanneer er consumentenmodellen van harde schijven worden geplaatst, ook al zijn die van Synology zelf.

Resultaten

Klik op de afbeelding voor een grotere weergave.

Conclusie

Met twintig DS-modellen heeft Synology een NAS voor eigenlijk elke wens en portemonnee. De aanduidingen J-, Value-, Plus en XS/XS+ zijn daarbinnen een prima indicatie van mogelijkheden van elke NAS. Met het BeeStation toont Synology aan het innoveren niet verleerd te zijn en gewaagde stappen te durven zetten.

Het zou mooi zijn wanneer Synology dat lef ook bij de andere modellen durft te tonen. Usb-c-poorten ontbreken nog volledig, terwijl alleen de allerduurste modellen een multigigabit-netwerkaansluiting hebben. In menig huis en kantoor is inmiddels snellere netwerkinfrastructuur te vinden en die blijft nu onbenut.

Een compliment verdient Synology voor de software die stabiel is, veel mogelijkheden heeft en ook bij professionelere NAS-modellen gebruiksvriendelijk en duidelijk blijft.

Software is de grote kracht van Synology met het DSM-besturingssysteem, een breed aanbod aan packages en ook prima aanvullende mobiele apps.
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.