ID.nl logo
De route naar je eigen router
© Reshift Digital
Huis

De route naar je eigen router

Als je een internetabonnement afsluit, dan verstrekt de provider meestal een eigen (modem/)router waarmee je de internetverbinding kunt gebruiken. Al jarenlang verschijnt er af en toe in het nieuws dat internetproviders verplicht worden om klanten in de gelegenheid te stellen in plaats daarvan hun eigen apparatuur te gebruiken. Ook dit jaar is de eigen router weer volop in het nieuws. Een klant van Ziggo won een zaak hierover bij de Geschillencommissie Telecommunicatiediensten en afgelopen maand werd de knoop door de ACM doorgehakt: er komt in 2022 een vrije modemkeuze.

In de wet is sinds 2016 een besluit eindapparaten opgenomen. Dit besluit is gebaseerd op de Europese richtlijn 2008/63/EG, waarin wordt aangegeven dat gebruikers zelf eindapparaten kunnen aansluiten. Helaas is de praktijk weerbarstiger. In de wet staan bijvoorbeeld de termen eindapparaten en netwerkaansluitpunten, maar deze termen zijn niet sluitend gedefinieerd.

Dat is overigens wel geprobeerd. In 2017 was er vanuit het ministerie van Economische Zaken en Klimaat een consultatie over de beleidsregel netwerkaansluitpunt. Na het afronden van de consultatie besloot staatssecretaris Mona Keijzer de beleidsregel toch niet te uit te voeren, omdat de bevoegdheid door nieuwe Europese regels bij toezichthouder Autoriteit Consument & Markt (ACM) was komen te liggen. Hierdoor moest de hele procedure opnieuw beginnen.

Dit duurde uiteindelijk tot juli 2020, toen de ACM zijn conceptbeleidsregel netwerkaansluitpunt publiceerde. De ACM verwachtte toen dat de regel in 2021 van kracht zou worden, maar vervolgens werd het stil. Begin juli kwam de ACM met een tussentijdse update waarin de verwachting werd uitgesproken dat de beleidsregel deze zomer gepubliceerd gaat worden. Dat duurde niet lang, want al op 27 juli publiceerde de ACM hun Beleidsregel Handhaving Besluit Eindapparaten die je hier vindt.

©PXimport

Regulering netwerktoegang

De ACM onderzoekt momenteel ook of de toegang tot vaste telecomnetwerken moet worden gereguleerd. Hierbij gaat het om de voorwaarden voor toegang van telecomaanbieders zonder een eigen netwerk tot de netwerken van KPN en VodafoneZiggo, die wel (vrijwel) landelijke dekking bieden. De ACM oordeelde in het verleden dat KPN en VodafoneZiggo hun netwerk moesten openstellen voor de concurrentie. Vorig jaar is die regulering voor toegang vervallen na een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBp). Toegang tot het netwerk van KPN was tot die uitspraak gereguleerd en de ACM wilde dat ook laten gelden voor het netwerk van VodafoneZiggo. In het najaar publiceert de ACM een ontwerpbesluit waar telecomaanbieders op kunnen reageren. KPN biedt nog steeds toegang tot zijn netwerk, al zijn de toegangsvoorwaarden volgens de ACM na de uitspraak van het CBp wel aangepast.

Waar begint je netwerk?

De vraag die centraal staat, is waar het netwerk van de internetprovider eindigt en je eigen netwerk begint. In de praktijk zijn er drie keuzes: de eerste keuze is dat het aansluitpunt wordt gevormd door de afwerking van de kabel. De tweede keuze is een modem (of mediaconvertor) waar een eindgebruiker een eigen router of mediabox op kan aansluiten. De derde keuze is dat eindgebruikers alleen eigen apparatuur kunnen aansluiten na een (modem/)router.

De eerste optie, de afwerking van de kabel, is bij dsl de ISRA (Infrastructuur Randapparatuur), bij kabel het AOP (abonnee-overnamepunt) en bij glasvezel de FTU (fiber termination unit). Een kenmerk van alle drie deze overnamepunten is dat ze passief zijn: ze gebruiken geen door de consument betaalde energie.

De andere mogelijkheid is dus de keuze voor een punt waarop een standaard ethernetaansluiting mogelijk is. Dat kan in de vorm van een modem of mediaconvertor, of eventueel zelfs een (modem/)router. Hierbij gaat het dus om actieve componenten die energie gebruiken.

Keuze voor passief

De ACM baseert zijn beleidsregel op een richtlijn vanuit BEREC, de overkoepelende toezichthouder vanuit de Europese Unie. BEREC beveelt aan dat het aanwijzen van het passieve aansluitpunt als netwerkaansluitpunt het meest bevorderlijk is voor innovatie en concurrentie in de telecommarkt. Je vindt de richtlijn hier. In artikel 2 van de beleidsregel staat dan ook dat het netwerkaansluitpunt passief is. In de bijbehorende toelichting wordt genoemd dat het netwerkaansluitpunt niet wordt gevoed door een spanningbron op de locatie van de eindgebruiker. Verder moeten aanbieders de specificaties van een netwerkaansluitpunt openbaar maken, zodat derde partijen apparatuur kunnen leveren. Bovendien moet een aanbieder meewerken aan het realiseren van een passief aansluitpunt als een eindgebruiker daarom vraagt. Alle op het netwerkaansluitpunt aangesloten apparaten zijn eindapparaten die de gebruiker zelf kan kiezen.

Wel is er in de toelichting naar aanleiding van de reacties van aanbieders op de conceptbeleidsregel een voorbehoud opgenomen wat betreft de handhaving van mediaboxen. Dit omdat IP-televisie in zeer kleine mate gebruik maakt van gestandaardiseerde technologieën en het onwaarschijnlijk is dat fabrikanten van eindapparaten hiervoor alternatieve mediaboxen gaan ontwerpen. Aanbieders hebben bovendien aangegeven om IP-televisie zelf op andere apparaten beschikbaar te maken, bijvoorbeeld in de vorm van apps. Bij de evaluatie na twee jaar wordt opnieuw naar de positie van IP-televisie gekeken. 

©PXimport

Reacties

Na het publiceren van de conceptbeleidsregel netwerkaansluitpunt werden belanghebbenden in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Je vind ze geanonimiseerd gebundeld per onderwerp in een Nota van bevindingen. Bij de eerdere consultatie vanuit het ministerie werden alle reacties wel gepubliceerd, je vind ze hier. Aanbieders stellen dat de door hun geleverde apparatuur noodzakelijk is voor het beheer en de veiligheid van het netwerk. De ACM gaat hier niet in mee en geeft als tegenreactie dat het monitoren van de kwaliteit van een verbinding onderdeel van de standaarden is. Apparatuur die niet voldoet aan de standaard of later het netwerk schaadt, kan geweigerd of afgesloten worden. Ook wordt er door aanbieders op gewezen dat het lastig is om mediaboxen voor IP-televisie open te stellen. Op dit onderdeel komt de ACM de aanbieders tegemoet, want er wordt (voorlopig) niet gehandhaafd op mediaboxen voor IP-televisie. Fabrikanten van apparatuur zijn juist blij, het Verbund der Telekommunikations-Endgerätehersteller (VTKE) waarin fabrikanten van onder andere modems en routers zich verenigd hebben, laat in een reactie weten verheugd te zijn over de uitspraak van de ACM. 

Wat kan er nu?

Sommige internetproviders die gebruikmaken van dsl of glasvezel, waaronder KPN, hebben zich (deels) al voorbereid op de verwachte regelgeving en gegevens gepubliceerd hoe een eigen (modem/)router aan te sluiten op hun netwerk. In het geval van een dsl-verbinding zijn er diverse modems en modem/routers te koop die je kunt gebruiken.

Een glasvezelverbinding wordt doorgaans afgewerkt met een NTU (network termination unit). Dit is een mediaconvertor die het glasvezelsignaal omzet naar een standaard ethernetsignaal waarop een router wordt aangesloten. Er zijn ook providers die een router leveren die zelf al is voorzien van een glasvezelaansluiting.

In theorie kun je de NTU vervangen door een eigen apparaat zoals een sfp-module in een geschikte router. Maar hoewel de technische specificaties voor een mediaconverter bij providers zijn op te vragen, blijkt die vervangtruc in de praktijk toch lastig: er zijn allerlei fysieke typen FTU door elkaar in gebruik. Door het gebrek aan fysieke standaardisatie is er een kans dat je de glasvezelaansluiting beschadigt als je bijvoorbeeld de verkeerde stekker gebruikt. Een NTU die is voorzien van een netwerkaansluiting heeft vanuit de gebruiker gelukkig weinig nadelen.

Overigens vormen de meest recente glasvezelnetwerken, onder andere aangelegd door KPN Netwerk, een uitzondering. Deze nieuwe glasvezelnetwerken maken gebruik van GPON-technologie (gigabit passive optical network), waarbij een glasvezel passief gesplitst wordt en meerdere woningen via dezelfde glasvezel op de actieve apparatuur zijn aangesloten. Hierdoor is in de centrale minder actieve apparatuur nodig en dat bespaart uiteraard geld, ruimte en energie.

Bij GPON-netwerken is de mediaconvertor (die ONT genoemd wordt) vooralsnog verplicht. Maar ook deze gaat onder de eigen keuze vallen. Een uitdaging bij het gebruik van een eigen router zit hem doorgaans niet in de internetverbinding, maar in het werkend krijgen van ip-televisie en eventueel telefonie.

©PXimport

Wachten op de ACM

Ziggo, de grootste internetprovider van Nederland, maakt voor zijn modems gebruik van de (Euro)DOCSIS-standaard. De internetprovider verstrekt geen gegevens om een eigen (Euro)DOCSIS-modem(/router) aan te sluiten.

Volgens VodafoneZiggo is het Ziggo-modem integraal onderdeel van het netwerk en vervult het een essentiële functie binnen het Ziggo-netwerk. Ook wordt het modem uitgebreid getest en regelmatig bijgewerkt met software-updates. “Wanneer klanten zouden kunnen kiezen welke modems zij op het netwerk willen aansluiten, brengt dit de continuïteit, veiligheid en integriteit van het netwerk in gevaar”, meldt een woordvoerder van VodafoneZiggo ons. Het enige dat de internetprovider wel aanbiedt, is een bridge-modus waarmee de modem/router enkel als modem fungeert.

Een klant van Ziggo was het hier niet mee eens en spande eind 2020 een zaak aan bij de Geschillencommissie Telecommunicatiediensten. De Geschillencommissie heeft vooral gekeken naar de Europese regelgeving waaronder de eerder genoemde BEREC-richtlijn. Ook is rekening gehouden met het feit dat het in Duitsland en Italië al mogelijk is eigen apparatuur te gebruiken. Ziggo kon niet goed beargumenteren waarom dit vanuit een objectief technologische noodzaak niet zou kunnen, waarna de Geschillencommissie de klant in het gelijk stelde. Het oordeel was dat Ziggo binnen 21 dagen moest publiceren hoe een eigen modem/router op de coax-aansluiting aangesloten kan worden.

Ziggo was het hier niet mee eens en besloot naar de rechter te stappen. De woordvoerder liet ons voordat de ACM met hun definitieve beleidsregel kwam weten dat VodafoneZiggo er belang aan hecht dat de rechter zich uitspreekt over de vraag of de Geschillencommissie met deze uitspraak haar bevoegdheden overschrijdt. Volgens het bedrijf is dit een onderwerp waar alleen toezichthouder ACM uitsluitsel over kan geven.

Nadat de ACM de definitieve beleidsregel bekendmaakte, liet Ziggo ons weten dat ze deze aan het bestuderen zijn en zich voorbereiden op de implementatie.

©PXimport

Strikte standaarden

In Duitsland is er ook voor aanbieders van kabelinternet als Ziggo al een vrije modemkeuze. AVM is een van de fabrikanten die in Duitsland met zijn Fritz!Box-reeks modem/routers verkoopt op basis van de DOCSIS-standaard die bij kabelinternet gebruikt wordt.

Eric van Uden, countrymanager Nederland bij AVM, vraagt zich waar het grootste bezwaar zit vanuit Ziggo. “Alle DOCSIS-apparatuur wordt gecertificeerd door CableLabs en de standaard is goed gedefinieerd. Waar het vroeger wellicht kon om als consument zelf instellingen te veranderen om een hogere snelheid dan het abonnement mogelijk te maken, is dat tegenwoordig niet mogelijk.”

Daar komt bij dat er in Duitsland bij de internetprovider Vodafone, die je kunt beschouwen als zusterbedrijf van het Nederlandse VodafoneZiggo, er volgens Van Uden geen problemen zijn bij het gebruik van eigen modem/routers. De kabelinternettak van het Duitse Vodafone heette tot 2020 Unitymedia en was net als Ziggo onderdeel van Liberty Global, voordat het verkocht werd aan Vodafone.

©PXimport

Conclusie

Het invoeren van wat in de volksmond de ‘vrije modemkeuze’ heet, is een lang traject dat al jarenlang loopt en waar tot nu toe niet echt schot in zat. Toch laten de wetgeving en de verduidelijkende richtlijn vanuit BEREC, dat in zijn oordeel ook de Geschillencommissie aanhaalde, een duidelijke intentie zien. Die is door de ACM inmiddels omgezet in duidelijkheid. Aanbieders krijgen zes maanden de tijd om de regelgeving te implementeren waarna de ‘vrije modemkeuze’ echt ingaat. Het mag duidelijk zijn dat het laatste woord over dit onderwerp nog niet geschreven is, we houden het in de gaten.

Wifi 6E goedgekeurd

Ook op wifigebied is de regelgeving dit jaar veranderd. Inmiddels is de benodigde frequentieruimte voor de uitbreiding wifi 6E – die een extra frequentieband toevoegt – door de Europese Commissie goedgekeurd. Je leest hier meer over wifi 6E. Er wordt in Europa 480 MHz (5945-6425 MHz) in de 6GHz-band vrijgemaakt en het is de bedoeling dat lidstaten ervoor zorgen dat dit op 1 december 2021 ook daadwerkelijk is toegestaan. In het vrijgemaakte spectrum is ruimte voor drie gelijktijdige kanalen van 160 MHz breed. Dit is een flinke verbetering ten opzichte van de huidige situatie, maar komt nog niet in de buurt van de 1200 MHz die wifi 6E in potentie biedt. In de Verenigde Staten komt die volledige 1200 Mhz wel vrij; er is dan ruimte voor zeven kanalen van 160 MHz naast elkaar. Voor het daadwerkelijk gebruik van de 6GHz-band heb je wel geschikte apparatuur nodig. In de verenigde Staten zijn de eerste wifi 6E-routers al te koop en ook clients als laptops komen dit jaar op de markt.

▼ Volgende artikel
Je oude Windows-pc als thuisserver: zo zet je Jellyfin en Syncthing op
© ID.nl
Huis

Je oude Windows-pc als thuisserver: zo zet je Jellyfin en Syncthing op

Heb je nog een oudere pc of laptop, dan is het zonde om deze ongebruikt te laten. Je kunt hem namelijk eenvoudig omvormen tot een veelzijdige thuisserver. Wat dacht je van een mediaserver of een synchronisatietool, beide gratis, opensource en beschikbaar voor vrijwel elk platform?

In dit artikel

Je hebt een nieuwe pc gekocht, maar je oude Windows-computer is vaak nog prima bruikbaar. Met gratis servertools maak je er een thuisserver van, bijvoorbeeld voor streamen, een (s)ftp-server, een NAS-omgeving, domotica of het blokkeren van advertenties en trackers. Veel oplossingen draaien direct op Windows. En wil je toch iets met Linux, dan kan dat vaak ook via WAMP, WSL2 of Docker Desktop.

In dit artikel houden we het bewust bij twee gratis opensource-servers die rechtstreeks op Windows draaien: Jellyfin en Syncthing. Je leest hoe je je pc klaarzet met een schone Windows-installatie, een vaste netwerkplek en een vast intern ip-adres. Daarna richt je Jellyfin in als mediaserver met bibliotheken, gebruikers en apps voor tv en telefoon. Ook stel je Syncthing in als 'private cloud' waarmee je bestanden direct tussen je eigen apparaten synchroniseert. Tot slot laten we zien hoe je beide ook op je mobiel gebruikt, eventueel buiten je thuisnetwerk, en welke instellingen helpen om snelheid, opslag en veiligheid in balans te houden.

Lees ook: Nieuwe laptop kopen? Zo kies je een laptop die jaren meegaat

Voorbereiding

Voor je begint, is het verstandig om je (oude) computer goed voor te bereiden met een schoon besturingssysteem. Installeer bij voorkeur Windows 10 of 11 opnieuw. Dit doe je via Instellingen / Systeem / Systeemherstel, waar je PC opnieuw instellen kiest en eventueel Alles verwijderen selecteert.

Update daarna het systeem via Instellingen / Windows Update / Naar updates zoeken en controleer ook of alle drivers up-to-date zijn. Dit kan handmatig door met rechts op de Windows-startknop te klikken, Apparaatbeheer te openen, met rechts op een apparaat te klikken en Stuurprogramma bijwerken te kiezen. Je kunt eventueel tijdelijk de gratis tool Driver Booster (let wel op voor extra software) installeren om snel verouderde drivers te detecteren, al raden we wel aan om ze handmatig te downloaden (van de websites van de fabrikant).

Plaats je pc liefst dicht bij de router of zeker op een plek met een stabiele verbinding, bij voorkeur via een ethernetkabel. Geef je computer ook een vast intern ip-adres, zodat het niet telkens wijzigt. Dit kun je instellen via Instellingen / Netwerk en internet: kies Ethernet (of Wi-Fi, en klik daarna op het juiste netwerk) en klik bij IP-toewijzing op Bewerken, waarna je Handmatig kiest en geschikte waarden invult.

Controleer bovendien of er genoeg opslagruimte beschikbaar is, zeker als je grote mediabestanden wilt bewaren. Schakel ten slotte energiebesparende slaapstanden uit wanneer de server continu actief moet blijven. Open Instellingen / Systeem / Aan/uit en zet alle opties bij Time-outs voor scherm, slaapstand en sluimerstand op Nooit.

Driver Booster: een snelle manier om verouderde drivers op te sporen - maar het downloaden doe je van die drivers doe je bij voorkeur zelf, vanaf de website van de fabrikant.

Jellyfin installeren

We starten met een wat complexere installatie, deze van mediaserver Jellyfin. Hiermee bouw je een Netflix-achtige omgeving voor films, series en muziek. De server biedt vrijwel alle functies van een modern mediacenter, van metadata en transcodering tot streaming met ondersteuning voor meerdere gebruikers, zonder beperkingen of betaalde upgrades. Op https://demo.jellyfin.org kun je een online demo bekijken.

Spreekt dit je aan, dan kun je meteen aan de installatie beginnen. Download de serversoftware via https://jellyfin.org/downloads/windows, klik op AMD64 en haal het bijbehorende exe-bestand op. Installeer het met een dubbelklik. Tijdens de setup kies je bij voorkeur Basic Install (Recommended) om toegangsproblemen bij mappen te vermijden. Bevestig met Next (twee keer) en kies een lege installatie- en datamap. Klik opnieuw op Next (twee keer) en sluit af met Install en daarna Close.

Je kunt de server nu starten via het Windows-startmenu (Jellyfin Tray App) of via het bureaubladpictogram. In het Windows-systeemvak verschijnt dan het bijbehorende pictogram. Klik er met rechts op om de server te starten, te stoppen, te openen of om de logs te bekijken. Plaats hier een vinkje bij Autostart. Je kunt de server ook 'handmatig' openen door in je browser het adres http://localhost:8096 in te voeren.

Een Basic Install is de aanbevolen optie (om machtigingsproblemen te vermijden).

Jellyfin: basisconfiguratie

Bij de eerste keer opstarten verschijnt een instelgids. Vul een korte servernaam in en kies de weergavetaal, bijvoorbeeld Nederlands. Klik op Volgende en maak een beheeraccount aan met een gebruikersnaam en wachtwoord (twee keer). Klik nogmaals op Volgende om je mediabibliotheken te beheren.

Klik op Mediabibliotheek toevoegen, kies het gewenste inhoudstype, zoals Films, Muziek, Series of Homevideo's en foto's, en geef een weergavenaam op. Klik daarna op het plusje bij Mappen en selecteer een of meer mediamappen voor deze bibliotheek. Je kunt ook verwijzen naar gedeelde netwerkmappen via het UNC-pad, zoals \\nas\media.

Bevestig met OK om de bibliotheek aan te maken. Op dezelfde manier kun je vervolgens extra mediabibliotheken toevoegen.

Kies een passend inhoudstype voor je mediabibliotheken.

Jellyfin: bibliotheekinstellingen

Klik nu eerst op het knopje met de drie puntjes bij een toegevoegde bibliotheek. Naast voor de hand liggende opties als Hernoemen en Verwijderen vind je hier onder meer ook Bibliotheek beheren, met instellingen die deels afhangen van het gekozen inhoudstype. Sommige, zoals Voorkeurstaal voor downloads, spreken voor zich, maar een optie als Ingesloten titels boven bestandsnamen verkiezen vraagt wellicht enige toelichting. Deze is namelijk vooral handig als de bestandsnamen van je media de inhoud niet duidelijk weergeven.

Een andere optie is nog Nfo bij Metadata-opslag: activeer deze als je wilt dat Jellyfin de metadata en afbeeldingen opslaat in de mediamappen zelf in plaats van in de programmamap. Bij films kun je bovendien bepalen van welke diensten afbeeldingen mogen worden gedownload en of deze in de mediamappen bewaard moeten blijven. Er zijn verder opties voor het tonen van hoofdstukafbeeldingen en het zogeheten trickplay, wat bijvoorbeeld handig is tijdens het spoelen, maar wel meer rekenkracht vergt.

Afhankelijk van het inhoudstype zijn er best veel opties voor je bibliotheek.

Jellyfin: gebruikersbeheer

Terug in het venster met je bibliotheken klik je op Volgende en stel je de voorkeurstaal (Dutch; Flemish) en regio in (Netherlands of Belgium). In het volgende scherm laat je het vinkje staan bij Externe verbindingen met deze server toestaan als je ook buiten je netwerk toegang wilt tot je mediaserver. Rond af met Voltooien en meld je aan.

Via de knop linksboven kun je diverse instellingen aanpassen. Open Controlepaneel voor allerlei technische informatie over je serverinstallatie. Bij Gebruikers kun je anderen, bijvoorbeeld gezinsleden, toegang geven tot Jellyfin. Klik op de plusknop, vul een naam en wachtwoord in en bepaal tot welke mediabibliotheken de gebruiker toegang heeft. Klik op het knopje met de drie puntjes naast een gebruiker en kies Gebruiker bewerken om de machtigingen nauwkeurig aan te passen. Het tabblad Ouderlijk toezicht is daarbij handig voor kinderen.

Je legt haarfijn vast wat welke gebruikers (niet) mogen doen.

Jellyfin: extra opties

In het menu vind je nog een paar nuttige opties. Bij Afspelen / Transcoderen kun je hardwareversnelling inschakelen als je systeem dit ondersteunt. Onder Afspelen / Streamen kun je een bitsnelheidslimiet instellen om te voorkomen dat apparaten buiten je netwerk je uploadverbinding te zwaar belasten. Bij Geavanceerd / Netwerken staan diverse instellingen voor een optimale netwerkconfiguratie. Je kunt hier het poortnummer aanpassen waarop Jellyfin draait (standaard 8096 voor http en 8920 voor https), https activeren als er een certificaat beschikbaar is en bepalen welke apparaten of netwerken extern toegang krijgen tot je server. Bevestig alle aanpassingen onderaan met Opslaan.

Verder is er het onderdeel Plug-ins, waarmee je Jellyfin eenvoudig uitbreidt. Standaard zijn enkele plug-ins al aanwezig, maar via Alle vind je er nog zo'n dertig, zoals Open Subtitles en LrcLib Lyrics. Doorgaans volstaat het een plug-in te openen en op Installeren te klikken. Na een herstart verschijnt deze bij de geïnstalleerde plug-ins en kun je deze via Instellingen verder configureren.

Jellyfin laat zich handig uitbreiden met meer dan 30 plug-ins.

Jellyfin: client-verbinding

Om je mediabibliotheken via een ander apparaat te benaderen, kun je een browser gebruiken met het adres http://<interne-ip-adres-server>:<serverpoort>, zoals http://192.168.0.138:8096. Open daarna een bibliotheek en kies wat je wilt afspelen. Je kunt dit ook anders doen: op www.jellyfin.org vind je namelijk verschillende client-apps voor smart-tv's, mediaspelers als Google Cast en Apple TV, en desktop- en mobiele apps voor onder meer Android, iOS en iPadOS.

We nemen de Jellyfin-app uit de Android Play Store als voorbeeld. Installeer de app en start deze op. Bevindt jouw Android-toestel zich in hetzelfde netwerk als de Jellyfin-server, tik dan op Server kiezen en selecteer de juiste server. Je kunt natuurlijk ook handmatig het (interne) ip-adres of de hostnaam van de server met de netwerkpoort invoeren.

Na een succesvolle aanmelding heb je toegang tot je gedeelde media. Via het pictogram Afspelen op kun je de inhoud ook streamen naar onder meer een Google Chromecast.

Jellyfin heeft clients voor uiteenlopende platformen (hier: Android).
View post on TikTok

Syncthing: wat en hoe?

Wil je, bijvoorbeeld om privacyredenen, je data liever niet via cloudproviders synchroniseren, dan kun je dat doen binnen je eigen 'private cloud' met Syncthing. Je koppelt bijvoorbeeld je pc, laptop en NAS rechtstreeks via een beveiligde verbinding.

De tool werkt via peer-to-peer-synchronisatie: elk apparaat draait dezelfde software en communiceert via versleutelde verbindingen. Na het koppelen van apparaten met een unieke ID en het delen van een map zorgt Syncthing dat alle wijzigingen in realtime worden overgezet, zonder tussenkomst van externe servers of cloudaccounts. Alleen als een directe verbinding uitzonderlijk niet lukt, ondanks geavanceerde NAT-traversaltechnieken, schakelt Syncthing over op publieke relayservers. Je data blijven ook dan nog steeds end-to-end versleuteld en worden niet opgeslagen op die servers.

Syncthing installeren

Ga naar www.syncthing.net en klik op Syncthing Windows Setup of bezoek rechtstreeks www.github.com/Bill-Stewart/SyncthingWindowsSetup. Klik daar op Latest en download syncthing-windows-setup.exe. Start het met een dubbelklik. Klik op Next (twee keer) en kies een geschikte, lege installatiemap. Klik opnieuw op Next (twee keer) en laat de standaardinstellingen staan, tenzij je bijvoorbeeld de standaardpoort 8384 van de service wilt wijzigen. Klik nogmaals op Next en laat de vinkjes staan zodat Syncthing automatisch met Windows opstart. Bevestig met Installeren en vervolgens met Ja om de firewallregels toe te voegen. Sluit af met Finish en open je browser op het adres http://localhost:8384.

Je kunt de basisinstellingen in principe ongemoeid laten.

Syncthing: basisconfiguratie

Je komt nu in het Syncthing-dashboard met enkele gebruiksstatistieken. Open eerst Acties / Instellingen en ga naar het tabblad GUI om veiligheidshalve een gebruikersnaam en wachtwoord in te stellen voor toegang tot het dashboard. Bevestig met Opslaan en meld je aan.

Ga daarna opnieuw naar Instellingen en open het tabblad Verbindingen. Hier kun je onder meer de download- en uploadsnelheid beperken. Je laat hier bij voorkeur de opties NAT traversal inschakelen, Relaying inschakelen, Globale detectie en Lokale detectie aangevinkt staan. Bevestig opnieuw met Opslaan.

In het hoofdvenster klik je vervolgens op +Map toevoegen. Geef een naam op bij Maplabel, kies een (hoofdlettergevoelig) Map-ID en vul bij Maplocatie het volledige pad in, bijvoorbeeld C:\Gegevens. Klik op Opslaan. Bij de toegevoegde map kun je vervolgens detailinformatie bekijken, de map (opnieuw) scannen, bewerken of verwijderen.

De eerste map is klaar om via Syncthing gedeeld te worden.

Syncthing: client-verbinding

Nu moet je Syncthing nog vertellen met welke apparaten je de map wilt delen voor synchronisatie. Daarvoor heb je minstens één extra apparaat nodig. Clients bestaan voor verschillende platformen; voor iOS kun je Möbius Sync gebruiken.

We nemen Android als voorbeeld, met de app Syncthing-Fork uit de Play Store. Tik tijdens de eerste setup op Machtiging verlenen en activeer de gevraagde rechten voor datadeling, batterij-optimalisatie, locatie en meldingen.

In het hoofdvenster van Syncthing-Fork open je het tabblad Apparaten en tik je op de plusknop. Als server en client zich in hetzelfde netwerk bevinden, wordt het apparaat-ID van je server meestal automatisch gedetecteerd. Zo niet, open dan op je serverdashboard Acties / ID weergeven en vul het getoonde ID handmatig in of scan de QR-code. Geef op de client een apparaatnaam op en bevestig met het vinkicoontje.

Herhaal dit op je server door in het hoofdvenster op de groene knop +Apparaat toevoegen te klikken en het juiste apparaat-ID van het clienttoestel in te voeren. Bevestig met Opslaan.

Open daarna op je server de gedeelde map, kies Bewerken, ga naar het tabblad Delen, vink het clienttoestel aan en bevestig met Opslaan. Accepteer de meldingen om de synchronisatie te starten en kies op je client welke map voor downloads wordt gebruikt.

De synchronisatie tussen beide apparaten is gelukt.

Externe connectie

Omdat Syncthing gebruikmaakt van NAT-traversaltechnieken en relayservers, kun je de server ook via internet bereiken. In je client-app geef je dan eventueel nog aan dat Syncthing via een mobiele dataverbinding mag werken, via Instellingen / Uitvoervoorwaarden.

Bij Jellyfin en veel andere thuisservers komt er helaas wat meer kijken om externe verbindingen mogelijk te maken. Je moet dit niet alleen in de server toestaan, maar ook op netwerk- en routerniveau instellen. In je router kun je bijvoorbeeld een poortdoorverwijzing (Port Forward of ook wel Virtual Server) maken naar het interne ip-adres van je server, eventueel met een andere poort. Zo kun je ook poort 80 koppelen aan <internet-ip-adres-jellyfin-server>:8096, zodat externe gebruikers poort 8096 niet hoeven te onthouden.

Maak bij voorkeur ook een gratis dynamische DNS-naam aan, zodat je netwerk bereikbaar blijft, zelfs bij een wisselend ip-adres, bijvoorbeeld via een ddns-provider als Dynu. Met de bijbehorende updater-tool houd je deze koppeling actief.

Nog betrouwbaardere, maar technisch complexere alternatieven zijn een VPN (eventueel Tailscale op basis van WireGuard) of een Cloudflare Tunnel.

▼ Volgende artikel
Waar voor je geld: vijf Android-tablets met een 10 inch-scherm en groter
© lev dolgachov
Huis

Waar voor je geld: vijf Android-tablets met een 10 inch-scherm en groter

Bij ID.nl zijn we dol op kwaliteitsproducten waar je niet de hoofdprijs voor betaalt. Een paar keer per week speuren we binnen een bepaald thema naar zulke deals. Zoek je een goede tablet met een lekker groot scherm? We hebben vijf mooie exemplaren voor je gevonden.

Lenovo Tab M11 (ZADA0134SE)

Lenovo bewijst met zijn Tab M11 dat een goede tablet helemaal niet zo veel geld hoeft te kosten. Zo komen diverse onafhankelijke testers op Kieskeurig.nl tot een gemiddelde score van een 9. Vaak benoemde pluspunten zijn onder meer de hoge beeldkwaliteit, de lange accuduur en het goede geluid. Verder vinden gebruikers het prettig dat er al een stylus is inbegrepen. Handig voor wie graag tekeningen of handgeschreven notities maakt. Het lcd-scherm telt 1920 × 1200 pixels. De resolutie is weliswaar wat lager vergeleken met die van duurdere modellen, maar je kunt nog altijd films in Full-HD-kwaliteit streamen. De beelden ogen op het 11inch-scherm dan ook scherp. Ondanks de lage aanschafprijs heeft deze stevige tablet een metalen behuizing.

Voor het opslaan van apps en eigen data bevat de Tab M11 128 GB intern geheugen. Breid dat desgewenst uit met een eigen microSD-kaart van maximaal 1 TB. Het rekencentrum bestaat uit de veelgebruikte MediaTek Helio G88-processor en 4 GB werkgeheugen. Voor basistaken als e-mailen, internetten, webwinkelen en video's streamen is dat ruimschoots voldoende.

Samsung Galaxy Tab S9+ WiFi

Zoek je een krachtige tablet met een groot scherm? De Samsung Galaxy Tab S9+ WiFi heeft amoledscherm van 12,4 inch. Dat is een prettig formaat om bijvoorbeeld de digitale krant te lezen of Netflix-series te bingewatchen. Verder draait de aanwezige Qualcomm Snapdragon 8 Gen 2-processor zijn hand niet om voor zware taken, zoals het spelen van 3D-games of monteren van video's. Deze chipset bevat acht rekenkernen waarvan de snelste cores zijn afgeregeld op een maximale klokfrequentie van 3,36 GHz. In combinatie met 12 GB werkgeheugen kun je vlot op deze tablet werken. Gebruik hiervoor eventueel de bijgesloten drukgevoelige stylus.

Voor beeldbewerkingen komt de respectabele resolutie van 2800 × 1752 pixels goed van pas. Foto's en video's ogen hierop haarscherp. Daarnaast ondersteunt het amoledscherm een vernieuwingsfrequentie van 120 hertz. Je speelt dus snelle games zonder haperingen. De basisuitvoering heeft 256 GB interne opslag. Kies tussen de kleurstellingen grafiet en beige. Je kunt de Galaxy Tab S9+ WiFi ook met 512 GB interne opslag kopen (grafiet/beige). Overigens heeft de waterdichte behuizing een microSD-kaartslot, waardoor je de opslagcapaciteit eenvoudig met maximaal 1 TB kunt uitbreiden.

Xiaomi Pad 6

De Xiaomi Pad 6 is een krachtige tablet die zich richt op zowel entertainment als productiviteit. Het absolute hoogtepunt is het 11-inch WQHD+ scherm met een verversingssnelheid van 144Hz. Dit zorgt voor een aanzienlijk vloeiender beeld. Onder de motorkap vind je een snelle Snapdragon 870-processor, waardoor zware apps en games moeiteloos draaien.

De tablet heeft een luxe, volledig metalen behuizing en vier luidsprekers met Dolby Atmos-ondersteuning voor een ruimtelijk geluid. De accu van 8840 mAh gaat lang mee en laadt snel op (33W). Let wel dat de optionele stylus niet standaard wordt meegeleverd.

Logicom Tab XXL

De naam zegt het al: de Logicom Tab XXL is een grote tablet voor wie graag wat meer ruimte op het scherm heeft. Met het grote 14,1-inch display kijk je comfortabel films en series, lees je makkelijk langere teksten en heb je genoeg overzicht als je meerdere apps tegelijk gebruikt. Hij leent zich goed voor dagelijkse dingen zoals surfen op internet, mailen, videobellen en het gebruiken van bekende Android-apps. Ook voor thuiswerken of studeren is het grote scherm prettig, bijvoorbeeld bij het bekijken van documenten of online vergaderingen.

De camera’s zijn handig voor videogesprekken en snelle foto’s, terwijl wifi en bluetooth het eenvoudig maken om accessoires zoals een koptelefoon of toetsenbord te koppelen. Door de flinke batterij kun je de tablet langere tijd gebruiken zonder steeds naar een oplader te hoeven grijpen. De meegeleverde hoes maakt het geheel net wat praktischer in gebruik, zowel op de bank als aan tafel.

Lenovo Tab P12 (ZACH0112SE)

De Lenovo Tab P12 heeft een schermdiagonaal van 12,7 inch. De resolutie is met 2944 × 1840 pixels eveneens prima op orde, zodat je foto's en video's in een hoge kwaliteit kunt bekijken. Verder heeft de fabrikant ook aan een goed geluid gedacht. De metalen behuizing bevat vier minispeakers van het bekende audiomerk JBL. Een bluetooth-koptelefoon koppelen kan uiteraard ook.

De Tab P12 geschikt voor alledaagse apps, zoals Facebook, YouTube, Chrome en simpele spelletjes. es rekenkernen presteren op 2 GHz, terwijl de twee resterende cores zijn geklokt op 2,6 GHz. Deze tablet heeft daarnaast 8 GB werkgeheugen en 128 GB interne opslag. Overigens breid je de opslagcapaciteit makkelijk uit met een eigen microSD-kaart van maximaal 1 TB. Lenovo levert bij dit product een stylus mee. Benieuwd naar ervaringen van andere gebruikers? Lees dan deze reviews op Kieskeurig.nl.