ID.nl logo
De beste online archieven voor iedere niche
© Reshift Digital
Huis

De beste online archieven voor iedere niche

In de loop van de geschiedenis zijn helaas vele archieven verloren gegaan. Gelukkig zijn er nu internetarchieven die een schat aan gegevens digitaal conserveren, met als extra voordeel dat je er ook thuis van kunt genieten. We brengen graag een paar van de beste online archieven onder de aandacht.

Net zoals je regelmatig een back-up maakt van je eigen foto’s en documenten (toch?), zijn er organisaties, archivarissen en historici die voortdurend digitale kopieën opslaan van publieke informatie, vaak gestimuleerd door de overheid.

De op deze wijze ontstane online archieven kunnen burgers bijstaan bij het zoeken naar bepaalde informatie. Daarbij is de lastigste taak voor de archiefbeheerders niet zozeer het verzamelen van materiaal, maar het opzetten van een heldere structuur waardoor de bezoekers snel de speld in de hooiberg vinden.

Haast niets op het World Wide Web wordt echt verwijderd, en ook al heeft het Europees Hof van Justitie op 13 mei 2014 aan iedere Europese burger het recht toegekend om vergeten te worden door de zoekmachines, dan nog ijveren de internetarchieven voor het recht om te onthouden. Door systematische bewaring kan iedereen zijn culturele en politieke geschiedenis blijven raadplegen, ervan genieten en zelfs politici ter verantwoording roepen.

The Internet Archive

Het archief der archieven blijft voor ons The Internet Archive. De Amerikaanse internetondernemer Brewster Kahle stichtte in 1996 een non-profit organisatie die zich tot doel heeft gesteld om ‘universele toegang tot alle kennis’ te creëren. Het gaat om een digitale bibliotheek vol websites, culturele producten, boeken, software, video en audio die je gratis mag bekijken en gebruiken. Waarbij gezegd worden dat men er, ondanks de duizelingwekkende hoeveelheid aan materiaal, tot nu toe in slaagt om alles goed doorzoekbaar te houden voor de bezoekers.

The Internet Archive herbergt meer dan 200.000 softwaretitels, ook van iconische systemen als Atari en Commodore; bovendien kun je door een emulatiesysteem deze games effectief spelen. Ook 20 miljoen boeken en teksten zijn gearchiveerd en 4,5 miljoen audio-opnames, waaronder 180.000 live-concerten. In samenwerking met derden is men zelfs bezig met archiveren van oude lp’s.

©PXimport

Wij vonden met name de afdeling Video bijzonder interessant, waar je bijvoorbeeld propagandafilms uit de Tweede Wereldoorlog of comedyklassiekers van Charlie Chaplin kunt bekijken. Op dit ogenblik neemt The Internet Archive 70 tv-kanalen per dag op waardoor de tv-database explosief groeit.

Na enkele rechtszaken heeft The Internet Archive de mogelijkheid ingebouwd om websites te verwijderen van eigenaren die bezwaar aantekenen tegen deze archivering. Ondertussen plaatst het archief in San Francisco een constante back-up naar servers in Canada omdat Kahle zich zorgen maakt over de onvoorspelbaarheid en de juridische censuur van de Trump-regering.

Wayback Machine

Aan The Internet Archive is de Wayback Machine verbonden. Hier slaan crawlers (zoekbots) en bibliothecarissen iedere week één miljard webpagina’s op. De naam Wayback Machine is goed gekozen, want dit webarchief doet inderdaad dienst als internettijdmachine. Zolang een bepaalde site niet werd beveiligd door een wachtwoord, is de kans zeer groot dat je het verleden van een webadres op verschillende momenten in de tijd kunt bezoeken.

Deze tijdmachine werd oorspronkelijk ontworpen om digitale artefacten te archiveren voor onderzoekers en historici, maar het blijft natuurlijk interessant om te zien hoe een webpagina er vroeger uitzag. Een andere reden om dit archief te bezoeken, is om toegang te krijgen tot een website die ondertussen al is afgesloten en die dus via je browser niet meer direct toegankelijk is.

©PXimport

Je kunt de Wayback-machine op een paar manieren gebruiken, maar de meest gebruikelijke is via de zoekmachine. Typ in de zoekmachine een url in en vervolgens krijg je via de tijdlijn de historie van de gezochte website. Vanuit de tijdlijn open je de kalender. Alleen de dagen gemarkeerd met een cirkel bevatten een archief.

Een blauwe cirkel geeft aan dat het archief te openen is. Door op zo’n cirkel te klikken, bezoek je de website alsof hij vandaag nog live zou zijn. Vaak werken ook de koppelingen nog. Zie hierboven een voorbeeld van onze eigen website, anno 1997!

Geheugen van Nederland

De grootste erfgoedbank van Nederland is Geheugen van Nederland. Deze digitale schatkamer bundelt sinds 2000 de inhoud van meer dan 100 nationale archieven. Bovendien speelt men in op de interesses van het grote publiek door de website aan te passen aan de actualiteit.

Je kunt door historische collecties bladeren of gericht op zoek gaan naar materiaal over een specifiek onderwerp. Het online archief bevat ook een educatief gedeelte waarvoor lessen zijn ontwikkeld voor het voortgezet onderwijs.

©PXimport

Opvallend is verder de beeldbank met materiaal van foto’s, sculpturen, schilderijen, bronzen beelden, keramiek, moderne kunst, tekeningen, postzegels, affiches en krantenknipsels. Daarnaast zijn er ook video- en audiofragmenten te bekijken en te beluisteren.

Bewaarde geluiden

Vaak onthouden we van verouderde technologie alleen hoe die eruit zag. Maar hoe klónk de draaischijf van een telefoon, een antieken kasregister, een krijsend 56K-modem? Het project Conserve The Sound probeert geluiden te bewaren die we zelden of nooit meer horen .

Je krijgt een afbeelding van het object samen met een audioclip van 30 seconden. Het project bevat ook video’s van mensen die vertellen over hun relatie met bepaalde geluiden. De video’s zijn in het Duits, maar er is ook Engelse ondertiteling.

Hetzelfde idee vinden we bij het Museum of Endangered Sounds, een privé-project waar geluiden van uitstervende elektronica een plaats hebben gekregen. Door op een rechthoek te klikken, start de geluidsopname. Op die manier kun je een ongeduldige telefoon, een dot matrixprinter en een ratelende telex door elkaar heen laten horen.

Om gek van te worden, net als vroeger op kantoor!

©PXimport

Old Maps Online

Benieuwd hoe je regio er in de 18de of 17de eeuw uitzag? Of wil je een bepaalde militaire kaart bestuderen uit de eerste of tweede wereldoorlog? Old Maps Online is de ultieme bron voor gratis geo-informatie op het internet. Het succes van dit portaal zit hem in de combinatie van een indrukwekkend aantal historische kaarten en de soepele technologie die deze site bijzonder gebruiksvriendelijk maakt. De cartografische gegevens zijn afkomstig van gerenommeerde online bronnen en de gebruikersinterface is van een Zwitserse ontwikkelaar van geomapping.

Om een bepaalde kaart te vinden, typ je eerst de naam in het zoekvak. Hierdoor krijg je de locatie op een moderne kaart te zien. Daarnaast verschijnen tien, twintig of meer historische kaarten.

©PXimport

Door op zo’n historische kaart te klikken, krijg je informatie over het tijdstip en de makers. Bovendien markeert de webapp de omtrek van de historische landkaart op de moderne kaart. Daarna kun je de historische kaart openen en erop inzoomen.

Bovendien is er een chronologisch filter, dat maakt het vinden van kaarten uit een specifiek tijdperk veel eenvoudiger. De website Old Maps Online is een open project, gebruikers hoeven zich niet te registeren of in te loggen.

Europeana

De Europese Unie besliste in wat ze ‘De nieuwe renaissance’ noemde, dat vanaf 2016 de inhoud van meer dan 3500 musea publiek toegankelijk moet zijn in het archief Europeana. Gefinancierd door de Europese gemeenschap zijn ondertussen miljoenen items verzameld in deze portaalsite waarvan het hoofdkantoor gevestigd is in Den Haag.

De site biedt toegang tot 57 miljoen gedigitaliseerde objecten, muziekopnames en multimediale collecties en ondersteunt iedere Europese taal. Je kunt de zoekmachine gebruiken of je laten leiden door de virtuele collecties die je meenemen door de tijd en verhalen brengen over migratie, mode, muziek, enzovoort … Je kunt ook door het platform bladeren per tijdzone of per land. Bij iedere object lees je of je het mag hergebruiken, in beperkte mate mag hergebruiken of niet mag hergebruiken.

Genoeg leuks voor een regenachtige zondag, nietwaar?

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.