ID.nl logo
8 managed switches voor thuis getest
© Reshift Digital
Huis

8 managed switches voor thuis getest

Een managed switch geeft je meer handige mogelijkheden dan een ‘domme’ switch, zodat je meer controle over je netwerk krijgt. Je kunt bijvoorbeeld werken met VLAN’s, prioriteiten voor verkeer instellen zoals voip, of poorten bundelen voor extra bandbreedte – handig voor een nas. Is jouw netwerk ook toe aan zo’n upgrade? We hebben acht managed switches voor je binnenstebuiten gekeerd en praten je bij.

Heb je te weinig netwerkpoortjes of wil je meer mogelijkheden voor je netwerk? Met een managed switch vang je twee vliegen in één klap. Maar het aanbod is groot en de technische termen vliegen je om de oren. Daarom zochten we relatief eenvoudige en betaalbare (tot ongeveer 120 euro) managed switches voor thuis of een kleinzakelijk netwerk. Ze bieden vijf tot zestien gigabit-ethernetpoorten (en soms een verdwaalde glasvezelpoort), een handige webinterface en veel extra’s. Die heb je nu wellicht niet allemaal nodig, maar later misschien wel!

Zo hebben we switches getest

Een switch zet je meestal ergens uit het zicht en hoeft er dus niet per se mooi uit te zien. We letten in deze test eerder op de kwaliteit van de behuizing en bevestigingsmogelijkheden. Voor alle modellen hebben we bij het eerste gebruik de firmware bijgewerkt, wat vrijwel altijd valt aan te raden. Er worden namelijk soms mogelijkheden toegevoegd of veiligheidsgaten gedicht. Verder is het vooral belangrijk dat ze de opties ondersteunen die je als thuisgebruiker of klein bedrijfje zoekt, met een gebruiksvriendelijke webinterface om alles in te stellen. Veel managed switches zitten vol zakelijke handigheidjes die je waarschijnlijk niet snel nodig hebt en die we dan ook als bonus beschouwen. De mogelijkheid om met virtual lan’s ofwel VLAN’s te werken is wellicht één van de beste redenen om zo’n switch in huis te halen. We letten hier dan ook extra op. Voor de test gebruiken we een router met zowel een lan-poort als een trunk-poort met daarop drie VLAN’s. De router handelt het verkeer tussen VLAN’s onderling en richting internet af. Op de switch sluiten we enkele pc’s aan op de verschillende subnets. Daarnaast gebruiken we een accesspoint die met meerdere VLAN’s overweg kan, waarvoor we een trunk-poort met de gewenste VLAN’s gebruiken. Enkele van de geteste switches zijn al jaren te koop, maar we zijn doorgaans wel een paar hardwarerevisies en firmwareversies verder. Je zou dus kunnen stellen dat ze in ieder geval vrij toekomstbestendig zijn.

©PXimport

Stap naar multi-gigabit?

Je komt ze al meer tegen: switches die 10 gigabit per seconde verstouwen. Meestal gebeurt dat via één of meerdere glasvezelpoortjes van het type sfp+, maar het kan ook direct via een normale ethernetpoort. In deze test maakt één switch, het model van D-Link, gebruik van glasvezel, maar dat zijn sfp-poorten. De meerwaarde zit hem in dit geval niet in de snelheid (die is bij sfp gelijk aan gigabit-ethernet) maar de veel grotere afstand die je kunt overbruggen. Je zou het thuis kunnen gebruiken om bijvoorbeeld twee switches te verbinden, wat ook bij sfp+ een belangrijke toepassing is, maar de investering in modules en kabels weegt eigenlijk niet op tegen het gebruik van gewone koperdraadkabels.

De mogelijkheid om VLAN’s te gebruiken is één van de beste redenen om een switch in huis te halen.

-

Werken met VLAN’s

De mogelijkheid om VLAN’s te gebruiken is natuurlijk een meerwaarde van managed switches. We hebben het bij VLAN’s meestal over 802.1q, waarbij de switch op basis van VLAN-id (een labeltje op het verkeer) bepaalt bij welke poort het verkeer hoort. Een managed switch biedt natuurlijk meer handige features. Bijvoorbeeld QoS (quality of service) waarmee je per poort of op basis van 802.1p bepaald verkeer prioriteit geeft. Verder kun je vaak poorten bundelen dankzij statische of dynamische link-aggregatie. Die laatste heet ook wel lacp (link aggregation control protocol) en lost problemen zoals verkeerde bekabeling zelf op. Zo’n bundeling is handig tussen twee switches, maar kan ook bijvoorbeeld richting nas of server met meerdere netwerkpoorten gebruikt worden. Het geeft je doorgaans geen dubbele doorvoersnelheid maar juist meer bandbreedte: twee gebruikers kunnen op volle snelheid bestanden overbrengen, zolang de rest van de nas dat ook kan bijbenen natuurlijk. Bij veel modellen kun je IGMP Spoofing gebruiken voor het verbeteren van multicast-verkeer zoals een tv-signaal. Verder kunnen switches je netwerk beschermen tegen overvloedig verkeer (zoals broadcast, multicast of unicast). En met port mirroring kun je verkeer spiegelen naar een andere poort, bijvoorbeeld om het netwerkverkeer te monitoren.

Beheer van je switch

Je moet al die mooie features natuurlijk ook in kunnen stellen. Daarvoor hebben managed switches een webinterface. Veel managed switches nemen de ip-configuratie tegenwoordig via dhcp over, wat erg praktisch is. Er zijn ook switches die op een vast ip-adres zijn ingesteld en dat geeft meerdere problemen. Wellicht heb je al een pc in je netwerk op dat ip-adres. Daarnaast kun je er niet meerdere tegelijkertijd in gebruik nemen, al die switches zitten immers op hetzelfde ip-adres. Ten slotte moet je de netwerkconfiguratie van je beheer-pc ‘passend’ maken om er in te komen. Wat helpt is dat je enkele switches via software kunt opsporen in je netwerk en een passende ip-configuratie geven.

©PXimport

Power over Ethernet

Een van de belangrijkste trends van de laatste jaren is het voeden van randapparatuur met Power over Ethernet (PoE). De stroom gaat dan over de netwerkkabel zelf, ideaal voor bijvoorbeeld accesspoints. Veel switches zijn leverbaar met of zonder power-over-ethernet. Het drijft de prijs wel op, afhankelijk van het gewenste vermogen. De belangrijkste standaarden zijn 802.3af dat zijn 15 watt per poort kan leveren en 802.3at dat tot 30 watt kan leveren. Overigens wordt bij veel PoE-geschikte netwerkapparaten een zogeheten injector bijgeleverd: een voeding die je vlak voor de netwerkkabel kunt aansluiten en dan doorlussen naar de switch. Het maakt met zo’n injector eigenlijk niet uit of de switch zelf PoE biedt. Bij de test van de GS1200-5HP met PoE zullen we verder ingaan op deze voorziening en het nut ervan.

©PXimport

D-Link DGS-1210-10

In de DGS-1210-serie biedt D-Link gigabit-switches met 8, 16, 24 of 48 poorten, waarbij ook modellen met PoE leverbaar zijn. We bekijken de DGS-1210-10 zonder PoE. Er is ook een P-versie met PoE die een paar tientjes duurder is. Het is een stevige switch die zelfs groter is dan sommige 16poorts-modellen maar wel met het voordeel van een ingebouwde voeding. Je vindt er naast acht rj45-poorten ook nog twee sfp-poorten op voor een glasvezelverbinding. Je configureert ze zoals de andere poorten. Met de D-Link Network Assistant (DNA)-software (ook voor Windows verkrijgbaar), spoor je de switch gemakkelijk op in je netwerk en kun je bijvoorbeeld dhcp activeren, want dat is niet standaard het geval. Het opsnorren van de juiste firmware was een zoektochtje, maar de installatie gaf geen problemen. De webinterface werkt comfortabel, maar wie weinig netwerkervaring heeft gaat liefst recht op zijn doel af, zoals naar de VLAN-configuratie die verder weinig (extra) uitdagingen geeft. Het is de meest complete switch in deze test, al zijn de meeste extra’s vooral interessant in een bedrijfsomgeving, of natuurlijk om wat te leren. Erg belangrijk is dat je configuratiewijzigingen opslaat, want de switch valt na een herstart terug op die bewaarde instellingen. Als iets misgaat is er gelukkig een resetknopje dat - met wat gevoel voor timing – het apparaat terugzet naar fabrieksinstellingen.

©PXimport

D-Link DGS-1210-10 (Best getest)

Prijs
€ 90,-
Websitehttps://eu.dlink.com/nl/nl8Score80

  • Pluspunten

  • Ingebouwde voeding

  • Veel extra mogelijkheden

  • Minpunten

  • Vrij groot en zwaar

  • Minder toegankelijk voor beginners

Netgear GS108Ev3

De Netgear GS108PEv3 is één van de goedkoopste in de test en nauwelijks duurder dan sommige unmanaged modellen. Het degelijke kastje biedt bijna alle features die je van een ‘smart’ switch verwacht. De configuratietool voor Windows hebben we overgeslagen. Via de gestructureerde webinterface kun je eigenlijk alles vlot instellen. Wel liepen we in de Chromium-browser tegen wat problemen aan, maar door over te stappen op Chrome waren die gelijk opgelost. De instellingen wijzigen zichzelf meestal, al gaat het instellen van VLAN’s niet heel gebruiksvriendelijk. Je moet eerst de VLAN’s individueel toevoegen en daarna in een apart scherm per VLAN de poorten configureren, waarbij het overzicht ver te zoeken is. Het kan beter, maar als je het eenmaal goed hebt ingesteld zul je er wellicht niet meer naar omkijken. De switch biedt als enige van de geteste modellen geen link-aggregatie, daarvoor moet je naar de 16- of 24poorts-modellen kijken. In een thuissituatie zul je het niet zo snel missen, hooguit wellicht als je veel verkeer van verschillende apparaten naar een nas of server hebt, die dan ook nog over twee netwerkpoorten moeten beschikken.

©PXimport

Netgear GS108Ev3

Prijs
€ 40,-
Websitewww.netgear.nl7Score70

  • Pluspunten

  • Voordelig

  • Degelijke behuizing

  • Minpunten

  • Geen link-aggregatie

  • Instellen VLAN’s onoverzichtelijk

TP-Link TL-SG108E

De TL-SG108E is een voordelige en compacte switch die sterk op het model van Netgear lijkt. Er bestaan verschillende hardware-versies die weinig verschillen. Belangrijk is dat de switch sinds versie 2.0 over een webinterface beschikt voor het beheer. En de 4.0 die wij ontvingen is standaard op dhcp ingesteld, wat het in gebruik nemen makkelijker maakt. Ook handig: de configuratie blijft nu behouden na een firmware-upgrade. Een reset is ook gemakkelijk te doen: houd de resetknop tien seconden ingedrukt terwijl je de stroom aansluit. Zoals bij de meeste voordelige managed switches is de toegang tot de webinterface niet zo goed af te schermen, bijvoorbeeld door het op een apart VLAN te zetten, zodat je op zijn minst een sterk wachtwoord moet kiezen. De configuratie van VLAN’s is basic maar wel overzichtelijk. Link-aggregatie is ook van de partij, maar alleen statisch. En met twee groepen met tot vier poorten per groep zit je switch dan wel meteen vol. Let erop dat IGMP Snooping standaard aanstaat. Als er geen multicast-verkeer is, zoals ip-televisie of streams via AirPlay en Chromecast, kun je het beter uitzetten. Al met al een nette no-nonsense switch. Voor de liefhebber is er ook de TL-SG108PE met vier 802.af PoE-poorten en een budget van 55 watt, te verdelen over de eerste vier poorten.

©PXimport

TP-Link TL-SG108E (Redactietip)

Prijs
€ 35,-
Websitewww.tp-link.com/nl/8Score80

  • Pluspunten

  • Voordelig

  • Degelijke behuizing

  • Minpunten

  • Alleen statische link-aggregatie

TP-Link TL-SG1016DE

Een enkele keer zul je net wat meer netwerkpoorten nodig hebben. Vooral in de meterkast, waar je de meeste netwerkapparaten zult aansluiten en ook vaak de verbindingen naar andere plekken in huis samenkomen. De TL-SG1016DE lijkt dan een aantrekkelijke optie. Het is de goedkoopste managed gigabit 16poorts-switch op de markt. Qua uiterlijk is het bijna een kopie van de populaire unmanaged TL-SG1016D. Vanaf 16 poorten zie je wat vaker ventilatoren in switches, maar deze kan zonder en blijft daarmee stil én koel. De behuizing is verder degelijk, met haakjes om hem bijvoorbeeld in de meterkast vast te schroeven, al heb je dan in de breedte wel bijna een halve meter nodig. Een voeding is al ingebouwd. Functioneel zijn er vrijwel geen verschillen met de TL-SG108E dus je koopt hem vooral voor de extra poortjes. Het grootste gemis, als je er toch de poortjes voor hebt, is lacp voor dynamische link-aggregatie (statisch kan wel). Wie behalve met netwerkapparaten ook aan de gang wil met PoE kan de TL-SG1016PE overwegen. Die ondersteunt zowel PoE als PoE+ en met een flink vermogen van 110 watt. Het maakt hem ook bijna twee keer zo duur.

©PXimport

TP-Link TL-SG1016DE

Prijs
€ 80,-
Websitewww.tp-link.com/nl/8Score80

  • Pluspunten

  • Veel netwerkpoorten

  • Voeding is ingebouwd

  • Voordelig

  • Minpunten

  • Functioneel wat beperkt

Ubiquiti UniFi Switch 8

Ubiquiti heeft een heel ecosysteem van netwerkapparaten die mooi samenwerken. Je kunt ze centraal beheren en monitoren vanuit de uitgebreide UniFi Controller-software. We installeerden de software op een server, maar er zijn meer opties. Je hebt de software alleen nodig voor de configuratie, niet tijdens het gebruik. Qua netwerkterminologie wijkt de fabrikant soms af van het gangbare, maar het komt het gebruiksgemak meestal ten goede. En standaarden worden gevolgd, dus je kunt alles gewoon met andere netwerkapparatuur combineren. De configuratie van VLAN’s doe je eigenlijk los van de switch door ze apart toe te voegen als netwerk. Daarna kun je ze toekennen aan de netwerkpoorten, als je naar de UniFi-switch bladert die al automatisch in het netwerk is gevonden. Je ziet ook meteen welke apparaten met de switch zijn verbonden en met welke snelheid. De beheersoftware is wellicht wat overkill als je het houdt bij een 8-poort switch zoals hier getest, maar heeft absoluut meerwaarde als je gaat uitbreiden met bijvoorbeeld een UniFi-accesspoint. Die kan een unieke ssid uitzenden per VLAN (met maximum van vier). Wat hardware betreft valt er ook niets te klagen. De behuizing is degelijk en volledig stil, hooguit wat warm maar dat geeft geen problemen. Het stroomverbruik is bescheiden: we meten 5,6 watt met vier actieve apparaten. Naast de hier geteste US-8 met PoE-doorvoer is er ook de 8-60W met ‘echte’ PoE: 4 poorten voor 60 watt. Die versie is nauwelijks duurder, dus dat is een aantrekkelijk alternatief als je die extra’s denkt te kunnen gebruiken.

©PXimport

Ubiquiti UniFi Switch 8

Prijs
€ 100,-
Websitewww.ui.com8Score80

  • Pluspunten

  • Uitgebreide beheersoftware

  • Past mooi in ecosysteem

  • Minpunten

  • Prijzig

DrayTek VigorSwitch G1080

De G1080 lijkt als twee druppels water op de 8-poort modellen van TP-Link en Netgear en biedt ook dezelfde features, met een paar extra’s. Zo ondersteunt hij bijvoorbeeld (alleen) dynamische link-aggregatie (lacp), overigens met slechts één groep met twee poorten. Hoewel de switch volgens de handleiding een vast ip-adres heeft krijgt het dat na aansluiten gelukkig via dhcp. We kunnen dus direct door het gebruiksvriendelijke instellingenmenu bladeren. Vooral het instellen van VLAN’s gaat makkelijk én overzichtelijk: geholpen door kleuren lees je direct de instelling van alle poorten. Wat ook wel van pas kan komen is het tabelletje met mac-adressen van de aangesloten netwerkapparaten. Nieuwe firmware is gemakkelijk te vinden op de Nederlandse website van DrayTek. De upgrade van versie 1.04.05 naar 1.04.07 verliep soepel en bracht zelfs een mooie nieuwe functie: de mogelijkheid om poorten te isoleren. Je zorgt er dan feitelijk voor dat de apparaten op die poorten niet meer onderling kunnen communiceren, wat je merkt aan bijvoorbeeld een geblokkeerde ‘ping’ tussen de apparaten. Het wordt daarom ook wel private lan genoemd. Kortom, best wat leuke extra’s die voor een enkeling de meerprijs waard kunnen zijn.

©PXimport

DrayTek VigorSwitch G1080

Prijs
€ 55,-
Websitewww.draytek.nl8Score80

  • Pluspunten

  • Dynamische link-aggregatie

  • Poort-isolatie mogelijk

  • Overzichtelijke VLAN-configuratie

  • Minpunten

  • Relatief duur

ZyXEL GS1200-5

De GS1200 van ZyXEL is een typisch instapmodel en ligt qua prijs net wat boven het model van Netgear, gerekend naar het 8poorts-model. Wij testten de 5poorts-versie maar die is verder op de prijs na gelijk aan de GS1200-8. Voor de test kwamen we eigenlijk net een poortje te kort. Maar er zijn, als je toch je hele netwerk een upgrade met VLAN’s gaat geven, genoeg plekken waar dit meestal meer dan genoeg is. Bijvoorbeeld bij de televisie, waar je hem dankzij de compacte behuizing makkelijk wegstopt in bijvoorbeeld het televisiemeubel. De stevige metalen behuizing kan wel tegen een stootje en kun je eventueel ook aan de muur bevestigen. De switch kent een broertje met onder andere PoE, die we hierna bespreken. Klein minpuntje van de switches: er is standaard geen dhcp ingesteld. De webinterface vind je op 192.168.1.3 en dat is typisch een adres dat je wellicht al in gebruik hebt. Om er in te komen geef je je pc een ip-adres van bijvoorbeeld 192.168.1.4 met subnetmasker 255.255.255.0 waarna je de router in je netwerk kunt benaderen. Hierna kun je overigens alsnog de adrestoewijzing op dhcp zetten.

©PXimport

ZyXEL GS1200-5

Prijs
€ 30,-
Websitewww.zyxel.com7Score70

  • Pluspunten

  • Heel compacte behuizing

  • Stevig uitgevoerd

  • Voordelig

  • Minpunten

  • Geen dhcp

ZyXEL GS1200-5HP v2

De GS1200-5HP v2 is vergelijkbaar met bovenstaande GS1200-5 met toevoeging van PoE. Het kastje is zo’n anderhalf keer breder en zwaarder en wordt met veel forsere voeding geleverd (met aparte aan/uitschakelaar), nodig om netwerkapparaten direct vanuit de switch te kunnen voeden. Zowel PoE (802.3af) als PoE+ (802.3at) wordt ondersteund. Het is daarmee één van de voordeligste switches met ondersteuning voor beide PoE-standaarden. Bij PoE is 15 watt per poort mogelijk, bij PoE+ is dat 30 watt. Belangrijk is vooral het werkelijke verbruik. Je hebt namelijk een totaal ‘budget’ van 60 watt dat je kunt verdelen over in dit geval vier poorten. Welke poorten dat zijn zie je op de voorkant onder de aansluitingen. De 8poorts-GS1200-8HP heeft overigens hetzelfde budget en evenveel PoE-geschikte poorten. Het is in principe niet bezwaarlijk dat PoE standaard actief is voor alle poorten, er wordt namelijk onderhandeld over de vermogensvraag, maar we zetten het zelf liever uit als het niet wordt gebruikt. Dan naar het stroomverbruik. Als we een accesspoint aansluiten geeft de configuratiepagina van de switch netjes het verbruik daarvan aan (3,2 watt) en resterende budget (56,8 watt) voor andere apparaten. We zien het verbruik van de switch zelf oplopen van 3,1 watt zonder accesspoint, naar 8,9 watt met accesspoint. Als je geen PoE gebruikt is de GS1200-5 overigens iets zuiniger (2,2 watt).

©PXimport

ZyXEL GS1200-5HP v2

Prijs
€ 70,-
Websitewww.zyxel.nl8Score80

  • Pluspunten

  • Voordelige optie met PoE en PoE+

  • Handige verbruiksweergave

  • Koel en volledig stil ondanks PoE

  • Minpunten

  • Relatief grote behuizing

  • Zware voedingsadapter

Conclusie

Bij het kiezen van een switch staan de mogelijkheden eigenlijk voorop. Qua prestaties zul je geen noemenswaardige verschillen meten, zolang er geen ‘kink’ in de kabel zit. Veel van de geteste switches bieden nagenoeg dezelfde mogelijkheden en hebben ook nog eens een vrijwel identieke behuizing. Ze zijn allemaal volledig stil en verbruiken weinig stroom. Bij een paar mogelijkheden moet je opletten. Bijvoorbeeld link-aggregatie, dat niet altijd wordt ondersteund en soms alleen statisch of alleen dynamisch. Voor de meeste mensen zal de mogelijkheid om met VLAN’s te werken de grootste meerwaarde zijn en dat kan gelukkig met alle modellen. Het instellen gaat het makkelijkst op de switches van DrayTek en ZyXEL. Ubiquiti maakt het je ook gemakkelijk, maar dan moet je je wel eerst verdiepen in de bijna onvermijdelijke beheersoftware. Als dan de prijs de doorslag moet geven, dan tippen we de TP-Link TL-SG108E. Het model van D-Link is een goede optie als je nu of op termijn extra mogelijkheden zoekt. Een ingebouwde voeding is bovendien best praktisch. Maar de prijs ligt een stuk hoger en de meerwaarde van sfp-poorten is wat beperkt, tenzij je bijvoorbeeld rechtstreeks je glasvezelinternet wilt aansluiten. Wil je met PoE aan de slag dan is de ZyXEL GS1200-5HP v2 een aantrekkelijk geprijsde switch met zowel PoE als PoE+. Of je kiest meteen de wat completere (niet door ons geteste) 8poorts-GS1900-8HP.

▼ Volgende artikel
SSD vs. HDD: waarom is een SSD zo veel sneller dan een harde schijf?
© arinahabich
Huis

SSD vs. HDD: waarom is een SSD zo veel sneller dan een harde schijf?

Waarom start een computer met een SSD binnen enkele seconden op, terwijl een oude harde schijf blijft ratelen? Het vervangen van een HDD door een SSD is de beste upgrade voor een trage laptop of pc. We leggen in dit artikel uit waar die enorme snelheidswinst vandaan komt en wat het fundamentele verschil is tussen deze twee opslagtechnieken.

Iedereen die zijn computer of laptop een tweede leven wil geven, krijgt vaak hetzelfde advies: vervang de oude harde schijf door een SSD. De snelheidswinst is direct merkbaar bij het opstarten en het openen van programma's. Maar waar komt dat enorme verschil in prestaties vandaan? Het antwoord ligt in de fundamentele technologie die schuilgaat onder de behuizing van deze opslagmedia.

De vertraging van mechanische onderdelen

Om te begrijpen waarom een Solid State Drive (SSD) zo snel is, moeten we eerst kijken naar de beperkingen van de traditionele harde schijf (HDD). Een HDD werkt met magnetische roterende platen. Dat kun je vergelijken met een geavanceerde platenspeler. Wanneer je een bestand opent, moet een fysieke lees- en schrijfkop zich naar de juiste plek op de draaiende schijf verplaatsen om de data op te halen. Dat fysieke proces kost tijd, wat we latentie noemen. Hoe meer de data op de schijf verspreid staat, hoe vaker de kop heen en weer moet bewegen en wachten tot de juiste sector onder de naald doordraait. Dit mechanische aspect is de grootste vertragende factor in traditionele opslag.

©Claudio Divizia

Flashgeheugen en directe gegevensoverdracht

Een SSD rekent definitief af met deze wachttijden omdat er geen bewegende onderdelen in de behuizing zitten. De naam 'Solid State' verwijst hier ook naar; het is een vast medium zonder rammelende componenten. In plaats van magnetische platen gebruikt een SSD zogenoemd NAND-flashgeheugen. Dat is vergelijkbaar met de technologie in een usb-stick, maar dan veel sneller en betrouwbaarder. Omdat de data op microchips wordt opgeslagen, is de toegang tot bestanden volledig elektronisch. Er hoeft geen schijf op toeren te komen en er hoeft geen arm te bewegen. De controller van de SSD stuurt simpelweg een elektrisch signaal naar het juiste adres op de chip en de data is direct beschikbaar.

Toegangstijd en willekeurige leesacties

Hoewel de maximale doorvoersnelheid van grote bestanden bij een SSD indrukwekkend is, zit de echte winst voor de consument in de toegangstijd. Een besturingssysteem zoals Windows of macOS is constant bezig met het lezen en schrijven van duizenden kleine systeembestandjes. Een harde schijf heeft daar enorm veel moeite mee, omdat de leeskop als een bezetene heen en weer moet schieten. Een SSD kan deze willekeurige lees- en schrijfopdrachten (random read/write) nagenoeg gelijktijdig verwerken met een verwaarloosbare vertraging. Dat is de reden waarom een pc met een SSD binnen enkele seconden opstart, terwijl een computer met een HDD daar soms minuten over doet.

©KanyaphatStudio

Van SATA naar NVMe-snelheden

Tot slot speelt de aansluiting een rol in de snelheidsontwikkeling. De eerste generaties SSD's gebruikten nog de SATA-aansluiting, die oorspronkelijk was ontworpen voor harde schijven. Hoewel dat al een flinke verbetering was, liepen snelle SSD's tegen de grens van deze aansluiting aan. Moderne computers maken daarom gebruik van het NVMe-protocol via een M.2-aansluiting. Deze technologie communiceert rechtstreeks via de snelle PCIe-banen van het moederbord, waardoor de vertragende tussenstappen van de oude SATA-standaard worden overgeslagen. Hierdoor zijn snelheden mogelijk die vele malen hoger liggen dan bij de traditionele harde schijf.

Populaire merken voor SSD's

Als je op zoek bent naar een betrouwbare en snelle SSD, is er een aantal fabrikanten dat de markt domineert. Samsung wordt door velen gezien als de marktleider op het gebied van flashgeheugen en staat bekend om de uitstekende prestaties van hun EVO- en PRO-series. Daarnaast is Western Digital (WD) een vaste waarde; dit merk heeft de transitie van traditionele harde schijven naar SSD's succesvol gemaakt met hun kleurgecodeerde (Blue, Black en Red) series voor verschillende doeleinden. Ook Transcend is een uitstekende keuze; dit merk staat al jaren bekend om zijn betrouwbare geheugenproducten en biedt duurzame SSD's die lang meegaan. Tot slot bieden merken als Kingston en Seagate betrouwbare alternatieven die vaak net iets vriendelijker geprijsd zijn, zonder dat je daarbij veel inlevert op stabiliteit.

▼ Volgende artikel
AI zonder programmeren: Zo bouw je je eigen chatbot
© ID.nl
Huis

AI zonder programmeren: Zo bouw je je eigen chatbot

Misschien heb je wel eens een vraag gesteld aan een AI-chatbot als ChatGPT, Microsoft Copilot of Perplexity. Maar hoe ontwerp je zelf nu zo'n chatbot? Met de juiste tools is daar zelfs weinig tot geen programmeerwerk voor vereist. We bekijken twee uiteenlopende oplossingen.

Een AI-chatbot is een digitale gesprekspartner die wordt aangedreven door kunstmatige intelligentie. Meestal is de intelligentie gebaseerd op een taalmodel dat is getraind om mensachtige gesprekken te voeren. In tegenstelling tot traditionele op regels gebaseerde chatbots, die alleen vooraf ingestelde antwoorden geven, kan een AI-chatbot vrije tekst begrijpen en ‘natuurlijke’ reacties geven.

In dit artikel kijken we naar het bouwen van een eigen chatbot die je op je desktop of mobiel kunt gebruiken en zelfs op een eigen website kunt plaatsen. We bespreken twee manieren. De eenvoudigste is een no-code chatbotplatform dat het AI-gedeelte achter de schermen afhandelt en je via een gebruiksvriendelijke interface laat bepalen hoe de gespreksflow verloopt. Typische voorbeelden zijn Chatfuel en Chatbot voor zakelijke toepassingen. Daarnaast zijn er de meer toegankelijke Poe en Coze, die we hier behandelen. Onze tweede oplossing is technischer, maar flexibeler. Daarbij gebruik je de Application Programming Interface (API) van een AI-taalmodel om de AI-functionaliteit in je eigen omgeving te integreren. Hiervoor werken we graag met de online omgeving Google Colab.

Poe

Laten we starten met een gebruiksvriendelijke optie: het no-code chatbotplatform Poe (www.poe.com). Je kunt hier ook de app voor desktop of mobiel downloaden en installeren, met vrijwel dezelfde interface en functies als in de browser. De eerste keer maak je een account aan of meld je je aan met je Google- of Apple-account. Via Bots and apps kun je met allerlei AI-chatbots praten, maar in dit geval willen we vooral een eigen chatbot maken. Concreet gaat het om het creëren van een eigen ‘persona’ binnen een gekozen AI-model. Zo’n persona kun je zien als het perspectief, de rol of identiteit die je een AI-bot meegeeft.

Klik hiervoor op Create +. Je krijgt nu verschillende opties, zoals Image generation bot, Video generation bot en Prompt bot. Wij kiezen dit laatste.

Poe bestaat ook als desktop-app en biedt toegang tot vele tientallen AI-modellen.

Creatie

Je hoeft nu eigenlijk alleen maar een onlineformulier in te vullen. We doorlopen kort de belangrijkste onderdelen. Naast het gekozen bottype moet je een naam verzinnen. Omdat deze deel uitmaakt van de url, kies je bij voorkeur een originele, korte naam in kleine letters. Voeg ook een beschrijving toe, die zichtbaar is voor gebruikers van je bot.

Bij Base bot selecteer je een geschikt AI-model, bijvoorbeeld Claude-Haiku-3, GPT-4o-mini, GPT-5 of Grok-4. Afhankelijk van het model gelden er soms beperkingen. Poe-abonnees krijgen doorgaans uitgebreidere toegang tot de duurdere modellen.

Bij Prompt beschrijf je nauwkeurig en uitgebreid hoe de bot moet reageren. De optie Optimize prompt for Previews kun je uitgeschakeld laten. Vul bij Greeting message een welkomstwoord in dat de bot bij elke start toont. Het onderdeel Advanced kun je eigenlijk ongemoeid laten, maar interessant is wel dat je bij Custom temperature het ‘creativiteitsgehalte’ van de bot kunt instellen: hoe hoger de waarde, hoe creatiever en onvoorspelbaarder.

Bij Access kies je de zichtbaarheid van je bot. Wellicht is Only people with the access link de handigste optie, waarna de url zichtbaar wordt en je deze kunt verspreiden. Klik bovenin op Edit picture en kies of ontwerp een passend pictogram. Is alles ingevuld, klik dan onderin op Publish. Je bot is nu klaar voor gebruik. Om je bot te bewerken, hoef je deze maar bij Bots and apps te selecteren en via het knopje met de drie puntjes op Edit te klikken. Ook de optie Delete is beschikbaar.

Geef duidelijk aan wat je bot precies moet doen.
GPT's van OpenAI

Binnen de omgeving van OpenAI (https://chat.openai.com) kun je ook je eigen AI-chatbots maken, de zogeheten GPT’s. Hiervoor heb je wel een plusabonnement nodig (23 euro per maand). Je bent daarbij ook beperkt tot de GPT-modellen van OpenAI, maar je kunt je creaties wel delen via een link of in de GPT-store.

In het kort werkt dit als volgt. Meld je aan en klik links op GPT’s. Klik rechtsboven op + Maken. Via Configureren stel je alles handmatig in, maar via Maken kan het ook ‘al converserend’. Beschrijf kort wat je GPT moet doen en voor wie. Laat de tool een naam en profielfoto voorstellen en beantwoord de vragen om toon en werking af te stemmen. Test je GPT in de preview en ga daarna naar Configureren, waar je naam, beschrijving, instructies en gespreksopeningen ziet. Bij Kennis kun je bestanden uploaden zodat je GPT ook informatie uit je eigen documenten haalt. Via Nieuwe handeling maken koppel je eventueel acties aan externe API’s, gebruik alleen API’s die je vertrouwt. Bevestig met Maken en bepaal hoe je je GPT deelt: Alleen ik, Iedereen met de link of GPT-winkel (in een zelfgekozen categorie). Rond af met Opslaan. Je kunt de link (https://chatgpt.com/g/<code><naam>) daarna kopiëren en verspreiden. Via GPT’s / Mijn GPT’s kun je eerder gemaakte GPT’s bewerken of verwijderen.

Je kunt ook je ook eigen ‘chatbots’ (GPT’s) ontwerpen, gebruiken en met anderen delen.

Poe biedt ook geavanceerdere mogelijkheden als een Server bot-type (waarmee je ook andere API’s kunt aanroepen). Via Knowledge base kun je verder eigen informatiebronnen toevoegen waaruit de bot kan putten. Voor complexere bots gebruiken we toch liever het no-code platform Coze (www.coze.com) dat veel extra opties kent. Meld je aan met je Google-account, klik op + Create in de linkerkolom en daarna op + Create bij Create agent.

Coze

Coze gebruikt de term agent in plaats van bot om duidelijk te maken dat je er een digitale assistent mee kunt maken die niet alleen met een AI-model antwoorden geeft, maar ook geheugen of context kan gebruiken en meerdere kanalen kan bedienen, zoals een website of een Discord-server, maar zover gaan we hier niet.

Vul een passende naam voor je bot of agent in en schrijf een korte maar duidelijke omschrijving, bijvoorbeeld “Deze bot haalt allerlei informatie uit onze eigen documenten rond computerbeveiliging.” Laat Personal geselecteerd bij Workspace en klik linksonder op het knopje om een geschikt pictogram te uploaden of klik op het sterretje om er een te laten genereren. Klik daarna op Confirm.

De start van je eigen AI-chatbot (of agent) in Coze.

Uitwerking

Je komt nu in je dashboard waar je de bot verder vorm kunt geven. Ontwerp de persona door in het linkerdeelvenster een uitvoerige omschrijving van de bot in te vullen. Optimaliseer deze omschrijving snel met het blauwe knopje Auto Optimize prompt rechtsboven. Na bevestiging met Auto-optimize werkt Coze meteen een geoptimaliseerde prompt uit voor de persona. Klik op Replace om deze te gebruiken. In het rechterdeelvenster kun je je bot direct testen. De antwoorden komen uit de kennisdatabank van het geselecteerde model (zoals GPT-4o).



Wil je dat de bot ook uit eigen bronnen put, dan moet je deze eerst uploaden. Dit doe je in het middelste deelvenster, bij

Knowledge, waar je uit Text, Table en Images kunt kiezen. Klik op het plusknopje bij bijvoorbeeld Text en daarna op Create knowledge. Selecteer Text format en geef een naam aan je informatiebundel. Je kunt data ophalen uit bronnen als Notion of Google Doc, maar wij kiezen voor Local documents om eigen bestanden te uploaden. Klik op Create and import en versleep de gewenste documenten naar het venster. Klik daarna op Next (3x) en wat later zijn je documenten verwerkt. Rond af met Confirm en met Add to Agent rechtsboven. Je vindt je informatiebundel nu terug bij Knowledge en de bot put voortaan (ook) uit deze gegevens.

Om je bot beschikbaar te maken, klik je rechtsboven op Publish en daarna op Confirm. Je kunt hem op diverse platformen publiceren, onder meer in de Coze Agent Store. Selecteer een passende categorie en bevestig met Publish.

Laat AI je helpen bij het ontwerpen van een optimale persona.

Extra's

Daarnaast biedt Coze nog diverse andere nuttige opties, zoals talrijke plug-ins. Klik hiervoor op het plusknopje bij Plugins of gebruik het A-knopje om automatisch geschikte plug-ins te laden op basis van je persona-beschrijving. Deze kun je meteen inzetten, eventueel na optimale afstelling via het tandwielpictogram.

Je kunt de functionaliteit van je bot eenvoudig uitbreiden met talrijke plug-ins.

API-sleutels

No code-platformen als Poe en Coze zijn handig, maar wil je meer flexibiliteit en schrik je niet terug voor enige basiscodering, dan werk je beter met de API van een AI-model. Deze fungeert als tussenpersoon die je script en de AI-dienst laat communiceren via een set regels en commando’s. We gaan uit van de API van OpenAI (GPT) en maken eerst een sleutel aan om de API-interface te gebruiken. Ga naar https://platform.openai.com/api-keys, meld je aan met je account (zoals Google) en klik op +Create new secret key. Geef de sleutel een naam, bijvoorbeeld aibot, en klik op Create secret key. Klik daarna op Copy en bewaar de sleutel op een veilige plek. Rond af met Done: de sleutel is nu toegevoegd. Je kunt deze hier op elk moment ook weer intrekken.

Je hebt een sleutel nodig om de API te kunnen gebruiken.

Interactie

Een snelle manier om een script te maken dat deze API aanroept, is via het gratis Google Colab (https://colab.research.google.com), een online notitieboek voor Python. Meld je aan met je Google-account, klik op + Nieuw notebook of ga naar Bestand en kies Nieuw notebook in Drive, en geef het ipynb-bestand (Interactive PYthon NoteBook) een zinvolle naam. Het notebook wordt automatisch in je Google Drive bewaard en is bereikbaar via het pictogram met de oranje cirkels.

Klik nu op + Code voor je eerste codecel, waarmee je de OpenAI-bibliotheek installeert:

!pip install openai

Voer dit uit met het pijlknopje en klik vervolgens op + Code voor de tweede cel met de volgende code:


from openai import OpenAI

client = OpenAI(api_key="<je_API-sleutel>")

response = client.chat.completions.create(

    model="gpt-3.5-turbo",

    messages=[{"role": "user", "content": "Wat weet je over Haarlem( Nederlands)?"}]

)

print(response.choices[0].message.content)


Je laadt hierbij eerst de geïnstalleerde Python-bibliotheek en zet je geheime sleutel in de clientconfiguratie. Vervolgens stuur je een chataanvraag naar OpenAI en bewaar je het antwoord in de variabele ‘response’. Vervolgens haal je de tekst van het (eerste) antwoord op en druk je dit af in de uitvoer van de code-cel.

Een eenvoudige interactie tussen je script en GPT via de API.

Eigen chatbot

 We gaan nu een stap verder en maken er een heuse chatbot van die via een while-lus een doorlopend gesprek kan voeren:


from openai import OpenAI

client = OpenAI(api_key="<je_API-sleutel>")

messages=[

    {"role":"system","content":"Je beantwoordt elke prompt leuk, maar correct, met een rijmschema zoals ABAB of ABBA"}]

while True:

  user_input=input("Jij:")

  if user_input.lower() in ["stop","exit","quit"]:

    break

  messages.append({"role":"user","content":user_input})

  response=client.chat.completions.create(

      model="gpt-4o",messages=messages)

  bot_reply=response.choices[0].message.content

  print("Bot:",bot_reply)

  messages.append({"role":"assistant","content":bot_reply})


Zolang de gebruiker geen stopwoord invoert, blijft de lus actief. De bot antwoordt in de stijl en taal die je zelf hebt vastgelegd in de systeemrol (zie coderegel 3). Met de methode-aanroep messages.append voeg je telkens een nieuw bericht van zowel de gebruiker (user) als de bot (assistant) toe aan de gespreksgeschiedenis.

Mocht je ergens een fout hebben gemaakt in je script, dan is de kans groot dat je via de knop Fout uitleggen nuttige feedback krijgt en met de knop Accepteren (en uitvoeren) de fout zelfs automatisch kunt laten verbeteren.

In het kader ‘Mooi gepresenteerd’ lichten we kort toe hoe je dit script bijvoorbeeld ook op een eigen webpagina kunt laten draaien.

Onze rijmende chatbot wordt wakker geschud vanuit Colab.
Mooi gepresenteerd

Je Colab-script werkt, maar het oogt niet fraai en je wilt het natuurlijk mooi gepresenteerd met anderen delen. Dit doe je het makkelijkst met Gradio, een opensource-Python-bibliotheek waarmee je snel een webinterface rond je script bouwt. Installeer en importeer daarvoor eerst Gradio in je Colab-omgeving:

!pip install -q gradio

import gradio

Via www.kwikr.nl/colabcode vind je de code (als py-bestand) waarmee je rond het Colab-script met Gradio een eenvoudige webinterface genereert. Deze verschijnt in je Colab-omgeving, maar je krijgt ook een publieke url te zien waar je de interface rechtstreeks kunt openen (https://<code>.gradio.live).

Dankzij de volgende aanroep in de laatste coderegel kunnen bezoekers van deze webpagina je chatbot-script ook als PWA-app op hun pc bewaren en starten:

demo.launch(share=True,pwa=True)

Een alternatief is deze webpagina via een <iframe>-instructie in de html-code van je eigen site op te nemen:

<iframe src=https://<code>.gradio.live></iframe>

Gradio heeft een eenvoudige webinterface gecreëerd voor ons chatbotscript.