ID.nl logo
USB-buttonbox bouwen met Arduino
© Reshift Digital
Huis

USB-buttonbox bouwen met Arduino

Veel programma’s bieden handige sneltoetsen maar de toetsencombinaties zijn vaak lastig te onthouden. Games en simulators gaan nog een stap verder, en bieden hele schermen met aanpasbare bedieningsopties. Met een usb-buttonbox, die je zelf eenvoudig kunt bouwen, breng je een deel van die functies over naar fysieke toetsen met een beschrijving. Dat ziet er ook nog eens leuk uit en is wellicht de start van een nieuwe hobby.

Veel programma’s kun je via sneltoetsen bedienen, maar het valt niet mee de toetsencombinaties te onthouden. En soms is het toetsenbord niet praktisch of simpelweg niet in de buurt. Voor hedendaagse games geldt dat nog meer. Simulators als Flight Simulator 2020 en DCS World zijn zo realistisch dat je vrijwel elke functie in de cockpit kunt bedienen. Je ontkomt dan bijna niet aan accessoires, zoals een gashendel en joystick voor het vliegen, of een stuurtje om te racen. Op de accessoires vind je veel extra knoppen die je kunt toewijzen aan de gewenste functies. Maar zelfs dan moet je keuzes maken, gezien de talloze bedieningsopties. Een leuke uitbreiding en misschien wel het begin voor een levensecht(e) dashboard of cockpit is een zogenoemde usb-buttonbox, die je vrij eenvoudig zelf kunt maken. Je kunt ze ook inzetten voor bijvoorbeeld een volumeregeling of het bedienen van muziek! Ze zijn ook nog eens betrekkelijk eenvoudig en voor weinig geld te bouwen.

01 Benodigdheden

Het project vraagt om te beginnen uiteraard om een behuizing voor bijvoorbeeld nabij de pc. Van welk materiaal deze is gemaakt, maakt niet uit. Plastic is voordelig en makkelijk om mee te werken, zolang je oppast bij het solderen. Maar bijvoorbeeld aluminium kan ook. Voor de besturing zou je een zogenaamde joystick-controllerbordje met usb kunnen inzetten, maar hier kiezen we voor de flexibiliteit van een goedkope microcontroller.

We gebruiken een kloon van de Arduino Pro Micro (vanaf ongeveer 4 euro). Deze bordjes kun je zien als de kleine versie van de Arduino Leonardo. De basis is ook hier een ATmega32U4 van 8 bit die zich onderscheidt door de volledige usb-functionaliteit.

Microcontrollers op basis van de ATmega328 hebben dat overigens niet en zijn daarom niet geschikt. Voor het programmeren van de microcontroller gebruiken we de bekende Arduino-software. Met deze software worden ook meteen de vereiste drivers geïnstalleerd. Verder heb je wat aansluitkabeltjes nodig, gereedschap en natuurlijk de nodige schakelaars.

©PXimport

02 Gereedschap

Wat gereedschap betreft heb je voor het maken van de verbindingen een soldeerbout met soldeertin nodig. Gebruik je schakelaars met een ronde doorvoer, wat zeker de voorkeur heeft, dan hoef je alleen een gat in de juiste maat te boren. Gebruik een schuifmaat om de vereiste diameter gemakkelijk te bepalen. Verder heb je een boormachine en een voor het materiaal geschikte boor nodig. Een voordelige en praktische optie zijn de zogenoemde stappenboren met meerdere diameters, vooral als je door niet te dik materiaal moet. Je kunt alles met dezelfde boor afhandelen. Daarmee kun je, door deze voorzichtig iets verder te duwen, ook meteen de scherpe randjes er af slijpen. Bovendien kun je grotere diameters boren dan er mogelijk in je boor passen. Zo past een 12mm-boor lang niet altijd in de boorkop, terwijl die diameter voor sommige grotere schakelaars nodig is.

©PXimport

03 Schakelaars en regelaars

We beginnen het project met zes eenvoudige drukknoppen die je aan functies in software toe kunt kennen. Ze worden ook wel momentary pushbutton genoemd. Een kenmerk is dat ze terugveren nadat je ze hebt ingedrukt, als een toets op je toetsenbord. Afhankelijk van je project zijn er allerlei varianten. Zo heb je wipschakelaars die je twee kanten op kunt duwen en dus twee functies bedienen. Ook leuk zijn de bekende grote roodgekleurde paniekbuttons of de knoppen zoals je die op arcadekasten ziet.

Verder kun je allerlei andere soorten schakelaars en regelaars gebruiken. Een contactschakelaar met sleutel bijvoorbeeld, voor het aan- of uitzetten van de motor, of een druk- of wipschakelaar die ook de standen ‘aan’ of ‘uit’ heeft. Ook een leuke toevoeging is een draaiknop die linksom of rechtsom kan draaien, ook wel rotary encoder genoemd. Die is bijvoorbeeld inzetbaar voor een volumeregeling, zoals we verderop in dit artikel laten zien.

04 Aansluiten en configureren

We gaan in deze stap de microcontroller aansluiten op de pc, het bord configureren in Arduino en een klein demoprogramma laten draaien. Hiervoor hoef je nog niets aan te sluiten op de microcontroller. Sluit deze om te beginnen via usb aan op de pc. Als het goed is, gaat direct de rode led aan. Ga je in Windows naar Apparaatbeheer, dan zie je bij Poorten de aangesloten microcontroller, die in ons geval als Arduino Leonardo bootloader is geïdentificeerd, met daarbij de gebruikte com-poort (hier com3). Start nu Arduino. We gaan eerst een extra adres toevoegen voor borden. Ga daarvoor naar Bestand / Voorkeuren en vul achter Meer Board ManagersURL’s de volgende url in:

https://raw.githubusercontent.com/sparkfun/Arduino_Boards/master/IDE_Board_Manager/package_sparkfun_index.json

Klik dan op OK. Ga naar Hulmiddelen / Board en kies Board Beheer. Je kunt nu SparkFun AVR Boards opzoeken in de lijst. Selecteer deze en kies Installeer. Hierna selecteer je de vrij universele SparkFun Pro Micro onder Hulpmiddelen / Board / SparkFun AVR Boards. Zorg daarna dat je onder Hulpmiddelen / Processor de juiste uitvoering van je bordje (meestal 5V/16 MHz) hebt gekozen!

©PXimport

05 Probeer je microcontroller

De Pro Micro heeft twee ingebouwde leds die het verzenden (TX) en ontvangen (RX) van data laten zien. Je kunt deze meestal niet gebruiken in je programma, maar bij dit bordje kan dat wél. Je programmeert deze zoals iedere digitale in- of uitgang. Voor de RX-led kan dat via pin 17. Voer het onderstaande programma in. Het programma zet de RX-led met vaste tussenpozen (0,5 seconde) aan en uit. Als je het hebt ingevoerd, kies je Schets / Upload (Ctrl+U) en de led zal beginnen te knipperen. Wil je de TX-led gebruiken? Deze bestuur je via een zogeheten macro, met de opdracht TXLED1 om deze aan te zetten en TXLED0 om de led uit te zetten. Programma’s in Arduino volgen steeds deze opzet: in het begin je definities voor bijvoorbeeld pinnummers, een functie setup() voor initialisatie en een lus loop() waarin herhaaldelijk opdrachten worden uitgevoerd.

int RXLED = 17; // Standaard pin voor RX LED

void setup()

{

pinMode(RXLED, OUTPUT); // RX LED als output gebruiken

}

void loop()

{

digitalWrite(RXLED, LOW); // RX LED aan

delay(500); // Wachten...

digitalWrite(RXLED, HIGH); // RX LED uit

delay(500); // Wachten...

}

©PXimport

Aansluitingen op de microcontroller

De Arduino Pro Micro en varianten bieden 18 I/O-pinnen die je allemaal als digitale ingang of uitgang kunt gebruiken, bijvoorbeeld voor het aanzetten van een led of lezen van een drukschakelaar. Deze zijn op de afbeelding lichtblauw gemarkeerd. Van die pinnen kun je er 9 als analoog naar digitaal converter (ADC) inzetten, voor bijvoorbeeld het uitlezen van een potentiometer. Deze zijn op de afbeelding groen gemarkeerd. Er zijn 5 pinnen die voor pulse width modulation (PWM) gebruikt kunnen worden (rood gemarkeerd), zodat je bijvoorbeeld via een pulse-trein de helderheid van een led in je programma kunt regelen. Er zijn meer uitvoermogelijkheden, bijvoorbeeld voor het aansluiten van lcd’s, maar hier beperken we ons tot de genoemde ingangen. De microcontroller krijgt zijn voeding gewoon via de usb-verbinding. Gebruik je de microcontroller voor andere toepassingen dan kun je een voeding op de VCC-pin aansluiten als de spanning precies 3,3 of 5 volt is (afhankelijk van de uitvoering van je bordje!). De RAW-pin biedt spanningsregulatie en is geschikt voor zo’n 6 tot 12 volt.

©PXimport

06 Schakelaar aansluiten

De Pro Micro kan zich dankzij de volledige usb-functionaliteit als muis of toetsenbord gedragen. We beginnen met een eenvoudig voorbeeld waarin via een drukschakelaar een toetsaanslag wordt verstuurd. Hiervoor gebruiken we de standaard Keyboard-bibliotheek van Arduino. Van de drukschakelaar gaat één aansluiting naar ground (GND) en de andere naar een digitale ingang, hier pin 4. Als je het onderstaande programma start, zul je zien dat na het indrukken van de schakelaar de a-toets wordt ontvangen in bijvoorbeeld de teksteditor die je gebruikt. We voegen eerst de bibliotheek toe en definiëren de pin:

#include <Keyboard.h>

int buttonPin = 4; // Button op pin 4

Binnen setup() stellen we daarna de button in als ingang (waar twee methodes voor zijn) en initialiseren de keyboard-emulatie:

void setup()

{

pinMode(buttonPin, INPUT); // Button als ingang instellen

digitalWrite(buttonPin, HIGH); // Zet de button op hoog

// pinMode(buttonPin, INPUT_PULLUP); // Alternatief voor bovenstaande twee regels

Keyboard.begin(); // Init keyboard-emulatie

}

In de lus reageren we op het indrukken van de button. We versturen het karakter a en bouwen een korte vertraging van 200 ms in om te voorkomen dat je scherm vol staat met deze letter.

void loop()

{

if (digitalRead(buttonPin) == 0) // Als button naar laag gaat (ground)...

{

Keyboard.write('a'); // Stuur toets a via toetsenbord

delay(200); // Korte vertraging

}

}

Je kunt het programma op vergelijkbare wijze uitbreiden met de andere drukschakelaars die je op dezelfde manier aansluit: de ene pin naar ground en de andere pin naar een eigen digitale ingang.

©PXimport

07 Speciale toetsencombinaties

Sneltoetsen vereisen in veel programma’s een combinatie met Ctrl of Shift. Ook zulke toetsen kun je programmeren. In plaats van Keyboard.write() gebruik je Keyboard.press(), dat ervoor zorgt dat een bepaalde toets wordt ingedrukt maar pas wordt losgelaten als je een ‘loslaat’-opdracht geeft. Als voorbeeld programmeren we Ctrl+B, dat bijvoorbeeld in het programma Word de optie vetgedrukt aan- of uitzet. Voor de Ctrl-toets kunnen we KEY_LEFT_CTRL invullen. Andere voorbeelden zijn KEY_LEFT_ALT, KEY_ESC, KEY_F1, KEY_TAB en KEY_RETURN. Een volledige lijst met speciale toetsen vind je via www.tiny.cc/keymod. Het programma blijft voor het merendeel gelijk als in stap 6. Je hoeft alleen beide regels in het blok if te vervangen door:

Keyboard.press(KEY_LEFT_CTRL); // Houd Crtl ingedrukt

Keyboard.press('b'); // Houd 'b' ingedrukt

delay(200); // Korte vertraging

Keyboard.releaseAll(); // Laat alle toetsen los

Hier wordt eerst de linker-Ctrl ingedrukt, daarna de toets b en na een korte vertraging worden beide toetsen losgelaten met de opdracht Keyboard.releaseAll().Als je het aangepaste programma gebruikt in Word, zie je dat met de toets de optie vetgedrukt wordt aan- en uitgezet.

©PXimport

08 Bibliotheek toevoegen

De Keyboard-bibliotheek voor Arduino ondersteunt niet alle toetsen. Hierdoor kun je bijvoorbeeld niet de standaard multimediatoetsen programmeren die veel toetsenborden hebben voor het pauzeren van nummers of regelen van het volume, of systeemtoetsen voor het starten van een programma als je browser of e-mailprogramma. In zulke situaties kun je de uitgebreidere HID-Project-bibliotheek gebruiken. Als voorbeeld gebruiken we deze bibliotheek in combinatie met een draaiknop (ofwel rotary encoder). Ze worden onder meer gebruikt om de rotatiesnelheid vast te leggen. Je kunt ze ook prima voor een volumeregeling gebruiken, wat we hier gaan doen.

De draaiknop kun je oneindig in beide richtingen draaien, waarbij linksom en rechtsom in feite aparte toetsaanslagen zijn. Je kunt de rotary encoder bovendien indrukken zoals een druktoets, wat we hier gebruiken om het volume op stil te zetten. Om de bibliotheek toe te voegen ga je in Arduino naar Schets / Bibliotheek gebruiken / Bibliotheken Beheren. Zoek de bibliotheek HID-Project op en kies Installeren.

©PXimport

09 Volumeregelaar toevoegen

We gaan pinnen 5, 6 en 7 op de microcontroller gebruiken. De draaiknop heeft aan één kant drie pinnen. De middelste sluit je aan op ground. De andere twee pinnen zijn voor de draaiactie, respectievelijk linksom en rechtsom. Die sluit je aan op pin 5 en 6. Aan de andere kant zie je twee pinnen voor de drukactie. Hiervan sluit je er weer één aan op ground en de andere op pin 7. Maak een nieuw bestand in Arduino met Bestand / Nieuw. In het programma voegen we eerst de bibliotheek toe en definiëren we de pinnen met de buttons:

#include "HID-Project.h"

#define VOLBUT_UP 6

#define VOLBUT_DOWN 5

#define VOLBUT_PUSH 7

In setup() stellen we de pinnen in als input en maken ze hoog met één commando. Daarna starten we de Consumer-API met Consumer.begin(). Deze API zorgt dat je bijvoorbeeld een mediaspeler kunt bedienen of de browser en andere speciale programma’s kunt openen.

void setup() {

pinMode(VOLBUT_UP, INPUT_PULLUP);

pinMode(VOLBUT_DOWN, INPUT_PULLUP);

pinMode(VOLBUT_PUSH, INPUT_PULLUP);

Consumer.begin();

}

In de lus reageren we op het laag zijn van een input, waarbij we afhankelijk van de button het volume verhogen, verlagen of op stil zetten. Met de vertraging (delay) zul je wat moeten experimenteren.

void loop() {

if (!digitalRead(VOLBUT_UP)) {

Consumer.write(MEDIA_VOL_UP);

delay(120);

}

if (!digitalRead(VOLBUT_DOWN)) {

Consumer.write(MEDIA_VOL_DOWN);

delay(120);

}

if (!digitalRead(VOLBUT_PUSH)) {

Consumer.write(MEDIA_VOL_MUTE);

delay(250);

}

}

©PXimport

10 Andere functies

In het voorbeeld gebruiken we de Consumer-API die we aanroepen met Consumer.begin(). Maar de bibliotheek biedt ook andere opties. Zo kun je op vergelijkbare wijze de zogeheten System-API gebruiken voor systeemfuncties als het afsluiten of laten slapen of ontwaken van je systeem. Verder heb je de Gamepad-API voor het emuleren van een spelcontroller. Ook kun je de Keyboard-API gebruiken, dat eigenlijk een verbeterde versie is van de Keyboard-bibliotheek van Arduino, die ook ongeveer hetzelfde werkt.

In Arduino kun je diverse voorbeelden ophalen via Bestand / Voorbeelden / HID-Project. Wil je een uitgebreidere gamecontroller bouwen, dan is de Arduino Joystick-bibliotheek een aanrader, deze vind je hier. Na het downloaden van het zip-bestand kun je deze aan Arduino toevoegen via Schets / Bibliotheek gebruiken / Voeg .ZIP bibliotheek toe. Open dan bijvoorbeeld Bestand / Voorbeelden / Joystick / GamepadExample of een van de andere voorbeelden. Je zult zien dat er veel overeenkomsten zijn met de in dit artikel gebruikte bibliotheken.

©PXimport

Te veel knoppen … te weinig ingangen?

Wil je een groot aantal knoppen aansluiten, dan kom je al snel ingangen te kort. Gelukkig kun je via een zogenaamde matrix veel meer toetsen aansluiten. Hierbij maak je rijen en kolommen, bijvoorbeeld 4×4 of 5×5. Heb je toch te weinig ingangen? Met een IO-expander kun je uitbreiden. Zo’n module werkt via de IC2-bus die je ook op deze microcontroller vindt. Een voorbeeld is de SX1509. Met slechts twee draden (voor de IC2-bus) krijg je er 16 digitale ingangen bij en daarmee kun je tot 64 buttons in een 8×8-matrix toevoegen!

▼ Volgende artikel
Nieuwe Resident Evil Requiem-beelden tonen wat je te wachten staat
Huis

Nieuwe Resident Evil Requiem-beelden tonen wat je te wachten staat

Capcom heeft eerder deze week een livestream uitgezonden waarin nieuwe beelden werden getoond van het aankomende horrorspel Resident Evil Requiem. Ook werd er meer informatie gegeven over de game.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

Nadat eind vorig jaar al werd aangekondigd dat spelers niet alleen Grace Ashcroft zullen besturen, maar ook Leon S. Kennedy - een bekend gezicht voor mensen die eerdere delen hebben gespeeld - werd er tijdens de livestream uitgebreid gameplay van dit personage getoond.

Twee verschillende hoofdpersonages

Daarbij werd de nadruk gelegd op de verschillende speelstijlen van Leon en Grace. Op verschillende momenten gedurende de game wordt er automatisch tussen deze personages gewisseld, en ze zullen elk compleet andere gameplay bieden.

De segmenten met Leon - onder andere bekend uit Resident Evil 2 en Resident Evil 4 - zijn erg op actievolle schietgevechten gericht. Leon kan daarnaast ook de kelen van vijanden doorsnijden. Hij heeft ook een bijl waarmee hij aanvallen kan afweren. Grace's segmenten zijn juist erg gericht op spanning en horror en draaien vooral om het vermijden van intense gevechten.

Tijdens de livestream werd ook onthuld dat de game niet alleen naar consoles en pc komt, maar dat leden van Nvidia GeForce Now de game ook kunnen spelen. Ook werd er gepraat over de verschillende moeilijkheidsgraden - zo is er een extra makkelijke moeilijkheidsgraad voor mensen die weinig ervaring hebben met dit type spellen.

De complete livestream kan hieronder worden bekeken. In verband met de volwassen inhoud van de livestream kan het mogelijk zijn dat je op de link in de video moet klikken om naar YouTube te gaan en te bewijzen dat je volwassen bent.

Vanaf 27 februari verkrijgbaar

Resident Evil Requiem verschijnt op 27 februari (pre-orderen kan nu al) voor PlayStation 5, Xbox Series X en S, Nintendo Switch 2 en pc. Het is het negende hoofddeel in de horrorserie die al sinds de jaren negentig bestaat. In de loop der jaren is de franchise meermaals flink op de schop gegaan. Zo richtte Resident Evil 4 zich meer op actie, en zijn horrorelementen sinds Resident Evil 7: Biohazard weer teruggekeerd. Resident Evil Requiem lijkt dan ook een combinatie van al deze elementen te gaan bieden.

Op 27 februari zullen overigens ook Resident Evil 7 en Resident Evil Village (het achtste deel) op Nintendo Switch 2 uitkomen. Daarnaast verschijnt Village later deze maand op PlayStation Plus en Xbox Game Pass.

Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Slechte wifi thuis? Dit zijn de 3 grootste wifi-fouten die je signaal verpesten
© chadchai - stock.adobe.com
Huis

Slechte wifi thuis? Dit zijn de 3 grootste wifi-fouten die je signaal verpesten

Je kijkt een spannende serie en opeens bevriest het beeld. Dat bekende draaiende cirkeltje… er zijn weinig dingen zó frustrerend. Gelukkig ligt de oplossing vaak binnen handbereik. De snelheid van je internet hangt namelijk sterk samen met de manier waarop je thuis met je apparatuur omgaat. Door een paar veelgemaakte fouten te vermijden en de juiste techniek te kiezen, merk je vaak direct dat je netwerk stabieler wordt, zonder dat daar een duurder abonnement voor nodig is.

In het kort

In dit artikel lees je welke drie wifi-fouten het vaakst zorgen voor traag internet of haperingen: een onhandige plek voor je router, drukte op 2,4 GHz en verouderde firmware of hardware. Je ziet ook hoe je zelf een rustiger kanaal vindt en wanneer het slim is om te kiezen voor 5 GHz of 6 GHz. Tot slot leggen we uit wat wifi 6 en wifi 7 doen en waarom een netwerkkabel van minimaal cat5e verschil kan maken.

Lees ook: Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?

Fout 1: De router op de verkeerde plek neerzetten

Een router wint qua looks zelden een schoonheidsprijs. De neiging om het apparaat uit het zicht te plaatsen is daarom groot. Toch is een verkeerde locatie de meest gemaakte fout die je bereik merkbaar (en soms zelfs dramatisch) kan verkleinen.

Dat zit zo.  Je kunt wifi-signalen vergelijken met het licht van een gloeilamp. Als je die lamp in een houten kast of achter een dikke bank zet, blijft de rest van de kamer donker. Obstakels zoals muren, meubels en zelfs grote kamerplanten blokkeren de onzichtbare golven. Vooral metaal en water zijn beruchte boosdoeners; een router naast een aquarium of achter een radiator plaatsen is vragen om problemen.

Ook de hoogte is bepalend. Veel mensen zetten de router op de grond, maar op de grond zit het signaal sneller 'achter' meubels en andere blokkades. Zet het apparaat liever op een kast of boekenplank op ooghoogte voor een vrije weg naar je apparaten.

©ID.nl

Fout 2: Storing door andere apparatuur over het hoofd zien

Je staat er waarschijnlijk niet bij stil, maar veel apparaten in huis gebruiken dezelfde onzichtbare digitale snelweg als je internetverbinding. De magnetron, sommige babyfoons en zelfs de draadloze koptelefoon van de buren vechten om een plekje op de 2,4GHz-band. Ook andere wifi-netwerken in de buurt kunnen voor digitale files zorgen.

De meeste moderne routers ondersteunen gelukkig ook de 5GHz-frequentie. Deze band is veel breder en heeft minder last van andere apparatuur. Het handmatig selecteren van het 5GHz-netwerk levert vaak direct een snelheidswinst op. Heb je een router met wifi 6e of wifi 7, dan kun je soms ook de 6 GHz-band gebruiken. Die is vaak rustiger, maar het bereik is meestal wat kleiner dan bij 5 GHz.

Tip: geef je netwerken duidelijke namen

Veel routers zenden meerdere wifi-netwerken tegelijk uit: 2,4 GHz voor bereik, 5 GHz voor snelheid en soms ook 6 GHz voor extra ruimte in drukke omgevingen. Als al die banden onder één naam vallen, kiest je smartphone of laptop automatisch. Dat gaat vaak goed, maar niet altijd: je toestel kan blijven “plakken” aan 2,4 GHz terwijl 5 GHz op dat moment sneller en stabieler is.

Door je netwerken een herkenbare naam te geven, maak je de keuze simpel. Geef de 2,4 GHz-band bijvoorbeeld de naam thuis-2g, de 5 GHz-band thuis-5g en, als je die hebt, de 6 GHz-band thuis-6g. Dan zie je in één oogopslag welk netwerk je pakt. Zit je ver van de router, dan is 2,4 GHz vaak de veiligste optie. Zit je dichtbij en wil je vooral snelheid, dan ligt 5 GHz of 6 GHz meer voor de hand. Zo kun je bij haperingen of traag internet meteen testen of een andere band het probleem oplost, zonder dat je in instellingen hoeft te graven.

View post on TikTok

Fout 3: Verouderde software en hardware blijven gebruiken

Technologie verandert razendsnel en dat geldt ook voor de beveiliging en snelheid van je netwerk. Veel huishoudens werken nog met de router die ze jaren geleden bij hun eerste abonnement kregen. Deze oude techniek kan de moderne eisen van streaming en videobellen simpelweg niet meer bijbenen. Daarnaast vergeten veel gebruikers om de firmware van hun apparaat te updaten. Fabrikanten brengen deze software-updates uit om prestaties te verbeteren en lekken te dichten. Een verouderd systeem is niet alleen trager, maar ook een makkelijker doelwit voor hackers.


1️⃣2️⃣3️⃣Stappenplan: de beste wifi-kanalen scannen

Als je buren ook allemaal op hetzelfde wifi-kanaal zitten, ontstaat er interferentie. Je kunt dit zelf eenvoudig oplossen door een rustiger kanaal te zoeken.

1) Download een app zoals WiFi Analyzer (Android) of NetSpot (Windows, macOS, Android & iOS).

2) Open de app en bekijk de grafiek van de omgeving. Je ziet hier welke kanalen drukbezet zijn door netwerken in de buurt. Noteer het kanaalnummer dat het minst wordt gebruikt. Vaak zijn kanaal 1, 6 of 11 op de 2,4GHz-band de beste keuzes.

3) Log in op de webinterface van je router via je browser (meestal via een adres als 192.168.1.1). Zoek naar de draadloze instellingen en wijzig het kanaal van 'Automatisch' naar het door jou gekozen nummer. Sla de instellingen op en test of je verbinding stabieler aanvoelt.

Het verschil tussen wifi 6 en wifi 7

Sta je op het punt om een nieuwe router of laptop te kopen? Dan kom je de termen wifi 6 en wifi 7 tegen. Wifi 6 was een grote stap vooruit omdat het beter omgaat met veel apparaten tegelijk op één netwerk. Het zorgt voor een efficiëntere verdeling van de data. Wifi 7 is de allernieuwste standaard en gaat nog een flinke stap verder. Het maakt gebruik van extreem brede kanalen en kan verbinding maken via meerdere frequenties tegelijkertijd. Dit wordt Multi-Link Operation genoemd. Hierdoor is de vertraging merkbaar lager en kun je hogere snelheden halen, vooral op korte afstand en met geschikte apparaten. Voor een gemiddeld huishouden is wifi 6 momenteel een uitstekende keuze, terwijl wifi 7 echt voor de toekomst is gebouwd.

Heel belangrijk: de juiste bekabeling

Draadloos internet begint voor de meeste mensen bij een kabel: heb je een los modem en een losse router, dan vormt de kabel ertussen de basis. Gebruik je hier een oude kabel, dan wordt de snelheid al beperkt voordat het signaal de lucht in gaat. Controleer of er Cat 5e, Cat6 of Cat6a op de kabel staat, dan zit je meestal goed. Cat5 haalt soms maar 100 Mbps door kwaliteit/afmontage. Heb je cat5 liggen? Vervang dat dan in ieder geval door cat5e; dat is een veilige keuze voor gigabit. Een kleine investering in een kwalitatieve netwerkkabel kan een wereld van verschil maken voor de uiteindelijke wifi-snelheid op je telefoon.

Slechte wifi? Oplossen is makkelijker dan je denkt

Alles bij elkaar komt goed wifi minder neer op toeval dan veel mensen denken. Met een slimme plek voor je router, een rustige frequentie en actuele software haal je vaak al verrassend veel winst. Combineer dat met een fatsoenlijke netwerkkabel en je voorkomt dat de dat de verbinding al beperkt wordt voordat het signaal draadloos wordt verspreid. Door deze stappen een voor een toe te passen, los je de meest voorkomende wifi-problemen op zonder dat een duurder internetabonnement nodig is, en maak je van een haperende verbinding weer een stabiele basis voor alles wat je online doet.

Consumenten testen: TP-Link Deco BE25 WiFi 7 mesh set

Op Review.nl, het testplatform waarop consumenten nieuwe technologie uitproberen en hun bevindingen delen, krijgt de TP-Link Deco BE25, een router met dualband wifi 7,  een stevige 8,7 op Review.nl. En dat betekent iets: want omdat op Review.nl producten getest worden door een panel van echte gebruikers, zie je hoe iets in een normaal huishouden presteert.

Wat opvalt is hoe vaak testers terugkomen op de snelheid en stabiliteit. De overstap naar wifi 7 levert volgens veel gebruikers merkbaar meer rust in het netwerk op, vooral in huizen waar voorheen op zolder, in de tuin of achterin de woonkamer nauwelijks een bruikbaar signaal was. De Deco BE25 vult dat soort gaten zichtbaar op. Apparaten blijven stabiel verbonden, streamen gaat zonder haperingen en ook gamers merken volgens de testers dat de latency laag blijft. Wie een gigabitverbinding heeft, ziet die snelheid nu ook daadwerkelijk terug op plekken waar dat eerst niet haalbaar was.

Een tweede punt dat veel lof krijgt, is de installatie. De meeste testers spreken over een proces van enkele minuten. De app begeleidt je stap voor stap, herkent automatisch de nieuwe units en geeft advies over de beste plek voor elk wifipunt. Daardoor voelt het hele systeem toegankelijk, ook voor wie zichzelf niet technisch vindt. Eenmaal ingesteld blijkt het netwerk bovendien weinig onderhoud nodig te hebben: de app verdeelt verkeer slim, laat je apparaten prioriteren en biedt opties voor gastnetwerken en ouderlijk toezicht.

Het ontwerp en de functionaliteit leveren wel discussie op. Een deel van de testers vindt de units wat groot en mist montageopties of extra ethernetpoorten. Ook melden sommige gebruikers dat smartphones niet altijd direct naar het dichtstbijzijnde wifipunt schakelen. Toch wordt dat in de meeste reviews gezien als een detail naast de verbeterde dekking en het gemak van dagelijks gebruik.

Alles bij elkaar laat het testpanel zien dat de Deco BE25 vooral scoort op prestaties waar consumenten echt iets van merken: hogere snelheden, betere dekking en een probleemloos installatieproces. Voor veel huishoudens voelt het als een upgrade die een onrustig wifi-netwerk verandert in een betrouwbaar en snel geheel.