ID.nl logo
USB-buttonbox bouwen met Arduino
© Reshift Digital
Huis

USB-buttonbox bouwen met Arduino

Veel programma’s bieden handige sneltoetsen maar de toetsencombinaties zijn vaak lastig te onthouden. Games en simulators gaan nog een stap verder, en bieden hele schermen met aanpasbare bedieningsopties. Met een usb-buttonbox, die je zelf eenvoudig kunt bouwen, breng je een deel van die functies over naar fysieke toetsen met een beschrijving. Dat ziet er ook nog eens leuk uit en is wellicht de start van een nieuwe hobby.

Veel programma’s kun je via sneltoetsen bedienen, maar het valt niet mee de toetsencombinaties te onthouden. En soms is het toetsenbord niet praktisch of simpelweg niet in de buurt. Voor hedendaagse games geldt dat nog meer. Simulators als Flight Simulator 2020 en DCS World zijn zo realistisch dat je vrijwel elke functie in de cockpit kunt bedienen. Je ontkomt dan bijna niet aan accessoires, zoals een gashendel en joystick voor het vliegen, of een stuurtje om te racen. Op de accessoires vind je veel extra knoppen die je kunt toewijzen aan de gewenste functies. Maar zelfs dan moet je keuzes maken, gezien de talloze bedieningsopties. Een leuke uitbreiding en misschien wel het begin voor een levensecht(e) dashboard of cockpit is een zogenoemde usb-buttonbox, die je vrij eenvoudig zelf kunt maken. Je kunt ze ook inzetten voor bijvoorbeeld een volumeregeling of het bedienen van muziek! Ze zijn ook nog eens betrekkelijk eenvoudig en voor weinig geld te bouwen.

01 Benodigdheden

Het project vraagt om te beginnen uiteraard om een behuizing voor bijvoorbeeld nabij de pc. Van welk materiaal deze is gemaakt, maakt niet uit. Plastic is voordelig en makkelijk om mee te werken, zolang je oppast bij het solderen. Maar bijvoorbeeld aluminium kan ook. Voor de besturing zou je een zogenaamde joystick-controllerbordje met usb kunnen inzetten, maar hier kiezen we voor de flexibiliteit van een goedkope microcontroller.

We gebruiken een kloon van de Arduino Pro Micro (vanaf ongeveer 4 euro). Deze bordjes kun je zien als de kleine versie van de Arduino Leonardo. De basis is ook hier een ATmega32U4 van 8 bit die zich onderscheidt door de volledige usb-functionaliteit.

Microcontrollers op basis van de ATmega328 hebben dat overigens niet en zijn daarom niet geschikt. Voor het programmeren van de microcontroller gebruiken we de bekende Arduino-software. Met deze software worden ook meteen de vereiste drivers geïnstalleerd. Verder heb je wat aansluitkabeltjes nodig, gereedschap en natuurlijk de nodige schakelaars.

©PXimport

02 Gereedschap

Wat gereedschap betreft heb je voor het maken van de verbindingen een soldeerbout met soldeertin nodig. Gebruik je schakelaars met een ronde doorvoer, wat zeker de voorkeur heeft, dan hoef je alleen een gat in de juiste maat te boren. Gebruik een schuifmaat om de vereiste diameter gemakkelijk te bepalen. Verder heb je een boormachine en een voor het materiaal geschikte boor nodig. Een voordelige en praktische optie zijn de zogenoemde stappenboren met meerdere diameters, vooral als je door niet te dik materiaal moet. Je kunt alles met dezelfde boor afhandelen. Daarmee kun je, door deze voorzichtig iets verder te duwen, ook meteen de scherpe randjes er af slijpen. Bovendien kun je grotere diameters boren dan er mogelijk in je boor passen. Zo past een 12mm-boor lang niet altijd in de boorkop, terwijl die diameter voor sommige grotere schakelaars nodig is.

©PXimport

03 Schakelaars en regelaars

We beginnen het project met zes eenvoudige drukknoppen die je aan functies in software toe kunt kennen. Ze worden ook wel momentary pushbutton genoemd. Een kenmerk is dat ze terugveren nadat je ze hebt ingedrukt, als een toets op je toetsenbord. Afhankelijk van je project zijn er allerlei varianten. Zo heb je wipschakelaars die je twee kanten op kunt duwen en dus twee functies bedienen. Ook leuk zijn de bekende grote roodgekleurde paniekbuttons of de knoppen zoals je die op arcadekasten ziet.

Verder kun je allerlei andere soorten schakelaars en regelaars gebruiken. Een contactschakelaar met sleutel bijvoorbeeld, voor het aan- of uitzetten van de motor, of een druk- of wipschakelaar die ook de standen ‘aan’ of ‘uit’ heeft. Ook een leuke toevoeging is een draaiknop die linksom of rechtsom kan draaien, ook wel rotary encoder genoemd. Die is bijvoorbeeld inzetbaar voor een volumeregeling, zoals we verderop in dit artikel laten zien.

04 Aansluiten en configureren

We gaan in deze stap de microcontroller aansluiten op de pc, het bord configureren in Arduino en een klein demoprogramma laten draaien. Hiervoor hoef je nog niets aan te sluiten op de microcontroller. Sluit deze om te beginnen via usb aan op de pc. Als het goed is, gaat direct de rode led aan. Ga je in Windows naar Apparaatbeheer, dan zie je bij Poorten de aangesloten microcontroller, die in ons geval als Arduino Leonardo bootloader is geïdentificeerd, met daarbij de gebruikte com-poort (hier com3). Start nu Arduino. We gaan eerst een extra adres toevoegen voor borden. Ga daarvoor naar Bestand / Voorkeuren en vul achter Meer Board ManagersURL’s de volgende url in:

https://raw.githubusercontent.com/sparkfun/Arduino_Boards/master/IDE_Board_Manager/package_sparkfun_index.json

Klik dan op OK. Ga naar Hulmiddelen / Board en kies Board Beheer. Je kunt nu SparkFun AVR Boards opzoeken in de lijst. Selecteer deze en kies Installeer. Hierna selecteer je de vrij universele SparkFun Pro Micro onder Hulpmiddelen / Board / SparkFun AVR Boards. Zorg daarna dat je onder Hulpmiddelen / Processor de juiste uitvoering van je bordje (meestal 5V/16 MHz) hebt gekozen!

©PXimport

05 Probeer je microcontroller

De Pro Micro heeft twee ingebouwde leds die het verzenden (TX) en ontvangen (RX) van data laten zien. Je kunt deze meestal niet gebruiken in je programma, maar bij dit bordje kan dat wél. Je programmeert deze zoals iedere digitale in- of uitgang. Voor de RX-led kan dat via pin 17. Voer het onderstaande programma in. Het programma zet de RX-led met vaste tussenpozen (0,5 seconde) aan en uit. Als je het hebt ingevoerd, kies je Schets / Upload (Ctrl+U) en de led zal beginnen te knipperen. Wil je de TX-led gebruiken? Deze bestuur je via een zogeheten macro, met de opdracht TXLED1 om deze aan te zetten en TXLED0 om de led uit te zetten. Programma’s in Arduino volgen steeds deze opzet: in het begin je definities voor bijvoorbeeld pinnummers, een functie setup() voor initialisatie en een lus loop() waarin herhaaldelijk opdrachten worden uitgevoerd.

int RXLED = 17; // Standaard pin voor RX LED

void setup()

{

pinMode(RXLED, OUTPUT); // RX LED als output gebruiken

}

void loop()

{

digitalWrite(RXLED, LOW); // RX LED aan

delay(500); // Wachten...

digitalWrite(RXLED, HIGH); // RX LED uit

delay(500); // Wachten...

}

©PXimport

Aansluitingen op de microcontroller

De Arduino Pro Micro en varianten bieden 18 I/O-pinnen die je allemaal als digitale ingang of uitgang kunt gebruiken, bijvoorbeeld voor het aanzetten van een led of lezen van een drukschakelaar. Deze zijn op de afbeelding lichtblauw gemarkeerd. Van die pinnen kun je er 9 als analoog naar digitaal converter (ADC) inzetten, voor bijvoorbeeld het uitlezen van een potentiometer. Deze zijn op de afbeelding groen gemarkeerd. Er zijn 5 pinnen die voor pulse width modulation (PWM) gebruikt kunnen worden (rood gemarkeerd), zodat je bijvoorbeeld via een pulse-trein de helderheid van een led in je programma kunt regelen. Er zijn meer uitvoermogelijkheden, bijvoorbeeld voor het aansluiten van lcd’s, maar hier beperken we ons tot de genoemde ingangen. De microcontroller krijgt zijn voeding gewoon via de usb-verbinding. Gebruik je de microcontroller voor andere toepassingen dan kun je een voeding op de VCC-pin aansluiten als de spanning precies 3,3 of 5 volt is (afhankelijk van de uitvoering van je bordje!). De RAW-pin biedt spanningsregulatie en is geschikt voor zo’n 6 tot 12 volt.

©PXimport

06 Schakelaar aansluiten

De Pro Micro kan zich dankzij de volledige usb-functionaliteit als muis of toetsenbord gedragen. We beginnen met een eenvoudig voorbeeld waarin via een drukschakelaar een toetsaanslag wordt verstuurd. Hiervoor gebruiken we de standaard Keyboard-bibliotheek van Arduino. Van de drukschakelaar gaat één aansluiting naar ground (GND) en de andere naar een digitale ingang, hier pin 4. Als je het onderstaande programma start, zul je zien dat na het indrukken van de schakelaar de a-toets wordt ontvangen in bijvoorbeeld de teksteditor die je gebruikt. We voegen eerst de bibliotheek toe en definiëren de pin:

#include <Keyboard.h>

int buttonPin = 4; // Button op pin 4

Binnen setup() stellen we daarna de button in als ingang (waar twee methodes voor zijn) en initialiseren de keyboard-emulatie:

void setup()

{

pinMode(buttonPin, INPUT); // Button als ingang instellen

digitalWrite(buttonPin, HIGH); // Zet de button op hoog

// pinMode(buttonPin, INPUT_PULLUP); // Alternatief voor bovenstaande twee regels

Keyboard.begin(); // Init keyboard-emulatie

}

In de lus reageren we op het indrukken van de button. We versturen het karakter a en bouwen een korte vertraging van 200 ms in om te voorkomen dat je scherm vol staat met deze letter.

void loop()

{

if (digitalRead(buttonPin) == 0) // Als button naar laag gaat (ground)...

{

Keyboard.write('a'); // Stuur toets a via toetsenbord

delay(200); // Korte vertraging

}

}

Je kunt het programma op vergelijkbare wijze uitbreiden met de andere drukschakelaars die je op dezelfde manier aansluit: de ene pin naar ground en de andere pin naar een eigen digitale ingang.

©PXimport

07 Speciale toetsencombinaties

Sneltoetsen vereisen in veel programma’s een combinatie met Ctrl of Shift. Ook zulke toetsen kun je programmeren. In plaats van Keyboard.write() gebruik je Keyboard.press(), dat ervoor zorgt dat een bepaalde toets wordt ingedrukt maar pas wordt losgelaten als je een ‘loslaat’-opdracht geeft. Als voorbeeld programmeren we Ctrl+B, dat bijvoorbeeld in het programma Word de optie vetgedrukt aan- of uitzet. Voor de Ctrl-toets kunnen we KEY_LEFT_CTRL invullen. Andere voorbeelden zijn KEY_LEFT_ALT, KEY_ESC, KEY_F1, KEY_TAB en KEY_RETURN. Een volledige lijst met speciale toetsen vind je via www.tiny.cc/keymod. Het programma blijft voor het merendeel gelijk als in stap 6. Je hoeft alleen beide regels in het blok if te vervangen door:

Keyboard.press(KEY_LEFT_CTRL); // Houd Crtl ingedrukt

Keyboard.press('b'); // Houd 'b' ingedrukt

delay(200); // Korte vertraging

Keyboard.releaseAll(); // Laat alle toetsen los

Hier wordt eerst de linker-Ctrl ingedrukt, daarna de toets b en na een korte vertraging worden beide toetsen losgelaten met de opdracht Keyboard.releaseAll().Als je het aangepaste programma gebruikt in Word, zie je dat met de toets de optie vetgedrukt wordt aan- en uitgezet.

©PXimport

08 Bibliotheek toevoegen

De Keyboard-bibliotheek voor Arduino ondersteunt niet alle toetsen. Hierdoor kun je bijvoorbeeld niet de standaard multimediatoetsen programmeren die veel toetsenborden hebben voor het pauzeren van nummers of regelen van het volume, of systeemtoetsen voor het starten van een programma als je browser of e-mailprogramma. In zulke situaties kun je de uitgebreidere HID-Project-bibliotheek gebruiken. Als voorbeeld gebruiken we deze bibliotheek in combinatie met een draaiknop (ofwel rotary encoder). Ze worden onder meer gebruikt om de rotatiesnelheid vast te leggen. Je kunt ze ook prima voor een volumeregeling gebruiken, wat we hier gaan doen.

De draaiknop kun je oneindig in beide richtingen draaien, waarbij linksom en rechtsom in feite aparte toetsaanslagen zijn. Je kunt de rotary encoder bovendien indrukken zoals een druktoets, wat we hier gebruiken om het volume op stil te zetten. Om de bibliotheek toe te voegen ga je in Arduino naar Schets / Bibliotheek gebruiken / Bibliotheken Beheren. Zoek de bibliotheek HID-Project op en kies Installeren.

©PXimport

09 Volumeregelaar toevoegen

We gaan pinnen 5, 6 en 7 op de microcontroller gebruiken. De draaiknop heeft aan één kant drie pinnen. De middelste sluit je aan op ground. De andere twee pinnen zijn voor de draaiactie, respectievelijk linksom en rechtsom. Die sluit je aan op pin 5 en 6. Aan de andere kant zie je twee pinnen voor de drukactie. Hiervan sluit je er weer één aan op ground en de andere op pin 7. Maak een nieuw bestand in Arduino met Bestand / Nieuw. In het programma voegen we eerst de bibliotheek toe en definiëren we de pinnen met de buttons:

#include "HID-Project.h"

#define VOLBUT_UP 6

#define VOLBUT_DOWN 5

#define VOLBUT_PUSH 7

In setup() stellen we de pinnen in als input en maken ze hoog met één commando. Daarna starten we de Consumer-API met Consumer.begin(). Deze API zorgt dat je bijvoorbeeld een mediaspeler kunt bedienen of de browser en andere speciale programma’s kunt openen.

void setup() {

pinMode(VOLBUT_UP, INPUT_PULLUP);

pinMode(VOLBUT_DOWN, INPUT_PULLUP);

pinMode(VOLBUT_PUSH, INPUT_PULLUP);

Consumer.begin();

}

In de lus reageren we op het laag zijn van een input, waarbij we afhankelijk van de button het volume verhogen, verlagen of op stil zetten. Met de vertraging (delay) zul je wat moeten experimenteren.

void loop() {

if (!digitalRead(VOLBUT_UP)) {

Consumer.write(MEDIA_VOL_UP);

delay(120);

}

if (!digitalRead(VOLBUT_DOWN)) {

Consumer.write(MEDIA_VOL_DOWN);

delay(120);

}

if (!digitalRead(VOLBUT_PUSH)) {

Consumer.write(MEDIA_VOL_MUTE);

delay(250);

}

}

©PXimport

10 Andere functies

In het voorbeeld gebruiken we de Consumer-API die we aanroepen met Consumer.begin(). Maar de bibliotheek biedt ook andere opties. Zo kun je op vergelijkbare wijze de zogeheten System-API gebruiken voor systeemfuncties als het afsluiten of laten slapen of ontwaken van je systeem. Verder heb je de Gamepad-API voor het emuleren van een spelcontroller. Ook kun je de Keyboard-API gebruiken, dat eigenlijk een verbeterde versie is van de Keyboard-bibliotheek van Arduino, die ook ongeveer hetzelfde werkt.

In Arduino kun je diverse voorbeelden ophalen via Bestand / Voorbeelden / HID-Project. Wil je een uitgebreidere gamecontroller bouwen, dan is de Arduino Joystick-bibliotheek een aanrader, deze vind je hier. Na het downloaden van het zip-bestand kun je deze aan Arduino toevoegen via Schets / Bibliotheek gebruiken / Voeg .ZIP bibliotheek toe. Open dan bijvoorbeeld Bestand / Voorbeelden / Joystick / GamepadExample of een van de andere voorbeelden. Je zult zien dat er veel overeenkomsten zijn met de in dit artikel gebruikte bibliotheken.

©PXimport

Te veel knoppen … te weinig ingangen?

Wil je een groot aantal knoppen aansluiten, dan kom je al snel ingangen te kort. Gelukkig kun je via een zogenaamde matrix veel meer toetsen aansluiten. Hierbij maak je rijen en kolommen, bijvoorbeeld 4×4 of 5×5. Heb je toch te weinig ingangen? Met een IO-expander kun je uitbreiden. Zo’n module werkt via de IC2-bus die je ook op deze microcontroller vindt. Een voorbeeld is de SX1509. Met slechts twee draden (voor de IC2-bus) krijg je er 16 digitale ingangen bij en daarmee kun je tot 64 buttons in een 8×8-matrix toevoegen!

▼ Volgende artikel
 Microsoft Foto’s: veel meer dan een fotoviewer
© ID.nl
Huis

Microsoft Foto’s: veel meer dan een fotoviewer

Wie denkt dat de Foto’s-app in Windows 11 niet meer is dan een basisviewer, vergist zich. Het programma combineert overzichtelijke organisatie, handige bewerkingstools en slimme koppelingen met andere Microsoft-diensten tot een verrassend veelzijdige tool.

De meeste gebruikers openen Foto’s om simpelweg een jpg- of png-bestand te bekijken. Toch is de app ontworpen als tool om niet alleen foto’s, maar ook video’s te beheren en te bewerken. Bovendien is de AI waarmee Windows 11 uitpakt, ook in deze app geïntegreerd. We bekijken enkele geavanceerde functies. 

Elementen verwijderen

Vaak merk je pas achteraf dat er iets storends op een foto staat: denk aan elektriciteitsdraden, rondslingerende rommel of een ex die je nooit meer wilt zien. In zulke gevallen biedt Foto’s een handige AI-functie: Genererend wissen. In tegenstelling tot het klassieke gummetje dat enkel overschildert, verwijdert deze tool het ongewenste object echt. De achtergrond wordt hierbij automatisch aangevuld alsof het element er nooit is geweest.

Zo werkt het: open de foto en klik op Bewerken. Bovenaan verschijnt de knop met het label AI. Selecteer Genererend wissen. Gebruik de kwast om over het object te gaan dat je wilt verwijderen. Met de schuifregelaar Kwastgrootte bepaal je de dikte van de kwast. Het geselecteerde object krijgt kort een gearceerde overlay en verdwijnt vervolgens netjes uit beeld.

Twee seconden later is de fietser uit beeld verdwenen.

Op twee manieren wissen

Wanneer je een groot object wilt verwijderen, kan het zijn dat je Genererend wissen meerdere keren moet toepassen. Soms blijven er namelijk restanten zichtbaar, maar meestal is dat na een tweede poging verholpen.

Standaard staat de verdwijnkwast op Automatisch toepassen. Schakel je dit uit, dan krijg je twee extra mogelijkheden: Masker toevoegen en Masker verwijderen. Met een masker bedoelt Microsoft de overlay waarmee je aanduidt wat moet verdwijnen. Op die manier kun je nauwkeuriger werken: stukjes overlay toevoegen waar nodig, of juist weghalen als je te veel hebt geselecteerd. Ben je niet tevreden met het resultaat, dan kun je altijd terug via de knop Opnieuw instellen.

We gebruiken de tool Genererend wissen tot we als resultaat een eenzame fietser hebben.

Tekst uit foto’s halen

De nieuwe Foto’s-app beschikt over een ingebouwde tekstherkenningsfunctie. Met behulp van Optical Character Recognition (OCR) haalt de app tekst uit afbeeldingen, zodat je die kunt kopiëren, plakken en bewerken. Handig bij screenshots, maar ook bij handgeschreven notities die netjes genoeg zijn om door de OCR te worden herkend.

Open een afbeelding met tekst in Foto’s. Klik onderaan op Tekst scannen. De app markeert automatisch de tekstgebieden. Klik met de rechtermuisknop op de gevonden tekst en kies Alle tekst selecteren. Er verschijnt een lichtrode overlay over de geselecteerde tekst. Klik opnieuw met de rechtermuisknop en kies Tekst kopiëren. De tekst staat nu op het klembord en kun je in elke toepassing plakken.

Wanneer de tekst is gekopieerd, kun je deze in elke toepassing plakken.

Achtergrond verwijderen

Een nieuwe AI-tool in Foto’s maakt het mogelijk om de achtergrond van een foto transparant te maken. Open de foto en klik op Bewerken. Kies bovenaan de knop Achtergrond. De AI herkent automatisch de voorgrond en achtergrond. De achtergrond wordt vervangen door een schaakbordpatroon, wat aangeeft dat dit gebied transparant is.

Als de automatische selectie te veel of te weinig heeft verwijderd, kun je dit aanpassen met het Hulpmiddel voor achtergrondkwast. Hiermee krijg je een kwast waarmee je maskers kunt toevoegen of verwijderen. Je kunt zowel de grootte als de zachtheid van de kwast instellen. Hoe zachter de kwast, hoe zachter de overgang tussen zichtbaar en transparant wordt.

Om de transparante achtergrond te behouden, moet je de afbeelding opslaan in een indeling die transparantie ondersteunt. Bij Opties voor opslaan kun je bijvoorbeeld kiezen voor png, aangezien de veelgebruikte jpg-indeling geen transparantie ondersteunt.

Zelfs een complexe achtergrond vormt geen probleem.

Vervagen of vervangen

Met dezelfde AI-tool kun je niet alleen de achtergrond transparant maken, maar ook vervagen of vervangen. Wanneer je Achtergrond AI selecteert, markeert Foto’s automatisch het voorgrondobject. In dit voorbeeld kiest de app correct de vrouw als voorgrond. Wil je dat ook het betonnen trapje waarop ze zit deel uitmaakt van de voorgrond? Selecteer dan Hulpmiddel voor achtergrondkwast om het trapje aan de selectie toe te voegen. Vervolgens kun je de optie Onscherp gebruiken. Met de schuifregelaar bepaal je de mate van onscherpte, waardoor een scherptediepte-effect ontstaat.

Er is ook een optie Vervangen. Het resultaat hiervan is beperkt: omdat Foto’s geen lagen ondersteunt zoals Microsoft Paint, kun je geen fotografische achtergrond toevoegen. De optie Vervangen laat je alleen de achtergrond vervangen door een effen kleur.

De dame en het trapje blijven scherp, de achtergrond vervaagt

Vergroten en verkleinen

Vaak wil je de grootte van een afbeelding aanpassen. Foto’s beschikt over een ingebouwde, aanpasbare resizer. Let op: wil je meerdere afbeeldingen tegelijk aanpassen, dan kan dat niet. Batchverwerking wordt niet ondersteund. Bij een geopende afbeelding klik je niet op Bewerken, maar op de drie puntjes bovenaan. In het menu kies je vervolgens Formaat van afbeelding wijzigen.

Je kunt het formaat instellen in pixelwaarden of in percentage. Tegelijk is het mogelijk om de afbeelding naar een andere indeling te converteren, bijvoorbeeld naar jpg of png. Met een schuifregelaar bepaal je de kwaliteit, wat de mate van compressie regelt. Hoe meer compressie, hoe kleiner het bestand, maar ook hoe groter het risico op kleine verstoringen (zogenaamde artefacten).

Onderaan zie je telkens het verschil tussen het huidige en het nieuwe bestand. Deze tool kun je niet alleen gebruiken om afbeeldingen te verkleinen; je kunt ze ook vergroten. Het verhogen van de resolutie heet upscaling of opschalen. Bij zowel upscalen als downscalen wordt automatisch de hoogte-breedteverhouding behouden, zodat de afbeelding niet wordt vervormd.

Door de resolutie en de compressie aan te passen, wordt het afbeeldingsbestand twintig keer kleiner.
Super Resolution

Op sommige computers verschijnt in deze app een knop Super Resolution. Dit is een AI-functie die foto’s automatisch scherper en gedetailleerder maakt. Zo kan een afbeelding van 800 × 600 worden opgeschaald naar 1600 × 1200 of zelfs hoger, terwijl de details grotendeels behouden blijven.

Bovendien corrigeert Super Resolution ook compressie-artefacten.De functie is alleen beschikbaar op pc’s met Copilot en een Neural Processing Unit (npu). Eind vorig jaar verscheen de knop per vergissing ook op apparaten die dit niet ondersteunden. Dat is inmiddels rechtgezet, zodat Super Resolution nu enkel zichtbaar is op geschikte toestellen.

Met Super Resolution helpt AI om je de afbeelding drastisch te upscalen.

Video’s bewerken

Met Microsoft Foto’s kun je ook eenvoudig video’s trimmen. Open de video in de app en die start meteen met afspelen. Linksboven verschijnt een rode knop Knippen. In het venster dat opent, gebruik je onderaan de tijdlijn de verticale indicator om het beginpunt van de video te bepalen. Daarna versleep je de achterste hendel om het eindpunt vast te leggen. Ben je tevreden met de selectie, dan kies je voor Opslaan als kopie (de originele video blijft behouden) of voor Opslaan (de oorspronkelijke video wordt overschreven).

Op de tijdlijn bepaal je eenvoudig het begin- en eindpunt van de video.

Filters en effecten

Zodra je op Bewerken hebt geklikt, kun je de afbeelding verfijnen met de knoppen Aanpassing (het pictogram van de zwart-witte bol) en Filteren (het pictogram van de kwast). Met Aanpassing pas je via schuifregelaars de belichting, kleur en scherpte aan. Zo maak je de kleuren warmer, verhoog je het contrast of voeg je extra helderheid toe. Onder Filteren vind je de functie Automatisch verbeteren en een reeks filters waarmee je de uitstraling van je foto in één klik verandert. Denk aan creatieve zwart-witfilters of effecten die je foto een vintage look geven. Pas je een filter toe, dan kun je de intensiteit traploos aanpassen.

Van elke filter kun je de intensiteit aanpassen.

Diashow

Je kunt in Foto’s heel snel een diashow starten. Selecteer in de galerij de gewenste afbeeldingen, klik er met de rechtermuisknop op en kies Diashow starten. De voorstelling begint onmiddellijk. Beweeg de muis naar boven, dan verschijnt een klein bedieningsvenster waarmee je de diashow kunt pauzeren of hervatten.

Via het muzieknootpictogram krijg je extra instellingen. Je kunt animaties of overgangen inschakelen, de voorstelling in een lus laten afspelen en een achtergrondmuziekje kiezen, bijvoorbeeld: Relaxed, Sentimenteel of Beats. Een belangrijke beperking: de diashow is slechts een tijdelijke weergave op het scherm. Je kunt hem dus niet rechtstreeks als videobestand opslaan. Wil je de slideshow later opnieuw bekijken, dan moet je de stappen opnieuw uitvoeren.

Met een klein regelvenster kun je de eigenschappen van de diashow regelen.

Horizonlijn corrigeren

Het komt vaak voor dat je snel een foto maakt en je focust op de persoon op de voorgrond, zonder te merken dat de horizon scheef staat. Dat kun je eenvoudig corrigeren in Foto’s tijdens de nabewerking. Klik op Bewerken en kies daarna Bijsnijden. Onderaan verschijnt een regelaar waarmee je de foto naar links of rechts kunt draaien. Terwijl je dit doet, verschijnt er een raster met hulplijnen, zodat je de achtergrond precies horizontaal kunt uitlijnen.

Door te roteren en rekening te houden met de hulplijnen, plaats je de horizonlijn perfect vlak.

Gelijkenissen zoeken

Wanneer je een afbeelding opent in Foto’s, zie je onderaan naast de knop Tekst scannen ook de optie Visueel zoeken met Bing. Met één muisklik opent Bing zijn afbeeldingzoeker in de browser en krijg je direct vergelijkbare afbeeldingen te zien. Dit is handig om objecten op basis van een foto te identificeren of om webpagina’s te vinden die exact dezelfde foto gebruiken. Je kunt deze zoekopdracht bovendien aanvullen met zoektermen.

Vanuit Foto’s laat je Bing zoeken naar gelijksoortige afbeeldingen op het web
Weergave 1:1 of 100%

Bovenaan zie je een klein knopje dat mogelijk vragen oproept: Werkelijke grootte, herkenbaar aan het pictogram 1:1. Een afbeelding bestaat uit beeldpuntjes, oftewel pixels, net zoals een computerscherm. Wanneer je de afbeelding via deze knop zodanig vergroot dat ieder beeldpuntje van de afbeelding exact overeenkomt met één pixel op het scherm, spreken we van een 1:1- of een 100%-weergave. Deze weergave is belangrijk om de scherpte van de afbeelding goed te kunnen beoordelen. Op het scherm wordt een foto vaak verkleind weergegeven, waardoor je niet kunt voorspellen of hij bij afdruk scherp zal zijn. Als de foto in Werkelijke grootte scherp oogt, kun je ervan uitgaan dat de kwaliteit in orde is.

Nu wordt de afbeelding op 37% getoond, met de knop 1:1 zien we hem op 100%

Info vragen aan Copilot

In de app vind je rechtsboven ook een knop naar Copilot. Daarmee kun je de AI raadplegen om vragen te stellen over de geselecteerde afbeelding. Open een foto, klik op de Copilot-knop en stel bijvoorbeeld de vraag: “Waar is deze opname gemaakt?” Met wat geluk herkent Copilot de omgeving en geeft hij meteen een verklaring waarom hij denkt dat de foto daar genomen is. Interessant is dat Copilot ook nagaat of je de vraag uit pure nieuwsgierigheid stelt of omdat je van plan bent de plek daadwerkelijk te bezoeken. In dat laatste geval helpt de assistent je verder met de voorbereiding van de reis.

Copilot geeft uitvoerig toelichting bij deze foto.

Exporteren naar Clipchamp

Selecteer in de Foto’s-galerij de afbeeldingen en video’s die je wilt combineren tot één filmmontage. Klik vervolgens met de rechtermuisknop op de selectie en kies de opdracht Een video maken in Microsoft Clipchamp. Daarmee open je Clipchamp, de gratis video-editor die sinds 2021 eigendom is van Microsoft en standaard wordt meegeleverd met Windows 11. Het programma is de opvolger van de oude Video Editor in Foto’s.

Clipchamp is laagdrempelig in gebruik, maar tegelijk krachtig genoeg om snel aantrekkelijke video’s te maken zonder dat je een professioneel pakket zoals Adobe Premiere nodig hebt. De geselecteerde media worden automatisch toegevoegd aan de map Jouw media in Clipchamp. Het enige wat je nog hoeft te doen, is de clips naar de tijdlijn te slepen, de duur van elke clip in te stellen en eventueel overgangen of effecten toe te voegen.

▼ Volgende artikel
Hoeveel internetsnelheid heb je écht nodig voor jouw huishouden?
© Golib Tolibov
Huis

Hoeveel internetsnelheid heb je écht nodig voor jouw huishouden?

Providers verleiden je graag met pakketten van 1 Gbit/s of meer, maar de meeste huishoudens benutten die bandbreedte zelden volledig. Of je nu streamt in 4K, fanatiek gamet of veel thuiswerkt, de juiste snelheid kiezen kan je flink wat geld besparen. We leggen uit hoeveel Mbit/s daadwerkelijk vereist is voor een stabiele verbinding zonder onnodige kosten.

Om te bepalen wat je nodig hebt, moet je eerst weten wat je verbruikt. Internetsnelheid wordt uitgedrukt in megabit per seconde, oftewel Mbit/s. Voor simpel surfgedrag, zoals het lezen van nieuwswebsites of het versturen van e-mails, heb je nauwelijks bandbreedte nodig. Vaak is 10 tot 20 Mbit/s in combinatie met een fatsoenlijke router al ruim voldoende. De echte belasting ontstaat pas bij het streamen van video. Diensten als Netflix of Disney+ geven duidelijke richtlijnen: voor een film in Full HD heb je ongeveer 5 Mbit/s nodig, maar wil je in de hoogste 4K-kwaliteit kijken, dan loopt dat al snel op naar 25 Mbit/s per stream. Als je in je eentje woont en vooral streamt, is een instapabonnement van 50 tot 100 Mbit/s dus vaak al meer dan genoeg.

De impact van meerdere gebruikers

De rekensom verandert zodra er meerdere mensen tegelijkertijd van het netwerk gebruikmaken. Je moet de internetverbinding zien als een digitale waterleiding: als iedereen tegelijk de kraan openzet, neemt de druk af. In een gezinssituatie waar de één een film in 4K kijkt, de ander een groot spelbestand downloadt en een derde persoon aan het videobellen is, telt het verbruik al snel op. Voor een gemiddeld gezin van vier personen wordt een snelheid tussen de 100 en 200 Mbit/s aangeraden. Hiermee voorkom je de gevreesde buffer-cirkels tijdens het filmkijken en zorg je dat downloads op de achtergrond de rest van het verkeer niet platleggen.

©Pixel-Shot

Uploadsnelheid bij thuiswerken

Veel consumenten staren zich blind op de downloadsnelheid, oftewel hoe snel je gegevens binnenhaalt. Maar sinds het massale thuiswerken is de uploadsnelheid minstens zo belangrijk geworden. Die bepaalt immers hoe snel jij gegevens naar het internet kan versturen. Tijdens een videogesprek via Teams of Zoom moet jouw beeld en geluid helder bij de collega's aankomen.

Bij traditionele kabelverbindingen is de uploadsnelheid vaak een fractie van de downloadsnelheid. Glasvezel biedt hier een groot voordeel omdat de upload- en downloadsnelheid daar meestal gelijk zijn (symmetrisch). Als je vaak grote bestanden naar de cloud stuurt of veel videobelt, is een abonnement met een hogere uploadsnelheid geen overbodige luxe.

Populaire merken voor netwerkapparatuur

Bij de zoektocht naar betere routers of mesh-systemen om je internetsnelheid optimaal te benutten, kom je al snel een aantal bekende namen tegen. TP-Link is momenteel een van de grootste spelers en biedt met de Deco-reeks toegankelijke oplossingen voor betere wifi-dekking in het hele huis. Netgear is een andere zwaargewicht die met hun Nighthawk-routers en Orbi-systemen vaak de bovenkant van de markt bedient voor veeleisende gebruikers. Voor consumenten die zweren bij stabiliteit en uitgebreide functies is het Duitse AVM, de maker van de iconische FRITZ!Box, al jaren een vaste waarde. Ook ASUS timmert hard aan de weg met krachtige routers die specifiek gericht zijn op gamers en gebruikers die maximale controle over hun netwerkinstellingen wensen.

Gigabit-internet vaak overkill

Providers adverteren steeds vaker met snelheden van 1000 Mbit/s (1 Gbit/s) of hoger. Hoewel dat indrukwekkend klinkt, is het voor de gemiddelde consument vaak overkill. Je merkt dat verschil eigenlijk alleen als je zeer regelmatig gigantische bestanden downloadt, zoals updates voor moderne games die soms wel 100 GB groot zijn. Met een gigabit-verbinding is zo'n update in enkele minuten binnen, terwijl je met een 100Mbit/s-verbinding wat langer moet wachten. Voor dagelijks gebruik, inclusief streamen en surfen, merk je in de praktijk weinig verschil tussen 200 Mbit/s en 1000 Mbit/s, omdat de servers van websites en streamingdiensten de snelheid vaak zelf beperken.

Wifi als vertragende factor

Besef tot slot dat de snelheid die je bij je provider inkoopt niet altijd de snelheid is die je op je apparaat haalt. Vaak ligt een trage verbinding niet aan het abonnement, maar aan de wifi-dekking in huis. Een duur abonnement van 1 Gbit/s lost een slecht wifi-signaal op zolder niet op. Voordat je je abonnement upgradet omdat het internet traag aanvoelt, is het verstandig om eerst te controleren of je router op een goede plek staat of dat je wellicht een mesh-netwerk nodig hebt om het signaal te verbeteren. In veel gevallen is investeren in betere wifi-apparatuur effectiever dan betalen voor een hogere snelheid die je draadloos toch niet kunt benutten.