ID.nl logo
Pi-KVM: Nas benaderen via Raspberry Pi op afstand
© Reshift Digital
Huis

Pi-KVM: Nas benaderen via Raspberry Pi op afstand

Als je nas of server op zolder is gecrasht, wil je waarschijnlijk voorkomen dat je het probleem ter plaatse moet oplossen. Met een kvm-over-ip-systeem kun je op afstand ingrijpen via het netwerk, wat helaas betrekkelijk duur is. Met Pi-KVM bouw je zoiets zelf met een Raspberry Pi en enkele goedkope componenten.

Een server of een nas staat waarschijnlijk niet altijd op een toegankelijke plaats. Dat is doorgaans geen probleem: je beheert het apparaat toch via het netwerk. Maar wat als het systeem is gecrasht en het daardoor niet meer bereikbaar is? Je kunt dan ter plaatse het apparaat rebooten, of als je er niet bij kunt in je meterkast de groep van je zolder even uitschakelen en weer inschakelen. Dan moet je maar hopen dat het apparaat uit zichzelf opstart of dat je het via wake-on-lan weer in actie krijgt.

Maar zelfs dan kan er nog heel wat misgaan. Wat als de bootloader bij een update een verkeerde configuratie heeft gekregen, zodat het besturingssysteem niet meer opstart? Dat probleem is niet via het netwerk op te lossen. Dan kun je niet anders dan een toetsenbord en scherm aansluiten en zo het probleem onderzoeken. Wellicht dien je via een live-cd een rescue-sessie op te starten om de bootloader opnieuw te installeren of andere hersteltaken uit te voeren.

Juist voor deze situatie zijn er in de loop der jaren talloze technologieën ontwikkeld die het mogelijk maken om op afstand het toetsenbord, scherm en opslagapparatuur van een server over te nemen alsof je er fysiek bij aanwezig bent. Dat heet doorgaans kvm-over-ip, waarbij kvm staat voor keyboard, video en mouse.

Er bestaan ook gestandaardiseerde protocollen voor beheer op afstand, iets wat men vaak out-of-band-management noemt. De bekendste is IPMI (Intelligent Platform Management Interface). Twee implementaties daarvan zijn DRAC (Dell Remote Access Controller) van Dell en iLO (Integrated Lights-Out) van HPE. Naast IPMI heb je ook AMT (Active Management Technology) van Intel. Een relatief nieuwe standaard is Redfish, die in de industrie ook al een goede ondersteuning heeft gekregen.

Goedkoop alternatief

Al deze technologieën hebben gemeen dat ze zich vooral richten op de zakelijke markt en daardoor niet goedkoop zijn. Maar voor de thuisgebruiker met een nas is er een alternatief: sluit een Raspberry Pi op je nas aan en laat die werken als een via het netwerk aan te sturen toetsenbord, muis en scherm van je nas. Pi-KVM biedt zo’n oplossing aan, die je zelf kunt bouwen voor nog geen 100 euro.

Je sluit de video-uitgang van je nas gewoon via een video-capturecomponent aan op je Raspberry Pi, en via de usb-otg-aansluiting doet de Raspberry Pi zich voor als toetsenbord en muis. Dan sluit je de Raspberry Pi op je netwerk aan. Via een webinterface of VNC-client krijg je dan toegang tot het scherm van je nas en stuur je dat aan met je eigen toetsenbord en muis.

©PXimport

Op de GitHub-pagina van Pi-KVM staat uitgelegd welke componenten je nodig hebt om je eigen kvm te maken. De huidige versie heeft een Raspberry Pi 4 nodig (het model met 2 GB geheugen volstaat) of een Raspberry Pi Zero W. Deze laatste is trager en dan ook niet aan te raden.

Voor de video-capture kun je kiezen voor een hdmi-naar-usb-dongel (de goedkoopste optie), maar die levert een beeldvertraging op van zo’n 200 ms en is minder betrouwbaar. Een betere optie is dan ook een hdmi-naar-csi-2-adapterbordje, dat je op de csi-2-connector van je Raspberry Pi aansluit, die normaal gesproken is bedoeld voor de Raspberry Pi Camera Module. In feite geef je zo het beeld van het scherm van je nas door aan je Raspberry Pi alsof het een camerabeeld is.

Dan rest nog de emulatie van het toetsenbord en muis. De usb-c-aansluiting van de Raspberry Pi 4 dient voor de stroomvoorziening, maar minder bekend is dat die ook usb-on-the-go (usb-otg) voor dataoverdracht ondersteunt. Met een trucje kunnen we daarvan gebruikmaken. 

Als je de usb-c-kabel waarop je de Raspberry Pi aansluit splitst in één usb-a-kabel voor de stroomvoorziening (die je in een voeding van 3 ampère en 5 volt steekt) en één usb-a-kabel voor data, kun je die laatste aansluiten op je nas en kan je Raspberry Pi zich zo voordoen als toetsenbord, muis en zelfs opslagapparaat.

Usb-splitter zelf maken

Alles wat we hiervoor noemden, kun je kant-en-klaar kopen, inclusief de usb-splitter. Maar bij deze laatste moet je even opletten: veel usb-splitters hebben in de ene kabel alleen stroom en in de andere kabel data én stroom, om extra stroom aan een usb-apparaat zoals een harde schijf te leveren. Dat kan in onze situatie voor Pi-KVM voor problemen zorgen. Je hebt daarom een usb-splitter nodig die het signaal splitst in voeding voor de ene kabel en data voor de andere.

Gelukkig kun je zo’n kabel vrij eenvoudig zelf maken en dat gaan we hier ook doen. Je hebt een usb-a-naar-usb-c-kabel nodig (mannelijk/mannelijk) en een usb-a-kabel met mannelijke connector aan de ene kant (waarvan je maar de helft gebruikt). Eén van de twee mag een pure voedingskabel zijn (die dus geen datalijnen heeft). Je kunt het beste kabels van verschillende kleuren gebruiken, zodat je makkelijker onthoudt wat de data- en wat de voedingskabel is van je splitter.

©PXimport

Beslis welke kabel je als datakabel en welke je als voedingskabel gaat gebruiken. Knip de ongebruikte connector van de voedingskabel af en strip de isolatie van het uiteinde. Je ziet nu vier draden (of twee als het een voedingskabel is): de witte en groene draden zijn de datalijnen, de rode en zwarte (of blauwe) zijn de voedingslijnen. Van deze heb je alleen de voedingslijnen nodig. Buig de andere om of knip ze af zodat ze geen onbedoeld contact maken. Strip nu de isolatie van de rode en zwarte draden. Doe dat bijvoorbeeld met een breekmes, want het zijn heel dunne draden.

De andere kabel, waarvan je het ene uiteinde als datakabel gaat gebruiken en het usb-c-uiteinde in de Raspberry Pi gaat steken, moet je niet doorknippen. Je dient op een bepaald punt de buitenste isolatielaag te verwijderen. Doe dat voorzichtig door met een striptang op twee plaatsen in de kabel te snijden zonder de draden binnenin te beschadigen, en de isolatie ertussen te verwijderen.

©PXimport

Knip hier nu de zwarte en rode draden door. Strip de isolatie van de twee uiteindes van de zwarte kabel en van het uiteinde van de rode kabel aan de kant van de usb-c-connector die in de Raspberry Pi moet. De andere rode kant buig je om of knip je af; die heb je niet nodig. Verbind nu de rode draad van de datakabel met de rode draad van de voedingskabel. 

Breng de twee stukken van de doorgeknipte zwarte draad van de datakabel bij elkaar en verbind die met de zwarte draad van de voedingskabel. Soldeer beide verbindingen vast na eerst elke draad te vertinnen. Let op: voor de zwarte draad moet je dus drie stukjes aan elkaar solderen!

Werk de kabel nu af. Bevestig isolatietape rond de zwarte draad en andere isolatietape rond de rode. Bevestig tot slot isolatietape rond het geheel, zodat er geen open draden meer te zien zijn van de usb-kabels.

over hoe je deze kabel maakt.

©PXimport

©PXimport

Uiteindelijk heb je een kabel met aan één kant een usb-c-connector die zowel data als voeding doorgeeft, en aan de andere kant één kabel met usb-a-connector voor de data en een andere kabel met usb-a-connector voor de voeding. Onthoud (of beter: label) welke waarvoor dient!

©PXimport

Pi-KVM installeren

Dan heb je nu alles om je eigen Pi-KVM-apparaat te maken. Als je de hdmi-naar-usb-dongel gebruikt, steek die dan in de usb-poort linksonder (de software verwacht die daar). Gebruik je het hdmi-naar-csi-2-adapterbordje, trek dan het zwarte lipje van de camera-interface op de Raspberry Pi (tussen de analoge audio en de micro-hdmi) naar boven, en trek ook het lipje op het adapterbordje naar buiten.

Steek dan de lintkabel in de connector op de Raspberry Pi, met het blauwe strookje gericht naar de usb-poorten, en klik het lipje weer dicht. Doe hetzelfde op het adapterbordje, waar de blauwe strook naar de bovenkant gericht moet zijn.

Download de image van Pi-KVM en kies daarbij voor de versie voor het csi-adapterbordje of de usb-dongel. Schrijf dit dan met een programma zoals balenaEtcher of USBImager naar een micro-sd-kaart van minstens 16 GB groot. Steek deze in je Raspberry P en sluit de hdmi-connector van het adapterbordje via een hdmi-kabel op het scherm van je nas aan. 

Sluit dan het usb-c-uiteinde van je usb-kabel op je Raspberry Pi aan, doe de voedingskabel van de andere kant in een voedingsadapter van 3 ampère en 5 volt en steek de datakabel in een usb-poort van je nas. Sluit een ethernetkabel aan, zodat je Raspberry Pi een netwerkverbinding heeft. En steek tot slot de voedingsadapter in het stopcontact, waarna je Pi-KVM-machine opstart. 

Lukt dit niet, draai dan de usb-c-connector om. Onze Frankensteinkabel heeft niet de handige eigenschap van usb-c dat het niet uitmaakt hoe je de connector ergens in steekt.

Zoek nu het ip-adres dat je Raspberry Pi via dhcp heeft verkregen. Dat kan in de lijst met dhcp-leases in de webinterface van je router. Log in op https://IP met in plaats van IP het ip-adres van je Raspberry Pi. Je krijgt een waarschuwing te zien, omdat de webinterface van Pi-KVM een zelfondertekend tls-certificaat gebruikt. Log in met gebruikersnaam admin en wachtwoord admin.

Je krijgt nu het hoofdscherm van Pi-KVM te zien, met drie opties: KVM, Terminal en Logout

©PXimport

Kies eerst eens voor Terminal en voer su in om naar de rootgebruiker over te schakelen (het wachtwoord is standaard root). Voer dan eerst rw in om het rootbestandssysteem beschrijfbaar te maken en dan passwd om een nieuw wachtwoord voor root te kiezen. Het wachtwoord voor gebruiker admin wijzig je met de opdracht: kvmd-htpasswd set admin.

KVM instellen

Het belangrijkste is uiteraard de kvm-functionaliteit. Keer terug naar het hoofdscherm en kies KVM. Als je Pi-KVM correct op je nas hebt aangesloten en je die via atx (in het menu ATX / Click Power of door fysiek de powerknop in te drukken) inschakelt, zie je nu het opstartscherm van je bios/uefi en daarna het bootmenu verschijnen.

Je kunt nu ook met je toetsenbord en muis je nas aansturen alsof je er vlak voor zit, en allerlei hersteltaken uitvoeren. Instellingen in het bios of de uefi aanpassen? Het bootmenu aanpassen of een andere entry in het bootmenu kiezen omdat de standaardkeuze niet start? In het initramfs van je Linux-server je bestandssysteem herstellen of de passphrase invoeren om je rootbestandssysteem te unlocken? Het is allemaal mogelijk op deze manier.

Let wel op: omdat je dit alles in een webbrowser doet, worden specifieke toetsen(combinaties) door het besturingssysteem van je pc of je webbrowser geïnterpreteerd en niet op je nas. Daarbij horen belangrijke combinaties zoals Ctrl+Alt+Del, maar ook toetsen zoals Shift Lock. Als je deze naar je nas wilt sturen, kan dat in Pi-KVM via het menu Shortcuts.

©PXimport

Virtuele schijf toevoegen

Een volgende stap is dat je ook op afstand een (virtuele) schijf toevoegt aan je nas, bijvoorbeeld om bij grotere problemen je nas van een herstelschijf op te starten of een volledige herinstallatie te doen van je Linux-server met een installatieschijf. Die functionaliteit vind je in het menu Mass Storage.

Klik daar op Select image to upload en selecteer het gewenste iso-bestand op je pc. Klik daarna op Upload om het naar je Raspberry Pi te uploaden. Dit is de reden waarom je het liefst geen te kleine micro-sd-kaart in je Raspberry Pi stopt: alle images waarvan je je nas wilt kunnen opstarten, moeten hierop kunnen passen.

Zodra het iso-bestand is geüpload, klik je het in het uitklapmenu naast Image: en kies je of je bij Drive mode of je de schijf wilt simuleren als cd-rom of usb-stick. Daarna klik je onderaan op Connect drive to Server. Pi-KVM doet zich dan via de usb-otg-interface voor als opslagapparaat en biedt zo de inhoud van de image aan je nas aan.

Als je nu je nas reboot of opstart, kun je in het bootmenu van het bios/uefi de virtuele schijf kiezen waarvan hij moet opstarten. Je voert nu de hersteltaken of installatie uit waarvoor je de schijf nodig hebt. En als je daarna klaar bent, klik je in Pi-KVM in het menu Mass Storage op Disconnect drive om de virtuele schijf te ontkoppelen. Als je daarna je nas weer herstart, zal hij weer van zijn normale schijf starten.

©PXimport

Werken met macro's

Als je specifieke acties met je toetsenbord en muis meerdere keren moet uitvoeren, kun je deze opnemen als macro’s en daarna meerdere keren afspelen. Ga daarvoor in de webinterface van Pi-KVM naar Macro, klik op Rec, voer je taken uit, en klik op Stop als je macro klaar is. Op deze manier kun je bijvoorbeeld de juiste opstartschijf in het bootmenu kiezen en dit als een macro opslaan. De tijd dat het script nodig heeft, wordt ook getoond. Deed je iets verkeerds in je macro, klik dan op Clear en neem ze dan opnieuw op.

De macro’s worden niet op Pi-KVM zelf opgeslagen. Je dient je aangemaakte macro dus eerst te downloaden met een klik op Download script. Sla die dan op je pc op met een duidelijke naam. Als je dan later de macro opnieuw wilt uitvoeren op je nas, klik je op Upload script en daarna op Play om de macro uit te voeren. In sommige omstandigheden is de optie Infinite loop playback interessant: de acties die je in de macro hebt opgenomen, worden dan in een lus telkens herhaald.

©PXimport

Pi-KVM uitbreiden

Het besturingssysteem van Pi-KVM is gebaseerd op Arch Linux ARM. Je kunt dit flexibele besturingssysteem dan ook uitgebreid aan je wensen aanpassen. Extra pakketten installeren voor functionaliteit die niet standaard erin zit, is eenvoudig gebeurd. Houd er wel rekening mee dat het besturingssysteem in read-only modus draait. Maak het bestandssysteem dus altijd eerst schrijfbaar voor je pakketten installeert of configuratiebestanden aanpast, en maak het daarna weer read-only. Op die manier is de kans op een corrupte micro-sd-kaart laag.

Verder ondersteunt Pi-KVM ook de serverbeheerprotocols IPMI en Redfish. Die eerste heeft tal van zwakheden; die tweede is een moderner, op http gebaseerd protocol dat al heel wat veiliger is. Redfish is standaard al ingeschakeld. Dat betekent dat je met tools die Redfish ondersteunen Pi-KVM op afstand kunt aansturen met de gebruikers die in Pi-KVM zijn gedefinieerd. 

Tot slot kun je in Pi-KVM ook meer dan één opslagapparaat definiëren, een seriële verbinding over usb configureren of ethernet over usb. In het laatste geval kun je je Raspberry Pi bijvoorbeeld als dns-server of ftp-server voor je nas laten werken.

▼ Volgende artikel
Wat is wifi 6(E) eigenlijk en merk je echt verschil?
© A Stockphoto
Huis

Wat is wifi 6(E) eigenlijk en merk je echt verschil?

Heb je last van haperende streams of traag internet wanneer iedereen thuis tegelijk online is? Wifi 6 belooft dé oplossing te zijn voor overvolle netwerken en betere prestaties. Maar wat is deze nieuwe standaard precies en merk je in de praktijk echt verschil? We duiken in de voordelen van wifi 6 en de supersnelle wifi 6E-variant. Lees snel verder en ontdek of een upgrade voor jouw situatie de investering waard is.

Ben jij ook klaar met haperende videocalls of films die precies op het spannendste moment beginnen te bufferen omdat iedereen in huis tegelijk online is? Dan wordt het hoog tijd om kennis te maken met wifi 6, dat korte metten maakt met overbelaste netwerken. Maar is deze technologie echt een revolutie voor je dagelijkse internetgebruik of merk je in de praktijk eigenlijk weinig van die veelbelovende specificaties? In dit artikel duiken we dieper in de wereld van wifi 6 en zijn nog krachtiger broertje wifi 6E. We leggen helder uit wat de technische verschillen zijn en helpen je bepalen of een overstap voor jouw huishouden de investering waard is, zodat jij precies weet of je klaar bent voor de toekomst van razendsnel en stabiel draadloos internet.

Tijd voor een nieuwe wifi 6-router? Kijk snel op Kieskeurig.nl!

Efficiëntie is het hoofddoel

Wifi 6 is de huidige standaard voor draadloos internet, technisch ook wel bekend als 802.11ax. Waar voorgaande upgrades zich voornamelijk richtten op het verhogen van de maximale topsnelheid per apparaat, gooit wifi 6 het over een andere boeg. Het hoofddoel van deze technologie is niet alleen snelheid, maar vooral efficiëntie en capaciteit. Je kunt het vergelijken met een verbreding van de snelweg: je mag misschien niet veel harder rijden, maar doordat er meer rijbanen zijn en het verkeer slimmer wordt geregeld, sta je nooit meer in de file, zelfs niet tijdens de spits.

Het antwoord op de vraag of je het verschil echt merkt, hangt sterk af van je thuissituatie. Als je alleen woont en slechts één laptop en een telefoon gebruikt, zal de sprong van wifi 5 naar wifi 6 wellicht aanvoelen als een kleine, nauwelijks merkbare verbetering. Het echte verschil wordt pas duidelijk in een huishouden vol slimme apparaten. Wifi 6 excelleert namelijk in omgevingen waar meerdere mensen tegelijkertijd streamen, gamen en videobellen, terwijl op de achtergrond slimme thermostaten en deurbellen ook verbinding zoeken. De router kan met wifi 6 gelijktijdig data naar meerdere apparaten sturen in plaats van snel tussen alle apparaten te moeten wisselen, wat zorgt voor een stabielere verbinding zonder haperingen. Daarnaast communiceren wifi 6-routers efficiënter met je apparaten over wanneer ze moeten 'slapen' en 'wakker worden', wat een positief effect heeft op de batterijduur van je smartphone en laptop.

©YurolaitsAlbert

Snel over de VIP-strook

Om het plaatje compleet te maken is er ook nog wifi 6E. Dat is een uitbreiding van de wifi 6-standaard die gebruikmaakt van een volledig nieuwe frequentieband: 6 GHz. De traditionele 2,4GHz- en 5GHz-banden die we al jaren gebruiken, zitten inmiddels overvol met signalen van de buren, magnetrons en babyfoons. Wifi 6E opent als het ware een exclusieve VIP-strook waar alleen de allernieuwste apparaten gebruik van mogen maken. Hierdoor heb je geen last van interferentie en haal je extreem hoge snelheden met een zeer lage vertraging. Dat is echter alleen relevant als zowel je router als je ontvangende apparatuur (zoals je nieuwste smartphone) wifi 6E ondersteunen.

Al met al is de overstap naar wifi 6 of 6E zeker de moeite waard als je toe bent aan een nieuwe router en in een druk huishouden woont of in een appartementencomplex waar veel signalen door elkaar lopen. Je zult het verschil vooral merken in de stabiliteit van de verbinding wanneer iedereen thuis tegelijk online is. Voor wie weinig apparaten heeft en tevreden is met de huidige snelheid, is een directe upgrade minder noodzakelijk, al is het wel de standaard voor de toekomst.

🎯 Populairste merken routers in NL

TP-Link |  Netgear | Ubiquity AVM Fritz! | ASUS

Wi-Fi 6-routers worden op Kieskeurig.nl steeds populairder, vooral vanwege hun veel hogere snelheid, betere stabiliteit en het vermogen om veel apparaten tegelijk te verbinden zonder snelheidverlies. Merken als AVM (met de FRITZ!Box-serie), TP-Link (o.a. Deco en Archer), en Linksys (Velop) scoren daarbij hoog.

Aanraders per merk

AVM FRITZ!Box 5590 Fiber AON
Krachtige glasvezelrouter met 4×4 Wi-Fi 6, 2,5G-poort en uitgebreide mesh- en telefoniefuncties. Geschikt voor hoge snelheden via AON of XGS-PON. Reviewscore op Kieskeurig.nl: 9,5.

AVM FRITZ!Box 6690 Cable

High-end kabelrouter met ingebouwde DOCSIS-3.1-modem, 4×4 Wi-Fi 6 en een 2,5G-poort voor extra hoge snelheden. Ondersteunt DECT-smart-home, mesh en uitgebreide netwerkfuncties. Reviewscore op Kieskeurig.nl: 9,0.

TP-Link Deco X60 3-Pack

Mesh-systeem voor stabiele dekking door het hele huis met Wi-Fi 6-snelheden tot 2402 Mbit/s op 5 GHz. Inclusief WPA3-beveiliging en ouderlijk toezicht. Reviewscore op Kieskeurig.nl: 9,3.

Linksys Velop Pro 6E 2-Pack

Tri-band mesh-systeem met een snelle 6 GHz-band voor 4K/8K-streaming en lage latency, geschikt voor grotere woningen. Ondersteunt WPA3 en slimme netwerkoptimalisatie. Reviewscore op Kieskeurig.nl: 8,6.

TP-Link Archer AX73

Zeer snelle dual-band Wi-Fi 6-router met 5400 Mbit/s totale bandbreedte en sterke beveiliging (WPA3). Met vier gigabit-poorten en USB-aansluiting ideaal voor veeleisende huishoudens. Reviewscore op Kieskeurig.nl: 10,0.

🔟 Over de reviewscores op Kieskeurig.nlOp Kieskeurig.nl schrijven consumenten reviews over producten. Elke review moet voldoen aan kwaliteitscriteria: de reviewer moet aangeven of het product gekocht, gekregen of getest is, er mag geen misleidende taal in staan en de inhoud moet betrouwbaar zijn. Zo worden nep- of spamreacties tegengegaan. Bij de beoordeling zie je niet alleen het gemiddelde cijfer, maar ook hoeveel reviews er zijn. Zo krijg je meteen een indruk of de score op basis van één enkele review is of op basis van veel gebruikerservaringen.

▼ Volgende artikel
Online samenwerken in LibreOffice versie 25.8
© monticellllo
Huis

Online samenwerken in LibreOffice versie 25.8

De opensource kantoorsuite LibreOffice blaast 40 kaarsjes uit en viert dat met een sprong voorwaarts. Welke vernieuwingen vallen ons op in de recente versie en hoe maken ze de onderlinge samenwerking tussen gebruikers makkelijker?

LibreOffice kent een lange geschiedenis in verschillende vormen die teruggaat tot 1985. Toen verscheen het eerste programma onder de naam StarWriter. Vijftien jaar later belandde de suite bij de open-sourcegemeenschap en werd ondergebracht bij The Document Foundation, die het pakket de naam gaf waaronder we het nu kennen. Het is sindsdien uitgegroeid tot een volwaardig, gratis alternatief voor Microsoft Office. Ook de nieuwste versie blijft trouw aan de klassieke reeks toepassingen, al zijn die verder verfijnd en nauwer met elkaar geïntegreerd. LibreOffice 25.8 is beschikbaar op www.libreoffice.org/download.

De suite bestaat uit zes kernprogramma’s. Writer voor tekstverwerking, Calc als spreadsheet-programma, Impress is presentatiesoftware vergelijkbaar met PowerPoint, Draw is een vectorgebaseerde tekenapplicatie, Base gebruik je voor databases en ten slotte is er de formule-editor Math. Naast deze zes is er nog de component Chart om grafieken te maken binnen Calc, Writer en Impress. Bovendien heeft LibreOffice een bibliotheek met extra functies, sjablonen en steeds vaker ook AI-tools. Op de mogelijkheden van die kernprogramma’s zijn we al dieper ingegaan in een eerder artikel Aan de slag met LibreOffice. Hier bespreken we wat nieuw is en onderzoeken we de mogelijkheden van onderling samenwerken.

Aanpasbare interface

Wanneer je voor het eerst een applicatie opent, toont LibreOffice hoe je de interface kunt aanpassen. Wil je de standaardwerkbalk of wil je tabbladen? Daarnaast kun je kiezen voor een enkelvoudige werkbalk, voor compacte tabbladen, voor de zijbalk en meer. Telkens beslis je of je de gekozen interface alleen op het huidige programma wilt toepassen of op alle programma’s van LibreOffice.

De werkomgeving met tabbladen lijkt het meest op wat we van Microsoft Office gewend zijn.

Uiterlijk aanpassen

Met Extra / Opties / LibreOffice zet je de weergave van LibreOffice op licht, donker of de systeeminstelling. In hetzelfde venster bepaal je de kleuren waarmee spelfouten, tabelgrenzen, niet-afdrukbare tekens in Writer, de documentachtergrond en alle speciale markeeritems worden weergegeven. Door op het pictogram van het puzzelstukje te klikken bij Uiterlijk / LibreOffice-thema kom je bij de thema’s voor deze suite. Als je op de knop Internetpagina klikt, zie je telkens hoe ieder thema in de verschillende basisprogramma’s van LibreOffice eruitziet. Daarbij lees je welke versie van LibreOffice vereist is om het gekozen thema toe te passen. Gebruik de knop Installeren om het gekozen thema binnen te halen. Na een klik op OK past LibreOffice het thema onmiddellijk toe.

Daarnaast ondersteunen Writer, Calc en Impress ook kleurenschema’s voor specifieke documenten. Nadat je een van de drie applicaties hebt geopend, ga je naar Opmaak / Thema. Kies een van de bestaande thema’s uit Rainbow, Beach, Sunset … Je kunt via de knop Toevoegen ook zelf een thema samenstellen. Bevestig met de knop Toepassen. Alle elementen die met stijlen en thema-kleuren werken (koppen, tabellen, grafieken et cetera) worden meteen aangepast.

Met een thema pas je in één keer het volledige uiterlijk van de LibreOffice-applicatie aan.

Wijzigingen tonen

Een eerste opvallende vernieuwing is de manier waarop je tijdens het samenwerken veel duidelijker zicht krijgt op de voorgestelde wijzigingen. Activeer dit via Bewerken / Wijzigingen / Wijzigingen bijhouden of met de sneltoets Ctrl+Shift+C. Vanaf dat moment markeert Writer automatisch alles wat je typt, verplaatst of aanpast.

Met Bewerken / Wijzigingen / Tonen
maak je de aanpassingen zichtbaar. Toevoegingen verschijnen onderstreept of in kleur, verwijderingen worden doorgestreept en opmaakwijzigingen krijgen een ballon of markering in de kantlijn.

De voorgestelde wijzigingen worden zichtbaar.

Wijzigingen beheren

In het venster Wijzigingen beheren (Alt+7) zie je in één oogopslag alle voorgestelde aanpassingen. Klik je in de lijst op een item, dan wordt de bijbehorende wijziging meteen in de tekst gemarkeerd. En omgekeerd: selecteer je een wijziging in de tekst, dan springt Writer automatisch naar de juiste entry in de lijst. Dat was vroeger veel minder overzichtelijk, waardoor correcties in lange documenten lastig te volgen waren.

Nu kun je niet alleen sneller door honderden wijzigingen bladeren, maar ook instellen hoe elk type wijziging wordt weergegeven, van kleur tot markering. Met de knoppen Accepteren en Verwerpen beslis je per wijziging of je alles in één keer verwerkt. Bovendien kun je de lijst filteren op auteur en/of tijdstip, wat vooral bij samenwerking met meerdere gebruikers tijd bespaart.

Je kunt de wijzigingen filteren op auteur en op datum.

Commentaren geïntegreerd in Navigator

Commentaren zijn in de nieuwe versie beter geïntegreerd in de Navigator, waardoor je ze als overzichtslijst kunt gebruiken. Open het zijpaneel Navigator met F5 of via het kompas-pictogram in de zijbalk. Vanuit dit venster navigeer je met één klik naar koppen, afbeeldingen, secties en tabellen. Voeg je in de tekst een commentaar toe via rechtermuisknop en de optie Notitie toevoegen of de sneltoets Ctrl+Alt+C, dan verschijnt deze niet alleen in de tekst, maar ook in de Navigator. Klik je daar op een commentaar, dan springt Writer meteen naar de juiste plaats in het document.

In het panel Navigator vind je alle opmerkingen.

Extern opslaan

Onder het menu Bestand vind je ook de optie Extern opslaan. Hiermee sla je een bestand op een andere locatie op dan je eigen computer. Dit kan bijvoorbeeld een netwerkschijf of gedeelde map zijn, via WebDAV, FTP, SSH of een andere netwerkverbinding, of in een cloudomgeving zoals Nextcloud, Google Drive of OneDrive.

Het voordeel is dat het document direct op een plek staat waar anderen toegang toe hebben, of waar je er zelf vanaf meerdere apparaten bij kunt. Om een externe opslaglocatie in te stellen, klik je bij Extern opslaan op Service beheren. Daarna selecteer je de gewenste online dienst en vul je de gebruikersnaam en het wachtwoord in.

Je kunt verschillende externe bestandsservices aanspreken.

Multi opslaan als

Aanvullend kun je de mogelijkheden van LibreOffice uitbreiden door middel van extensies. Bijvoorbeeld met MultiFormatSave sla je hetzelfde document meteen in meerdere indelingen tegelijk op. Deze extensie ondersteunt het OpenDocument-formaat, het Microsoft Office-formaat en tegelijk de pdf-indeling. Handig bij samenwerking met mensen die Microsoft Office gebruiken, zodat iedereen toch over een kopie beschikt waarmee hij of zij kan werken. Daarnaast is er de extensie MultiFormatSave-Draw die hetzelfde doet voor illustraties. Hiermee bewaar je dezelfde afbeelding tegelijk in het odf-, png-, svg- en pdf-formaat.

Eerst moet je de extensie installeren via het menu Extra / Extensies. Daar klik je linksonder op de knop Haal meer extensies online. Dan kom je in een store om extensies te zoeken en te downloaden. Wanneer de download binnen is, dubbelklik je op het bestand multiformatsave-v1-5-6.oxt in de map Downloads. Er verschijnt een waarschuwing die aangeeft dat je op het punt staat om een extensie te installeren voor LibreOffice. Klik op OK. Daarna moet je LibreOffice opnieuw opstarten. Vanaf nu heb je in het menu Bestand een nieuwe functie: Multi Opslaan als. Als je die functie aanspreekt, krijg je een pop-up waar je verschillende indelingen kunt selecteren. Via Extra / Extensie kun je achteraf ook extensies verwijderen.

Plaats vinkjes bij de verschillende bestandsindelingen die LibreOffice simultaan moet opslaan.

AI-afbeeldingsgenerator

Een nieuwe interessante extensie is Stable Diffusion for LibreOffice. Hiermee kun je via prompts AI-gegenereerde afbeeldingen rechtstreeks toevoegen dankzij de gratis AI Horde backend. Je hebt hiervoor geen account of abonnement nodig, maar wel een internetverbinding. Bovendien krijg je het beste resultaat met Engelse prompts. Dit is een interessante manier om op een eenvoudige manier visuals toe te voegen. Ga naar Extra / Extensies / Haal meer extensies online en gebruik de zoekmachine om Stable Diffusion for LibreOffice te downloaden. De extensie gebruikt een cluster van Stable Diffusion-servers die door vrijwilligers wordt onderhouden, de zogenaamde AIHorde.

Zodra de extensie is geïnstalleerd, kies je Invoegen / Image from text. Dan opent zich de pop-up Stable Horde for LibreOffice waar je de prompt typt. Daarbij geef je zowel de hoogte als de breedte in van de illustratie die je nodig hebt en je klikt op de knop Process. Even later staat de illustratie in het tekstdocument of in de presentatie. Na de installatie vind je de knop naar deze extensie in Writer, Draw en Impress.

Onder de afbeelding komt ook de prompt die je hebt ingegeven.

Echte open standaarden

Wat LibreOffice uniek maakt, is dat het volledig inzet op open standaardformaten die door iedereen gebruikt en geïmplementeerd kunnen worden. Voor elk type document is er een open formaat: odt voor tekstdocumenten, ods voor spreadsheets en odp voor presentaties. Deze formaten zijn vastgelegd door de internationale standaardisatieorganisatie OASIS en officieel erkend door ISO/IEC. Dat betekent dat ze vrij beschikbaar zijn, zonder dat er een bedrijf de spelregels bepaalt.

Daarnaast kan LibreOffice ook werken met de Microsoft Office-formaten zoals docx, xlsx en pptx. Het kan bestanden in die formaten zowel openen als opslaan, zodat uitwisseling met gebruikers van Microsoft Office vlot verloopt. Het belangrijkste voordeel van de open formaten is dat de documenten in LibreOffice er hetzelfde uitzien wanneer je ze opnieuw opent, of wanneer iemand anders ze opent in een toepassing die deze standaard ondersteunt. Je verliest geen opmaak, inhoud of metadata.

Bij de Microsoft-formaten ligt dat genuanceerder. De typische Microsoft-indelingen zoals docx, xlsx en pptx bevatten vaak functies of elementen die alleen door Microsoft Office volledig worden ondersteund. Dit is deels een bewuste strategie. Microsoft hanteert zijn eigen implementatie en voegt soms afwijkingen toe, waardoor bestanden niet altijd 100 procent identiek openen buiten het eigen ecosysteem. Daardoor wordt het overstappen naar alternatieve software bemoeilijkt.

LibreOffice ondersteunt echte open standaarden.

Documenten schoon opslaan

Alle applicaties zijn bovendien in staat om documenten te creëren die de privacy van de gebruiker respecteren. Bij het opslaan kun je namelijk aangeven of je het bestand zonder persoonlijke metadata wilt bewaren, zoals de auteur of de tijdstempels. Dit kan belangrijk zijn als je documenten deelt in een professionele of juridische context. Terwijl het bestand geopend is, ga je naar het menu Bestand / Eigenschappen. Dan kies je het tabblad Algemeen. Je zult zien dat hierbij je naam als auteur al ingevuld is en ook de wijzigingsdatum, de totale bewerkingstijd enzovoort …

Klik op de knop Eigenschappen terugzetten. Hiermee wis je auteur, wijzigingsdatum, bewerkingstijd en woordentelling. Sla het bestand dan opnieuw op. Wil je het programma instellen zodat je de metadata altijd wist bij het opslaan, zodat je dit niet kunt vergeten? Ga naar Extra / Opties. Kies links in de lijst LibreOffice / Beveiligen. In de groep Beveiligingsopties en waarschuwingen klik je op de knop Opties. Daarna vink je de optie aan: Persoonlijke informatie verwijderen bij het opslaan. Bevestig met OK. Vanaf nu worden alle documenten automatisch schoon opgeslagen.

Het is mogelijk om de metadata in LibreOffice te verwijderen.

Samenwerken

Er zijn drie manieren om samen te werken met LibreOffice. De eerste is de klassieke aanpak. Je werkt alleen op je eigen computer en deelt het bestand via e-mail of usb. Andere gebruikers kunnen het document vervolgens aanpassen en opmerkingen toevoegen. Alle wijzigingen zie je overzichtelijk terug in het venster Wijzigingen beheren. De tweede manier is het gebruik van een gedeelde map in de cloud. Iedereen met toegang kan het bestand bewerken, zij het niet tegelijkertijd. Dankzij kleurmarkeringen blijft zichtbaar wie welke aanpassing heeft gedaan. De derde optie is de online variant van LibreOffice. Daarmee werk je in realtime samen aan hetzelfde document. Het grote voordeel is de simultane bewerking, maar het nadeel is dat de installatie en configuratie van deze oplossing wat complexer is.

Zo versleutelen we het bestand op Dropbox, de ander moet dan het wachtwoord kennen.

Online versie

De oplossing om online de opensource tekstverwerker, spreadsheet- of presentatie-applicatie te gebruiken, is een combinatie van een online platform en een online toepassing. LibreOffice 25.8 heeft de mogelijkheden om met anderen samen te werken uitgebreid door koppelingen met cloudoplossingen zoals Nextcloud. De bijbehorende online toepassing heet Collabora Online. Het gaat om een webgebaseerde Office-omgeving op basis van LibreOffice die zich integreert met cloudplatformen zoals Nextcloud. Hiermee kunnen teams, onderzoekers en scholieren in realtime veilig samenwerken, zonder afhankelijk te zijn van commerciële clouddiensten zoals Google of Microsoft. Bovendien is de privacy beter gewaarborgd.

Om te starten heb je een Nextcloud- of ownCloud-account nodig. Wij vonden Nextcloud het meest gebruiksvriendelijk, omdat deze Collabora al standaard aanbiedt. Nextcloud heeft clients voor Windows, macOS, Linux, iOS en Android (https://nextcloud.com/install). De laatste versie (31.0.8) verscheen op 14 augustus 2025. Wil je geen tijd besteden aan installatie en onderhoud, dan kun je kiezen voor een beheerde Nextcloud-hostingdienst. Er zijn verschillende aanbieders en de prijzen variëren volgens opslagcapaciteit. Je kunt er ook voor kiezen om op een eigen server Collabora CODE te installeren (Collabora Online Development Edition, een gratis community-versie), maar dat is meer iets voor specialisten.

Maak eerst een account aan bij Nextcloud.

Compatibel met de courante Office-indelingen

Met Collabora Online krijg je een webversie van LibreOffice, volledig opensource en privacy-vriendelijk. Op https://collaboraonline.com kun je een gratis demo uitproberen. Je vult je naam, e-mailadres en herkomst van je aanvraag in, waarna je een e-mail ontvangt met een link, login en wachtwoord. Vervolgens kom je in een omgeving waar je tekstverwerkingsdocumenten, spreadsheets en presentaties kunt openen. Het gaat om een set online documenten in de odt-, docx-, pdf-, pptx-, xlsx-, odg-, doc- en ods-indeling. Met een dubbelklik opent Collabora Online het bestand rechtstreeks in de browser, zonder dat je iets hoeft te installeren.

Je ziet in Nextcloud welke bestanden je in Collabora kunt openen.

Alle bewerkingen in de browser

Wanneer een document geopend is, herken je meteen de vertrouwde LibreOffice-modules. De interface van Collabora Online is niet 100 procent identiek aan de desktopversie van LibreOffice, maar de functies en compatibiliteit zijn zeer vergelijkbaar. De interface past zich aan de taalinstellingen van je systeem aan (in ons geval Nederlands). Je kunt elk bestand bewerken en opslaan in verschillende formaten. Zo kun je een geopende odp-presentatie bewaren als odf-presentatie, PowerPoint-bestand (.pptx) of PowerPoint 2003-presentatie (.ppt). Een tekstdocument in odt-formaat kun je opslaan als rtf, Word (.docx) of Word 2003-document (.doc). Ook exporteren naar pdf of epub is mogelijk. Alles gebeurt volledig in de internetbrowser, zonder dat je een lokale toepassing nodig hebt. Bovendien ben je niet beperkt tot de demo-bestanden: je kunt zelf ook eigen bestanden uploaden, bewerken en opslaan in deze indelingen.

De interface van Collabora Online werkt ook in het Nederlands.

Delen

In Nextcloud klik je op de Deel-knop en voeg je een gebruiker of groep toe. Je kunt zelfs een openbare link aanmaken. Daarbij bepaal je of de ander het document alleen mag lezen of ook mag bewerken. Vanaf dat moment kunnen meerdere mensen tegelijk in hetzelfde document werken. Elke auteur krijgt een eigen kleur voor de cursor en de selecties en alle wijzigingen verschijnen direct op het scherm. Net als in de desktopversie kun je opmerkingen toevoegen en wijzigingen bijhouden. Ondertussen kun je chatten en altijd teruggaan naar eerdere versies.

Je kunt het document delen met een of meer personen en je kunt een openbare link creëren.