ID.nl logo
Huis

Phenom II 965 BE

AMD heeft de gigahertz-koorts goed te pakken. Klokken ze de nieuwe Phenom II quad, tripel en dualcores al keurig tot 3,2 GHz, de nieuwe 965 BE loopt op 3,4 GHz. Dat is iets meer dan Intel nu kan bieden bij de Core i7. Betekent dit dat AMD eindelijk Intel echt bij kan houden in het topsegment?

De Phenom II 965 Black Edition (BE) is de nieuwe topprocessor van AMD. Met 3400 MHz is hij lekker hoog geklokt. Al komt deze snelheid met een prijs: een tdp van 140 watt om precies te zijn. U kunt dus beter direct een goede koeler kopen voor dit energiemonster. Overklokken moet met deze Black Edition een fluitje van een cent zijn. Immers: de gebruiker is vrij een hogere multiplier in te stellen. Standaard staat deze op 17 –17 x 200 = 3400 – maar volgens AMD moet deze met goede – lees: high-end – luchtkoeling gemakkelijk op 20 kunnen staan.

Upgradevriendelijk


Behalve een hoge kloksnelheid biedt de Phenom II ondersteuning voor ddr2- en ddr3-geheugen. Dat is met name handig voor mensen die graag stap voor stap opwaarderen. De AM3-processor past dus nog in een AM2-moederbord, al gebruikt u dan niet het volle potentieel van de processor.

Haasje over


We testen de Phenom II in combinatie met een MSI 790FX GD70-moederbord, 4GB Adata 1600 MHz ddr3-geheugen en een ATI Radeon 4870 512MB videokaart. Als koeler gebruiken we een Spire TherMax II-koeler.

De combinatie van de vernuftige geheugencontroller en de hoge kloksnelheid zorgt voor prima prestaties, zo zien we in Cinebench R10. De AMD zet daar een uiterst nette score neer van 14.316. Daarmee scoort de Phenom ongeveer 1000 punten lager dan de Core i7 920. Vergeet echter niet dat de Core i7 acht threads kan verwerken én over triple channel ddr3 beschikt. De AMD moet het doen met vier threads en twee geheugenkanalen.

In onze Everest bechmark blijkt al snel dat de Phenom II sneller is dan de QX9770 en zelfs vaak de Core i7 920 overtreft. Zeker bij gigahertz-intensieve applicaties scoort de AMD goed. Dat is natuurlijk niet vreemd met 3,4 miljard kloktikken per seconde. Echter, bij floating point-berekeningen wint Intel standaard de race. En dat geldt ook voor de Super Pi-test waar AMD simpelweg slecht scoort. 20 seconden over de test van 1 miljoen decimalen en 20 minuten en 28 seconden voor de 32-miljoen test.

De PCMark Vantage-test rondt de AMD glorieus af met maar liefst 6522 punten. Dat is een erg nette score, zeker gezien het feit dat een Core i7 965 ongeveer 1000 punten meer haalt met een vergelijkbare videokaart en harde schijf. Ook de 3DMark-test laat zien dat deze AMD zich goed thuis voelt in een gamingplatform. Een cpu-score van 11800 is absoluut niet slecht. Met een ATI Radeon 4870 512MB haalt het totale systeem een score van 9367.

Overklokken


Hoe klokt het nieuwe vlaggenschip van AMD? Met een vrij instelbare multiplier en een standaardsnelheid van maar liefst 3,4 GHz zouden we de 4 GHz-barriere graag eens doorbreken met een AMD. Echter, het lukt ons niet de Phenom II 965 stabiel op 4 GHz te krijgen. Zelfs met 1,55 volt – en erg hoge temperaturen – blijven we blue-screens zien als we een stabiliteitstest doen. Echter, 3,9 GHz bij 1,45 volt vormt geen probleem en daarmee klokt deze nieuweling evengoed – maar relatief gezien dus een stuk slechter - als eenPhenom II 955 BE. En dan rijst de vraag: heeft de 965 bestaansrecht?PluspuntenMinpuntenConclusie

  • Lekker vlot

  • Geen multiplier-lock

  • Relatief matige overklokker

  • Prijzig in vergelijking met 955

  • Erg hoge TDP

AMD heeft op dit moment de hoogst geklokte processor in handen. Een standaardsnelheid van 3,4 GHz is indrukwekkend, al komt het met een prijs: 140 watt TDP. De hoge kloksnelheid zorgt er wel voor dat AMD de Core i7 in principe kan bijhouden. In spellen scoort de Phenom II goed, beter dan de QX9770 en de i7 920. Ook zijn de algemene prestaties goed. Toch zien we niet veel nut voor de 965. De overklokcapaciteit valt namelijk behoorlijk tegen. Sterker nog: de maximale overklok is in ons geval gelijk aan die van de 955... en dat maakt de keuze gemakkelijk: schaf een 955 aan en investeer het overgebleven bedrag in een goede koeler.SocketSocket AM3Aantal cores4KernDenebFabricageproces45 nmKlokfrequentie (GHz)3Front Side Bus-GeheugencontrollerDDR3-1333Level-2-cache (KB)2Level-3-cache (KB)664-bit ExtensiesjaHyperthreadingneeVirtualisatiejaTDP (Watt)140

Oké
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.