ID.nl logo
De beste toetsenborden voor thuiswerkers
© Reshift Digital
Huis

De beste toetsenborden voor thuiswerkers

Dat een goede thuiswerkplek zowel je comfort als je productiviteit ten goede komt, is geen geheim. Misschien denk je daarbij eerst aan je bureau, stoel of monitor, maar ook de randapparatuur waarop je werkt, kan een wereld van verschil maken. In dit artikel bespreken we de beste toetsenborden voor de optimale thuiswerkervaring.

Tik je incidenteel een e-mailtje, dan zal praktisch elk toetsenbord wel voldoen. Maar als je de hele dag zit te typen, zul je meer eisen hebben. De betere toetsenborden hebben een fijnere aanslag, zijn duurzamer en leiden uiteindelijk tot een vlotter typtempo.

Maar niet alleen de typ-ervaring, ook andere eigenschappen kunnen een groot verschil maken. Zo zijn er toetsenborden die je gelijktijdig kunt gebruiken op je desktop-pc thuis én op je laptop. Sommige hebben zelfs bluetooth-ondersteuning, zodat je snel over kunt schakelen naar je telefoon. 

Ook het formaat is belangrijk: de meeste toetsenborden beschikken over een volledige indeling met ongeveer 104 toetsen en voldoen voor praktisch iedereen, maar er zijn ook toetsenborden met extra knoppen, handig voor gebruikers van complexe macro’s, of juist extra compacte toetsenborden. Die laatste categorie is fijn als je veel schrijft of beperkte ruimte hebt, maar is ongewenst als je veel in Excel werkt.

Wat je het best kunt vermijden, zijn zogeheten rubber-dome toetsenborden. Een voorbeeld hiervan zijn de ‘gratis’ toetsenborden die je bij menig kant-en-klare computer krijgt, al weten sommige fabrikanten dit soort keyboards ook los voor tientallen euro’s te verkopen. Deze toetsenborden hebben een zachte, sponzige en weinig responsieve aanslag.

Bij voorkeur kijken we naar toetsenborden met scissor-switches, bekend van onder andere Apple-toetsenborden en de betere laptops, of mechanische switches. Die laatste categorie is het duurzaamst, maar daar hoort ook een lijviger prijskaartje bij.

Goedkoop en goed: Cherry Stream 3.0

©PXimport

Dat een degelijke typervaring niet veel hoeft te kosten, bewijst de Cherry Stream 3.0. Die is verkrijgbaar vanaf zo’n 25 euro en normaliter ook in tal van verschillende landindelingen te koop. Het is een degelijk toetsenbord met zeer aangename switches, dat met kop en schouders boven de directe concurrentie uitstijgt. Daarbij is hij zowel in het zwart als wit (grijs-wit) verkrijgbaar, mocht je wat meer stijlgevoelig zijn.

De aspecten waar Cherry punten laat liggen, kunnen we vanwege de prijs prima door de vingers zien. Hij zit ouderwets aan het draadje, er is geen mogelijkheid om vlot meerdere apparaten tegelijk aan te sluiten, en hoewel de bouwkwaliteit met zijn stevige plastic wel goed zit, zijn er voor hogere bedragen natuurlijk stevigere, metalen producten te koop.

Maar wanneer je voor een bescheiden bedrag gewoon goed wilt typen, dan is dit onze absolute aanrader. Als het op typgenot aankomt, doet hij nauwelijks onder voor menig product dat het viervoudige kost.

Cherry Stream 3.0

Prijs
€ 30,-
Websitewww.cherry-world.nl8Score80

  • Pluspunten

  • Fijne typervaring

  • Degelijk

  • Goedkoop

  • Minpunten

  • Bedraad

  • Beperkte mogelijkheden

Het beste toetsenbord: Logitech MX Keys 

©PXimport

Met een prijskaartje van zo’n 100 euro is de Logitech MX Keys niet goedkoop, maar wanneer we stellen dat je voor dat bedrag het ultieme thuiswerktoetsenbord krijgt, valt het eigenlijk ook wel weer mee. De bouwkwaliteit is uitstekend, de afwerking is subliem en de mogelijkheden zijn indrukwekkend.

Het toetsenbord heeft een afneembare usb-c-kabel waarmee je de ingebouwde accu kunt opladen. Als je de toetsverlichting uitzet, kun je er maandenlang draadloos op werken. En zelfs met de verlichting aan kom je al snel weken vooruit. Dit is mede te danken aan een ingebouwde sensor die de verlichting uitschakelt zodra je je handen van de toetsen wegtrekt, en weer inschakelt als je doorgaat met typen.

De MX Keys kan ook aan meerdere apparaten tegelijk worden gekoppeld. Met behulp van een knop of via de meegeleverde software kun je naadloos tussen deze apparaten schakelen. Combineer je de MX Keys met een MX Master-muis, dan kun je verschillende machines aan elkaar koppelen en bedienen alsof het om één pc met meerdere schermen gaat. Ideaal voor wie verschillende computers in huis heeft.

Een toetsenbord valt of staat natuurlijk met de typervaring. Ook die is weer uitstekend, mede dankzij de scissor-switches met hun stevige bouwkwaliteit. We zullen niet beweren dat de ervaring viermaal zo goed is als bij de Cherry Stream 3.0, maar dit is wel uitstekend thuiswerken. Let wel even op welke versie je koopt, want sommige webshops verkopen dit product zonder bijbehorende polssteun, terwijl andere hem voor ongeveer dezelfde prijs mét polssteun verkopen.

Logitech MX Keys

Prijs
€ 99,-
Websitewww.logitech.com10Score100

  • Pluspunten

  • Uitstekend typen

  • Uitgebreide mogelijkheden

  • Bouwkwaliteit

  • Minpunten

  • Prijs

Thuiswerken én gamen: Leopold FC900

©PXimport

Hoewel de MX Keys voor 99 euro weinig te wensen overlaat, bestaat er wel degelijk een overtreffende trap, althans op gebied van pure typervaring. En voor iedereen die naast werken ook gamen belangrijk vindt, valt er qua reactiesnelheid nog iets te winnen. Menig fabrikant biedt voor die doelgroep mechanische gametoetsenborden aan, waarbij de aandacht vooral lijkt uit te gaan naar RGB-lichtjes.

Maar het relatief onbekende Leopold combineert de topswitches en snelheid van gametoetsenborden met een uiterst stevig, ingetogen design. Tenminste, als je de zwarte versie in huis haalt. Hij is namelijk ook te koop in tal van felle kleuren.

De FC900 is zo rigide dat je er een inbreker mee te lijf kunt gaan. Ook zijn bijvoorbeeld de keycaps op de toetsen zelf beter afgewerkt en typt het toetsenbord simpelweg heerlijk.

Dat maakt hem ultiem voor typisten en gamers, maar er zijn ook nadelen. Naast de hogere prijs lever je de uitgebreide mogelijkheden en software-ervaring in van bijvoorbeeld de Logitech, die voor veel thuiswerkers nou net zo fijn zijn. Ook zit je met Leopold weer aan een draadje. Draadloze alternatieven zijn er wel, maar gamers raken hun snelheidsvoordeel dan weer kwijt. Voor iedereen die daarmee kan leven, is dit een topoplossing.

Leopold FC900

Prijs
€ 129,-
Websitehttps://global.leopold.co.kr/9Score90

  • Pluspunten

  • Ultiem typen

  • Top gamen

  • Top bouwkwaliteit

  • Veel opvallende kleuropties

  • Minpunten

  • Prijs

  • Beperktere featureset

  • Bedraad

Flexwerktip: kleinere broertjes

©CIDimport

Zoek je iets compacters? Van zowel de MX Keys als de Leopold FC900 bestaan ook kleinere versies, respectievelijk de Logitech MX Keys Mini (circa 109 euro) en de Leopold FC750 (circa 129 euro) en FC660 (circa 109 euro). Praktisch zijn dit dezelfde producten met dezelfde voor- en nadelen als hun grotere broers, maar dan met minder toetsen.

De MX Keys Mini en FC660 zijn 60%-toetsenborden, waarbij je eigenlijk alle knoppen rechts van Enter verliest en de pijltjes in compactere vorm krijgt. De FC 750 is een TKL of ten-key-less-toetsenbord, waarbij je alleen het numpad-gedeelte mist. Wat (on)handig is, hangt van je eigen gebruik af.

Let wel op dat de beide toetsenborden van Leopold ondanks hun kleine formaat alsnog relatief zwaar zijn door hun degelijke bouw. Dat maakt de MX Keys Mini een logischere keuze om dagelijks mee te nemen.

▼ Volgende artikel
Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp
© Gorodenkoff Productions OU
Huis

Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp

Resolutie is marketing, refreshrate is beleving. Waar 4K zorgt voor een mooi plaatje, zorgt een hoge verversing (Hz) ervoor dat je daadwerkelijk wint. Hieronder lees je waarom snelheid in feite de échte koning is in gaming.

Veel gamers staren zich blind op 4K-resolutie. Ze kopen een duur scherm, zetten de settings op Ultra en vragen zich vervolgens af waarom hun spel stroperig aanvoelt. De misvatting is dat 'mooier' gelijkstaat aan 'beter'. In werkelijkheid is de vloeibaarheid van het beeld – de refreshrate, oftewel verversingssnelheid – veel bepalender voor hoe direct en responsief een game aanvoelt. Aan het eind van dit artikel weet je precies of jij moet kiezen voor pixels of snelheid.

Hoe je ogen bedrogen worden door Hertz

Stel je voor dat je snel met je muis over je bureaublad beweegt. Op een standaard 60Hz-scherm zie je de cursor in schokjes over het beeld springen; je hersenen vullen de gaten in. Op een 144Hz- of 240Hz-gaming-monitor verdwijnen die gaten.

Het technische verschil zit hem in de verversingssnelheid: het aantal keren per seconde dat het beeld wordt vernieuwd. Bij 60 Hz krijg je elke 16,6 milliseconden een nieuw beeld. Bij 144 Hz is dat elke 6,9 milliseconden. Dat klinkt als een klein verschil, maar je voelt het direct. Het gestotter dat je onbewust gewend bent verdwijnt. Bewegingen voelen boterzacht aan, alsof de cursor (of je crosshair) aan je hand vastgeplakt zit in plaats van er achteraan zwemt. Dit effect wordt motion clarity genoemd: objecten blijven scherp, zelfs als ze snel door het beeld bewegen.

©Framestock

De winst in shooters en snelle actie

Wanneer werkt dit in je voordeel? Vooral in competitieve shooters zoals Call of Duty, Counter-Strike of Valorant. In dit soort games telt elke milliseconde. Een hogere refreshrate vermindert de input lag, oftewel de tijd tussen jouw klik en de actie op het scherm.

Stel, je draait je personage snel om. Bij een lage refreshrate wordt de vijand een fractie later getoond en zie je veel bewegingsonscherpte (motion blur). Met een hoge refreshrate zie je de vijand eerder en scherper, waardoor je sneller kunt reageren. Je hebt letterlijk actuelere informatie dan je tegenstander. Om dat te bereiken heb je wel een krachtige videokaart nodig die genoeg beelden per seconde (FPS) kan genereren om je snelle scherm bij te houden.

Wanneer resolutie het toch wint van snelheid

Is snelheid altijd heilig? Nee. Als je vooral tragere, meer verhalende games speelt (zoals Cyberpunk 2077 in de 'sightseeing' modus), Microsoft Flight Simulator of grafische RPG's, dan voegt 240 Hz weinig toe. In deze titels kijk je vaak naar stilstaande of langzaam bewegende omgevingen.

In dat geval wil je juist de texturen van de bomen, de reflecties in het water en de details in gezichten zien. Een 4K-monitor op 60 of 120 Hz is dan een logischer keuze dan een onscherp 1080p-scherm op 360 Hz. De visuele pracht weegt hier zwaarder dan de milliseconden reactietijd. Ook voor console-gamers die op de bank zitten, is een goede televisie met 4K en HDR vaak indrukwekkender dan puur de hoogste framerates.

Situaties waarin een hoge refreshrate zinloos is

Er zijn momenten dat investeren in een snel scherm weggegooid geld is. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je hardware de snelheid niet kan leveren; als je videokaart maar 50 frames per seconde kan leveren, heeft een 144Hz-scherm geen nut omdat het scherm wacht op de computer. Daarnaast beperken oude kabels je bandbreedte, waardoor je monitor soms terugvalt naar 60 Hz zonder dat je het doorhebt. Ook op oudere consoles zoals de Nintendo Switch of de standaard PS4 heb je niets aan snelle schermen, omdat deze hardware fysiek gelimiteerd is op 60 Hz of lager.

Bepaal wat jouw setup aankan

Kijk dus kritisch naar je huidige situatie voordat je naar de winkel rent. Heb je een high-end pc die makkelijk 120+ FPS haalt in jouw favoriete games? Dan is een upgrade naar een 144- of 165Hz-monitor de grootste sprong in spelplezier die je kunt maken. Speel je op een PlayStation 5 of Xbox Series X? Zoek dan specifiek naar een scherm met HDMI 2.1-ondersteuning om 120 Hz op 4K mogelijk te maken. Zit je ver van je scherm af en speel je relaxed? Investeer dan liever in resolutie en kleurdiepte.

©Proxima Studio

Kortom: snelheid is de sleutel tot succes!

Verversingssnelheid is belangrijker dan resolutie voor iedereen die actie- of competitieve games speelt. Het zorgt voor een vloeiender beeld, minder input lag en betere motion clarity, wat je direct een voordeel geeft in het spel. Resolutie is vooral luxe voor het oog, maar refreshrate is pure prestatie voor de speler.

▼ Volgende artikel
Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn
© HBO Max
Huis

Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn

Game of Thrones kennen we als een reeks brute, grootschalige verhalen, maar A Knight of Seven Kingdoms is het tegenovergestelde. Wat blijkt? Met een schattig, kleinschalig verhaal voelt Westeros alleen maar groter.

Het regent. Op een heuvel, onder een boom, zien we een kast van een vent in de weer met een schop. Een ridder, lijkt het. Hij graaft een graf. Tegelijkertijd praat de ridder in zichzelf: er is in de buurt een toernooi, en we kijken waarschijnlijk naar de winnaar. De muziek zwelt op, terwijl onze held vastberaden in de verte staart. De iconische Game of Thrones-muziek lijkt ons te gaan overspoelen, klaar om naar een prachtig geanimeerde intro te gaan. In plaats daarvan, knippen we naar een shot waarin onze held achter een boom staat te poepen.

Watch on YouTube

De boodschap is duidelijk: de serie heeft schijt aan de verwachtingen die je van Game of Thrones hebt. De serie stond er ooit immers om bekend dat het brak met de conventies van mainstream fantasy. Nu de reeks daar inmiddels zelf toe behoort, is het aan A Knight on Seven Kingdoms om er weer een flinke draai aan te geven.

Een ridder van de heg

Nog een spin-off? George R. R. Martin is toch die schrijver die nooit schrijft? Tja, dat valt wel mee. Hoewel de beste man zich al tien jaar uit een hoekje probeert te schrijven met het langverwachte Winds of Winter, heeft hij een hoop andere verhalen in Westeros verteld.

Zo komen de verhalen van House of the Dragon uit het boek Fire and Blood, waarin we volgen hoe de Targaryen-familie zichzelf met generaties aan ruzies ten val brengt. Maar George R. R. Martin heeft de schaal ook wel eens flink verkleind: in het korte boek The Hedge Knight, dat nog stamt uit de vorige eeuw, volgen we een ridder en zijn schildknaap.

©HBO Max

Daarin volgen we de ridder Dunk - niet onze eigen Dunke, maar Ser Duncan The Tall. Hij is een ‘hagenridder’: een ridder zonder verwantschap aan een heer. Of, in andere woorden: een freelancer die, als hij niet werkt, in de heg mag slapen. Dunk blijft niet lang een zzp’er: hij ontmoet de kale stadsjongen Egg, die dolgraag zijn schildknaap wil zijn.

Vrede!?

De verhalen van dit geliefde tweetal bieden de basis van A Knight of the Seven Kingdoms. De twist? Er is vrede in Westeros - ja, het kan echt - en we volgen een nobody, dus er is ineens ruimte voor een gezellig, klein verhaal. Dat wordt gereflecteerd in de afleveringen: geen dik uur, maar een comfortabel halfuurtje.

©HBO Max

De ridder Dunk wil dolgraag bewijzen dat hij een eervolle ridder is, maar dat is in het brute Westeros best een uitdaging. Al helemaal als je een lompe lieverd als Dunk bent. Dan komt zo’n slimme, wereldwijze schildknaap als Egg ineens goed van pas.

Het wordt al helemaal lastig als je niet eens kan bewijzen dat je een ridder bent. Dan mag je namelijk niet eens meedoen aan een toernooi - eentje waarbij Dunk overigens zijn paard en zijn spullen kwijtraakt, mocht hij verliezen.

Meneer, mag ik meedoen?

Met dat toernooi wordt een van de Game of Thrones-clichés lekker op zijn kop gezet. In de oorspronkelijke serie zagen we in aflevering vier een heftig toernooi en House of the Dragon opende er zelfs mee: het is vaak een goede manier om zonder grote verhaalconsequenties te laten zien hoe gewelddadig Westeros is.

©HBO Max

In A Knight of the Seven Kingdoms komen we dat toernooi niet eens bínnen. Eerst moet Dunk maar eens bewijzen dat hij een ridder is, uitzoeken hoe zo’n toernooi werkt en een heer overtuigen hem te helpen - maar ook dansen, touwtje trekken en een poppenspel aanschouwen. Het is een fantastische stap terug van al die grootschalige oorlogen.

Doordat het verhaal zo’n piepkleine focus heeft, begin je om iedereen te geven: iemand die z’n paard verkoopt in A Knight of Seven Kingdoms is vele malen pijnlijker dan een draak die wordt doodgeschoten in Game of Thrones. We bevinden ons nog steeds in de brute wereld, maar het komt allemaal wat harder aan omdat we ook zien hoe grappig en gezellig het kan zijn.

©HBO Max

Een fossiele brandstof

Toch loopt ook A Knight of Seven Kingdoms een zeker risico. De kwaliteit van Game of Thrones kelderde toen de makers het bronmateriaal inhaalden. Ook die van House of the Dragon nam wat af, toen showrunner Ryan Condal besloot George R.R. Martin niet langer te raadplegen en de grote climax werd doorgeschoven naar het volgende seizoen.

Er zijn momenteel drie korte boeken rondom Dunk en Egg, waarvan dit eerste seizoen het eerste boek beslaat. George R.R. Martin zegt nog twaalf verhalen in zijn hoofd te hebben, maar volgens HBO-baas Casey Bloys moeten de seizoenen van A Knight of Seven Kingdoms jaarlijks verschijnen: dat klinkt goed, maar dan mag Martin wel even doorschrijven. Zijn verhalen voelen nu als een fossiele brandstof: het is een enorm waardevolle bron, maar die wordt niet echt meer aangevuld.

©HBO Max

Gelukkig lijken showrunner Ira Parker en George R.R. Martin goed bevriend. De schrijver heeft Parker een outline gegeven van de twaalf verhalen, dus in theorie kan de serie daarmee verder - maar laten we niet vergeten dat dit bij de laatste seizoenen van Game of Thrones óók het geval was.

Bombastisch gefluit

Toch verdient Ira Parker ons optimisme, want A Knight of Seven Kingdoms is een fenomenale toevoeging aan de wereld van A Song of Ice and Fire. Verhalen hebben contrast nodig: door het klein te houden, voelt de wereld groot. Door het lief te houden, komen de gemene momenten keihard aan.

©HBO Max

De muziek is hier een spectaculair voorbeeld van. De bombastische muziek wordt ons aan het begin als wortel voorgehouden, maar dat is het ook wel - in plaats daarvan moeten we het doen met een gezellig gitaartje, iemand die fluit en het gezang van de vogeltjes.

Als het balletje dan eenmaal gaat rollen, neemt de muziek toch een bombastischer formaat aan - maar op dat moment voelt het verdiend. En, het allerbelangrijkste: in die epische muziek zit óók gewoon nog dat schattige gefluit.

Afleveringen van A Knight of Seven Kingdoms verschijnen wekelijks op HBO Max.