ID.nl logo
Update voor Panasonics tv-OS My Home Screen: wat is er nieuw?
Huis

Update voor Panasonics tv-OS My Home Screen: wat is er nieuw?

Panasonic koos in 2015 voor Firefox OS als besturingssysteem voor zijn smart-tv’s en doopte het voor de gelegenheid om tot My Home Screen. Inmiddels is Firefox-ontwikkelaar Mozilla gestopt met het opensource-project, maar Panasonic sleutelt in eigen beheer nog altijd dapper verder aan het systeem, waardoor we momenteel al bij versie 7 zijn aangekomen. Eens kijken wat de laatste telg ons brengt.

Tot vorig jaar sloot Panasonics My Home Screen aan bij het rijtje van LG’s WebOS en Samsungs Tizen. Die systemen gebruiken allemaal een rij iconen of tegels onderaan het scherm, eventueel met een extra rij die content uit de geselecteerde dienst toont. Maar nu LG en Samsung allebei zijn overgestapt naar een schermvullende interface, zoals dat al het geval was voor Android TV en Vidaa U, is Panasonic My Home Screen de laatste overblijver die een wat eenvoudig Home-scherm toont.

En dat is niet per se een slechte zaak. Oké, je krijgt geen eindeloze reeks aanbevelingen te zien, maar we kunnen ons ook goed voorstellen dat niet iedereen daar fan van is. Zoek je dus een smart-tv-systeem dat je niet overlaadt met zaken die je toch niet wilt zien, dan is My Home Screen nog je enige mogelijkheid.

Het Home-scherm

Het Panasonic Home-scherm is nog steeds een lint onderaan het scherm waarin je een aantal cirkelvormige tegels vindt. Die tegels kunnen een snelkoppeling zijn naar apps en externe aansluitingen, maar ook naar live tv-zenders.

Toen My Home screen zijn intrede deed, waren deze drie iconen het startpunt: een groene cirkel voor apps, een blauwe voor alle externe apparaten (van usb-sticks en HDMI tot DLNA-servers) en een  rode cirkel voor live-televisie. Ondertussen is er standaard een aantal apps geïnstalleerd, maar die drie tegels vind je nog steeds terug in de rij. Helemaal links vind je een snelkoppeling naar My Scenery.

Zodra je een tegel selecteert, verschijnt er een tweede rij met content-aanbevelingen. Wanneer je de rode tv-tegel selecteert, verschijnt de lijst met zenders.

Natuurlijk kun je deze lijst naar wens aanpassen. Selecteer een tegel en klik naar beneden om hem te verplaatsen of te verwijderen. Of ga bij de zenders, apparaten of apps naar de tegel die je wilt toevoegen; via de Option-toets op de afstandsbediening kun je hem aan je favorieten toevoegen.

My Scenery

Wil je de tv als een decorstuk integreren in je interieur? Dat kan met My Scenery. Wanneer je geen tv-kijkt, gebruik je deze functie om je eigen foto’s op het scherm weer te geven of om uit het aanbod van Panasonic te kiezen. Mogelijkheden zijn landschappen, ontspannende beelden met natuurgeluiden, beelden voor feestgelegenheden of abstractie kunstwerken. Je kunt er een timer op zetten om My Scenery na bepaalde tijd uit te schakelen.

Meerdere beelden bekijken

In de app-lijst vind je ook de toepassing ‘Meerdere Beelden’. Daarmee kun je twee verschillende bronnen tegelijk bekijken. Aangezien veel Panasonic-toestellen over een dubbele tv-tuner beschikken, is het mogelijk om twee zenders tegelijk te bekijken. Uiteraard zijn niet alle combinaties mogelijk. Zo konden we bijvoorbeeld geen HDMI-ingang als tweede beeld selecteren. Hopelijk breidt Panasonic die mogelijkheden nog wat uit.

Welke apps?

Panasonic My Home Screen heeft altijd wat achterstand gehad op de grotere spelers wat betreft app-aanbod. Gewicht in de markt speelt helaas een belangrijke rol als ontwikkelaars moeten beslissen voor welk platform ze hun apps beschikbaar maken.

Voor de internationale diensten is My Home Screen vrij goed uitgerust: Netflix, Prime Video, Disney+ en Apple TV zijn beschikbaar. In Nederland zijn NPO Start, Pathé Thuis, Videoland, KIJK en NL Ziet ook van de partij, maar voor België ontbreekt werkelijk alle steun. Geen Streamz, VTM Go, VRT Nu of Telenet Flow.

Je hebt geen account nodig om bijkomende apps uit de appstore binnen te halen. YouTube en Netflix kun je casten vanaf je smartphone en er is ondersteuning voor het spiegelen van je smartphone-scherm.

Quick Menu

Panasonic heeft zeer uitgebreide menu’s, maar daar hoef je niet elke keer doorheen te lopen als je iets wilt aanpassen. Het Quick Menu verschijnt eerst op het scherm en geeft je de mogelijkheid om tal van opties van daaruit aan te passen. Dan denken we bijvoorbeeld aan de beeld- en geluidsmodus.

Ook dit menu kun je naar eigen inzicht aanpassen; scrol gewoon helemaal naar rechts en selecteer ‘Wijzig’.

Quick Access

Op de Panasonic-afstandsbediening staan sneltoetsen voor Netflix, Rakuten, Prime Video, Disney+ en YouTube. Daarnaast is er één toets (My App) die je zelf aan een favoriete app kunt toewijzen. Dat doe je door in het app-overzicht je favoriete app te selecteren, de Option-toets in te drukken en ‘Toewijzen als Mijn App’ te kiezen.

Ook verkrijgbaar: Android TV Sinds 2020 biedt Panasonic op zijn goedkopere modellen Android TV aan in plaats van My Home Screen. Dit jaar geldt dat voor de lcd-modellen vanaf de LXW834 en lager. Voor meer informatie daarover kun je natuurlijk terecht op onze Android TV gids (link naar Android TV).

Algemene indrukken

Panasonic is ondertussen de enige fabrikant wiens smart tv-systeem niet het volledige scherm overneemt. Daar zijn we niet rouwig om; de concurrenten overladen het scherm vaak met onnodige zaken of aanbevelingen. Bovendien werkt My Home Screen bijzonder vlot, de interface is erg responsief. Zodra je de functies die je veel gebruikt op het Home-scherm hebt gepind, is het gebruiksgemak uitstekend.

Het belangrijkste nadeel van My Home Screen is echter dat het app-aanbod vrijwel altijd achterloopt op dat van de grootste concurrenten (LG WebOS, Samsung Tizen en Android TV van Philips, Sony en TCL). Heb je een bepaalde app absoluut nodig, dan is het echt wel belangrijk dat je nagaat of die beschikbaar is. Je moet er ook rekening mee houden dat nieuwe versies niet doorstromen naar oudere modellen.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.