ID.nl logo
Review TCL 98C735 - Groots beeld, kleine prijs
Huis

Review TCL 98C735 - Groots beeld, kleine prijs

Wil je een échte bioscoopervaring in de huiskamer? De belangrijkste vereiste daarvoor is natuurlijk een (heel) groot scherm, liefst 100 inch of meer. Daarvoor hoef je geen projector meer in huis te halen. Deze TCL 98C735 biedt licht, contrast en kleur in overvloed op een 98inch-scherm.

Fantastisch
Conclusie

TCL lijkt vastberaden om de concurrentie het vuur aan de schenen te leggen, want nu heeft het merk óók de categorie ultragrote beeldschermen én projectoren in het vizier. En met succes. Alleen voor echt filmgeluid met veel surround en basgeluid kun je beter voor een soundbar kiezen, maar afgezien daarvan is deze tv een schot in de roos. De TCL 98C735 biedt je een (bijna) 100inch-beeld voor een wel heel aantrekkelijke prijs. Je kunt hem inzetten voor film, sport of games in een gewone degelijk verlichte woonkamer, terwijl je geniet van helder, contrastrijk en kleurrijk beeld. Dankzij Google TV heb je bovendien een erg rijke smart-tv-omgeving.

Plus- en minpunten
  • Uitstekende local dimming
  • Goede helderheid en kleurbereik
  • Gunstig geprijsd
  • Ondersteunt Dolby Vision IQ én HDR10+
  • Beperkte bass en surround
  • Geen perfecte uniformiteit
  • Upscaling maakt beelden iets te zacht

TCL 65C935

  • Adviesprijs: 3.999 euro
  • Wat: Ultra HD LCD-tv (FALD 24x8 zones, Quantum Dot)
  • Schermformaat: 98 inch (249 cm)
  • Aansluitingen: 4x HDMI (2x v2.1 18 Gbps, 2x v2.1.1 48 Gbps, eARC/ARC, ALLM, VRR, 4K120), 1x composiet video, 1x stereo cinch, 1x optisch digitaal uit, 1x USB, 1x hoofdtelefoon, 2x antenne, Bluetooth (A2DP, HID)
  • Extra’s: Dolby Vision IQ, HDR10+, HDR10, HLG, WiFi (802.11b/g/n/ac) ingebouwd, Android TV (11 R), USB/DLNA-mediaspeler, Airplay 2, DVB-T2/C/S2, CI+-slot
  • Afmetingen: 2.180 x 1.340 x 423 mm (incl. voet)
  • Gewicht: 58,0 kg (incl. voet)
  • Verbruik: SDR 240 (G) / HDR 375 watt (G)

We beginnen maar meteen met een stukje over de afmetingen van deze tv. Een 98inch-toestel is nu eenmaal erg groot, maar vooral ook erg zwaar. Je tilt 'm dus niet zomaar even in de auto, en het gevaarte vervolgens in huis krijgen en opstellen vereist eveneens de nodige planning. Vraag eventueel aan de winkelier om 'm volledig te installeren. Houd er daarnaast rekening mee dat het toestel 2,2 meter lang is. Als je door smalle gangen of traphallen moet, kun je dat het best even op voorhand uitmeten.

Ongeacht of je hem op een meubel zet of aan de muur hangt, denk eraan dat deze televisie bijna 60 kg weegt. Zeker voor wandmontage zal dat een gespecialiseerde beugel en stevige muurankers vereisen. TCL heeft de verpakking zo ontworpen dat het monteren van de voet vrij gemakkelijk is. Je neemt twee stukken verpakking onder de hoeken weg, waardoor de tv rechtop blijft staan in wat er van de doos overblijft. Vervolgens kun je de voeten monteren. Doe je alles zelf, zorg dan dat je in elk geval met z'n tweeën bent om deze kanjer op te stellen. 

🖼 Nauwelijks een kader, maar één en al beeld
Minimalistische designs zijn erg populair. Van een kader is bij de meeste toestellen allang geen sprake meer; vaak zit er een metalen rand rond het scherm die vooraan nauwelijks zichtbaar is. Al die zaken gelden ook voor deze 98inch-reus. Dat maakt het beeld nog indrukwekkender. De robuuste poten staan links en rechts onderaan. Ze zijn eenvoudig, maar erg solide en zorgen voor een goede basis.

Aansluitingen

TCL biedt dezelfde set aansluitingen als op de kleinere C735-modellen. Je vindt vier HDMI-poorten, waarvan twee de volledige HDMI 2.1-bandbreedte van 48 Gbps leveren. Er is ondersteuning voor ALLM, VRR (HDMI VRR, NVIDIA G-Sync compatible en AMD Freesync Premium Pro) en 4K120. Dat zal vooral gamers als muziek in de oren klinken, zeker als je weet dat de input-lag bijzonder laag is: 13,2 ms bij 4K60 en 5,1 ms bij 2K120.

TCL heeft de eARC/ARC-functie op een van de HDMI 2.0-poorten geplaatst. Dat is een slimme zet, want zo verlies je geen HDMI 2.1-poort als je een soundbar of AV-receiver aansluit. Het toestel beschikt over één USB-aansluiting, een composiet video en stereo cinch audio-ingang, optische digitale uitgang, een hoofdtelefoonuitgang, ethernet, wifi en bluetooth. Er is een enkelvoudige tuner voor digitale tv, maar opnemen of live-tv pauzeren is niet mogelijk, ook niet met externe USB-opslag.

©Eric Beeckmans

Local dimming voor uitstekend contrast

TCL kiest voor VA-panelen met een uitstekend contrast, zelfs zonder lokale dimming zien we al 4.550:1, wat een bijzonder goed resultaat is. De kleinere maten van dit model moeten het stellen met global dimming, maar deze versie verdeelt de achtergrondverlichting in 24 x 8 (192) zones. Dat TCL uitstekend werk levert met lokale dimming, zagen we al op de C835, en ook deze 98C735 laat een zeer sterke indruk na. Met lokaal dimmen stijgt het contrast gemakkelijk naar 25.600:1.

De nauwkeurige aansturing van de zones vermijdt opvallend goed dat je zonegrenzen ziet, en levert diep zwart met erg veel schaduwnuances. In beelden met een zeer uitgesproken contrast kun je rond heldere voorwerpen tegen een donkere achtergrond soms toch een vage halo zien. We zaten op amper drie meter van het scherm om echt een bioscoopsfeer te creëren. Dat brengt ook de kijkhoek van het paneel onder de aandacht, want de uiterste randen bekijk je dan al onder een vrij grote hoek. Toch bleek dat geen uitgesproken nadelig effect te hebben. Bij deze enorme schermafmetingen is uniformiteit van groot belang. Die was erg goed, maar niet perfect. In heldere, uniforme beelden zie je mogelijk wat heel vage verticale strepen. Met doorsnee beeldmateriaal viel dat echter nooit op.

Heel veel licht en kleur

De 98inch-versie van de C735 onderscheidt zich niet alleen van zijn kleinere modelgenoten door een beter contrast, maar ook door een veel hogere piekhelderheid. In de zeer nauwkeurig gekalibreerde HDR Film-beeldmodus haalt hij vlot 710 nits op een 10%-venster, en zelfs 800 nits op een 25%-venster. Een volledig wit scherm klokt af op 520 nits.

Ook het kleurbereik is uitstekend: de tv levert 94% van het P3-kleurbereik dankzij de quantum dots in de achtergrondverlichting. Die combinatie levert uitstekende HDR-prestaties, met intense kleuren, knappe lichtaccenten en veel schaduw- en lichtdetail. TCL biedt ook dynamische tonemapping aan om HDR10-beelden in drie stappen nog verder te verbeteren: detail, gebalanceerd en helder. In elke stap offer je lichtnuance (en soms kleur) op voor meer helderheid.

Persoonlijk leek de detail-stap het beste resultaat te geven. Alleen bij zeer helder gemasterde content verloor je er wat contrast mee, dus je kunt het ook uit laten staan. TCL ondersteunt ook HDR10+ en Dolby Vision IQ, en levert zo een heel volledige HDR-ervaring. Ook in SDR kun je rekenen op de Film-beeldmodus voor de beste resultaten.

Goede beeldverwerking

Hoe groter het beeld, hoe belangrijker een goede beeldverwerking is. Elke fout, hoe klein ook, merk je immers veel gemakkelijker op. Gelukkig laat TCL op dat vlak geen belangrijke steken vallen. De processor, die we ook al in de C835 zagen, zorgt voor prima upscaling, al is het resultaat een vrij zacht beeld. Dat leunt iets beter aan bij de stijl van projectie, maar je kunt dat met een lichte verhoging van de scherpte-instelling wat bijspijkeren.

Willekeurige ruis werkt hij vlotjes weg, en ook de blokvorming die je kunt zien in gecomprimeerde video maskeert hij vrij goed. Om kleurstroken in zachte overgangen te vermijden, heeft TCL zelfs een aparte instelling. Die levert mooie resultaten, zelfs in de lastigste testscènes.

Voor sport en games is de bewegingsscherpte van het 120Hz-paneel prima. Alleen het fijnste detail verdwijnt als de actie te snel is. Stoort het gestotter in film pan-beelden je, activeer dan de motion-instellingen. De processor grijpt soms wat te traag in of aarzelt soms, dus zoek een instelling van ‘Verminder trillen’ die je aangenaam vindt (6 tot 10 leek ons de beste keuze).

Geen bioscoopgeluid

Voor de audio van deze televisie is gebruikgemaakt van een 70 watt sterke 2.1-configuratie van Onkyo. Die levert flink wat volume en houdt vervorming goed onder controle. Voor dagelijkse tv, sport en zelfs wat muziek zijn de prestaties ruim goed genoeg. Schakelen we over naar filmsoundtracks of een epische tv-reeks, dan voelen we toch een gemis. De tv mist wat capaciteit in de basweergave: de explosies geven niet dat donderende gevoel van de bioscoop. En ook de surround-ervaring is maar heel beperkt, zelfs bij Dolby Atmos-tracks. Toegegeven, dat geweldige beeld heeft de lat van onze verwachtingen misschien wat te hoog gelegd. Maar wie zijn filmbeleving compleet wil maken, kan het best wat budget reserveren voor een externe audio-oplossing.

🎬Deze? Of toch liever een projector?
Tv en projector; ze bieden een totaal verschillend soort beeld. Projectiebeeld is wat zachter, vloeiender en sluit beter aan bij wat je in de bioscoop ziet, dat is vrij logisch. Maar de huiskamer is nu eenmaal geen bioscoop met een perfecte verduistering. Op vlak van lichtopbrengst, maar ook contrast, heeft de tv gewoon betere specificaties. Zodra er zelfs maar wat matig omgevingslicht is, verbleken de prestaties van een gelijkwaardig geprijsde projector bij wat de tv kan leveren. Zeker als je HDR-materiaal bekijkt wordt dat overduidelijk.

Google TV

Als smart-tv-systeem heeft TCL voor Google TV gekozen. Dat betekent dat je naast een enorm beeldscherm ook meteen het ruimste app-aanbod krijgt. Nagenoeg alle internationale en lokale streamingdiensten zijn beschikbaar op dit platform. Daarnaast krijg je ook nog Chromecast en AirPlay 2.  Google levert verder een eindeloze stroom aanbevelingen, gerangschikt per genre, gebaseerd op je kijkgedrag én uit verschillende streamingdiensten.

De quadcore-cpu zorgt voor een vlotte gebruikservaring. TCL biedt sinds kort een overzichtelijk snelmenu voor de instellingen. Ook van bron veranderen gaat vlot via een handig lint onderaan het scherm, waar je overigens ook je favoriete apps in kunt plaatsen.

De ongewone layout en onbekende iconen van sommige toetsen op de bluetooth-afstandsbediening is even wennen. Maar je leert het snel, en dan blijkt de remote best handig. TCL heeft zes sneltoetsen voor apps, waaronder Netflix, Prime Video en YouTube. De andere toetsen hadden we liever zelf geprogrammeerd.

Conclusie

TCL lijkt vastberaden om de concurrenten het vuur na aan de schenen te leggen. Nu heeft het ook de categorie ultragrote beeldschermen én projectoren in het vizier. En met succes. Alleen voor echt filmgeluid met veel surround en basgeluid kun je beter een soundbar nemen, maar afgezien daarvan is deze tv een schot in de roos. De TCL 98C735 biedt je een (bijna) 100inch-beeld voor een wel heel aantrekkelijke prijs. Je kunt 'm inzetten voor film, sport of games in een gewone degelijk verlichte woonkamer, terwijl je geniet van helder, contrastrijk en kleurrijk beeld. Dankzij Google TV heb je bovendien een erg rijke smart-tv-omgeving.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.