ID.nl logo
Review: Teufel Rockster Go 2 – Gestroomlijnd en opgevoerd
© Wesley Akkerman
Huis

Review: Teufel Rockster Go 2 – Gestroomlijnd en opgevoerd

De Teufel Rockster Go 2 is een compacte bluetoothspeaker die niet misstaat tijdens een dagje uit. Dankzij het stof- en waterdichte omhulsel kun je hem ook veilig naast het water gebruiken. En met de grotere accu gaat het muziekmonster langer mee dan z’n voorganger.

Uitstekend
Conclusie

Het robuuste design van de Teufel Rockster Go 2 (dat helaas wel snel een kras oploopt, maar de inhoud perfect beschermt), de duidelijke knoppen, de band en de usb-c-aansluiting – het is allemaal bedoeld om de ervaring te stroomlijnen en de speaker toegankelijk te houden. Dat de audiobeleving dan op de tweede plek staat moet je voor lief nemen. Al valt het uiteindelijk allemaal wel mee. Deze Tuefel-speaker biedt de oude en vertrouwde Teufel-sound aan waar we al jaren graag naar luisteren. De sound zal niet voor iedereen zijn, maar als je van wat elektronische, hardere of ongecompliceerde muziek houdt, dan staat de Rockster Go 2 z’n mannetje. Met Dynamore kun je de soundstage verbreden, waardoor alles wat holler kan gaan klinken, maar eenmaal buiten of bezig is het nog maar de vraag of je dat opmerkt. Alleen de prijs valt dan echt wat tegen.

Plus- en minpunten
  • Typische Teufel-sound
  • Gestroomlijnd ontwerp
  • Meegeleverde riem en usb-c-kabel
  • Duidelijke knoppen
  • Buitenkant is van robuust kunststof
  • Hoge aanschafprijs
  • Dynamore kan geluid wat uithollen

Aan compacte bluetoothspeakers geen gebrek. Naast JBL is ook vooral Teufel actief op deze markt, en met reden. Want over het algemeen zijn we altijd zeer te spreken over de kwaliteit van de producten. Dat geldt voor zowel de audio als de afwerking. Met een prijs van 149,99 euro is de Teufel Rockster Go 2 geen goedkoop model, maar daar krijg je wel een typische en licht verbeterde Teufel-ervaring voor terug (ten opzichte van de eerste Go).

Ondanks het feit dat de Teufel Rockster Go 2 760 gram weegt, hebben we nooit het idee dat de speaker te zwaar is. Je pakt hem gemakkelijk op, mede dankzij de uitsparing achterop waar je vingers prettig in vallen, en neemt hem daardoor snel ergens mee naartoe. De afmetingen zijn 21 bij 11 bij 6 centimeter; daardoor zal hij niet altijd meer in een rugtas passen als je een weekendje weg gaat. Maar met de meegeleverde band kun je hem wellicht aan je tas hangen.

©Wesley Akkerman

Gestroomlijnd design

In vergelijking met de vorige Rockster Go heeft Teufel het ontwerp van de Rockster Go 2 gestroomlijnd. Weg is het flapje waarachter de audiojack en micro-usb-poort zaten. Dit keer is er een enkele usb-c-poort (waar de aansluiting zelf rood geverfd is, een mooi detail) waar je alles mee kunt doen. Daarmee laad je het apparaat op en sluit je hem aan op bijvoorbeeld een laptop. Teufel geeft in de doos ook een usb-c-naar-usb-c-kabel mee, dus dat zit wel snor.

Er kleeft echter wel een nadeel aan deze manier van werken. En dat nadeel heeft niet per se met de speaker te maken. Want als je die aan een laptop wil koppelen met een enkele usb-c-poort (dat komt helaas vaak voor), dan ben je meteen die poort kwijt. Tenzij je natuurlijk een usb-c-hub hebt. Een audiojack kan dat probleem wat verlichten voor consumenten met ietwat oudere laptops, aangezien nieuwe modellen die poort vaak niet eens meer aanbieden.

©Wesley Akkerman

Verschillen tussen beide modellen

Naast de aansluitingen heeft Teufel niet zoveel veranderingen doorgevoerd aan het design van de Teufel Rockster GO 2. Bovenop zitten nog altijd de bedieningsknoppen, die dit keer van een andere kleur voorzien zijn. Dat geeft de bluetoothspeaker niet alleen meer karakter mee, het is ook nog eens ontzettend handig. Want je ziet zo veel beter wat je doet. In ons geval zijn de knoppen rood, maar je kunt ook kiezen voor grijs (of zwart, dan vallen ze minder op …).

Verder is de body, gemaakt van redelijk robuust kunststof, voorzien van een IP67-certificaat. Daardoor is de speaker niet alleen waterdicht (waar het getal 7 voor staat), maar ook stofdicht (de 6 in deze combinatie). De grootste aanpassing heeft betrekking op de accu. Die gaat nu niet 12, maar 15 uur mee (of 28 uur in de spaarstand). Dat is extreem waardevol, want daardoor weet je vrijwel zeker dat de Teufel Rockster Go 2 een volledig dag in het park overleeft.

Ook interessant: Review Teufel Motiv Home - Draadloze speaker met gigantische accu

©Wesley Akkerman

Audiokwaliteit Teufel Rockster Go 2

Verder laat Teufel weten dat de twee aluminium full-range drivers in dit model verfijnd zijn, maar een verdere uitleg blijft uit. Dit zou in elk geval moeten leiden tot meer dynamiek en volume. Ook is er een passief basmembraan aanwezig. De onderdelen samen brengen een krachtig stereogeluid ten gehore. En als je op zoek bent naar iets meer breedte, waardoor het geluid verder uit elkaar klinkt, dan kun je de geïntegreerde Dynamore-technologie uitproberen.

Dat onderdeel is hier geen favoriet, omdat het de muziek vaak wat hol laat klinken. De bas verdwijnt naar de achtergrond, waardoor hogere tonen veel meer ruimte krijgen. Op sommige tracks horen we daardoor muzikale noten die we zonder Dynamore niet kunnen horen. Maar het nadeel dat de muziek daardoor wat holler klinkt dan je gewend bent, is wat ons betreft een te grote drempel om overheen te stappen. Maar wie weet klinkt dit voor jou wel prettig.

©Wesley Akkerman

Niet neutraal, maar dat is by design

Zonder Dynamore klinkt de audio aangenaam prettig en behoorlijk warm en intiem, woorden die we vaker gebruiken om Teufels audioproducten te omschrijven. De bas is niet overmatig aanwezig en positioneert zich als een zachte doch indringende basis voor allerlei muziekgenres. Daar staat dus tegenover dat de hogere tonen naar de achtergrond verdwijnen en dat niet elk nummer klinkt zoals je zou willen; sommige nummers klinken daardoor wat modderig.

De Teufel Rockster Go 2 biedt dus geen neutrale soundstage aan, maar dat is by design. Dat is een typische Teufel-eigenschap voor dit soort bluetoothspeakers. Daar houd je van, of je vindt het niets. Wij vinden het zeer prettig klinken, omdat het perfect werkt voor op de achtergrond. Tijdens het studeren, werken of wanneer je dus buiten bent. De Rockster Go 2 is niet bedoeld als centraal muziekcentrum in huis, maar als muziekvuller voor op de achtergrond.

©Wesley Akkerman

Teufel Rockster Go 2 kopen?

En in die rol schittert de Teufel Rockster Go 2. Dan komen alle eigenschappen ineens mooi samen. Het robuuste design (dat helaas wel snel een kras oploopt, maar de inhoud perfect beschermt), de duidelijke knoppen, de band en de usb-c-aansluiting – het is allemaal bedoeld om de ervaring te stroomlijnen en de speaker toegankelijk te houden. Dat de audiobeleving dan op de tweede plek staat moet je voor lief nemen. Al valt het uiteindelijk allemaal wel mee.

Want deze Tuefel-speaker biedt de oude en vertrouwde Teufel-sound aan waar we al jaren graag naar luisteren. De sound zal niet voor iedereen zijn, maar als je van wat elektronische, hardere of ongecompliceerde muziek houdt, dan staat de Rockster Go 2 z’n mannetje. Met Dynamore kun je de soundstage verbreden, waardoor alles wat holler kan gaan klinken, maar eenmaal buiten of bezig is het nog maar de vraag of je dat opmerkt. Alleen de prijs valt dan echt wat tegen.

Lees ook: Review Teufel Ultima 25 Active – Overtuigend alternatief voor een soundbar


▼ Volgende artikel
Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp
© Gorodenkoff Productions OU
Huis

Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp

Resolutie is marketing, refreshrate is beleving. Waar 4K zorgt voor een mooi plaatje, zorgt een hoge verversing (Hz) ervoor dat je daadwerkelijk wint. Hieronder lees je waarom snelheid in feite de échte koning is in gaming.

Veel gamers staren zich blind op 4K-resolutie. Ze kopen een duur scherm, zetten de settings op Ultra en vragen zich vervolgens af waarom hun spel stroperig aanvoelt. De misvatting is dat 'mooier' gelijkstaat aan 'beter'. In werkelijkheid is de vloeibaarheid van het beeld – de refreshrate, oftewel verversingssnelheid – veel bepalender voor hoe direct en responsief een game aanvoelt. Aan het eind van dit artikel weet je precies of jij moet kiezen voor pixels of snelheid.

Hoe je ogen bedrogen worden door Hertz

Stel je voor dat je snel met je muis over je bureaublad beweegt. Op een standaard 60Hz-scherm zie je de cursor in schokjes over het beeld springen; je hersenen vullen de gaten in. Op een 144Hz- of 240Hz-gaming-monitor verdwijnen die gaten.

Het technische verschil zit hem in de verversingssnelheid: het aantal keren per seconde dat het beeld wordt vernieuwd. Bij 60 Hz krijg je elke 16,6 milliseconden een nieuw beeld. Bij 144 Hz is dat elke 6,9 milliseconden. Dat klinkt als een klein verschil, maar je voelt het direct. Het gestotter dat je onbewust gewend bent verdwijnt. Bewegingen voelen boterzacht aan, alsof de cursor (of je crosshair) aan je hand vastgeplakt zit in plaats van er achteraan zwemt. Dit effect wordt motion clarity genoemd: objecten blijven scherp, zelfs als ze snel door het beeld bewegen.

©Framestock

De winst in shooters en snelle actie

Wanneer werkt dit in je voordeel? Vooral in competitieve shooters zoals Call of Duty, Counter-Strike of Valorant. In dit soort games telt elke milliseconde. Een hogere refreshrate vermindert de input lag, oftewel de tijd tussen jouw klik en de actie op het scherm.

Stel, je draait je personage snel om. Bij een lage refreshrate wordt de vijand een fractie later getoond en zie je veel bewegingsonscherpte (motion blur). Met een hoge refreshrate zie je de vijand eerder en scherper, waardoor je sneller kunt reageren. Je hebt letterlijk actuelere informatie dan je tegenstander. Om dat te bereiken heb je wel een krachtige videokaart nodig die genoeg beelden per seconde (FPS) kan genereren om je snelle scherm bij te houden.

Wanneer resolutie het toch wint van snelheid

Is snelheid altijd heilig? Nee. Als je vooral tragere, meer verhalende games speelt (zoals Cyberpunk 2077 in de 'sightseeing' modus), Microsoft Flight Simulator of grafische RPG's, dan voegt 240 Hz weinig toe. In deze titels kijk je vaak naar stilstaande of langzaam bewegende omgevingen.

In dat geval wil je juist de texturen van de bomen, de reflecties in het water en de details in gezichten zien. Een 4K-monitor op 60 of 120 Hz is dan een logischer keuze dan een onscherp 1080p-scherm op 360 Hz. De visuele pracht weegt hier zwaarder dan de milliseconden reactietijd. Ook voor console-gamers die op de bank zitten, is een goede televisie met 4K en HDR vaak indrukwekkender dan puur de hoogste framerates.

Situaties waarin een hoge refreshrate zinloos is

Er zijn momenten dat investeren in een snel scherm weggegooid geld is. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je hardware de snelheid niet kan leveren; als je videokaart maar 50 frames per seconde kan leveren, heeft een 144Hz-scherm geen nut omdat het scherm wacht op de computer. Daarnaast beperken oude kabels je bandbreedte, waardoor je monitor soms terugvalt naar 60 Hz zonder dat je het doorhebt. Ook op oudere consoles zoals de Nintendo Switch of de standaard PS4 heb je niets aan snelle schermen, omdat deze hardware fysiek gelimiteerd is op 60 Hz of lager.

Bepaal wat jouw setup aankan

Kijk dus kritisch naar je huidige situatie voordat je naar de winkel rent. Heb je een high-end pc die makkelijk 120+ FPS haalt in jouw favoriete games? Dan is een upgrade naar een 144- of 165Hz-monitor de grootste sprong in spelplezier die je kunt maken. Speel je op een PlayStation 5 of Xbox Series X? Zoek dan specifiek naar een scherm met HDMI 2.1-ondersteuning om 120 Hz op 4K mogelijk te maken. Zit je ver van je scherm af en speel je relaxed? Investeer dan liever in resolutie en kleurdiepte.

©Proxima Studio

Kortom: snelheid is de sleutel tot succes!

Verversingssnelheid is belangrijker dan resolutie voor iedereen die actie- of competitieve games speelt. Het zorgt voor een vloeiender beeld, minder input lag en betere motion clarity, wat je direct een voordeel geeft in het spel. Resolutie is vooral luxe voor het oog, maar refreshrate is pure prestatie voor de speler.

▼ Volgende artikel
Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn
© HBO Max
Huis

Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn

Game of Thrones kennen we als een reeks brute, grootschalige verhalen, maar A Knight of Seven Kingdoms is het tegenovergestelde. Wat blijkt? Met een schattig, kleinschalig verhaal voelt Westeros alleen maar groter.

Het regent. Op een heuvel, onder een boom, zien we een kast van een vent in de weer met een schop. Een ridder, lijkt het. Hij graaft een graf. Tegelijkertijd praat de ridder in zichzelf: er is in de buurt een toernooi, en we kijken waarschijnlijk naar de winnaar. De muziek zwelt op, terwijl onze held vastberaden in de verte staart. De iconische Game of Thrones-muziek lijkt ons te gaan overspoelen, klaar om naar een prachtig geanimeerde intro te gaan. In plaats daarvan, knippen we naar een shot waarin onze held achter een boom staat te poepen.

Watch on YouTube

De boodschap is duidelijk: de serie heeft schijt aan de verwachtingen die je van Game of Thrones hebt. De serie stond er ooit immers om bekend dat het brak met de conventies van mainstream fantasy. Nu de reeks daar inmiddels zelf toe behoort, is het aan A Knight on Seven Kingdoms om er weer een flinke draai aan te geven.

Een ridder van de heg

Nog een spin-off? George R. R. Martin is toch die schrijver die nooit schrijft? Tja, dat valt wel mee. Hoewel de beste man zich al tien jaar uit een hoekje probeert te schrijven met het langverwachte Winds of Winter, heeft hij een hoop andere verhalen in Westeros verteld.

Zo komen de verhalen van House of the Dragon uit het boek Fire and Blood, waarin we volgen hoe de Targaryen-familie zichzelf met generaties aan ruzies ten val brengt. Maar George R. R. Martin heeft de schaal ook wel eens flink verkleind: in het korte boek The Hedge Knight, dat nog stamt uit de vorige eeuw, volgen we een ridder en zijn schildknaap.

©HBO Max

Daarin volgen we de ridder Dunk - niet onze eigen Dunke, maar Ser Duncan The Tall. Hij is een ‘hagenridder’: een ridder zonder verwantschap aan een heer. Of, in andere woorden: een freelancer die, als hij niet werkt, in de heg mag slapen. Dunk blijft niet lang een zzp’er: hij ontmoet de kale stadsjongen Egg, die dolgraag zijn schildknaap wil zijn.

Vrede!?

De verhalen van dit geliefde tweetal bieden de basis van A Knight of the Seven Kingdoms. De twist? Er is vrede in Westeros - ja, het kan echt - en we volgen een nobody, dus er is ineens ruimte voor een gezellig, klein verhaal. Dat wordt gereflecteerd in de afleveringen: geen dik uur, maar een comfortabel halfuurtje.

©HBO Max

De ridder Dunk wil dolgraag bewijzen dat hij een eervolle ridder is, maar dat is in het brute Westeros best een uitdaging. Al helemaal als je een lompe lieverd als Dunk bent. Dan komt zo’n slimme, wereldwijze schildknaap als Egg ineens goed van pas.

Het wordt al helemaal lastig als je niet eens kan bewijzen dat je een ridder bent. Dan mag je namelijk niet eens meedoen aan een toernooi - eentje waarbij Dunk overigens zijn paard en zijn spullen kwijtraakt, mocht hij verliezen.

Meneer, mag ik meedoen?

Met dat toernooi wordt een van de Game of Thrones-clichés lekker op zijn kop gezet. In de oorspronkelijke serie zagen we in aflevering vier een heftig toernooi en House of the Dragon opende er zelfs mee: het is vaak een goede manier om zonder grote verhaalconsequenties te laten zien hoe gewelddadig Westeros is.

©HBO Max

In A Knight of the Seven Kingdoms komen we dat toernooi niet eens bínnen. Eerst moet Dunk maar eens bewijzen dat hij een ridder is, uitzoeken hoe zo’n toernooi werkt en een heer overtuigen hem te helpen - maar ook dansen, touwtje trekken en een poppenspel aanschouwen. Het is een fantastische stap terug van al die grootschalige oorlogen.

Doordat het verhaal zo’n piepkleine focus heeft, begin je om iedereen te geven: iemand die z’n paard verkoopt in A Knight of Seven Kingdoms is vele malen pijnlijker dan een draak die wordt doodgeschoten in Game of Thrones. We bevinden ons nog steeds in de brute wereld, maar het komt allemaal wat harder aan omdat we ook zien hoe grappig en gezellig het kan zijn.

©HBO Max

Een fossiele brandstof

Toch loopt ook A Knight of Seven Kingdoms een zeker risico. De kwaliteit van Game of Thrones kelderde toen de makers het bronmateriaal inhaalden. Ook die van House of the Dragon nam wat af, toen showrunner Ryan Condal besloot George R.R. Martin niet langer te raadplegen en de grote climax werd doorgeschoven naar het volgende seizoen.

Er zijn momenteel drie korte boeken rondom Dunk en Egg, waarvan dit eerste seizoen het eerste boek beslaat. George R.R. Martin zegt nog twaalf verhalen in zijn hoofd te hebben, maar volgens HBO-baas Casey Bloys moeten de seizoenen van A Knight of Seven Kingdoms jaarlijks verschijnen: dat klinkt goed, maar dan mag Martin wel even doorschrijven. Zijn verhalen voelen nu als een fossiele brandstof: het is een enorm waardevolle bron, maar die wordt niet echt meer aangevuld.

©HBO Max

Gelukkig lijken showrunner Ira Parker en George R.R. Martin goed bevriend. De schrijver heeft Parker een outline gegeven van de twaalf verhalen, dus in theorie kan de serie daarmee verder - maar laten we niet vergeten dat dit bij de laatste seizoenen van Game of Thrones óók het geval was.

Bombastisch gefluit

Toch verdient Ira Parker ons optimisme, want A Knight of Seven Kingdoms is een fenomenale toevoeging aan de wereld van A Song of Ice and Fire. Verhalen hebben contrast nodig: door het klein te houden, voelt de wereld groot. Door het lief te houden, komen de gemene momenten keihard aan.

©HBO Max

De muziek is hier een spectaculair voorbeeld van. De bombastische muziek wordt ons aan het begin als wortel voorgehouden, maar dat is het ook wel - in plaats daarvan moeten we het doen met een gezellig gitaartje, iemand die fluit en het gezang van de vogeltjes.

Als het balletje dan eenmaal gaat rollen, neemt de muziek toch een bombastischer formaat aan - maar op dat moment voelt het verdiend. En, het allerbelangrijkste: in die epische muziek zit óók gewoon nog dat schattige gefluit.

Afleveringen van A Knight of Seven Kingdoms verschijnen wekelijks op HBO Max.