ID.nl logo
Review: Sony ULT Wear – Lekker geluid, maar soms iets teveel bas
© Jeroen Boer - ID.nl
Huis

Review: Sony ULT Wear – Lekker geluid, maar soms iets teveel bas

Sony staat bekend om zijn uitstekende bluetooth-koptelefoons met actieve ruisonderdrukking en heeft inmiddels vele modellen waar je uit kunt kiezen. De ULT Wear is het nieuwste model en hiermee richt Sony zich op een jongere doelgroep die van een vette bas houden.

Uitstekend
Conclusie

De Sony ULT Wear doet veel goed, je zou zelfs kunnen zeggen dat Sony de technologie van het vorige topmodel naar een flink lager prijspunt brengt. De koptelefoon is comfortabel, heeft een lange batterijduur en een prima ruisonderdrukking. De geluidskwaliteit is goed, maar je moet wel van een enigszins vol geluid houden. Neutraal getuned is de ULT Wear namelijk zeker niet. De ULT-standen die voor nog meer bas zorgen, zijn een beetje een gimmick en zeker ULT2 is te overdreven. Maar als je het niet aanzet, heb je er verder geen last van. Met een adviesprijs van 199 euro is dit zeker niet de goedkoopste koptelefoon op de markt, maar voor een goede koptelefoon met actieve ruisonderdrukking is de prijs wel scherp. Je krijgt er ook nog eens een fraaie reisetui bij.

Plus- en minpunten
  • Comfortabel
  • Vol geluid
  • Goede ruisonderdrukking
  • Uitgebreide app
  • 3,5mm-ingang
  • Beschermetui meegeleverd
  • Batterijduur
  • ULT-standen te overdreven
  • Niet officieel waterbestendig
  • Geen audio via usb-c

De ULT Wear is onderdeel van Sony’s nieuwe ULT Power Sound-productreeks en dit staat zo groot op de doos dat je dit kunt beschouwen als een nieuw ‘merk’ binnen Sony, vergelijkbaar met bijvoorbeeld Bravia voor televisies. ULT staat voor ultimate, maar toch betekent het niet dat dit Sony’s allerbeste draadloze hoofdtelefoon is. Je kunt ULT namelijk niet los zien van Power Sound, dit zijn dan producten met een ultieme basweergave. Sony richt zich met deze hoofdtelefoon vooral op een jonger publiek dat houdt van muziek waarin de bas niet krachtig genoeg kan zijn. Dat dit geen topmodel is, zie je behalve in de prijs ook terug in het typenummer. Waar de topmodellen een typenummer met daarin 1000 hebben (met de WH-1000XM5 als recentste model), heeft deze ULT Wear het typenummer WH-ULT900N en valt deze dus in de al bestaande 900-reeks net onder de topmodellen. Dat typenummer wordt in tegenstelling tot eerdere hoofdtelefoons veel minder prominent genoemd door Sony.

©Jeroen Boer - ID.nl

Op de hoofdtelefoon vind je het ULT-logo op een knop die je tussen geluidsmodi laat schakelen.

Bekend ontwerp

Die focus op een jongere doelgroep zie je met de uitzondering van de glimmende letters op de ULT-knop en het Sony-logo (gelukkig) niet terug in het ontwerp. Deze hoofdtelefoon lijkt qua ontwerp veel op andere populaire Sony-hoofdtelefoons. Hij is misschien iets minder verfijnd vormgegeven dan topmodel WH-1000XM5, maar wat ons betreft wel weer fraaier dan zijn voorganger WH-1000XM4. Al scheelt het qua ontwerp allemaal niet zo heel veel, want ook Sony’s topmodellen zijn van een vergelijkbare kunststof gemaakt als deze ULT Wear. Al die kunststof heeft als voordeel dat de koptelefoon met 255 gram licht is, iets dat bijdraagt aan het draagcomfort.

De Sony ULT Wear is sowieso een opvallend comfortabele koptelefoon. De grote oorkussens zijn lekker zacht, terwijl de druk niet overdreven hoog is. Het enige minpuntje dat we qua draagcomfort zouden kunnen bedenken, is dat de nepleren oorkussens bij warmer weer tot meer zweten kunnen leiden. Dat geldt echter voor veel koptelefoons. Een ander minpuntje is dat de ULT Wear geen IP-rating voor waterbestendigheid heeft. Hij zal een licht regenbuitje best overleven, maar garanties zijn er niet.

©Jeroen Boer - ID.nl

De comfortabele oorkussens zijn afgewerkt met kunstleer.

De ULT Wear is te koop in het zwart, grijsgroen of gebroken wit, wij hebben de zwarte variant getest. In tegenstelling tot de WH-1000XM5 is deze hoofdtelefoon inklapbaar waardoor je hem tot een kleiner pakketje kunt opvouwen. De uitstekende reisetui die je net als bij de topmodellen gewoon netjes krijgt meegeleverd, is dan ook een maatje kleiner dan bij Sony’s topmodel en dat is best prettig in je rugzak.

©Jeroen Boer - ID.nl

Je krijgt een prima opberghoes, 3,5mm-kabel en een usb-c-laadkabeltje meegeleverd.

Meld je aan voor het Koptelefoonwijzer Eindrapport 2024

Door het invullen van jouw naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van de Kieskeurig.nl Koptelefoonwijzer-resultaten. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl nieuwsbrief.

Handige bediening 

Het ontwerp lijkt dus veel op de duurdere modellen en ook qua bediening lever je niks in. De ULT Wear heeft op de rechterkant een aanraakgevoelige oorschelp waarmee je via tikken en veeggebaren je muziek kunt bedienen. Ook kun je je hand op de oorschelp leggen om snel alles in je omgeving te horen. De ruisonderdrukking schakel je in en uit met een knop achterop de linkeroorschelp. Die knop kun je optioneel via de app ook direct Spotify en Endel (een app met relaxgeluiden) laten openen door twee- of driemaal te klikken.

Nieuw ten opzichte van eerdere Sony-hoofdtelefoons is de al genoemde ULT-knop die eveneens achterop de linkerschelp geplaatst is. Deze knop is rond en een stuk groter dan de ruisonderdrukkingsknop en schakelt snel tussen twee standen die de basweergave verhogen.

Gebaseerd op voorgaand topmodel 

Qua techniek lijkt de ULT Wear veel op Sony’s vorige topmodel WH-1000XM4 en volgens een Sony-woordvoerder is hij zelfs vrijwel identiek met als enige verschil één noise-cancelling-microfoon minder (vier in plaats van vijf). De driver is net als bij de WH-1000XM4 in ieder geval weer een 40mm-variant waar de WH-1000XM5  een 30mm-variant gebruikt. Die kleinere driver in het topmodel zou voor een betere ruisonderdrukking zorgen, maar voor een stevige basweergave is een maatje groter waarschijnlijk weer prettig.

Op het gebied van bluetooth brengt deze ULT Wear geen nieuwe mogelijkheden. De bluetooth-versie is 5.2 en er is naast de basiscodec SBC ook ondersteuning voor de betere codecs AAC en LDAC. Die eerste is bedoeld voor Apple-gebruikers, terwijl LDAC op de meeste Android-toestellen wordt ondersteund. Net als op andere recente Sony-koptelefoons ontbreekt ondersteuning voor de aptX-codec.

Je kunt twee apparaten tegelijkertijd verbinden, maar het nadeel van deze multipoint-bluetooth is dat de betere geluidscodec LDAC niet gebruikt kan worden. Bedraad luisteren kan ook dankzij een 3,5mm-ingang, handig voor bijvoorbeeld het entertainmentsysteem in een vliegtuig. Al zul je de vliegtuigadapter die je in sommige oudere vliegtuigen nog nodig hebt, zelf moeten regelen. Voor het opladen heeft de koptelefoon een usb-c-poort, maar audio via usb wordt niet ondersteund.

©Jeroen Boer - ID.nl

De Sony ULT Wear heeft een usb-c-poort voor laden en een 3,5mm-ingang om bedraad te luisteren.

Warm geluid met optioneel veel bas

De ULT Wear is net als de meeste Sony-hoofdtelefoons geen neutraal getunede koptelefoon, je krijgt altijd een ‘warm’ geluid met daarin een lekkere basweergave. Dat is op zich niet erg, het past bij de smaak van de meeste consumenten. Voor sprankelende klassieke muziek is dit wellicht niet de meest geschikte hoofdtelefoon. De WH-1000XM5 is ook niet helemaal neutraal, maar wel een stuk neutraler dan de ULT Wear. Dan hebben we het over het standaardgeluid, zonder zelf iets aan te passen in de app.

Bij de ULT Wear gaat het echter om nóg meer bas in de vorm van de twee ULT-standen die je snel via het knopje kunt selecteren. Beide standen doen hoorbaar zeker iets en zetten basgeluiden extra aan. De ULT1-stand die Sony ook wel Deep Bass noemt, kunnen we in sommige muziekgenres zoals hiphop nog wel waarderen. Je levert in de hogere en middentonen wel hoorbaar wat sprankeling in, maar krijgt wel het gevoel dat er een subwoofer wordt ingeschakeld. Dit is ook wel lekker tijdens het kijken naar een actiefilm. Zelf luisteren we muziek liever zonder ULT1 ingeschakeld, maar we kunnen ons voorstellen dat deze stand nog nuttig is. De ULT2-stand die Sony ook wel Attack Bass noemt, is wat ons betreft echter te overdreven aangezet en vervormt alle tonen simpelweg te veel.

Houd je helemaal niet van basweergave of ben je op zoek naar een andere sound, dan biedt de app een equalizer waarmee je de weergave naar wens kunt instellen. Als je instellingen hebt gevonden die je bevallen, kun je die in een profiel opslaan. Op het moment van testen bood de app een vijfbands-equalizer, Sony heeft ons echter gemeld dat er in een toekomstige update een fijnmazigere zevenbands-equalizer aankomt.

Je kunt de (geluids)instellingen helemaal naar wens aanpassen in Sony’s Headphones-app.

Prima ruisonderdrukking

De actieve ruisonderdrukking (noise cancelling) is net als bij alle Sony-hoofdtelefoons prima, maar wel net een tandje minder goed dan bij het topmodel. Dat merk je als je er echt goed op gaat letten zonder naar muziek te luisteren, vooral stemgeluiden worden minder goed onderdrukt. Als je echter muziek luistert, is de ruisonderdrukking gewoon goed zonder storende bijwerkingen als hoorbare witte ruis.

De ULT Wear heeft op het gebied van ruisonderdrukking alle handige mogelijkheden die we ook van de duurdere modellen gewend zijn. Zo kun je de omgevingsgeluidmodus gebruiken waarmee je gesprekken toch nog kunt horen en kun je door je hand op de rechteroorschelp te leggen in één keer alles om je heen horen. Je kunt de instellingen voor de ruisonderdrukking ook automatisch laten aanpassen op basis van wat je aan het doen bent (bijvoorbeeld lopen of reizen in het openbaar vervoer) of op basis van locatie.

De batterijduur zonder ruisonderdrukking is zo’n 50 uur, terwijl je met ingeschakelde ruisonderdrukking zo’n 30 uur haalt. Dat zijn prima cijfers (vergelijkbaar met veel andere hoofdtelefoons) en als je de hoofdtelefoon af en toe even oplaadt, kun je eigenlijk altijd luisteren.

Conclusie

De Sony ULT Wear doet veel goed, je zou zelfs kunnen zeggen dat Sony de technologie van het vorige topmodel naar een flink lager prijspunt brengt. De koptelefoon is comfortabel, heeft een lange batterijduur en een prima ruisonderdrukking. De geluidskwaliteit is goed, maar je moet wel van een enigszins vol geluid houden. Neutraal getuned is de ULT Wear namelijk zeker niet. De ULT-standen die voor nog meer bas zorgen, zijn een beetje een gimmick en zeker ULT2 is te overdreven. Maar als je het niet aanzet, heb je er verder geen last van. Met een adviesprijs van 199 euro is dit zeker niet de goedkoopste koptelefoon op de markt, maar voor een goede koptelefoon met actieve ruisonderdrukking is de prijs wel scherp. Je krijgt er ook nog eens een fraaie reisetui bij.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.