ID.nl logo
Garmin Forerunner 255 - Topprestaties voor budgetprijs
© Reshift Digital
Gezond leven

Garmin Forerunner 255 - Topprestaties voor budgetprijs

Al zijn de lopers nog zo snel, Garmin achterhaalt ze wel. Het zou het motto van de nieuwe Forerunner 255-serie sporthorloges van Garmin kunnen zijn. Deze budget-Forerunner, traditioneel in het achterveld van team Garmin gepositioneerd, heeft namelijk een sprint getrokken die veel anderen het nakijken geeft. Dat geldt voor de concurrentie maar zelfs enkele duurdere Garmin-modellen.

Deze review zal finishen met een hele eenvoudige conclusie: wil je voor zo min mogelijk geld zoveel mogelijk Garmin, dan is de Forerunner 255 onverslaanbaar. En zelfs wanneer het geen Garmin hoeft te zijn omdat je nog niet vastzit in het ecosysteem van deze leverancier van sporthorloges met veel aanvullende services, ook dan zal de conclusie niet heel anders zijn. De upgrade die Garmin met de Forerunner 255-serie aan de onderkant van zijn totale aanbod geeft, maakt het namelijk een geduchte concurrent voor duurdere modellen zoals de Forerunner 745 én zet alle concurrentie op een achterstand die maar lastig in te halen zal zijn.

©PXimport

Vier modellen

De Forerunner 255 verschijnt in vier modellen, de twee grotere 255 en 255 Music en twee kleinere, de 255S en 255S Music. Allemaal zijn ze 13 mm dik, de beide 255-modellen daarbij 46 mm groot, de beide S-modellen 41 mm. De laatste dus meer geschikt voor de kleinere pols. De behuizing is van met polymeer versterkt glasvezel, de bovenzijde is van krasbestendig (maar niet onverwoestbaar) Gorilla Glass 3. Modellen met het nog sterkere saffierglas zijn er niet. Het MIP-beeldscherm is bij de grotere modellen 260 x 260 pixels groot, bij de S-modellen 218 x 218. De beide S-modellen zijn 10 gram lichter dan de niet-S-modellen, 39 gram tegen 49 gram.

Functioneel is er geen verschil tussen de vier behalve dat de beide Music-modellen opslag hebben voor 500 muzieknummers of podcasts en deze rechtstreeks op een met het horloge verbonden headset kunnen afspelen. De smartphone kan dus thuisblijven. Dit is een voordeel maar heeft zeker ook nadelen. Omdat de 255 geen eigen dataverbinding heeft zonder smartphone in de buurt, kun je alleen luisteren wat je vooraf hebt gedownload. En ook werken zonder smartphone alle connected functies niet. Dus geen LiveTracking waarbij het thuisfront je onderweg kan volgen, geen ongevallenbericht verzenden wanneer er onverhoopt iets misgaat en ook geen op de smartwatch binnenkomende berichten lezen onder het rennen. Dit maakt de business-case voor de duurdere Music-model lastig te maken.

Knoppen geen touch

De Forerunner 255 is een hardloopsmartwatch maar met volledige triathlon-ondersteuning. Wie behalve lopen ook wel eens fietst of zwemt of een heel andere sport wil doen zoals langlaufen, skiën, peddelsurfen, roeien, wandelen of krachttraining of gewoon rust zoekt in yoga. Ook voor die sporter is de Forerunner 255 geschikt. De hele serie beschikt hiervoor behalve over Multi-band GPS/Glonass/Galileo voor het vastleggen van de positie en het bepalen van de snelheid ook over een polshartslagmeter, een barometrische hoogtemeter, een kompas, gyroscoop, versnellingsmeter en thermometer. De hartslag wordt elke seconde gemeten, bij inspanning én rust, en de Pulse Ox saturatiemeter voegt daar het bloedzuurstofgehalte aan toe. Dit levert een bak gegevens op die door Garmin worden vertaald naar een ‘fitnessleeftijd’, ‘body-battery energiemonitor en mits de Forerunner ook ’s nachts wordt gedragen, analyse van de nachtrust en daarbij een slaapscore en inzichten in het herstel van het lichaam na de inspanningen de dag ervoor.

De registratie van al deze gegevens gebeurt automatisch tijdens het dragen van de Forerunner, voor het registreren van activiteiten of het bekijken van verzamelde gegevens zijn vijf knoppen aanwezig. De Forerunner 255 heeft geen aanraakscherm maar de bediening is helemaal volgens de Garmin-standaard en zeer snel te leren. Enig nadeel, wanneer je eenmaal dat weg kent in de menu’s zul je minder snel nieuwe functies en mogelijkheden ontdekken.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Sportfuncties

Voor de sporter heeft de Forerunner een groot aantal functies die helpen bij trainen en herstel. Naast gewoon het registeren van een activiteit is het mogelijk met hartslagzones te trainen en bij intervallen gesproken aanwijzingen over de afgelopen en komende interval te krijgen. Met opties als Virtual Partner, Virtual Racer en vooral Pacer Pro kan een tempostrategie worden bepaald voor een route waarbij tijdens het lopen of fietsen van de route dan direct duidelijk is of de sporter vóór of juist achter op het schema ligt. Bij fietsen kunnen extra cadans- en snelheidssensoren gekoppeld worden voor nog meer input en daarmee nog nauwkeurigere registratie en analyse.

 Ook voor fiets en zwemmen zijn er aanvullende sport-opties zoals een signaal of een vooraf ingestelde afstand of doel is bereikt, het vergelijken van resultaten met eerdere activiteiten, vastlegging van afstand, tempo, aantal slagen en slagsnelheid bij het zwemmen. Zijn alle gegevens gesynchroniseerd met Garmin Connect, het gratis online platform voor het verzamelen van de eigen sportprestaties en diepergaande analyses, dan komen er ook dagelijks trainings- en hersteladviezen. Als kleine update op wat eerder al mogelijk was kunnen deze trainingsadviezen nu eenvoudig voor komende dagen worden ingepland.

HRV-status

Een nieuwe functie waar Garmin hoog over opgeeft is de hartslagvariatie (HRV). Hiervoor registreert de Garmin niet alleen de hartslag maar ook de kleine afwijkingen daarin. Een variatie van milliseconden tussen twee hartslagen kon eerder al bij bepaalde modellen incidenteel worden vastgelegd via de Health Snapshot, maar de Forerunner 255-modellen doen dit continu. De HRV-status wordt ’s nachts gemeten gedurende minimaal drie opeenvolgende weken. Volgens Garmin is de HRV-status zeer geschikt als indicatie van de overall fitheid, het stressniveau, of je overtraind bent en daarmee de mate waarin gedurende de dag meer of minder intensief getraind kan worden. De HRV-status is gelukkig geen lastig te interpreteren waarde, Garmin drukt deze uit in ofwel rood, oranje of groen voor respectievelijk een mindere of juist betere fitheid. Dit is dan wel echt minder uitgebreid dan bij de topmodellen van Garmin die dezelfde meting doen maar een veel uitgebreidere rapportage samenstellen inclusief direct al op de HRV-status aangepaste trainingsadviezen.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Overige zaken

De Multiband-GPS is zeer nauwkeurig, er zijn voldoende smartwatchfuncties, en zowel de vastlegging van sportieve en dagelijkse inspanningen en nachtrust als ook de analyse en adviezen die daaruit komen zijn zeer waardevol in elk geval voor sporters maar ook voor wie het gewoon leuk vind zijn gezondheid en fitness te bewaken. Alleen wie echt hogere sportieve doelen wil en voordeel haalt uit nog uitgebreidere analyses of wie gewoon een robuuster horloge mooier vindt, heeft reden een van de meer high-end modellen van Garmin aan te schaffen. Handig is dat Garmin op alle modellen Garmin Pay biedt, voor contactloos betalen onderweg. Met een paar stappen koppel je een betaalkaart of creditkaart met de Forerunner en beveilig je het gebruik van de betaalfunctie met een pincode.

Conclusie: Garmin Forerunner 255 kopen?

350 of 400 euro is veel geld, maar passend voor een multisport-sporthorloge met de mogelijkheden van deze Garmin Forerunner 255-serie. Naast dat het door het lagere gewicht en de geringe een heel prettig horloge is om te dragen, biedt het voor zijn geld ongekende mogelijkheden. Aangevuld met een aantal handige smartwatchfuncties, Garmin Pay en de mogelijkheden van het Garmin Connect-platform is het een zeer aantrekkelijk aanbod. Hier zullen concurrenten Polar en Suunto van wakker liggen, voor hun HRV-status valt te vrezen.

Fantastisch
Conclusie

**Prijs** vanaf € 349,- **Kleuren** blauw, grijs, rose, licht grijs, wit, zwart **Platform** Android, iOS **Scherm** MIP (260 x 260) **Formaat** 41 x 41 x 12,9 mm **Gewicht** 39 gram **Sensoren** hartslagmeter, ademhalingssnelheid, slaapmonitor, barometrische hoogtemeter, stappenteller **Connectiviteit** wifi, bluetooth, ANT+ **Overig** gps/glonass/galileo, waterdicht 50m, verwisselbare bandjes **Website**

Plus- en minpunten
  • Sportfuncties
  • Gezondheidsfuncties
  • Garmin Pay
  • Prijs
  • Knoppen
  • Niet-standaard oplader
  • Geen aanraakscherm
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.