ID.nl logo
Gehoorbescherming voor kinderen: zo kunnen ze veilig mee naar festivals
© www.peopleimages.com
Gezond leven

Gehoorbescherming voor kinderen: zo kunnen ze veilig mee naar festivals

Als ouder of verzorger wil je misschien je kids meenemen naar een tof festival of groot evenement. Maar dan is het wel noodzakelijk dat je hun oren beschermt. Daarom gaan we in dit artikel dieper in op gehoorbescherming voor kinderen.

Tijdens festivals kan de muziek ontzettend hard staan. En dat is mogelijk schadelijk voor het gehoor van je kind (en natuurlijk van jezelf). In dit artikel gaan we daarom dieper in op: Welke soorten gehoorbescherming zijn er? | In hoeverre moet je rekening houden met de leeftijd van je kind(eren)? | Waarom problemen voorkomen cruciaal is.

Ook leuk voor jou: Een tablet voor kinderen: zo kies je de beste uit

Gehoorbescherming voor kinderen is van cruciaal belang. Wanneer kinderen op jonge leeftijd gehoor- of lawaaischade oplopen, dan kan dat later tot veel problemen leiden. Denk dan aan concentratieproblemen, stress en slaapproblemen. Daarnaast is het zo dat kinderen met deze problemen vaak een achterstand oplopen in hun taalontwikkeling. Verder kan gehoorschade zorgen voor een hogere bloeddruk, oorsuizen en meer stresshormonen. Dat zijn geen problemen die je een kind gunt, waardoor zorgvuldigheid dus geboden is.

Uit onderzoek uit 2018 blijkt echter dat één op de zeven kinderen (veertien procent) last heeft van gehoorschade. Dat onderzoek is uitgevoerd door het Erasmus MC, onder drieduizend kinderen. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat muziekspelers mogelijk een grote oorzaak van het probleem zijn, maar ook andere dingen kunnen een negatieve invloed uitoefenen op het gehoor. Denk dan aan koptelefoons tijdens het spelen van videogames of het bezoek aan een groots festival. Gelukkig heb je voor festivals een aantal opties die dergelijke schade kunnen voorkomen.

©Kristian Kirk Mailand

Gehoorschade bij kinderen voorkomen

Je kunt drie soorten gehoorbescherming voor kinderen overwegen wanneer je ze mee wil nemen naar een festival of een andere drukke omgeving. Zo heb je bijvoorbeeld de zogenaamde gehoorkappen. Dit zijn een soort koptelefoons zonder enige functionaliteit, behalve dan het weren van harde geluiden. Meestal zorgen ze voor een demping van 30 decibel, waardoor je gemakkelijker onder de maximale grens van 103 decibel terecht kunt komen. Onthoud dat het aantal decibel een deel van het verhaal vertelt; het gaat ook om de duur van het luisteren.

Gehoorkappen hebben twee nadelen: ze kunnen de oren van kinderen erg warm maken en ze kunnen ervoor zorgen dat ze normale omgevingsgeluiden missen. Je kunt wel meteen zien wanneer een kind de kappen afzet, in tegenstelling tot bijvoorbeeld oordopjes. Populaire gehoorkappen heb je bijvoorbeeld van merken als 3M (zoals de Peltor-lijn) en Alpine (zoals de Muffy Kids). Maar je hebt ook nog de Jippie’s Gehoorbeschermer. Dit soort producten hoeven niet meer dan dertig euro te kosten, zoals je kunt zien en zijn prima basisbeschermers.

Decibellen als richtlijn nemen Aan hoeveel decibel kun je iemand schadeloos blootstellen? Je moet als stelregel nemen dat langdurige blootstelling aan harde geluiden schadelijk kan zijn. Voor 80 decibel geldt dat je daar tot acht uur per dag veilig naar kunt luisteren. Elke 3 decibel daarbij is echter een verdubbeling van het geluid; voor 83 decibel geldt dus vier uur. 103 decibel kan na vijf minuten schadelijk zijn.

Wanneer je een gehoorkap voor een baby aanschaft, houd dan rekening met de elasticiteit van de band. De band moet verstelbaar zijn, zodat die niet te strak om het hoofdje zit. Voor baby’s geldt dat gehoorkappen de beste oplossing zijn; oordoppen worden niet aangeraden door artsen.

Gekke, vrolijke of aparte oorkappen?

Voor elk kind is hier zeker wat te vinden!

Oordoppen zijn subtieler, maar niet altijd beter

Een alternatief voor de gehoorkappen zijn de geluidwerende oordoppen. Ze zijn over het algemeen lichter en comfortabeler dan gehoorkappen, maar vallen ook minder op. Wanneer een kind tijdens een concert de oordopjes uitdoet, dan zie je dat niet meteen – in tegenstelling tot die felgekleurde kappen. Ze bieden grofweg dezelfde maximale bescherming aan van 30 decibel, maar dan moet je ze wel correct inbrengen. Misschien herken je dat van je eigen concertbezoek wel: je doet die oordopjes in, maar hoort toch dat er ergens geluid binnendringt. Dan zitten ze dus niet goed.

En als ze niet goed zitten, dan heb je nog steeds geen goede gehoorbescherming voor kinderen. Oordoppen die gehoorschade kunnen voorkomen, heb je in veel verschillende soorten. Zo kun je ze met of zonder een koord of band kopen, en zijn er varianten die je kunt hergebruiken of na één keer dragen kunt weggooien. Ze zijn minder populair, omdat er een hoop mis kan gaan en ze vaak niet helemaal passen in het oor van het kind. Gelukkig hebben we nog een derde optie waar we naar kunnen kijken en dat zijn zogeheten otoplastieken.

©robin - stock.adobe.com

Op maat gemaakte oordoppen

Veel volwassen zweren bij die otoplastieken, dus waarom zouden we die niet voor onze kinderen gebruiken? Otoplastieken zijn oordoppen, maar dan op maat gemaakt en met dezelfde maximale bescherming. Dat mag wat kosten, want meestal ben je tussen de 100 en 150 euro kwijt. Maar dan weet je wel dat je een product in huis haalt dat past bij wat je kind nodig heeft op dat moment. Omdat ze een perfecte pasvorm voor het oor hebben, hebben ze ook een perfecte demping van het geluid. Ze beschikken vaak over meerdere soorten filters, die verschillende lagen van geluid weren.

Deze producten gaan jaren mee en zitten ontzettend comfortabel, omdat ze gemaakt worden van zacht en flexibel materiaal. En door de verschillende filters kan een kind nog steeds gesprekken volgen. Je moet er wel rekening mee houden dat je dergelijke producten vaak goed controleert op geluidlekkage en dempende eigenschappen, aangezien het kind groeit en de gehoorgang dus nog verandert. Maar wanneer je daar scherp op bent, dan hoeft dit geen probleem te zijn. Verder kun je dit soort producten ook tijdens het slapen, tijdens de kermis of het vliegen gebruiken.

Aandachtspunt is wel dat de oren van je kind nog groeien dus dat ze niet zo lang meegaan als bij volwassenen.

©Victoria М - stock.adobe.com

Gehoorbescherming combineren?

Nu denk je wellicht dat je bijvoorbeeld otoplastieken kunt combineren met gehoorkappen, voor een maximale gehoorbescherming voor kinderen. Maar niets is minder waar, aangezien je geluid niet alleen via je oren binnenkrijgt. Het middenoor kan bijvoorbeeld ook geluid ontvangen via beengeleiding (zoals je schedelbeenderen), trillingen in de oorkap of de mondholte. Zelfs wanneer je dus twee soorten bescherming draagt, kan er geluid binnendringen. Daardoor is er slechts een maximale bescherming van 35 decibel te realiseren. Meer is echt niet mogelijk momenteel.

©CALIN STAN calinstan.com

Ter plekke situatie inschatten

Om het aantal decibel een beetje context mee te geven, is het belangrijk een referentiekader op te bouwen. Zo kun je als ouder of verzorger misschien ter plekke bepalen of gehoorbescherming nodig is. Een drukke autoweg is bijvoorbeeld 85 decibel, terwijl een concert al gauw 110 is. Je kunt zelf het aantal decibel meten met app op je smartphone of smartwatch (de Apple Watch ondersteunt deze functie standaard). Of je schaft een los product aan, zoals de Digitale Decibelmeter, die van 30 dB tot en met 130 dB meet. Komt de meting daarboven uit? Dan weet je dat het foute boel is.

Wil je geluidmeldingen ontvangen op je Apple Watch? Open dan de Geluid-app en schakel de functie in. Dan meet het horloge de omgeving meteen. Om automatisch meldingen te ontvangen over te harde geluiden ga je naar Instellingen > Geluid > Geluidsmeldingen en selecteer je een instelling.


▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.