ID.nl logo
Stilste warmtepomp van Nefit Bosch: duurzaam en bijna overal te plaatsen
© Nefit Bosch
Energie

Stilste warmtepomp van Nefit Bosch: duurzaam en bijna overal te plaatsen

De overstap naar een (hybride) warmtepomp biedt kansen voor een lagere energierekening en het verminderen van CO2-uitstoot. Toch ervaren consumenten uitdagingen en onzekerheden, zoals kosten, geluidsoverlast en twijfels over duurzaamheid. Gelukkig bieden sommige leveranciers oplossingen om deze zorgen weg te nemen.

Partnerbijdrage - In samenwerking met Nefit Bosch

Inmiddels weten veel mensen dat de overstap van een gasgestookte cv-ketel naar een (hybride) warmtepomp legio kansen biedt. Je kunt je energierekening verlagen en tegelijkertijd iets goeds doen voor het klimaat door je CO2-uitstoot te beperken.

Aan de andere kant zijn er voor consumenten ook uitdagingen en onzekerheden verbonden aan een overstap. Naast de kosten, hebben deze zorgpunten vaak betrekking op het geluid van de warmtepomp en de vraag of een warmtepomp nu echt zoveel duurzamer is. En waar ga je een warmtepomp plaatsen, zowel binnen- als buitenhuis?

In dit artikel belichten we een extreem stille warmtepomp van Nefit Bosch, de Compress 5800i AW, die qua geluid bijna overal te plaatsen is. Bovendien heeft het apparaat door het gebruik van het natuurlijke koudemiddel propaan (R290) de kleinst mogelijke impact op klimaat en milieu. Ook bespreken we de Compress 2000 AWF full monoblock, waarvoor binnenshuis zelfs helemaal geen ruimte nodig is.

Stille warmtepomp die bijna overal te plaatsen is

De buitenunit van een lucht-waterwarmtepomp staat vaak in de tuin of hangt aan de gevel. Het is een gegeven dat deze buitenunit geluid maakt. Het geluid van de buitenunit is al sinds 2012 aan regels gebonden, maar in 2021 zijn deze regels aangescherpt. De nieuwe regels hebben als doel om geluidshinder voor omwonenden te voorkomen. Concreet is er in deze regels een maximum gesteld aan het geluid dat mag worden waargenomen op de erfgrens. Dit waargenomen geluid kun je meten en noemen we geluidsdruk (zie kader).

Deze geluidsdruk mag op de erfgrens overdag niet hoger zijn dan 45dB(A). In de nacht, als de warmtepomp draait in de ‘stille modus’, moet de geluidsdruk lager zijn, namelijk maximaal 40 dB(A). Deze maximale geluidsdruk heeft gevolgen voor de plaatsing van de buitenunit, omdat een minimale afstand nodig is tussen het apparaat en de erfgrens.

Ter illustratie: een warmtepomp met een (vrij gangbaar) geluidsvermogen van 65 dB(A) moet op circa 5 meter van de erfgrens worden geplaatst, om de geluidsdruk op de erfgrens binnen de wettelijke kaders te houden. Dit geeft soms problemen, omdat veel Nederlandse tuinen te klein zijn om deze afstand te kunnen halen. Het goede nieuws: als het geluidsvermogen van de warmtepomp lager is, dan kan ook de afstand tot de erfgrens omlaag, en zijn er veel meer opties om de buitenunit te plaatsen.

Geluidsdruk bij warmtepompen We maken onderscheid tussen geluidsvermogen en geluidsdruk. Geluidsvermogen is een eigenschap van de warmtepomp en wordt direct naast de warmtepomp gemeten. Het geluidsvermogen voor warmtepompen is al sinds 2012 begrensd in EU-regelgeving (Ecodesign Requirements). Iedere verkochte warmtepomp voldoet hieraan. Sinds 2021 zijn er echter aanvullende regels voor de geluidsdruk. Geluidsdruk is een afgeleide van het geluidsvermogen, en neemt de afstand van de ontvanger (het oor) tot de warmtepomp mee. De geluidsdruk, ofwel het ervaren geluid, is op 1 meter afstand van de warmtepomp groter dan op 5 meter.

Zoveel geluid maakt een warmtepomp

Check het met deze tool

De Compress 5800i AW is ontworpen om de uitdagingen op het gebied van geluid het hoofd te bieden. Het doel: een zo groot mogelijke plaatsingsflexibiliteit, zowel binnen- als buitenshuis. De Compress 5800i AW heeft daartoe een uniek ontwerp met geïntegreerde geluiddempende diffuser en niet één, maar vier stille modi, waaronder een nachtmodus. Dankzij zijn stille werking en vele slimme accessoires biedt de buitenunit qua plaatsing meer mogelijkheden dan andere warmtepompen. Met een geluidsdruk van slecht 26,5 dB(A) op 2 meter afstand (zie kader) voldoet het apparaat niet alleen aan de strengste wettelijke eisen en richtlijnen, maar is het op dit moment ook de stilste warmtepomp op de markt. De ongekende geluidsprestaties geven veel flexibiliteit bij het plaatsen van de buitenunit. Zelfs bij dichte bebouwing, zoals bij rijtjeswoningen. Het apparaat heeft een speciale wandmontagebeugel voor een veilige en ruimtebesparende installatie van de buitenunit aan de gevel van de woning.

Vermogen

De Compress 5800i AW is echter niet alleen flexibel qua plaatsing buiten, maar ook qua vermogen. Deze warmtepomp wordt geleverd in vermogens tussen 4 en 12 kW. Ook zijn er bijpassende boilers van Nefit Bosch verkrijgbaar in verschillende formaten, van 200 liter voor een-, twee- of driepersoonshuishouden, tot 500 liter voor grotere huishoudens.

Nog een voordeel van de Compress 5800i AW is dat het apparaat, naast comfortabele warmte en warm water, ook kan zorgen voor koeling. In de zomer kan de werking van de warmtepomp eenvoudig worden omgekeerd. Zo kan de temperatuur in de woning tot vijf graden worden verlaagd. De koelfunctie zit standaard op elke Compress 5800i AW-warmtepomp. Om je woning te kunnen koelen met een warmtepomp heb je echter wel vloerverwarming of een vergelijkbaar systeem nodig. Ten slotte is een draadloze internetmodule standaard geïntegreerd, waardoor de warmtepomp eenvoudig kan worden aangesloten op het internet. Naast bediening via de app, maakt dit een eenvoudige inbedrijfstelling en service op afstand mogelijk.

©Nefit Bosch

Warmtepomp met propaan voor kleinste milieu-impact

Warmtepompen zijn eerder negatief in het nieuws geweest vanwege de milieu-impact van de koudemiddelen die erin zitten. Alle warmtepompen werken met een koudemiddel, net als bijvoorbeeld koelkasten. Dat is nodig om warmte uit de lucht of de bodem te halen en over te brengen aan het water van de centrale verwarming. De meest gangbare koudemiddelen zijn R410A en R32. Dit zijn synthetische koudemiddelen, in de media vaak aangeduid als F-gassen. De nieuwste generatie warmtepompen maakt gebruik van koudemiddel R290. R290 is de wetenschappelijk naam voor een gas dat veel mensen wel kennen, namelijk propaan. Omdat dit in de natuur voorkomt, noemen we R290 een natuurlijk koudemiddel. Propaan is dus géén F-gas.

Koudemiddelen zijn onmisbaar voor de werking van een warmtepomp. De meeste warmtepompen bevatten maar een kleine hoeveelheid koudemiddel. Dit bevindt zich in het gesloten circuit van de warmtepomp. De gangbare middelen, de F-gassen, hebben een groot nadeel: als ze vrijkomen, is dat niet bepaald goed voor het milieu. Ze hebben bovendien een negatief effect op de opwarming van de aarde. Het schadelijke opwarmende effect van een gas wordt uitgedrukt met het Global Warming Potential (GWP). Bij de F-gassen R410A en R32 zijn deze waarden respectievelijk 2088 en 675. Voor propaan (R290) is deze waarde veel lager. Met een GWP-waarde van slechts 3 heeft propaan de kleinst mogelijke impact op klimaat en milieu.

Natuurlijke koudemiddelen

Het belang van dit opwarmende effect wordt ook door de EU onderschreven. Vanwege de negatieve impact van F-gassen op het milieu, heeft de EU zich ten doel gesteld om de productie en het gebruik van F-gassen terug te dringen en de stap naar natuurlijke koudemiddelen te maken. Daarvan is propaan op dit moment de meest toegepaste oplossing.

De Compress 5800i AW werkt met R290 (propaan) als koelmiddel. Met het toekomstbestendige en natuurlijke R290 voldoet de warmtepomp nu al aan de toekomstige regelgeving en heeft het apparaat de kleinst mogelijke impact op klimaat en milieu. Bijkomend voordeel is de hoge efficiëntie met een energielabel A+++ en een watertemperatuur tot 75 graden. Dankzij die hoge temperatuur is de Compress 5800i AW ook geschikt voor oudere woningen. De woning hoeft niet te zijn voorzien van vloerverwarming, omdat de warmtepomp ook efficiënt verwarmt met gewone radiatoren. 

©Nefit Bosch

Binnenshuis geen ruimte nodig voor monoblock

Naast de vragen over geluid en koudemiddelen, zijn veel mensen benieuwd of een warmtepompinstallatie wel past in hun woning. Want als je eenmaal buitenshuis een geschikte locatie hebt voor de buitenunit van de warmtepomp, dan is ook binnenshuis ruimte nodig. Hoeveel ruimte dat is, verschilt sterk per oplossing. Kies je voor gasloos verwarmen met alleen een warmtepomp, dan moet je naast een binnenunit ook rekening houden met een boiler voor warmwatervoorziening. Dat kan een externe boiler zijn of een boiler die is geïntegreerd in de binnenunit. In beide gevallen neemt dit de nodige ruimte in beslag. Kies je voor een hybride warmtepomp naast je cv-ketel, dan is een extra boiler niet nodig. 

Een binnenunit kun je simpelweg niet in iedere woning kwijt. Voor die situaties waarin de binnenruimte een beperking vormt, heeft Nefit Bosch de Compress 2000 AWF full monoblockontwikkeld. Deze oplossing heeft binnen vrijwel géén ruimte nodig. Hoe kan dat? En wat is eigenlijk een full monoblock?

Een monoblock is een specifiek type lucht-waterwarmtepomp. In de basis zijn er bij lucht-waterwarmtepompen twee opties: split of monoblock. Bij een monoblock-buitenunit zit de meeste techniek van de lucht-waterwarmtepomp in de buitenunit verwerkt. Bij een split-buitenunit is het koelcircuit daarentegen verdeeld over de binnen- en buitenunit. Omdat bij de monoblock-variant de meeste ‘techniek’ in de buitenunit zit, is deze buitenunit groter en zwaarder dan bij een split-model. De full monoblock-optie gaat nog een stapje verder. Hierbij zit letterlijk alle warmtepomptechniek in de buitenunit verwerkt. Het voordeel daarvan is dat er binnenshuis alleen een bedieningspaneel nodig is, ter grootte van een thermostaat. Bijkomend voordeel is dat de installateur veel flexibeler is bij het koppelen van deze speciale warmtepomp aan bestaande cv-installaties. Daarmee past de Compress 2000 AWF full monoblock dus altijd en overal.

Gasloos of hybride

De Compress 2000 AWF-warmtepomp kan zowel worden toegepast voor volledig gasloze verwarming (all-electric), als voor hybride verwarming. Bij de hybride optie verwarmt het apparaat de woning in combinatie met een cv-ketel. Bij een all-electric-plaatsing kan warm douchewater op maat worden geboden dankzij de brede range bijpassende warmwaterboilers van Nefit Bosch. Die warmwaterboilers hebben dan uiteraard wel binnenruimte nodig.

Compress 2000 AWF full monoblock is bovendienAll-electric Ready. Dat biedt de mogelijkheid om nu te beginnen met hybride verwarmen en later alsnog gemakkelijk over te stappen naar volledig gasloos (all-electric) verwarmen. Hiervoor is alleen het elektrisch element nodig, dat als accessoire verkrijgbaar is. Zo ben je flexibel en voorkom je dat je in de toekomst nog een keer moet investeren in een nieuwe installatie.

Een hoe zit het buiten? Ondanks dat alle techniek van Compress 2000 AWF full monoblock in de buitenunit zit, is er nog steeds veel plaatsingsvrijheid. Denk aan de mogelijkheid tot installatie op balkons, aan de muur of op de grond. Samengevat, biedt deze flexibele, scherp geprijsde monoblock-warmtepomp voor iedere situatie een passende hybride en all-electric-oplossing.

©Nefit Bosch

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.