ID.nl logo
Zo los je geheugenproblemen op
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Zo los je geheugenproblemen op

Je systeem doet raar, met crashes, bevriezingen of plotseling opnieuw opstarten. Lastig, vooral omdat de oorzaak vaak moeilijk te achterhalen is. Dat kan software zijn, zoals malware of een nukkige driver, maar net zo goed hardware, zoals een defecte schijf of het intern geheugen. In dit artikel focussen we op dit laatste. Welke symptomen, indicaties en geheugenfouten zijn er zoal, maar vooral: hoe spoor je het defecte geheugen op en hoe pak je het verder aan?

Wanneer een geheugenprobleem optreedt, kunnen de symptomen zeer divers zijn.

Naast inconsistente crashes van diverse programma’s kan zo’n defect er ook toe leiden dat Windows zomaar herstart of bevriest. Maar ook bestandscorruptie is mogelijk of het niet meer kunnen installeren van nieuwe programma’s. Of als het geluid niet meer werkt of je systeem plots erg traag reageert, zelfs als er nauwelijks applicaties draaien. Kortom, een veelheid aan mogelijke symptomen, wat het gericht zoeken naar de precieze oorzaak er bepaald niet makkelijker op maakt.

Duidelijke indicaties

Met wat geluk geeft het systeem zelf een aanwijzing dat het wellicht om een geheugenprobleem gaat, zoals wanneer de hoeveelheid ram niet langer correct wordt gerapporteerd in het bios, kort na het opstarten of vanuit het besturingssysteem. In Windows gebruik je het onderdeel Taakbeheer om deze informatie op te zoeken. Druk op Ctrl+Shift+Esc, ga naar Prestaties, open Geheugen en kijk rechtsboven de grafiek.

Check voor alle zekerheid ook het Meldingencentrum van Windows. Het valt niet uit te sluiten dat hier de melding verschijnt om Windows Geheugencontrole uit te voeren.

Bij het opstarten van de pc voert normaal gesproken ook het bios een snelle geheugencheck uit, wat bij problemen een aantal pieptonen geeft. Elke bios gebruikt daarvoor eigen codes. Bij Aware/Phoenix bijvoorbeeld is dat meestal één lange piep, bij AMI kunnen dat naargelang het geheugenprobleem verschillende codes zijn. Hier vind je een beperkt overzicht, maar raadpleeg tevens je systeemhandleiding.

©PXimport

Vage indicaties

Jammer genoeg zal een systeem een (geheugen)fout niet altijd correct diagnosticeren.

Toch zijn er bij ernstige problemen vaak andere indicaties die mogelijk helpen bij de probleemidentificatie. Ze zijn zeldzaam, maar ook in Windows 10 kunnen zogenoemde BSOD’s (Blue Screen of Death) voorkomen. Je krijgt dan de melding “Er is een probleem met deze computer en deze moet opnieuw worden opgestart”, samen met een bugcheck-code (met string en hex-code).

Er is een pagina op de Microsoft-site met een lange lijst van die codes, maar die maakt helaas duidelijk zelfs wanneer het woord memory in de string voorkomt, je geen garantie hebt dat het daadwerkelijk een geheugenprobleem is. Je kunt natuurlijk een zoekmachine raadplegen, maar er is nog een andere Microsoft-pagina die mogelijk enige houvast biedt.

Overigens maakt Windows bij een BSOD normaliter ook een geheugen-minidump. Die kun je eventueel na de herstart laten inlezen door het gratis tooltje BlueScreenView, die ook de bugcheck-code laat zien.

Verder doe je er goed aan de Windows-logboeken te raadplegen. Druk op Windows-toets+R, voer eventvwr.msc uit en open Windows-logboeken, met name het onderdeel Systeem en eventueel ook Toepassing. Sorteer de data volgens Datum en tijd en controleer op fouten rond het tijdstip van de symptomen. Ook hier helpt een gerichte zoektocht op internet je hopelijk verder.

©PXimport

Oorzaken

Stel dat je op basis van de symptomen of eventuele indicaties vermoedt dat het om een geheugenprobleem gaat, dan ben je er nog niet. Immers, je systeem bevat wellicht meerdere geheugenmodules en slechts een van die modules is onbetrouwbaar geworden. Daarbij is het nog de vraag om welk type fout het gaat (zie kader ‘Geheugenfouten’), terwijl dat de optimale testmethode kan bepalen.

Of misschien zijn de modules op zich wel in orde, maar is een geheugenslot defect geraakt. Het kan trouwens ook een ander probleem zijn waardoor het geheugen niet langer betrouwbaar functioneert. Zo kan het vooral bij laptops voorkomen dat de temperaturen te hoog oplopen, wat ook op de geheugenchips een impact kan hebben. En dan gaan we er nog van uit dat je systeem niet te agressief is overgeklokt, dat de geheugenchips in de aangewezen sleuven zijn geplaatst en optimaal op je moederbord zijn afgestemd. Bij singlechannel-geheugen bijvoorbeeld wordt slechts één kanaal tussen de geheugencontroller op de cpu en het geheugen ingezet, wat maakt dat de snelheid wordt gelimiteerd door de traagste geheugenmodule.

Geheugenfouten

Nagaan of geheugen helemaal betrouwbaar is en eventuele onvolkomenheden trefzeker vaststellen is geen eenvoudige opgave, vooral omdat er verschillende soorten fouten kunnen optreden, die in principe elk om een andere testmethode vragen. We sommen enkele van de meest voorkomende fouttypes op.

  • AF (Address decoder Fault): bij een poging om een specifiek bit te schrijven of te lezen wordt een verkeerde bit geadresseerd;
  • SAF (Stuck-At Fault): een bit geeft altijd de waarde 1 (SA1) of 0 (SA0) terug, zelfs als die wordt ingesteld op 0 of 1;
  • RDF (Read Disturb Fault): een geheugenbereik wordt bij een eenvoudige leesinstructie ongewild gewijzigd;
  • RF (Retention Fault): bits verliezen na enige tijd de ingestelde waarde;
  • CF (Coupling Fault): een aanpassing van één bit wijzigt ongewild ook een andere bit in dezelfde zin (of in omgekeerde zin: Inversion Coupling Fault ofwel CFin). Deze fouten zijn mogelijk te wijten aan een kortsluiting tussen twee cellen (Bridging Fault ofwel BF). Het mag duidelijk zijn dat een enkele test nooit alle fouttypes exact kan vaststellen. Eén voorbeeld slechts: een test waarbij alle bits op 1 worden ingesteld kan weliswaar een SA0-fout detecteren, maar geen SA1-fout. Precies daarom voorzien degelijke geheugencheckers in verschillende tests.

©PXimport

Probleemopsporing

Laten we er van uitgaan dat het inderdaad om een geheugenprobleem gaat. Nou kun je wel meteen geheugencheckers inzetten, maar vaak zijn zulke tests erg tijdrovend. Wij zouden eerst nakijken of de geheugenmodules nog wel stevig in de sleuven zitten. Zo hebben we het al bij meerdere systemen meegemaakt dat het bios ons op geheugenfouten attendeerde die werden opgelost na een ‘reseat’ van de geheugenmodules (lees: de modules even uit de sleuf halen en er weer stevig instoppen).

Voor je een arbeidsintensieve geheugenchecker inzet, kun je eventueel ook eerst een (snelle) benchmark uitvoeren, bij voorkeur een tool die de geheugenprestaties van je systeem afzet tegen vergelijkbare systemen (zie ook de database op www.memorybenchmark.net). Zo’n tool is bijvoorbeeld PassMark Performance Test, met onder meer een Advanced Memory Test (dertig dagen gratis proefversie).

Blijkt het geheugen opvallend traag, dan kan dat eventueel op gebrekkig geheugen wijzen. In dit geval is nader onderzoek met een geheugenchecker vereist. Laat je niet verleiden om hiervoor zogenoemde rambooster-software in te zetten, want zulke tools verkopen weinig meer dan gebakken lucht. Blijkt je geheugen daarentegen opvallend snel, dan is je systeem wellicht overgeklokt zonder voldoende rekening te houden met de aangewezen veiligheidsmarges (doorgaans is drie tot zes procent een aanvaardbare marge). Ook dit kan tot geheugenproblemen leiden.

©PXimport

Configuratie geheugencontrole

Lijkt een grondige geheugencontrole de enige oplossing en werk je met Windows, dan kun je eerst de ingebouwde Geheugencontrole opstarten. Druk Windows-toets+R in en tik mdsched.exe gevolgd door Enter, waarna je de pc meteen of op een later moment laat herstarten. Of je start de Windows-herstelomgeving op of je boot je pc vanaf een Windows-installatiemedium, waarna je bij Geavanceerde opties de Opdrachtprompt opent en het commando mdsched.exe uitvoert.

Na de herstart begint de tool aan een reeks standaardtests (drie basistests en vijf extra tests). Er is een nog uitgebreidere testreeks, maar we raden je aan met de standaardtests te beginnen. Levert dat niks op en ben je vrij zeker dat het aan het geheugen ligt, probeer het dan met de uitgebreidere versie.

Met F1 schakel je tussen de drie modi: Minimaal, Normaal en Extra. Via de tabtoets geef je aan of de geheugencache moet worden ingeschakeld, en zo ja bij welke tests. Met uitgeschakelde cache dwing je de processor alle data van de geheugenmodules zelf op te halen.

Standaard wordt elke test tweemaal uitgevoerd, maar dat kun je eventueel opvoeren tot vijftien keer. Afhankelijk van je systeem en de ingestelde parameters kan zo’n testreeks enkele minuten tot enkele uren duren. Met F10 pas je de ingestelde waarden toe en kan de controle beginnen.

©PXimport

Adrescodering

Wanneer een geheugenchecker fouten signaleert, vermeldt die het problematische geheugenadres zoals de geheugencontroller op de cpu dat doorgeeft. Zo’n adres laat zich helaas niet zonder meer linken aan een specifiek fysiek adres op een geheugenmodule. Immers, om (gelijktijdige) toegang tot het geheugen door de geheugencontroller te versnellen worden allerlei technieken ingezet waaronder ‘interleaving’ (op het niveau van geheugenkanalen, -banken en -rijen). Deze technieken zijn niet alleen zeer complex, bij sommige chipsets worden ze niet eens openbaar gemaakt. Dat maakt het haast onmogelijk een specifieke module aan te wijzen, tenzij de tool grondig kennis heeft van de gebruikte technieken bij de diverse chipsets en moederborden.

Analyse geheugencontrole

Tijdens de testrondes krijg je weliswaar al statusinformatie, maar je blijft natuurlijk niet voor je lol het scherm in de gaten houden. Na de tests herstart het systeem automatisch en krijg je alsnog een statusmelding na je aanmelding. Of je drukt op Windows-toets+R en je voert eventwr.msc uit. Open achtereenvolgens Windows-logboeken / Systeem en sorteer de gebeurtenissen volgens Gebeurtenis-id of Bron, waarbij je filtert op respectievelijk 1201 en MemoryDiagnostic-Results. In het onderste venster, bij het tabblad Algemeen zie je het resultaat.

Wie hier een duidelijke indicatie verwacht over welke geheugenmodule (of sleuf) problemen geeft, moeten we teleurstellen. In het kader ‘Adrescodering’ lees je waarom dat zo lastig te ontdekken is. Er zit dus weinig anders op dan door slimme eliminatie zelf uit te zoeken om welke module of sleuf het precies gaat (zie de paragraaf ‘Eliminatie’).

©PXimport

MemTest86

Kun of wil je Windows Geheugencontrole niet gebruiken of had je graag een tweede mening, dan vind je een uitstekend alternatief in MemTest86. Wij gaan met de gratis editie aan de slag. Zie hier voor een vergelijking met de betaalde versies. Let wel, v8-releases zijn alleen bedoeld voor uefi-machines; voor oudere legacy bios-toestellen heb je een v4-release nodig.

Je zult merken dat het gedownloade en uitgepakte zip-archief een img-bestand bevat. Dat is een schijfkopiebestand dat je eerst moet omzetten naar een opstartbaar medium, zoals een usb-stick. De benodigde tools hiervoor worden meegeleverd, samen met een uitgebreide handleiding in pdf.

Start imageUSB.exe met een dubbelklik. Stop een (lege) usb-stick in je pc en druk op de knop Refresh Drives. Plaats een vinkje bij de stick, kies Write image to USB drive (Step 2, indien nodig voer je eerst nog een herformattering uit) en verwijs bij Step 3 naar het juiste img-bestand. Bevestig met Write, met Yes en Ja. Start je pc van deze usb-stick op. Raadpleeg indien nodig je systeemhandleiding.

©PXimport

Configuratie MemTest86

Als het goed is, verschijnt een MemTest86-splashscreen en begint de tool even later aan de standaard geheugentests. Wil je zelf de configuratie aanpassen, druk dan snel op een toets. Via de Config-knop kun je vervolgens diverse parameters aanpassen. Via (T)est Selection geef je aan welke van de twaalf tests je wilt laten uitvoeren en hoeveel keer (standaard 4). Bij (A)ddress Range stel je het te testen adresbereik in en bij (C)PU Selection geef je aan of je daarbij één cpu of alle beschikbare cpu-kernen wilt aanspreken, en in welke volgorde. Je doet er goed aan het eerst met slechts één cpu te proberen. In hoofdstuk 2.5.4 van de handleiding kun je terecht voor meer informatie.

Selecteer (S)tart Test om de geheugencontrole te beginnen en houd er rekening mee dat die erg veel tijd in beslag kan nemen.

©PXimport

Analyse MemTest86

Tijdens het testen krijg je gelijk de teststatus te zien. Duiken er inderdaad fouten op, dan verschijnen die in de onderste schermhelft. Na afloop krijg je een rapportoverzicht en kun je dat in een html-bestand bewaren (bevestig met y) in de map \EFI\BOOT.

Veruit de meeste fouten hebben met het geheugen te maken, maar houd er rekening mee dat de tests impliciet ook cpu en caches (L1 en L2) checken. De ontwikkelaars van MemTest86 claimen dat zo’n 99,9% van de gerapporteerde fouten legitiem zijn en dus het best snel moeten worden aangepakt. Immers, vroeg of laat kan zo’n fout daadwerkelijk gevolgen hebben voor de werking van je systeem.

We gaan er even van uit dat de geheugentests inderdaad geheugenfouten hebben gevonden. Zoals gezegd komt het er dan vooral op aan via een vorm van eliminatie te onderzoeken of het om een geheugenmodule of -sleuf gaat, en welke precies. Dat lukt helaas niet als de geheugenmodules vast gesoldeerd blijken te zijn, wat steeds vaker voorkomt bij superslanke laptops.

©PXimport

Eliminatie

De eenvoudigste manier is om selectief modules uit je systeem te verwijderen en met slechts één module tegelijk te testen tot je de foute module(s) vindt. Om uit te sluiten dat het om een gebrekkige sleuf gaat, test je modules ook even in een andere sleuf. Bij sommige moederborden en geheugentypes, zoals in dualchannel-modus, kun je helaas niet zomaar modules verwijderen.

Er zit dan weinig anders op dan modules te roteren, waarbij je de rotatie beperkt tot twee modules tegelijk. Je zou bijvoorbeeld de module in sleuf 1 kunnen verplaatsen naar sleuf 3 en die uit sleuf 3 in sleuf 1 stoppen. Als je dezelfde test vervolgens opnieuw uitvoert en de falende bit of het geheugenadres blijkt gewijzigd, dan weet je dat het om een van de verplaatste modules gaat. Door moduleverplaatsingen slim te combineren, kom je uiteindelijk uit tot bij het gebrekkige exemplaar. De meeste moderne moederborden detecteren weliswaar automatisch de modules, maar sommige vereisen dat je eerst de sleuven met lage nummers opvult (zoals sleuf 0 of 1). Het kan ook uitmaken in welke sleuven je de modules met het meeste of minste geheugen plugt. Kortom, raadpleeg de handleiding bij je moederbord voor mogelijke locaties en combinaties.

Is het verwijderen of verplaatsen van modules geen optie, dan rest je alleen nog het vervangen van een module door een ander exemplaar. De gratis, portable tool RAMExpert geeft je de nodige informatie over de ingeplugde ram-modules.

Zorg dat je bij zo’n vervangoperatie niet statisch geladen bent en gebruik bijvoorbeeld een antistatisch polsbandje.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?
© ER | ID.nl
Huis

Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?

Haperende streams en trage downloads op zolder zijn grote ergernissen in veel huishoudens. Om dat op te lossen twijfelen veel mensen tussen een krachtiger router of een set powerline-adapters. In dit artikel leggen we precies uit wanneer je voor welke oplossing moet kiezen, zodat je geen geld verspilt aan de verkeerde apparatuur.

Voordat je naar de winkel rent: je moet eerst begrijpen wat er precies misgaat met je verbinding. Wifi-problemen kun je doorgaans opdelen in twee categorieën: een gebrek aan bereik of een gebrek aan capaciteit. Bij een gebrek aan bereik komt het signaal simpelweg niet ver genoeg, bijvoorbeeld omdat dikke betonnen muren of plafonds het signaal blokkeren. Je hebt dan op zolder één streepje bereik of zelfs helemaal geen verbinding. Bij een gebrek aan capaciteit is het signaal wel sterk, maar is de router niet krachtig genoeg om alle data te verwerken. Dat merk je als het internet traag wordt zodra iedereen thuis tegelijk online is. Het onderscheid tussen deze twee oorzaken bepaalt of je een router of een powerline-adapter nodig hebt.

Wanneer is een nieuwe router de oplossing?

De router is het hart van je thuisnetwerk en regelt al het verkeer. Vaak gebruiken mensen het standaardmodem dat ze van hun internetprovider hebben gekregen, maar deze apparaten blinken zelden uit in prestaties. Een losse, hoogwaardige router kopen is de beste keuze wanneer je merkt dat de verbinding in de buurt van het modem al niet optimaal is of wanneer je regelmatig met veel apparaten tegelijk online bent.

Als je in de woonkamer zit en de verbinding hapert zodra de kids op hun tablets zitten, is je huidige router waarschijnlijk niet krachtig genoeg om al die gelijktijdige datastromen te verwerken. Een moderne router met ondersteuning voor wifi 6 kan veel meer apparaten tegelijk bedienen en zorgt voor een hogere, stabielere snelheid op de verdieping waar hij staat.

©Andrii

Internet via het stopcontact met powerline

Een powerline-adapter, ook wel homeplug genoemd, werkt volgens een totaal ander principe. Dit systeem maakt gebruik van het bestaande stroomnet in huis om het internetsignaal te verplaatsen. Je stopt één adapter in het stopcontact bij je router en de tweede adapter in een stopcontact op de plek waar je internet nodig hebt, bijvoorbeeld op zolder of in het tuinhuis.

Dit is de ideale oplossing wanneer het wifi-signaal door dikke betonnen muren of plafonds moet dringen. Waar wifi-golven afketsen op gewapend beton, stuurt de powerline het signaal simpelweg via de koperdraden in de muur naar boven. Dat maakt powerline-adapters uitermate geschikt voor specifieke 'dode zones' die te ver weg liggen voor het bereik van een gewone router.

Populaire merken voor netwerkoplossingen

Als je op zoek gaat naar powerline-adapters, kom je al snel uit bij Devolo. Dit Duitse merk is de onbetwiste marktleider op het gebied van homeplugs en staat bekend om de Magic-serie die zeer stabiele verbindingen via het stroomnet garandeert.

Voor routers en mesh-systemen is TP-Link een zeer populaire keuze vanwege de goede balans tussen prijs en prestaties, met modellen voor elk budget. Netgear richt zich met de Nighthawk-serie vaak op de veeleisende gebruiker en gamers die maximale snelheid wensen. Tot slot is AVM, bekend van de FRITZ!Box, een merk dat zowel uitstekende routers als powerline-oplossingen biedt die naadloos met elkaar samenwerken in één netwerk.

Stabiliteit versus snelheid

Bij de keuze tussen deze twee speelt ook het gebruiksdoel een rol. Powerline-adapters zijn vaak de favoriete keuze voor gamers of mensen die thuiswerken op een vaste pc. De reden hiervoor is dat de tweede adapter vaak beschikt over een netwerkafsluiting, waardoor je je computer met een kabel kunt aansluiten. Een bekabelde verbinding via powerline is doorgaans stabieler en heeft een lagere vertraging (ping) dan wifi, wat cruciaal is bij online gamen. Een nadeel is wel dat de snelheid van powerline afhankelijk is van de kwaliteit van je stroomnet. Oude bedrading of zware apparaten zoals een wasmachine kunnen storing veroorzaken, waardoor de snelheid soms fluctueert. Een high-end router biedt daarentegen vaak een hogere topsnelheid, maar is dus gevoeliger voor afstand en obstakels.

De opkomst van mesh-systemen

Tegenwoordig is er een hybride oplossing die de traditionele router steeds vaker vervangt: Multiroom Wifi of Mesh. Dit zijn feitelijk meerdere routers die met elkaar communiceren. Als je een groot huis hebt en overal perfecte wifi wilt zonder kabels te trekken, is dit vaak een betere, maar ook duurdere oplossing dan een simpele powerline-set. Kies je echter voor een budgetvriendelijke oplossing om snel internet op één specifieke, lastig bereikbare kamer te krijgen, dan wint de powerline-adapter het vaak op prijs-kwaliteitverhouding. Is je doel echter om de algehele snelheid en capaciteit in de woonkamer en keuken te verbeteren, investeer dan in een goede router.

▼ Volgende artikel
Professioneel en gratis video's bewerken? Aan de slag met VSDC Free Video Editor
Huis

Professioneel en gratis video's bewerken? Aan de slag met VSDC Free Video Editor

Maak jij tijdens een welverdiende vakantie talloze video’s? Met VSDC Free Video Editor giet je de leukste fragmenten in een gelikte film. Dankzij het gebruik van mooie overgangen en fraaie effecten oogt het resultaat zeer professioneel. Het kost je bovendien geen cent, want je installeert deze zeer uitgebreide videobewerker gratis op een Windows-computer.

Tegenwoordig liggen er best wat goede gratis videobewerkers voor het oprapen. Zeker wanneer je geen torenhoge eisen aan de videomontage stelt, heb je niet per se een betaald programma als Adobe Premiere Elements of Magix Video Deluxe nodig. Zo krijg je met het gebruiksvriendelijke VSDC Free Video Editor al een heleboel voor elkaar. In tegenstelling tot diverse gratis alternatieven voegt dit programma geen lelijk watermerk toe aan jouw film. Deze freeware heeft daarnaast een verrassend uitgebreide gereedschapskist.

Videobewerker installeren

VSDC Free Video Editor heeft relatief lage systeemeisen. Zeker voor video’s tot een resolutie van 1920 × 1080 pixels heb je geen supersnelle pc of laptop nodig. Wil je haarscherpe 4K-video’s bewerken? In dat geval adviseren de makers een systeem met 8 of 16 GB werkgeheugen. Daarnaast is een krachtige processor met meerdere rekenkernen geen overbodige luxe.

Particulieren mogen VSDC Free Video Editor voor nop installeren. Ga naar de site via www.kwikr.nl/vsdc en download het installatiebestand. Je hebt keuze tussen de 32bit- en 64bit-versie. De meeste computers kunnen met de 64bit-versie uit de voeten. Dubbelklik op het gedownloade exe-bestand en doorloop de stappen van de installatie. 

Nieuw project starten

Zodra je de videobewerker voor de eerste keer opstart, verschijnt er een pop-upvenster met een aanbeveling voor de betaalde Pro-versie (zie kader). Je klikt dat via het kruisje weg. Laat de ietwat drukke gebruikersomgeving even op je inwerken. Het beginscherm toont diverse instructies voor geavanceerde bewerkingen. Laat die als beginnende gebruiker links liggen. Je kunt wel alvast even de tabbladen doornemen, want die herbergen verschillende bruikbare functies.

Je gaat nu eerst een nieuw (video)project starten. Klik op het tabblad Projects en daarna op New project. Er verschijnt een nieuw venster waarin je diverse instellingen voor de videomontage kunt bepalen. Het belangrijkste is de waarde achter Resolution. Voor een scherp beeld en soepele montage laat je de huidige waarde van 1920 × 1080 pixels (16:9) staan. Filmt jouw smartphone of videocamera in een hogere resolutie, dan kun je een andere waarde overwegen. Laat de overige opties ongewijzigd. Je typt achter Project title een relevante projectnaam en kiest onderaan voor Blank project. Bevestig tot slot met Finish.

Welke resolutie ken je aan de videomontage toe?
VSDC Pro

Naast de hier besproken gratis versie bestaat er met VSDC Pro (www.videosoftdev.com/video-editor-pro) ook een betaalde variant. Die bevat allerlei extra snufjes voor geavanceerde gebruikers. Je kunt bijvoorbeeld een achtergrondkleur verwijderen, gesproken commentaar toevoegen en trillende beelden stabiliseren. Daarnaast ondersteunt de Pro-versie hardwareversnelling door een geschikte grafische kaart. Dit leidt tot betere prestaties, omdat de processor minder hoeft te rekenen. Je merkt dat bijvoorbeeld aan kortere wachttijden en een vloeiendere videoweergave. VSDC Pro kost op het moment van schrijven circa 31 euro. 

Video’s toevoegen

Nu ga je met het zojuist aangemaakte videoproject aan de slag. Merk op dat het tabblad Editor is geopend. Je zit nu dus in de videobewerker. Zoals je ziet, zijn er flink wat opties beschikbaar. Laat je hierdoor niet afschrikken, want we nemen de basisfuncties stap voor stap met je door.

Je dient eerst relevante videoclips aan het programma toe te voegen. Gunstig is dat VSDC Free Video Editor alle bekende beeldformaten ondersteunt. Klik bovenaan in de werkbalk op Add object / Video en navigeer naar de map met de bestanden. Je selecteert één of meer video’s, waarna je bevestigt met Openen / OK. Wanneer je minimaal twee fragmenten toevoegt, kies je Add to layer.

Wegens de talloze toeters en bellen ziet deze videobewerker er nogal imponerend uit.

De videoclips verschijnen allemaal in de tijdlijn onderaan het venster. Deze tijdlijn is belangrijk, want die bepaalt welke momenten er in de uiteindelijke film terechtkomen. Verder kun je hieraan bijvoorbeeld ook titels, overgangen, speciale effecten en audiotracks toevoegen. Vind je de tijdlijn te klein? Je kunt dit onderdeel eenvoudig vergroten. Zweef onder Layer 1 op de scheidslijn totdat er een dubbele pijl verschijnt. Beweeg de muis nu met ingedrukte muisknop omlaag. In VSDC Free Video Editor pas je op soortgelijke wijze de grootte van alle deelvensters aan. Kortom, richt op die manier het bewerkvenster naar eigen wens in.

Alle geïmporteerde videobestanden belanden op de tijdlijn.

Volgorde clips wijzigen

Waarschijnlijk heb je een bepaalde volgorde voor de videoclips in gedachten. Geen probleem, want je kunt de clips op de tijdlijn verplaatsen. Sleep het beoogde fragment met ingedrukte muisknop één laag omlaag. De overgebleven video’s schuif je daarna naar links of rechts. Creëer op die manier een ‘gat’ en sleep het fragment ernaartoe. Het is belangrijk dat er geen loze ruimtes op de tijdlijn achterblijven. Anders zie je namelijk zwart beeld.

Sleep videoclips naar onder, boven, rechts en links om de volgorde op de tijdlijn te wijzigen.

Scènes inkorten

Vanzelfsprekend wil je alleen boeiende scènes in de film tonen. Saaie passages snijd je daarom resoluut weg. Dat doe je door een videoclip in te korten. Gebruik hiervoor wederom de tijdlijn. Selecteer een fragment en beweeg de rode schuifregelaar naar deze clip. Het bijbehorende beeld verschijnt nu in de voorbeeldweergave. Vind je dit beeld te klein? Klik dan helemaal rechtsonder in het programma op het kleine plusteken. Je past daarmee het zoomniveau aan. Klik nu onder de voorbeeldweergave op de rode afspeelknop (PijltjeRechts) om de video te starten. Begint of eindigt het saaie gedeelte? Via dezelfde rode knop (twee verticale streepjes) pauzeer je de video.

Inkorten is vrij eenvoudig. Een geselecteerde videoclip heeft op de tijdlijn aan weerszijden twee piepkleine vierkanten. Klik daarop en houd de muisknop ingedrukt. Beweeg de muis nu naar links of rechts tot de rode schuifregelaar. Laat de muisknop als laatste los. Het fragment is nu een kopje kleiner gemaakt! 

Fragmenten splitsen

Je kunt een lang fragment ook in twee (of meer) delen opsplitsen. Dat is nuttig wanneer je deze videootjes op verschillende momenten in de film wilt tonen. Selecteer in de tijdlijn een videoclip en bepaal met de rode schuifregelaar een geschikt ‘splitmoment’. Overigens kun je met de mediaknoppen onder de voorbeeldweergave dit moment heel precies bepalen. Spoel bijvoorbeeld een seconde voor- of achteruit. Het is zelfs mogelijk om een video frame voor frame door te nemen. Staat de rode schuifregelaar exact op de goede plek? Klik dan in de werkbalk boven de tijdlijn op het pictogram met de twee rode haakjes. Je ziet vervolgens twee aparte clips.

Maak via de optie Split into parts van één clip twee losse fragmenten.

Roteren en bijsnijden

Soms is het noodzakelijk om een video negentig graden te roteren, omdat het beeld in VSDC Free Video Editor is gedraaid. Gelukkig herstel je deze ‘fout’ simpel. Je selecteert in de tijdlijn de juiste video en klikt helemaal bovenaan bij de sectie Tools op het pictogram met de gebogen pijl. De video draait meteen.

Staat er een ongewenst persoon, lelijk logo of storend object in beeld? Gooi de videoclip dan nog niet weg! Je kunt het fragment namelijk nog bijsnijden. Beslis welk deel van de video je wilt gebruiken en gooi het overtollige beeldmateriaal weg. Je klikt met de rechtermuisknop op een videoclip in de tijdlijn en kiest Crop tools / Custom region. Bepaal in het nieuwe venster welk deel uit beeld moet verdwijnen. Je regelt dat door de zwarte vierkantjes aan de randen van de voorbeeldweergave te verslepen. Tevreden? Met OK voer je de actie definitief uit.

Nuttig om te weten is dat je met deze functie de oorspronkelijke resolutie verkleint. Zeker wanneer je de uiteindelijke film op een grote televisie of pc-monitor bekijkt, zie je mogelijk korrelige beelden. Snijd daarom liever niet te veel beeldmateriaal weg.

Alles buiten de rechthoekige selectie verdwijnt uit de video.

Video-effecten

Wie dat wil, gaat in deze videobewerker helemaal los met speciale effecten. Klik maar eens bovenaan in de werkbalk op Video effects. Er verschijnt een uitgebreid menu. Voordat je iets uitkiest, selecteer je eerst een clip op de tijdlijn. Via Quick styles pas je heel makkelijk een effect toe, omdat hiervoor geen extra instellingen zijn vereist. Laat de video bijvoorbeeld op een gedateerde film uit de jaren ‘70 lijken of pas automatisch de contrastwaarden aan.

Wil je zelf meer invloed op in hoeverre het programma een video-effect toepast? Bij veel filters stel je naar eigen inzicht de intensiteit in. Bekijk hiervoor de mogelijkheden via Video effects / Adjustments. Zo wijzig je onder andere de kleurverzadiging en helderheid. Daarnaast kun je ook een stijlvol sepia- of zwart-wit-effect op de video loslaten. Zodra je eenmaal iets hebt gekozen, pas je in het deelvenster Properties window aan de rechterkant de waarden aan. Als je dit deelvenster niet ziet, klik je achtereenvolgens op het tabblad View en Properties. Tot slot zijn ook de video-effecten binnen de rubrieken Filters en Nature de moeite waard. Spijt van een bepaalde keuze? Met de sneltoets Ctrl+Z maak je de laatste handeling weer ongedaan. Experimenteer er dus lustig op los!

Met het Auto contrast-filter optimaliseer je heel eenvoudig de contrastwaarden.
Gebruik het deelvenster Properties window om de instellingen van een video-effect te wijzigen.

Overgangen

Tijdens de montage van een video ontkom je eigenlijk niet aan het gebruik van overgangen. Doe je dat niet, dan lopen de fragmenten nogal abrupt in elkaar over. Dat is onprettig voor de kijker. Met een overgang wordt een nieuwe videoclip op subtiele wijze geïntroduceerd.

Klik in de tijdlijn op de videoclip waarbij je aan het einde een overgang wilt toevoegen. Je opent zo nodig eerst het tabblad Editor en navigeert daarna naar Video effects / Transitions. Probeer nu één van de beschikbare overgangen uit. Zo laat je het oude fragment bijvoorbeeld in vlammen opgaan (Paper burn) of in scherven uit elkaar vallen (Shattered glass). Kies een overgang en controleer in het pop-upvenster of de optie To the end of scene is geselecteerd. Klik op OK.

Merk op dat er op de tijdlijn een verse laag met de gekozen overgang verschijnt. Klik op de rode afspeelknop onder de videoweergave om de overgang te bekijken. Je past in het eigenschappenvenster aan de rechterkant diverse zaken aan, waaronder de tijdsduur en transparantie.

Deze videobewerker heeft een aantal spectaculaire overgangen in huis.

Geluid

De audiokwaliteit van zelfgeschoten video’s is vaak matig. Stond er toentertijd tijdens de opname een stevig briesje, dan hoor je waarschijnlijk voornamelijk windgeruis. Zet het geluid van dergelijke videoclips daarom gewoon uit. Klik in de tijdlijn op een fragment om de bijbehorende eigenschappen aan de rechterkant te tonen. Verschijnt dat niet, dan klik je op View / Properties. Je scrolt zo nodig een stukje omlaag totdat je de optie Audio track tegenkomt. Klik achter Track 1 op het kleine pijltje en kies Don’t use audio.

Je kunt eventueel zelf audio aan de videomontage toevoegen, zoals achtergrondmuziek of een voice-over. Klik zo nodig op het tabblad Editor en kies Add object / Audio. Je selecteert nu pakweg een mp3-, wma-, wav- of flac-bestand op de computer. Via Openen / OK belandt de audiotrack als nieuwe laag op de tijdlijn. Kies een geschikte plek en pas diverse eigenschappen in het Properties window desgewenst aan. Denk hierbij onder meer aan de snelheid en het volumeniveau.

Schakel bij video’s met slecht geluid het audiospoor eenvoudig uit.

Film opslaan

Deze workshop is slechts een bescheiden introductie van VSDC Free Video Editor. Je kunt namelijk nog veel meer met deze veelzijdige videobewerker doen. Ga er dus vooral ook zelf mee stoeien. Ben je eenmaal klaar, dan sla je het resultaat op. Je kunt de film daarna op verschillende schermen bewonderen.

Klik in de werkbalk op het tabblad Export project en speel zekerheidshalve de volledige videomontage nog eens af. Ben je helemaal tevreden, dan geef je in de werkbalk het gewenste videoformaat aan. Kies bijvoorbeeld voor mp4, mkv, mov, flv of mts. Het is ook mogelijk om de film op een dvd te branden. Wijzig via Change name zo nodig de bestandsnaam en opslaglocatie. Je bevestigt bovenaan ten slotte met Export project / Continue.

VSDC Free Video Editor ondersteunt een heleboel exportformaten.