ID.nl logo
Zo los je geheugenproblemen op
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Zo los je geheugenproblemen op

Je systeem doet raar, met crashes, bevriezingen of plotseling opnieuw opstarten. Lastig, vooral omdat de oorzaak vaak moeilijk te achterhalen is. Dat kan software zijn, zoals malware of een nukkige driver, maar net zo goed hardware, zoals een defecte schijf of het intern geheugen. In dit artikel focussen we op dit laatste. Welke symptomen, indicaties en geheugenfouten zijn er zoal, maar vooral: hoe spoor je het defecte geheugen op en hoe pak je het verder aan?

Wanneer een geheugenprobleem optreedt, kunnen de symptomen zeer divers zijn.

Naast inconsistente crashes van diverse programma’s kan zo’n defect er ook toe leiden dat Windows zomaar herstart of bevriest. Maar ook bestandscorruptie is mogelijk of het niet meer kunnen installeren van nieuwe programma’s. Of als het geluid niet meer werkt of je systeem plots erg traag reageert, zelfs als er nauwelijks applicaties draaien. Kortom, een veelheid aan mogelijke symptomen, wat het gericht zoeken naar de precieze oorzaak er bepaald niet makkelijker op maakt.

Duidelijke indicaties

Met wat geluk geeft het systeem zelf een aanwijzing dat het wellicht om een geheugenprobleem gaat, zoals wanneer de hoeveelheid ram niet langer correct wordt gerapporteerd in het bios, kort na het opstarten of vanuit het besturingssysteem. In Windows gebruik je het onderdeel Taakbeheer om deze informatie op te zoeken. Druk op Ctrl+Shift+Esc, ga naar Prestaties, open Geheugen en kijk rechtsboven de grafiek.

Check voor alle zekerheid ook het Meldingencentrum van Windows. Het valt niet uit te sluiten dat hier de melding verschijnt om Windows Geheugencontrole uit te voeren.

Bij het opstarten van de pc voert normaal gesproken ook het bios een snelle geheugencheck uit, wat bij problemen een aantal pieptonen geeft. Elke bios gebruikt daarvoor eigen codes. Bij Aware/Phoenix bijvoorbeeld is dat meestal één lange piep, bij AMI kunnen dat naargelang het geheugenprobleem verschillende codes zijn. Hier vind je een beperkt overzicht, maar raadpleeg tevens je systeemhandleiding.

©PXimport

Vage indicaties

Jammer genoeg zal een systeem een (geheugen)fout niet altijd correct diagnosticeren.

Toch zijn er bij ernstige problemen vaak andere indicaties die mogelijk helpen bij de probleemidentificatie. Ze zijn zeldzaam, maar ook in Windows 10 kunnen zogenoemde BSOD’s (Blue Screen of Death) voorkomen. Je krijgt dan de melding “Er is een probleem met deze computer en deze moet opnieuw worden opgestart”, samen met een bugcheck-code (met string en hex-code).

Er is een pagina op de Microsoft-site met een lange lijst van die codes, maar die maakt helaas duidelijk zelfs wanneer het woord memory in de string voorkomt, je geen garantie hebt dat het daadwerkelijk een geheugenprobleem is. Je kunt natuurlijk een zoekmachine raadplegen, maar er is nog een andere Microsoft-pagina die mogelijk enige houvast biedt.

Overigens maakt Windows bij een BSOD normaliter ook een geheugen-minidump. Die kun je eventueel na de herstart laten inlezen door het gratis tooltje BlueScreenView, die ook de bugcheck-code laat zien.

Verder doe je er goed aan de Windows-logboeken te raadplegen. Druk op Windows-toets+R, voer eventvwr.msc uit en open Windows-logboeken, met name het onderdeel Systeem en eventueel ook Toepassing. Sorteer de data volgens Datum en tijd en controleer op fouten rond het tijdstip van de symptomen. Ook hier helpt een gerichte zoektocht op internet je hopelijk verder.

©PXimport

Oorzaken

Stel dat je op basis van de symptomen of eventuele indicaties vermoedt dat het om een geheugenprobleem gaat, dan ben je er nog niet. Immers, je systeem bevat wellicht meerdere geheugenmodules en slechts een van die modules is onbetrouwbaar geworden. Daarbij is het nog de vraag om welk type fout het gaat (zie kader ‘Geheugenfouten’), terwijl dat de optimale testmethode kan bepalen.

Of misschien zijn de modules op zich wel in orde, maar is een geheugenslot defect geraakt. Het kan trouwens ook een ander probleem zijn waardoor het geheugen niet langer betrouwbaar functioneert. Zo kan het vooral bij laptops voorkomen dat de temperaturen te hoog oplopen, wat ook op de geheugenchips een impact kan hebben. En dan gaan we er nog van uit dat je systeem niet te agressief is overgeklokt, dat de geheugenchips in de aangewezen sleuven zijn geplaatst en optimaal op je moederbord zijn afgestemd. Bij singlechannel-geheugen bijvoorbeeld wordt slechts één kanaal tussen de geheugencontroller op de cpu en het geheugen ingezet, wat maakt dat de snelheid wordt gelimiteerd door de traagste geheugenmodule.

Geheugenfouten

Nagaan of geheugen helemaal betrouwbaar is en eventuele onvolkomenheden trefzeker vaststellen is geen eenvoudige opgave, vooral omdat er verschillende soorten fouten kunnen optreden, die in principe elk om een andere testmethode vragen. We sommen enkele van de meest voorkomende fouttypes op.

  • AF (Address decoder Fault): bij een poging om een specifiek bit te schrijven of te lezen wordt een verkeerde bit geadresseerd;
  • SAF (Stuck-At Fault): een bit geeft altijd de waarde 1 (SA1) of 0 (SA0) terug, zelfs als die wordt ingesteld op 0 of 1;
  • RDF (Read Disturb Fault): een geheugenbereik wordt bij een eenvoudige leesinstructie ongewild gewijzigd;
  • RF (Retention Fault): bits verliezen na enige tijd de ingestelde waarde;
  • CF (Coupling Fault): een aanpassing van één bit wijzigt ongewild ook een andere bit in dezelfde zin (of in omgekeerde zin: Inversion Coupling Fault ofwel CFin). Deze fouten zijn mogelijk te wijten aan een kortsluiting tussen twee cellen (Bridging Fault ofwel BF). Het mag duidelijk zijn dat een enkele test nooit alle fouttypes exact kan vaststellen. Eén voorbeeld slechts: een test waarbij alle bits op 1 worden ingesteld kan weliswaar een SA0-fout detecteren, maar geen SA1-fout. Precies daarom voorzien degelijke geheugencheckers in verschillende tests.

©PXimport

Probleemopsporing

Laten we er van uitgaan dat het inderdaad om een geheugenprobleem gaat. Nou kun je wel meteen geheugencheckers inzetten, maar vaak zijn zulke tests erg tijdrovend. Wij zouden eerst nakijken of de geheugenmodules nog wel stevig in de sleuven zitten. Zo hebben we het al bij meerdere systemen meegemaakt dat het bios ons op geheugenfouten attendeerde die werden opgelost na een ‘reseat’ van de geheugenmodules (lees: de modules even uit de sleuf halen en er weer stevig instoppen).

Voor je een arbeidsintensieve geheugenchecker inzet, kun je eventueel ook eerst een (snelle) benchmark uitvoeren, bij voorkeur een tool die de geheugenprestaties van je systeem afzet tegen vergelijkbare systemen (zie ook de database op www.memorybenchmark.net). Zo’n tool is bijvoorbeeld PassMark Performance Test, met onder meer een Advanced Memory Test (dertig dagen gratis proefversie).

Blijkt het geheugen opvallend traag, dan kan dat eventueel op gebrekkig geheugen wijzen. In dit geval is nader onderzoek met een geheugenchecker vereist. Laat je niet verleiden om hiervoor zogenoemde rambooster-software in te zetten, want zulke tools verkopen weinig meer dan gebakken lucht. Blijkt je geheugen daarentegen opvallend snel, dan is je systeem wellicht overgeklokt zonder voldoende rekening te houden met de aangewezen veiligheidsmarges (doorgaans is drie tot zes procent een aanvaardbare marge). Ook dit kan tot geheugenproblemen leiden.

©PXimport

Configuratie geheugencontrole

Lijkt een grondige geheugencontrole de enige oplossing en werk je met Windows, dan kun je eerst de ingebouwde Geheugencontrole opstarten. Druk Windows-toets+R in en tik mdsched.exe gevolgd door Enter, waarna je de pc meteen of op een later moment laat herstarten. Of je start de Windows-herstelomgeving op of je boot je pc vanaf een Windows-installatiemedium, waarna je bij Geavanceerde opties de Opdrachtprompt opent en het commando mdsched.exe uitvoert.

Na de herstart begint de tool aan een reeks standaardtests (drie basistests en vijf extra tests). Er is een nog uitgebreidere testreeks, maar we raden je aan met de standaardtests te beginnen. Levert dat niks op en ben je vrij zeker dat het aan het geheugen ligt, probeer het dan met de uitgebreidere versie.

Met F1 schakel je tussen de drie modi: Minimaal, Normaal en Extra. Via de tabtoets geef je aan of de geheugencache moet worden ingeschakeld, en zo ja bij welke tests. Met uitgeschakelde cache dwing je de processor alle data van de geheugenmodules zelf op te halen.

Standaard wordt elke test tweemaal uitgevoerd, maar dat kun je eventueel opvoeren tot vijftien keer. Afhankelijk van je systeem en de ingestelde parameters kan zo’n testreeks enkele minuten tot enkele uren duren. Met F10 pas je de ingestelde waarden toe en kan de controle beginnen.

©PXimport

Adrescodering

Wanneer een geheugenchecker fouten signaleert, vermeldt die het problematische geheugenadres zoals de geheugencontroller op de cpu dat doorgeeft. Zo’n adres laat zich helaas niet zonder meer linken aan een specifiek fysiek adres op een geheugenmodule. Immers, om (gelijktijdige) toegang tot het geheugen door de geheugencontroller te versnellen worden allerlei technieken ingezet waaronder ‘interleaving’ (op het niveau van geheugenkanalen, -banken en -rijen). Deze technieken zijn niet alleen zeer complex, bij sommige chipsets worden ze niet eens openbaar gemaakt. Dat maakt het haast onmogelijk een specifieke module aan te wijzen, tenzij de tool grondig kennis heeft van de gebruikte technieken bij de diverse chipsets en moederborden.

Analyse geheugencontrole

Tijdens de testrondes krijg je weliswaar al statusinformatie, maar je blijft natuurlijk niet voor je lol het scherm in de gaten houden. Na de tests herstart het systeem automatisch en krijg je alsnog een statusmelding na je aanmelding. Of je drukt op Windows-toets+R en je voert eventwr.msc uit. Open achtereenvolgens Windows-logboeken / Systeem en sorteer de gebeurtenissen volgens Gebeurtenis-id of Bron, waarbij je filtert op respectievelijk 1201 en MemoryDiagnostic-Results. In het onderste venster, bij het tabblad Algemeen zie je het resultaat.

Wie hier een duidelijke indicatie verwacht over welke geheugenmodule (of sleuf) problemen geeft, moeten we teleurstellen. In het kader ‘Adrescodering’ lees je waarom dat zo lastig te ontdekken is. Er zit dus weinig anders op dan door slimme eliminatie zelf uit te zoeken om welke module of sleuf het precies gaat (zie de paragraaf ‘Eliminatie’).

©PXimport

MemTest86

Kun of wil je Windows Geheugencontrole niet gebruiken of had je graag een tweede mening, dan vind je een uitstekend alternatief in MemTest86. Wij gaan met de gratis editie aan de slag. Zie hier voor een vergelijking met de betaalde versies. Let wel, v8-releases zijn alleen bedoeld voor uefi-machines; voor oudere legacy bios-toestellen heb je een v4-release nodig.

Je zult merken dat het gedownloade en uitgepakte zip-archief een img-bestand bevat. Dat is een schijfkopiebestand dat je eerst moet omzetten naar een opstartbaar medium, zoals een usb-stick. De benodigde tools hiervoor worden meegeleverd, samen met een uitgebreide handleiding in pdf.

Start imageUSB.exe met een dubbelklik. Stop een (lege) usb-stick in je pc en druk op de knop Refresh Drives. Plaats een vinkje bij de stick, kies Write image to USB drive (Step 2, indien nodig voer je eerst nog een herformattering uit) en verwijs bij Step 3 naar het juiste img-bestand. Bevestig met Write, met Yes en Ja. Start je pc van deze usb-stick op. Raadpleeg indien nodig je systeemhandleiding.

©PXimport

Configuratie MemTest86

Als het goed is, verschijnt een MemTest86-splashscreen en begint de tool even later aan de standaard geheugentests. Wil je zelf de configuratie aanpassen, druk dan snel op een toets. Via de Config-knop kun je vervolgens diverse parameters aanpassen. Via (T)est Selection geef je aan welke van de twaalf tests je wilt laten uitvoeren en hoeveel keer (standaard 4). Bij (A)ddress Range stel je het te testen adresbereik in en bij (C)PU Selection geef je aan of je daarbij één cpu of alle beschikbare cpu-kernen wilt aanspreken, en in welke volgorde. Je doet er goed aan het eerst met slechts één cpu te proberen. In hoofdstuk 2.5.4 van de handleiding kun je terecht voor meer informatie.

Selecteer (S)tart Test om de geheugencontrole te beginnen en houd er rekening mee dat die erg veel tijd in beslag kan nemen.

©PXimport

Analyse MemTest86

Tijdens het testen krijg je gelijk de teststatus te zien. Duiken er inderdaad fouten op, dan verschijnen die in de onderste schermhelft. Na afloop krijg je een rapportoverzicht en kun je dat in een html-bestand bewaren (bevestig met y) in de map \EFI\BOOT.

Veruit de meeste fouten hebben met het geheugen te maken, maar houd er rekening mee dat de tests impliciet ook cpu en caches (L1 en L2) checken. De ontwikkelaars van MemTest86 claimen dat zo’n 99,9% van de gerapporteerde fouten legitiem zijn en dus het best snel moeten worden aangepakt. Immers, vroeg of laat kan zo’n fout daadwerkelijk gevolgen hebben voor de werking van je systeem.

We gaan er even van uit dat de geheugentests inderdaad geheugenfouten hebben gevonden. Zoals gezegd komt het er dan vooral op aan via een vorm van eliminatie te onderzoeken of het om een geheugenmodule of -sleuf gaat, en welke precies. Dat lukt helaas niet als de geheugenmodules vast gesoldeerd blijken te zijn, wat steeds vaker voorkomt bij superslanke laptops.

©PXimport

Eliminatie

De eenvoudigste manier is om selectief modules uit je systeem te verwijderen en met slechts één module tegelijk te testen tot je de foute module(s) vindt. Om uit te sluiten dat het om een gebrekkige sleuf gaat, test je modules ook even in een andere sleuf. Bij sommige moederborden en geheugentypes, zoals in dualchannel-modus, kun je helaas niet zomaar modules verwijderen.

Er zit dan weinig anders op dan modules te roteren, waarbij je de rotatie beperkt tot twee modules tegelijk. Je zou bijvoorbeeld de module in sleuf 1 kunnen verplaatsen naar sleuf 3 en die uit sleuf 3 in sleuf 1 stoppen. Als je dezelfde test vervolgens opnieuw uitvoert en de falende bit of het geheugenadres blijkt gewijzigd, dan weet je dat het om een van de verplaatste modules gaat. Door moduleverplaatsingen slim te combineren, kom je uiteindelijk uit tot bij het gebrekkige exemplaar. De meeste moderne moederborden detecteren weliswaar automatisch de modules, maar sommige vereisen dat je eerst de sleuven met lage nummers opvult (zoals sleuf 0 of 1). Het kan ook uitmaken in welke sleuven je de modules met het meeste of minste geheugen plugt. Kortom, raadpleeg de handleiding bij je moederbord voor mogelijke locaties en combinaties.

Is het verwijderen of verplaatsen van modules geen optie, dan rest je alleen nog het vervangen van een module door een ander exemplaar. De gratis, portable tool RAMExpert geeft je de nodige informatie over de ingeplugde ram-modules.

Zorg dat je bij zo’n vervangoperatie niet statisch geladen bent en gebruik bijvoorbeeld een antistatisch polsbandje.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Hoe kies je de juiste powerbank?
© Tevarak Phanduang | NaMaKuki_2016
Huis

Hoe kies je de juiste powerbank?

Je bent onderweg en ziet dat je telefoon nog maar vijf procent batterij heeft. Op dat moment is een powerbank precies wat je nodig hebt. Alleen: welke? De juiste keuze begint met twee vragen: hoeveel energie heb je onderweg nodig en hoe snel moet die energie eruit kunnen?

In dit artikel

Je leest hier hoe je een powerbank kiest die past bij jouw gebruik. Je ziet waarom mAh op de verpakking niet alles zegt en hoe je met wattuur (Wh) beter ziet hoeveel energie een powerbank kan opslaan en afgeven.  Ook leggen we uit waar laadsnelheid vandaan komt, wat usb-c en Power Delivery doen en waarom de juiste kabel bij hogere vermogens belangrijk is. Tot slot krijg je tips voor het opladen van een tablet of laptop.

Lees ook: Slimme tips om energie te besparen op je smartphone

Capaciteit: mAh is handig, maar reken in Wh

In de specificaties van powerbanks zie je bijna altijd een getal in milliampère-uur (mAh). Maar daarbij moet je je wel realiseren dat dat niet het hele verhaal is. Fabrikanten geven die mAh vaak op bij de interne batterijspanning van de cellen in de powerbank (meestal rond 3,6 tot 3,7 volt). Jouw telefoon laadt meestal via 5 volt, en bij snelladen soms op 9 of 12 volt. Die omzetting kost energie.

Zie de powerbank als een watertank met een kraan die je moet omzetten naar een andere maat aansluiting. Dat omzetten levert altijd wat verlies op. Daarom haal je in de praktijk niet 10.000 mAh uit 10.000 mAh. Reken grofweg met een bruikbare opbrengst die vaak ergens rond de 60 tot 80 procent ligt, afhankelijk van de kwaliteit van de elektronica en hoe je laadt. Met 10.000 mAh kun je een gemiddelde smartphone daarom meestal geen twee keer volledig vullen, maar eerder ongeveer anderhalf keer. Heb je een telefoon met een kleinere accu, dan kom je dichter bij de opgegeven twee keer; met een grotere accu haal je dat juist minder snel.

Wil je wat preciezer rekenen, kijk dan naar wattuur (Wh). Dat is de eenheid die echt iets zegt over hoeveel energie erin zit. Een eenvoudige omrekening helpt: Wh = (mAh × volt) / 1000. Staat er op de powerbank bijvoorbeeld 10.000 mAh bij 3,7 V, dan is dat ongeveer 37 Wh aan energie in de cellen, voordat je het omzetverlies meeneemt.

Powerbanks vergelijken

In de winkel zie je bijna altijd mAh als capaciteitsaanduiding. Zoals je hierboven hebt kunnen lezen is dat niet perfect. Maar omdat fabrikanten dezelfde soort cellen gebruiken en allemaal op dezelfde manier rekenen, kun je mAh wel gebruiken om powerbanks onderling te vergelijken. Heb je een powerbank gevonden die je wat lijkt, dan kun je bovenstaande berekening gebruiken om een meer realistisch beeld van het aantal keer opladen te krijgen.

View post on TikTok

Hoeveel capaciteit heb je echt nodig?

Als je vooral een extra lading voor je telefoon zoekt op een lange dag, dan zit je met 10.000 mAh in de praktijk vaak goed. Is 'bijna vol' al al genoeg, dan kan 5.000 mAh ook, maar reken er dan niet op dat je elke moderne smartphone die helemaal leeg is weer volledig volgeladen krijgt. Ga je een weekend weg of laad je meerdere apparaten op, dan is 20.000 mAh een logische stap. Je hebt dan meer oplaadcapaciteit, maar houd er wel rekening mee dat dat ook betekent dat de powerbank groter en zwaarder is.

Voor tablets geldt hetzelfde principe, alleen is de interne accu meestal groter dan die van een telefoon. Daardoor lijkt een powerbank die voor je telefoon prima is, bij een tablet ineens snel leeg. Dat is niet vreemd: je giet simpelweg meer water in een grotere emmer. Voor laptops ligt het net even anders: daar draait het niet alleen om capaciteit, maar vooral om het vermogen (wattage). Daar komen we zo op terug.


🔋Tot zover ging het over de hoeveelheid energie (mAh/Wh). De volgende stap is de afgifte: met welk vermogen (watt) kan de powerbank die energie aan je telefoon, tablet of laptop leveren? 


Snelheid: wattage maakt het verschil

Capaciteit zegt iets over hoe vaak je kunt laden. Snelheid gaat over wattage: hoeveel vermogen de powerbank kan leveren. Dat vermogen is vooral relevant als je snel wilt bijladen, of als je een tablet of laptop wilt opladen. USB-c is daarbij de norm geworden, en USB Power Delivery (PD) is de techniek waarmee lader en toestel afspraken maken over spanning en stroom. Je powerbank en je telefoon of laptop stemmen dat onderling af, zodat laden snel kan zonder dat het onveilig wordt. Daarvoor moeten de poort en je kabel het wel ondersteunen. Let daarom ook op de aansluitingen: usb-c heb je nodig voor snelladen met Power Delivery, terwijl usb-a vooral handig is als je oudere kabels of accessoires gebruikt.

©vadish - stock.adobe.com

Eén powerbank voor telefoon én laptop: waar je op let

Een laptop opladen vraagt meer dan een telefoon. Bij een telefoon kom je vaak weg met 10 tot 20 watt. Een laptop heeft meestal 45 watt of meer nodig, en veel modellen werken prettiger met 65 watt of hoger, zeker als je tijdens het laden ook blijft werken. De beste snelcheck is simpel: kijk naar het wattage van je eigen laptoplader. Dat is je richtgetal. Zit je daar ver onder, dan kan het laden extreem traag worden, of je laptop accepteert de lader helemaal niet.

Ook de juiste kabel is belangrijk. Voor hogere vermogens is niet elke usb-C-kabel geschikt. Tot ongeveer 60 watt (meestal 20 V bij 3 A) gaat het vaak goed met een kabel die expliciet 3 A ondersteunt. Ga je boven de 60 watt, dan heb je doorgaans een usb-c-kabel nodig die 5 A aankan. Zulke kabels hebben meestal een kleine chip in de stekker, een zogeheten e-marker. Die chip vertelt aan de powerbank en je laptop dat de kabel veilig meer stroom kan verwerken. Zie het als een identiteitsbewijs: zonder e-marker schakelt het systeem vaak terug naar een lagere stand, zodat het laden langzamer gaat en de kabel niet te warm wordt. Kijk in de specificaties of op de kabel zelf of er 3 A (tot circa 60 W) of 5 A (voor hogere vermogens) staat; dat is de snelste check. 

Formaat en gewicht: energie weegt nu eenmaal wat

Meer capaciteit betekent meestal meer cellen, en dus meer gewicht. Een powerbank van 20.000 mAh zit vaak ergens in de buurt van 350 tot 500 gram. Dat voelt in een jaszak al snel log. In een rugtas valt het mee. Stel jezelf dus de vraag: wil je elke dag een kleine powerbank mee voor noodgevallen, of is dat voor jou niet genoeg en ga je dus voor een grotere powerbank? 

Veiligheid: kies niet alleen op prijs

Bij draagbare accu's wil je geen twijfel over veiligheid. Een powerbank hoort bescherming te hebben tegen oververhitting, overladen en kortsluiting, maar bij heel goedkope modellen is dat niet altijd goed geregeld. De kans dat het misgaat is klein, alleen zijn de gevolgen groot als het wél gebeurt. Kies daarom liever een merk dat laat zien hoe het met veiligheid omgaat en dat testnormen en keurmerken gewoon vermeldt. Je hoeft die standaarden niet uit je hoofd te leren, maar het helpt als een merk concreet zegt welke testen en keurmerken het gebruikt. 

Zo kies je de juiste powerbank

 De juiste powerbank kies je door stap voor stap te bepalen wat je nodig hebt: eerst de hoeveelheid energie (liefst in Wh, met mAh als praktische indicatie), daarna de laadsnelheid (wattage en PD), en pas daarna pas de vorm en het gewicht. Voor dagelijks gebruik zit je vaak goed met een compacte powerbank rond 10.000 mAh met usb-c en Power Delivery. Wil je meer capaciteit zodat je meerdere keren kunt opladen (of ook je tablet opladen), dan is 20.000 mAh logischer. Houd er dan wel rekening mee dat de powerbank zwaarder wordt. Wil je ook een laptop kunnen laden, kijk dan naar het wattage van je laptoplader en kies een powerbank die dat vermogen via usb-c PD kan leveren, inclusief een kabel die geschikt is voor dat hogere vermogen.

▼ Volgende artikel
Chloe en Max keren terug in Life is Strange: Reunion
Huis

Chloe en Max keren terug in Life is Strange: Reunion

Uitgever Square Enix heeft de game Life is Strange: Reunion aangekondigd, een nieuw deel in de Life is Strange-franchise.

Begin deze maand gingen er al geruchten over het spel, omdat de naam al gemeld werd op de website van PEGI, de Europese organisatie die leeftijdskeuringen geeft aan spellen. Inmiddels is de game dus officieel aangekondigd en valt hieronder de eerste trailer te zien.

De allereerste Life is Strange-game draaide om hoofdpersonage Max Caulfield en haar vriendschap met Chloe Price. Vervolgen Life is Strange 2 en Life is Strange: True Colors draaiden echter om andere personages. In het in 2024 uitgekomen Life is Strange: Double Exposure keerde Max al terug, en in het aanstaande Reunion zijn beide dames weer te zien.

Terug naar Caledon University

Sterker nog: Life is Strange Reunion moet de saga rondom Max en Chloe in zijn geheel afronden. Het is dus waarschijnlijk dat dit de laatste game wordt waarin beide vriendinnen te zien zijn. Spelers doen wederom Caledon University aan, waar Max als een fotografiedocente werkt. Wanneer ze na een weekendje weg terugkeert, staat de school echter in brand, wat desastreuse gevolgen heeft voor het gebouw en de studenten.

Max kan zelf echter ternauwernood ontsnappen dankzij een speciale kracht waardoor ze de tijd kan terugspoelen - een kracht die terugkeert uit het oorspronkelijke spel. Max heeft vervolgens drie dagen de tijd om uit te zoeken hoe de brand ontstond en het tegen te houden. Tegelijkertijd arriveert ook Chloe op Caledon, die geplaagd wordt door de nachtmerries van een verleden die ze nooit heeft meegemaakt.

Spelers besturen in deze verhalende adventuregame afwisselend Max en Chloe, waarbij men gebruik kan maken van de terugspoelkrachten van Max en Chloe's praatgrage mond om meer info te achterhalen.

Vanaf 26 maart beschikbaar

Life is Strange: Reunion verschijnt op 26 maart voor PlayStation 5, Xbox Series X en S en pc. De standaard versie gaat 49,99 euro kosten, maar er komen ook een Deluxe Edition (59,99 euro), Twin Pack met Life is Strange: Double Exposure (69,99 euro) en Collector's Edition (prijs in euro's nog niet bekend, 99,99 dollar) beschikbaar.

Watch on YouTube
Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.