ID.nl logo
Zo los je geheugenproblemen op
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Zo los je geheugenproblemen op

Je systeem doet raar, met crashes, bevriezingen of plotseling opnieuw opstarten. Lastig, vooral omdat de oorzaak vaak moeilijk te achterhalen is. Dat kan software zijn, zoals malware of een nukkige driver, maar net zo goed hardware, zoals een defecte schijf of het intern geheugen. In dit artikel focussen we op dit laatste. Welke symptomen, indicaties en geheugenfouten zijn er zoal, maar vooral: hoe spoor je het defecte geheugen op en hoe pak je het verder aan?

Wanneer een geheugenprobleem optreedt, kunnen de symptomen zeer divers zijn.

Naast inconsistente crashes van diverse programma’s kan zo’n defect er ook toe leiden dat Windows zomaar herstart of bevriest. Maar ook bestandscorruptie is mogelijk of het niet meer kunnen installeren van nieuwe programma’s. Of als het geluid niet meer werkt of je systeem plots erg traag reageert, zelfs als er nauwelijks applicaties draaien. Kortom, een veelheid aan mogelijke symptomen, wat het gericht zoeken naar de precieze oorzaak er bepaald niet makkelijker op maakt.

Duidelijke indicaties

Met wat geluk geeft het systeem zelf een aanwijzing dat het wellicht om een geheugenprobleem gaat, zoals wanneer de hoeveelheid ram niet langer correct wordt gerapporteerd in het bios, kort na het opstarten of vanuit het besturingssysteem. In Windows gebruik je het onderdeel Taakbeheer om deze informatie op te zoeken. Druk op Ctrl+Shift+Esc, ga naar Prestaties, open Geheugen en kijk rechtsboven de grafiek.

Check voor alle zekerheid ook het Meldingencentrum van Windows. Het valt niet uit te sluiten dat hier de melding verschijnt om Windows Geheugencontrole uit te voeren.

Bij het opstarten van de pc voert normaal gesproken ook het bios een snelle geheugencheck uit, wat bij problemen een aantal pieptonen geeft. Elke bios gebruikt daarvoor eigen codes. Bij Aware/Phoenix bijvoorbeeld is dat meestal één lange piep, bij AMI kunnen dat naargelang het geheugenprobleem verschillende codes zijn. Hier vind je een beperkt overzicht, maar raadpleeg tevens je systeemhandleiding.

©PXimport

Vage indicaties

Jammer genoeg zal een systeem een (geheugen)fout niet altijd correct diagnosticeren.

Toch zijn er bij ernstige problemen vaak andere indicaties die mogelijk helpen bij de probleemidentificatie. Ze zijn zeldzaam, maar ook in Windows 10 kunnen zogenoemde BSOD’s (Blue Screen of Death) voorkomen. Je krijgt dan de melding “Er is een probleem met deze computer en deze moet opnieuw worden opgestart”, samen met een bugcheck-code (met string en hex-code).

Er is een pagina op de Microsoft-site met een lange lijst van die codes, maar die maakt helaas duidelijk zelfs wanneer het woord memory in de string voorkomt, je geen garantie hebt dat het daadwerkelijk een geheugenprobleem is. Je kunt natuurlijk een zoekmachine raadplegen, maar er is nog een andere Microsoft-pagina die mogelijk enige houvast biedt.

Overigens maakt Windows bij een BSOD normaliter ook een geheugen-minidump. Die kun je eventueel na de herstart laten inlezen door het gratis tooltje BlueScreenView, die ook de bugcheck-code laat zien.

Verder doe je er goed aan de Windows-logboeken te raadplegen. Druk op Windows-toets+R, voer eventvwr.msc uit en open Windows-logboeken, met name het onderdeel Systeem en eventueel ook Toepassing. Sorteer de data volgens Datum en tijd en controleer op fouten rond het tijdstip van de symptomen. Ook hier helpt een gerichte zoektocht op internet je hopelijk verder.

©PXimport

Oorzaken

Stel dat je op basis van de symptomen of eventuele indicaties vermoedt dat het om een geheugenprobleem gaat, dan ben je er nog niet. Immers, je systeem bevat wellicht meerdere geheugenmodules en slechts een van die modules is onbetrouwbaar geworden. Daarbij is het nog de vraag om welk type fout het gaat (zie kader ‘Geheugenfouten’), terwijl dat de optimale testmethode kan bepalen.

Of misschien zijn de modules op zich wel in orde, maar is een geheugenslot defect geraakt. Het kan trouwens ook een ander probleem zijn waardoor het geheugen niet langer betrouwbaar functioneert. Zo kan het vooral bij laptops voorkomen dat de temperaturen te hoog oplopen, wat ook op de geheugenchips een impact kan hebben. En dan gaan we er nog van uit dat je systeem niet te agressief is overgeklokt, dat de geheugenchips in de aangewezen sleuven zijn geplaatst en optimaal op je moederbord zijn afgestemd. Bij singlechannel-geheugen bijvoorbeeld wordt slechts één kanaal tussen de geheugencontroller op de cpu en het geheugen ingezet, wat maakt dat de snelheid wordt gelimiteerd door de traagste geheugenmodule.

Geheugenfouten

Nagaan of geheugen helemaal betrouwbaar is en eventuele onvolkomenheden trefzeker vaststellen is geen eenvoudige opgave, vooral omdat er verschillende soorten fouten kunnen optreden, die in principe elk om een andere testmethode vragen. We sommen enkele van de meest voorkomende fouttypes op.

  • AF (Address decoder Fault): bij een poging om een specifiek bit te schrijven of te lezen wordt een verkeerde bit geadresseerd;
  • SAF (Stuck-At Fault): een bit geeft altijd de waarde 1 (SA1) of 0 (SA0) terug, zelfs als die wordt ingesteld op 0 of 1;
  • RDF (Read Disturb Fault): een geheugenbereik wordt bij een eenvoudige leesinstructie ongewild gewijzigd;
  • RF (Retention Fault): bits verliezen na enige tijd de ingestelde waarde;
  • CF (Coupling Fault): een aanpassing van één bit wijzigt ongewild ook een andere bit in dezelfde zin (of in omgekeerde zin: Inversion Coupling Fault ofwel CFin). Deze fouten zijn mogelijk te wijten aan een kortsluiting tussen twee cellen (Bridging Fault ofwel BF). Het mag duidelijk zijn dat een enkele test nooit alle fouttypes exact kan vaststellen. Eén voorbeeld slechts: een test waarbij alle bits op 1 worden ingesteld kan weliswaar een SA0-fout detecteren, maar geen SA1-fout. Precies daarom voorzien degelijke geheugencheckers in verschillende tests.

©PXimport

Probleemopsporing

Laten we er van uitgaan dat het inderdaad om een geheugenprobleem gaat. Nou kun je wel meteen geheugencheckers inzetten, maar vaak zijn zulke tests erg tijdrovend. Wij zouden eerst nakijken of de geheugenmodules nog wel stevig in de sleuven zitten. Zo hebben we het al bij meerdere systemen meegemaakt dat het bios ons op geheugenfouten attendeerde die werden opgelost na een ‘reseat’ van de geheugenmodules (lees: de modules even uit de sleuf halen en er weer stevig instoppen).

Voor je een arbeidsintensieve geheugenchecker inzet, kun je eventueel ook eerst een (snelle) benchmark uitvoeren, bij voorkeur een tool die de geheugenprestaties van je systeem afzet tegen vergelijkbare systemen (zie ook de database op www.memorybenchmark.net). Zo’n tool is bijvoorbeeld PassMark Performance Test, met onder meer een Advanced Memory Test (dertig dagen gratis proefversie).

Blijkt het geheugen opvallend traag, dan kan dat eventueel op gebrekkig geheugen wijzen. In dit geval is nader onderzoek met een geheugenchecker vereist. Laat je niet verleiden om hiervoor zogenoemde rambooster-software in te zetten, want zulke tools verkopen weinig meer dan gebakken lucht. Blijkt je geheugen daarentegen opvallend snel, dan is je systeem wellicht overgeklokt zonder voldoende rekening te houden met de aangewezen veiligheidsmarges (doorgaans is drie tot zes procent een aanvaardbare marge). Ook dit kan tot geheugenproblemen leiden.

©PXimport

Configuratie geheugencontrole

Lijkt een grondige geheugencontrole de enige oplossing en werk je met Windows, dan kun je eerst de ingebouwde Geheugencontrole opstarten. Druk Windows-toets+R in en tik mdsched.exe gevolgd door Enter, waarna je de pc meteen of op een later moment laat herstarten. Of je start de Windows-herstelomgeving op of je boot je pc vanaf een Windows-installatiemedium, waarna je bij Geavanceerde opties de Opdrachtprompt opent en het commando mdsched.exe uitvoert.

Na de herstart begint de tool aan een reeks standaardtests (drie basistests en vijf extra tests). Er is een nog uitgebreidere testreeks, maar we raden je aan met de standaardtests te beginnen. Levert dat niks op en ben je vrij zeker dat het aan het geheugen ligt, probeer het dan met de uitgebreidere versie.

Met F1 schakel je tussen de drie modi: Minimaal, Normaal en Extra. Via de tabtoets geef je aan of de geheugencache moet worden ingeschakeld, en zo ja bij welke tests. Met uitgeschakelde cache dwing je de processor alle data van de geheugenmodules zelf op te halen.

Standaard wordt elke test tweemaal uitgevoerd, maar dat kun je eventueel opvoeren tot vijftien keer. Afhankelijk van je systeem en de ingestelde parameters kan zo’n testreeks enkele minuten tot enkele uren duren. Met F10 pas je de ingestelde waarden toe en kan de controle beginnen.

©PXimport

Adrescodering

Wanneer een geheugenchecker fouten signaleert, vermeldt die het problematische geheugenadres zoals de geheugencontroller op de cpu dat doorgeeft. Zo’n adres laat zich helaas niet zonder meer linken aan een specifiek fysiek adres op een geheugenmodule. Immers, om (gelijktijdige) toegang tot het geheugen door de geheugencontroller te versnellen worden allerlei technieken ingezet waaronder ‘interleaving’ (op het niveau van geheugenkanalen, -banken en -rijen). Deze technieken zijn niet alleen zeer complex, bij sommige chipsets worden ze niet eens openbaar gemaakt. Dat maakt het haast onmogelijk een specifieke module aan te wijzen, tenzij de tool grondig kennis heeft van de gebruikte technieken bij de diverse chipsets en moederborden.

Analyse geheugencontrole

Tijdens de testrondes krijg je weliswaar al statusinformatie, maar je blijft natuurlijk niet voor je lol het scherm in de gaten houden. Na de tests herstart het systeem automatisch en krijg je alsnog een statusmelding na je aanmelding. Of je drukt op Windows-toets+R en je voert eventwr.msc uit. Open achtereenvolgens Windows-logboeken / Systeem en sorteer de gebeurtenissen volgens Gebeurtenis-id of Bron, waarbij je filtert op respectievelijk 1201 en MemoryDiagnostic-Results. In het onderste venster, bij het tabblad Algemeen zie je het resultaat.

Wie hier een duidelijke indicatie verwacht over welke geheugenmodule (of sleuf) problemen geeft, moeten we teleurstellen. In het kader ‘Adrescodering’ lees je waarom dat zo lastig te ontdekken is. Er zit dus weinig anders op dan door slimme eliminatie zelf uit te zoeken om welke module of sleuf het precies gaat (zie de paragraaf ‘Eliminatie’).

©PXimport

MemTest86

Kun of wil je Windows Geheugencontrole niet gebruiken of had je graag een tweede mening, dan vind je een uitstekend alternatief in MemTest86. Wij gaan met de gratis editie aan de slag. Zie hier voor een vergelijking met de betaalde versies. Let wel, v8-releases zijn alleen bedoeld voor uefi-machines; voor oudere legacy bios-toestellen heb je een v4-release nodig.

Je zult merken dat het gedownloade en uitgepakte zip-archief een img-bestand bevat. Dat is een schijfkopiebestand dat je eerst moet omzetten naar een opstartbaar medium, zoals een usb-stick. De benodigde tools hiervoor worden meegeleverd, samen met een uitgebreide handleiding in pdf.

Start imageUSB.exe met een dubbelklik. Stop een (lege) usb-stick in je pc en druk op de knop Refresh Drives. Plaats een vinkje bij de stick, kies Write image to USB drive (Step 2, indien nodig voer je eerst nog een herformattering uit) en verwijs bij Step 3 naar het juiste img-bestand. Bevestig met Write, met Yes en Ja. Start je pc van deze usb-stick op. Raadpleeg indien nodig je systeemhandleiding.

©PXimport

Configuratie MemTest86

Als het goed is, verschijnt een MemTest86-splashscreen en begint de tool even later aan de standaard geheugentests. Wil je zelf de configuratie aanpassen, druk dan snel op een toets. Via de Config-knop kun je vervolgens diverse parameters aanpassen. Via (T)est Selection geef je aan welke van de twaalf tests je wilt laten uitvoeren en hoeveel keer (standaard 4). Bij (A)ddress Range stel je het te testen adresbereik in en bij (C)PU Selection geef je aan of je daarbij één cpu of alle beschikbare cpu-kernen wilt aanspreken, en in welke volgorde. Je doet er goed aan het eerst met slechts één cpu te proberen. In hoofdstuk 2.5.4 van de handleiding kun je terecht voor meer informatie.

Selecteer (S)tart Test om de geheugencontrole te beginnen en houd er rekening mee dat die erg veel tijd in beslag kan nemen.

©PXimport

Analyse MemTest86

Tijdens het testen krijg je gelijk de teststatus te zien. Duiken er inderdaad fouten op, dan verschijnen die in de onderste schermhelft. Na afloop krijg je een rapportoverzicht en kun je dat in een html-bestand bewaren (bevestig met y) in de map \EFI\BOOT.

Veruit de meeste fouten hebben met het geheugen te maken, maar houd er rekening mee dat de tests impliciet ook cpu en caches (L1 en L2) checken. De ontwikkelaars van MemTest86 claimen dat zo’n 99,9% van de gerapporteerde fouten legitiem zijn en dus het best snel moeten worden aangepakt. Immers, vroeg of laat kan zo’n fout daadwerkelijk gevolgen hebben voor de werking van je systeem.

We gaan er even van uit dat de geheugentests inderdaad geheugenfouten hebben gevonden. Zoals gezegd komt het er dan vooral op aan via een vorm van eliminatie te onderzoeken of het om een geheugenmodule of -sleuf gaat, en welke precies. Dat lukt helaas niet als de geheugenmodules vast gesoldeerd blijken te zijn, wat steeds vaker voorkomt bij superslanke laptops.

©PXimport

Eliminatie

De eenvoudigste manier is om selectief modules uit je systeem te verwijderen en met slechts één module tegelijk te testen tot je de foute module(s) vindt. Om uit te sluiten dat het om een gebrekkige sleuf gaat, test je modules ook even in een andere sleuf. Bij sommige moederborden en geheugentypes, zoals in dualchannel-modus, kun je helaas niet zomaar modules verwijderen.

Er zit dan weinig anders op dan modules te roteren, waarbij je de rotatie beperkt tot twee modules tegelijk. Je zou bijvoorbeeld de module in sleuf 1 kunnen verplaatsen naar sleuf 3 en die uit sleuf 3 in sleuf 1 stoppen. Als je dezelfde test vervolgens opnieuw uitvoert en de falende bit of het geheugenadres blijkt gewijzigd, dan weet je dat het om een van de verplaatste modules gaat. Door moduleverplaatsingen slim te combineren, kom je uiteindelijk uit tot bij het gebrekkige exemplaar. De meeste moderne moederborden detecteren weliswaar automatisch de modules, maar sommige vereisen dat je eerst de sleuven met lage nummers opvult (zoals sleuf 0 of 1). Het kan ook uitmaken in welke sleuven je de modules met het meeste of minste geheugen plugt. Kortom, raadpleeg de handleiding bij je moederbord voor mogelijke locaties en combinaties.

Is het verwijderen of verplaatsen van modules geen optie, dan rest je alleen nog het vervangen van een module door een ander exemplaar. De gratis, portable tool RAMExpert geeft je de nodige informatie over de ingeplugde ram-modules.

Zorg dat je bij zo’n vervangoperatie niet statisch geladen bent en gebruik bijvoorbeeld een antistatisch polsbandje.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Ontwerp van Nothing Phone (4a) onthuld
Huis

Ontwerp van Nothing Phone (4a) onthuld

Het Britse bedrijf Nothing heeft het design van de aankomende nieuwe smartphone Phone (4a) onthuld.

Dat deed het bedrijf gisteren via social media. De smartphone komt op 5 maart uit. In de tweet hieronder is het ontwerp alvast te zien, met de typische drukke achterkant die we inmiddels gewend zijn van het bedrijf.

De aankomende Phone (4a) heeft een zogeheten 'Glyph Bar'. Dit is een micro-led-paneel aan de zijkant, die mensen zelf kunnen programmeren om ze in verschillende patronen te laten knipperen. Het gaat om de vierkantjes aan de rechterzijde, naast het camera-eiland. De led-lampjes zijn volgens het bedrijf 40 procent feller dan die op de Phone (3a).

Over de precieze technologie van de Nothing Phone (4a) zijn nog geen aankondigingen gedaan, maar volgens geruchten krijgt de smartphone een Snapdragon 7s Gen 4-chip. Er zal ook een duurdere en snellere Phone (4a) Pro verschijnen, al is daar het uiterlijk nog niet van onthuld.

Officieel wordt de Phone (4a) op 5 maart onthuld.

View post on X
▼ Volgende artikel
Waarom je monitor op het moederbord aansluiten je pc vertraagt
© Provokator
Huis

Waarom je monitor op het moederbord aansluiten je pc vertraagt

Je sluit je nieuwe monitor aan, de pc start op, maar de prestaties in zware programma's en games vallen vies tegen. In dit artikel ontdek je waarom de aansluiting op je moederbord de grafische kracht van je computer negeert en hoe je dat direct oplost voor maximale rekenkracht.

Het is een klassieke fout bij het opbouwen van een werkplek: de videokabel in het eerste gat steken dat je tegenkomt aan de achterzijde van je computerkast. Vaak belandt de kabel dan in een van de poorten van het moederbord, terwijl de krachtige videokaart een verdieping lager ongebruikt blijft. Dit misverstand ontstaat omdat beide aansluitingen identiek ogen, maar de interne route die de data aflegt verschilt als dag en nacht. Daarom leggen we je uit hoe je het volledige potentieel van je hardware benut en waarom die extra investering in je grafische kaart anders weggegooid geld is.

De interne omweg via de processor

Als je de HDMI- of DisplayPort-kabel in het moederbord plugt, dwing je de computer om de geïntegreerde grafische chip van de processor te gebruiken (mits die is ingeschakeld via het BIOS). Wij hebben dat uiteraard nog even getest en merkten dat alles inderdaad veel minder soepel aanvoelt zodra de processor deze dubbelrol moet vervullen. In plaats van dat de data direct naar de gespecialiseerde kernen van de videokaart gaat, moet de processor nu zowel de algemene berekeningen als de visuele output verwerken.

Dat veroorzaakt een een hoop warmte in de behuizing en de ventilatoren van de CPU beginnen sneller te loeien om de extra last op te vangen. Het is al met al een onhandige route waarbij de dure videokaart onderin je kast simpelweg geen signaal doorgeeft aan je scherm.

©stas_malyarevsky

Hier moet je de HDMI-kabel dus níét in steken als je de beste prestaties wilt.

Aansluiting heeft wel degelijk een functie

Er zijn echter specifieke scenario's waarin deze aansluiting juist je beste vriend is, bijvoorbeeld tijdens het stellen van een diagnose als er iets opeens niet werkt. Als je pc bijvoorbeeld geen beeld geeft via de videokaart, is inpluggen op het moederbord de enige manier om te controleren of de rest van je systeem nog wel functioneert.

Ook voor een eenvoudige kantoormonitor, die alleen wordt gebruikt voor tekstverwerking en e-mail, volstaat de interne chip van de processor en is een dedicated videokaart niet eens nodig. Deze route bespaart energie en houdt de pc stiller, omdat de zware videokaart (als die er is) in een diepe slaapstand kan blijven. Voor een secundair scherm waarop je alleen statische informatie zoals een chatvenster of Spotify in beeld hebt, kan deze configuratie zelfs een slimme manier zijn om de hoofdvideokaart te ontlasten van onnodige basistaken.

Verlies grafische rekenkracht

Zodra je echter een zware taak start, zoals videobewerking of een moderne game, loopt de pc direct tegen een muur aan. De geïntegreerde graphics hebben namelijk geen eigen snel geheugen en snoepen zodoende rekenkracht van het werkgeheugen van je systeem. Je merkt dat aan haperende beelden, een lage framerate en textures die traag laden.

Zo kan het gebeuren dat een krachtige gaming-pc, die normaal gesproken honderd frames per seconde (100 fps) haalt, via de moederbordaansluiting terugvalt naar een onwerkbare diavoorstelling van minder dan 10 fps. De hardware is aanwezig, maar de snelweg naar het scherm is afgesloten, waardoor je in feite maar een fractie van de capaciteit krijgt waarvoor je hebt betaald.

Situaties waarin je deze aansluiting sowieso moet vermijden

Het aansluiten op het moederbord is een absolute dealbreaker voor iedereen die met visuele content werkt of veeleisende games speelt. Als je voor honderden euro's een videokaart hebt aangeschaft, is het een kostbare vergissing om de monitor ergens anders in te pluggen.

Ook bij het gebruik van een 4K-monitor kan de interne chip de verversingssnelheid vaak niet bijbenen, waardoor je naar een schokkerig beeld zit te kijken terwijl je hardware veel vloeiender kan presteren. Voor creatieve professionals die software gebruiken voor 3D-rendering is het gewoon onmogelijk om te werken; de software zal vaak zelfs een foutmelding geven omdat de benodigde grafische bibliotheken niet worden ondersteund door de standaard processor-chip.

De snelle poorten zitten meestal verder naar onderen en zijn doorgaans horizontaal gepositioneerd.

Zo vind je de juiste poort

Kijk eens goed naar de achterkant van je computerkast om te bepalen of je de volle snelheid benut. De aansluitingen van het moederbord staan altijd verticaal in een blok met andere poorten, zoals usb en ethernet. De aansluitingen van de videokaart zitten een stuk lager en staan horizontaal in een aparte sleuf. Zit je kabel in het bovenste blok, dan werk je op de 'reservemotor'.

Verplaats de kabel naar de horizontale poorten onderaan en je zult direct horen dat de pc anders reageert bij het opstarten. Soms moet je na deze wissel de pc even herstarten, zodat de drivers de nieuwe configuratie herkennen en de resolutie optimaal kunnen instellen voor jouw specifieke beeldscherm.

Klaar voor optimale prestaties?

Het aansluiten van een monitor op het moederbord in plaats van de videokaart zorgt ervoor dat de grafische rekenkracht van de pc onbenut blijft omdat het systeem terugvalt op de beperkte interne chip van de processor. Dat leidt tot een drastische afname in prestaties bij games en zware software, aangezien de gespecialiseerde hardware van de videokaart volledig wordt gepasseerd. Voor een optimale ervaring moet je de monitor altijd in de horizontale poorten van de videokaart prikken. Alleen in noodgevallen of bij eenvoudiger kantoortaken is de moederbordaansluiting een bruikbaar alternatief.