ID.nl logo
Huis

Leeslijst Wallabag installeren op eigen server

Webpagina’s in een leeslijst opslaan om later te lezen, is mogelijk met diensten zoals Pocket of Instapaper. Maar dat kan wel privacygevoelige informatie zijn. Gelukkig kun je ook eenvoudig een leeslijst bijhouden op je eigen webserver, bijvoorbeeld met het opensource-programma Wallabag.

We gaan er in deze masterclass vanuit dat je een eigen vps (virtual private server) met root-toegang hebt en dat je daarop Ubuntu 16.04 LTS en Apache draait. Andere configuraties werken ook, maar daarvoor verwijzen we naar de installatiedocumentatie van Wallabag. Bekijk op de officiële site eens wat de dienst kan.

Breng je installatie eerst up-to-date met

sudo apt update

En

sudo apt upgrade

Installeer als je dit nog niet hebt gedaan Apache met

sudo apt install apache2 apache2-utils

Installeer daarna de database MariaDB met

sudo apt install mariadb-server mariadb-client

Draai daarna het beveiligingsscript voor na de installatie van MariaDB:

sudo mysql_secure_installation

Druk op Enter omdat je nog geen rootwachtwoord voor MariaDB hebt, bevestig dan met Y dat je een rootwachtwoord wilt instellen en vul er dan een in. Op de vragen erna bevestig je allemaal met enter om aan de basisvereisten van een veilige database te voldoen.

Installeer PHP7 en enkele extensies en hulpprogramma’s die we nodig hebben:

sudo apt install php7.0-mysql php7.0-common php7.0-gd php7.0-json
php7.0-cli php7.0-curl libapache2-mod-php7.0
php7.0-bcmath php7.0-xml php7.0-zip php7.0-mbstring
php7.0-tidy php-amqp unzip make git

Daarna installeer je composer met het commando

curl -s https://getcomposer.org/installer | php

en plaats je het op een beschikbare plaats met

sudo mv composer.phar /usr/local/bin/composer

Wallabag configureren en installeren

©PXimport

Na deze voorbereiding zijn we klaar om Wallabag te installeren. Ga naar de directory van je webserver met

cd /var/www

download de broncode met

git clone https://github.com/wallabag/wallabag.git

en ga naar de directory met

cd wallabag

Kijk onderaan de homepage van Wallabag wat de meest recente versie is. Tijdens de redactiesluiting was dat versie 2.2.3 van 18 mei 2017. Verander naar die versie met

git checkout 2.2.3

Installeer daarna Wallabag met de opdracht

make install

Composer installeert eerst de benodigde pakketten. Daarna krijg je nog de vraag om enkele parameters in het configuratiebestand in te vullen, vooral over de database. Vul het volgende in (de standaardwaardes staan tussen haakjes):

database_driver (pdo_sqlite): pdo_mysql database_host (127.0.0.1): database_port (null): 3306 database_name (symfony): wallabag database_user (root): wallabag database_password (null): “WACHTWOORD” database_path (‘%kernel.root_dir%/../data/db/wallabag.sqlite’): wallabag database_table_prefix (wallabag_): database_socket (null): database_charset (utf8):

Let op: als je wachtwoord met een @ begint, maak er dan @@ van en zet dubbele aanhalingstekens rond je wachtwoord. Voor de vragen over de mailserver en alles erna neem je met enter de standaardwaardes aan. Pas ze indien gewenst later aan.

Hierna controleert het installatiescript of je aan alle vereisten voldoet en of de databaseserver bereikbaar is. Daarna maakt het de database en het databaseschema voor Wallabag aan. Maak tot slot een nieuwe beheerder aan met de naam admin, kies een wachtwoord voor de beheerder en vul een e-mailadres in.

Zodra het installatieprogramma klaar is, maak je de gebruiker www-data (die de webserver draait) de eigenaar van de directory van Wallabag met

sudo chown -R www-data:www-data /var/www/wallabag

Apache en Wallabag

Creëer met nano een nieuw vhost-configuratiebestand voor je Wallabag-installatie:

sudo nano /etc/apache2/sites-available/wallabag.conf

Kopieer daarin de code van https://doc.wallabag.org/en/admin/installation/virtualhosts.html, maar vervang ServerName en ServerAlias door je eigen (sub)domeinnaam, zoals wallabag.example.com. In de instellingen van je dns-provider dien je dit domein nog naar het ip-adres van je webserver te laten verwijzen. Volg ook de aanwijzingen op die pagina van Wallabag over Apache 2.4, de versie die in Ubuntu 16.04 zit.

Druk op Ctrl+O om het bestand op te slaan en Ctrl+X om nano af te sluiten. Activeer nu de module rewrite met

sudo a2enmod rewrite

, schakel de webconfiguratie voor Wallabag in met

sudo a2ensite wallabag.conf

en herstart Apache met

sudo systemctl restart apache2

Wallabag-account instellen

Als je nu de domeinnaam van je Wallabag-installatie bezoekt in je webbrowser, krijg je een aanmeldvenster te zien. Log in met de naam admin en het wachtwoord dat je daarvoor tijdens de installatie hebt gekozen. Je krijgt nu een quickstart te zien met links naar documentatie, instellingen en meer. Klik eerst op Users management en maak een nieuwe gebruiker aan. Log daarna uit en log opnieuw in als die gebruiker. Zo ben je niet de hele tijd als beheerder ingelogd.

Klik op Config om je Wallabag-account te configureren. In het tabblad Settings stel je in hoe snel je leest, zodat Wallabag correcte schattingen van de leestijd geeft. In RSS creëer je rss-feeds van je leeslijst, zodat je je artikelen ook in een rss-reader kunt lezen. In User information configureer je tweefactor-authenticatie, zodat je een e-mail met een code ontvangt als je via een onbekende verbinding op Wallabag inlogt. Je dient dan wel nog een mailserver te configureren.

In Tagging rules creëer je regels om automatisch tags aan je artikelen toe te voegen. Vul je bijvoorbeeld de regel readingTime >= 5 en tag longread in en klik je op Save, dan krijgen alle artikelen die meer dan 5 minuten leestijd vergen de tag longread. Vergeet niet om na elke wijziging van de configuratie op Save te klikken.

SSL configureren

Je kunt het beste een ssl-certificaat aanmaken, zodat de communicatie met Wallabag versleuteld verloopt. We draaien Wallabag op een afzonderlijk subdomein, zoals wallabag.example.com. Het ssl-certificaat voor dat domein maken we aan met Let’s Encrypt. Installeer daarvoor eerst de client van Let’s Encrypt:

sudo apt install python-letsencrypt-apache

En creëer dan een certificaat voor het subdomein van je Wallabag-installatie:

sudo letsencrypt --apache -d wallabag.example.com

Volg daarna de instructies van het programma. Vul je e-mailadres in en kies of je https-toegang verplicht (het veiligst) of ook http toelaat. Daarna is je subdomein uitgerust met ssl. Controleer dit door het in je webbrowser te bezoeken en analyseer de veiligheid.

Een nieuw artikel aan je leeslijst toevoegen is eenvoudig: klik op het plus-teken rechtsboven, plak een url in het tekstveld en druk op enter om het artikel toe te voegen. Het artikel komt nu in de lijst Unread. Klik op de titel om het artikel te lezen. Je krijgt alleen het artikel zelf te lezen, zonder de lay-out van de oorspronkelijke webpagina.

Links zie je knopjes met een heleboel mogelijkheden: het originele artikel openen, het artikel terug van de originele url ophalen (Wallabag slaat bij het toevoegen van de url immers een kopie op), als gelezen aanduiden, als favoriet opslaan, verwijderen, tags toevoegen, delen, afdrukken en downloaden. Dat laatste is mogelijk in diverse formaten, zoals epub, mobi, pdf en platte tekst. Je kunt overigens ook aantekeningen maken bij een artikel: selecteer gewoon een stuk tekst en voeg je aantekening toe in het tekstveld dat verschijnt.

©PXimport

Wallabag-extensie

Waarschijnlijk ga je geen artikelen aan je leeslijst toevoegen via de webinterface van Wallabag, maar werk je voornamelijk via een browserextensie of de mobiele app, zodat je leeslijst in je dagelijkse tools geïntegreerd is. De browserextensie voor Firefox heet Wallabagger. Na de installatie van de extensie open je in de webinterface van Wallabag de pagina API clients management en dan Create a new client. Geef je client een naam, laat de redirect url open en klik op Create a new client. Je krijgt dan een client ID en client secret te zien.

Open dan in Firefox de extensies in de instellingen en klik bij Wallabagger op Preferences. Vul de url van je Wallabag-installatie in en klik op Check URL. Vul dan het client ID en client secret in, je gebruikersnaam en het bijbehorende wachtwoord. Klik naast het wachtwoord op Get token.

Schakel ook Indicate if page already saved in. Het icoontje van de extensie wordt dan groen als de pagina die je bezoekt al in je leeslijst staat. Met een klik op het icoontje van een pagina die nog niet in je leeslijst staat, voeg je de pagina toe. Artikelen uit je leeslijst openen is niet mogelijk met deze extensie: dat doe je nog altijd via de webinterface.

Kobo-koppeling

Heb je een Kobo e-reader, dan kun je ook daarop je leeslijst van Wallabag lezen, namelijk met het programma Wallabako. Download het bestand KoboRoot.tgz van de website van het project. Sluit je e-reader via usb aan op je computer en kopieer het bestand KoboRoot.tgz naar de directory .kobo op je e-reader. Ga nu terug naar de hoofddirectory van je e-reader en maak daarin een bestand .wallabako.js met de configuratie van je Wallabag-installatie.

Op de website van Wallabako lees je de juiste syntax. Sla het bestand op en koppel je e-reader af. Als alles goed gaat, krijg je nu een melding van een upgrade: Wallabako wordt nu geïnstalleerd. Zodra je de e-reader met wifi verbindt, krijg je een melding dat het apparaat met een computer is verbonden. Klik gewoon op Verbinden, waarna Wallabako zijn artikelen synchroniseert met je leeslijst.

Leeslijst importeren uit Pocket

Wallabag biedt de mogelijkheid om je leeslijsten van allerlei andere diensten te importeren, zoals Pocket, Readability, Instapaper en Pinboard, evenals je favorieten van Firefox en Chrome. We tonen je hier hoe je je leeslijst van Pocket importeert. Vraag eerst bij Pocket een platform consumer key aan. Geef je applicatie een naam (bijvoorbeeld Wallabag), vink bij de permissies Retrieve aan en bij de platforms Web, vink aan dat je de terms of service hebt gelezen en klik op Create application. Kopieer nu de consumer key en plak die op de configuratiepagina van je Wallabag-installatie onder Consumer key for Pocket to import contents. Klik op Save.

In principe kun je nu de importpagina openen. Klik daar bij Pocket op Import contents, daarna op Connect to Pocket and import data en tot slot op Authorize. Wallabag importeert dan de artikelen in je Pocket-leeslijst. Wallabag haalt overigens de originele inhoud van de urls in je Pocket-leeslijst omdat het niet aan de opgeslagen pagina’s van Pocket kan komen. Url’s die ondertussen niet meer beschikbaar zijn, worden dan ook niet geïmporteerd.

©PXimport

Asynchrone taken met Redis

Als je al een tijdje met Pocket werkt, is de leeslijst zo groot dat voorgaande methode om je artikelen te importeren niet werkt; je server geeft een timout. We moeten dan asynchrone taken uitvoeren. Dat doen we met Redis. Installeer de Redis-server met

sudo apt install redis-server

Controleer daarna met

sudo nano /var/www/wallabag/app/config/parameters.yml

of er redis_host: localhost en redis_port: 6379 in het configuratiebestand staat. Indien nodig wijzig je dit.

Log daarna in Wallabag als beheerder in en open de pagina Internal Settings. Zet in het tabblad Import bij Enable Redis to import data asynchronously de waarde 1 en klik op Apply. Maak daarna een job aan met de opdracht

sudo -u www-data /var/www/wallabag/bin/console
wallabag:import:redis-worker -e=prod pocket -vv | sudo tee -u
www-data /var/www/wallabag/var/logs/redis-pocket.log

En probeer nu in de webinterface van Wallabag opnieuw je leeslijst van Pocket te importeren. Na een tijdje zie je in je terminalvenster de geïmporteerde url’s voorbijkomen en verschijnen de artikelen in de webinterface.

Wallabag-app

Je kunt tot slot ook op je smartphone toegang krijgen tot je leeslijst. Onder Android installeer je daarvoor de app Wallabag. De eerste keer dat je de app opent, krijg je de connection wizard te zien. Bij ons werkte die niet, dus negeer die en open dan in de app links Settings > Connection en vul zelf de juiste gegevens in.

Je kunt het best in de webinterface van Wallabag een nieuwe client ID en client secret aanmaken, zodat je de toegang van je Android-telefoon tot je Wallabag-installatie kunt intrekken, bijvoorbeeld als je het apparaat verliest. Daarna kun je in de app je leeslijst lezen en zelfs met spraaksynthese laten voorlezen, artikelen toevoegen, tags beheren, en alles wordt gesynchroniseerd met je Wallabag-server.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.